NOTULEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

Gemeente Bertem

 

Zitting van 31 maart 2026

Van 20 uur tot 20.30 uur

 

Aanwezig:

Burgemeester:  Joël Vander Elst

Schepenen:  Tom Philips, Mathias Haesaerts, Iris De Smet

Raadsleden:  Yvette Laes, Ludo Croonenberghs, Jan De Keyzer, Wouter Fock, Diane Vander Elst, Jimmy Geyns, Hans Neckebrouck, Jurgen Gyns, Merel Van Neck, Elsie Vander Hulst, Joke Himpens, Jana Vanden Plas, Karolien Schoenaerts

Waarnemend voorzitter:  Marc Morris

Algemeen directeur:  Bart Devisch

 

Verontschuldigd:

Schepen:  Joery Verhoeven

Raadslid:  Jozef Van Cortenberg

Voorzitter:  Albert Mees

 

 


Overzicht punten

Zitting van 31 maart 2026

 

ZITTINGEN GEMEENTERAAD. GOEDKEURING NOTULEN VORIGE ZITTING.

 

Juridische gronden

  • Artikel 32 van het decreet lokaal bestuur
    De gemeenteraad keurt, mits eventuele aanpassingen, de notulen en het zittingsverslag van de vorige raadszitting goed.
  • Artikel 33, §2 van het huishoudelijk reglement
    De gemeenteraad beslist om het zittingsverslag, zoals vermeld in artikel 278 van het decreet lokaal bestuur, te vervangen door een audio-opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
  • Artikel 34, §3 van het huishoudelijk reglement
    Elk gemeenteraadslid heeft het recht tijdens de vergadering van de gemeenteraad opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige raadsvergadering. Als die opmerkingen door de gemeenteraad worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast. Als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen van de vorige raadsvergadering, worden de notulen als goedgekeurd beschouwd en worden ze ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.

 

 

Bijlagen

        Notulen van de zitting van 24 februari 2026.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

De raad keurt de notulen van de zitting van 24 februari 2026 goed.

 

 

 

Publicatiedatum: 08/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 31 maart 2026

 

KERKFABRIEKEN. ADVIES OVER DE JAARREKENINGEN VAN HET DIENSTJAAR 2025.

 

Voorgeschiedenis

De raden van de diverse kerkbesturen keurden de jaarrekeningen 2025 goed:

        de raad van Sint-Lambertus Leefdaal in zitting van 22 januari 2026,

        de raad van Sint-Bartholomeus Korbeek-Dijle in zitting van 26 januari 2026,

        de raad van Sint-Pieters-Banden Bertem in zitting van 18 februari 2026.

 

Het centraal kerkbestuur zorgde voor de coördinatie van deze jaarrekeningen en keurde deze goed in zitting van 24 februari 2026.

 

Juridische gronden

        Decreet betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, meer bepaald artikel 55.
§1. De rekeningen worden jaarlijks voor 1 mei samen bij de gemeenteoverheid en tegelijkertijd bij de provinciegouverneur ingediend door het centraal kerkbestuur waaronder de kerkfabrieken ressorteren. (...)
§2. De rekeningen zijn onderworpen aan het advies van de gemeenteraad en aan de goedkeuring van de provinciegouverneur. Bij ontstentenis van het versturen van zijn advies naar de provinciegouverneur binnen een termijn van vijftig dagen, die ingaat op de dag na het inkomen van de rekeningen bij de gemeenteoverheid, wordt de gemeenteraad geacht een gunstig advies te hebben uitgebracht.

 

Argumentatie

De jaarrekeningen 2025 van de drie kerkbesturen zijn opgesteld overeenkomstig de wettelijke bepalingen en bevatten alle vereiste verantwoordingsstukken.

 

 

Bijlagen

        Coördinatie jaarrekeningen 2025 van het centraal kerkbestuur Bertem.

        Jaarrekeningen 2025 van de 3 kerkbesturen.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

De gemeenteraad neemt kennis van de jaarrekeningen 2025 van de kerkbesturen Sint-Pieters-Banden Bertem, Sint-Lambertus Leefdaal en Sint-Bartholomeus Korbeek-Dijle, zoals gecoördineerd bezorgd door het centraal kerkbestuur.

 

Artikel 2:

De gemeenteraad verleent een gunstig advies over de jaarrekeningen 2025 van de kerkbesturen Sint-Pieters-Banden Bertem, Sint-Lambertus Leefdaal en Sint-Bartholomeus Korbeek-Dijle.

 

 

 

Publicatiedatum: 08/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 31 maart 2026

 

FINANCIËN. GOEDKEURING FINANCIEEL AFSPRAKENKADER.

 

Voorgeschiedenis

        Besluit van de gemeenteraad van 2 april 2013 houdende bepaling van de verrichtingen die worden uitgesloten van visumverplichting.

        Besluit van de gemeentesecretaris van 15 december 2016 houdende goedkeuring van de aankoopprocessen.

        Besluit van de gemeenteraad van 28 april 2020 houdende vaststelling van het begrip dagelijks bestuur.

 

Feiten en context

        De voormelde besluiten zijn enigszins verouderd en aan vernieuwing toe. Zo zijn bijvoorbeeld bepaalde drempelbedragen al lange tijd niet meer geactualiseerd. Een verhoging van deze bedragen laat ook toe om ze beter te aligneren met de gewijzigde wetgeving.

        Bovendien is het aangewezen om bepaalde wetgeving en goede praktijken te verankeren in onze besluitvorming, zodat ze zowel voor de mandatarissen als voor de administratie een duidelijk en coherent kader kunnen bieden in de ondersteuning van hun werkzaamheden.

 

Juridische gronden

        Wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten.

        Koninklijk Besluit van 18 april 2017 houdende plaatsing van overheidsopdrachten in de klassieke sectoren.

        Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.

        Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.

 

Adviezen

        Gunstig advies van het managementteam (zitting van 25 februari 2026)

 

Argumentatie

Het voorliggend afsprakenkader heeft de bedoeling de belangrijkste procedures en regels m.b.t. het financieel beheer in kaart te brengen en zo een leidraad te vormen voor de nadere uitwerking van processen. Aangezien de werking van ons lokaal bestuur zich uitstrekt over 3 entiteiten (gemeente, OCMW en AGB Beleko) is het aangewezen om dezelfde afspraken en principes te laten gelden voor de 3 entiteiten. Dit kan de duidelijkheid en de eenvormigheid alleen maar ten goede komen en zal het kader ook makkelijker hanteerbaar maken voor mandatarissen en administratie.

 

Het kader is opgebouwd rond 4 grote onderdelen: een eerste luik m.b.t. het meerjarenplan en de bijsturing/opvolging ervan, een tweede deel m.b.t. de uitgavencyclus (aangaan van verbintenissen), een onderdeel m.b.t. betalingsafspraken binnen de uitgavencyclus en tot slot een laatste deel dat de basisprincipes m.b.t. de ontvangstencyclus vastlegt.

 

 

Bijlagen

        Financieel afsprakenkader

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het financieel afsprakenkader in bijlage van dit besluit goed.

 

Artikel 2:

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 2026 en vervangt vanaf dezelfde datum alle voorgaande besluitvorming van bevoegde gemeentelijke organen m.b.t. de organisatie van het financieel beheer van de gemeente.

 

 

 

Publicatiedatum: 08/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 31 maart 2026

 

BELASTINGEN. GOEDKEURING BELASTINGREGLEMENT OP AANPLAKBORDEN BESTEMD VOOR HET DRAGEN VAN RECLAME.

 

Voorgeschiedenis

        De gemeenteraad keurde op 21 december 2021 een belasting op aanplakborden voor het dragen van reclame goed.

 

Feiten en context

        Op het grondgebied van de gemeente worden op verschillende plaatsen langs de openbare weg aanplakborden voor het dragen van reclame aangebracht.

 

Juridische gronden

        Artikel 170, §4 van de grondwet
Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

        Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur van 17 december 2017
De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen, vast.

        Artikel 41, 2e lid, 14° van het decreet lokaal bestuur van 17 december 2017
De bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, is niet delegeerbaar naar het college van burgemeester en schepenen.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

        Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

        Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een evenwichtige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

Met ingang op 1 april 2026 wordt een gemeentebelasting op aanplakborden bestemd voor het dragen van reclame gevestigd.

 

Artikel 2:

Onder aanplakborden wordt verstaan: elke constructie in onverschillig welk materiaal, geplaatst langs de openbare weg of op een plaats in de open lucht die zichtbaar is vanaf de openbare weg, waarop reclame wordt aangebracht door aanplakking, vasthechting, schildering of door elk ander middel, met inbegrip van muren of gedeelten van muren en omheiningen die gehuurd of gebruikt worden om er reclame op aan te brengen.

 

Worden niet beschouwd als aanplakborden voor reclame:

        de borden, vastgehecht aan de handelshuizen en bestemd voor het bevorderen van de verkoop van hun producten

        de borden geplaatst door openbare besturen of openbare diensten

        de borden die enkel en alleen gebruikt worden voor notariële aankondigingen

        de borden die enkel en alleen gebruikt worden naar aanleiding van de bij wet bepaalde verkiezingen

        de borden geplaatst op sportterreinen en gericht naar de plaats van de sportbeoefening

        de borden en zuilen uitsluitend gebruikt door groeperingen van culturele of sportieve aard.

 

Artikel 3:

De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de aanplakborden. Indien de eigenaar onbekend is, is de belasting verschuldigd door de natuurlijke of rechtpersoon die al dan niet over het recht beschikt om gebruik te maken van het aanplakbord voor het aanbrengen van zijn/haar reclameaffiches.

 

Artikel 4:

De belasting op vaste aanplakborden wordt vastgesteld op 25 euro per vierkante meter nuttige oppervlakte.

De belasting op verplaatsbare aanplakborden wordt vastgesteld op 5 euro per vierkante meter nuttige oppervlakte per maand.

Elk gedeelte van een vierkante meter wordt beschouwd als een volledige vierkante meter.

 

Artikel 5:

De belasting op vaste aanplakborden is verschuldigd voor het hele jaar volgens de toestand op 1 januari van het belastingjaar.

De belasting op verplaatsbare aanplakborden zal verrekend worden per maand, waarbij elke nieuw begonnen maand beschouwd wordt als een volledige maand.

 

Artikel 6:

De belastingplichtigen moeten uiterlijk op 15 januari van het jaar volgend op het belastingjaar aangifte doen bij het gemeentebestuur door middel van het aangifteformulier waarvan het model door het college van burgemeester en schepenen werd vastgesteld.

 

Artikel 7:

De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat wordt opgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 8:

Het reglement van 21 december 2021 over de belasting op aanplakborden wordt opgeheven vanaf 1 april 2026.

 

Artikel 9:

Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026 en blijft van kracht tot 31 december 2031.

 

 

 

Publicatiedatum: 08/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 31 maart 2026

 

RETRIBUTIES. GOEDKEURING RETRIBUTIEREGLEMENT VOOR HET PLAATSEN EN ONDERHOUDEN VAN BEWEGWIJZERING VOOR DERDEN.

 

Voorgeschiedenis

        Raadsbesluit van 2 april 2013 over de goedkeuring van het retributiereglement over het plaatsen en onderhouden van bewegwijzering voor derden.

        Gemeenteraadsbesluit van 17 december 2019: Retributies. Goedkeuring retributiereglement voor het plaatsen en onderhouden van bewegwijzering voor derden.

 

Juridische gronden

        Artikel 170, §4 van de grondwet
Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

        Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur van 17 december 2017
De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen, vast.

        Artikel 41, 2e lid, 14° van het decreet lokaal bestuur van 17 december 2017
De bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, is niet delegeerbaar naar het college van burgemeester en schepenen.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

        Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

        Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

 

Argumentatie

Derden dienen voor het plaatsen en onderhouden van wegwijzers aan plaatsen van algemeen belang of toeristische aard een vergunning aan te vragen bij het college van burgemeester en schepenen.

De gemeentelijke technische dienst dient de plaatsing en het onderhoud van bewegwijzering voor deze derden uit te voeren.

Alle kosten voor levering, plaatsen en onderhoud van de borden, palen, sokkels, bevestigingsmiddelen, alsook aanpassingen van bestaande wegwijzers zijn volledig te dragen door de vergunninghouder.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

Vanaf 1 april 2026 wordt een retributie voor het plaatsen van en onderhouden van bewegwijzering voor derden gevestigd.

 

Artikel 2:

Het plaatsen van bewegwijzering op vraag van derden aan plaatsen en instellingen van algemeen belang of van toeristische aard is onderworpen aan een voorafgaandelijke toelating van de gemeente en de wegbeheerder.

De plaatsing en/of verwijdering van en eventuele aanpassingen aan de signalisatie van de buurtwegen en gemeentewegen wordt door de gemeentelijke technische dienst uitgevoerd.

 

Artikel 3:

De retributie is verschuldigd door de vergunninghouder.

 

Artikel 4:

De retributie wordt vastgesteld als volgt:

        plaatsen van wegwijzer (inclusief alle benodigdheden): 200 euro

        instandhouden (inclusief vervanging bij beschadiging of slijtage) van wegwijzer: 20 euro/jaar

 

Artikel 5:

De aanvragen moeten schriftelijk gebeuren en moeten gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 6:

De retributie moet betaald worden op het eerste verzoek van de financieel directeur.

 

Artikel 7:

Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026 en blijft van kracht tot 31 december 2031.

 

Artikel 8:

Het retributiereglement van 17 december 2019 over het plaatsen en onderhouden van bewegwijzering voor derden wordt opgeheven vanaf 1 april 2026.

 

 

 

Publicatiedatum: 08/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 31 maart 2026

 

RETRIBUTIES. RETRIBUTIE AFGIFTE VAN ADMINISTRATIEVE STUKKEN.

 

Voorgeschiedenis

        Raadsbesluit van 17 december 2019 betreffende de aanpassing van het retributiereglement op het afleveren van administratieve stukken en prestaties.

        Raadsbesluit van 20 december 2022: Retributies. Goedkeuring retributiereglement op de afgifte van administratieve stukken.

 

Feiten en context

        Bij raadsbesluit van 20 december 2022 werd omwille van de hoge inflatie, en de daarmee gepaard gaande verhoging van de loonkosten een tariefverhoging op het afleveren van administratieve stukken en prestaties doorgevoerd.

        Het is redelijk en aangewezen om voor een aantal administratieve documenten die je bij de gemeente aanvraagt, een retributie aan te rekenen.

 

Juridische gronden

        Artikel 170, §4 van de grondwet
Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

        Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur van 17 december 2017
De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen, vast.

        Artikel 41, 2e lid, 14° van het decreet lokaal bestuur van 17 december 2017
De bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, is niet delegeerbaar naar het college van burgemeester en schepenen.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

        Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

        Brief van de FOD Binnenlandse Zaken van 1 oktober 2024 aangaande het rijksregister - eID: tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten en -documenten.

        Ministerieel besluit van 5 juli 2022 tot wijziging van het ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten voor Belgen, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar, de elektronische kaarten en elektronische verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen, en de biometrische kaarten en biometrische verblijfstitels, afgeleverd aan vreemde onderdanen van derde landen

        Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

 

Argumentatie

Bij de voorgestelde tarieven is rekening gehouden met de vereiste personeelsinzet die nodig is voor het afleveren van de gevraagde stukken of prestaties. Zo is bijvoorbeeld de loonkost voor een personeelslid hoger voor een huwelijk op zaterdag dan voor een huwelijk op een weekdag. Er is daarbij getracht om voor administratieve stukken die verplicht zijn opgelegd, zoals de identiteitskaarten, de tarieven billijk te houden.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

Een retributie is verschuldigd voor:

        het afleveren van administratieve stukken

        legalisatie

        wettiging van handtekening

        huwelijksvoltrekkingen

 

Artikel 2:

Voor de aflevering van volgende stukken is geen retributie verschuldigd:

        stukken onderworpen aan de betaling van een speciaal recht ten voordele van de gemeente krachtens een wet, een decreet of een reglement

        stukken die kosteloos moeten afgeleverd worden krachtens een wet, een decreet of een reglement

        stukken afgeleverd aan behoeftige personen. De behoeftigheid wordt door elk overtuigend bewijsstuk gestaafd.

Er is geen retributie verschuldigd voor:

        het verrichten van stamboomonderzoek door de aanvrager zelf

        attesten uit het bevolkingsregister

 

Artikel 3:

De retributie is vastgesteld als volgt:

        2 euro per legalisatie of eensluidend verklaard afschrift

        5 euro voor een duplicaat van de bijlage 12 of bijlage 6 - verlies van een identiteitskaart/kids-ID

        5 euro voor de aanvraag van herdruk van de pukcode van de identiteitskaart/Kids-ID

        10 euro per document voor stamboomonderzoek als het gemeentepersoneel de opzoekingen doet

        55 euro voor een huwelijk op een weekdag

        166 euro voor een huwelijk op een brugdag of in het weekend

 

Artikel 4: Rijbewijzen, voorlopige rijbewijzen en internationale rijbewijzen

De retributie is het bedrag dat wordt aangerekend door de FOD Mobiliteit aan de gemeente, verhoogd met:

        10 euro voor het afleveren van een rijbewijs in bankkaartmodel

        10 euro voor een voorlopig rijbewijs in bankkaartmodel

        10 euro voor een internationaal rijbewijs

 

Artikel 5: Paspoort

De retributie is gelijk aan het bedrag dat wordt aangerekend door de FOD Buitenlandse Zaken aan de gemeente, verhoogd met:

        15 euro voor een paspoort

        35 euro voor een paspoort in dringende en zeer dringende procedure

 

Artikel 6: Identiteits- en vreemdelingenkaarten

De retributie is gelijk aan het bedrag dat wordt aangerekend door de FOD Binnenlandse Zaken aan de gemeente, verhoogd met:

        5,30 euro voor de eerste aanvraag en de hernieuwing van de identiteits- of verblijfskaart

        10,60 euro voor een eerste duplicaat van een identiteits- of verblijfskaart

        16,60 euro voor een volgende duplicaat van een identiteits- of verblijfskaart

 

Artikel 7: Kids-ID en verblijfskaarten voor niet-Belgen < 12 jaar

De retributie is gelijk aan het bedrag dat wordt aangerekend door de FOD Binnenlandse Zaken aan de gemeente, verhoogd met:

        10,60 euro voor een eerste duplicaat van een kids-ID

        16,60 euro voor een volgend duplicaat van een kids-ID

 

Artikel 8: Attest van Immatriculatie voor niet-Belgen

De retributie bedraagt 6,60 euro per attest.

 

Artikel 9: Indexering

Vanaf aanslagjaar 2027 worden de bedragen jaarlijks op 1 januari geïndexeerd aan de hand van de consumptieprijsindex (CPI) via onderstaande formule.:

 

                                          Oorspronkelijk bedrag retributie x index november lopende jaar

Bedrag retributie (jaar +1) = -------------------------------------------------------------

                                                              Aanvangsindex (november 2025)

 

Geïndexeerde bedragen kleiner dan of gelijk aan 5,00 euro worden afgerond naar het hoger liggende veelvoud van 0,10 euro, geïndexeerde bedragen tussen 5,01 euro en 20,00 euro worden afgerond naar het hoger liggende veelvoud van 0,50 euro en geïndexeerde bedragen vanaf 20 euro naar het hoger liggende veelvoud van 1,00 euro.

De consumptieprijsindex is terug te vinden via de website van StatBel: https://statbel.fgov.be/nl/themas/consumptieprijsindex/consumptieprijsindex#figure

Voor deze indexering wordt de consumptieprijsindex van basisjaar 2013 = 100 toegepast.

 

Artikel 10:

De retributie is verschuldigd door de persoon die het stuk of de prestatie vraagt.

 

Artikel 11:

De retributie moet betaald worden op het ogenblik van de aanvraag.

 

Artikel 12:

Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026 en blijft van kracht tot 31 december 2031.

 

Artikel 13:

Het gemeenteraadsbesluit van 20 december 2022 'Goedkeuring retributiereglement op de afgifte van administratieve stukken' wordt opgeheven met ingang van 1 april 2026.

 

 

 

Publicatiedatum: 08/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 31 maart 2026

 

RETRIBUTIES. GOEDKEURING RETRIBUTIEREGLEMENT VOORNAAMSWIJZIGING.

 

Voorgeschiedenis

        Gemeenteraadsbesluit van 28 augustus 2018: Retributies. Goedkeuring retributiereglement voornaamswijziging.

 

Feiten en context

        De bevoegdheid om te beslissen over de verzoeken tot voornaamswijziging wordt vanaf 1 augustus 2018 overgeheveld van de minister van Justitie naar de ambtenaren van de burgerlijke stand.

        De FOD Justitie rekende voor de procedure tot voornaamswijziging 490 euro aan. Voor transgenders bedroeg dit 49 euro (10% van het initieel bedrag).

        De gemeenteraad kan een retributie vaststellen.

        De gemeente kan een retributie vragen voor de procedure tot voornaamswijziging. Voor transgenders mag echter slechts 10% gevraagd worden van het vastgelegde retributiebedrag.

        Aanvragen tot voornaamswijziging voor vreemdelingen die de Belgische nationaliteit aanvragen en niet over een voornaam beschikken (art.11 bis §3, art. 15 5e lid, art 21 §2 Wetboek Belgische Nationaliteit), dienen gratis te worden behandeld.

 

Juridische gronden

        Artikel 170, §4 van de grondwet: geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

        Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur: De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen, vast.

        Artikel 41, 2e lid, 14° van het decreet lokaal bestuur: De bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, is niet delegeerbaar naar het college van burgemeester en schepenen.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

        Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.

        Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

        Wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing waarvan sommige bepalingen, die in werking zijn getreden op 1 augustus 2018, de bevoegdheid en de procedure inzake verandering van voornamen wijzigen, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 2 juli 2018.

        Omzendbrief van 11 juli 2018 betreffende de wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing, waarbij de bevoegdheid inzake verandering van voornamen wordt overgedragen aan de ambtenaren van de burgerlijke stand en de voorwaarden en de procedure ervan worden geregeld, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 18 juli 2018.

 

Argumentatie

De gemeenten zijn vrij om het tarief te bepalen. Het voorgestelde tarief van 300 euro blijft een verlaging met 190 euro van de vroegere federale kostprijs voor een voornaamswijziging. Deze tariefverlaging stelt elke modale burger in staat om de procedure voor een voornaamswijziging te betalen. Anderzijds is een voldoende hoge retributie noodzakelijk om te voorkomen dat een voornaamswijziging te lichtzinnig of impulsief zou worden aangevraagd.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

Een retributie is verschuldigd voor de aanvraag tot voornaamswijziging.

 

Artikel 2:

De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de voornaamswijziging: de betrokkene zelf of zijn wettelijke vertegenwoordiger.

 

Artikel 3:

De retributie wordt vastgesteld op:

        300 euro voor een standaardprocedure voor een voornaamswijziging

        30 euro voor een voornaamswijziging door een transgender

 

Artikel 4:

De personen bedoeld in de artikelen 11 bis, § 3, lid 3, 15, § 1, vijfde lid, en 21, § 2, tweede lid, van het Wetboek van de Belgische Nationaliteit zijn vrijgesteld van de retributie.

 

Artikel 5:

De retributie moet contant worden betaald op het ogenblik van de aanvraag van de voornaamswijziging.

Bij onontvankelijkheid van de aanvraag tot voornaamswijziging en na uitputting van de beroepsmogelijkheden wordt de betaalde retributie terugbetaald aan de aanvrager.

 

Artikel 6:

Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026 en blijft van kracht tot 31 december 2031.

 

Artikel 7:

Het gemeenteraadsbesluit van 28 augustus 2018: Retributies. Goedkeuring retributiereglement voornaamswijziging wordt opgeheven met ingang op 1 april 2026.

 

 

 

Publicatiedatum: 08/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 31 maart 2026

 

OPHEFFING RAADSBESLUIT TUSSENKOMST IN RETRIBUTIE RIJBEWIJS VOOR PERSONEN MET EEN BEPERKING.

 

Voorgeschiedenis

        Gemeenteraadsbesluit 3 maart 2009: Tussenkomst in retributie rijbewijs voor personen met een fysieke of geestelijke beperking.

 

Feiten en context

        Op 3 maart 2009 keurde de gemeenteraad een tussenkomst in retributie rijbewijs voor personen met een fysieke of geestelijke beperking goed zonder einddatum.

        De tussenkomst is wettelijk vastgelegd in art. 61 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.

 

Juridische gronden

        Artikel 170, §4 van de grondwet
Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

        Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur van 17 december 2017
De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen, vast.

        Artikel 41, 2e lid, 14° van het decreet lokaal bestuur van 17 december 2017
De bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, is niet delegeerbaar naar het college van burgemeester en schepenen.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

        Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

        Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

        Koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.

 

Argumentatie

De tussenkomst in retributie rijbewijs voor personen met een fysieke of geestelijke beperking die goedgekeurd werd door de  Gemeenteraad op 3 maart 2009 is wettelijk vastgelegd in art. 61 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs. Het is niet nodig om hierover een gemeenteraadsbesluit te nemen.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

Het gemeenteraadsbesluit van 3 maart 2009 betreffende de tussenkomst in de retributie rijbewijs voor personen met een fysieke of geestelijke beperking wordt opgeheven met ingang op 1 april 2026.

 

 

 

Publicatiedatum: 08/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 31 maart 2026

 

BELASTINGEN. OPHEFFING BELASTINGREGLEMENT OP OPSLAGPLAATSEN SCHROOT EN OUDE VOERTUIGEN.

 

Voorgeschiedenis

        Raadsbesluit van 17 december 2019 over het belastingreglement op opslagplaatsen van schroot en oude voertuigen.

 

Feiten en context

        In de gemeente bevinden zich geen opslagplaatsen op private eigendom waarvoor de uitbaters een vergunning hebben verkregen.

 

Juridische gronden

        Artikel 170, §4 van de grondwet
Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

        Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur van 17 december 2017
De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen, vast.

        Artikel 41, 2e lid, 14° van het decreet lokaal bestuur van 17 december 2017
De bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, is niet delegeerbaar naar het college van burgemeester en schepenen.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

        Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

        Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

        Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA).

        Het politiereglement zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 24 juni 2025.

 

Gehoord de opmerkingen van raadslid W. Fock en andere raadsleden en het voorstel van de Voorzitter om het agendapunt af te voeren.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

Het agendapunt wordt afgevoerd.

 

 

 

Publicatiedatum: 08/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 31 maart 2026

 

BELASTINGEN. OPHEFFING BESLUIT BELASTING OP PERMANENTE DANCINGS.

 

Voorgeschiedenis

        Gemeenteraadsbesluit van 29 maart 2007: Belasting op permanente dancings.

 

Feiten en context

Bij gemeenteraadsbesluit van 29 maart 2007 werd vanaf het dienstjaar 2007 een belasting op de permanente dancings van 750 euro per schijf van 75 m² geheven die voor het publiek bestemd is, (dansvloer, gelagzaal met uitsluiting van werkruimten en sanitaire ruimten) per jaar en per uitbating.

Er zijn sinds jaren geen permanente dancings meer op het grondgebied van de gemeente.

 

Juridische gronden

        Artikel 170, §4 van de grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

        Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur

De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen, vast.

        Artikel 41, 2e lid, 14° van het decreet lokaal bestuur

De bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, is niet delegeerbaar naar het college van burgemeester en schepenen.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

        Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.

        Het politiereglement zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 24 juni 2025.

 

Argumentatie

Aangezien er sinds jaren geen permanente dancings meer zijn op het grondgebied van de gemeente kan het besluit waarbij een belasting gevestigd werd opgeheven worden.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

Het gemeenteraadsbesluit van 29 maart 2007: Belasting op permanente dancings wordt opgeheven met ingang op 1 april 2026.

 

 

 

Publicatiedatum: 08/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 31 maart 2026

 

BELASTINGEN. OPHEFFING BESLUIT BELASTING OP HET AMBTSHALVE VERDELGEN VAN DISTELS.

 

Voorgeschiedenis

        Gemeenteraadsbeslissing van 18 december 2001 betreffende het heffen van een belasting op het ambtshalve verdelgen van distels.

        Gemeenteraadsbesluit van 29 maart 2007: Belasting op het ambtshalve verdelgen van distels: "vanaf het dienstjaar 2007 een belasting te vestigen op de ambtshalve verdelging van de voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen zoals bepaald in de wet van 2 april 1971 en de latere wijzigingen".

 

Juridische gronden

        Artikel 170, §4 van de grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

        Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur

De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen, vast.

        Artikel 41, 2e lid, 14° van het decreet lokaal bestuur

De bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, is niet delegeerbaar naar het college van burgemeester en schepenen.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

        Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.

        Wet van 2 april 1971 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen.

        Ministerieel besluit van 23 januari 2015 houdende uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 24 oktober 2014.

 

Argumentatie

De distel wordt opnieuw erkend als een waardevolle plant in het kader van de biodiversiteit: particulieren hoeven geen enkele distel meer te bestrijden.

Het ministerieel besluit van 23 januari 2015 bepaalt dat landbouwers alleen nog de bloei, de zaadvorming en het uitzaaien van de akkerdistel moeten bestrijden, en dat alleen op graslanden.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

Het gemeenteraadsbesluit van 29 maart 2007: Belasting op het ambtshalve verdelgen van distels wordt opgeheven met ingang op 1 april 2026.

 

 

 

Publicatiedatum: 08/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 31 maart 2026

 

RETRIBUTIES. GOEDKEURING RETRIBUTIEREGLEMENT OP HET GEBRUIK VAN HET GEMEENTELIJK KOPIEERTOESTEL.

 

Voorgeschiedenis

        Raadsbesluit van 17 december 2019 over de goedkeuring retributiereglement op het gebruik van het gemeentelijk kopieertoestel.

 

Feiten en context

        Verenigingen en particulieren kunnen kopieerwerk verrichten op de gemeentelijke kopieermachines tegen betaling van een retributie.

        De retributie voor fotokopieën bedraagt:

        Voor individuele personen:

        0,10 euro/recto-kopie A4 formaat

        0,30 euro/recto-kopie A3 formaat

        Voor verenigingen:

        tot 500 exemplaren:

        0,10 euro/recto-kopie A4 formaat

        0,30 euro/recto-kopie A3 formaat

        van 501 tot 1000 exemplaren:

        0,08 euro/recto-kopie A4 formaat

        0,25 euro/recto-kopie A3 formaat

        meer dan 1000 exemplaren:

        0,06 euro/recto-kopie A4 formaat

        0,20 euro/recto-kopie A3 formaat

 

Juridische gronden

        Artikel 170, §4 van de grondwet
Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

        Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur van 17 december 2017
De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen, vast.

        Artikel 41, 2e lid, 14° van het decreet lokaal bestuur van 17 december 2017
De bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, is niet delegeerbaar naar het college van burgemeester en schepenen.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

        Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

        Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

 

Argumentatie

Het gebruik van het kopieerapparaat door de verenigingen en particulieren is zeer beperkt, waardoor het niet nodig is om de retributietarieven te verhogen.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

De erkende Bertemse verenigingen en particulieren kunnen fotokopieën maken of laten maken bij het gemeentebestuur onder de voorwaarden van dit reglement.

 

VERENIGINGEN

 

Artikel 2: doelgroep

Elke erkende Bertemse vereniging kan fotokopieën maken ter ondersteuning van de normale werking van de vereniging. Kopiëren voor particuliere doeleinden en commercieel drukwerk worden niet toegestaan. Drukwerk waar commerciële reclame op voorkomt, wordt beschouwd als commercieel drukwerk.

 

Artikel 3: tijd en plaats van uitvoering

Enkel het kopieertoestel aan het directiesecretariaat op de eerste verdieping van het gemeentehuis mag gebruikt worden door de vereniging. Het gebruik van het kopieertoestel door de vereniging is enkel mogelijk buiten de openingsuren van het gemeentehuis.

 

Artikel 4: eerste gebruik

Een eerste aanvraag tot gebruik van het kopieertoestel in het kader van dit reglement wordt ingediend bij het directiesecretariaat van het gemeentebestuur, op het daartoe bestemde formulier of digitaal formulier. De aanvrager verkrijgt onmiddellijk een toegangscode voor het kopieertoestel.

 

Artikel 5: identificatie gebruiker

Elke erkende Bertemse vereniging kan slechts één toegangscode voor het kopieertoestel verkrijgen. Door het ingeven van deze toegangscode identificeert de vereniging zich. Per vereniging wordt het aantal gemaakte fotokopieën per formaat geregistreerd door het kopieertoestel. Elke vereniging is zelf verantwoordelijk voor het vertrouwelijk karakter van de toegangscode.

 

Artikel 6: procedure gebruik toestel

De gebruiker meldt zich aan bij het directiesecretariaat in het gemeentehuis. Een medewerker legt er de werking van het kopieertoestel uit. De aanvrager staat zelf in voor de bediening van het toestel. Bij een technische storing mag de gebruiker niet zelf het kopieertoestel openen, maar moet hij een medewerker van het directiesecretariaat verwittigen.

 

Artikel 7: kostprijs

De retributie voor het gebruik van het gemeentelijk kopieertoestel wordt vastgesteld op:

 

 

≤500 exemplaren

501-1000 exemplaren

>1000 exemplaren

A4-formaat

0,10 EUR/kopie

0,08 EUR/kopie

0,06 EUR/kopie

A3-formaat

0,30 EUR/kopie

0,25 EUR/kopie

0,20 EUR/kopie

 

Artikel 8: facturatie

De kosten voor het maken van fotokopieën worden aangerekend per werkjaar (1 september - 31 augustus). Het te betalen bedrag wordt ingehouden van de eerstvolgende gemeentelijke subsidies waarop de vereniging recht heeft. Indien dat saldo niet zou volstaan, wordt het resterende, te betalen bedrag per factuur overgemaakt aan de vereniging. De betaling moet gebeuren op het rekeningnummer van het gemeentebestuur binnen de 30 dagen na ontvangst van de factuur.

 

PARTICULIEREN

 

Artikel 9: dossierstukken

Particulieren die erom verzoeken, kunnen fotokopieën laten maken door een personeelslid van het lokaal bestuur. Dit is enkel mogelijk bij de onthaalbalie op het gelijkvloers, tijdens de openingsuren van het gemeentehuis en ten behoeve van de vervollediging of afhandeling van een administratief dossier in het kader van de dienstverlening van het lokaal bestuur aan de particulier.

 

Artikel 10: kostprijs

De retributie voor het maken van een fotokopie voor particulieren wordt vastgesteld op:

 

 

kostprijs

A4-formaat

0,10 EUR/kopie

A3-formaat

0,30 EUR/kopie

 

Artikel 11: betaling

De aanvrager betaalt de retributie voor het maken van fotokopieën contant bij de onthaalbalie van het gemeentehuis.

 

SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 12:

Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026 en blijft van kracht tot 31 december 2031.

 

Artikel 13:

Het raadsbesluit van 17 december 2019 over de gemeentelijke retributie op diensten en accommodatie wordt met ingang van 1 april 2026 opgeheven.

 

 

 

Publicatiedatum: 08/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 31 maart 2026

 

INVESTERINGSPROJECTEN. R/002693+R/006557 DORPSTRAAT VANAF BLANKAART TOT GRENS TERVUREN EN HEGGESTRAAT + NOLLEKENSSTRAAT. GOEDKEURING VAN DE SAMENWERKINGSOVEREENKOMST TUSSEN FLUVIUS EN BERTEM EN HET ADDENDUM OP DE STUDIEOVEREENKOMST FLUVIUS EN SWECO.

 

Voorgeschiedenis

        Collegebesluit van 3 augustus 2020 waarbij de gemeente zich engageert om in te stappen in het project R/002693 Dorpstraat vanaf Blankaart tot grens Tervuren voor wegenis/fietspad en buffermaatregelen en de middelen hiervoor te voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

        Collegebesluit van 1 maart 2021 waarbij de te nemen stappen in het project worden besproken.

        Gemeenteraadsbesluit van 29 augustus 2023 waarbij de gemeente zich engageert als mede-opdrachtgever en financierder voor het deel wegenis in het rioleringsproject R/006557 - Nollekensstraat, Kleine Zavelweg, Bronstraat.

        E-mail van Fluvius van 30 januari 2026 om de samenwerkingsovereenkomst ondertekend te bezorgen.

 

Feiten en context

        Het project omvat een samenvoeging van 2 projecten onder nummer R/006557:

     GIP-dossier R/002693: Aanleg riolering in de Dorpstraat tussen Blankaart en grens Tervuren incl. zijstraten Heggestraat, Lange Gracht.

     GIP-dossier R/006557: Aanleg riolering in de Nollekensstraat, Kleine Zavelweg en Bronstraat.

     Het aandeel van de gemeente Bertem in het grote dossier omvat de nieuwe wegenis (na aftrek sleufherstel), fietspad Dorpstraat, aandeel bufferbekken Nollekensstraat en inname.

        Erosiemaatregelen opwaarts Heggestraat vallen volledig ten laste van Bertem en zijn niet opgenomen in het samengesteld project.

        Er wordt een gezamenlijk te plaatsen overheidsopdracht uitgevoerd en 1 aannemer aangesteld. Fluvius treedt op in gezamenlijke naam bij de procedure, sluiting en uitvoering van de opdracht als 'opdrachtgevend bestuur'. 

        In de bijgevoegde samenwerkingsovereenkomst worden de rechten en verplichtingen van beide partijen bepaald.

        Ook ligt het addendum op de studieovereenkomst voor tussen Fluvius en Sweco waarbij de koppeling gebeurd van de projecten R/002693 en R/006557 waarin ook het aandeel van de gemeente mee in is opgenomen aan dezelfde erelooncoëfficiënten.

 

Juridische gronden

        De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36 openbare procedure en artikel 130.

Twee of meer aanbestedende entiteiten kunnen overeenkomen bepaalde specifieke opdrachten gezamenlijk te plaatsen. Wanneer een volledige plaatsingsprocedure gezamenlijk wordt uitgevoerd namens en voor rekening van alle betrokken aanbestedende entiteiten, zijn zij gezamenlijk verantwoordelijk voor het nakomen van hun verplichtingen. Dit geldt ook wanneer een aanbestedende entiteit de plaatsingsprocedure beheert en optreedt voor rekening van zichzelf en voor rekening van de andere betrokken aanbestedende entiteiten.

        Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren.

        Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

        Bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Raadsbesluit van 28 april 2020 over de vaststelling van het begrip 'dagelijks bestuur'

De gemeenteraad is bevoegd voor het vaststellen van de wijze van gunning en het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten voor alle uitgaven van het investeringsbudget boven 50 000 euro (exclusief btw).

 

Argumentatie

Er wordt 1 aannemer aangesteld om het samengevoegde project uit te voeren. Partijen sluiten dan ook een samenwerkingsovereenkomst af waarin ze hun respectievelijke rechten en verplichtingen bepalen.

 

 

Bijlagen

        samenwerkingsovereenkomst

        addendum bij studieovereenkomst

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de bijgevoegde samenwerkingsovereenkomst tussen Fluvius en Bertem omtrent het project R/0026936 + R/006557 Dorpstraat vanaf Blankaart tot grens Tervuren en Heggestraat + Nollekensstraat goed alsook het addendum bij de studieovereenkomst tussen Fluvius en Sweco.

 

Artikel 2:

De uitgaven ten laste van de gemeente worden voorzien in het investeringsbudget van 2026-2029 op registratiesleutels 224307/0200-00, 220000/0341-00 en 228007/0341-00.

 

 

 

Publicatiedatum: 08/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 31 maart 2026

 

LEEFMILIEU. RAPPORTERING LOKAAL ENERGIE- EN KLIMAATPACT 2.0 - JAAR 2025.

 

Voorgeschiedenis

        Gemeenteraadsbeslissing van 24 november 2020 betreft de ondertekening van het Burgemeestersconvenant 2030.

        Gemeenteraadsbeslissing van 26 oktober 2021 betreft de ondertekening van het Lokaal Energie- en KlimaatPact 1.0.

        Gemeenteraadsbeslissing van 24 september 2024 betreft de ondertekening van het Lokaal Energie- en KlimaatPact 2.0.

 

Feiten en context

        Binnen het Lokaal Energie- en KlimaatPact moet een jaarlijkse inhoudelijke en financiële rapportering met betrekking tot de voortgang opgemaakt worden dat na voorleggen aan de gemeenteraad bij het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) moet ingediend worden voor 1 mei van dat jaar.

        Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het Lokaal Klimaatpactportaal (LEKP-portaal), waar de Vlaamse overheid de monitoring van de doelstellingen bijhoudt.

        In november 2025 liet het ABB weten dat het LEKP wordt uitgefaseerd (brief ter info in bijlage). Concreet zal het LEKP vanaf 1 januari 2027 ophouden te bestaan door opheffing van het decretaal kader via het programmadecreet. In 2025 ontving onze gemeente zowel de LEKP 1.0 en 2.0 subsidie (€ 51.415,44 in totaal). In 2026 zullen we nog voor de laatste maal de LEKP 1.0 ontvangen (€ 12.404,10). Door het wegvallen van deze subsidies werd besloten om in 2027 uit de Klimaatalliantie Druivenstreek te stappen en alleen nog in 2026 deel te nemen. De LEKP-subsidies werden immers gebruikt om onze gemeentelijke bijdrage hiervan te betalen.

        In het jaar volgend op uitbetaling van de subsidies, dient er telkens gerapporteerd te worden over het LEKP en de aanwending van de subsidies. Dit betekent dat onze gemeente in 2026 (uiterlijk 1 mei) nog zowel moet rapporteren over het LEKP 1.0 als 2.0 en in 2027 uitsluitend over het LEKP 1.0.

        Ter vervanging van het LEKP zal er een structureel dialoogplatform opgericht worden om het lokale klimaatbeleid te ondersteunen. Dit platform moet zorgen voor kennisdeling en voor het identificeren en wegwerken van drempels die lokale besturen ondervinden bij de uitvoering van hun klimaatbeleid.

        Meer informatie over de uitfasering is ook terug te vinden op deze webpagina van het LEKP.

 

Juridische gronden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 artikel 2: “De gemeenten zijn overeenkomstig artikel 41 van de Grondwet bevoegd voor de aangelegenheden van gemeentelijk belang. Voor de verwezenlijking daarvan kunnen ze alle initiatieven nemen. Ze beogen om bij te dragen aan de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied.”

        Het Lokaal Energie- en KlimaatPact van de Vlaamse Regering en de Vlaamse steden en gemeenten van 4 juni 2021 aangaande het verbintenissen engagement inzake de algemene engagementen en de vier werven behoudend 16 specifieke doelstellingen.

        Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024 over de toekenning subsidie en bepaling inschrijvingsperiode Lokaal Energie- en Klimaatpact 2024 (LEKP 1.0, 2.0 en 2.1).

 

Adviezen

        Er zijn geen interne of externe adviezen vereist.

 

Argumentatie

Vlaanderen en de lokale besturen slaan de handen in elkaar om samen de nodige transitie in het energie- en klimaatbeleid waar te maken. Dat doen ze aan de hand van Lokaal Energie- en KlimaatPact (LEKP). Het lokaal bestuur kan zelf het ambitieniveau bepalen: de gemeente Bertem opteert voor 1.0 en 2.0.

 

Lokale besturen zoals Bertem die het LEKP 2.0 in 2024 hebben ondertekend, moeten uiterlijk op 1 mei 2026 rapporteren aan de gemeenteraad over de voortgang van LEKP 2.0. In 2025 daarentegen (rapportage over werkingsjaar 2024) moest er enkel over LEKP 1.0 gerapporteerd moest worden.

 

Het Vlaams Regeerakkoord en het Vlaams Energie- en Klimaatplan voorzien in meerdere basisdoelstellingen en acties waarbij de lokale overheden een voortrekkers- en voorbeeldrol opnemen. Ze engageren zich:

        om het Burgemeestersconvenant 2030 te ondertekenen en uit te werken;

        voor een realisatie van een jaarlijkse energiebesparing van 3% (LEKP 2.0) op het energieverbruik van hun gebouwenpark (inclusief technische infrastructuur, exclusief onroerend erfgoed);

        om een reductie van de CO2-uitstoot van hun eigen gebouwen en technische infrastructuur met 55% (LEKP 2.0) in 2030 ten opzichte van 2015 te realiseren;

        voor de verLEDding openbare verlichting van gemeentewegen tegen 2030;

        om het draagvlak voor hernieuwbare energieproductie (inclusief windmolens) te verhogen, geen heffing op hernieuwbare energie installaties in te voeren en bestaande, zoals de heffing op pylonen van windmolens, af te bouwen tegen ten laatste 2025;

        voor de opmaak van lokale warmte- sloopbeleidsplannen;

        om bedrijven, burgers en verenigingen te stimuleren om samen met het lokaal bestuur de concrete en zichtbare streefdoelen uit de 4 werven (vergroening, energie, mobiliteit en water/droogte) van het LEKP te behalen.

 

Jaarlijks dient over er de vooruitgang van de doelstellingen en acties in de gemeente gerapporteerd te worden aan het Agentschap Binnenlands Bestuur tegen uiterlijk 1 juni van het werkingsjaar. Dit jaar dient er voor de eerste en tevens laatste maal over LEKP 2.0 gerapporteerd te worden. Bij deze tweede versie van het LEKP werd het pact met 1 doelstelling uitgebreid (organisatie van klimaattafels) en werden enkele doelstellingen verscherpt (bv. jaarlijkse energiebesparing van het lokaal patrimonium van 2,09% naar 3%). De realisatiegraad in 2025 valt daardoor bij sommige doelstellingen lager uit dan in 2024. De absolute cijfers zijn wel gestegen, maar door de strengere doelstellingen van LEKP 2.0 — die bovendien relatief zijn t.o.v. het stijgende inwonersaantal — kan de percentuele realisatiegraad gedaald zijn.

 

Netwerk Klimaat van VVSG heeft als hulpmiddel voor de rapportering een methodiek uitgewerkt. In het rapport worden data verwerkt die afkomstig zijn van verschillende andere organisaties zoals Fluvius, departement Mobiliteit en Openbare werken, Autodelen.net... Het aanleveren van data gebeurt periodiek per doelstelling en per werf (zie publicatiekalender en overzicht databronnen in bijlage). De gemeente dient zelf nog gegevens in te laden over de doelstellingen rond vergroening, ontharding, hemelwateropvang en klimaattafels. Verschillende databronnen en indicatoren monitoren de evolutie, met als doel tegen 2030 de klimaatdoelstellingen te behalen. Telkens wordt in de gemeentelijke toelichtingen aangegeven van wanneer de laatste cijfers dateren en worden ook deze van 2024 nog weergegeven (cfr. vorig LEKP-rapport).

 

Per doelstelling wordt in het rapport aangetoond hoe eraan wordt gewerkt via een beschrijving van reeds uitgevoerde acties, lopende en toekomstige projecten. Dit cijfermateriaal is slechts een momentopname. Het vormt echter een leidraad om de kwantitatieve doelstellingen tegen 2030 te monitoren en de voortgang te bewaken.

 

Financiële gevolgen

 

De lokale besturen die intekenden op het LEKP ontvangen jaarlijks bij iedere nieuwe ronde een subsidie. Dit bedrag omvat steeds het totaal dat de gemeente krijgt met betrekking tot de respectievelijke pacten waaraan de gemeente deelneemt. De trekkingsrechten voor iedere gemeente worden bepaald aan de hand van het bevolkingsaantal en het aandeel van de gemeente in het gemeentefonds.

 

Bertem LEKP 1.0 (werkingsjaar 2024): € 38.306,25 (budgetsleutel 740900/0350-00 ACT-81)

Bertem LEKP 2.0 (werkingsjaar 2024): € 13.109,19 (budgetsleutel 740900/0350-00 ACT-81)

Totale toegekende subsidie in 2025: € 51.415,45

 

Deze subsidie berust op het principe van een gemeentelijke cofinanciering van 50%. In de financiële rapportage dient er aangetoond te worden dat de gemeente zelf minstens het dubbele aan klimaatacties uitgaf dan de verkregen subsidies (oftewel € 102.830,89). Aan deze voorwaarde werd voor het werkingsjaar 2025 ruimschoots voldaan (zie financiële rapportage in bijlage).

 

 

Bijlagen

        Inhoudelijke rapportering LEKP 1.0 + 2.0 Bertem (2025)

        Financiële rapportering LEKP 1.0 + 2.0 Bertem (2025)

        Infodocument Lokaal energie- en klimaatpact (LEKP)

        Brief ABB uitfasering LEKP

        Publicatiekalender data LEKP

 

Besluit

Mededeling

De gemeenteraad van Bertem neemt kennis van de inhoudelijke en financiële rapportering van het Lokaal Energie- en KlimaatPact 1.0 + 2.0 van het werkingsjaar 2025.

 

 

Publicatiedatum: 08/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 31 maart 2026

 

OMGEVING. STUDIE WOONUITBREIDINGSGEBIED GRONDGEBIED BERTEM.

 

Feiten en context

In juni 2021 werd door studiebureau Creosum bvba het eindrapport van de studie "Inventaris en onderzoek van woonreservegebieden" overgemaakt. Binnen deze studie wordt er een afwegingskader opgesteld over de wenselijkheid tot behoud of schrapping van de woonreservegebieden op het grondgebied van de gemeente en onder welke voorwaarden dit dan dient te gebeuren. De studie omvat een:

        Inventaris van de huidige woonreservegebieden

        Beschrijving van de juridische en planologische toestand

        Overzicht van de eigendomstoestand

        Gemotiveerde visie over de wenselijkheid tot behoud, ontwikkeling of bevriezen van elk gebied, in relatie tot de ruimtelijke structuurplannen, de BPA’s en RUP’s en de locatiebepalende ontwikkelingsprincipes in het Witboek BRV (Beleidsplan Ruimte Vlaanderen).

 

De woonuitbreidingsgebieden (WUG) die volgens de studie minder tot niet in aanmerking komen voor ontwikkeling (bebouwing) worden eerder summier besproken. De gebieden met meer mogelijkheden werden aangevuld met krachtlijnen en ontwikkelingsscenario's.

 

  1. WUG De Hoef (Bertem)

        Vanuit landschappelijk oogpunt is het niet aangewezen om het WUG volledig aan te snijden voor toekomstige bewoning. Zo zou het volledige WUG van 8 ha voor een immense toename van bebouwing zorgen, en overstijgt het hiermee de schaal van de kern. Aanvullend zou een toekomstige woonwijk een grotere circulatiestroming te weeg brengen doorheen het historische centrum, waardoor er overlast kan ondervonden worden. Ten slotte staat de huidige geluidshinder, veroorzaakt door de infrastructuurbundel E314 en E40, de uitbouw van een kwalitatieve woonomgeving in de weg.

        Gezien de huidige ruimtelijke condities en beperkingen blijft het gebied idealiter ingezet worden voor agrarische activiteiten, en kan daardoor deel uitmaken, samen met delen van het WUG Dalem en Alsemberg, van de open ruimte corridor gelegen tussen Leuven en Bertem. Door het WUG de Hoef in relatie te brengen met andere WUG kan de waarde op vlak van ecologie en landbouw, omwille van de toenemende schaal, stijgen.

  1. WUG Dalem (Bertem)

        Doordat het WUG verder weg gelegen is van het centrum van Bertem, is het niet aangewezen dat het volledige WUG nog volgebouwd wordt. Indien er zich een grote vraag voordoet aan nieuwe bouwmogelijkheden zou theoretisch gezien het westelijk deel in aanmerking kunnen komen. Doordat het WUG gelegen is op het diepste punt van de Voervallei, kampt het WUG echter wel met mogelijk overstromingsgevaar. Aanvullend ligt er langsheen Friesenhof een bouwkundig erfgoed, namelijk een hoeve van het langgeveltype. Aangezien de nabij gelegen Voer ten alle tijden voorzien dient te blijven van een ecologische natuurlijke buffer, beperkt het projectgebied zich tot een diepte die overeenstemt met de huidige ontsluitingsweg Friesenhof. Het resterende potentiële projectgebied vraagt om een nieuwe insteekweg, waardoor ontwikkelingen voor een verdere versnippering van het WUG zorgen. Het WUG bevat met andere woorden geen potentiële ontwikkelingsmogelijkheden meer voor toekomstige aansnijding.

        Het overige oostelijke deel dient ten alle tijden van toekomstige bebouwing gevrijwaard te blijven aangezien het reeds deel uitmaakt van de open ruimte corridor gelegen tussen Leuven en Bertem. Het hierboven neergeschreven potentiële projectgebied zal idealiter bijkomend gevrijwaard blijven van bebouwing, en deel kunnen blijven uitmaken van een groter open geheel. Het WUG bevat vandaag reeds een grote variatie aan verschillende biologisch waardevolle complexen zoals grasland en bomenrijen. In de toekomst zou de focus binnen het WUG op de landbouw- en ecologische waarde van het gebied blijven liggen en daardoor deel kunnen uitmaken van een groter landschappelijk geheel.

 

  1. WUG Alsemberg (Bertem)

        Het WUG kan opgesplitst worden op basis van het reliëf en de aanwezige waardevolle elementen. Zo is het zuidelijk deel voornamelijk gelegen op het laagste punt van de Voervallei, waardoor er een zacht reliëf aanwezig is. Doordat er reeds een veldweg aanwezig is en het binnengebied langsheen zuidelijke en westelijke zijde reeds begrensd wordt door bebouwing ligt hier theoretisch gezien een potentieel ontwikkelingsgebied. Op het gebied kunnen er echter nog tal van agrarische activiteiten teruggevonden worden zoals het landbouwbedrijf met de bijhorende akkers.

        Het noordelijk deel bestaat in tegenstelling tot het zuidelijke deel uit een steilrand waardoor er sprake is van een zeer variërend reliëf. Hierdoor zijn er een heel aantal biologisch waardevolle elementen aanwezig op het WUG zoals een holle weg, bomenrijen en hooilanden. Het WUG speelt met andere woorden een belangrijke rol op zowel landschappelijk, ecologisch als agrarisch vlak. Door het gebied te vrijwaren van bebouwing kan het een deel blijven uitmaken van het landschappelijk geheel.

 

  1. WUG Kouter (Bertem)

Doordat het volledige woonuitbreidingsgebied reeds volledig bebouwd is, blijven er geen inbreidingsmogelijkheden over voor de verdere ontwikkeling van het woonuitbreidingsgebied. Er geen aanbeveling opgenomen binnen deze studie.

 

  1. "Nieuw WUG" (niet ontwikkeld deel onder WUG Kouter, zuidelijk deel)

Vanuit het ruimtelijke oogpunt is het aangewezen om het WUG Kouter met Bertem centrum te versmelten door dit gebied aan te snijden. Doordat het gebied echter langsheen de westelijke zijde begrensd wordt door een steilrand, is het beperkt geschikt voor bebouwing. De bebouwing zou hierdoor zich concentreren rond de Bosstraat. De agrarische activiteiten zouden hiervoor moeten schuiven en het bijhorende open zicht naar de landbouwcluster zou verloren gaan. Het is daarom aan te raden aan gerichte punctuele gebiedsinbreiding te doen binnen Bertem en dit volledige gebied niet als nieuw WUG te beschouwen voor volledige woningbouw.

 

  1. WUG Dorpstraat (Bertem)

        Dankzij de centrale ligging van het WUG in het hoofddorp Bertem is het aangewezen dat het resterende binnengebied op een verantwoorde manier ontwikkeld wordt op termijn. Aangezien de landbouwactiviteiten zich beperken tot een ingesloten gebied, is de landbouwwaarde zeer beperkt aanwezig op het terrein. Door de aanwezigheid van de Voer vervult het binnengebied, en dan voornamelijk het westelijk deel een zeer belangrijke ecologische rol als natuurlijk wateroverstromingsgebied in de Voervallei. Toekomstige bebouwing moet rekening houden met de voorwaarden die er gesteld zijn in het GRS. Zo moet er voldoende bufferzone voorzien worden rondom de Voer en zal de toekomstige bebouwing zich bijgevolg concentreren tot de zuidelijke zijde. Doordat het WUG gelegen is in de Voervallei, omvat het een sterk dalend reliëf richting het noorden. Het ontwerp dient rekening te houden met het reliëf waardoor er geen gevolgen op de waterhuishouding veroorzaakt worden. Aanvullend dient er plaats gegeven te worden aan de Middelgrote Hoeve, die gelegen is in de Rotspoelstraat, en met de achterkant grenst aan het binnengebied. Dit bouwkundig erfgoed is een belangrijk overblijfsel naar de historie van de plek, en dient bewaard te blijven.

        Onderstaande krachtlijnen geven de basisprincipes weer waaraan de toekomstige ontwikkelingen kunnen opgehangen worden.

     Eenvoudige ontsluiting gemotoriseerd verkeer. Het volledige projectgebied dient via de Egenhovenstraat ontsloten te worden. De auto wordt zoveel mogelijk geweerd uit het straatbeeld, waardoor het wenselijk is op parkeerplaatsen te voorzien binnen perceelsgrenzen. Een centraal gelegen parkeercluster kan gebruikt worden door zowel bewoners als bezoekers.

     Compacte bebouwing. Door compacte bebouwing te voorzien aan weerszijden van de straten, dient er gestreefd te worden naar een leefbare omgeving. De bebouwing dient gebruik te maken van het aanwezige reliëf, en zich te beperken tot het zuidelijk, en hoger gelegen, deel van het projectgebied. De bebouwingstypologie streeft idealiter naar vier voorzijden, waardoor het volledige gebied zich naar zijn omgeving richt.

     Doorwaadbaar gebied. Het projectgebied dient in zijn omgeving opgehangen te worden door de realisatie van minstens één noord-zuid en oost-west gerichte trage wegverbinding.

     Plaats voor de Voer. Binnen het projectgebied dient er plaats gegeven te worden aan de Voer. Dit dient toekomstige overstromingen te beperken in het projectgebied. Idealiter zal de bestaande bebouwing plaats maken als infiltratiebekken, waardoor de Voer ter hoogte van het projectgebied volledig vrij komt te liggen van bebouwing.

        Ontwikkelingsscenario's

     Het volledige projectgebied wordt via de Egenhovenstraat ontsloten. Door bebouwing langs weerszijden van de doodlopende straten te voorzien, wordt er optimaal gebruik gemaakt van de aangelegde weginfrastructuur en wordt onnodige verharding vermeden. Het parkeren wordt opgevangen binnen zowel de perceelsgrenzen als een centraal gelegen parkeercluster, waardoor de auto zoveel mogelijk uit het straatbeeld geweerd wordt.

     In relatie tot de omliggende oostelijke percelen, kunnen de nieuwe woningen rug aan rug gepositioneerd worden, en bestaan uit halfopen bebouwing. De vrijstaande nieuwe ontwikkelingsclusters introduceren een nieuwe architecturale typologie, waarbij de privacy van de woningen dient gewaarborgd te blijven. De bouwvolumes dienen idealiter te bestaan uit vier voorzijden, waardoor er gedacht kan worden aan patiowoningen. Aangezien het projectgebied gelegen is binnen een terrein met een noord zuid gerichte helling kan het niveauverschil met behulp van splitlevels binnen de woningen opgenomen worden. De nieuwe ontwikkeling sluit naadloos aan op de bestaande bebouwing, en stelt zich zelfs eerder terughoudend op ten opzichte van zijn omgeving aan de Voer. Doordat de patiowoningen speels trapsgewijs afdalen richting de Voer, wordt het huidige reliëf benadrukt dankzij het behoud van noord zuid gerichte doorzichten.

     Aangezien het WUG in het noorden begrensd wordt door de Voer, kan het noordelijk deel te kampen krijgen met overstromingen. Zoals de historische kaarten zoals de Ferraris kaart al aangeven, konden hier in het verleden waterplassen teruggevonden worden. Door terug plaats te maken voor infiltratiemogelijkheden in het noorden van het WUG en de bebouwing hierop af te begrenzen, kan er een publiek gebied ontstaan met ecologische kwaliteiten.

     Het projectgebied wordt vervolgens aan zijn omgeving opgehangen door de realisatie van een oost-west georiënteerde verbinding langsheen de Voer, een plaats waar ooit nog een voetweg liep. In tegenstelling tot het gemotoriseerd padennetwerk dat gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van gestructureerde aangeplante bomen is het trage wegennetwerk herkenbaar aan de organische begroeiing. Doordat het noordelijk gelegen gebied gevrijwaard blijft van bebouwing, blijft het open zicht vanuit de Dorpstraat behouden. Er werd gekozen om vanuit de Dorpstraat het gebied enkel toegankelijk te maken voor trage weggebruikers. De noord-zuid gerichte voetgangers as sluit naadloos aan bij de bestaande groenstructuur van de bestaande hoeve.

 

  1. WUG Opstreek (Bertem)

        Opstreek werd reeds deels aangesneden voor de aanleg van sociale kavels. Voor het hoofddorp Bertem is dit een zeer goed gelegen gebied voor woningbouw aangezien het gebied zijn betekenis verloor voor de grootschalige landbouw. Het restgroen heeft ook geringe ecologische waarde. Doordat het woonuitbreidingsgebied in verschillende, op zichzelf staande, fases werd aangesneden, is er een gebrek aan architecturale eenheid. Het restgebied kan prioritair ontwikkeld worden.

        Volgende krachtlijnen zijn hierin belangrijk:

     Eenvoudige ontsluiting gemotoriseerd verkeer. Het projectgebied wordt ontsloten vanuit de reeds bestaande ontsluitingsweg, namelijk de Prins van Steenberglaan. Met behulp van doodlopende straten kunnen de toekomstige woningen tot aan de deur bediend worden. Aanvullend dient een centraal gelokaliseerde parkeercluster ervoor te zorgen dat de auto zoveel mogelijk uit het straatbeeld gebannen wordt. De wijk wordt voor gemotoriseerd verkeer niet verbonden met de reeds bestaande bebouwing aan de oostelijke zijde.

     Eenheid in een verdeelde wijk. De toekomstige ontwikkelingen dienen gebruik te maken van de reeds aanwezige typologieën en introduceren idealiter geen nieuwe architecturale typologie meer in het woonuitbreidingsgebied. De nieuwe ontwikkelingen dienen zich naar de nieuwe wijk te richten, waardoor de bestaande bebouwing afgebouwd wordt, en een kwaliteitsvolle, leefbare omgeving vervuld wordt. De centraal gelegen woningen dienen langs alle zijden voorzien te zijn van een gezicht naar de wijk.

     Doorwaadbaar gebied. Dankzij een uitbreiding van het reeds bestaande trage padennetwerk in zowel noordelijke als westelijke richting, wordt het projectgebied in zijn volledige omgeving opgehangen. De padenstructuur bouwt verder op de reeds bestaande trapsgewijze paden en sluiten naadloos in elkaar over waardoor er een samenhang tussen de reeds bestaande wijken en toekomstige ontwikkelingen wordt verwezenlijkt.

     Groen binnengebied. Om een kwalitatieve leefomgeving te realiseren in het westelijk deel, wordt er plaats vrijgehouden voor een ontmoetingsplaats, centraal gelegen in het projectgebied. De omliggende woningen richten zich idealiter naar het toekomstig park zodat de woningen over een groen gebied uitkijken, en er sociale controle ontstaat. Het gebied is enkel toegankelijk voor wandelaars en bedient als centrale ontmoetingsplaats zijn volledige omgeving.

        Ontwikkelingsscenario

     Door gebruik te maken van de reeds aanwezige architecturale typologieën wenst het ontwikkelingsscenario voor enerzijds een uitbreiding van de wijk te zorgen en anderzijds voor onderlinge samenhang tussen de reeds bestaande bebouwing.

     Op korte termijn kan de wijk een nieuw gezicht krijgen aan noordelijke zijde door de realisatie van nieuwe halfopen bebouwing tegenaan de bestaande tuinen. Doordat er tussen de woningen plaats vrijgehouden wordt voor een trage wegverbinding, wordt de wijk in de richting van de noordelijke omgeving opgehangen. Aanvullend kunnen er, in de reeds aanwezige patiotypologie toekomstige ontwikkelingen centraal gelokaliseerd worden in het projectgebied. De patiowoningen worden net zoals de originele variant ontsloten voor gemotoriseerd verkeer, waardoor het parkeren binnen de patiogrenzen dient te gebeuren. De doodlopende straten bedienen enkel plaatselijk verkeer, en zorgen ervoor dat een zuidelijk gelegen autoluwe zone kan ontstaan. Aanvullend wordt er centraal een parkeercluster voorzien voor bezoekers, zodat de auto’s zoveel mogelijk uit het straatbeeld geweerd worden. De patiowoningen lopen trapsgewijs verder in westelijke richting, waardoor het trage wegennetwerk speels verdergezet wordt.

     Om een kwaliteitsvolle en leefbare omgeving te realiseren, is het van essentieel belang dat de ontwikkelingen bestaan uit enerzijds bebouwing en anderzijds de inrichting van een groengebied. De ontmoetingsplaats wordt in de eerste fase omgrensd in zowel noordelijke als westelijke zijde door patiowoningen.

     Op lange termijn kunnen westelijke en zuidelijke ontwikkelingen plaatsvinden indien de eigenaars die in bezit zijn van diepe tuinen deelnemen aan de ontwikkelingen. De zuidelijke ontwikkelingen kunnen enkel gerealiseerd worden op voorwaarde dat de eigenaars de krachten samenbundelen en een weg aanleggen binnen de grenzen van hun tuinen. Aanvullend kunnen er nieuwe ontwikkelingen gerealiseerd worden indien de huidige tuinen beperkt worden tot 40m diepte. De doodlopende straat die de halfopen bebouwing bedient, zal idealiter begrensd worden met een bomenrij om het binnengebied af te schermen van de weg.

     Aanvullend kan er in het westen ontwikkeld worden indien wederom de betrokken eigenaars geïnteresseerd zijn om samen voor nieuwe ontwikkelingen te gaan op gedeeltelijk hun percelen. De toekomstige halfopen bebouwing kan gebruik maken van de reeds aanwezig weginfrastructuur uit de eerste fase. Wanneer deze ontwikkelingen gerealiseerd worden, krijgt het groen binnengebied enerzijds een nieuw gezicht langs zuidelijke zijde en anderzijds een meer centrale plaats binnen het projectgebied.

     Indien de percelen gelegen in de van John Vanhaerenstraat herverdeeld worden kan er op termijn een hogere densiteit bekomen worden dankzij het gebruik van halfopen bebouwing en smallere percelen.

     Binnen het projectgebied wordt een uitbreiding van het reeds bestaande trage wegennetwerk in zowel noordelijke als westelijke richting voorzien. De paden liggen idealiter in een groenstrook, maar worden ter hoogte van kruisingen met paden van gemotoriseerd verkeer gebufferd door een gebruik aan minimale groenstructuren. Dankzij het uitgebreide padennetwerk wordt er een onderlinge samenhang tussen de reeds bestaande wijken gecreëerd.

 

  1. WUG Opakker (Leefdaal)

        Doordat het WUG gunstig gelegen is binnen Leefdaal, een woonkern, is het vanzelfsprekend dat het reeds ontwikkeld werd. De sociale woonwijk is echter opgebouwd uit meerdere typologieën waardoor een eenheid ontbreekt binnen het WUG. Aangezien er binnen het woonreservegebied nog een aantal onbebouwde gebieden resteren, werd er reeds binnen het GRS gesuggereerd dat de wijk op termijn verder kan ontwikkeld worden voor sociale huurwoningen door de sociale woonmaatschappij.

        Voor de toekomstige ontwikkeling is het van cruciaal belang dat er naar een balans gezocht wordt tussen kwalitatief wonen, recreatieve groengebied en ecologisch waardevolle groenzones. Het is daarom niet aangewezen dat het WUG volledig wordt volgebouwd, maar dat er doordachte ademruimte gegeven wordt voor het dense weefsel van bebouwingen. Zo biedt het WUG de mogelijkheid om nog aan kleinere inbreidingsmogelijkheden te voorzien zodat de wijk als geheel kan functioneren en in relatie gebracht wordt met zijn nabije omgeving.

        Onderstaande krachtlijnen geven de basisprincipes weer waaraan de toekomstige ontwikkelingen kunnen opgehangen worden:

     Tweevoudige ontsluiting gemotoriseerd verkeer. Om een veilige leefomgeving te realiseren dient het gemotoriseerd verkeer beperkt aanwezig te zijn in het woonuitbreidingsgebied. Het woonuitbreidingsgebied wordt ontsloten via zowel de Boskee in het oosten als de A. Devriesestraat in het westen voor gemotoriseerd verkeer. De wijken worden onderling voor gemotoriseerd verkeer niet verbonden met elkaar waardoor sluipverkeer vermeden wordt. Door het zuidelijk deel van de Hofakker af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer, kan er een grotere aaneengesloten groene ruimte ontstaan binnen het projectgebied. Om de auto zoveel mogelijk uit het straatbeeld te bannen, dienen parkeerclusters voorzien te worden.

     Eenheid in een verdeelde wijk. De nieuwe woonontwikkelingen dienen voor een eenheid te zorgen tussen de reeds bestaande wijken. Waar de huidige toegang vanuit Boskee bestaat uit de confrontatie van de achterkant van tuinen en woonunits in urban villa typologie, dienen de nieuwe ontwikkelingen zich te richten naar de toegangsweg en daarmee een nieuw gezicht te geven aan de wijk. De ontwikkelingen kunnen, indien gewenst, voor de gepaste doorzichten zorgen naar de achterliggende akker. Vanuit het noorden en westen dienen de toekomstige ontwikkelingen voor een nieuwe wand te zorgen die zich richt naar het publiek domein binnen de wijk. Het is van belang om het gebied niet volledig te verkavelen, maar juist ruimte te laten voor kwalitatieve publieke ruimte.

     Doorwaadbaar en verbonden. In tegenstelling tot het gemotoriseerd verkeer, dat zoveel mogelijk beperkt wordt doorheen het WUG en de onderlinge wijken, is het volledige gebied vlot toegankelijk voor trage weggebruikers. Twee sterke noord-zuid als oost-west verbindingen dienen de volledige wijk op te hangen in het omliggende weefsel.

     Groen als verbindend element. Doorheen de volledige wijk speelt groen een essentiële rol in de realisatie van een kwalitatieve doorwaadbare leefomgeving. De centraal gelegen groenzone vervult een belangrijke verbindende functie tussen de twee wijken. Het noordelijk aaneengesloten groen kan als speelbos voor de volledige wijk fungeren. De westelijk gelegen akker kan als multifunctionele ruimte ingezet worden voor de volledige wijk.

        Ontwikkelingsscenario

     De toegang langsheen Boskee wordt vandaag bepaald door drie appartementsblokken in een meer urban villa typologie aan de noordelijke zijde, en een akker met zicht op de achterkant van woningen. Er ontbreekt hierdoor een waardige toegang tot de woonwijk vanuit de Boskee. Om een nieuw gezicht te geven aan de wijk, kan er rug aan rug gebouwd worden tegen de reeds bestaande woningen. Hierdoor wordt er een nieuwe voorkant gerealiseerd in de richting van Boskee. Aanvullend kan er een tweede noord-zuid gericht volume gerealiseerd worden rondom een centrale groene dries. Dit volume kan enerzijds bestaan uit compactere woningen in bijvoorbeeld patiotypologie en een urban villa als kop aan de toegang.

     Het centrale groen verdient een gezicht te krijgen naar de wijk waardoor het de verbindende publieke zone van het projectgebied wordt. De omliggende bebouwing dient zich idealiter te richten naar de groene gemeenschappelijke zone, dit impliceert dat er op termijn sommige woningen vervangen dienen te worden door nieuwe typologieën, denk aan patiowoningen of dergelijke. Door de realisatie van nieuwe ontwikkelingen aan noordelijke zijde, kan het groen dat vandaag als restgroen gezien wordt, omgezet worden tot een speelbos. Dit speelbos brengt de grotere centrale groenzone in relatie met de westelijk gelegen grasweide. De groenzones dienen als veilige aaneengesloten structuren doorheen het projectgebied te lopen.

     Het restgebied gelegen aan de noordelijke zijde bestaat vandaag uit restgroen zonder ecologische waarde. Het gebied biedt echter de mogelijkheid om rug aan rug verder te bouwen op de wijk zodat er een doordachte ontwikkeling kan plaatsvinden met hun voorzijde naar het publiek domein. De bebouwing kan, net als in de omliggende omgeving, bestaan uit geschakelde woningen van maximaal 6 woonunits in totaal. De toekomstige ontwikkelingen hebben een noord-zuidelijke oriëntatie, met de tuin in het noorden. De ontwikkelingen gelegen in het oostelijk deel van het projectgebied, zijn gelegen op privaat domein, en kunnen enkel gerealiseerd worden mits de betrokken eigenaars hun tuinen beperken tot 40m en gezamenlijk een toegangsweg voor de nieuwe woonkavel realiseren. Het gebouw dat reeds centraal gepositioneerd gelegen is in het projectgebied, zal idealiter een publieke rol vervullen, als gemeenschapshuis voor de wijk en zijn omgeving. Doordat het parkeren voornamelijk binnen de grenzen van de percelen wordt opgelost, dienen er maar een beperkt aantal parkeerclusters voorzien te worden. De ontwikkelingen vragen echter om een opwaardering van het resterende groen, dat kan fungeren als kwalitatief speelbos waardoor de twee wijken terug in relatie gebracht worden met elkaar via een grotere aaneengesloten groene open ruimte.

     Het restgebied gelegen aan de westelijke zijde, wordt vandaag ingezet met akkerbouw. Doordat het gebied volledig begrensd wordt door bebouwing, vormt het een eiland op zich, zonder grote landbouwwaarde. Indien het gebied verder nog ontwikkeld wordt, dient er rekening gehouden te worden met de uitbreiding van een trage wegennetwerk. De noordelijke en oostelijke bebouwing wordt rug tegen rug tegen de reeds bestaande woningen gepositioneerd, waardoor nieuwe bebouwingsranden aan een groene publieke ruimte ontstaat. De bewoners van de oostelijke ontwikkeling kunnen gebruik maken van één van de twee nabijgelegen parkeerclusters.

     Het zuidelijk gelegen grasveld speelt een belangrijke sociale functie als zone voor sport en spel. Deze blijft behouden in de huidige vorm om de overgang tussen de woonwijk en het waardevolle achterliggende kasteeldomein te maken. Dankzij de afschaffing van de noordelijk aangrenzende wegenis, wordt er een grotere veilige ruimte voor sport en spel gecreëerd.

     Het volledige woonuitbreidingsgebied wordt opgehangen aan zijn directe omgeving door de realisatie van een verfijnd padennetwerk voor trage weggebruikers. De paden liggen idealiter in een groenstrook, maar worden ter hoogte van kruisingen met wegen voor gemotoriseerd verkeer gebufferd door minimale groenstructuren. De noord-zuid georiënteerde paden zorgen ervoor dat de wijk opgehangen wordt in zijn volledige omgeving en het centrale binnenplein toegankelijk maakt voor de bewoners aan de Tervuursesteenweg. De oost-west georiënteerde paden zorgen voor een onderlinge samenhang van de verschillende wijken. Dankzij een fijnmazig netwerk wordt elke woonunit opgehangen aan een informeel padennetwerk, waardoor de percelen vlot ontsloten worden langs te tuinen.

 

  1. WUG Hertwinkel (Leefdaal)

        Aangezien de sociale woonwijk bijna het volledige grondgebied van het woonuitbreidingsgebied invult, werd er binnen het GRS Bertem geen verdere ontwikkelingsperspectieven neergeschreven. Er kunnen echter nog aan beperkte inbreidingsontwikkelingen gedaan worden. Zo omvat het resterend landbouwperceel geringe agrarische betekenis, door zijn geïsoleerde ligging. Indien er gekozen wordt om de agrarische activiteiten te behouden op de plek kan er gedacht worden aan een socialere vorm van landbouw, zoals een CSA. Hierbij kan landbouw, ecologie en mens verbonden worden met elkaar. Indien er gekozen wordt voor de verdere ontwikkeling van het projectgebied, is het niet aangewezen om het gebied in zijn volledige oppervlakte te benutten.

        Onderstaande krachtlijnen geven de belangrijkste basisprincipes mee waaraan een toekomstige ontwikkeling zich dient te houden.

     Tweevoudige ontsluiting gemotoriseerd verkeer. De woonwijk wordt tot op heden ontsloten via de Neerijse steenweg, ten oosten van het woonuitbreidingsgebied. De toekomstige ontwikkelingen dienen zoveel mogelijk van de bestaande infrastructuur gebruik te maken. Zo kan er gebruik gemaakt worden van de reeds bestaande insteekweg in het westen, waar een parkeercluster kan gelokaliseerd worden. Door de toekomstige bebouwing niet te ontsluiten voor gemotoriseerd verkeer, kan een veilige openbare ruimte behouden worden.

     Bebouwingswand. Op voorwaarde dat de diepe percelen, gelegen in de Dorpstraat, meegenomen worden in de toekomstige ontwikkelingen, kan de wijk een nieuw gezicht krijgen naar de Dorpstraat. Door de diepe percelen van zowel de Dorpstraat als Vlieguit in te korten tot 40m diepte, kan in kader van centrumontwikkeling nieuwe bebouwing gerealiseerd worden met een gezicht naar een centrale publieke ruimte. Door de huidige ligging aan het centrum van Leefdaal, is het gewenst dat de bebouwing bestaat uit halfopen bebouwing, en vrijstaande bebouwing gemeden wordt.

     Doorwaadbaar gebied. De wijk wordt opgehangen aan zijn omgeving door een trage wegennetwerk in zowel noord-zuidelijke als oost-westelijke richting. Hierdoor is de wijk vlot bereikbaar voor zowel wandelaars als fietsers, en wordt er een grote aaneengesloten ruimte veilig verbonden met elkaar in een groene omgeving.

     Groen binnengebied. De toekomstige ontwikkeling zorgt voor een nieuw gezicht aan de huidige akker, waardoor een veilige leefomgeving ontstaat rondom een groene dries. Het groen vervult een essentiële rol in de doorwaadbaarheid van het volledige projectgebied, en zorgt voor de nodige verbindingen naar de omgeving. De twee centraal gelegen parken worden met elkaar verbonden via een tragewegverbinding.

 

  1. WUG Veeweide (Korbeek-Dijle)

        Doordat het WUG gelegen is in Korbeek-Dijle, een kern in buitengebied, krijgen de woonontwikkelingsgebieden die gelegen zijn in het hoofddorp Bertem en de woonkern Leefdaal voorrang voor toekomstige ontwikkelingen. Een volledige ontwikkeling van het WUG Veeweide zou ruimtelijk gezien de schaal van de volledige kern overschaduwen en wordt hierdoor afgeraden. Verder is het niet aangewezen om het bouwlint ter hoogte van de Nijvelsebaan verder af te bouwen, aangezien deze openheid in het bouwlint van Korbeek-Dijle juist van landschappelijk belang is. Dankzij de huidige onderbreking wordt de identiteit van Korbeek-Dijle, namelijk een kern in buitengebied, benadrukt vanuit de Nijvelsebaan. Het afbouwen van het woonlint zou dit zicht te niet doen. Op lange termijn is het aangewezen om de reeds bestaande bebouwing te reduceren tot minimaal mogelijke zodat het volledige gebied gevrijwaard wordt van bebouwing. Positief is hier dat het woonuitbreidingsgebied tot op heden nog gevrijwaard is gebleven van bebouwing, en dit dient in de toekomst zeker behouden te worden.

        Het WUG wordt vandaag voornamelijk gebruikt als grasland waardoor het een landbouwwaarde vervult. Verder wordt het WUG Veeweide door de Nijvelsebaan en bijhorende lintbebouwing afgeschermd van een herbevestigd agrarisch gebied, bestaande uit een open landbouwcluster gelegen tussen de Dijlevallei en de Voervallei. Het is aangewezen om de focus binnen het woonuitbreidingsgebied Veeweide daarom niet op de bebouwing of landbouw te leggen maar eerder op de natuurwaarde.

        Het WUG Veeweide vormt door zijn ligging aan de rand van de Dijlevallei een belangrijke landschappelijke schakel tussen de bestaande lintbebouwing ten westen van de Nijvelsebaan en de Dijle met bijhorende bosstructuren ten oosten. In tegenstelling tot de huidige graslanden die aanwezig zijn op het WUG, vervult het alluviaal elzen-essenbos wel een belangrijke ecologische functie op zowel gewestelijk als Europees niveau. Het WUG kan hierbij een belangrijke rol vervullen als natuurlijk overstromingsgebied in de Dijlevallei.

 

  1.  WUG Nijvelsebaan Noord (Korbeek-Dijle)

        Een volledige ontwikkeling van het WUG zou betekenen dat het centrum van Korbeek-Dijle, dat tot op heden voornamelijk aan de oostelijke kant van de Nijvelsebaan gesitueerd ligt, overschaduwd wordt door een grote verkaveling in het westen. Het is echter aangewezen om binnen de kern van Korbeek-Dijle nog enkel kleinschalige ontwikkelingen te voorzien, op schaal van de kern gelegen in landbouwgebied.

        Het WUG behoort tot een gedifferentieerd landschap van weiden, akkers en bebouwing en dient hierdoor als schakel tussen de kern van Korbeek-Dijle en de open landbouwcluster gelegen ten westen van de kern. Doordat het WUG gelegen is op de grens van de open landbouwcluster, behoort het niet tot het bijhorende agrarisch bevestigde gebied. Het is daarom van cruciaal belang om binnen het woonuitbreidingsgebied plaats te behouden voor kleinschalige landbouw. Zo wordt het WUG vandaag voornamelijk ingezet voor graslanden en maisteelt waardoor de ecologische waarde beperkt blijft. Het aanwezige reliëf zorgt ervoor dat er, met uitzondering van een kleine uitloper gelegen ter hoogte van de atletiekpiste, geen overstromingsgevaar aanwezig is. Het bebouwen van het WUG wordt hierdoor wel ernstig bemoeilijkt.

        Het is daarom aangewezen om het gebied te vrijwaren van toekomstige ontwikkelingen. Een uitbreiding van publieke functies zoals de parking van het cultuurcentrum of van recreatieve functies dienen echter wel verwezenlijkt te kunnen worden, mits groene aankleding. Het is aangewezen om een evenwicht te vinden tussen de aanwezige publieke functies en landbouwactiviteiten. Indien op lange termijn de smalle tuinen van het woonlint aan de Nijvelsebaan kunnen gereduceerd worden, kan het belang van kleinschalige landbouw nog sterker uitgespeeld worden binnen het woonuitbreidingsgebied.

 

Juridische gronden

        Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur

        Het Instrumentendecreet van 26 mei 2023

        Het Decreet Woonreservegebieden van 7 juli 2023

 

Argumentatie

        Hoewel deze studie reeds enkele jaren oud is (het eindrapport dateert van juni 2021), behoudt deze zijn waarde als insteek voor beleidsmatig gewenste ontwikkelingen in het kader van de omgang met de woonuitbreidingsgebieden, specifiek inzake mogelijke vrijgave's van woonuitbreidingsgebied, planologische compensatie bij de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen en de opmaak van een Gemeentelijk Beleidsplan Ruimte.

        Een belangrijke decretale aanpassing sedert juni 2021 betreft de inwerkingtreding van het Instrumentendecreet op 26 mei 2023 en van het Decreet Woonreservegebieden op 7 juli 2023. Deze nieuwe decretale regeling plaatst een zogenaamde stolp over de nog aanwezige woonreservegebieden. Het aansnijden van onbebouwd woonreservegebied kan pas als de gemeente het gebied vrijgeeft. Bouwen of verkavelen kan slechts worden toegestaan op grond van een voorafgaand gemeenteraadsbesluit (vrijgavebesluit) tot de vrijgave van een woonreservegebied (of een samenhangend deel ervan). Dit besluit bepaalt voorwaarden voor een kwalitatieve ontwikkeling van een gebied. Het kan ook lasten opleggen. Het aansnijden van onbebouwde gronden in woonreservegebied is dus niet meer mogelijk via een principieel akkoord of via rechtstreekse aanvragen voor verkavelingen of groepswoningbouw.

 

 

Bijlagen

        Eindrapport "Inventaris en onderzoek van woonreservegebieden"

        Overzichtskaart

 

Besluit

Mededeling

        De gemeenteraad neemt kennis van het eindrapport van de studie "Inventaris en onderzoek van woonreservegebieden" opgemaakt door studiebureau Creosum bvba en overgemaakt in juni 2021.

        Hoewel deze studie reeds enkele jaren oud is, behoudt deze zijn waarde als insteek voor toekomstige beleidsmatig gewenste ontwikkelingen in het kader van de omgang met de woonuitbreidingsgebieden, specifiek inzake mogelijke vrijgave's van woonuitbreidingsgebied, planologische compensatie bij de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen en de opmaak van een Gemeentelijk Beleidsplan Ruimte.

        Deze mededeling houdt geen definitieve beslissing in. Het eindrapport van de studie wordt evenwel gehanteerd als insteek voor de opmaak van een gemeentelijk beleidsplan ruimte zoals voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, actie 51.

 

 

Publicatiedatum: 08/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 31 maart 2026

 

MONDELINGE VRAGEN.

 

Juridische gronden

         Artikel 31 van het decreet lokaal bestuur
De gemeenteraadsleden hebben het recht aan de burgemeester en aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen.
Voor het stellen van een vraag als vermeld in het eerste lid, is geen toegelicht voorstel van beslissing vereist.

         Artikel 12 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad
Op het einde van de agenda van de openbare vergadering kunnen de raadsleden mondelinge vragen stellen over gemeentelijke beleidsaangelegenheden, die niet op de agenda van de gemeenteraad staan. Om het college van burgemeester en schepenen in staat te stellen om het antwoord op een mondelinge vraag voor te bereiden, bezorgen de raadsleden uiterlijk vijf kalenderdagen vóór de zitting de omschrijving van hun mondelinge vraag aan de algemeen directeur, die deze onmiddellijk bezorgt aan het college van burgemeester en schepenen en aan de voorzitter van de gemeenteraad. Op deze mondelinge vragen voor een zitting die later dan de vermelde termijn worden ingediend bij de algemeen directeur, wordt ten laatste tijdens de daaropvolgende zitting geantwoord.

         Artikel 33, §1 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad
Een samenvatting van de mondelinge vragen en de antwoorden daarop worden opgenomen in de notulen. Loutere meldingen die geen vraagstelling over beleidsaangelegenheden bevatten, worden niet in de notulen opgenomen.

 

Besluit

Mondelinge vragen

 

        Jurgen Gyns (NVA): Is er voorzien in kortparkeren op het Dorpsplein in Leefdaal?

 Zo ja, waarom blijft de invoering uit en tegen wanneer mogen inwoners hier eindelijk   duidelijkheid over verwachten? Wat is de huidige stand van zaken en welke concrete                             stappen zijn al gezet?

        Wouter Fock (Groen) deelt de vraag van collega Gyns en begrijpt dat er geen handhavingsbeleid wordt ingevoerd zolang de werken in het centrum van Leefdaal niet zijn afgerond.

        Burgemeester Vander Elst (Plus) bevestigt de redenering van raadslid Fock en antwoordt dat de gemeente effectief van plan is om kort parkeren in te voeren in Leefdaal en Bertem. We wachten hiervoor op de oplevering van de werken. Er zijn op dit moment bewoners die moeilijker aan hun woning geraken. We willen nu geen pestbeleid voeren. We hebben op de laatste Dorpsraad een uitvoerige toelichting gegeven over de handhaving van een blauwe zone na de oplevering van de werken. We hebben bij dit traject zeker oog voor de belangen van de lokale handelaars. We hebben het dossier in 2024 opgestart en we hebben intussen ook 2 parkeerbedrijven geconsulteerd. Een bestek wordt voorbereid door de administratie en er wordt intussen overleg gepleegd met de politie en de mobiliteitscel over de afbakening van de blauwe zone. We blijven dus effectief vasthouden aan het dossier van kort parkeren. Ons standpunt is daarover niet gewijzigd t.o.v. het verleden.  We hopen na de zomer met een kant en klaar dossier naar de gemeenteraad te gaan. We willen vooral het lang parkeren tegengaan.

 

Actuele vragen

 

        Raadslid Schoenaerts bedankt het lokaal bestuur en de technische diensten voor de uitgevoerde herstellingswerken op de omleidingsweg in de Dorpstraat.

 

 

 

Publicatiedatum: 08/05/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.