NOTULEN VAN DE RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN

 

Gemeente Bertem

 

Zitting van 30 april 2019

Van 21 uur tot 22 uur

 

Aanwezig:

Voorzitter:

Albert Mees

Voorzitter vast bureau:

Joël Vander Elst

Leden Vast Bureau:

Marc Morris, Greet Goossens, Joery Verhoeven en Tom Philips

Raadsleden:

Yvette Laes, Jan De Keyzer, Joris Fonteyn, Griet Verhenneman, Wouter Fock, Diane Vander Elst, Maria Andries, Pieter Sempels, Eddy Vranckx, Iris De Smet, Roland Gustin, Peter Persyn, Jimmy Geyns en Guido Yserbijt

Algemeen directeur:

Dirk Stoffelen

 

Verontschuldigd:

Raadslid:

Karin Baudemprez

 


Overzicht punten

Zitting van 30 april 2019

 

ZITTINGEN RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN. GOEDKEURING NOTULEN VORIGE ZITTING.

 

Juridische gronden

         Artikel 74 van het decreet lokaal bestuur
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt, mits eventuele aanpassingen, de notulen en het zittingsverslag van de vorige raadszitting goed.

         Artikel 33, §2 van het huishoudelijk reglement
De OCMW-raad beslist om het zittingsverslag, zoals vermeld in artikel 278 van het decreet lokaal bestuur, te vervangen door een audio-opname van de openbare zitting van de raad.

         Artikel 34, §3 van het huishoudelijk reglement
Elk raadslid heeft het recht tijdens de vergadering van de OCMW-raad opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige raadsvergadering. Als die opmerkingen door de raad worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast. Als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen van de vorige raadsvergadering, worden de notulen als goedgekeurd beschouwd en worden ze ondertekend door de voorzitter van de raad en de algemeen directeur.

 

 

Bijlagen

         Notulen zitting van 26 maart 2019.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

De raad keurt de notulen van de zitting van 26 maart 2019 goed.

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 30 april 2019

 

MANDATARISSEN. REGLEMENT TOEKENNING ERETITELS MANDATARISSEN.

 

Voorgeschiedenis

         Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 mei 2013 over de goedkeuring van het reglement toekenning eretitels mandatarissen

 

Juridische gronden

  • Artikel 17, § 4 van het decreet lokaal bestuur
    De gemeenteraad kan de eretitels toekennen aan de gemeenteraadsleden onder de voorwaarden die hij bepaalt.
  • Artikel 73 van het decreet lokaal bestuur
    Artikel 17, § 4 is van overeenkomstige toepassing op de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
  • Artikel 77 van het decreet lokaal bestuur
    De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de reglementen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vast. Die kunnen betrekking hebben op het beleid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en op het inwendige bestuur ervan.
  • Artikel 78 van het decreet lokaal bestuur
    De bevoegdheid om andere reglementen dan die over personeelsaangelegenheden vast te stellen, kan niet worden gedelegeerd aan het vast bureau.
  • Artikel 148 van het decreet lokaal bestuur
    De raad voor maatschappelijk welzijn kan de eretitels van de voorzitter en de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst toekennen, onder de voorwaarden die hij bepaalt.

 

Argumentatie

Met de inwerkingtreding van het decreet lokaal bestuur zijn enkele nieuwe mandaten ontstaan bij het OCMW. Het reglement op de toekenning van eretitels aan mandatarissen moet daarom worden aangepast.

 

Besluit

eenparig

 

TOEKENNINGSVOORWAARDEN

Artikel 1:

De raad voor maatschappelijk welzijn van Bertem kan eretitels toekennen aan een lid van de raad voor maatschappelijk welzijn, aan de voorzitter van het OCMW, aan een lid van het vast bureau en aan de voorzitter en een lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst (BCSD) onder de voorwaarden van dit reglement.

 

Artikel 2:

De eretitel van erelid van de raad voor maatschappelijk welzijn, van erevoorzitter van het OCMW, van erelid van het vast bureau, van erevoorzitter van het BCSD of van erelid van het BCSD kan bij de OCMW-raad worden aangevraagd door de betrokkene of door de rechtsopvolgers van de mandataris in geval van overlijden van de betrokkene.

 

Artikel 3:

Om de eretitel van erelid van de raad voor maatschappelijk welzijn te krijgen, moet de betrokkene:

  • gedurende ten minste 12 jaar in de raad voor maatschappelijk welzijn van OCMW Bertem zitting hebben gehad
  • van onberispelijk gedrag zijn.

 

Artikel 4:

Om de eretitel van erevoorzitter van het OCMW te krijgen, moet de betrokkene:

  • gedurende ten minste 6 jaar het mandaat van voorzitter van het OCMW hebben uitgeoefend bij het OCMW Bertem
  • van onberispelijk gedrag zijn.

 

Artikel 5:

Om de eretitel van erelid van het vast bureau te krijgen, moet de betrokkene:

  • gedurende ten minste 12 jaar in de raad voor maatschappelijk welzijn van Bertem zitting hebben gehad waarvan minstens 6 jaar als lid van het vast bureau van het OCMW Bertem.
  • van onberispelijk gedrag zijn.

 

Artikel 6:

Om de eretitel van erevoorzitter van het BCSD te krijgen, moet de betrokkene:

  • gedurende ten minste 6 jaar het mandaat van voorzitter van het BCSD hebben uitgeoefend bij het OCMW Bertem
  • van onberispelijk gedrag zijn.

 

Artikel 7:

Om de eretitel van erelid van het BCSD te krijgen, moet de betrokkene:

  • gedurende ten minste 12 jaar in het bijzonder comité voor de sociale dienst van OCMW Bertem zitting hebben gehad OF gedurende ten minste 6 jaar in het bijzonder comité voor de sociale dienst van OCMW Bertem én gedurende ten minste 6 jaar in de raad voor maatschappelijk welzijn van OCMW Bertem zitting hebben gehad
  • van onberispelijk gedrag zijn.

 

Artikel 8:

Met 'OCMW Bertem' wordt gelijkgesteld: het OCMW van één van de deelgemeenten, voor de gemeentefusie.

 

AANVRAAGPROCEDURE

Artikel 9:

De schriftelijke aanvraag wordt gericht aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn. Bij de aanvraag moet een uittreksel uit het strafregister (model 1) worden gevoegd, dat niet ouder mag zijn dan één maand voor de indiening van het verzoek tot verlening van de eretitel.

 

Artikel 10:

§1. De algemeen directeur onderzoekt of aan de voorwaarden voldaan is en brengt hierover een schriftelijk, gemotiveerd advies uit aan de raad voor maatschappelijk welzijn.

 

§2. Onder de term "onberispelijk gedrag" wordt verstaan: het ontbreken van een zware strafrechtelijke veroordeling dan wel van een zware tuchtstraf.

 

De algemeen directeur stelt op basis van het uittreksel uit het strafregister (model 1) vast of er al dan niet feiten bestaan die ertoe aanleiding geven om de eretitel te weigeren. Een strafrechtelijke veroordeling van de betrokkene voor een overtreding die op generlei wijze een goed en efficiënt bestuur van het OCMW in het gedrang heeft gebracht, zal geen aanleiding geven tot een weigering van de eretitel. Als echter onbetwistbaar vaststaat, op basis van het gerechtelijke verleden van de kandidaat, dat de betrokkene niet over het morele gezag beschikt om een eretitel te verkrijgen, wordt de titel geweigerd.

 

De algemeen directeur onderzoekt of er tegen de betrokkene geen zware tuchtstraffen (in zijn hoedanigheid van mandataris) werden uitgesproken.

 

TOEKENNING, RECHT OM DE ERETITEL TE VOEREN EN INTREKKING

Artikel 11:

De eretitel wordt toegekend door de raad voor maatschappelijk welzijn in besloten zitting en bij geheime stemming.

 

Artikel 12:

De personen die nog een mandaat bekleden bij de gemeente Bertem of bij het OCMW van Bertem of die er personeelslid zijn, mogen deze eretitel niet voeren.

 

Artikel 13:

Als na de toekenning van de eretitel de betrokkene een zware strafrechtelijke veroordeling of een zware tuchtstraf oploopt, kan de raad voor maatschappelijk welzijn de eretitel intrekken.

 

OPHEFFING

Artikel 14:

Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 mei 2013 over de goedkeuring van het reglement toekenning eretitels mandatarissen wordt opgeheven.

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 30 april 2019

 

MONDELINGE VRAGEN.

 

Juridische gronden

         Artikel 31 en 74 van het decreet lokaal bestuur
De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn hebben het recht aan de voorzitter vast bureau en aan de leden van het vast bureau mondelinge en schriftelijke vragen te stellen.
Voor het stellen van een vraag als vermeld in het eerste lid, is geen toegelicht voorstel van beslissing vereist.

         Artikel 12 van het huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn
Op het einde van de agenda van de openbare vergadering kunnen de raadsleden mondelinge vragen stellen over beleidsaangelegenheden van het OCMW die niet op de agenda van de OCMW-raad staan. Om het vast bureau in staat te stellen om het antwoord op een mondelinge vraag voor te bereiden, bezorgen de raadsleden uiterlijk vijf kalenderdagen vóór de zitting de omschrijving van hun mondelinge vraag aan de algemeen directeur, die deze onmiddellijk bezorgt aan het vast bureau en aan de voorzitter van de raad. Op mondelinge vragen voor een zitting die later dan de vermelde termijn worden ingediend bij de algemeen directeur, wordt ten laatste tijdens de daaropvolgende zitting geantwoord.

         Artikel 33, §1 van het huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn
Een samenvatting van de mondelinge vragen en de antwoorden daarop worden opgenomen in de notulen. Loutere meldingen die geen vraagstelling over beleidsaangelegenheden bevatten, worden niet in de notulen opgenomen.

 

Besluit

 

Mondelinge vragen

Er worden geen mondelinge vragen gesteld.