NOTULEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

Gemeente Bertem

 

Zitting van 16 december 2025

Van 20.30 uur tot 21 uur

 

Aanwezig:

Burgemeester:  Joël Vander Elst

Schepenen:  Joery Verhoeven, Tom Philips, Mathias Haesaerts, Iris De Smet

Raadsleden:  Ludo Croonenberghs, Jan De Keyzer, Wouter Fock, Diane Vander Elst, Jimmy Geyns, Jurgen Gyns, Merel Van Neck, Elsie Vander Hulst, Joke Himpens, Jozef Van Cortenberg, Jana Vanden Plas, Karolien Schoenaerts

Waarnemend voorzitter:  Marc Morris

Algemeen directeur:  Bart Devisch

 

Verontschuldigd:

Raadsleden:  Yvette Laes, Hans Neckebrouck

Voorzitter:  Albert Mees

 

 


Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

ZITTINGEN GEMEENTERAAD. GOEDKEURING NOTULEN VORIGE ZITTING.

 

Juridische gronden

  • Artikel 32 van het decreet lokaal bestuur
    De gemeenteraad keurt, mits eventuele aanpassingen, de notulen en het zittingsverslag van de vorige raadszitting goed.
  • Artikel 33, §2 van het huishoudelijk reglement
    De gemeenteraad beslist om het zittingsverslag, zoals vermeld in artikel 278 van het decreet lokaal bestuur, te vervangen door een audio-opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
  • Artikel 34, §3 van het huishoudelijk reglement
    Elk gemeenteraadslid heeft het recht tijdens de vergadering van de gemeenteraad opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige raadsvergadering. Als die opmerkingen door de gemeenteraad worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast. Als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen van de vorige raadsvergadering, worden de notulen als goedgekeurd beschouwd en worden ze ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.

 

 

Bijlagen

        Notulen van de zitting van 25 november 2025.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

De raad keurt de notulen van de zitting van 25 november 2025 goed.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

ZITTINGEN GEMEENTERAAD. MEDEDELING DATA ZITTINGEN 2026.

 

Besluit

Mededeling

De raad neemt kennis van de geplande datums voor de zittingen van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn in 2026

        dinsdag 27 januari 2026

        dinsdag 24 februari 2026

        dinsdag 31 maart 2026

        dinsdag 28 april 2026

        dinsdag 26 mei 2026

        dinsdag 30 juni 2026

        dinsdag 25 augustus 2026

        dinsdag 29 september 2026

        dinsdag 20 oktober 2026

        dinsdag 24 november 2026

        dinsdag 15 december 2026

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

INTERLEUVEN. TOEKENNING EXCLUSIVITEIT VOOR BEPAALDE DIENSTEN AAN DE ZELFSTANDIGE GROEPERING ‘INTERLEUVEN ONDERSTEUNENDE ACTIVITEITEN’.

 

Voorgeschiedenis

        Besluit van de gemeenteraad van 17 december 2019 houdende de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en de gemeente Bertem als vennoot van deze organisatie.

        Principiële goedkeuring door het college op 1 december 2025 van het voorstel tot afsluiten van overeenkomsten inzake exclusieve dienstverlening door Interleuven.

 

Feiten en context

        De statuten van Interleuven bepalen dat de deelnemers beroep kunnen doen op de diensten op basis van wederzijdse exclusiviteit en volgens een kosten- en expertisedelend principe;

        Op basis van de wijziging van de statuten van Interleuven op de algemene vergadering van 24 september 2025 worden volgende diensten door de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten aangeboden:

  1. BOUW & INFRA
    1.1 Bouw & infra – ontwerp en opvolging van infrastructuurwerken
    1.2 Bouw & infra – ontwerp en opvolging van gebouwen
    1.3 Bouw & infra – veiligheidscoördinatie ontwerp en verwezenlijking bij infrastructuurwerken
    1.4 Bouw & infra – veiligheidscoördinatie ontwerp en verwezenlijking bij gebouwen
    1.5 Bouw & infra – technische en administratieve begeleiding, adviseren en coördineren van projecten
  2. OMGEVING
    2.2 Omgeving – planning, ontwerp en onderzoek
    2.2. Uitvoering Omgeving – omgevingsvergunningenbeleid
    2.3. Omgeving – Huis voor omgevingsKwaliteit (ad hoc)
    2.4. Omgeving – ondersteuning gemeentelijke omgevingsdienst
    2.5. Omgeving – projectwerking milieu & klimaat 
    2.6. Omgeving – omgevingshandhaving
    2.7. Omgeving – Vervoerregio Leuven
    2.8. Omgeving – GIS-inventarisatie en/of actualisatie van ruimtelijke situeerbare gegevens
  3. SLIMME REGIO
    3.1. Slimme regio – informatieveiligheid
    3.2. Slimme regio – begeleiding bij de uitbouw en het gebruik van het regionaal digitaal loket kinderopvang
    3.3. Slimme regio – begeleiding bij de uitbouw van een dataplatform
    3.4.Slimme regio – adviesverlening slimme regio/gemeente
  4. PROJECTONTWIKKELING
    4.1. Projectontwikkeling – ondersteuning lokaal woonbeleid
    4.2. Projectontwikkeling – realisatie van woonprojecten
    4.3. Projectontwikkeling – ondersteuning ruimtelijk-economisch beleid
    4.4. Projectontwikkeling – (her)ontwikkeling en optimalisatie van bedrijventerreinen en bedrijfspanden
    4.5. Projectontwikkeling – ondernemen: adviesverlening bedrijfshuisvestingsbeleid
    4.6. Projectontwikkeling – projectregie en gebiedsontwikkeling
    4.7. Projectontwikkeling – begeleiding en ondersteuning in vastgoed(transacties).
    4.8. Projectontwikkeling – patrimoniumbeheer

        De werking van de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten wordt opgevolgd door een stuurgroep waarin alle deelnemers worden vertegenwoordigd.

        De gemeente duidde een vertegenwoordiger aan voor de komende legislatuur en voor deelname aan de stuurgroep die op 24 september 2025 heeft plaatsgevonden.

        Tijdens deze stuurgroep werd de huidige samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden 2020-2025 geactualiseerd in een versie 2026-2031.

        Er werd bovendien een nieuwe versie van de individuele samenwerkingsovereenkomst Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten goedgekeurd voor de periode 2026-2031.

        In deze nieuwe versie werd de mogelijkheid tot uitzondering voor één project per afgesloten subnummer opgenomen

 

Juridische gronden

        Artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur

        De statuten van Interleuven, zoals door de algemene vergadering laatst gewijzigd op 24 september 2025

 

Argumentatie

De gemeente als deelnemer van Interleuven en als deelnemer van de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ is in de mogelijkheid om beroep te doen op de diensten van haar intercommunale, alsook op deze diensten dewelke in exclusiviteit worden aangeboden, waardoor de wetgeving overheidsopdrachten niet van toepassing is;

 

De toekenning van diensten aan de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ heeft door de gezamenlijke aanwerving van personeel onder meer volgende voordelen:

        schaalvoordelen en gedeelde expertise,

        flexibiliteit in inzet en taakverdeling,

        continuïteit en kennisopbouw binnen de regio.

 

De statuten van Interleuven voorzien in een vergoedingssysteem waarbij op transparante basis de kosten kunnen worden toegewezen. Voor de aanrekening van de prestaties zal gewerkt worden met een open boekhouding.

 

De uurlonen voor de personeelsleden worden door de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ op basis van de reële kostprijs als volgt bepaald (toestand op 01-03-2025):

 

        Algemeen projectleider/specialist-expert:

     133,00 euro inclusief BTW

     (basis na de komma 132,82 inclusief BTW)

        Projectleider

     118,00 euro inclusief BTW

     (basis na de komma 117,85 inclusief BTW)

        Projectmedewerker - expert 

     109,00 euro inclusief BTW

     (basis na de komma 108,50 inclusief BTW)

        Projectmedewerker

     97,00 euro inclusief BTW

     (basis na de komma 97,273 inclusief BTW)

 

De hier opgegeven uurlonen zijn gekoppeld aan de indexaanpassing van de lonen zoals toepasselijk in de openbare sector. Alle andere kosten, zoals verplaatsingskosten, uitrustingskosten, ... zijn begrepen in deze uurprijs.

 

De uurlonen worden telkens berekend op een cijfer na de komma waarna overgegaan wordt tot afronding op het lagere of hogere eenheidscijfer. Bij een volgende indexering wordt terug uitgegaan van het vorige, na de komma bekomen cijfer, zodat telkens een correcte berekening van de uurtarieven plaatsvindt.

 

Dat het afsluiten van deze samenwerkingsovereenkomst tevens tot gevolg heeft dat de gemeente zich ertoe verbindt om voor de diensten dewelke in deze overeenkomst worden omschreven, uitsluitend een beroep te doen op de diensten van de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’, en dit voor een welomschreven periode dewelke echter de duur van zes jaar niet mag overschrijden;

 

De gemeente kan aldus kiezen om voor de betrokken diensten een beroep te doen op de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’, dan wel om deze diensten zelf uit te oefenen, doch ziet hierbij wel af van de mogelijkheid om de dienst, gedurende de looptijd van de exclusiviteit, te laten uitvoeren door derden, tenzij de gemeente beroep doet op de uitzonderingsclausule voor één project per afgesloten afgesloten subnummer;

 

Dat voor de uitvoering van deze exclusieve taken wordt gewerkt overeenkomstig in bijlage toegevoegde samenwerkingsovereenkomst.

 

Dat de gemeente het dan ook aangewezen acht om voornoemde diensten aan de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ toe te kennen;

 

Het college van burgemeester en schepen stelt voor om in te tekenen op volgende activiteiten

 

1. BOUW & INFRA

1.3. Bouw & infra – veiligheidscoördinatie ontwerp en verwezenlijking bij infrastructuurwerken

1.4. Bouw & infra – veiligheidscoördinatie ontwerp en verwezenlijking bij gebouwen

1.5. Bouw & infra – technische en administratieve begeleiding, adviseren en coördineren van projecten

 

2. OMGEVING

2.1. Omgeving – planning, ontwerp en onderzoek

Het ondersteunen en adviseren van het lokaal bestuur bij plannings-, ontwerp- en onderzoekstaken binnen de omgevingsdomeinen.

   2.1.2. Milieu & klimaat

2.2. Uitvoering Omgeving – omgevingsvergunningenbeleid 

Het ondersteunen en adviseren van het lokaal bestuur inzake omgevingsvergunningenbeleid.

   2.2.1. Geïntegreerde aanpak, waarbij zowel het ruimtelijk/stedenbouwkundig als het milieuluik van de omgevingsvergunningen wordt behandeld

2.4. Omgeving – ondersteuning gemeentelijke omgevingsdienst

Het ondersteunen en adviseren van de gemeentelijke omgevingsdienst. 

   2.4.2. Milieu en klimaat

   2.4.3. Mobiliteit

2.6. Omgeving – omgevingshandhaving

Het ondersteunen van het lokaal bestuur bij het uitvoeren van de taken inzake omgevingshandhaving (zijnde milieu, ruimtelijke ordening, onroerend erfgoed), door:

   2.6.2. geïntegreerde omgevingshandhaving: aan de hand van een goedgekeurd beleidskader, omgevingshandhavingsdossiers behandelen via proactief en reactief optreden door gekwalificeerde intergemeentelijke handhavingsmedewerkers, voor het milieu-, en/of het ruimtelijke ordenings- en/of het onroerend erfgoedluik.

 

3. SLIMME REGIO

3.2. Slimme regio – begeleiding bij de uitbouw en het gebruik van het regionaal digitaal loket kinderopvang.

   3.2.1. Basisondersteuning regionaal digitaal loket kinderopvang.

 

 

4. PROJECTONTWIKKELING

4.7. Projectontwikkeling – begeleiding en ondersteuning in vastgoed(transacties)

Het begeleiden, het ondersteunen en/of het adviseren (van de gemeente) bij vastgoedaspecten en vastgoedtransacties.

 

Financiële gevolgen

De uurlonen voor de personeelsleden worden door de ZG IL-OA op basis van de reële kostprijs als volgt bepaald (toestand op 1-03-2025):

        Algemeen projectleider/specialist-expert

     133,00 euro inclusief BTW

     (basis na de komma 132,82 inclusief BTW)

        Projectleider :

     118,00 euro inclusief BTW

     (basis na de komma 117,85 inclusief BTW)

        Projectmedewerker - expert

     109,00 euro inclusief BTW

     (basis na de komma 108,50 inclusief BTW)

        Projectmedewerker

     97,00 euro inclusief BTW

     (basis na de komma 97,273 inclusief BTW)

 

De hier opgegeven uurlonen zijn gekoppeld aan de indexaanpassing van de lonen zoals toepasselijk in de openbare sector. Alle andere kosten, zoals verplaatsingskosten, uitrustingskosten, ... zijn begrepen in deze uurprijs.

De uurlonen worden telkens berekend op een cijfer na de komma waarna overgegaan wordt tot afronding op het lagere of hogere eenheidscijfer. Bij een volgende indexering wordt terug uitgegaan van het vorige, na de komma bekomen cijfer, zodat telkens een correcte berekening van de uurtarieven plaatsvindt.

 

 

Bijlagen

        Overeenkomsten:

     Cluster Bouw  & Infra

     Cluster Omgeving

     Cluster Slimme Regio

     Cluster Projectontwikkeling

        De algemene samenwerkingsovereenkomst tussen de ‘Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten’ en haar leden, versie 2026-2031.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

De raad hecht zijn goedkeuring aan de samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden, actualisatie 2026-2031.

 

Artikel 2:

De volgende diensten, zoals voorzien in de bijlagen van de statuten van Interleuven, worden in exclusiviteit toegekend aan de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ met ingang van 01-01-2026 tot en met 31-12-2031, met dien verstande dat opdrachten die werden toegekend vóór het verstrijken van voormelde periode, zullen worden afgewerkt onder het systeem van de exclusieve dienstverlening :

 

1. BOUW & INFRA

1.3. Bouw & infra – veiligheidscoördinatie ontwerp en verwezenlijking bij infrastructuurwerken

1.4. Bouw & infra – veiligheidscoördinatie ontwerp en verwezenlijking bij gebouwen

1.5. Bouw & infra – technische en administratieve begeleiding, adviseren en coördineren van projecten

 

2. OMGEVING

2.1. Omgeving – planning, ontwerp en onderzoek

Het ondersteunen en adviseren van het lokaal bestuur bij plannings-, ontwerp- en onderzoekstaken binnen de omgevingsdomeinen.

   2.1.2. Milieu & klimaat

2.2. Uitvoering Omgeving – omgevingsvergunningenbeleid 

Het ondersteunen en adviseren van het lokaal bestuur inzake omgevingsvergunningenbeleid.

   2.2.1. Geïntegreerde aanpak, waarbij zowel het ruimtelijk/stedenbouwkundig als het milieuluik van de omgevingsvergunningen wordt behandeld

2.4. Omgeving – ondersteuning gemeentelijke omgevingsdienst

Het ondersteunen en adviseren van de gemeentelijke omgevingsdienst. 

   2.4.2. Milieu en klimaat

   2.4.3. Mobiliteit

2.6. Omgeving – omgevingshandhaving

Het ondersteunen van het lokaal bestuur/de politiezone bij het uitvoeren van de taken inzake omgevingshandhaving (zijnde milieu, ruimtelijke ordening, onroerend erfgoed), door:

   2.6.2. geïntegreerde omgevingshandhaving: aan de hand van een goedgekeurd beleidskader, omgevingshandhavingsdossiers behandelen via proactief en reactief optreden door gekwalificeerde intergemeentelijke handhavingsmedewerkers, voor het milieu-, en/of het ruimtelijke ordenings- en/of het onroerend erfgoedluik.

 

3. SLIMME REGIO

3.2. Slimme regio – begeleiding bij de uitbouw en het gebruik van het regionaal digitaal loket kinderopvang.

   3.2.1. Basisondersteuning regionaal digitaal loket kinderopvang.

 

4. PROJECTONTWIKKELING

4.7. Projectontwikkeling – begeleiding en ondersteuning in vastgoed(transacties)

Het begeleiden, het ondersteunen en/of het adviseren (van de gemeente) bij vastgoedaspecten en vastgoedtransacties.

 

Artikel 3:

De uitvoering van deze diensten gebeurt overeenkomstig de in bijlage toegevoegde samenwerkingsovereenkomsten.

 

Artikel 4:

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met het uitvoeren van huidige beslissing.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

ONDERWIJS. GOEDKEURING TOETREDING RAAMCONTRACTEN DOKO.

 

Voorgeschiedenis

Raadsbesluiten van 20 december 2022 en 24 oktober 2023 betreffende de deelname aan de opdrachtencentrale DOKO en de intekening op diverse raamovereenkomsten.

De meeste raamovereenkomsten waarbij de gemeente was aangesloten zijn intussen vervallen. Er zijn door DOKO nieuwe raamovereenkomsten afgesloten waarbij de gemeente als inrichtende macht wenst aan te sluiten.

 

Feiten en context

        Vzw DOKO (Diensten ter Ondersteuning van het Katholiek Onderwijs) ondersteunt scholen en schoolbesturen bij de toepassing van de wetgeving overheidsopdrachten. Hoewel Vzw DOKO in oorsprong werkt voor leden van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, staat een groot deel van het aanbod vandaag ook open voor scholen van andere onderwijsnetten, waaronder gemeentelijke en GO!-scholen.

        De gemeentescholen wensen gebruik te maken van deze raamcontracten om hun aankoopbeleid efficiënter, juridisch correct en financieel voordeliger te organiseren.

        De directeurs van de gemeentescholen wensen graag in te tekenen op onderstaande raamcontracten:

     aanraak- en presentatieschermen

     catering

     computers aankoop

     computers aankoop Apple

     educatief knutselmateriaal

     handboeken basisonderwijs via distributie

     handboeken basisonderwijs via uitgeverijen

     kantoor- en schoolmateriaal

     knutsel- en educatief materiaal

     schoolboeken basisonderwijs via distributie

     schoolboeken basisonderwijs via uitgeverijen

     schoolmaaltijden

     sportkledij

     schoolmeubilair

 

Juridische gronden

        Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.

        Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.

        Wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies.

        Artikel 47 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten. Een aanbestedende overheid die een beroep doet op een aankoopcentrale is vrijgesteld van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren.

        Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren.

        Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 334 betreffende het bestuurlijk toezicht.

        Artikel 41, 10° van het decreet lokaal bestuur. De gemeenteraad is bevoegd voor het vaststellen van de plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten, tenzij de opdracht past binnen het begrip 'dagelijks bestuur'.

 

Argumentatie

Het gebruik van DOKO-raamcontracten levert gemeentescholen diverse voordelen op. Ze kunnen rekenen op juridische zekerheid en vermijden de noodzaak om zelf tijdrovende aanbestedingsprocedures uit te werken. Dankzij de schaalvoordelen die DOKO realiseert, genieten scholen bovendien van aantrekkelijke prijzen en gunstige contractvoorwaarden. De vooraf geselecteerde leveranciers garanderen kwaliteit. Het aanbod binnen de raamcontracten is daarnaast bijzonder ruim, met onder meer ICT-voorzieningen, energieoplossingen, verzekeringen, infrastructuurdiensten en school- en kantoormateriaal.

 

Financiële gevolgen

Het lidmaatschap van DOKO en de aansluiting bij de raamakkoorden heeft geen financiële gevolgen. Er is op zich geen aankoopverplichting.

 

 

Bijlagen

        Fiche aanraak- en presentatieschermen

        Fiche catering

        Fiche computers

        Fiche sportkledij

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

De gemeenteraad gaat akkoord met de toetreding van onze gemeentescholen tot de aankoopcentrale DOKO vzw, gevestigd te Guimardstraat 1, 1040 Brussel, voor de volgende raamcontracten:

        aanraak- en presentatieschermen (DOKO-GB-2025-002)

        catering (DOKO-2021-AW-002)

        computers aankoop (DOKO-2022-AW-005)

        computers aankoop Apple (DOKO-2022-AW-005)

        educatief knutselmateriaal (DOKO-2022-SG01)

        handboeken basisonderwijs via distributie (DOKO-2022_KDS_004)

        handboeken basisonderwijs via uitgeverijen (DOKO-2022_KDS_003)

        kantoor- en schoolmateriaal (DOKO-2021-SG01)

        knutsel- en educatief materiaal (DOKO-2022-SG01)

        schoolboeken basisonderwijs via distributie (DOKO-2022_KDS_004)

        schoolboeken basisonderwijs via uitgeverijen (DOKO-2022_KDS_003

        schoolmaaltijden (DOKO-2021-AW002)

        sportkledij (DOKO-2025-SG01)

        schoolmeubilair (DOKO-AW-2024-001)

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

NOODPLANNING. OPRICHTING VAN EEN GEMEENTELIJK VRIJWILLIGERSKORPS EN ONDERSTEUNING DOOR DE VLAAMSE REGERING VIA RODE KRUIS-VLAANDEREN.

 

Feiten en context

De Vlaamse Regering nam op 23 mei 2025 kennis van de mededeling betreffende de conceptnota Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’. Met deze mededeling geeft de Vlaamse Regering invulling aan een model voor vrijwilligerskorpsen waarbij de waardevolle vaardigheden, het engagement en de motivatie van Vlamingen op een zinvolle en gecoördineerde manier inzetbaar wordt gemaakt. Het belang van zowel goed opgeleide als spontante vrijwilligers die het verschil kunnen maken in grote en kleine crisissituaties wordt erkend. Met de vrijwilligerskorpsen wil de Vlaamse Regering de individuele weerbaarheid verhogen, maar ook de samenleving als geheel veerkrachtiger maken.

 

De belangrijkste kenmerken van de gemeentelijke vrijwilligerskorpsen en de werking hiervan overeenkomstig de conceptnota Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’ zijn de volgende:

        Het gemeentelijk vrijwilligerskorps heeft een minimale omvang van 10 leden.

        Leden van het vrijwilligerskorps zijn minstens 16 jaar oud.

        Vrijwilligers volgen een basisopleiding die hen gegeven wordt door het Rode Kruis-Vlaanderen. De opleiding voor de vrijwilligers bestaat uit een basisopleiding EHBO, een jaarlijkse bijscholing en een simulatie-oefening. Op vraag van een lokaal bestuur en in overleg met Rode Kruis-Vlaanderen, kunnen deze sessies basisopleiding EHBO eventueel gegeven worden door het Vlaams Kruis, of een andere partner die voldoet aan het kwaliteitscharter voor de EHBO-lessen. Elk lokaal bestuur krijgt de vrijheid om bijkomende opleidingen aan te bieden of te organiseren.

        De rekrutering, registratie (inclusief verzekering), en coördinatie tijdens een crisis verlopen via de digitale crisistool van Rode Kruis-Vlaanderen. Bij de oprichting van een gemeentelijk vrijwilligerskorps krijgt het lokaal bestuur een inlogpagina in de crisistool.

        Vrijwilligers die geregistreerd zijn in de crisistool zijn bij inzet tijdens noodsituaties gedekt door de verzekering van Rode Kruis-Vlaanderen, zowel door de verzekering ‘lichamelijke ongevallen’ als de verzekering ‘burgerlijke aansprakelijkheid’.

        Het lanceren van een hulpvraag kan telefonisch en via de crisistool. De gemeente bepaalt zelf welke leden van het lokaal bestuur de hulpvraag kunnen lanceren bij de oprichting van het gemeentelijk vrijwilligerskorps.

        Tijdens een noodsituatie kunnen vrijwilligers o.a. logistieke, operationele en medische taken opnemen.

        Bij elke noodsituatie zorgt een coördinator van het Rode Kruis-Vlaanderen voor de aansturing.

        De leden van de gemeentelijke vrijwilligerskorpsen nemen steeds een ondersteunende rol op tijdens crisissen, en vervangen nooit de hulp- en ordediensten.

        Voor hulpvragen van lokale besturen betreffende noodsituaties waar meer hulp welkom is kan het Rode Kruis-Vlaanderen via de crisistool een spontane hulpvraag lanceren. Burgers die zich registeren als spontane vrijwilligers voor die specifieke hulpvraag worden eveneens aangestuurd door de coördinator van het Rode Kruis, en zijn op dezelfde manier als vrijwilligers van het gemeentelijk vrijwilligerskorps verzekerd. Na afloop van de noodsituatie worden alle gegevens van deze spontane vrijwilligers verwijderd.

        Bij grootschalige noodsituaties worden provinciale rampenplannen afgekondigd en coördineren de gouverneurs. In samenspraak met de lokale besturen onderzoeken zij op welke manier de gemeentelijke vrijwilligerskorpsen bij grootschalige noodsituaties kunnen ingezet worden.

        De Vlaamse overheid voorziet in een eerste fase in financiering voor de uitbouw van een gemeentelijk korps tot maximaal 80 leden. Vanaf het 81ste lid financiert de gemeente de opleiding van leden van het vrijwilligerskorps met eigen middelen. Deze bovengrens wordt jaarlijks geëvalueerd.

        De financiering door de Vlaamse overheid (t.e.m. de 80e vrijwilliger) omvat kosten voor de applicatie, het aanbod van de basisvorming, jaarlijkse bijscholingen en simulaties, de kost voor de 24/7 permanentie en de inzet van de coördinator van het Rode Kruis-Vlaanderen.

 

Juridische gronden

        Artikel 40, §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017: De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.

        Artikel 41, 2e van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017: De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd: het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden.

        Mededeling Vlaamse Regering 23 mei 2025 Conceptnota Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’.

        Besluit Vlaamse Regering 18 juli 2025 tot toekenning van een projectsubsidie aan Rode Kruis-Vlaanderen voor de ondersteuning van de gemeentelijke vrijwilligerskorpsen.

 

Argumentatie

Met het uitgewerkte vrijwilligerskorpsenmodel worden lokale besturen maximaal ontlast bij de oprichting en organisatie van een vrijwilligerskorps. Gelet op hun decretale rol als ‘Helper van de Vlaamse overheid’ en hun bestaande expertise hierin wordt de coördinatie en begeleiding van de vrijwilligerskorpsen opgenomen door Rode Kruis-Vlaanderen.

 

Financiële gevolgen

De gemeenteraad neemt akte van de ondersteuning die door de Vlaamse Regering via Rode Kruis-Vlaanderen ter beschikking wordt gesteld van gemeentelijke vrijwilligerskorpsen.

De Vlaamse financiering dekt de kosten voor de applicatie waarin vrijwilligers zich moeten registreren en noodvragen gesteld kunnen worden en voor de aangeduide coördinator van het Rode Kruis-Vlaanderen. Daarnaast dekt de Vlaamse financiering de kosten voor de EHBO-opleidingen en jaarlijkse bijscholingen en simulaties van/voor de vrijwilligers en dit t.e.m. de 80e vrijwilliger.

 

 

Bijlagen

        Overeenkomst tot het oprichten van een Gemeentelijk Vrijwilligerskorps.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

De gemeenteraad beslist om een gemeentelijk vrijwilligerskorps op te richten.

 

Artikel 2:

De gemeenteraad beslist tot aansluiting van het gemeentelijk vrijwilligerskorps bij het vrijwilligerskorpsmodel zoals beschreven in de conceptnota aan de Vlaamse Regering Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’. Binnen dit model krijgt het gemeentelijk vrijwilligerskorps ondersteuning van Rode Kruis-Vlaanderen inzake:

        het opleiden van vrijwilligers;

        de coördinatie, registratie en verzekering van vrijwilligers via de digitale crisistool.

 

Artikel 3:

Het vrijwilligerskorps zal minstens 10 leden en maximaal 80 leden omvatten.

 

Artikel 4:

De gemeenteraad verleent de machtiging om een hulpvraag in de digitale crisistool te lanceren aan de burgemeester en de noodplanningscoördinator.

 

Artikel 5:

De gemeenteraad engageert zich om via de communicatiekanalen van de gemeente de werving van vrijwilligers te ondersteunen.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

RECHTSPOSITIEREGELING. GOEDKEURING AANPASSING RECHTSPOSITIEREGELING LOKAAL BESTUUR BERTEM.

 

Voorgeschiedenis

        Raadsbesluiten van 25 februari 2025 over de goedkeuring van de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel en OCMW-personeel.

        Bespreking op het HOC/BOC van 5 december 2025 

        Bespreking op het MAT van 20 november 2025.

 

Juridische gronden

        Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel

        Koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel

        Besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel.

        Artikel 171, §4 van het decreet lokaal bestuur
Dit artikel bepaalt dat de algemeen directeur de taak heeft om in samenwerking met het managementteam een ontwerp van plaatselijke rechtspositieregeling op te maken.

        Artikel 186 van het decreet lokaal bestuur
De gemeenteraad stelt de rechtspositieregeling van het personeel vast.

        Besluit van de Vlaamse regering (BVR-RPR) tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen van 12 januari 2024.

 

Adviezen

        ACOD: protocol van akkoord d.d. 5/12/2025 met uitzondering van de artikelen 3§2 en 56 waarmee de vakbond inhoudelijk niet kan instemmen.

        ACV: protocol van akkoord d.d.D 5/12/2025 rekening houdende met de aandachtspunten opgenomen in het verslag van deze syndicale vergadering.

        Positief advies van het managementteam van 20 november 2025.

 

Argumentatie

Om tegemoet te komen aan een aantal aanpassingen in de wetgeving, wordt de RPR op een aantal plaatsen aangepast.

Sommige artikels worden anders geformuleerd om minder ruimte voor interpretatie te laten.

 

Daarnaast wensen we de evaluatiecyclus te verkorten in doorlooptijd en aantal gesprekken met als doel sneller te kunnen schakelen wanneer er ernstige tekortkomingen zouden zijn in het functioneren van een personeelslid.

 

Het verschil tussen enerzijds statutaire en anderzijds contractuele personeelsleden wordt verder gelijkgetrokken. Zo zullen in de loop van 2026 de statutaire personeelsleden niet langer voorafbetaald worden, maar na termijn zoals de contractuele personeelsleden. Voor de meerekenbaarheid van afwezigheden worden ook - waar mogelijk - verschillen weggewerkt.

 

Voor de berekening van het vakantiegeld wordt een aanpassing gedaan in de meerekenbaarheid van langdurige afwezigheid wegens ziekte. Door de overschakeling van het privaat vakantiestelsel naar het publiek vakantiestelsel is het aangewezen opnieuw de regels vast te leggen. We kiezen ervoor om afwezigheid wegens ziekte of disponibiliteit gedurende de eerste 12 maanden te laten meetellen, net zoals dat voorheen het geval was in het privaat vakantiestelsel.

 

Voor de maaltijdcheques voorzien we 9 euro per maaltijdcheque voor de komende 3 jaren. Daarna worden ze verder opgetrokken tot 10 euro per maaltijdcheque.

 

Personeelsleden van de thuisdiensten worden verloond via andere loonschalen, nl de IFIC-loonbarema's. Om duidelijkheid te bieden met welk niveau deze schalen overeenkomen, wordt een concordantietabel toegevoegd. Deze duidelijkheid is vooral nuttig wanneer personeelsleden wensen deel te nemen aan een procedure van bevordering of interne personeelsmobiliteit.

 

 

Bijlagen

        advies managementteam 20 november 2025

        verslag HOC 5 december 2025

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

De raad keurt de bijgevoegde rechtspositieregeling voor de personeelsleden van lokaal bestuur Bertem goed.

 

Artikel 2:

De gewijzigde rechtspositieregeling treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel 3:

Het administratief personeel kan deze rechtspositieregeling consulteren via intranet. Aan het overige personeel wordt een analoog exemplaar van deze rechtspositieregeling bezorgd.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

KERKFABRIEK. AKTENEMING VAN DE COÖRDINATIE VAN DE BUDGETWIJZIGINGEN VOOR DIENSTJAAR 2025.

 

Juridische gronden

        Artikel 40 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.

        Artikel 32 en, 48, 49 en 50 van het decreet betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten van 7 mei 2004.

 

 

Bijlagen

        Coördinatie budgetwijzigingen 2025.

 

Besluit

Mededeling

De raad van de kerkfabriek van Sint-Pieters-Banden Bertem keurde in zitting van 6 augustus 2025 de budgetwijziging voor dienstjaar 2025 goed. Hetzelfde gebeurde voor de kerkfabriek van Sint-Lambertus Leefdaal in de zitting van 20 augustus 2025.

Het centraal kerkbestuur zorgde voor de coördinatie van deze budgetwijzigingen en keurde deze goed in zitting van 28 augustus 2025.

De budgetwijzigingen worden na het advies van het erkend representatief orgaan voor 15 september van het lopende jaar gecoördineerd bij de gemeenteoverheid ingediend door het centraal bestuur.

De gemeenteraad neemt kennis van deze budgetwijzigingen aangezien deze passen binnen het goedgekeurde meerjarenplan.

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

JAARREKENING. KENNISGEVING GOEDKEURING JAARREKENING 2024.

 

 

Bijlagen

        Gouverneursbesluit van 5 november 2025 houdende goedkeuring jaarrekening 2024.

        Begeleidende brief van de gouverneur van 5 november 2025.

 

Besluit

Mededeling

De raad neemt kennis van het besluit van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant van 5 november 2025 houdende de goedkeuring van de jaarrekening van het dienstjaar 2024 van gemeente en OCMW Bertem, evenals van de bijhorende begeleidende brief.

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

AGB BELEKO. KENNISGEVING VAN DE GOEDKEURING JAARREKENING 2024 VAN HET AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF BELEKO.

 

 

Bijlagen

        Gouverneursbesluit van 14 oktober 2025 houdende goedkeuring van de jaarrekening 2024 van het autonoom gemeentebedrijf Beleko.

        Begeleidende brief van de gouverneur.

 

Besluit

Mededeling

De gemeenteraad neemt kennis van het besluit van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant van 14 oktober 2025 houdende de goedkeuring van de jaarrekening van het boekjaar 2024 van het autonoom gemeentebedrijf, evenals van de bijhorende begeleidende brief.

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

AGB BELEKO. KENNISNAME VERSLAG M.B.T. DE EVALUATIE VAN DE WERKING VAN HET AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF BELEKO OVER DE PERIODE 2023-2025 EN EVALUATIE VAN DE VERZELFSTANDIGING.

 

Voorgeschiedenis

        Goedkeuring van de statuten tot oprichting van het autonoom gemeentebedrijf Beleko, hierna AGB (besluit van de gemeenteraad van 27 april 2020) en goedkeuring van de beheersovereenkomst tussen de gemeente en het AGB (besluiten van de gemeenteraad en de raad van bestuur van het AGB van 29 juni 2021).

        Besluit van de raad van bestuur van het AGB van 16 december 2025 m.b.t. de werking van het AGB over de periode 2023-2025 en m.b.t. de verzelfstandiging.

 

Feiten en context

        Volgens de bepalingen van artikel 9 van de voormelde beheersovereenkomst eindigt de overeenkomst uiterlijk zes maanden na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad, maar wordt de bestaande overeenkomst van rechtswege verlengd als bij het verstrijken van de beheersovereenkomst geen nieuwe beheersovereenkomst in werking is getreden (in principe voor de duur van 1 jaar).

        Tevens dient volgens de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur elk gemeentelijk verzelfstandigd agentschap, dus ook een autonoom gemeentebedrijf, in de loop van het eerste jaar na de algehele vernieuwing van de gemeenteraden een evaluatieverslag voor te leggen aan de gemeenteraad over de uitvoering van de beheers- of samenwerkingsovereenkomst sinds de inwerkingtreding ervan. Dat verslag omvat ook een evaluatie van de verzelfstandiging, waarover de gemeenteraad zich binnen een termijn van drie maanden dient uit te spreken.

 

Juridische gronden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 227 (verplichting evaluatieverslag voor gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen) en de artikelen 231 tot en met 244 (bepalingen betreffende de autonome gemeentebedrijven).

        De statuten van het AGB Beleko, zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van 27 april 2020.

        De beheersovereenkomst tussen de gemeente en het AGB Beleko, zoals goedgekeurd bij besluiten van de gemeenteraad en de raad van bestuur van het AGB van 29 juni 2021.

 

Argumentatie

Het verslag in bijlage bevat een overzicht van de belangrijkste bevindingen m.b.t. de werking van het AGB over de periode 2023-2025 en somt tevens een aantal argumenten op die aantonen waarom een verderzetting van de werking van het AGB nuttig en wenselijk is.

 

 

Bijlagen

        Evaluatieverslag m.b.t. de werking van het AGB sinds de inwerkingtreding van de beheersovereenkomst.

 

Besluit

 

Artikel 1:

De gemeenteraad neemt kennis van het evaluatieverslag m.b.t. de werking van het AGB Beleko over de periode 2023-2025, zoals goedgekeurd door de raad van bestuur van het AGB in zitting van 16 december 2025. Tevens neemt de gemeenteraad kennis van het advies dat in het verslag is opgenomen m.b.t. de verderzetting van de werking van het AGB.

 

Artikel 2:

De gemeenteraad zal zich binnen een termijn van drie maanden uitspreken over de verderzetting van de activiteiten van het AGB en over de vernieuwing van de beheersovereenkomst.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

GOEDKEURING MEERJARENPLAN 2026-2031 VAN HET AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF BELEKO.

 

Voorgeschiedenis

        Goedkeuring van de statuten tot oprichting van het autonoom gemeentebedrijf Beleko, hierna AGB (besluit van de gemeenteraad van 27 april 2020) en goedkeuring van de beheersovereenkomst tussen de gemeente en het AGB (besluit van de gemeenteraad van 29 juni 2021).

        Vestiging van een erfpachtrecht door de gemeente aan het AGB voor de duur van 99 jaar m.b.t. de sporthal Verona en de omliggende infrastructuur, met ingangsdatum op 1 december 2023 (besluit van de gemeenteraad van 24 oktober 2023). 

        Besluiten van de raad van bestuur van het AGB en de gemeenteraad van 19 december 2023 en 17 december 2024 houdende de vaststelling van respectievelijk het meerjarenplan 2020-2025 van het AGB en de eerste en enige aanpassing ervan.

 

Feiten en context

        De exploitatie van sporthal Verona vormt de eerste en voorlopig enige activiteit die het AGB ter uitvoering van de afgesloten beheersovereenkomst met de gemeente uitoefent. Deze activiteit kende een uiterst stabiel verloop in de afgelopen jaren, zowel aan de inkomstenzijde (goede bezettingsgraad) als aan de uitgavenzijde (vaste onderhoudskosten).

        Rekening houdend met bovenstaande vaststellingen kan het AGB voor het nieuwe meerjarenplan 2026-2031 bijgevolg voortbouwen op de bestaande kredieten, mits het inbouwen van een jaarlijkse indexering.

 

Juridische gronden

        Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 242 dat stelt dat de raad van bestuur van een autonoom gemeentebedrijf het meerjarenplan vaststelt en ter goedkeuring voorlegt aan de gemeenteraad.

        Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus.

        Ministerieel besluit van 26 juni 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus.

        Ministeriële omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de meerjarenplannen 2026-2031 voor de provincies en de lokale besturen.

        Statuten van het AGB, goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van 27 april 2020.

        Beheersovereenkomst tussen het AGB en de gemeente, goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van 29 juni 2021.

 

Adviezen

        Gunstig advies van het managementteam uitgebracht in zitting van 20 november 2025.

 

Argumentatie

Gezien de activiteiten van het AGB zich vooralsnog uitsluitend beperken tot de exploitatie van sporthal Verona is de opbouw van het meerjarenplan 2026-2031 volledig voorzien onder de noemer van het zogenaamde "gelijkblijvend beleid", net als het lopende meerjarenplan 2020-2025. Dit heeft tot gevolg dat het meerjarenplan geen beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties bevat, waardoor tevens een aantal documenten zoals o.a. de strategische nota niet van toepassing zijn.

 

 

Bijlagen

        Meerjarenplan 2026-2031 van het AGB

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van het autonoom gemeentebedrijf Beleko in bijlage van dit besluit goed.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

SUBSIDIES. GOEDKEURING VASTSTELLING VAN DE PRIJSSUBSIDIES VOOR ACTIVITEITEN VAN HET AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF BELEKO IN HET BOEKJAAR 2026 M.B.T. DE EXPLOITATIE VAN SPORTHAL VERONA.

 

Voorgeschiedenis

        Gemeenteraadsbesluit van 17 december 2024 houdende vaststelling van het prijssubsidiereglement voor de activiteiten van het autonoom gemeentebedrijf Beleko m.b.t. de exploitatie van sporthal Verona, met name voor de activiteiten in de periode van het boekjaar 2025.

 

Feiten en context

        De exploitatie van sporthal Verona is gestart in het najaar van 2021 en is sinds 1 december 2023 in handen van het autonoom gemeentebedrijf Beleko, hierna het AGB. Sinds de start van de exploitatie stelden we vast dat het gebruik van de sporthal jaar na jaar gestaag toenam. De bezetting in piekuren is nagenoeg volledig waardoor zich in 2025 een stabilisering van de verhuringen voordeed.

        De kosten van het AGB in het kader van de exploitatie van de sporthal kenden eveneens een stabiel patroon en liggen in het verlengde van het boekjaar 2024.

 

Juridische gronden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 231 tot en met 244 die handelen over autonome gemeentebedrijven.

        De statuten van het AGB en de beheersovereenkomst tussen gemeente en AGB, zoals goedgekeurd bij gemeenteraadsbesluiten van respectievelijk 27 april 2020 en 29 juni 2021.

        BTW-circulaire E.T. 129.288 m.b.t. de werking van autonome gemeentebedrijven.

 

Argumentatie

Artikel 10 van de beheersovereenkomst tussen gemeente en AGB bepaalt dat de gemeente de werking van het AGB financieel zal ondersteunen, vooral door middel van resultaatgerichte prijssubsidies op de toegangsgelden. Volgens de BTW-regelgeving dient het bedrag of de factor van de prijssubsidies vooraf te worden vastgesteld op basis van de geraamde ontvangsten en uitgaven van het AGB en nadien consequent toegepast te worden op de effectieve verhuringen.

 

Gezien zowel de ontvangsten- als de uitgavenzijde van de exploitatie van sporthal Verona in 2024 en 2025 een stabiel patroon vertoonde, volstaat een lichte indexering van de huidige prijssubsidies om de exploitatie op dezelfde manier te blijven verzekeren. De indexering heeft de bedoeling om prijsherzieningen door leveranciers en dienstverleners van het AGB op te vangen.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde uitgave

649500/0742-00

€ 114.283

€ 114.283

€ 114.283

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

Het autonoom gemeentebedrijf Beleko heeft haar ontvangsten en uitgaven m.b.t. de exploitatie van sporthal Verona geraamd voor het boekjaar 2026. Deze ramingen werden opgenomen in het meerjarenplan 2020-2026 van het autonoom gemeentebedrijf. Uit deze ramingen blijkt dat de tarieven van de gemeentelijke prijssubsidies voor 2026 met toepassing van een lichte indexering op het niveau van 2025 kunnen blijven.

 

Artikel 2:

De gemeenteraad zal voor de activiteiten van het boekjaar 2026 volgende prijssubsidies toekennen per uur verhuring van een terrein (1/3 van de oppervlakte van de sportzaal) en van de danszaal, conform het onderscheid dat voor de verschillende categorieën van toepassing is in het gebruiksreglement:

        Categorie 1 en 2: € 8,60 (daluur) en € 17,10 (normaal uur)

        Categorie 3: € 19,60 (daluur) en € 24,50 (normaal uur)

        Categorie 4: € 39,20 (daluur) en € 49,00 (normaal uur)

Per uur verhuring van de volledige sportzaal gelden de volgende prijssubsidies:

        Categorie 1 en 2: € 20,80 (daluur) en € 42,80 (normaal uur)

        Categorie 3: € 49,00 (daluur) en € 61,20 (normaal uur)

        Categorie 4: € 97,90 (daluur) en € 122,40 (normaal uur)

 

Artikel 3:

Het autonoom gemeentebedrijf moet vóór het einde van de maand volgend op elk kwartaal een overzicht geven van de verhuringen waarop de prijssubsidies van toepassing zijn, met een onderscheid op basis van de bovenstaande categorieën en per categorie het totaal bedrag aan prijssubsidies voor het betrokken kwartaal. Met het oog op de afrekening van de prijssubsidies per kwartaal zal het autonoom gemeentebedrijf tegelijk met het voormelde overzicht een debetnota bezorgen aan de gemeente, die de gemeente binnen de 30 dagen na ontvangst dient te betalen aan het autonoom gemeentebedrijf.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

STRATEGISCHE MEERJARENPLANNING. GOEDKEURING STRATEGISCH MEERJARENPLAN 2026-2031 GEMEENTE - OCMW BERTEM.

 

Voorgeschiedenis

        Besluiten van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 30 september 2025 houdende vaststelling van de zesde en laatste aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025.

        Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 16 december 2025 over de vaststelling van het gedeelte van het meerjarenplan 2026-2031 dat betrekking heeft op OCMW Bertem.

 

Feiten en context

        Het lopende meerjarenplan 2020-2025 bevindt zich in het laatste jaar van uitvoering. De regelgeving voorziet dat in het eerste jaar van de nieuwe legislatuur de voorbereiding gebeurt en de goedkeuring van een nieuw meerjarenplan dat de resterende periode van de legislatuur bestrijkt en het eerste jaar van de volgende legislatuur.

 

Juridische gronden

        Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 40, 41 en 249 tot en met 259.

        Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus.

        Ministerieel besluit van 26 juni 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus.

        Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2020-2025 voor de lokale en provinciale besturen.
 

 

Adviezen

        Gunstig advies van het managementteam uitgebracht in zitting van 11 december 2025

 

Argumentatie

De gemeenten en de OCMW's beschikken over een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het door de raad voor maatschappelijk welzijn vastgestelde deel goedkeuren waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.

 

 

Bijlagen

        Meerjarenplan 2026-2031 gemeente-OCMW Bertem

        Gunstig advies MAT 11 december 2025

 

Besluit

 

Stemming vaststelling gedeelte gemeente

 

15 stemmen voor: Joël Vander Elst, Joery Verhoeven, Tom Philips, Mathias Haesaerts, Iris De Smet, Jan De Keyzer, Wouter Fock, Diane Vander Elst, Jimmy Geyns, Merel Van Neck, Elsie Vander Hulst, Joke Himpens, Jozef Van Cortenberg, Jana Vanden Plas en Marc Morris

3 onthoudingen: Ludo Croonenberghs, Jurgen Gyns en Karolien Schoenaerts

Motivatie onthouding Karolien Schoenaerts: De NV-A fractie motiveert haar onthouding doordat ze zich onvoldoende betrokken voelt bij de opmaak van het meerjarenplan.

 

Stemming goedkeuring gedeelte OCMW

 

15 stemmen voor: Joël Vander Elst, Joery Verhoeven, Tom Philips, Mathias Haesaerts, Iris De Smet, Jan De Keyzer, Wouter Fock, Diane Vander Elst, Jimmy Geyns, Merel Van Neck, Elsie Vander Hulst, Joke Himpens, Jozef Van Cortenberg, Jana Vanden Plas en Marc Morris

3 onthoudingen: Ludo Croonenberghs, Jurgen Gyns en Karolien Schoenaerts

 

Artikel 1:

De gemeenteraad stelt het gedeelte van het meerjarenplan 2026-2031 vast dat betrekking heeft op de gemeente Bertem.

 

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt het gedeelte van het meerjarenplan 2026-2031 goed dat betrekking heeft op het OCMW Bertem.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

BELASTINGEN. GOEDKEURING VASTSTELLING GEMEENTELIJKE OPCENTIEMEN ONROERENDE VOORHEFFING VOOR DE AANSLAGJAREN 2026-2030.

 

Voorgeschiedenis

        Gemeenteraadsbesluit van 17 december 2024 houdende vaststelling van de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing voor het aanslagjaar 2025.

 

Feiten en context

        Met de vaststelling van het nieuwe meerjarenplan 2026-2031 kan ook de vaststelling gebeuren van het aantal opcentiemen voor de resterende aanslagjaren van deze legislatuur.

 

Juridische gronden

        Artikel 170, §4, van de Grondwet. Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

        Het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, in het bijzonder de artikelen 2.1.3.0.1. en 3.1.0.0.4. De onroerende voorheffing wordt vastgesteld op basis van het kadastraal inkomen van de belastbare goederen dat op 1 januari van het aanslagjaar bekend is. Het tarief van de onroerende voorheffing bedraagt 3,97%. Als er gemeentelijke opcentiemen worden geheven, worden die, samen met de belasting zelf, geïnd door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie. Als de gemeenteraad besluit opcentiemen op te heffen, stelt de gemeenteraad uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar de opcentiemen voor het aanslagjaar in kwestie vast en deelt ze die beslissing uiterlijk op 1 maart van hetzelfde jaar mee aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie.

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 40, §3, en 41, 2e lid, 14°), betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad. De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen, vast. Deze bevoegdheid kan de gemeenteraad niet toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.

 

Argumentatie

Uit het nieuwe meerjarenplan 2026-2031 blijkt dat de opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de komende aanslagjaren op 661 behouden kunnen blijven. Daarom stelt het college voor om de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing voor het aanslagjaar 2026 tot en met 2030 vast te stellen op 661.

 

Financiële gevolgen

 

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Geraamde inkomsten

730000/0020-00 (2026)

€ 4.169.087

€ 4.169.087

 

 

Bijlagen

        Raming Agentschap Vlaamse Belastingdienst m.b.t. de ontvangsten onroerende voorheffing periode 2026-2031 met bijhorende toelichting.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2030 worden ten bate van de gemeente 661 opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.

 

Artikel 2:

De vestiging en de inning van deze belasting gebeuren door toedoen van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

BELASTINGEN. GOEDKEURING VASTSTELLING AANSLAGVOET AANVULLENDE PERSONENBELASTING VOOR DE AANSLAGJAREN 2026 TOT EN MET 2030.

 

Voorgeschiedenis

        Gemeenteraadsbesluit van 17 december 2024 houdende vaststelling van de aanslagvoet van de aanvullende personenbelasting voor het aanslagjaar 2025.

 

Feiten en context

        Met de vaststelling van het nieuwe meerjarenplan 2026-2031 kan ook de vaststelling gebeuren van de aanslagvoet van de aanvullende personenbelasting voor de resterende aanslagjaren van deze legislatuur.

 

Juridische gronden

        Artikel 170, §4, van de Grondwet. Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

        Het Wetboek Inkomstenbelastingen van 10 april 1992, in het bijzonder de artikelen 466 en 469. De aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting wordt berekend op de totale personenbelasting. De vestiging en de inning ervan wordt toevertrouwd aan de administratie der directe belastingen, onder de voorwaarden en regels die de Koning bepaalt.

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 40, §3, en 41, 2e lid, 14°),  betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad. De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen, vast. Deze bevoegdheid kan de gemeenteraad niet toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.

        Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen. 

 

Argumentatie

Uit het nieuwe meerjarenplan 2026-2031 blijkt dat de aanslagvoet van de aanvullende personenbelasting voor de komende aanslagjaren op 7,5% behouden kan blijven. Daarom stelt het college voor om de aanslagvoet van de aanvullende personenbelasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2030 vast te stellen op 7,5%.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde uitgave

614061/0020-00 (2026)

€ 64.579

€ 64.579

€ 62.466

 

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Geraamde inkomsten

730100/0020-00 (2026)

€ 6.457.887

€ 6.457.887

 

 

Bijlagen

        Brieven van de FOD Financiën m.b.t. de raming 2026 en de ramingen 2027-2031.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2030 wordt een aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari 2025.

 

Artikel 2:

De belasting wordt vastgesteld op 7,5% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek der Inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van de inkomsten die de belastingplichtige heeft verworven in het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar.

 

Artikel 3:

De vestiging en de inning van deze belasting zal gebeuren door toedoen van het bestuur der directe belastingen van de FOD Financiën zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek der Inkomstenbelastingen 1992.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

FINANCIËN. GOEDKEURING BELASTINGREGLEMENT OP DE MOTORBRANDSTOFPOMPEN.

 

Juridische gronden

        Artikel 170, §4 van de grondwet
Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

        Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur
De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen, vast.

        Artikel 41, 2e lid, 14° van het decreet lokaal bestuur
De bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, is niet delegeerbaar naar het college van burgemeester en schepenen.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

        Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

        Gecoördineerde omzendbrief gemeentefiscaliteit KB/ABB/2019/2 van 15 februari 2019

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invordering van alle rendabele belastingen.

Daartoe wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting geheven op motorbrandstofpompen.

 

Financiële gevolgen

De inkomsten van deze belasting worden geboekt op de budgetcode 736050/0020-00

 

Besluit

 

Stemming punt

 

15 stemmen voor: Joël Vander Elst, Joery Verhoeven, Tom Philips, Mathias Haesaerts, Iris De Smet, Jan De Keyzer, Wouter Fock, Diane Vander Elst, Jimmy Geyns, Merel Van Neck, Elsie Vander Hulst, Joke Himpens, Jozef Van Cortenberg, Jana Vanden Plas en Marc Morris

3 stemmen tegen: Ludo Croonenberghs, Jurgen Gyns en Karolien Schoenaerts

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt voor de periode 2026-2031 het belastingreglement op de plaatsing van een vaste motorbrandstofpomp langs de openbare weg in de gemeente Bertem goed.
De gemeentelijke belasting bedraagt 200,00 euro per bedieningsslang per jaar.

 

Artikel 2:

De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de pomp en voor het ganse jaar, vanaf het ogenblik dat zij langs de openbare weg geplaatst wordt.

Vrijstelling wordt verleend voor die toestellen die niet voor het publiek toegankelijk zijn of voor diegenen die zich in garages of dergelijke inrichtingen bevinden en van buitenuit niet zichtbaar zijn.

 

Artikel 3:

De eigenaar van de belastbare pompen is verplicht deze bij het gemeentebestuur aan te geven. Deze aangifte moet gedaan worden binnen de 14 dagen volgend op de installatie van het belastbaar toestel. Bedoelde aangifte blijft geldig tot de herroeping.

 

Artikel 4:

Zonder aangifte binnen de in het voorgaand artikel gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte door de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.

 

Voordat het college overgaat tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent zij aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

 

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

 

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het dienstjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

 

Artikel 5:

De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 6:

De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 7:

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen bij het college.

Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, via duurzame drager (brief, elektronische informatiedrager, fax of e-mail) worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. De indiening kan gebeuren door verzending of door overhandiging. Het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de

kennisgeving van de aanslag.

 

Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

 

Artikel 8:

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het huidige decreet, zijn de bepalingen van titel VII (vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1 (algemene bepalingen), 3 (onderzoek en controle), 4 (bewijsmiddelen van de administratie), 6 tot en met 9bis (aanslagtermijn, rechtsmiddelen; invordering van de belasting waaronder de nalatigheids- en moratoriumintrest; rechten en voorrechten van de schatkist, verjaring van de

schatkist) van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen en artikel 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing op de provincie- en gemeentebelasting, voor zover zij met name niet de belasting op de inkomsten betreffen.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

FINANCIËN. GOEDKEURING BELASTINGREGLEMENT TWEEDE VERBLIJVEN.

 

Voorgeschiedenis

        Raadsbesluit van 21 december 2021 over de goedkeuring van het belastingreglement op tweede verblijven.

 

Juridische gronden

        Artikel 170, §4 van de grondwet
Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

        Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur
De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen, vast.

        Artikel 41, 2e lid, 14° van het decreet lokaal bestuur
De bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, is niet delegeerbaar naar het college van burgemeester en schepenen.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

        Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

        Gecoördineerde omzendbrief gemeentefiscaliteit KB/ABB/2019/2 van 15 februari 2019

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een evenwichtige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

 

De bewoners van een tweede verblijf maken enerzijds wel gebruik van de gemeentelijke infrastructuur, maar buiten de eventuele deelname aan het DifTar-systeem voor ophaling van huisvuil, leveren zij geen andere bijdrage voor het gebruik van de gemeentelijke infrastructuur en de gemeentelijke dienstverlening.

 

Een vergelijking met andere gemeenten leert dat ons tarief van 500 euro uiterst laag ligt. Bovendien ligt dit tarief ook veel lager dan de bijdrage die een doorsnee inwoner betaalt in het kader van de aanvullende personenbelasting. In die zin valt een verdubbeling van het tarief naar € 1.000 volledig te verantwoorden.

 

Financiële gevolgen

De inkomsten van deze belasting worden geboekt op budgetcode 737700/0020-00.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

Vanaf het aanslagjaar 2026 wordt een gemeentebelasting op de tweede verblijven gevestigd.

 

Artikel 2:

Als tweede verblijf wordt beschouwd: elke woongelegenheid waarvan diegene die er kan verblijven, voor deze woongelegenheid niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets, wooncaravans en alle andere vaste woongelegenheden.

 

Als tweede verblijf worden niet beschouwd:

        de lokalen uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit

        de verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens, tenzij ze tenminste zes maanden van het belastingjaar opgesteld blijven om als woongelegenheid aangewend te worden.

        de leegstaande woongelegenheden waarvan het bewijs voorgelegd wordt dat zij in de loop van het aan het belastingjaar voorafgaand kalenderjaar niet als tweede verblijf werden aangewend.

 

Artikel 3:

De belasting is verschuldigd door ieder persoon die effectief gebruik kan maken van het tweede verblijf.

 

Artikel 4:

De belasting wordt vastgesteld op € 1.000 per tweede verblijf.

 

Artikel 5:

De belasting is ondeelbaar en voor het gehele belastingjaar verschuldigd op 1 januari van het belastingjaar door de persoon vermeld in artikel 3 van dit reglement.

 

Artikel 6:

De belastingplichtigen moeten uiterlijk op 31 januari van het belastingjaar bij het gemeentebestuur aangifte doen van elk tweede verblijf dat zij in de gemeente bezitten door middel van het formulier waarvan het model door het college van burgemeester en schepenen werd vastgesteld.

 

Artikel 7:

De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat wordt opgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 8:

Het reglement van 21 december 2021 betreffende de belasting op de tweede verblijven wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.

 

Artikel 9:

Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

GOEDKEURING BELASTINGREGLEMENT OP DE GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN.

 

Voorgeschiedenis

        Raadsbesluit houdende goedkeuring tariefreglement grafconcessies begraafplaatsen van 2 april 2013

        Raadsbesluit houdende goedkeuring belastingreglement begraving niet-inwoner van 2 april 2013

        Raadsbesluit houdende retributiereglement naam- en afdekplaten van 17 december 2019

 

Feiten en context

De inrichting en het onderhoud van begraafplaatsen brengen financiële – en personeelslasten met zich mee. Door middel van een specifieke belasting levert de aanvrager een bijdrage in deze kosten. Om ook niet-inwoners voldoende te laten bijdragen in het onderhoud van de begraafplaatsen en om in de toekomst voldoende plaats beschikbaar te houden voor onze inwoners wordt een verhoogde financiële bijdrage in de vorm van een invoertaks gevraagd.

 

Juridische gronden

        Artikel 170, §4 van de grondwet
Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad

        Wet van 28 januari 1975 betreffende de gemeentebelastingen op het lijkenvervoer

        Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur
De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen, vast.

        Artikel 41, 2e lid, 14° van het decreet lokaal bestuur
De bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, is niet delegeerbaar naar het college van burgemeester en schepenen.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

        Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

        Gecoördineerde omzendbrief gemeentefiscaliteit KB/ABB/2019/2 van 15 februari 2019

        Decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging van 16 januari 2004, en de wijzigingen van 9 februari 2024.

        Omzendbrief BB 2006/03 van 10 maart 2006 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en uitvoeringsbesluiten.

        Huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 19 december 2023.

        Algemene politieverordening met gemeentelijke administratieve sancties, goedgekeurd door de gemeenteraad op 24 juni 2025.

 

Motivering

De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een evenwichtige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd. Daartoe wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting geheven op grondvergunningen, begravingen, ontgravingen, afdekstenen en naamplaatjes op de begraafplaatsen.

 

Financiële gevolgen

De inkomsten van deze belasting worden geboekt op de budgetcode 705000/0990-00

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting geheven op grondvergunningen, begravingen, ontgravingen, afdekstenen en naamplaatjes op de gemeentelijke begraafplaatsen.

 

Artikel 2:

De belastingplichtige is de aanvrager van de concessie, begraving, bijzetting of uitstrooiing.

 

Artikel 3:

Hoofdstuk 1: Grafconcessies

 

De hiernavolgende tarieven worden toegepast op alle begraafplaatsen:

 

Begraving in volle grond – maximum 2 personen

 

Duurtijd

Tarief

Nieuwe concessie

30 jaar

1000 euro

Verlenging van een bestaande concessie

15 jaar

750 euro

 

Begraving in een kelder – maximum 2 personen

 

Duurtijd

Tarief

Nieuwe concessie

50 jaar

2500 euro

Verlenging van een bestaande concessie

25 jaar

1850 euro

 

Begraving in het urnenveld – maximum 2 urnen

 

Duurtijd

Tarief

Nieuwe concessie

30 jaar

1000 euro

Verlenging van een bestaande concessie

15 jaar

750 euro

 

Bijzetting in het columbarium – maximum 2 urnen

 

Duurtijd

Tarief

Nieuwe concessie

30 jaar

1000 euro

Verlenging van een bestaande concessie

15 jaar

750 euro

 

Begraving op kinderperk – tot leeftijd van 12 jaar

 

Duurtijd

Tarief

Nieuwe concessie

50 jaar

gratis

Verlenging van een bestaande concessie

50 jaar

gratis

 

Verlenging eeuwigdurende concessie

Duurtijd

Tarief

50 jaar

gratis

 

Hoofdstuk 2: Invoertaks

 

2.1 Belastingplichtige

 

De belastingplichtige is de aanvrager van de begraving, bijzetting of uitstrooiing. Voor elke van deze vormen van teraardebestelling van personen die niet in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister zijn ingeschreven, betaalt de belastingsplichtige de invoertaks. Dit ongeacht of het wel of niet om een concessie gaat.

Ook de tweede persoon die eventueel wordt bijgezet- of begraven in een concessie betaalt de invoertaks indien die op het moment van overlijden geen inwoner is van de gemeente Bertem of niet valt onder de vrijstellingen vermeld in punt 2.3 van dit reglement.

 

2.2 Tarief

 

De belasting wordt vastgesteld op 900 euro, ongeacht of het om een uitstrooiing, een bijzetting of een begraving gaat.

 

Artikel 2.3 Vrijstellingen

 

Van deze belasting zijn vrijgesteld:

        Personen die op datum van hun overlijden ingeschreven waren in het bevolkingsregister van Bertem;

        Personen die overleden zijn op het grondgebied van Bertem;

        Stoffelijke overschotten, ontdekt op het grondgebied van Bertem;

        Personen die effectief in de gemeente Bertem wonen, maar door wettelijke bepalingen of internationale overeenkomsten vrijgesteld zijn van inschrijving in het bevolkingsregister van Bertem;

        Personen die gedurende hun leven minstens 20 jaar ingeschreven waren in het bevolkingsregister van de gemeente Bertem.

 

Hoofdstuk 3: Ontgravingen

 

3.1 Belastingplichtige

 

Na goedkeuring voor de ontgraving of ontzetting is de belasting verschuldigd door de aanvrager ervan.

 

3.2 Tarief

 

Voor de ontgraving van een persoon: 750 euro (+ de kosten van de firma die de ontgraving uitvoert)

Voor de ontgraving of ontzetting van een urne uit een urnenveld of een columbarium: 200 euro

 

3.3 Vrijstellingen

 

Van deze belasting zijn vrijgesteld alle ontgravingen, ontzettingen en/of overbrengingen

        op bevel van de gerechtelijke overheid;

        naar aanleiding van een van ambtswege bestemmingsverandering van de gemeentelijke begraafplaats;

        de thuisbewaring van de urnen waarvan de duurtijd op de begraafplaats verlopen is en die anders uitgestrooid zouden worden op de strooiweide van de begraafplaats.

 

Hoofdstuk 4: Afdekstenen en naamplaatjes

 

4.1 columbarium en urnenveld

 

De nabestaanden kunnen een afdekplaat in Jasberg aankopen. De prijs wordt vastgesteld op:

        75 euro voor de afdekplaat van een columbariumnis

        180 euro voor de afdekplaat voor een urnenveld

De plaatsing van de afdekplaten op het urnenveld en het columbarium gebeurt door de begraafplaatsverantwoordelijke. De gravering van de tekst op de afdekplaat wordt voorzien door de nabestaanden of door de begrafenisondernemer.

 

4.2 naamplaatjes

 

De nabestaande kunnen een gegraveerd naamplaatje aankopen via de gemeente. Hierop komt naam, voornaam, geboorte- en sterftedatum van de overledene. De prijs wordt vastgesteld op 75 euro.

 

Artikel 4:

De belasting is na facturatie door de gemeente betaalbaar door de concessieaanvrager of de begrafenisondernemer die begrafenis aanvraagt. De belasting wordt vereffend door overschrijving op de bankrekening zoals vermeld op de factuur.

 

Artikel 5:

De belasting moet binnen de 30 dagen na de aflevering van de factuur betaald worden. Bij gebreke aan betaling binnen deze termijn wordt de belasting ingekohierd en is ze onmiddellijk eisbaar.

 

Artikel 6:

 

Alle voorgaande belastings- en retributiereglementen m.b.t. de begraafplaatsen worden opgeheven.

 

Artikel 7:

 

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

GOEDKEURING REGLEMENT OPNAME VAN GEBOUWEN EN WONINGEN IN HET LEEGSTANDSREGISTER EN HEFFING BELASTING OP LEEGSTAND.

 

Voorgeschiedenis

        Sinds 1 april 2008 maakte de gemeente Bertem deel uit van het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Wonen tussen Dijle en Velp’, dat een geïntegreerd woonbeleid voerde in de gemeenten Bertem, Bierbeek, Boutersem, Haacht, Oud-Heverlee en Rotselaar. Sinds 2020 is Bertem actief binnen het project ‘Wonen aan Ijse en Voer’, samen met de gemeente Huldenberg, met subsidies van zowel Wonen in Vlaanderen als de provincie Vlaams-Brabant voor het lokaal woonbeleid. 

        Raadsbesluit van 26 mei 2020 over de goedkeuring van het reglement leegstaande woningen en gebouwen.

        Op 14 maart 2025 keurde de Vlaamse Regering het besluit voor een nieuw IGS- subsidiekader definitief goed. De nieuwe subsidieperiode gaat in op 1 januari 2026 en loopt tot 31 december 2031. Het besluit regelt het takenpakket, de berekeningswijze van de subsidie, de subsidievoorwaarden en de beoordelingswijze.

        Principiële goedkeuring op 17 maart 2025 door het college van burgemeester en schepenen van de intergemeentelijke cluster Wonen in de Druivenstreek, met de gemeentes, Huldenberg, Overijse, Tervuren en Hoeilaart, die zullen samenwerken inzake wonen voor de periode 2026-2031.

 

Feiten en context

        Gezien de huidige subsidieperiode eindigt op 31 december 2025, heeft IGO een nieuwe subsidieaanvraag opgemaakt.

        Het college van burgemeester en schepenen besliste op 17 maart 2025 om toe te treden tot de intergemeentelijke cluster ‘Wonen in de Druivenstreek’, samen met de gemeenten Huldenberg, Hoeilaart, Overijse en Tervuren, voor de samenwerkingsperiode 2026-2031. Deze nieuwe cluster is een fusie van twee bestaande woonprojecten: ‘Wonen in de Druivenstreek’ (Hoeilaart, Overijse en Tervuren) en ‘Wonen aan Ijse en Voer’ (Bertem en Huldenberg).

        Gemeenteraadsbesluit van 26 augustus 2025 tot goedkeuring van het subsidiedossier voor het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid Wonen in de Druivenstreek voor de periode 2026-2031.

 

Juridische gronden

        Grondwet, art. 170, § 4

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

        Bestuursdecreet van 7 december 2018

        Vlaamse Codex Wonen van 2021, art. 2.9 - 2.14

        Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, art. 2.14

        Ministerieel besluit van 14 maart 2025 houdende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid voor de periode 2026-2031

        Gemeenteraadsbesluit van 26 augustus 2025 tot goedkeuring van het subsidiedossier voor het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid Wonen in de Druivenstreek voor de periode 2026-2031

 

Argumentatie

De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid. Gemeenten kunnen, zoals bepaald in de Vlaamse Codex Wonen, een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden. Daarbij kunnen ze nadere materiële en procedurele regels voor het leegstandsregister bepalen.

 

Er zijn meerdere redenen om leegstaande woningen en gebouwen te registreren en te belasten:

        Leegstand is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen minder waard of zelfs gevaarlijk zijn, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent.

        Leegstaande woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme, krakers, vervuiling en worden soms ook gebruikt als schuilplaats voor illegale of criminele activiteiten.

        Leegstand creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.

        Leegstaande woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.

        Sommige eigenaars laten woningen en gebouwen leegstaan louter om speculatieve redenen, in de hoop op hogere prijzen in de toekomst. Zij dragen echter niet bij aan de kosten die leegstand met zich meebrengt.

        Leegstaande woningen en gebouwen in de gemeente verhogen onnodig het ruimtebeslag, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk steeds groter wordt om hier zuinig mee om te gaan.

        Woningen die zonder reden leegstaan, dragen bij aan de schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en drijven huur- en verkoopprijzen op. Tegelijk is er een grote groep in de samenleving die moeilijk aan een goede woning raakt die ze kan betalen. De Vlaamse en lokale overheden stoppen jaarlijks veel middelen in het betaalbaar en toegankelijk houden van de woningmarkt. Onder die omstandigheden is het verantwoord om instrumenten als leegstandsbestrijding in te zetten om het aanbod te vergroten en te helpen de prijzen te beheersen.

 

De gemeente Bertem maakt deel uit van het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid Wonen in de Druivenstreek. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van leegstaande gebouwen en woningen.

 

Een gemeentelijk reglement dient aangenomen te worden waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van de leegstand worden beschreven.

De strijd tegen de leegstaande woningen en gebouwen zal onder meer een effect hebben als de opname van dergelijke woningen en gebouwen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting. Een heffing heeft een ontradend effect en is een instrument om het aanbod aan beschikbare panden te bevorderen. Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

 

De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

 

Financiële gevolgen

De inkomsten zijn voorzien op registratiesleutel 737400/0020 (actie 60) voor zowel de belastingen op leegstand als verwaarlozing. Vanaf 2026 is een jaarlijkse ontvangst van 65.000 euro geraamd voor de belastingen op leegstand en verwaarlozing.

 

 

Bijlagen

        Aanvraagformulier vrijstelling belasting

        Schrappingsformulier

        Formulier beroep tegen opname

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

In dit reglement wordt verstaan onder:

        administratie: het intergemeentelijke samenwerkingsverband dat door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister; Conform artikel 2.9, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 draagt de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister over aan Wonen in de Druivenstreek. Wonen in de Druivenstreek fungeert als intergemeentelijk samenwerkingsverband. Het beslissingsorgaan van IGO div duidt de personeelsleden aan die onderzoeks-, controle– en vaststellingsbevoegdheden hebben. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband voert alle taken uit voor de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister.

        beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen: Tervuursesteenweg 178, 3060 Bertem

        beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

a. een aangetekend schrijven

b. een afgifte tegen ontvangstbewijs

        woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande

        gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten

        leegstaand gebouw/woning: een gebouw/woning waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw

        de functie van het gebouw: is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet-afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

        leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, zoals vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

        leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;

        opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen.

        verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.

        houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning.

 

Hoofdstuk 1: Leegstandsregistratie

Artikel 2: Bevoegdheid inzake opmaak, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister

§1. De gemeente draagt in navolging van de overeenkomst inzake ondersteuning van het lokaal woonbeleid met IGO div, de bevoegdheid tot opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister over aan de dienstverlenende intergemeentelijke vereniging IGO. Concreet betekent dit dat de door IGO div aangeduide personeelsleden, de registerbeheerders, belast worden met volgende taken:

  1. de opsporing en vaststelling van leegstand: vermoedenslijst trekken uit het bevolkingsregister, uitzuiveren van deze lijst, uiterlijke schouwing, opstellen beschrijvend verslag en fotodossier, opvragen gegevens nutsbedrijven
  2. opmaak en ondertekening van het opnameattest
  3. de kennisgeving van de beslissing tot opname aan de zakelijk gerechtigde(n)
  4. de opname van woningen/gebouwen in het leegstandsregister
  5. de beoordeling van de verzoeken tot schrapping uit het leegstandsregister
  6. de schrapping van woningen/gebouwen uit het leegstandsregister 

 

§2. Het college van burgemeester en schepenen blijft exclusief bevoegd voor de beroepen tegen de opname in het leegstandsregister, de beslissingen inzake het toekennen van vrijstellingen m.b.t. de gemeentelijke leegstandsbelasting, de bezwaren tegen het aanslagbiljet en de beroepen tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping.

 

Artikel 3: Leegstandsregister

§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

  1. een lijst “leegstaande gebouwen”
  2. een lijst “leegstaande woningen”

 

§2. In het leegstandsregister worden de volgende gegevens opgenomen:

  1. het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw
  2. de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw
  3. de identiteit en het (de) adres(sen) van de houder(s) van het zakelijk recht
  4. het nummer en de datum van de administratieve akte
  5. de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname

 

Artikel 4: registratie van leegstand

§1. De door het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.

 

§3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:

  1. het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning
  2. het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”
  3. het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen
  4. een volle brievenbus gedurende lange tijd
  5. een verwaarloosde of slecht onderhouden tuin of omgeving (lang gras, onverzorgd, ….)
  6. rolluiken die langdurig neergelaten zijn
  7. het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf
  8. de onmogelijkheid om het gebouw of de woning te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang
  9. dichtgemaakte of opgeheven raamopeningen (dicht geplakt, dicht geschilderd)
  10. vernielingen aan of in de woning of aan de omgeving van de woning
  11. ernstig vervuild glaswerk of buitenschrijnwerk
  12. de woning is niet bemeubeld
  13. een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten
  14. de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992
  15. getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent

 

§4. Een woning of gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke verwaarlozingsregister, kan eveneens opgenomen worden in het leegstandsregister en omgekeerd.

 

§5. Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.

  

Artikel 5: Kennisgeving van registratie

De houder(s) van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:

  1. de administratieve akte met inbegrip van het beschrijvend verslag
  2. informatie over de gevolgen van de opname in het leegstandsregister
  3. informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister
  4. informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister
  5. informatie over de mogelijkheid om een vrijstelling aan te vragen

 

Artikel 6: Beroep tegen registratie

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

  1. de identiteit en het adres van de indiener
  2. de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft
  3. de bewijsstukken die aantonen dat de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
  4. als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd

Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

 

§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

 

§3. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd en elk inkomend beroepschrift wordt in het leegstandsregister geregistreerd.

 

§4. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:

  1. als het beroepschrift te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1
  2. als het beroepschrift niet uitgaat van een houder van het zakelijk recht
  3. als het beroepschrift niet is ondertekend

 

§5. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.

 

§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid.

 

§7. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn:

  1. als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek
  2. als het onderwerp van het beroepschrift een aanvraag is tot opname in het register tweede verblijven. Voor een pand dat reeds het voorwerp uitmaakt van een lopende procedure aangaande de opname in het leegstandsregister of als het al werd opgenomen in het leegstandsregister kan een zakelijk gerechtigde zijn pand niet meer aangeven als tweede verblijf. Een uitzondering hierop wordt gemaakt voor eigenaars die een woning verhuren, met een geregistreerd huurcontract, waarvan de bewoner zich niet inschrijft in het bevolkingsregister.

 

§8. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener van het beroep.

 

§9. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.

 

§10. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §6, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente.

Artikel 7: Schrapping uit het leegstandsregister

§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de woonfunctie.

 

De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.

 

De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.

 

Een gebouw met een economische functie wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste 6 opeenvolgende maanden is hoogstens de helft van de termijn die in artikel 1, is bepaald.

 

§2. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

  1. de identiteit en het adres van de indiener
  2. de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft
  3. de bewijsstukken overeenkomstig paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister

 

Als datum van het verzoek wordt de datum van de aangetekende verzending gehanteerd.  

 

De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing.

 

Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 6.

 

Hoofdstuk 2. De belasting

Artikel 8: Belasting op leegstaande woningen en gebouwen

§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister.

 

De definities van woningen, gebouwen, leegstaande woning, leegstaand gebouw en leegstandsregister zijn omschreven in artikel 1.

 

§2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.

 

Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

 

Artikel 9: Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht over het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum.

 

§2. In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

 

§3. Wanneer de instrumenterende ambtenaar op de hoogte wordt gebracht van overdracht van het zakelijk recht, stelt deze de verkrijger van het zakelijk recht ervan in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.

 

De instrumenterende ambtenaar stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.

 

§4. Als een onroerend goed gedurende vijf opeenvolgende jaren is opgenomen in het leegstandsregister en gelijktijdig voorkomt in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen, is de belastingplichtige gehouden tot betaling van de afzonderlijke heffingen die voortvloeien uit beide registraties, overeenkomstig het toepasselijke gemeentelijke belastingreglement. 

 

Artikel 10: Tarief van de belasting

§1. Als de woning of het gebouw een eerste termijn van twaalf opeenvolgende maanden in het leegstandsregister is opgenomen, bedraagt de belasting:

        1250 euro voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw

 

Indien de woning of het gebouw een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:

        2500 euro voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw

 

Indien de woning of het gebouw een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:

        3750 euro voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw

 

Indien de woning of het gebouw een vierde opeenvolgende termijn van twaalf maanden en elke verdere opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:

        5000 euro voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw

 

Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning in het leegstandsregister staat, wordt opnieuw vanaf nul berekend bij overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.

 

Artikel 11: Vrijstellingen

§1. De houder van het zakelijk recht kan beroep doen op de hieronder vermelde vrijstellingen. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken, moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie.

 

§2. Persoonsgebonden vrijstellingen.

Van de leegstandsheffing zijn vrijgesteld:

  1. de belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft. De vrijstelling zal toegekend kunnen worden wanneer bewijs wordt geleverd door de erkende ouderenvoorziening waar de belastingplichtige verblijft, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor 12 maanden volgend op datum van opname van de leegstaande woning in de inventaris leegstand. Deze vrijstelling geldt enkel voor die woning waar de belastingplichtige gedomicilieerd was voorafgaand aan de opname in de erkende ouderenvoorziening.
  2. de belastingplichtige die voor een langdurig verblijf (minimum 1 jaar) werd opgenomen in een psychiatrische instelling. Deze vrijstelling geldt enkel voor die woning waar de belastingplichtige gedomicilieerd was voorafgaand aan de opname in de erkende psychiatrische instelling. De vrijstelling zal toegekend kunnen worden wanneer het bewijs van het langdurige verblijf wordt geleverd door de instelling waar de belastingplichtige verblijft, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor 12 maanden volgend op de opnamedatum van de leegstaande woning in de inventaris leegstand. Deze vrijstelling kan worden verlengd zolang de opname van de patiënt in de psychiatrische instelling duurt.
  3. de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt t.e.m. het aanslagjaar volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht. De vrijstelling zal toegekend kunnen worden wanneer een bewijs van overdracht wordt aangeleverd in de vorm van een kopie van de notariële akte of een attest van overdracht opgemaakt door de notaris.
  4. de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden volgend op datum van opname van de leegstaande woning in de inventaris leegstand, tenzij de gerechtelijke beslissing eerder wordt opgeheven. Deze vrijstelling is slechts éénmaal verlengbaar met 12 maanden.

 

§3. Objectgebonden vrijstellingen.

Een vrijstelling wordt verleend indien:

  1. het gebouw of de woning gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid
  2. het gebouw of de woning vernield of beschadigd werd ten gevolge van een ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 12 maanden volgend op de datum van de vernieling of beschadiging. Deze vrijstelling is slechts tweemaal aaneensluitend verlengbaar met telkens 12 maanden. Onder een ramp wordt verstaan elke gebeurtenis die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan het pand, en waardoor het gebruik of de bewoning ervan geheel of ten dele onmogelijk wordt.
  3. het gebouw of de woning behoort tot het beschermd erfgoed of een beschermd erfgoedlandschap en een dossier voor het verkrijgen van een erfgoedpremie is ingediend. Deze vrijstelling geldt vanaf het aanslagjaar waarin een ontvankelijk dossier wordt ingediend tot en met het aanslagjaar waarin de premie is toegekend of afgewezen. De vrijstelling geldt enkel indien de houder van het zakelijk recht aannemelijk maakt dat de werken waarvoor de premie wordt aangevraagd noodzakelijk zijn om het gebruik van de woning of het gebouw redelijkerwijze mogelijk te maken.
  4. voor het pand een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning werd aangevraagd in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften en brandveiligheidsvoorschriften doch er 4 maanden na het indienen van deze aanvraag, onafhankelijk van de wil van de aanvrager of houder van het zakelijk recht, geen definitieve bouwvergunning werd bekomen. Per gebouw of woning kan er door dezelfde eigenaar binnen een periode van 10 jaar slechts éénmalig beroep worden gedaan op deze vrijstelling. De vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden en gaat in vanaf de datum van de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning.
  5. voor het pand een offerte voor sloop werd ondertekend. Deze vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden volgend op de datum van de offerte en kan slechts éénmaal door dezelfde eigenaars aangevraagd worden. Deze vrijstelling kan niet worden verlengd.
  6. het gebouw of de woning gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning/melding/omgevingsvergunning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van 36 maanden volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning/melding/omgevingsvergunning. Deze vrijstelling is eenmalig aaneensluitend verlengbaar met 12 maanden.
  7. Het pand gerenoveerd wordt zonder dat er een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning is vereist. In dit geval moet er een renovatiedossier worden voorgelegd dat minstens volgende elementen bevat:

a. een plan of tekening en enkele foto’s van de bestaande toestand van het te renoveren gedeelte

b. een overzicht van de niet stedenbouwkundig/omgevingsvergunningplichtige werken die worden uitgevoerd

c. een raming van de kosten, vergezeld van offertes, facturen, bestekken van de uit te voeren en reeds uitgevoerde werken

d. een gedetailleerd tijdschema dat aangeeft wanneer de werken worden uitgevoerde.

e. een akkoord van de mede-zakelijk gerechtigden (indien van toepassing)

 

De werkzaamheden moeten van dien aard zijn dat de woning of het gebouw tijdens de werken niet in gebruik kan genomen worden. De houder van het zakelijk recht geeft toestemming om de werken ter plaatse te controleren. Het college van burgemeester en schepenen kan de aanvraag weigeren wanneer de bedoelde werken en investeringen onvoldoende zijn om één jaar te duren en/of wanneer de woning na de werken nog niet zou voldoen aan de normen van de Vlaamse wooncode.

 

Deze vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden volgend op de startdatum van de werken (indienen renovatiedossier) en is tweemaal aaneensluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden. Een eerste en tweede verlenging dient te worden aangevraagd voor het verstrijken van de lopende vrijstelling.

 

§4. De vrijstelling van heffing heeft geen impact op de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister. De anciënniteit van opname in het leegstandsregister blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling. Dit betekent dat wanneer de reden tot vrijstelling wegvalt, de heffing zal berekend worden op basis van de begindatum van opname in het leegstandsregister.

 

§5. Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn op een woning of gebouw en er aan één van hen een vrijstelling wordt toegekend, geldt de vrijstelling voor alle houders van het zakelijk recht, zelfs al hebben de anderen geen aanvraag tot vrijstelling ingediend.

 

§6. De aanvraag tot vrijstelling van heffing wordt, vergezeld van de nodige bewijsstukken, gericht aan het college van burgemeester en schepenen vóór het verstrijken van de eerste termijn van 12 maanden of een volgende termijn van twaalf maanden na datum van opname in het leegstandsregister. Eens de verjaardag van de inventarisatiedatum is verlopen, kan de gemeente overgaan tot het invorderen van de heffing.

 

Artikel 12: Inkohiering

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 13: Bezwaar

§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

 

§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen bezwaar aantekenen tegen de beslissing tot de belasting.

 

Het bezwaarschrift wordt gedagtekend en per beveiligde zending overgemaakt, ondertekend en gemotiveerd zijn en dient minstens de volgende gegevens te bevatten:

  1. identiteit en adres van de indiener
  2. verwijzing naar de opnameattest van verwaarlozing en van het gebouw of de woning waarop het bezwaarschrift betrekking heeft
  3. één of meer bewijsstukken die aantonen dat de aanslag ten onrechte gebeurd zou zijn

 

De indiener van het bezwaarschrift ontvangt een ontvangstmelding binnen 30 kalenderdagen na ontvangst van het bezwaarschrift.

 

Het college van burgemeester en schepenen doet een uitspraak over het bezwaar binnen een redelijke termijn.

 

Artikel 14: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026

 

Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister voor die datum blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.

Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het reglement van 26 mei 2020 blijven geldig voor de duurtijd die in dat reglement is voorzien.

 

Artikel 15

Het gemeentelijk belastingreglement van 26 mei 2020 op leegstaande woningen wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven.

 

Artikel 16

Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

GOEDKEURING GEMEENTELIJK REGLEMENT REGISTRATIE VAN EN BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN.

 

Voorgeschiedenis

        Sinds 1 april 2008 maakte de gemeente Bertem deel uit van het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Wonen tussen Dijle en Velp’, dat een geïntegreerd woonbeleid voerde in de gemeenten Bertem, Bierbeek, Boutersem, Haacht, Oud-Heverlee en Rotselaar. Sinds 2020 is Bertem actief binnen het project ‘Wonen aan Ijse en Voer’, samen met de gemeente Huldenberg, met subsidies van zowel Wonen in Vlaanderen als de provincie Vlaams-Brabant voor het lokaal woonbeleid.

        Raadsbesluit van 26 mei 2020 over de goedkeuring van het reglement verwaarloosde woningen en gebouwen

        Op 14 maart 2025 keurde de Vlaamse Regering het besluit voor een nieuw IGS- subsidiekader definitief goed. De nieuwe subsidieperiode gaat in op 1 januari 2026 en loopt tot 31 december 2031. Het besluit regelt het takenpakket, de berekeningswijze van de subsidie, de subsidievoorwaarden en de beoordelingswijze.

        Principiële goedkeuring op 17 maart 2025 door het college van burgemeester en schepenen van de intergemeentelijke cluster Wonen in de Druivenstreek, met de gemeentes, Huldenberg, Overijse, Tervuren en Hoeilaart, die zullen samenwerken inzake wonen voor de periode 2026-2031.

 

Feiten en context

        Gezien de huidige subsidieperiode eindigt op 31 december 2025, heeft IGO een nieuwe subsidieaanvraag opgemaakt.

        Het college van burgemeester en schepenen besliste op 17 maart 2025 om toe te treden tot de intergemeentelijke cluster ‘Wonen in de Druivenstreek’, samen met de gemeenten Huldenberg, Hoeilaart, Overijse en Tervuren, voor de samenwerkingsperiode 2026-2031. Deze nieuwe cluster is een fusie van twee bestaande woonprojecten: ‘Wonen in de Druivenstreek’ (Hoeilaart, Overijse en Tervuren) en ‘Wonen aan Ijse en Voer’ (Bertem en Huldenberg).

        Gemeenteraadsbesluit van 26 augustus 2025 tot goedkeuring van het subsidiedossier voor het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid Wonen in de Druivenstreek voor de periode 2026-2031.

 

Juridische gronden

        Gelet op de Grondwet, artikel 170, §4

        Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

        Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

        Gelet op het bestuursdecreet van 7 december 2018

        Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021

        Gelet op de financiële toestand van de gemeente

 

Argumentatie

De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.

 

Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent.

 

Verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling, omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners.

 

Verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.

Verwaarloosde (en onafgewerkte) gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet.

 

Verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen die minder of niet bruikbaar zijn, nemen ruimte in beslag zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt. 

 

Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.

 

Gemeenten kunnen op basis van Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder artikel 2.15 tot en met 2.20, een register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen bijhouden.

 

Gemeenten kunnen een reglement aannemen om nadere materiële en procedurele regelen voor het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen te bepalen.

 

Een gemeente die binnen een intergemeentelijk samenwerkingsverband gesubsidieerd wordt op basis van Boek 2, deel 2 “lokaal woonbeleid” van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, moet vanaf 2026, verplicht verwaarlozing registreren en aanpakken.

 

Financiële gevolgen

De inkomsten zijn voorzien op registratiesleutel 737400/0020 (actie 60) voor zowel de belastingen op leegstand als verwaarlozing. Vanaf 2026 is een jaarlijkse ontvangst van 65.000 euro geraamd voor de belastingen op leegstand en verwaarlozing.

 

 

Bijlagen

        Technisch verslag

        Formulier om een vrijstelling aan te vragen

        Formulier om beroep aan te tekenen tegen de opname

        Schrappingsformulier

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

        administratie: de administratieve eenheid van het intergemeentelijk samenwerkingsverband Wonen in de Druivenstreek, belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van verwaarloosde woningen en gebouwen

        beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

a. een aangetekend schrijven

b. een afgifte tegen ontvangstbewijs

        gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021

        houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

a. de volle eigendom

b. het recht van opstal of van erfpacht

c. het vruchtgebruik

        opnamedatum: de datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het verwaarlozingsregister

        verjaardag: het ogenblik waarop een nieuwe periode van twaalf maanden verstreken is sinds de opnamedatum, zolang de woning of het gebouw niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt

        verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 2 van dit reglement

        verwaarloosde woning of gebouw: een woning of gebouw dat ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan dakbedekking of -gebinte, kroonlijst of dakgoten, schoorstenen, buitenmuren, voegwerk, buitenschrijnwerk of wanneer het pand niet water- en/of winddicht is

        onafgewerkte woning of gebouw: een gebouw waarvan de werken zijn aangevat maar waarvan de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is vervallen terwijl de werken niet voltooid zijn

        technisch verslag: het verslag waarop de bevoegde de vastgestelde zichtbare gebreken van een woning of gebouw aanduidt. Het betreft een lijst van gebreken waaraan strafpunten worden toegekend

        administratieve akte: genummerd document dat de inventarisatiedatum, de kadastrale gegevens van de verwaarloosde (en onafgewerkte) woning of het gebouw, de zakelijke gerechtigden, de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen, en de beroepsmogelijkheid tegen de opname in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen omvat

        beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen: Tervuursesteenweg 178, 3060 Bertem.

 

Artikel 2: Bevoegdheid inzake de registratie van verwaarlozing

De gemeente draagt in navolging van de overeenkomst inzake ondersteuning van het lokaal woonbeleid met IGO div, de bevoegdheid tot opmaak en opbouw van het verwaarlozingsregister over aan de dienstverlenende intergemeentelijke vereniging ‘IGO’. Concreet betekent dit dat de door ‘IGO div’ aangeduide personeelsleden, de registerbeheerders, belast worden met volgende taken:

  1. de opsporing en vaststelling van verwaarlozing: uiterlijke schouwing, opstellen beschrijvend verslag en fotodossier
  2. opmaak en ondertekening van het opnameattest
  3. de kennisgeving van de beslissing tot opname aan de zakelijk gerechtigde
  4. de opname van woningen/gebouwen in het verwaarlozingsregister
  5. de beoordeling van de verzoeken tot schrapping uit het verwaarlozingsregister
  6. de schrapping van woningen/gebouwen uit het verwaarlozingsregister.

 

Het college van burgemeester en schepenen blijft exclusief bevoegd voor de beroepen tegen de opname in het verwaarlozingsregister en de beslissingen inzake het toekennen van vrijstellingen m.b.t. de gemeentelijke verwaarlozingsheffing.

 

Hoofdstuk 1: Registratie

Artikel 3: Verwaarlozingsregister

§1. De administratie houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

§2. In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen:

  1. het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw
  2. de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw
  3. de identiteit en het adres van alle houders van het zakelijk recht
  4. het nummer en de datum van het opnameattest
  5. de gebreken en tekenen van verval die aanleiding geven tot de opname
  6. de eventuele ligging binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan
  7. de eventuele voorbereiding van een onteigeningsplan waarbinnen de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw zich situeert

 

Artikel 4: Registratie van verwaarlozing

§1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden worden omschreven in het artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§2. Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten. 

 

Als ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval worden beschouwd de gebreken die verder verval op korte termijn in de hand werken. Dit geldt in het bijzonder wanneer bij hoofd- en/of bijgebouw(en):

  1. de water- of winddichtheid is aangetast en/of
  2. de stabiliteit is aangetast en/of
  3. onderdelen die losgekomen zijn of dreigen los te komen en/of
  4. voorgaande gebreken met voorlopige of ontoereikende maatregelen werden verholpen

 

§3. Een verwaarloosde woning of gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opnameattest waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. Het opnameattest bevat een technisch verslag met een opsomming van alle gebreken die aanleiding geven tot de opname in het verwaarlozingsregister. De datum van de vaststelling is de datum van het opnameattest en geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.

 

§4. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.

 

§5. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke leegstandsregister, kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.

 

Artikel 5: Kennisgeving van de registratie

Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.

 

De kennisgeving bevat:

  1. het opnameattest met het technisch verslag
  2. informatie over de gevolgen van de opname in het verwaarlozingsregister
  3. informatie over de beroepsprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister
  4. informatie over het schrappingsverzoek uit het verwaarlozingsregister

 

De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.

 

Artikel 6: Beroep tegen registratie

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending, kan een houder van het zakelijk recht bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

  1. de identiteit en het adres van de indiener
  2. de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft
  3. de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister ten onrechte is gebeurd. De registratie kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed

 

Als datum van het beroepschrift geldt de datum van de beveiligde zending.

 

Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair. 

 

§2. De administratie stuurt aan de indiener van een beroepschrift een ontvangstbevestiging.

 

§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1.

 

§4. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt het college van burgemeester en schepenen dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.

 

§5. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.

 

§6. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

 

§7. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister.

 

§8. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §6, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente.

 

Artikel 7: Schrapping uit het verwaarlozingsregister

§1. Een woning of een gebouw wordt geschrapt uit het verwaarlozingsregister wanneer de houder van het zakelijk recht bewijst dat de ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval die aanleiding gaven tot de opname in het verwaarlozingsregister en die zijn omschreven in het technisch verslag bij het opnameattest, hersteld zijn of verwijderd. In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.

 

De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.

 

§2. Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

  1. de identiteit en het adres van de indiener
  2. de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft
  3. de bewijsstukken overeenkomstig paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister

 

Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de beveiligde zending.

 

Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending. Als de kennisgeving niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het schrappingsverzoek geacht te zijn ingewilligd.

Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als datum waarop de woning of het gebouw uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.

 

Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.

 

Hoofdstuk 2: Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen

Artikel 8: Belastbaar voorwerp en belastingtermijn

§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister.

 

§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister.

 

Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het verwaarlozingsregister, blijft de belasting verschuldigd bij elke verjaardag van de opname.

 

Artikel 9: Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de opname.

 

§2. Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.

 

§3. Indien een onroerend goed gedurende vijf opeenvolgende jaren is opgenomen in het leegstandsregister en gelijktijdig voorkomt in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen, is de belastingplichtige gehouden tot betaling van de afzonderlijke heffingen die voortvloeien uit beide registraties, overeenkomstig het toepasselijke gemeentelijke belastingreglement.

 

Artikel 10: Tarief van de belasting

§1. Als het gebouw of de woning een eerste termijn van twaalf opeenvolgende maanden in het register van verwaarlozing is opgenomen, bedraagt de belasting:

        1250 euro voor een verwaarloosde woning of verwaarloosd gebouw

 

Indien de woning of het gebouw een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register van verwaarlozing staat bedraagt de belasting:

        2500 euro voor een verwaarloosde woning of verwaarloosd gebouw

 

Indien de woning of het gebouw een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register van verwaarlozing staat bedraagt de belasting:

        3750 euro voor een verwaarloosde woning of verwaarloosd gebouw

 

Indien de woning of het gebouw een vierde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register van verwaarlozing staat bedraagt de belasting:

        5000 euro voor een verwaarloosde woning of verwaarloosd gebouw.

 

Artikel 11: Vrijstellingen

§1. De houder van het zakelijk recht kan beroep doen op de hieronder vermelde vrijstellingen. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken, moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie.

§2. Een aanvraag van een vrijstelling moet het college van burgemeester en schepenen bereikt hebben voor het verstrijken van de eerste of een volgende termijn van twaalf maanden na datum van opname in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen.

 

§3. Van de belasting op verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen is vrijgesteld:

  1. Een nieuwe houder van het zakelijk recht, en dit voor de eerste belastingaanslag die volgt op de overdracht. Dit bewijs moet geleverd worden door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige eigenaar is geworden of door het voorleggen van een notarisakte. Deze vrijstelling geldt niet voor:

a. de overdracht aan een vennootschap die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd wordt

b. de overdracht die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang

  1. De belastingplichtige die de verwaarloosde (en onafgewerkte) woning of gebouw volledig en uitsluitend gebruikt als zijn hoofdverblijfplaats en die niet over een andere woning beschikt en onder de inkomensgrenzen voor een sociale huurwoning valt, zoals bepaald in artikel 6.13 van Boek 6 van het besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
  2. De woning of het gebouw is vrijgesteld wanneer het gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor zover kan worden aangetoond dat dit de rechtstreekse oorzaak is van de verwaarlozing. Deze vrijstelling geldt gedurende een termijn van 36 maanden volgend op de datum van aflevering van de vergunning. Deze vrijstelling is eenmaal aaneensluitend verlengbaar voor 12 maanden.
  3. De woning of het gebouw is vrijgesteld wanneer voor het pand een offerte voor sloop werd ondertekend. Deze vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden volgend op de datum van de offerte en kan slechts éénmaal door dezelfde eigenaars aangevraagd worden. Deze vrijstelling kan niet worden verlengd.
  4. De woning of het gebouw is vrijgesteld wanneer het gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning voor zover kan worden aangetoond dat dit de rechtstreekse oorzaak is van de verwaarlozing. De belastingplichtige bezorgd de administratie een gedetailleerd renovatieschema met daarin tekeningen en een opsomming van de werken, waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren. Het gedetailleerde renovatieschema bevat al de volgende stukken:

a. een tekening of schets van de woning of het gebouw met aanduiding van de

b. een volledige opsomming en korte beschrijving van alle geplande werken

c. een raming van de kosten van de geplande werken via een van de volgende stukken

d. een offerte/factuur voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer

e. een offerte/factuur voor de levering van materialen als de werken in eigen beheer worden uitgevoerd

f. een combinatie van beide offertes/facturen

g. een fotoreportage van de delen van de woning of het gebouw die gerenoveerd worden

De aanvrager geeft toelating om de woning of het gebouw en de geplande en uitgevoerde werken te controleren. De bevoegde overheid kan de aanvraag weigeren wanneer de bedoelde werken en investeringen onvoldoende zijn om 12 maanden te duren en/of wanneer de woning na de werken nog niet zou voldoen aan de normen van de Vlaamse Codex Wonen. Deze vrijstelling geldt per woning of gebouw voor een periode van 12 maanden volgend op de indiening van het renovatiedossier en is slechts tweemaal aaneensluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden.

De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:

a. één of meer facturen van maximum 12 maanden oud die betrekking heeft of hebben op de uitgevoerde renovatiewerken

b. foto’s die de vooruitgang van de werken bewijzen

c. in geval een renovatie niet meer realiseerbaar is: een verantwoording waaruit blijkt dat de werken niet konden worden afgerond en een aangepast tijdschema

  1. De woning of het gebouw is vrijgesteld wanneer het gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld.
  2. De woning of het gebouw is vrijgesteld wanneer het vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, voor zover kan worden aangetoond dat dit de rechtstreekse oorzaak is van de verwaarlozing. Onder een ramp wordt verstaan elke gebeurtenis die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan de woning of het gebouw, waardoor de bewoning van de woning of het gebruik van het gebouw geheel of ten dele onmogelijk wordt. Dit dient door de belastingplichtige met alle mogelijke bewijsvoeringen en verklaringen aangetoond te worden. Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van 36 maanden volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;

 

§4. De vrijstelling van belasting heeft geen impact op de opname van de woning of het gebouw in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen. De anciënniteit van opname in het register van verwaarloosde (en onafgewerkte) woningen en gebouwen blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling. Dit betekent dat wanneer de reden tot vrijstelling komt weg te vallen, de belasting zal worden berekend op basis van de opnamedatum.

 

Artikel 12: Inkohiering

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 13: Bezwaarprocedure

§1. De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

 

§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen bezwaar aantekenen tegen de beslissing tot de belasting.

 

Het bezwaarschrift wordt gedagtekend en per beveiligde zending overgemaakt, ondertekend en gemotiveerd zijn en dient minstens de volgende gegevens te bevatten:

  1. identiteit en adres van de indiener
  2. verwijzing naar de opnameattest van verwaarlozing en van het gebouw of de woning waarop het bezwaarschrift betrekking heeft
  3. één of meer bewijsstukken die aantonen dat de aanslag ten onrechte gebeurd zou zijn.

 

De indiener van het bezwaarschrift ontvangt een ontvangstmelding binnen 30 kalenderdagen na ontvangst van het bezwaarschrift.

Het college van burgemeester en schepenen doet een uitspraak over het bezwaar binnen een redelijke termijn.

 

Artikel 14: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk verwaarlozingsregister voor die datum blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.

 

Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het reglement van 26 mei 2020 blijven geldig voor de duurtijd die in dat reglement is voorzien.

 

Artikel 15

Het gemeentelijk belastingreglement op verwaarloosde woningen van 26 mei 2020 wordt vanaf 1 januari 2026 opgeheven.

 

Artikel 16

Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden. 

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

GOEDKEURING RETRIBUTIEREGLEMENT OP MELDINGEN EN AANVRAGEN IN HET KADER VAN HET OMGEVINGSVERGUNNINGENDECREET EN HET AFLEVEREN VAN STEDENBOUWKUNDIGE INLICHTINGEN.

 

Voorgeschiedenis

        Gemeenteraadsbeslissing van 28 maart 2023 op meldingen en aanvragen in het kader van het omgevingsvergunningendecreet en het afleveren van stedenbouwkundige inlichtingen, uittreksels en attesten.

 

Feiten en context

Tot op heden werd de retributie op omgevingsaanvragen en stedenbouwkundige inlichtingen vastgesteld op basis van de gegevens in onderstaande tabel die weergeeft:

        Basisbedrag retributie zoals vastgelegd door de Gemeenteraad op 28 maart 2023 en in voege sinds 1 april 2023.

        Aangepast bedrag na toepassing van de indexatie zoals bepaald in het besluit van de gemeenteraad van 28 maart 2023 en dus de heden van toepassing zijnde bedragen.

 

 

TYPE

 

Basisbedrag 28 maart 2023

Toepassing index oktober 2025

Meldingen

Handelingen, ingedeelde inrichtingen, overdracht, …

              80,00

          85,35

Omgevingsvergunning handelingen andere dan nieuwbouw woonentiteit(en)

Vereenvoudigde procedure zonder architect

              80,00

          85,35

Omgevingsvergunning handelingen andere dan nieuwbouw woonentiteit(en)

Vereenvoudigde procedure met architect

            100,00

        106,69

Omgevingsvergunning handelingen andere dan nieuwbouw woonentiteit(en)

Gewone procedure zonder archtitect

            120,00

        128,03

Omgevingsvergunning handelingen andere dan nieuwbouw woonentiteit(en)

Gewone procedure met architect

            150,00

        160,03

Omgevingsvergunning handelingen nieuwbouw woonentiteit(en)

Per woonentiteit

            250,00

        266,72

Omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit

Klasse 1

         1.000,00

     1.066,88

Omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit

Vereenvoudigde procedure klasse 2

            250,00

        266,72

Omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit

Gewone procedure klasse 2

            250,00

        266,72

Omzetting milieuvergunning voor 20 jaar naar permanente vergunning

 

            120,00

        128,03

Bijstelling/afwijking milieuvoorwaarden

 

            120,00

        128,03

Omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden met of zonder wegenis

Per lot

            250,00

        266,72

Bijstelling van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden

 

            150,00

        160,03

Dossierkosten wegenis

 

         5.000,00

     5.334,38

Projectvergadering

 

            250,00

        266,72

Stedenbouwkundig attest

 

            250,00

        266,72

Planologisch attest

 

         2.500,00

     2.667,19

Vrijgavebesluit

 

 NVT

 

Omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten

 

         1.000,00

     1.066,88

Omgevingsvergunning voor vegatiewijziging

 

            100,00

        106,69

Aanvragen via VIP Platform

 

            100,00

        106,69

 

Juridische gronden

        Artikel 107, §4 van de grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

        Artikel 28 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat dit punt in openbare zitting behandeld wordt.

        Artikel 40 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de gemeenteraad beschikt over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de gemeentelijke aangelegenheden.

        Artikel 40 § 3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt.

        Artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat volgende bevoegdheden niet aan het college van burgemeester en schepenen kunnen worden toevertrouwd:

        14° het vaststellen van gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan

        Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid (DABM) en VLAREM II van 5 april 1995

        Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009

        Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

        Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 27 november 2015

        Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit

 

Adviezen

De financieel directeur adviseert gunstig.

 

Argumentatie

        Het behandelen van meldingen en aanvragen in het kader van het omgevingsvergunningendecreet vergt een aanzienlijke inzet van de gemeentelijke administratie. De financiële toestand van de gemeente maakt het noodzakelijk om de aanzienlijke administratieve kosten voor het behandelen van dossiers door te rekenen aan degene op wiens initiatief en in wiens voordeel de meldings- en vergunningsprocedures worden doorlopen. De retributie wordt bepaald op basis van het type aanvraag.

        De bedragen van het voorliggende retributiereglement betreffen een beperkte aanpassing ten aanzien van het bestaande reglement, in voege sedert 1 april 2023. De aanpassingen betreffen:

     Een doorrekening van de indexering, zoals bepaald in het reglement van 28 maart 2023.

     Een aantal bedragen wordt bijkomend verhoogd. Dit op basis van een inschatting van de reële werklast.

     Schrapping van retributie op notariële uittreksels. De notariële uittreksels werden afgevoerd op 1 januari 2024 en vervangen door aanvragen binnen het Vastgoed Informatie Platform (VIP).

     Toevoeging van een retributie op het afleveren van een vrijgave voor een woonreservegebied. Dit betreft een nieuw instrument. Een vrijgave betreft een langere procedure met de nodige momenten van overleg. De werklast is vergelijkbaar met de bestaande procedure "Planologisch attest". De retributie op vrijgave wordt daarom gelijkgesteld aan de bestaande retributie op het afleveren van een planologisch attest.

        Deze aanpassingen resulteren in volgend overzicht:

 

TYPE

 

Basisbedrag 28 maart 2023

Toepassing index oktober 2025

Basisbedrag 1 januari 2026

Meldingen

Handelingen, ingedeelde inrichtingen, overdracht, …

              80,00

          85,35

        100,00

Omgevingsvergunning handelingen andere dan nieuwbouw woonentiteit(en)

Vereenvoudigde procedure zonder architect

              80,00

          85,35

        120,00

Omgevingsvergunning handelingen andere dan nieuwbouw woonentiteit(en)

Vereenvoudigde procedure met architect

            100,00

        106,69

        120,00

Omgevingsvergunning handelingen andere dan nieuwbouw woonentiteit(en)

Gewone procedure zonder architect

            120,00

        128,03

        150,00

Omgevingsvergunning handelingen andere dan nieuwbouw woonentiteit(en)

Gewone procedure met architect

            150,00

        160,03

        200,00

Omgevingsvergunning handelingen nieuwbouw woonentiteit(en)

Per woonentiteit

            250,00

        266,72

        275,00

Omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit

Klasse 1

         1.000,00

     1.066,88

     1.067,00

Omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit

Vereenvoudigde procedure klasse 2

            250,00

        266,72

        275,00

Omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit

Gewone procedure klasse 2

            250,00

        266,72

        275,00

Omzetting milieuvergunning voor 20 jaar naar permanente vergunning

.

            120,00

        128,03

        150,00

Bijstelling/afwijking milieuvoorwaarden

.

            120,00

        128,03

        150,00

Omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden met of zonder wegenis

Per lot

            250,00

        266,72

        275,00

Bijstelling van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden

.

            150,00

        160,03

        175,00

Dossierkosten wegenis

.

         5.000,00

     5.334,38

     5.334,00

Projectvergadering

.

            250,00

        266,72

        275,00

Stedenbouwkundig attest

.

            250,00

        266,72

        275,00

Planologisch attest

.

         2.500,00

     2.667,19

     2.667,00

Vrijgavebesluit

.

 NVT

 

     2.667,00

Omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten

.

         1.000,00

     1.066,88

     1.067,00

Omgevingsvergunning voor vegatiewijziging

.

            100,00

        106,69

        120,00

Aanvragen via VIP Platform

.

            100,00

        106,69

        107,00

 

        Met betrekking tot aanvragen via het VIP-Platform blijft de regeling van toepassing dat de retributie wordt berekend per perceel maar de aanvrager dient slechts éénmaal de retributie voor een aanvraag te betalen per groep van 5 kadastrale percelen op voorwaarde dat:

     de percelen aangrenzend zijn,

     de percelen binnen éénzelfde grens liggen

     dat er maximaal op één perceel een gebouweenheid geregistreerd is.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

De gemeente Bertem heft een retributie op de meldingen en aanvragen bedoeld in het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

Er wordt ook een retributie geheven op het afleveren van vastgoedinformatie.

 

Artikel 2:

De retributie is verschuldigd door degene die de aanvraag of melding heeft ingediend en bij gebreke daarvan de vergunninghouder of de exploitant.

 

Artikel 3:

De retributie bestaat uit een bedrag per dossiertype

3.1 Retributie per dossiertype

 

TYPE

 

Basisbedrag 1 januari 2026

Meldingen

Handelingen, ingedeelde inrichtingen, overdracht, …

          100,00

Omgevingsvergunning handelingen andere dan nieuwbouw woonentiteit(en)

Vereenvoudigde procedure zonder architect

          120,00

Omgevingsvergunning handelingen andere dan nieuwbouw woonentiteit(en)

Vereenvoudigde procedure met architect

          120,00

Omgevingsvergunning handelingen andere dan nieuwbouw woonentiteit(en)

Gewone procedure zonder architect

          150,00

Omgevingsvergunning handelingen andere dan nieuwbouw woonentiteit(en)

Gewone procedure met architect

          200,00

Omgevingsvergunning handelingen nieuwbouw woonentiteit(en)

Per woonentiteit

          275,00

Omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit

Klasse 1

       1.067,00

Omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit

Vereenvoudigde procedure klasse 2

          275,00

Omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit

Gewone procedure klasse 2

          275,00

Omzetting milieuvergunning voor 20 jaar naar permanente vergunning

 

          150,00

Bijstelling/afwijking milieuvoorwaarden

 

          150,00

Omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden met of zonder wegenis

Per lot

          275,00

Bijstelling van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden

 

          175,00

Dossierkosten wegenis

 

       5.334,00

Projectvergadering

 

          275,00

Stedenbouwkundig attest

 

          275,00

Planologisch attest

 

       2.667,00

Vrijgavebesluit

 

       2.667,00

Omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten

 

       1.067,00

Omgevingsvergunning voor vegetatiewijziging

 

          120,00

Aanvragen via VIP Platform

 

          107,00

 

3.2 gecombineerde aanvragen

Indien de aanvraag een combinatie inhoudt van verschillende rubrieken (handelingen, exploitatie, kleinhandelsactiviteit, ...) bedraagt de retributie de som van de bedragen/type vermeld in 3.1

 

Artikel 4

Vanaf 1 januari 2027 worden de tarieven jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de index der consumptieprijzen via onderstaande formule:

Bedrag komende retributie (jaar+1)= Oorspronkelijk bedrag retributie x index oktober lopende jaar / Aanvangsindex oktober 2025

 

Artikel 5

Worden van retributie vrijgesteld:

        de stukken die in uitvoering van een wet of van gelijk welk reglement van de administratieve overheid door het gemeentebestuur kosteloos moeten worden afgeleverd,

        dossiers waarin de gemeente niet tijdig een beslissing nam (stilzwijgende weigering - art. 32, §4 en art. 46, § 2 van het omgevingsvergunningsdecreet),

        procedurestappen die worden overgedaan als gevolg van een administratieve lus (art. 13 omgevingsvergunningsdecreet),

        de gerechtelijke overheden, de openbare besturen en daarmee gelijkgestelde instellingen en de instellingen van openbaar nut zijn vrijgesteld van deze retributie.

 

Artikel 6

De retributie wordt betaald na ontvangst van de betalingsuitnodiging. Bij gebrek aan betaling wordt de retributie ingevorderd overeenkomstig artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 7

Dit retributiereglement treedt in werking op 1 januari 2026.

Het raadsbesluit van 28 maart 2023 betreffende het retributiereglement op meldingen en aanvragen in het kader van het omgevingsvergunningendecreet en het afleveren van stedenbouwkundige inlichtingen, uittreksels en attesten, wordt opgeheven.

 

Artikel 8

Deze beslissing zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen in het decreet over het lokaal bestuur en wordt aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

GOEDKEURING AANPASSING RETRIBUTIEREGLEMENT INZAMELING ASBEST AAN HUIS.

 

Voorgeschiedenis

        Gemeenteraad van 27 april 2021 over het retributiereglement van de huis-aan-huis inzameling van asbest.

        Gemeenteraad van 25 maart 2025 over het retributiereglement van de huis-aan-huis inzameling van asbest.

        E-mail van EcoWerf van 21 november 2025 over de huis-aan-huis inzameling van asbesthoudende materialen.

 

Feiten en context

        De Vlaams minister van Omgeving keurde op 27 oktober 2025 de projectaanvraag van EcoWerf, intergemeentelijk milieubedrijf Oost-Brabant, goed om via huis-aan-huisinzameling de asbestafbouw in Vlaanderen te versnellen.

        EcoWerf richtte zich initieel op asbesthoudende golfplaten en leien van particulieren met een maximum van acht platen- of kuubzakken (dit komt neer op ongeveer 240 m² dak). Om voor grotere oppervlakten te kunnen inzamelen wordt de inzameling per container ook mogelijk gemaakt. Het maximaal beschikbaar aantal containers per adres wordt vastgelegd op twee (komt neer op ongeveer 480 m² dak).

        De werkwijze is als volgt:

     De inwoner vult op de website een formulier in.

     De asbestcoach contacteert de inwoner en gaat op huisbezoek, bekijkt de situatie ter plaatse, geeft informatie over een veilige afbraak, verkoopt de plaatzakken of reserveert de containers, spreekt een plaats af waar de zakken of containers moeten gezet worden en plant de ophaaldatum in.

     De inwoners zijn zelf verantwoordelijk voor de vergunning voor inname publiek terrein en de signalisatievergunning, indien de container niet op het eigendom van de burger kan staan. Indien de inwoner het bewijs van de vergunning niet kan voorleggen, wordt de container niet geplaatst.

     EcoWerf zorgt dat het asbest opgehaald wordt en naar een vergunde verwerker vervoerd wordt.

        Particulieren, lokale besturen (eigen patrimonium en sociale huisvesting), verenigingen, landbouwbedrijven, scholen en kmo’s kunnen deelnemen aan het project.

        Er wordt een tarief geheven voor natuurlijke personen, rechtspersonen en/of verenigingen die erom verzoeken:

 

     de ophaling aan huis van plaatzakken (1 m³) of kuubzakken (1 m³), die door EcoWerf ter beschikking van de bevolking worden gesteld via de asbestcoach van EcoWerf.

     de ophaling aan huis via containers die door EcoWerf ter beschikking van de bevolking worden gesteld via de asbestcoach van EcoWerf.

 

        Bij de aankoop van minstens één asbestzak/container zijn twee veiligheidskits inbegrepen.

        De organisatie van de dienstverlening kadert in het versneld asbestafbouwbeleid zoals uitgewerkt door de OVAM dat streeft naar een versnelling in de afbouw van alle risicovolle asbesthoudende materialen uit onze leefomgeving binnen het Vlaamse gewest.

        De organisatie van de aanvraag en de inzameling van de plaatzakken of kuubzakken en containers voor asbest gebeurt door EcoWerf waarbij de aanvraag- en aanbiedingsvoorwaarden zoals vastgelegd door EcoWerf dienen nageleefd te worden.

 

Juridische gronden

        Artikel 173 van de grondwet

Behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.

        Artikel 40, §3 van het decreet lokaal bestuur

De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglement, vast.

        Artikel 41, 2e lid, 14° van het decreet lokaal bestuur

De bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, is niet delegeerbaar naar het college van burgemeester en schepenen.

        Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

        Ministerieel besluit tot toekenning van een subsidie aan Ecowerf voor een project in het kader van het asbestafbouwbeleid (perceel bronophaling).

 

 

Bijlagen

        e-mail_EcoWerf

 

Besluit

 

stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

Het gemeentebestuur heft een retributie op de verkoop van kuubzakken en plaatzakken en inzameling via containers voor het inzamelen van asbestleien en/of -platen.

 

Artikel 2:

§1. De retributie bedraagt voor een:

        kuubzak (1 m³): 40 euro,

        plaatzak (1 m³): 40 euro,

        een container: 170 euro.

 

§2. Er kunnen jaarlijks maximum acht kuubzakken of acht plaatzakken (of een combinatie van zakken beperkt tot acht stuks) per adres aangekocht worden of maximum twee containers per adres gereserveerd worden. Hierbij zijn twee veiligheidskits en het ophalen van de kuub- of plaatzakken/containers aan huis inbegrepen.

 

Artikel 3:

Procedure:

  1. De inwoner vult een webformulier in of belt naar de Groene Lijn van EcoWerf.
  2. De asbestcoach neemt telefonisch contact op met de inwoner en maakt een afspraak voor een huisbezoek.
  3. De asbestcoach geeft ter plaatse informatie over veilige afbraak, verkoopt de zakken of boekt de containers aan de inwoner en maakt een afspraak voor ophaling.
  4. De inwoner vult de zak(ken) korte tijd voor de ophaaldag.
  5. EcoWerf komt de zak(ken)/containers ophalen op de vooraf afgesproken ophaaldag.

 

Artikel 4:

EcoWerf wordt gemachtigd om de retributies, zoals vermeld in artikel 2, te innen. De wijze van betaling gebeurt uitsluitend op de door EcoWerf voorgeschreven wijze met name via Bancontact bij aflevering van de zakken/containers

 

Artikel 5:

Het retributiereglement goedgekeurd door de raad in zitting van 25 maart 2025 wordt opgeheven op datum van 1 maart 2026.

 

Artikel 6:

Huidig retributiereglement treedt in werking vanaf 1 maart 2026 en is geldig tot 31 december 2027.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

GOEDKEURING RETRIBUTIEREGLEMENT OP DEELNAME AAN LESSENREEKSEN EN BOA-ACTIVITEITEN INGERICHT DOOR HET GEMEENTEBESTUUR VAN BERTEM.

 

Voorgeschiedenis

        Gemeenteraadsbesluit retributiereglement tai chi 26 maart 2019

        Gemeenteraadsbesluit retributiereglement kungfu 30 april 2019

        Gemeenteraadsbesluit Retributiereglement thema- en sportkamp/initiatie 21 december 2021

        Gemeenteraadsbesluit van 25 januari 2022 over het retributiereglement op de deelname aan een thema- en sportkamp en initiatielessen.

        Gemeenteraadsbesluit Retributiereglement breakdancelesesen 27 juni 2023

        Gemeenteraadsbesluit Retributiereglement initiatielessen kleuterturnen, 26 november 2024

 

Feiten en context

 

Lessenreeksen vanuit de dienst vrije tijd

        De dienst Vrije Tijd organiseert sinds 2015 diverse lessenreeksen en initiatieven om het sport-, cultuur- en vrijetijdsaanbod binnen Bertem te versterken. Deze initiatieven stimuleren inwoners tot een actieve en gezonde vrijetijdsbesteding alsook bieden ze lokale lesgevers de kans om ervaring op te doen binnen een gemeentelijk kader.

        In het verleden werd er regelmatig voor elk nieuw initiatief een nieuw retributiereglement opgemaakt. Met dit reglement wensen we één reglement te creëren waaronder alle lessenreeksen in de toekomst ondergebracht worden.

        Lokaal bestuur Bertem organiseert elke activiteit/lessenreeks die valt onder dit reglement zonder commercieel winstoogmerk. De retributies worden enkel aangewend om de werkelijke kosten van de activiteit te financieren, niet om extra inkomsten te genereren voor het lokaal bestuur.

 

Lessenreeksen in het kader van BOA-activiteiten

Vanaf 2026 treedt het BOA-decreet in werking. Met dat decreet streeft de Vlaamse overheid naar een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) voor álle kinderen en gezinnen.

 

Ook de buitenschoolse kinderopvangactiviteiten die het lokaal bestuur in samenwerking met externe partners en de drie Bertemse scholen organiseert, worden opgenomen in dit retributiereglement. Deze activiteiten zullen ook voornamelijk georganiseerd worden in de vorm van lessenreeksen.

 

Juridische gronden

        Artikel 170, §4 van de Grondwet

Geen last of belasting kan door de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van de gemeenteraad.

 

        Artikel 40, §3 van het Decreet Lokaal Bestuur

De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen, waaronder de belasting- en retributiereglementen, vast.

 

        Artikel 41, tweede lid, 14° van het Decreet Lokaal Bestuur

De bevoegdheid van de gemeenteraad om gemeentelijke retributies vast te stellen is niet delegeerbaar naar het college van burgemeester en schepenen.

 

        Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten van 3 mei 2019.

 

        De conceptnota BOA, goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 28 februari 2025 

 

Argumentatie

Lokaal bestuur Bertem wil een betaalbaar, gevarieerd en kwaliteitsvol vrijetijdsaanbod aanbieden aan haar burgers.

 

Lessenreeksen georganiseerd door de dienst vrije tijd kunnen zich focussen op diverse thema’s (sport, cultuur, toerisme…) en gericht zijn op diverse doelgroepen (jeugd, volwassenen…). Op deze manier wil lokaal bestuur Bertem het sociale weefsel versterken en krijgen inwoners de kans zich verder te ontplooien.

 

Lessenreeksen georganiseerd in het kader van het BOA-decreet richten zich uitsluitend op de schoolgaande kinderen in de drie scholen op het grondgebied Bertem. Deze initiatieven hebben drie doelstellingen:

  1. kinderen speelmogelijkheden en ontplooiingskansen, maar ook keuzevrijheid en recht op rust geven
  2. ouders de mogelijkheid om werk, opleiding en gezin vlot te combineren.
  3. een aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten creëren dat toegankelijk en betaalbaar is voor iedereen.

 

Om dit aanbod duurzaam te organiseren, werkt het lokaal bestuur volgens een kostendekkend model:

        De deelnameprijs weerspiegelt de reële kosten.

        Er wordt geen winst gemaakt.

        Eventuele overschotten worden aangewend ter versterking van bestaande initiatieven of ter ontwikkeling van nieuwe projecten.

 

Gehoord het voorstel van amendement zoals geformuleerd door schepen De Smet om het retributiereglement aan te vullen met een UiTPAS kansentarief en onderstaande motivering.

 

UiTPAS Kansentarief

Als lokaal bestuur is het onze opdracht om een toegankelijk aanbod aan te bieden aan elke burger. Daarom maken we het mogelijk om via een UiTPAS Kansentarief deel te nemen aan deze activiteiten. Daardoor betaalt de UiTPAS-houder met kansentarief 20% van het totale inschrijvingsgeld. Het lokaal bestuur neemt het restbedrag (80%) voor zijn rekening.

 

Voor lessenreeksen georganiseerd door de dienst vrije tijd

We bepalen het bedrag voor mensen met een kansentarief op basis van de prijs die kansentariefhouders binnen Bertem betalen. Ook UiTPAS-houders met kansentarief uit de andere Druivenstreekgemeenten kunnen aan dit tarief deelnemen aan een activiteit. Het restbedrag van 80% wordt in dat geval doorgerekend aan de Druivenstreekgemeente waar deze UiTPAS-houder gedomicilieerd is. 

 

Voor BOA-activiteiten in de schoolomgeving

Het aanbod BOA-activiteiten wordt voor leerlingen van de drie Bertemse scholen georganiseerd. Leerlingen met een kansentarief kunnen ook voor de BOA-activiteiten rekenen op een kansentarief.

 

Financiële gevolgen

De inkomsten en uitgaven met betrekking tot de lessenreeksen, alsook met betrekking tot de BOA-activiteiten, worden jaarlijks geraamd en opgenomen in de meerjarenplanning (MJP). De dienst Vrije Tijd evalueert jaarlijks de kostendekking van elke lessenreeks en rapporteert dit via de interne budgetopvolging.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Amendement

eenparig

 

Artikel 1 – Invoering van de retributie

Met ingang van 1 januari 2026 wordt een retributie geheven op deelname aan alle lessenreeksen georganiseerd door of in opdracht van het gemeentebestuur van Bertem, onder coördinatie van de dienst Vrije Tijd.

 

Artikel 2 – Retributieplichtige

De retributie is verschuldigd door de persoon die de inschrijving vervolmaakt, voor eigen deelname of voor deelname van een kind of gezinslid.

 

Artikel 3 – Kostprijs & kostendekkend karakter

Lokaal bestuur Bertem engageert zich ertoe om de kostprijs van elke lessenreeks voor de burger te baseren op de werkelijke kosten en geen winst na te streven.

 

De opbrengsten van de retributies worden uitsluitend gebruikt voor:

        Vergoedingen van lesgevers of begeleiders

        Huur of gebruik van (gemeentelijke) infrastructuur

        Aankoop en onderhoud van benodigd materiaal

        Verzekering van deelnemers indien van toepassing

        Administratieve en promotiekosten

 

Eventuele overschotten worden binnen het vrijetijdsbudget aangewend ter versterking van bestaande initiatieven of ter ontwikkeling van nieuwe projecten.

De volgende tarieven zijn van toepassing:

 

Lessenreeks

Kostprijs inwoners Bertem

Kostprijs niet-inwoners Bertem

Kostprijs kansentarief

Kleuterturnen (6 lessen)

€ 39

€ 45

€ 7,80

Start to skate (4 lessen)

€ 45

€ 52

€ 9

Spierkracht (10 lessen)

€ 30

€ 35

€ 6

 

Lessenreeks naschoolse activiteit

Kostprijs leerlingen

Kostprijs kansentarief voor leerlingen

Sportsnack (Moev) (8 lessen)

€ 11

€ 2,20

Steam (UCLL Techniek en wetenschap) (8 lessen)

€ 100

€ 20

Sport lagere school (Sporty) (8 lessen)

€ 35

€ 7

 

Artikel 4 – Betaling

Betaling dient te gebeuren voor de startdatum van de lessenreeks via de online vrijetijdswinkel. In uitzonderlijke gevallen kan betaling gebeuren aan de onthaalbalie van het gemeentehuis (cash of met debetkaart)

 

Betaling per afzonderlijke les is niet mogelijk.

 

Artikel 5 – Minimumaantal deelnemers en annulering door de gemeente

Het doorgaan van elke activiteit of lessenreeks is steeds afhankelijk van het vastgelegde minimumaantal deelnemers, bepaald door het lokaal bestuur. Indien het vereiste aantal deelnemers niet bereikt is, wordt de lessenreeks geannuleerd.
De reeds ingeschreven deelnemers worden daarvan tijdig op de hoogte gebracht en ontvangen hun inschrijvingsgeld volledig terug via overschrijving.

 

Artikel 6 – Annulatie door de deelnemer

In geval van annulatie door de deelnemer wordt enkel terugbetaling toegestaan bij medische overmacht, mits voorlegging van een medisch attest. Dit geldt uitsluitend voor volledige lessenreeksen en niet voor losse lessen.

 

Artikel 7 – Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en vervangt alle eerdere afzonderlijke retributiereglementen voor lessenreeksen georganiseerd door de dienst Vrije Tijd van het lokaal bestuur Bertem.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

BOA-DECREET. GOEDKEURING ERKENNINGSKADERS VOOR BUITENSCHOOLSE OPVANG EN BUITENSCHOOLSE ACTIVITEITEN EN GOEDKEURING SAMENWERKINGSVERBAND.

 

Voorgeschiedenis

        College van 19 december 2022 over het projectplan implementatie Boa-decreet

        College van 13 maart 2023 over ondersteuning uitvoering Boa-decreet

        College van 5 februari 2024 over de afronding van de analysefase van het BOA-decreet.

        College van 12 augustus 2024 over ondersteuning bij de uitvoering van het BOA-decreet.

        College van 17 maart 2025 over de kennisname van het BOA-eindrapport.

 

Feiten en context

        Vanaf 2026 streeft de Vlaamse overheid naar een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) voor alle kinderen en gezinnen.

 Dit betekent dat alle lokale spelers – ongeacht of ze actief zijn binnen onderwijs,  welzijn, cultuur, jeugd of sport – nauw samenwerken om een samenhangend aanbod te realiseren.

        Het lokaal bestuur liet zich bij de aanvang van het BOA-decreet ondersteunen door Samen Ferm en Mondea. Tijdens deze samenwerking begeleidden deze consultants het bestuur zowel in de analysefase als in de voorbereidingsfase naar de effectieve uitrol van het decreet. Zij zorgden voor een grondige doorlichting van de bestaande processen, brachten de impact van het nieuwe regelgevend kader in kaart en reikten concrete aanbevelingen aan om de organisatie klaar te stomen voor de implementatie.

        Het lokaal bestuur neemt uiteindelijk de regierol op zich. Het ontwikkelt een lokaal beleid rond buitenschoolse opvang en activiteiten. Daarnaast beslist het lokaal bestuur over de inzet van de beschikbare financiële, personele en infrastructurele middelen om dit beleid concreet vorm te geven.

        Voor Bertem zijn de volgende subsidiebedragen voorwaardelijk toegekend:

     2025

     151.667,50 euro BOA-BOOST (éénmalig)

     2026

     77.793,39 euro BOA-BOOST (éénmalig)

     175.471,50 euro BOA

     2027

     242.837,55 euro BOA

        Vanuit de regierol zal het lokaal bestuur een samenwerkingsverband moeten opstarten.

 Het BOA-decreet geeft aan het lokale samenwerkingsverband BOA drie opdrachten:

     Adviseren bij het lokale BOA-beleid

     Formuleren en realiseren van eigen acties rond BOA

     Stimuleren van het Nederlands in de buitenschoolse opvang en activiteiten

        Het lokaal samenwerkingsverband kan bestaan uit verschillende lokale spelers, zoals de buitenschoolse kinderopvang, het onderwijs, de vrijetijdsdienst (jeugd, sport en cultuur), ouders, kinderen, ...

        De Vlaamse Regering pleit voor maximale kwaliteit van het gehele BOA-aanbod. De lokale besturen staan als regisseur in voor de erkenning en handhaving van het lokaal opvangaanbod. Het lokaal bestuur erkent opvangaanbod via een eigen erkenningskader. Het lokaal erkenningskader is verplicht van zodra het lokaal bestuur instapt in de definitieve regeling van het decreet, voor lokaal bestuur Bertem op 1 januari 2026.

        Het lokaal erkenningskader doet minstens uitspraak over de verwachtingen in zes kerngebieden en houdt daarbij rekening met de Vlaams opgelegde minimale voorwaarden:

     Organisatorisch beleid, minstens het beleidsvoerend vermogen;

     Pedagogisch beleid;

     Medewerkersbeleid;

     Toegankelijkheid, minstens bijzondere aandacht voor kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte;

     Monitoring en evaluatie;

     Verbondenheid.

        Omdat de verwachtingen ten aanzien van een organisatie voor voor- en naschoolse kinderopvang verschillen van die voor bijvoorbeeld een jeugdwerkorganisatie, opteren we ervoor om twee afzonderlijke erkenningskaders uit te werken.

 

Juridische gronden

        Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten van 3 mei 2019.

        Het Besluit van de Vlaamse Regering over het lokaal beleid, de samenwerking en de subsidie voor buitenschoolse opvang en activiteiten van 9 juli 2021. Dit besluit regelt de Vlaamse beleidsprioriteiten over buitenschoolse opvang en activiteiten, het initiatief en de organisatie van het lokaal samenwerkingsverband en de subsidie aan de lokale besturen.

        Het Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een kwaliteitslabel aan organisatoren van kleuteropvang van 16 oktober 2020. Dit besluit regelt de voorwaarden van het kwaliteitslabel en de procedure om dit aan te vragen.

        Het overgangsbesluit subsidies buitenschoolse opvang van 24 september 2021. Dit besluit regelt de transitiesubsidies, namelijk de vereenvoudiging van de huidige subsidies en de afstemming van de subsidievoorwaarden op de voorwaarden van het kwaliteitslabel.

        Conceptnota van 28 februari 2025 over Decreet buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) (VR 2025 2802 MED.0070/1)

        Wijzigingsdecreet van 21 november 2025 over buitenschoolse opvang en activiteiten.

 

 

Bijlagen

        Erkenningskader voor buitenschoolse opvang

        Erkenningskader voor buitenschoolse activiteiten

        Samenwerkingsverband

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het samenwerkingsverband in bijlage voor buitenschoolse opvang en activiteiten goed.

 

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt het erkenningskader in bijlage voor buitenschoolse opvang goed.

 

Artikel 3:

De gemeenteraad keurt het erkenningskader in bijlage voor buitenschoolse activiteiten goed.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

AANLEG 3X3 BASKETBAL COURT. GOEDKEURING LASTVOORWAARDEN, GUNNINGSWIJZE EN AAN TE SCHRIJVEN FIRMA'S.

 

Voorgeschiedenis

 

Besprekingspunt 27 oktober 2025 subsidiedossier en prijsvraag 3x3 basketbalcourt

 

Feiten en context

        Basketbal Vlaanderen stimuleert de ontwikkeling van basketbal in Vlaanderen en wil specifiek 3x3 basketbal verder uitbouwen.

        Om dit te realiseren lanceert Basketbal Vlaanderen, met steun van Sport Vlaanderen, een projectoproep met subsidiereglement voor de aanleg of heraanleg van 3x3-courts.

        Subsidievoorwaarden:

     Tot 50% van de aanvaarde investeringskost.

     Maximaal €35.000 per court.

     Het aanvaarde investeringsbedrag wordt bepaald aan de hand van een gedetailleerde offerte.

     Beschikbaar budget: In totaal is er €450.000 subsidie beschikbaar voor projecten in Vlaanderen.

        Beoordeling: Elke aanvraag wordt individueel beoordeeld door een interne commissie van Basketbal Vlaanderen.

 

Juridische gronden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 56, § 3, 5°, waarbij wordt bepaald dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur.

        Het besluit van de gemeenteraad van 28 april 2020 houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

        De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

        De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 143 000 euro niet) en artikel 57 en artikel 43.

        Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

        Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.

 

Argumentatie

In het kader van de opdracht “Aanleg 3x3 Basketbal court” werd een bestek met nr. 2025-564 opgesteld door Gemeente Bertem.

De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 74 000 euro excl. btw of 84 700 euro incl. 21% btw.

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

Als limietdatum voor het indienen van de offertes wordt 16 januari 2026 om 10.00 uur voorgesteld.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde uitgave

260007/0742-co (actie 56)

€ 130 000

€ 130 000

€ 80 000

 

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Geraamde inkomsten

 

€ 30 000

 

Dit budget was oorspronkelijk voorzien voor de aanleg van een skatepark. Door verschillende uitdagingen en bijkomende kosten, voornamelijk door de moerassige ondergrond op de geplande locatie, kon dit project niet worden uitgevoerd.

 

We hopen in aanmerking te komen voor de subsidies van Basketbal Vlaanderen voor de aanleg van een 3x3 Home Court. Op dit moment is het echter nog onzeker of deze subsidies effectief zullen worden toegekend.

 

 

Bijlagen

        Bestek - Aanleg 3x3 Home Court Basketbalterrein

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

Het bestek met nr. 2025-564 en de raming voor de opdracht “Aanleg 3x3 Basketbal Court”, opgesteld door Gemeente Bertem worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt 70 000 euro excl. btw of 84.700 euro incl. 21% btw.

 

Artikel 2:

Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

 

Artikel 3:

Volgende ondernemers worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:

- Playsport International bv, Kaudenaardestraat 61 te 1700 Dilbeek

- NIJHA, Hanzeweg 2 te 7241 CR Lochem (NL)

- Sportinfrabouw nv, Essendonkbos 5 te 2910 Essen

 

Artikel 4:

De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 16 januari 2026 om 10.00 uur.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

AFVOER GROND BAANAKKERWEG. GOEDKEURING LASTVOORWAARDEN EN GUNNINGSWIJZE.

 

Voorgeschiedenis

        Masterplan Ecowerf voor uitbouw Diftar-recyclageparken vereist de uitbreiding van recyclagepark Bertem

 

Feiten en context

        Op het perceel ten noordwesten van het recyclagepark (Baanakkerweg 2) ligt een grote hoop overtollige grond.

        De hoop grond is afkomstig van verschillende locaties en projecten zoals wegenwerken en andere infrastructuurprojecten.

        In het kader van de geplande uitbreiding van het recyclagepark is het nodig dat het perceel wordt vrijgemaakt.

 

Juridische gronden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

        Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

        De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

        De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 41, §1, 2° (het geraamde bedrag excl. btw overschrijdt de drempel van 750 000 euro niet).

        Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

        Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

 

Argumentatie

In het kader van de opdracht “Afvoeren grond Baanakkerweg” werd een bestek met nr. 570 opgesteld door gemeente Bertem.

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 173.553,72 euro excl. btw of 210.000 euro incl. 21% btw.

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde uitgave

220500/0309-00 (AC39)

€ 250.000

€ 250.000

€ 210.000

 

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Geraamde inkomsten

 

 

 

Bijlagen

        Bestek - afvoer grond Baanakkerweg

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

Het bestek met nr. 570 en de raming voor de opdracht “Afvoeren grond Baanakkerweg”, opgesteld door gemeente Bertem worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt 173.553,72 euro excl. btw of 210.000 euro incl. 21% btw.

Artikel 2:

Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

Artikel 3:

De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.

Artikel 4:

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in 220500/0309-00 (AC39).

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

VERWEZENLIJKING ROOILIJNPLAN CENTRUM LEEFDAAL. GOEDKEURING AKTE.

 

Voorgeschiedenis

        Besluit van de gemeenteraad van 27 oktober 2020 houdende de definitieve vaststelling van het rooilijnplan Wegenis- en rioleringswerken Centrum Leefdaal met inbegrip van de goedkeuring van de bijhorende grondinnemingsplannen.

        Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 21 december 2020 houdende de toewijzing van de opdracht voor de verwezenlijking van het voormelde rooilijnplan aan Land-Expert bv, Dr. V. De Walsplein 35/5, 3070 Kortenberg.

        Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 16 oktober 2023 houdende de aanstelling van het kantoor van notarissen Mostaert, Maere en Van Elslande, Blijde Inkomststraat 24, 3000 Leuven, als notaris voor de opmaak van de akten ter verwezenlijking van de innames van het voormelde rooilijnplan en het verlijden van deze akten.

        Gemeenteraadsbesluit van 24 september 2024 betreffende de goedkeuring van akte inneming 1, 2, 3, 6, 8, 9, 11, 12, 13, 14, 16, 17a, 17b, 20, 21, 36, 56-60, 63.

        Gemeenteraadsbesluit van 26 november 2024 betreffende de goedkeuring van akte inneming 4, 11, 22, 35, 51, 52, 65.

        Gemeenteraadsbesluit van 29 april 2025 betreffende de goedkeuring van akte inneming 37.

        Gemeenteraadsbesluit van 24 juni 2025 betreffende de goedkeuring van akte inneming 18, 19, 20, 34, 38, 50, 54, 55, 67.

        Gemeenteraadsbesluit van 30 september 2025 betreffende de goedkeuring van akte inneming 39, 64.

 

Feiten en context

        De grondinnemingsplannen horende bij het rooilijnplan bepalen het totaal aantal te realiseren innames op 67. De huidige aanleg van de Dorpstraat brengt mee dat de innames divers van aard zijn, gaande van kosteloze grondoverdrachten, een vergoeding voor de grondinnames tot een vergoeding voor de minwaarde van de gebouwen waarvan de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden beperkt worden als gevolg van de nieuwe rooilijn.

        De aangestelde landmeter-expert Land-Expert nv schatte de basisvergoeding voor een inname in woongebied op € 255/m². Het overgrote deel van de aangeschreven eigenaars verklaarde zich schriftelijk akkoord met de aangeboden vergoeding. Gezien de termijn verstreken tussen de akkoordverklaring en de ondertekening van de akte werden de grondwaardes verhoogd met 10%. 

 

Juridische gronden

        Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 41, §2, 11°. De gemeenteraad is bevoegd voor daden van beschikking over onroerende goederen.

        Het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, in het bijzonder artikel 2.9.6.0.3. Een vrijstelling van het verkooprecht wordt verleend voor overdrachten in der minne van onroerende goederen ten algemenen nutte o.a. aan de gemeenten.

        Het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, in het bijzonder de artikelen 17 tot en met 19 m.b.t. het procedureverloop voor de vaststelling van rooilijnplannen.

 

Argumentatie

Aangezien de wegenis- en rioleringswerken effectief van start zijn gegaan, is het aangewezen om de innames waarover een akkoord bestaat met de eigenaars ook effectief te realiseren. Het aangestelde notariskantoor Mostaert, Maere en Van Elslande heeft reeds voor 38 innames de aktes verleden.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde uitgave

220000/0200-00 (actie 83)

€ 435 000

€ 355 518,75

€ 73 086

 

 

Bijlagen

        Grondinnemingsplan rooilijn Centrum Leefdaal

        Inname 46, 47, 48 akte

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de akte in bijlage van dit besluit goed. De akte heeft betrekking op de verwezenlijking van de innames in het kader van het rooilijnplan Wegenis- en rioleringswerken Centrum Leefdaal. De akte omvat de realisatie van inname 46, 47, 48.

 

Artikel 2:

Deze innames worden gedaan voor algemeen nut. De in te nemen delen worden onmiddellijk bij aankoop toegevoegd tot het openbaar domein.

 

Artikel 3:

Het aangestelde notariskantoor Mostaert, Maere en Van Elslande wordt gemandateerd om deze aktes te verlijden en de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur worden gemachtigd om de gemeente Bertem te vertegenwoordigen bij het verlijden van de aktes.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

AANVULLEND REGLEMENT OP DE POLITIE VAN HET WEGVERKEER. GEMEENTEGRENSOVERSCHRIJDENDE VERKEERSMAATREGELEN - ZONE C23 +3.5T UPV - BINNENGEBIED N227 - N2 - N3 - E314.

 

Voorgeschiedenis

        Startoverleg op 17/03/2025 met de gemeenten Kraainem, Wezembeek-Oppem, Tervuren, Zaventem, Kortenberg, Herent, Bertem, Leuven. In dit overleg werd de voorgestelde zone, de impact, signalisatie en timing besproken.

        Intergemeentelijk overleg op 23/06/2025 en op 30 september 2025.

 

Feiten en context

Het is de bedoeling is om intergemeentelijk de routes voor zwaar verkeer af te stemmen, alsook de zones waar dit verkeer geweerd dient te worden en op welke manier dit op het terrein op uniforme, wettelijke en leesbare wijze vormgegeven kan worden. Vooronderzoek werd reeds gedaan door de dienst mobiliteit van Kortenberg.

Er is consensus om het volledige binnengebied van de maas tussen de N227 - N2 - N3 - E314 te verbieden voor vrachtverkeer/zwaar vervoer uitgezonderd plaatselijk verkeer (inclusief bussen van De Lijn en landbouwverkeer). De voor- en nadelen werden besproken van de verschillende verkeersborden C21 en C23, zoneborden, onderborden en het werken met één grote zone versus meerdere kleinere zones alsook de mogelijkheden tot handhaving.

 

De mobiliteitscel en AWV spraken zich positief uit over het voorstel.

 

Juridische gronden

        Wet betreffende de politie op het wegverkeer gecoördineerd bij het KB van 16 maart 1968.

        KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg.

        MB van 11 oktober 1976 houdende de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens.

        decreet betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens van 16 mei 2008.

        Artikel 119 van de nieuwe gemeentewet

De gemeenteraad maakt de gemeentelijke reglementen van inwendig bestuur en de gemeentelijke politieverordeningen, met uitzondering van de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer bedoeld in artikel 130bis. Deze reglementen en verordeningen mogen niet in strijd zijn met de wetten, de decreten, de ordonnanties, de reglementen en de besluiten van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de Gemeenschapscommissies, de provincieraad en de bestendige deputatie van de provincieraad.

De raad zendt hiervan achtenveertig uren een afschrift aan de bestendige deputatie van de provincieraad. Een afschrift van die reglementen en politieverordeningen wordt dadelijk toegezonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank, waar zij in een daartoe bestemd register worden ingeschreven. Van die reglementen en verordeningen wordt melding gemaakt in het Bestuursmemoriaal van de provincie.

        Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.

        Besluit van de Vlaamse regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.

        Omzendbrief MOB/2009/01 van 3 april 2009 over de gemeentelijke aanvullende reglementen op de politie over het wegverkeer.

        Artikel 40, §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.

        Algemeen politiereglement van Bertem aangenomen door de gemeenteraad op 24 juni 2025.

 

Argumentatie

Door intergemeentelijk af te stemmen waar de grenzen van de maas moeten komen, waar (doorgaande) vrachtwagens wél en niet mogen rijden om vervolgens de locaties te bepalen waar er zoneborden geplaatst dienen te worden om de maas sluitend te maken wordt ten noorden van de Tervuursesteenweg een coherent beleid m.b.t. doorgaand zwaar vervoer geregeld.

 

 

Bijlagen

        Zone C23 +3,5t UPV – Maas N227 - N2-N3 – E314.

        Zone C23 +3,5t UPV – Maas N227 - N2-N3 – E314 Signalisatie Tervuursesteenweg.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

In de zone begrensd door de maas N2 - N3 - N227 - E314 wordt de toegang verboden voor bestuurders van motorvoertuigen en slepen ontworpen en gebouwd voor het vervoer van goederen; de maatregel geldt alleen voor de bestuurders van voertuigen waarvan de maximaal toegelaten massa hoger is dan 3,5 ton; de maatregel geldt niet voor plaatselijk verkeer.

 

Artikel 2:

Weggebruikers worden op de hoogte gebracht van deze maatregel door middel van de verkeersborden C23 + 3,5 t uitgezonderd plaatselijk verkeer met zonale geldigheid en de verkeersborden einde zone op de kruispunten met de Tervuursesteenweg, zoals aangeduid op bijgevoegd signalisatieplan.

 

Artikel 3:

Dit reglement treedt in werking in onderling overleg met de gemeente Kortenberg.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

JACHT. GOEDKEURING JACHTPACHTOVEREENKOMST BERTEM 2026-2036.

 

Voorgeschiedenis

        Raadsbesluit van 26 april 1971 over de verhuring van het jachtrecht op de landerijen van de gemeente Bertem gelegen te Bertem.

        Besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van 9 september 2025: Goedkeuring verwijdering percelen uit het jachtplan te Korbeek Dijle.

        Raadsbesluit van 30 september 2025: Affectatie onroerende goederen. Goedkeuring overdracht gemeentelijke percelen naar openbaar domein.

 

Feiten en context

        De heer Julien Vandenplas, organiseert niet langer de jacht in Bertem.

        Peter Reynaert, de jachtrechthouder op de eigendommen van de gemeente te Bertem is overleden.

        Jeroen Vits vraagt namens VZW Wildbeheerseenheid (WBE) Tussen Voer en Yse (533) om een geschreven jachthuurovereenkomst af te sluiten, type van ANB op naam van de VZW WBE Tussen Voer en Yse. Tegenwoordig moeten ze geschreven bewijs kunnen voorleggen ivm jachtrechten.

        Er is sinds lang een afspraak over de verdeling van het jachtrecht op de landerijen van de gemeente: drie jagersgroepen oefenen elk het jachtrecht uit op de landerijen te Bertem, Leefdaal en Korbeek-Dijle.

        De populatie wild is de laatste jaren sterk dalend in de jachtgebieden. Dit geldt in het bijzonder voor de versnipperde landbouw- en bosgebieden. Tegelijk is er een sterke opkomst van everzwijnen die grote schade kunnen aanbrengen aan gewassen en tevens een potentieel gevaar kunnen opleveren voor de verkeersveiligheid. Het is van belang beroep te kunnen blijven doen op de expertise van lokale jagers om de hoeveelheid wild te beheersen in het belang van de gemeenschap.

        De vergoeding voor het jachtpachtrecht in Bertem wordt vastgesteld op 40 €/ha voor de aaneengesloten percelen in de omgeving van Bertem Bos, dit is de gangbare prijs voor percelen bosgebied >40 ha aaneengesloten.

        Voor de kleinere restpercelen van het jachtpachtrecht van de WBE Bertembos en voor alle percelen van het jachtpachtrecht van de WBE Voer en Yse, allemaal percelen <40 ha niet aaneengesloten, wordt de vergoeding vastgelegd op 12 €/ha.

 

Juridische gronden

        Artikel 7 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991
Het is verboden te eniger tijd en op enigerlei wijze te jagen op andermans grond zonder uitdrukkelijke toestemming van de eigenaar of zijn rechthebbende. In geval van betwisting inzake het jachtrecht op hetzelfde perceel heeft hij die een schriftelijk bewijs van het jachtrecht kan voorleggen, het jachtrecht.

        Artikel 30 en 31 van het Jachtadministratiebesluit van 25 april 2014

        Artikel 41, 11° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017: Behalve bij de uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, aan de gemeenteraad kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen. De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd:de daden van beschikking over onroerende goederen, behalve die, vermeld in artikel 56, § 3, 8°, b);

 

Argumentatie

Het is aangewezen om de feitelijke situatie te formaliseren in een nieuwe Jachtpachtovereenkomst. Het is aangewezen om de overeenkomsten af te sluiten op naam van de WBE's.

 

 Financiële gevolgen

 

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde ontvangst

705004/0050-00

€ 4.340,-

€ 4.340,-

€ 5.719,-

 

 

Bijlagen

        Jachtpachtovereenkomst Gemeente Bertem – WBE Tussen Voer en Yse.

        Jachtpachtovereenkomst Gemeente Bertem – WBE Bertembos.

 

Besluit

 

Stemming punt

eenparig

 

Artikel 1:

De raad beslist om het jachtrecht op de landerijen van Gemeente Bertem gelegen te Bertem te verhuren aan WBE Bertembos. Het jachtrecht op de landerijen van Gemeente Bertem gelegen te Leefdaal en Korbeek-Dijle wordt verhuurd aan WBE Tussen Voer en Yse.

 

Artikel 2:

De raad keurt de bijgevoegde jachtpachtovereenkomsten goed. De gegevens van de percelen waarop de jachtpachtovereenkomsten van toepassing zijn, worden opgenomen in de jachtpachtovereenkomsten.

 

Artikel 3:

De jachtpachtovereenkomsten gaan in op 1 januari 2026 om te eindigen op 31 december 2036.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 16 december 2025

 

MONDELINGE VRAGEN.

 

Juridische gronden

         Artikel 31 van het decreet lokaal bestuur
De gemeenteraadsleden hebben het recht aan de burgemeester en aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen.
Voor het stellen van een vraag als vermeld in het eerste lid, is geen toegelicht voorstel van beslissing vereist.

         Artikel 12 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad
Op het einde van de agenda van de openbare vergadering kunnen de raadsleden mondelinge vragen stellen over gemeentelijke beleidsaangelegenheden, die niet op de agenda van de gemeenteraad staan. Om het college van burgemeester en schepenen in staat te stellen om het antwoord op een mondelinge vraag voor te bereiden, bezorgen de raadsleden uiterlijk vijf kalenderdagen vóór de zitting de omschrijving van hun mondelinge vraag aan de algemeen directeur, die deze onmiddellijk bezorgt aan het college van burgemeester en schepenen en aan de voorzitter van de gemeenteraad. Op deze mondelinge vragen voor een zitting die later dan de vermelde termijn worden ingediend bij de algemeen directeur, wordt ten laatste tijdens de daaropvolgende zitting geantwoord.

         Artikel 33, §1 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad
Een samenvatting van de mondelinge vragen en de antwoorden daarop worden opgenomen in de notulen. Loutere meldingen die geen vraagstelling over beleidsaangelegenheden bevatten, worden niet in de notulen opgenomen.

 

Mondelinge vragen

 

Nihil

 

Actuele vragen

 

Jurgen Gyns (NV-A) informeert naar een stand van zaken over de kapotte deur in de zaal Vlieg-in.

Schepen Joery Verhoeven (CD&V) antwoordt dat er een firma is langsgekomen op 10 december en dat we op basis van een offerte de deur zo spoedig mogelijk zullen laten herstellen.

 

 

 

Publicatiedatum: 02/02/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.