NOTULEN VAN DE RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN

 

Gemeente Bertem

 

Zitting van 18 februari 2019

Van 20.30 uur tot 22 uur

 

Aanwezig:

Voorzitter:

Albert Mees

Voorzitter vast bureau:

Joël Vander Elst

Leden Vast Bureau:

Marc Morris, Greet Goossens, Joery Verhoeven en Tom Philips

Raadsleden:

Yvette Laes, Jan De Keyzer, Joris Fonteyn, Karin Baudemprez, Griet Verhenneman, Wouter Fock, Diane Vander Elst, Maria Andries, Pieter Sempels, Eddy Vranckx, Iris De Smet, Roland Gustin, Peter Persyn, Jimmy Geyns en Guido Yserbijt

Algemeen directeur:

Dirk Stoffelen

 


Overzicht punten

Zitting van 18 februari 2019

 

ZITTINGEN RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN. GOEDKEURING NOTULEN VORIGE ZITTING.

 

Juridische gronden

         Artikel 74 van het decreet lokaal bestuur
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt, mits eventuele aanpassingen, de notulen en het zittingsverslag van de vorige raadszitting goed.

         Artikel 33, §2 van het huishoudelijk reglement
De OCMW-raad beslist om het zittingsverslag, zoals vermeld in artikel 278 van het decreet lokaal bestuur, te vervangen door een audio-opname van de openbare zitting van de raad.

         Artikel 34, §3 van het huishoudelijk reglement
Elk raadslid heeft het recht tijdens de vergadering van de OCMW-raad opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige raadsvergadering. Als die opmerkingen door de raad worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast. Als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen van de vorige raadsvergadering, worden de notulen als goedgekeurd beschouwd en worden ze ondertekend door de voorzitter van de raad en de algemeen directeur.

 

 

Bijlagen

         Notulen zitting van 29 januari 2019

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

De raad keurt de notulen van de zitting van 29 januari 2019 goed.

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 18 februari 2019

 

LEDEN RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN. KENNISNAME VERHINDERING RAADSLID JENNE VAN CORTENBERG EN VERVANGING DOOR GUIDO YSERBIJT.

 

Voorgeschiedenis

         Kennisname door de gemeenteraad op 18 februari 2019 van de verhindering van raadslid Jenne Van Cortenberg (CD&V) wegens ouderschapsverlof voor de geboorte van een kind. De verhindering eindigt op 3 mei 2019.

         Eedaflegging op 18 februari 2019 van Guido Yserbijt als vervanger van gemeenteraadslid Jenne Van Cortenberg gedurende de periode van haar verhindering.

 

Juridische gronden

         Artikel 70 van het decreet lokaal bestuur
De verhindering, het ontslag en het verval van het mandaat van gemeenteraadslid houden van rechtswege de verhindering, het ontslag en het verval van het mandaat van lid van de raad voor maatschappelijk welzijn in.

         Artikelen 14 en 71 van het decreet lokaal bestuur
Het gemeenteraadslid dat als verhinderd wordt beschouwd, wordt vervangen door haar opvolger, die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 169 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op de raad voor maatschappelijk welzijn en zijn leden.

 

Besluit

 

Artikel 1:

De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de verhindering van raadslid Jenne Van Cortenberg (CD&V) wegens ouderschapsverlof voor de geboorte van een kind, van 6 februari 2019 tot en met 3 mei 2019.

 

Artikel 2:

De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de vervanging van raadslid Jenne Van Cortenberg door Guido Yserbijt gedurende de periode van haar verhindering.

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 18 februari 2019

 

ENERGIEHUIS. GOEDKEURING VAN DE SAMENWERKINGSOVEREENKOMST TUSSEN IGO DIV, GEMEENTE EN OCMW BERTEM OVER HET ENERGIEHUIS.

 

Voorgeschiedenis

  • Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 1 juni 2010 over de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst tussen IGO, gemeente en OCMW Bertem over het Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost (FRGE).
  • Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 4 oktober 2011 over de goedkeuring van avenant 1 aan de samenwerkingsovereenkomst tussen IGO Leuven, het OCMW en de gemeente over het Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost (FRGE).
  • E-mail van IGO van 30 januari 2019 over de herbevestiging van IGO div als Energiehuis in de gemeente Bertem.

 

Feiten en context

  • OCMW Bertem doet momenteel een beroep op de diensten van het Energiehuis van IGO div in verband met het verstrekken van de Vlaamse energieleningen. Sinds 1 januari 2019 is de 2% lening voor particulieren weggevallen, de 0% lening voor de doelgroep blijft overeind. De Vlaamse regering heeft op 14 december 2018 beslist om het Energiehuis ook andere opdrachten toe te bedelen. Samengevat zullen volgende taken in de toekomst uitgevoerd worden door het Energiehuis:

o        inrichten van een energieloket

o        gestructureerde basisinformatie aanbieden over relevante energiebeleidsmaatregelen, premies, leningen en energetische renovatie

o        particulieren begeleiden en ondersteunen bij aanvragen van premies en leningen, leveranciersvergelijkingen, offertevergelijkingen energetische renovatiewerken, interpretatie van thermografische informatie, de zonnekaart, de resultaten na een energiescan en het energieprestatiecertificaat, ook wel renovatiebegeleiding genoemd.

o        uitvoerende diensten coördineren en, in voorkomend geval, correct doorverwijzen.

  • Aangezien een Energiehuis enkel àlle toebedeelde taken kan opnemen (energieleningen én nieuwe basistaken) en IGO div reeds opdrachthouder is voor de energieleningen, zal IGO div zich kandidaat stellen bij het Vlaams Energieagentschap (VEA) om deze verbrede invulling van het Energiehuis voor de gemeenten van het arrondissement Leuven op zich te nemen. Voor de concrete uitvoering van de verschillende taken zal IGO div samenwerken met lokale partners.

 

Juridische gronden

  • Artikel 8.2.2. van het Energiedecreet
    De Vlaamse regering kan leningen verstrekken ter ondersteuning van investeringen in het kader van de bevordering van het rationeel energieverbruik, door o.a. via energiehuizen leningen aan eindafnemers te verstrekken voor de financiering van investeringen in privéwoningen die dienen als hoofdverblijfplaats.
    De Vlaamse regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de energiehuizen dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke energiehuis wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de energiehuizen.
  • Artikel 8.3.1/1. van het Energiedecreet
    De Vlaamse regering kan leningen verstrekken ter ondersteuning van investeringen in het kader van de bevordering van het rationeel energieverbruik, door o.a. via energiehuizen leningen aan coöperatieve vennootschappen te verstrekken voor de financiering van investeringen in gebouwen.
    De Vlaamse regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de energiehuizen dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke energiehuis wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de energiehuizen.
  • Artikel 8.3.3. van het Energiedecreet
    De Vlaamse regering kan een steunprogramma opstellen met tegemoetkomingen ten voordele van ondernemingen voor acties voor het stimuleren van rationeel energiegebruik en -beheer of hernieuwbare energietechnologieën.
  • Artikel 8.4.1. van het Energiedecreet
    De Vlaamse regering kan een steunprogramma opstellen met tegemoetkomingen ten voordele van niet-commerciële instellingen, publiekrechtelijke rechtspersonen, de netbeheerders en de beheerders van het transmissienet en het vervoersnet voor o.a. rationeel energiebeheer en het stimuleren van energiezuinige producten, technieken en systemen.
  • Artikel 8.4.2. van het Energiedecreet
    De Vlaamse regering kan leningen verstrekken ter ondersteuning van investeringen in het kader van de bevordering van het rationeel energieverbruik, door o.a. via energiehuizen leningen aan niet-commerciële instellingen te verstrekken voor de financiering van investeringen in gebouwen.
    De Vlaamse regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de energiehuizen dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke energiehuis wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de energiehuizen.
  • Artikel 9.1.1. van het Energiedecreet
    De Vlaamse regering kan aan de energiehuizen de volgende taken opdragen:
    1° het als kredietbemiddelaar of kredietgever verstrekken van de leningen, vermeld in de artikelen 8.2.2, 8.3.1/1 en 8.4.2;
    2° het verlenen van advies over en het voeren van sensibiliserings- en communicatieacties over rationeel energiegebruik, rationeel energiebeheer of hernieuwbare energietechnologieën;
    3° het bevorderen van het gebruik van energiezuinige producten, technieken, systemen of hernieuwbare energietechnologieën, inclusief de begeleiding bij de uitvoering van werken en diensten bij huishoudelijke afnemers daaromtrent;
    4° het verlenen van informatie aan huishoudelijke afnemers over de werking van de energiemarkt;
    5° het optreden als uniek loket voor door de Vlaamse regering door of krachtens het Energiedecreet vastgestelde taken en opdrachten.
  • Artikel 9.1.2. van het Energiedecreet
    Dit artikel bepaalt de voorwaarden waaraan de energiehuizen moeten voldoen om in het kader van de taken, vermeld in artikel 9.1.1, door het Vlaamse Gewest te worden aanvaard.
  • Artikel 9.1.3. van het Energiedecreet
    De Vlaamse regering kan de medewerking van de gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn opleggen voor taken die door of krachtens het Energiedecreet aan de energiehuizen zijn opgedragen. De Vlaamse regering bepaalt de vorm waarin die medewerking bestaat.
  • Hoofdstuk IX van het Energiebesluit van 19 november 2010
    Dit hoofdstuk bepaalt de voorwaarden voor en de taken van de energiehuizen en de vergoedingen die daarvoor toegekend worden door de Vlaamse overheid.
  • Besluit 2012/21/EU van de Europese Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen
    Dit besluit van de Europese Commissie is van toepassing op de vergoedingen die in dit raadsbesluit vervat zijn.
  • Artikel 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 november 2018 over het lokaal woonbeleid
    De gemeenten hebben de regierol voor het woonbeleid op hun grondgebied. Dat betekent dat ze binnen de grenzen van het subsidiariteitsbeginsel zorgen voor de uitwerking, sturing, afstemming en uitvoering van het lokale woonbeleid.
  • Artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 november 2018 over het lokaal woonbeleid
    Voor de lokale beleidscyclus 2020 -2025 worden de volgende Vlaamse beleidsprioriteiten voor het woonbeleid vastgesteld:
    1°de gemeente zorgt voor een divers en betaalbaar woonaanbod afhankelijk van de woonnoden;
    2°de gemeente werkt aan de kwaliteit van het woningpatrimonium en de woonomgeving;
    3°de gemeente informeert, adviseert en begeleidt inwoners met vragen over wonen.
  • Artikel 8 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 november 2018 over het lokaal woonbeleid
    In het kader van de Vlaamse beleidsprioriteit ‘De gemeente informeert, adviseert en begeleidt inwoners met vragen over wonen’ moet de gemeente o.a. een partnerschap aangaan met het energiehuis dat actief is in de gemeente.

 

Argumentatie

Een Energiehuis moet rechtspersoonlijkheid en een erkenning als kredietverstrekker en daartoe specifiek opgeleide en gecertifieerde medewerkers hebben. IGO div beschikt over de nodige erkenningen en treedt op als Energiehuis voor alle gemeenten uit het arrondissement Leuven.

De uitvoering van de overeenkomst gaat in op 1 januari 2019 voor maximum 10 jaar. Ze is jaarlijks opzegbaar mits inachtneming van een opzegtermijn van 6 maanden voor het einde van elk werkingsjaar. De samenwerkingsovereenkomst tussen IGO div, de gemeente en het OCMW vervalt bij het vervallen van de samenwerkingsovereenkomst inzake het Energiehuis tussen IGO div en het Vlaams Energie Agentschap (VEA).

Vlaanderen kan aan de inwoners van de bij het Energiehuis aangesloten gemeenten goedkope leningen aanbieden voor energiebesparende maatregelen in hun woning, voor zover ze behoren tot de in het besluit omschreven doelgroep.

Het Energiehuis kan bijkomende subsidies aanvragen binnen het kader van vernieuwende en experimentele activiteiten zoals vermeld in het Energiebesluit.

Inwoners willen graag hun woning energiezuiniger maken, maar ze beschikken niet allemaal over de nodige middelen om de nodige werken te laten uitvoeren.

Het OCMW voldoet via de samenwerkingsovereenkomst met het Energiehuis ook aan de vraag van de verschillende overheden om energiebesparende maatregelen te stimuleren.

Het Energiehuis staat, naast het verstrekken van een Vlaamse energielening, in voor de uitvoering van de in het Energiebesluit vastgelegde basistaken voor de Energiehuizen.

Het Energiehuis van IGO div kan lokale partnerschappen aangaan m.b.t. de gedeeltelijke uitvoering van basistaken zoals vermeld in het Energiebesluit.

Het Energiehuis van IGO div ontvangt enerzijds vergoedingen voor het verstrekken en beheren van energieleningen en anderzijds vergoedingen voor de uitvoering van de basistaken.

De Vlaamse regering verwacht dat het Energiehuis de streefwaarden en mijlpalen voor de prestaties die verbonden zijn aan de basistaken weergeeft in een meerjarig perspectief en deze opneemt in een addendum bij de bestaande of nieuwe samenwerkingsovereenkomst met het Vlaams Energie Agentschap.

 

 

Bijlagen

  • Samenwerkingsovereenkomst met IGO div inzake het Energiehuis, een dienst van algemeen economisch belang (DAEB)

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

De bestaande samenwerkingsovereenkomst tussen IGO div, de gemeente en het OCMW betreffende de Vlaamse energielening en het Energiehuis, wordt herbevestigd via de ondertekening van een nieuwe overeenkomst waarin IGO div het lokale Energiehuis is en naast het verstrekken van de Vlaamse energielening voor de doelgroep ook instaat voor de uitvoering van de nieuwe basistaken voor de Energiehuizen zoals bepaald in het Energiebesluit van 19 november 2010. In overleg met en na goedkeuring van de deelnemende gemeenten kan het Energiehuis bijkomende subsidies aanvragen bij het Vlaams Energieagentschap voor vernieuwende en experimentele activiteiten.

 

Artikel 2:

IGO div mag voor de uitvoering van de basistaken een beroep doen op lokale partners en legt de afspraken daaromtrent vast in een samenwerkingsovereenkomst met die betreffende partners.

 

Artikel 3:

§1. Het OCMW gaat ermee akkoord dat het Energiehuis van IGO div de van het VEA of via andere kanalen verkregen middelen gebruikt om te voldoen aan de minimale uitvoering van de basistaken van het Energiehuis.

§2. Het OCMW stemt ermee in dat het lokaal actieve intergemeentelijk woonproject nauw samenwerkt met het Energiehuis met het oog op het organiseren van een uniek loket waar klanten terechtkunnen voor zowel hun woon- als energievragen.

§3. Aangezien de middelen voor de basistaken van het Energiehuis aan verandering onderhevig zijn (vanaf 2020 geen subsidies meer via kanaal wonen, dalende coördinatiekost IGO div doorheen de tijd…) zal de financiële impact van de samenwerkingsovereenkomst met het OCMW jaarlijks voor de start van het nieuwe kalenderjaar herbekeken worden.

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 18 februari 2019

 

INTERGEMEENTELIJKE SAMENWERKING. AANDUIDING AFGEVAARDIGDEN BELEIDS- EN KREDIETCOMITÉ ENERGIEHUIS.

 

Voorgeschiedenis

  • Brief van IGO van 30 januari 2019 over de herbevestiging samenwerking Energiehuis
  • Raadsbesluit van 19 februari 2019 over de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst tussen IGO, gemeente en OCMW Bertem over het Energiehuis

 

Feiten en context

  • Voor een goede operationalisering van de werking van het Energiehuis werd een beleidsgroep opgericht. Deze beleidsgroep adviseert met betrekking tot het te volgen beleid, evalueert de werking en bepaalt onder meer de criteria voor de behandeling van de kredietaanvragen en de wijze waarop de basistaken worden uitgevoerd. Aan de gemeente en het OCMW wordt gevraagd om een effectief en plaatsvervangend lid voor deze beleidsgroep aan te duiden.
  • Voor een goede behandeling van de kredietaanvragen is een kredietcommissie opgericht, die de behandeling van de kredietaanvragen conform de criteria opgesteld door de beleidsgroep bewaakt en dient toe te zien op het goed beheer van de kredieten. De kredietcommissie bestaat uit de afgevaardigden van de gemeente en van het OCMW in de beleidsgroep.

 

Juridische gronden

  • Artikel 34 en 74 van het decreet lokaal bestuur
    Er wordt geheim gestemd over de aanwijzing van de leden van de bestuursorganen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en van de vertegenwoordigers van het OCMW in overlegorganen en in de organen van andere rechtspersonen en feitelijke verenigingen.
  • Artikel 41 van het decreet lokaal bestuur
    De aan de raad voor maatschappelijk welzijn toegewezen bevoegdheden inzake de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden kunnen niet aan het vast bureau worden toevertrouwd.

 

Besluit

 

Voordracht Yvette Laes

Na geheime stemming:

21 stemmen voor

 

Voordracht Jan De Keyzer

Na geheime stemming:

21 stemmen voor

 

Artikel 1:

Yvette Laes, raadslid, wordt namens OCMW Bertem afgevaardigd als effectief lid in het beleidscomité en het kredietcomité van het Energiehuis.

 

Artikel 2:

Jan De Keyzer, raadslid, wordt namens OCMW Bertem afgevaardigd als plaatsvervangend lid in het beleidscomité en het kredietcomité van het Energiehuis.

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 18 februari 2019

 

INTERGEMEENTELIJKE SAMENWERKING. AANDUIDING VERTEGENWOORDIGER ELK ZIJN HUIS CVBA.

 

Voorgeschiedenis

  • Brief van 16 oktober 2018 over de samenstelling van de raad van bestuur van Elk zijn Huis 2019
  • E-mail van 28 januari 2019 van Roel Moens, directeur Elk zijn Huis, over de afvaardiging in de algemene vergadering en de raad van bestuur van Elk zijn Huis cvba.

 

Feiten en context

  • Elk zijn Huis is een sociale huisvestingsmaatschappij, erkend door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen.
  • De eerstvolgende statutaire algemene vergadering van Elk zijn Huis cvba vindt plaats op 15 mei 2019.

 

Juridische gronden

  • Artikel 12 van de statuten van de c.v. Elk zijn Huis, laatst aangepast op 20 mei 2015
    De algemene vergadering bestaat uit al de vennoten. Elke vennoot mag in de algemene vergadering slechts vertegenwoordigd worden door één natuurlijke persoon.
  • Artikel 34 en 74 van het decreet lokaal bestuur
    Er wordt geheim gestemd over de aanwijzing van de leden van de bestuursorganen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en van de vertegenwoordigers van het OCMW in overlegorganen en in de organen van andere rechtspersonen en feitelijke verenigingen.

 

Argumentatie

Het OCMW is vennoot van Elk zijn Huis cvba en moet één vertegenwoordiger afvaardigen in de algemene vergadering. Hij/Zij wordt aangeduid voor de periode van de nieuwe legislatuur.

 

Besluit

Na geheime stemming:

21 stemmen voor

 

Artikel 1:

Greet Goossens, schepen, wordt voor de duur van de legislatuur aangeduid als afgevaardigde voor OCMW Bertem in de algemene vergadering van Elk zijn Huis cvba.

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 18 februari 2019

 

MONDELINGE VRAGEN.

 

Juridische gronden

         Artikel 31 en 74 van het decreet lokaal bestuur
De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn hebben het recht aan de voorzitter vast bureau en aan de leden van het vast bureau mondelinge en schriftelijke vragen te stellen.
Voor het stellen van een vraag als vermeld in het eerste lid, is geen toegelicht voorstel van beslissing vereist.

         Artikel 12 van het huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn
Op het einde van de agenda van de openbare vergadering kunnen de raadsleden mondelinge vragen stellen over beleidsaangelegenheden van het OCMW die niet op de agenda van de OCMW-raad staan. Om het vast bureau in staat te stellen om het antwoord op een mondelinge vraag voor te bereiden, bezorgen de raadsleden uiterlijk vijf kalenderdagen vóór de zitting de omschrijving van hun mondelinge vraag aan de algemeen directeur, die deze onmiddellijk bezorgt aan het vast bureau en aan de voorzitter van de raad. Op mondelinge vragen voor een zitting die later dan de vermelde termijn worden ingediend bij de algemeen directeur, wordt ten laatste tijdens de daaropvolgende zitting geantwoord.

         Artikel 33, §1 van het huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn
Een samenvatting van de mondelinge vragen en de antwoorden daarop worden opgenomen in de notulen. Loutere meldingen die geen vraagstelling over beleidsaangelegenheden bevatten, worden niet in de notulen opgenomen.

 

Besluit

 

Mondelinge vragen

 

         Raadslid Roland Gustin vraagt of er al een uitspraak is in de zaak van het huis in de Bosstraat die al 4-5 jaar wordt gestut. Die mensen zijn geholpen door het OCMW.

         Joël Vander Elst, voorzitter van het vast bureau, verduidelijkt dat die mensen geen woning van het OCMW hebben gekregen, maar dat de gemeente hen een woning ter beschikking heeft gesteld voor een bepaalde tijd en in afwachting van een overeenkomst met Elk Zijn Huis. Er zou een uitspraak zijn; het is een lange discussie tussen verschillende verzekeringsmaatschappijen geweest. De juiste toedracht van de zaak kan hij niet geven, het OCMW is geen betrokken partij, maar men heeft ons wel laten weten dat er een uitspraak is, deze wordt verder bekeken. Er moet even worden afgewacht wat er gebeurt met deze woning want op een bepaald moment heeft een stabiliteitsingenieur ons gevraagd om die woning te stutten. Die staat daar nu toch al een lange tijd op straat. De voorzitter hoopt dat er snel duidelijkheid komt over wat de eigenaar met die woning van plan is, maar op dit moment kan hij daar geen antwoord op geven.