NOTULEN VAN DE GEMEENTERAAD

 

Gemeente Bertem

 

Zitting van 24 oktober 2017

Van 20.03 uur tot 21 uur

 

Aanwezig:

Voorzitter:

Albert Mees

Burgemeester:

Joël Vander Elst

Schepenen:

Marc Morris, Greet Goossens, Tom Philips en Joery Verhoeven

Schepen met raadgevende stem:

Eddy Vranckx

Gemeenteraadsleden:

Ludo Croonenberghs, Jan Buysse, Leonard Vranckx, Yvette Laes, Herman Ginis, Roos De Backer, Sonia Stiasteny, Joris Fonteyn, Karin Baudemprez, Griet Verhenneman, Wouter Fock, Marc De Vlieger en Diane Vander Elst

Gemeentesecretaris:

Dirk Stoffelen

 

Verontschuldigd:

Gemeenteraadsleden:

Kristien Van Essche en Jan De Keyzer

 


Overzicht punten

Zitting van 24 oktober 2017

 

ZITTINGEN GR. GOEDKEURING NOTULEN VORIGE ZITTING.

 

Juridische gronden

  • Artikel 33 van het gemeentedecreet van 15 juli 2005
    De gemeenteraad keurt, mits eventuele aanpassingen, de notulen van de vorige raadszitting goed.

 

 

Bijlagen

  • Notulen van de zitting van 26 september 2017.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

De raad keurt de notulen van de zitting van 26 september 2017 goed.

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 24 oktober 2017

 

LEEGSTANDSREGISTER EN BELASTING LEEGSTAND. GOEDKEURING OPNAME VAN GEBOUWEN EN WONINGEN IN HET LEEGSTANDSREGISTER EN HEFFINGSREGLEMENT.

 

Voorgeschiedenis

  • Raadsbesluit van 29 juni 2010 over de goedkeuring van het reglement op de inventarisatie van leegstaande woningen en/of gebouwen en indicaties ter bepaling van leegstand, laatst aangepast op 24 april 2012.
  • Raadsbesluit van 17 december 2013 over de goedkeuring van het heffingsreglement gebouwen en woningen opgenomen in het leegstandsregister.

 

Feiten en context

  • Het decreet grond- en pandenbeleid machtigt de gemeenteraden tot het heffen van een leegstandsheffing op gebouwen en woningen die zijn opgenomen in het leegstandsregister. Sinds de wijziging van het decreet vanaf 23 december 2016 krijgen de gemeenten een grote vrijheid van de Vlaamse overheid om een eigen beleid rond leegstand te voeren.
  • De gemeenteraadsbeslissing van 17 december 2013 over de goedkeuring van het heffingsreglement voor gebouwen en woningen opgenomen in het leegstandsregister bepaalt dat het belastingsbedrag 1250 euro bedraagt. Dit bedrag is verschuldigd telkens een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt na datum van opname in het leegstandsregister.
  • Momenteel staan 48 woningen in het register van leegstaande woningen. Voor het aanslagjaar 2017 komt ongeveer de helft daarvan in aanmerking voor de heffing van leegstandsbelasting.

 

Juridische gronden

  • Artikel 170, §4 van de grondwet

Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.

  • Decreet van 15 juli 1997 van de Vlaamse Wooncode.
    De gemeente wordt aangesteld als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
  • Gemeentedecreet van 15 juli 2005

artikel 42: de gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen, vast

artikel 43, §2, 15°: de bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, is niet delegeerbaar naar het college van burgemeester en schepenen

artikel 186: reglementen en verordeningen worden bekendgemaakt op de gemeentelijke website

artikel 187: de reglementen en verordeningen treden in werking de vijfde dag na de bekendmaking tenzij anders bepaald is

artikel 253: een kopie van besluiten van de gemeenteraad over belastingen en retributies worden binnen de 20 dagen na het besluit verzonden naar de provinciegouverneur

  • Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
  • Het decreet van 27 maart 2009 over het grond- en pandenbeleid

Volgens dit decreet zijn gemeenten vanaf 1 januari 2010 verplicht een register van leegstaande gebouwen en woningen bij te houden (leegstandsregister) en zijn de gemeenteraden autonoom gemachtigd tot het heffen van een leegstandsheffing op gebouwen en woningen die zijn opgenomen in het leegstandsregister.

  • Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
  • Wetboek van de inkomstenbelastingen

Hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit wetboek zijn van toepassing voor zover dit niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreft.

 

Argumentatie

Het is wenselijk dat de beschikbare woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente ook als dusdanig worden gebruikt. De langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet worden voorkomen en bestreden omdat leegstaande woningen en gebouwen o.m. leiden tot verloedering.

De strijd tegen de leegstaande woningen en gebouwen zal een effect hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een leegstandsregister ook leidt tot een effectieve belasting op langdurige leegstand. De belasting dient voldoende hoog en effectief te zijn om de eigenaars van leegstaande woningen en gebouwen aan te zetten tot het nemen van de nodige maatregelen om een einde te maken aan de leegstand.

Met het instellen van dit reglement wenst de gemeente Bertem een effectief instrument te creëren om langdurige leegstand te voorkomen en te bestrijden. Er zijn uitzonderingen voorzien waarbij rekening wordt gehouden met sociale omstandigheden en met bepaalde vormen van overmacht.

Tot op heden werd langdurige leegstand onderworpen aan een belasting met een vast tarief van 1250 euro.

Op basis van 6 opeenvolgende jaren van opnames in het leegstandsregister kan worden vastgesteld dat ongeveer 25 procent van de leegstaande woningen worden gesloopt of gerenoveerd om opnieuw op de huur- of verkoopmarkt aan te bieden. Het grootste deel van de woningen blijft echter in het leegstandsregister staan. Daarom wordt in dit belastingreglement gewerkt met gedifferentieerde tarieven waarbij de heffing wordt verhoogd naarmate de leegstand langer duurt.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Geraamde inkomsten

1419/002/003/002/006

73740000/0020

€ 15 000

€ 15 000

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1: Begripsomschrijving

Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.2 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, dat in dit reglement het grond- en pandendecreet wordt genoemd.

 

In dit reglement wordt verstaan onder:

 

  • IGO div: de intergemeentelijke administratieve eenheid die conform art 2.2.6, §1, 2° van het grond- en pandendecreet door de gemeente is belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister.
  • het college: het college van burgemeester en schepenen
  • beveiligde zending:
    • een aangetekend schrijven
    • een afgifte tegen ontvangstbewijs
    • elke andere door de Vlaamse regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld
  • gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2.1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten
  • leegstaand gebouw: gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
    De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning of melding in de zin van artikel 4.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, met latere wijzigingen, of milieuvergunning of melding in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, met latere wijzigingen. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2.2° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

  • woning: een goed, vermeld in artikel 2. §1 eerste lid 31°, van de Vlaamse wooncode (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande)
  • leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met:
    • hetzij de woonfunctie;
    • hetzij elke andere door de Vlaamse regering omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengt
  • leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in artikel 2.2.6 van het grond- en pandendecreet.
  • opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt opgenomen
  • verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt
  • zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
    • de volle eigendom
    • het recht van opstal of van erfpacht
    • het vruchtgebruik.

 

Hoofdstuk 1. De opname in het leegstandsregister

 

Artikel 2: leegstandsregister
§ 1. de gemeente houdt een leegstandsregister bij.
Een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.

Een gebouw dat of een woning die is geïnventariseerd als verwaarloosd, kan eveneens worden opgenomen in het leegstandsregister, en omgekeerd.

Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.

 

§2. In het register worden de volgende gegevens opgenomen:

  • het adres van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning
  • de kadastrale gegevens van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning
  • het nummer en de datum van de administratieve akte

 

Artikel 3: Wijze van opname

§1. De door IGO div met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.

 

§3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van twee of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:

  • het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning
  • het aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”
  • het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen,
  • het ontbreken van aansluitingen op water
  • een volle brievenbus gedurende lange tijd
  • een slecht onderhouden omgeving, ernstig vervuild glas- / buitenschrijnwerk, verwaarloosde tuin (lang gras, onverzorgd...)
  • rolluiken die langdurig neergelaten zijn
  • de onmogelijkheid om het gebouw of de woning te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang
  • een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw of een gebruik als woning kan worden uitgesloten
  • een dermate laag verbruik van water dat een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw of een gebruik als woning kan worden uitgesloten
  • de (aanvraag om) vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992
  • getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent
  • het niet of gedeeltelijk niet bemeubeld zijn van het gebouw of de woning.

 

Artikel 4. Kennisgeving van de opname in het leegstandsregister

De zakelijk gerechtigde(n) wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:

  • De administratieve akte met inbegrip van het beschrijvend verslag.
  • Het reglement opmaak leegstandsregister en belasting op leegstaande gebouwen en woningen.

 

Artikel 5. Beroep tegen de opname in het leegstandsregister

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na de kennisgeving van de opname vermeld in artikel 4, kan de zakelijk gerechtigde bij het college beroep indienen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt ingediend per beveiligde zending. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal de volgende gegevens bevatten:

  • de identiteit en het adres van de indiener
  • het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft
  • de bewijsstukken die aantonen dat de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed.

 

Als datum van indiening van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

 

Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

 

§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een nieuw of aangepast beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

 

§3. Van het beroepschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van het beroepschrift.

 

§4. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:

  • als het te laat is ingediend of
  • als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1 of
  • als het beroepschrift niet uitgaat van een zakelijk gerechtigde.

 

§5. Het college onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een onderzoek ter plaatse, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaand belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het onderzoek ter plaatse.

 

§6. Het college doet uitspraak over het beroep en stelt de indiener per beveiligde zending in kennis van de uitspraak binnen een termijn van negentig dagen. Deze termijn gaat in op de dag na de ontvangst van het beroepschrift.

 

Als het college het beroep gegrond acht of nalaat binnen bovengenoemde termijn kennis te geven van de beslissing, kunnen de eerder gedane vaststellingen geen aanleiding geven tot een nieuwe beslissing tot opname.

 

§7. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, wordt het gebouw of de woning in het leegstandsregister opgenomen vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.

 

Artikel 6. Schrapping uit het leegstandsregister

§1. IGO div schrapt het gebouw of de woning uit het leegstandsregister als deze volledig is gesloopt en alle puin van het perceel is verwijderd. Als datum van schrapping geldt de datum van ontvangst van het verzoek tot schrapping.

 

§2. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt in overeenstemming met de functie.

De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik moet bewezen worden door o.a. de inschrijving in de bevolkingsregisters en/of na een onderzoek ter plaatse.

 

Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1 aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden. De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. IGO div stelt deze aanwending vast via administratieve data en/of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.

 

§3. Voor de schrapping richt de zakelijk gerechtigde een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan IGO div via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

  • de identiteit en het adres van de indiener
  • het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het verzoek betrekking heeft
  • de bewijsstukken die aantonen dat het gebouw of de woning geschrapt mag worden uit het leegstandsregister.

 

Als datum van het verzoek wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

 

IGO div neemt een beslissing binnen een termijn van negentig dagen na de ontvangst van het verzoek en stelt de verzoeker schriftelijk in kennis van haar beslissing.

 

§4. Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.

 

Hoofdstuk 2: De belasting

 

Artikel 7. Belasting op leegstaande woningen en gebouwen

§1. Er wordt een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister.

 

§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat het gebouw of de woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.

 

Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

 

Artikel 8. Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde op het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum.

 

§2. Als er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn deze hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld, dat wil zeggen dat het volledige bedrag van de belasting bij een van hen kan worden opgeëist.

 

§3. Bij overdracht van het zakelijk recht, moeten de overdrager en de notaris de verkrijger in kennis stellen van de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister. Daarnaast moet de overdrager van het zakelijk recht de gemeente per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen, en dit binnen één maand na het verlijden van deze akte.

De kopie bevat minstens de volgende gegevens:

  • het adres van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning
  • de kadastrale gegevens van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning
  • de identiteit, het (de) adres(sen), het eigendomsdeel en de aard van het zakelijk recht van de overdragende en verkrijgende zakelijk gerechtigde(n)
  • de datum van de notariële akte, de naam en standplaats van de notaris.

Als de overdrager van het zakelijk recht nalaat deze kennisgeving te doen, wordt hij, in afwijking van §1 als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting na de overdracht.

 

Artikel 9. Tarief van de belasting

§1.

  • Als het gebouw of de woning een eerste termijn van twaalf opeenvolgende maanden in het leegstandsregister is opgenomen, bedraagt de belasting:

1250 euro voor een leegstaand gebouw of leegstaande woning

  • Als het gebouw of de woning een tweede termijn van twaalf opeenvolgende maanden in het leegstandsregister is opgenomen, bedraagt de belasting:

1250 euro voor een leegstaand gebouw of leegstaande woning

  • Als het gebouw of de woning een derde termijn van twaalf opeenvolgende maanden in het leegstandsregister is opgenomen, bedraagt de belasting:

2500 euro voor een leegstaand gebouw of leegstaande woning

  • Als het gebouw of de woning een vierde en elke verdere termijn van twaalf opeenvolgende maanden in het leegstandsregister is opgenomen, bedraagt de belasting:

5000 euro voor een leegstaand gebouw of leegstaande woning

 

§2.

  • Voor woningen en gebouwen met een opnamedatum in het jaar 2010, 2011, 2012, 2013, 2014, 2015 en 2016 zal de heffing als volgt geheven worden:

aanslagjaar 2017: 1250 euro volgens het reglement van 17 december 2013

aanslagjaar 2018: 1250 euro
aanslagjaar 2019: 2500 euro
vanaf 2020 en verder: 5000 euro.

 

Artikel 10. Vrijstellingen

§1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij het college. De zakelijk gerechtigde die gebruik wenst te maken van een vrijstelling als vermeld in §3 (persoonsgebonden vrijstellingen) of §4 (objectgebonden vrijstellingen), dient hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen bij het college.

 

§2. De vrijstelling dient te worden aangevraagd voor het verstrijken van de eerste of een volgende termijn van twaalf maanden na de opnamedatum. Een vrijstelling kan worden toegekend vanaf de datum van aanvraag, tenzij anders aangegeven. Eens de verjaardag van de opnamedatum is verlopen, kan worden overgegaan tot het invorderen van de belasting. In dit stadium kan voor de voorbije termijn geen vrijstelling meer worden aangevraagd, maar kan er enkel nog bezwaar worden ingediend overeenkomstig de procedure vermeld in artikel 13.

 

§3. Van de belasting zijn vrijgesteld:

  • de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt vanaf de opnamedatum tot zolang deze toestand aanhoudt
  • de belastingplichtige die, met betrekking tot geen enkele andere woning dan de leegstaande woning een zakelijk recht heeft en minder dan twee jaar houder is van het zakelijk recht. Deze vrijstelling geldt voor een periode van drie jaar volgend op de datum van de akte van overdracht van het zakelijk recht. Deze vrijstelling geldt niet indien het gaat om overdrachten aan:
    • vennootschappen waarin de vroegere houder van het zakelijk recht participeert, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor meer dan 10% van het aandeelhouderschap
    • vzw’s waar de houder van het zakelijk recht lid van is
    • bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, tenzij ingeval van overdracht bij erfopvolging of testament
  • de belastingplichtige van de woning die omwille van ziekte, ongeval, hoge leeftijd of vrijheidsberoving langdurig niet in de leegstaande woning verblijft, voor zover hij of zij de laatste in de woning gedomicilieerde bewoner is, voor een periode van drie jaar volgend op het vertrek van de zakelijk gerechtigde uit de woning. Deze vrijstelling kan slechts éénmaal toegekend worden aan dezelfde houders van het zakelijk recht
  • de belastingsplichtige die omwille van ziekte niet in de leegstaande woning verblijft, voor zover hij of zij de laatste in de woning gedomicilieerde bewoner is. In dergelijke specifieke situatie(s) bv. zorgwonen, mantelzorg... ligt de beslissing bij het college van burgemeester en schepenen.

 

§4. Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw of de woning:

  • gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de leegstand hiervan het directe gevolg is
  • geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld
  • is opgenomen in een ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten of beschermd stads- of dorpsgezicht, neergelegd voor advies en aanplakking, voorzover kan worden aangetoond dat dit de rechtstreekse oorzaak is van de leegstand
  • is beschermd als monument of beschermd stads- of dorpsgezicht, voorzover kan worden aangetoond dat dit de rechtstreekse oorzaak is van de leegstand. Deze vrijstelling geldt voor een periode van 5 jaar vanaf de aanvraag vrijstelling
  • vernield of zwaar beschadigd werd ten gevolge van een brand of ontploffing of een andere ramp veroorzaakt door natuurlijke elementen, voorzover kan worden aangetoond dat dit de rechtstreekse oorzaak is van de leegstand. Deze vrijstelling geldt voor een periode van vijf jaar volgend op de datum van de ramp.
  • onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. Deze vrijstelling geldt voor een periode van één jaar volgend op het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod.
  • gerenoveerd of gesloopt wordt blijkens een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning, voor zover kan worden aangetoond dat dit de rechtstreekse oorzaak is van de leegstand en de werken voor zover de werken een normaal verloop kennen. Deze vrijstelling geldt voor een periode van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning. Indien de werken geen normaal verloop kennen wordt hiervan een controleverslag opgemaakt en verstuurd per beveiligde zending aan de zakelijk gerechtigde. De vrijstelling vervalt met ingang van de verzending van dit controleverslag.
  • gerenoveerd wordt zonder dat er een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning is vereist. In dit geval moet er een renovatiedossier worden voorgelegd dat minstens volgende elementen bevat:
    • een plan of tekening en enkele foto’s van de bestaande toestand van het te renoveren gedeelte
    • een plan of tekening en enkele foto’s van de toestand na renovatie als deze verschillend is van de bestaande toestand
    • een overzicht van de niet stedenbouwkundig/omgevingsvergunningplichtige werken die worden uitgevoerd
    • een raming van de kosten, vergezeld van offertes, facturen, bestekken van de uit te voeren en reeds uitgevoerde werken
    • een gedetailleerd tijdschema dat aangeeft wanneer de werken worden uitgevoerd
    • een akkoord van de mede-zakelijk gerechtigden (indien van toepassing)

De zakelijk gerechtigde geeft toestemming om de werken ter plaatse te controleren. Het college kan de aanvraag weigeren wanneer de bedoelde werken en investeringen onvoldoende zijn om één jaar te duren en/of wanneer de woning na de werken nog niet zou voldoen aan de normen van de Vlaamse Wooncode.

Deze vrijstelling geldt voor een periode van één jaar volgend op de startdatum van de werken en is tweemaal aaneensluitend verlengbaar voor telkens één jaar. Een eerste en tweede verlenging dient te worden aangevraagd voor het verstrijken van de lopende vrijstelling. De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:

  • één of meer facturen van maximum één jaar oud voor een bedrag van minstens 2500 euro inclusief btw die betrekking heeft of hebben op de uitgevoerde renovatiewerken;

In geval het opgegeven tijdschema van uitvoering van de werken niet meer realiseerbaar is moet een verantwoording waaruit blijkt dat de werken niet konden worden afgerond en een aangepast tijdsschema worden voorgelegd.

  • wordt ingehuurd en gerenoveerd door de gemeente, het OCMW of een sociale woonorganisatie, zoals bedoeld in artikel 18, § 2 van de Vlaamse Wooncode. Deze vrijstelling geldt voor een periode van 3 jaar, met mogelijkheid van verlenging met 2 jaar indien wordt aangetoond dat er hiertoe een noodzaak bestaat op grond van hun specifieke doelstellingen, hun publiekrechtelijke aard, de beslissingsbevoegdheden van deze organen en de inhuring en renovatie is besproken op het Lokaal Woonoverleg
  • het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het OCMW of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig artikel 90 van de Vlaamse Wooncode.

 

§ 5. de vrijstelling voor 'renovatie of sloping met een stedenbouwkundige vergunning' kan niet gecumuleerd worden met de vrijstelling 'renovatie of sloping zonder stedenbouwkundige vergunning'. De zakelijk gerechtigde kan slechts één van deze twee vrijstellingen aanvragen.

 

§ 6. Uitsluitend de onder § 3 en § 4 genoemde vrijstellingen worden toegepast.

 

§ 7. De onder § 3 en § 4 genoemde vrijstellingen hebben geen invloed op de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister. De anciënniteit van opname blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling. Dit betekent dat wanneer de reden tot vrijstelling komt weg te vallen, de belasting zal worden berekend op basis van de opnamedatum.

Indien er meerdere zakelijk gerechtigden zijn en er aan één van de zakelijk gerechtigden een vrijstelling wordt verleend, geldt de vrijstelling voor alle zakelijk gerechtigden, zelfs al hebben deze anderen hiertoe geen aanvraag ingediend.

 

Artikel 11. Inkohiering

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college.

 

Artikel 12. Betalingstermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 13. Bezwaar

De belastingplichtige kan per beveiligde zending bezwaar indienen tegen de aanslag bij het college.

Het bezwaar moet ondertekend zijn en moet minimaal de volgende gegevens bevatten:

  • de identiteit en het adres van de indiener
  • het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het bezwaarschrift betrekking heeft
  • de bewijsstukken die aantonen waarom de aanslag ten onrechte is gebeurd.

Het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van het bezwaarschrift.

 

Artikel 14. Toepasselijke regelgeving

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.

 

Artikel 15. Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2018.

 

Artikel 16. Opheffing

Het reglement van 24 april 2012 op de inventarisatie van leegstaande woningen en/of gebouwen en indicaties ter bepaling van leegstand en het reglement van 17 december 2013 over de heffing op gebouwen en woningen opgenomen in het leegstandsregister worden opgeheven op 1 januari 2018.

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 24 oktober 2017

 

STRAATNAMEN. PRINCIPIËLE BESLISSING TOT HET VASTSTELLEN VAN EEN NIEUWE STRAATNAAM VOOR DE WEG ONTSTAAN DOOR EEN VERKAVELING LANGSHEEN DE BUURTWEG NR. 15 TUSSEN VLIEGUIT EN EKSTERENBERG.

 

Voorgeschiedenis

  • Brief van 10 maart 2017 aan de Erfgoedkamer Bertem met verzoek tot gemotiveerd voorstel van naamgeving voor de nieuwe verkavelingsweg aan de Eksterenberg.
  • E-mail van 9 mei 2017 van Rob Parisis met voorstel van naamgeving.
  • E-mail van 28 augustus 2017 van Rob Parisis waarbij de raad van bestuur van de Erfgoedkamer bevestigt bij zijn advies van naamgeving te blijven.

 

Feiten en context

  • De verkavelingsaanvraag van Quadrant op perceel 3de afdeling sectie B nr 227v2 voorziet in de aanleg van een weg om de ontsluiting van de loten mogelijk te maken.
  • Deze weg zal worden aangelegd door de verkavelaar en zal bij de voorlopige oplevering kosteloos aan de gemeente overgedragen worden. Op dat ogenblik wordt de weg voor het verkeer opengesteld.
  • De raad van bestuur van de Erfgoedkamer Bertem stelt de naam 'Haanselberg' voor.

 

Juridische gronden

  • Decreet van 28 januari 1977 tot bescherming van de namen van openbare wegen en pleinen.
    Dit decreet bepaalt de bevoegdheden, voorwaarden en procedures voor de naamgeving van openbare wegen en pleinen.

 

Adviezen

  • Voorstel tot naamgeving, goedgekeurd door de raad van bestuur van de Erfgoedkamer Bertem

 

Argumentatie

De nieuwe weg die door de verkavelaar aangelegd zal worden, zal toegang verschaffen tot verschillende bouwpercelen en zal een openbaar karakter krijgen. Daarom is het noodzakelijk om deze weg een straatnaam te verlenen.

 

Op basis van historisch onderzoek blijkt dat er voor de plaats van de verkaveling drie plaatsnamen in aanmerking kunnen komen: Haenselberch of Hoenselberch, Hulsterberch en Exter(en)bergh.

Momenteel zijn in de woonzone die begrensd wordt door Dorpstraat, Vlieguit, buurtweg 15 (Molswegel) en Eksterenberg, twee van deze drie plaatsnamen reeds in gebruik als straatnaam, nl. Hulsterberg en Eksterenberg.

Door het derde toponiem, Haanselberg, in een moderne spelling te gebruiken in die woonzone, worden de drie in aanmerking komende historische toponiemen verenigd.

 

 

Bijlagen

  • Motivering Haanselberg

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

De raad verleent principieel zijn akkoord om de naam 'Haanselberg' te geven aan de nieuwe verkavelingsweg tussen Vlieguit en Eksterenberg die aansluiting zal geven op de Eksterenberg.

 

Artikel 2:

Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met het instellen van het openbaar onderzoek en het voeren van de procedure overeenkomstig het decreet van 28 januari 1977 tot bescherming van de namen van openbare wegen en pleinen.

 

Artikel 3:

De raad verzoekt het college van burgemeester en schepenen om advies te vragen aan de gemeentelijke cultuurraad.

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 24 oktober 2017

 

BIBLIOTHEEKREGLEMENT. AANVULLING ROND UITLENEN VAN E-BOEKEN EN E-READERS.

 

Voorgeschiedenis

  • Raadsbesluit over het gebruikersreglement bibliotheek, laatst aangepast op 20 december 2016.

 

Feiten en context

  • Sinds 1 juli 2017 is de bibliotheek, in het kader van een regioproject en met steun van de provincie Vlaams Brabant, gestart met het uitlenen van e-boeken en e-readers.
  • Het lenen van e-boeken en e-readers is momenteel nog niet opgenomen in het bestaande uitleenreglement van de bibliotheek.

 

Juridische gronden

  • Artikel 43 § 2, 2° van het gemeentedecreet
    Het vaststellen van gemeentelijke reglementen andere dan over personeelsaangelegenheden, en het bepalen van straffen en administratieve sancties op de overtreding van die reglementen, is een bevoegdheid van de gemeenteraad en kan niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.

 

Adviezen

  • Gunstig advies van de bibliotheekraad van 10 oktober 2017

 

Argumentatie

De bibliotheeksector bevindt zich in een wijzigende context. Dit voorjaar heeft de bibliotheekregio Leuven, waartoe bib Bertem behoort, gezamenlijk beslist om, na het mislukte e-boekenproject van Cultuurconnect, een eigen e-boekenproject op te starten. Er werd een projectaanvraag ingediend bij de provincie Vlaams Brabant om dit financieel te ondersteunen. Dit werd op 9 februari 2017 goedgekeurd door de deputatie. Sinds 1 juli 2017 biedt de bibliotheek een 50-tal e-boeken en 5 e-readers aan de bibliotheekgebruikers aan. Aangezien het uitlenen en gebruik van e-boeken en e-readers momenteel niet opgenomen is in het bestaande uitleenreglement, dient er een aanpassing te gebeuren. Vooral op het vlak van auteursrechten (verspreiden van e-boeken) zou de ontlener moeten gewezen kunnen worden op zijn verantwoordelijkheid.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het uitleenreglement voor e-boeken en e-readers, zoals vermeld in artikel 2, wordt goedgekeurd.

 

Artikel 2:

Algemene voorwaarden

1. Om een e-reader of e-boeken te ontlenen, moet je lid zijn van de bibliotheek van Bertem.

2. De lener ondertekent een kopie van dit uitleenreglement de eerste maal dat hij een e-boek of een e-reader uitleent van de bibliotheek van Bertem en verbindt zich daarmee tot het naleven van dit reglement elke keer dat hij gebruik maakt van deze service.

3. De lener krijgt bij de eerste ontlening een kopie van dit uitleenreglement.

 

Uitleenvoorwaarden e-reader

4. Voor het reserveren van een e-reader van de bib, betaal je de gewone reservatiekost van € 1.

5. Het afhalen en terugbrengen van een e-reader kan enkel aan de onthaalbalie.

6. De e-reader mag nooit in de inleverbus gestoken worden. Bij het terugbrengen zal een medewerker de e-reader controleren op schade en ongeoorloofd gebruik (zie gebruiksvoorwaarden).

7. De uitleentermijn is dezelfde als alle andere materialen van de bibliotheek en bedraagt 4 weken of 28 dagen. De uitleentermijn kan één keer verlengd worden, maar enkel als er geen reservaties zijn.

8. Bij verlies of beschadiging van de e-reader en/of beschermhoes wordt het volledige aankoopbedrag van deze materialen aan de lener aangerekend.

 

Uitleenvoorwaarden e-boeken

9. Een e-boek kan, net zoals een gewoon boek, gereserveerd worden via de catalogus en Mijn Bibliotheek, of aan de onthaalbalie.

10. Een e-boek kan uitgeleend worden op een toestel van de bibliotheek (indien beschikbaar), ofwel op een e-reader van de bibliotheekgebruiker.

11. De bibliotheekmedewerker zet de gewenste e-boeken, indien ze beschikbaar zijn, op de e-reader van de bibliotheek of op die van de klant.

12. Het uitlenen van e-boeken valt onder het normale uitleenreglement van de bibliotheek.

13. Het afhalen en terugbrengen van e-boeken kan enkel aan de onthaalbalie.

14. E-boeken die ontleend werden met een persoonlijke e-reader worden, zoals de normale boeken, teruggebracht binnen de toegestane uitleentermijn en op de e-reader waarop ze ontleend werden. Ze zullen dan verwijderd worden door het bibliotheekpersoneel. Enkel dan kunnen ze van de kaart van de klant afgeboekt worden.

15. Bij het te laat inleveren van de e-boeken worden de normale boetetarieven van de boeken gehanteerd (zie uitleenreglement bibliotheek).

16. Het kopiëren en verwijderen van e-boeken van de bibliotheek van Bertem op de persoonlijke e-reader van de gebruiker, is niet toegestaan.

 

Gebruiksvoorwaarden e-reader bibliotheek Bertem

17. De lener ontvangt de e-reader volledig opgeladen en in goede staat. De e-reader wordt steeds uitgeleend in een hoes en blijft tijdens de hele leenperiode in deze hoes, om schade te voorkomen.

18. Het is niet toegestaan om de e-reader door te geven aan derden. De lener blijft verantwoordelijk voor de e-reader.

19. De lener behandelt de e-reader met zorg.

20. De geleende e-reader mag enkel gebruikt worden voor het lezen van e-boeken die door bibliotheek van Bertem op het toestel werden gezet.

 

De lener verbindt er zich toe dit reglement na te leven, door zich hieraan te houden, respecteert hij de regelingen rond auteursrechten en leenrechten.

De lener krijgt bij ondertekening van dit reglement een kopie.

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 24 oktober 2017

 

PARTICIPATIE BURGER. KENNISNAME ONTSLAG EN VERVANGING LID BIBLIOTHEEKRAAD.

 

Voorgeschiedenis

         Raadsbesluit van 30 april 2013 over de oprichting en samenstelling van de bibliotheekraad

         Raadsbesluit van 24 december 2013 over de kennisname van de kandidaten en de goedkeuring van de samenstelling van de bibliotheekraad

         E-mail van 4 mei 2017 van Linda Vanderstappen waarin zij haar ontslag, omwille van pensionering, uit de bibliotheekraad meedeelt.

         E-mail van 13 september 2017 van Tine Devriese, directeur van GBS 't Zonneveld, waarin zij Lies Van Rossen voorstelt als vervangster.

 

Feiten en context

         De bibliotheekraad is volgens optie 9b van het Cultuurpact samengesteld, wat impliceert dat er zowel een vertegenwoordiging van de inrichtende macht als een afvaardiging van de gebruikers in zetelt.

         De vertegenwoordiging van de inrichtende macht gebeurt op basis van het aantal leden dat elke fractie telde op het ogenblik van de installatievergadering van de gemeenteraad.

         Linda Vanderstappen zetelde namens de gebruikersgroep voor GBS 't Zonneveld in de bibliotheekraad.

         Linda Vanderstappen neemt ontslag als lid van de bibliotheekraad.

         GBS 't Zonneveld draagt Lies Van Rossen voor als vervangster.

 

Juridische gronden

         Artikel 43, §2, 14° van het gemeentedecreet
De bevoegdheid tot het inrichten van adviesraden en overlegstructuren kan niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd

         Artikel 200 van het gemeentedecreet
Alleen de gemeenteraad kan overgaan tot de organisatie van raden en overlegstructuren die tot opdracht hebben op regelmatige en systematische wijze het gemeentebestuur te adviseren. De gemeenteraad stelt de nadere voorwaarden vast voor de representativiteit en regelt de samenstelling, de werkwijze en de procedures van de hier bedoelde raden en overlegstructuren. Daarbij wordt uitdrukkelijk bepaald op welke wijze het gevolg dat aan de adviezen wordt gegeven, zal worden meegedeeld. Gemeenteraadsleden en leden van het college van burgemeester en schepenen kunnen geen stemgerechtigd lid zijn van de hier bedoelde raden en overlegstructuren.

         Artikelen 3, 6, 7 en 9 van het decreet van 28 januari 1974 betreffende het Cultuurpact.
Vertegenwoordiging van het werkveld of de representatieve verenigingen

         Titel 4 van het decreet van 6 juli 2012 betreffende het Lokaal Cultuurbeleid: organisatie van het overleg en de advisering van het gemeentelijk cultuurbeleid

         Artikel 5, §3 van de statuten van de bibliotheekraad
Dit artikel bepaalt dat wanneer aan een lidmaatschap vroegtijdig een einde komt, er zo spoedig mogelijk in de opvolging ervan moet voorzien worden.

 

Besluit

 

Artikel 1:

De gemeenteraad van Bertem neemt kennis van het ontslag als lid in de bibliotheekraad van Linda Vanderstappen als vertegenwoordiger van de gebruikersgroep.

 

Artikel 2:

De gemeenteraad neemt kennis van onderstaande kandidaat om lid te worden van de bibliotheekraad namens de gebruikersgroep:

 

Naam

Woonplaats

Lies Van Rossen

A.E. Verbiststraat 3 - 3060 Bertem

 

Artikel 3:

De gemeenteraad aanvaardt Lies Van Rossen als nieuw lid van de bibliotheekraad.

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 24 oktober 2017

 

NIEUWBOUW SPORTPARK EN SPORTHAL VERONA. GOEDKEURING GUNNINGSLEIDRAAD, LASTVOORWAARDEN EN GUNNINGSWIJZE.

 

Voorgeschiedenis

  • Collegebesluit van 8 mei 2017 over de aanstelling van een projectmanager voor de bouw van een nieuwe sporthal.
  • Gemeenteraadsbesluit van 27 juni 2017 over de goedkeuring van de selectieleidraad.
  • De offertes werden geopend in de collegezitting van 28 augustus 2017.
  • Collegebesluit van 18 september 2017 over de goedkeuring van de selectie van de kandidaten.

 

Feiten en context

  • Sweco Belgium heeft een gunningsleidraad opgesteld voor de opdracht "Nieuwbouw sportpark en sporthal Verona".
  • De uitgave voor deze opdracht (bouwkost en studiekost excl. honoraria SWECO) wordt geraamd op 2 810 530,01 euro excl. btw of 3 396 630,91 euro incl. 21% btw.
  • Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de mededingingsprocedure met onderhandeling.
  • Met dit gunningsbestek en bijlagen worden de geselecteerde kandidaten uitgenodigd om een offerte in te dienen voor een zgn. 'design and build opdracht' (DB-opdracht). De gunningsprocedure beoogt te leiden tot de sluiting van een DB-overeenkomst met een opdrachtnemer. Die zal een volledig afgewerkt en volledig functioneel gebouw moeten opleveren met bijhorende omgevingsaanleg die de sporthal aansluit bij de omgeving.

 

Juridische gronden

  • Wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken en zijn uitvoeringsbesluiten, in het bijzonder het koninklijk besluit van 26 september 1991 tot vaststelling van bepaalde toepassingsmaatregelen van deze wet en het ministerieel besluit van 27 september 1991 tot nadere bepaling van de indeling van de werken volgens hun aard in categorieën en ondercategorieën.
  • Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
  • Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur.
  • Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken.
  • Wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten.
  • Artikel 38, §1, 1°, b) en c) van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten
    De aanbestedende overheid kan gebruik maken van een mededingingsprocedure met onderhandeling met betrekking tot werken, leveringen of diensten die aan één of meer van de volgende criteria voldoen:
    b) ze bevatten ontwerp- of innovatieve oplossingen;
    c) de opdracht kan niet worden gegund zonder voorafgaande onderhandelingen wegens specifieke omstandigheden die verband houden met de aard, de complexiteit of de juridische en financiële voorwaarden of wegens de daaraan verbonden risico’s.
    Motivering: De opdracht betreft een omvangrijke contractuele samenwerking waarbij tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer verdere, specifieke afspraken over diverse elementen voor de projectrealisatie moeten worden gemaakt. Het betreft hier immers een opdracht in een DB-formule waarbij de opdrachtnemer een ruime beslissingsvrijheid heeft over het opstellen van het uitvoeringsontwerp en de bouw van de infrastructuur binnen de grenzen van het bestek. Voor de totstandkoming van de opdracht is vereist dat de inschrijvers zelf veel inbreng (o.m. knowhow op conceptueel, architecturaal, juridisch, en financieel vlak) aanleveren.

Omwille van deze belangrijke eigen inbreng van de inschrijver / opdrachtnemer is het voor de aanbestedende overheid onmogelijk om bij de aanvang van de procedure de globale waarde van de uit te voeren werken te bepalen. Dit betekent dan ook dat de aanbestedende overheid met de inschrijvers over de uitvoering van de opdracht moet kunnen onderhandelen. Een groot aantal technische parameters bij de uitvoering van de opdracht zal op het ogenblik van het verspreiden van het bestek nog niet gekend zijn. Dit toont dan ook aan dat het voor de aanbestedende overheid onmogelijk zal zijn om zelf vóór de indiening van de offertes de globale prijs voor de opdracht vast te stellen. De keuzes die de inschrijver / de opdrachtnemer zal hebben gemaakt voor de concrete uitvoering van de bouwwerken van de infrastructuur zullen immers rechtstreeks invloed hebben op de uiteindelijke globale prijs van de opdracht.

Gelet op deze onzekere omstandigheden voor de in het kader van een DB-formule te verrichten complexe werken is de aanbestedende overheid dan ook genoodzaakt om de opdracht te gunnen middels een onderhandelingsprocedure met bekendmaking op grond van artikel 38, §1, 1°, b) en c) van de Wet Overheidsopdrachten.

  • Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende de plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren.

 

Adviezen

  • Gunstig advies van de werkgroep sporthal van 19 oktober 2017.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde uitgave

0740/22103007

1419/002/001/009/001

€ 50 000 (2017)

€ 1 300 000 (2019)

€ 45 889,61 (2017)

€ 1 300 000 (2019)

€ 3 396 630,91 (excl. honoraria)

 

 

Bijlagen

  • Gunningsleidraad en bijlagen

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het gunningsbestek en bijlagen met nr. 1655003 en de raming voor de opdracht “Nieuwbouw sportpark en sporthal Verona”, opgesteld door de projectmanager Sweco Belgium, Herkenrodesingel 8B te 3500 Hasselt, wordt goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt 2 810 530,01 euro excl. btw of 3 396 630,91 euro incl. 21% btw (excl. honoraria).

 

Artikel 2:

Het gunningsbestek wordt overgemaakt aan de geselecteerde kandidaten:

  • THV Pellikaan - Architectengroep A4, Excelsiorlaan 1 te 1930 Zaventem
  • THV Cordeel zetel Hoeselt nv - Bel architecten bvba, Industrielaan 18 te 3730 Hoeselt
  • Van Roey Vastgoed nv, Oostmalsesteenweg 261 te 2310 Rijkevorsel.

 

Artikel 3:

Deze overheidsopdracht wordt gegund bij middel van een mededingingsprocedure met onderhandeling.

 

Artikel 4:

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2017 en 2019 op registratiesleutel 1419/002/001/009/001 0740/22103007. Via een aanpassing van het meerjarenplan zullen de nodige budgetten voorzien worden.

 

Artikel 5:

De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 15 januari 2018 om 13.30 uur.

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 24 oktober 2017

 

INTERGEMEENTELIJKE SAMENWERKING. AKTENAME AGENDA ALGEMENE VERGADERING RIOBRA 24 NOVEMBER 2017 EN VASTSTELLING MANDAAT GEMEENTELIJKE VERTEGENWOORDIGER.

 

Voorgeschiedenis

  • Uitnodiging van 17 oktober 2017 voor de algemene vergadering van 24 november 2017, met bijhorende agenda en bijlagen.
  • Verzoek van Albert Mees, gemeenteraadslid en voorzitter van de gemeenteraad, van 19 oktober 2017, om dit agendapunt toe te voegen aan de agenda van de gemeenteraad.

 

Feiten en context

  • De gemeente Bertem neemt deel aan de opdrachthoudende vereniging Riobra.
  • Op 24 november 2017 wordt een algemene vergadering van Riobra gehouden met volgende agendapunten:
    1. Toelichting financieel overzicht kalenderjaar 2017

Wordt behandeld samen met agendapunt 2

2. Bespreking strategie en activiteiten 2018 + Goedkeuring begroting boekjaar 2018

3. Diversen/Rondvraag.

 

Juridische gronden

  • Artikel 5 van het decreet van 1 juli 1987 betreffende de werkwijze van de controle op en de vaststelling van het ambtsgebied van intercommunales
    Elk lid van de bestuurs- en controleorganen van de intercommunale kan aan een lid van hetzelfde orgaan volmacht geven om het te vertegenwoordigen voor een welbepaalde, enkele vergadering van het orgaan.
  • Artikel 44 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking
    De algemene vergadering is samengesteld uit de vertegenwoordigers van de deelnemers. Voor de gemeenten worden zij rechtstreeks aangewezen door de gemeenteraden uit hun leden. De vaststelling van het mandaat van de gemeentelijke vertegenwoordiger(s) moet voor elke algemene vergadering herhaald worden.
  • Artikel 22 van het gemeentedecreet van 15 juli 2005
    Gemeenteraadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda toevoegen. Hiertoe bezorgen ze hun toegelicht voorstel van beslissing aan de gemeentesecretaris, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de gemeenteraad.
  • Artikel 43 van het gemeentedecreet van 15 juli 2005
    De gemeentelijke bevoegdheden, vermeld in het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zijn aan de gemeenteraad toegewezen en kunnen niet worden toevertrouwd aan het college van burgemeester en schepenen.

 

Argumentatie

Voor de algemene vergadering van 24 november 2017 moet het mandaat van de gemeentelijke vertegenwoordiger worden vastgelegd.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

De gemeentelijke vertegenwoordiger op de algemene vergadering van Riobra van 24 november 2017 wordt gemandateerd om alle agendapunten goed te keuren.

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 24 oktober 2017

 

INTERGEMEENTELIJKE SAMENWERKING. AKTENAME AGENDA ALGEMENE VERGADERING ECOWERF 22 NOVEMBER 2017 EN VASTSTELLING MANDAAT GEMEENTELIJKE VERTEGENWOORDIGER.

 

Voorgeschiedenis

  • Uitnodiging van 22 september 2017 voor de algemene vergadering van EcoWerf van 22 november 2017, met bijhorende agenda en bijlagen.
  • Verzoek van Albert Mees, gemeenteraadslid en voorzitter van de gemeenteraad, van 19 oktober 2017, om dit agendapunt toe te voegen aan de agenda van de gemeenteraad.

 

Feiten en context

  • De gemeente Bertem neemt deel aan de opdrachthoudende vereniging EcoWerf.
  • Op 22 november 2017 wordt een algemene vergadering van EcoWerf gehouden met volgende agendapunten:
    1. Samenstelling van het bureau

2. Goedkeuring verslag vorige vergadering d.d. 21/06/2017

3. Budgetten 2018

4. Werkingsbijdragen 2018

5. Opvraging gemeentelijke en provinciale bijdrage werkingskosten 2018 – cf. artikel 15.2 van de statuten

6. Benoeming van nieuw lid in de Raad van Bestuur – gemeente Geetbets

7. Diversen.

 

Juridische gronden

  • Artikel 5 van het decreet van 1 juli 1987 betreffende de werkwijze van de controle op en de vaststelling van het ambtsgebied van intercommunales
    Elk lid van de bestuurs- en controleorganen van de intercommunale kan aan een lid van hetzelfde orgaan volmacht geven om het te vertegenwoordigen voor een welbepaalde, enkele vergadering van het orgaan.
  • Artikel 44 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking
    De algemene vergadering is samengesteld uit de vertegenwoordigers van de deelnemers. Voor de gemeenten worden zij rechtstreeks aangewezen door de gemeenteraden uit hun leden. De vaststelling van het mandaat van de gemeentelijke vertegenwoordiger(s) moet voor elke algemene vergadering herhaald worden.
  • Artikel 22 van het gemeentedecreet van 15 juli 2005
    Gemeenteraadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda toevoegen. Hiertoe bezorgen ze hun toegelicht voorstel van beslissing aan de gemeentesecretaris, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de gemeenteraad.
  • Artikel 43 van het gemeentedecreet van 15 juli 2005
    De gemeentelijke bevoegdheden, vermeld in het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zijn aan de gemeenteraad toegewezen en kunnen niet worden toevertrouwd aan het college van burgemeester en schepenen.

 

Argumentatie

Voor de algemene vergadering van 22 november 2017 moet het mandaat van de gemeentelijke vertegenwoordiger worden vastgelegd.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

De gemeentelijke vertegenwoordiger op de algemene vergadering van 22 november 2017 van EcoWerf wordt gemandateerd om alle agendapunten goed te keuren.

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 24 oktober 2017

 

VRAGENKWARTIERTJE.

 

Bespreking

 

  • Raadslid Leonard Vranckx heeft vernomen dat in 2019 de OCMW-raad wordt opgeslorpt door de gemeenteraad. Hij vraagt hoe het zit met het vast bureau. Ook zou er dan één schepen minder zijn.
  • De burgemeester antwoordt dat het om de inkanteling van het OCMW in de gemeente gaat, niet om een opslorping. Het decreet waar het raadslid naar vraagt, is nog niet definitief goedgekeurd door de Vlaamse overheid. De inkanteling wordt voorzien vanaf 1 januari 2019. In het meerjarenplan is opgenomen dat we werken aan de inkanteling, we werken voort aan de voorbereiding ervan.

 

  • Raadslid Ludo Croonenberghs heeft het kerkhof van Leefdaal bezocht en noemt de toestand van het kerkhof erbarmelijk: de wegen tussen de graven, de afspanning, de wegen zelf zijn slordig en modderig. Het huisje is volgens het raadslid een krotwoning: de trap naar het huisje is rot, er zijn losliggende stenen, de deuren zijn kapot, de gevel vochtig... Raadslid Croonenberghs vraagt om de paden in te zaaien.
  • Schepen Joery Verhoeven antwoordt dat groenwerkers van IJsedal tot vorige week 2 weken hebben gewerkt tussen en achter de graven. Hij erkent dat het inzaaien van de voetwegen niet overal geslaagd is omdat het lange tijd droog is geweest. Hij verwijst als voorbeeld naar de begraafplaats van Leuven; ook daar is het grind ingezaaid met gras en dat geeft een mooi resultaat.
    De schepen kondigt aan dat de diensten op korte termijn een aantal verbeteringen zullen aanbrengen. I.v.m. de woning antwoordt de schepen dat het om het dodenhuisje gaat, waar het werkgerief van de grafmakers ligt. Er zijn inderdaad stenen losgekomen als gevolg van vorst.
  • Schepen Marc Morris verwijst naar de wegen naast de kerk van Leefdaal: daar lag vroeger ook enkel dolomiet. Na het inzaaien is het daar ook mooi. De schepen is het er echter wel mee eens dat er iets moet gebeuren op het kerkhof van Leefdaal. Een goed onderhoud is één zaak, maar ten tweede moet ook bekeken worden wat we kunnen verbeteren om het kerkhof beter in stand te kunnen houden. Met het pesticidenverbod zijn er ook andere systemen nodig.
  • Daarop antwoordt raadslid Ludo Croonenberghs dat er een bericht aan het kerkhof hangt, waarop staat dat er een plan zal worden opgemaakt om het kerkhof in orde te krijgen en dat er sinds 2015 geen pesticiden meer gebruikt mogen worden.
  • Schepen Marc Morris herhaalt dat er een grote onderhoudsbeurt is gebeurd. Beter dan dit kan je het kerkhof niet krijgen met kleine ingrepen. Grote ingrepen liggen ter bespreking, maar kunnen niet op de korte termijn gebeuren.
  • Raadslid Sonia Stiasteny deelt mee dat zij nog maar pas op het kerkhof is geweest en dat de toestand voor haar OK is.
  • De burgemeester sluit af met de mededeling dat we gaan proberen om het dodenhuisje te verfraaien.

 

  • Raadslid Jan Buysse heeft in een krant gelezen dat er vanuit Leuven een oproep is gedaan naar de buurgemeenten om een stadsregio te vormen, met het oog op de aanpak van de mobiliteit. Hij vraagt of de gemeente hierover een vraag heeft gekregen.
  • Burgemeester Joël Vander Elst antwoordt dat de gemeente Bertem geen officiële vraag heeft gekregen. Hij beschouwt dit als een ballonnetje dat door een kandidaat-burgemeester van een naburige stad is opgelaten.