BESLUITENLIJST VAN HET COLLEGE BURGEMEESTER EN SCHEPENEN

 

Gemeente Bertem

 

Zitting van 19 april 2021

Van 15.55 uur tot 17 uur

 

Aanwezig:

Burgemeester:

Joël Vander Elst

Schepenen:

Marc Morris, Yvette Laes, Joery Verhoeven en Tom Philips

Algemeen directeur:

Dirk Stoffelen

 


Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

ZITTINGEN CBS. GOEDKEURING NOTULEN VORIGE ZITTING.

 

Juridische grond

  • Artikel 50 van het decreet lokaal bestuur
    De notulen worden goedgekeurd op de eerstvolgende gewone vergadering van het college van burgemeester en schepenen.

 

 

Bijlagen

  • Notulen van de zitting van 12 april 2021.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de notulen van de zitting van 12 april 2021 goed.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

BESTUURLIJK TOEZICHT KERKFABRIEKEN. KENNISNAME NOTULEN SINT-PIETERS-BANDEN BERTEM VAN 11 MAART 2021 EN 19 MAART 2021.

 

Besluit

Motivering

  • Zitting van de kerkraad van de parochie Sint-Pieters-Banden Bertem op 11 maart en 19 maart 2021.
  • Artikel 57 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten
    Een afschrift van de notulen van de vergaderingen van de kerkraad wordt binnen een termijn van twintig dagen, die ingaat op de dag van de vergadering bezorgd aan het gemeentebestuur.

 

Mededeling

Het college neemt kennis van de notulen van de kerkraad van de parochie Sint-Pieters-Banden Bertem van 11 maart en 19 maart 2021.

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

BESTUURLIJK TOEZICHT KERKFABRIEKEN. KENNISNAME NOTULEN SINT-LAMBERTUS LEEFDAAL VAN 5 OKTOBER 2020 EN 18 MAART 2021.

 

Besluit

Motivering

  • Zitting van de kerkraad van de parochie Sint-Lambertus Leefdaal van 5 oktober 2020 en 18 maart 2021.
  • Artikel 57 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten
    Een afschrift van de notulen van de vergaderingen van de kerkraad wordt binnen een termijn van twintig dagen, die ingaat op de dag van de vergadering bezorgd aan het gemeentebestuur.

 

Mededeling

Het college neemt kennis van de notulen van de kerkraad van de parochie Sint-Lambertus Leefdaal van 5 oktober 2020 en 18 maart 2021.

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

CONTRACTEN. GOEDKEURING BESTELBONS.

 

Juridische gronden

  • Artikel 56, §3, 3° van het decreet lokaal bestuur

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.

  • Besluit van de gemeentesecretaris van 15 december 2016 over de aankoopprocessen.
    Dit besluit legt de bestelprocedures vast conform de wet op de overheidsopdrachten.

 

 

Bijlagen

  • Overzichtslijst van de bestelbons.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de bestelbons goed van nr. 2021/168 tot en met nr. 2021/170 voor een totaal bedrag van 861 euro.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

INKOMENDE FACTUREN. GOEDKEURING FACTUREN.

 

Juridische gronden

  • Artikel 56, §3, 3° van het decreet lokaal bestuur

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.

  • Besluit van de gemeentesecretaris van 15 december 2016 over de aankoopprocessen.

Dit besluit legt de bestelprocedures vast conform de wet op de overheidsopdrachten.

 

 

Bijlagen

  • Overzichtslijst facturen.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de facturen goed van nr. 2021/1189 tot en met nr. 2021/1312 voor een totaal bedrag van 1 722 540,39 euro.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

GEBOUWEN. GOEDKEURING GUNNING VOOR HET AFSLUITEN VAN EEN ONDERHOUDSCONTRACT VOOR LIFTINSTALLATIES.

 

Voorgeschiedenis

         In het kader van de opdracht “Onderhoudscontract voor liftinstallaties” werd een bestek met nr. FA861.1/476 opgesteld door de dienst facilitair beheer.

         Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 15 maart 2021 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

         Opening van de offertes op 7 april 2021.

 

Feiten en context

         Deze opdracht is als volgt opgedeeld:

º         Basisopdracht (Onderhoudscontract voor liftinstallaties), raming: 6650 euro excl. btw of 8046,50 euro incl. 21% btw;

º         Verlenging 1 (Onderhoudscontract voor liftinstallaties), raming: 6650 euro excl. btw of 8046,50 euro incl. 21% btw;

º         Verlenging 2 (Onderhoudscontract voor liftinstallaties), raming: 6650 euro excl. btw of 8046,50 euro incl. 21% btw;

º         Verlenging 3 (Onderhoudscontract voor liftinstallaties), raming: 6650 euro excl. btw of 8046,50 euro incl. 21% btw;

º         Verlenging 4 (Onderhoudscontract voor liftinstallaties), raming: 6650 euro excl. btw of 8046,50 euro incl. 21% btw.

         De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 33 250 euro excl. btw of 40 232,50 euro incl. 21% btw.

         De offertes dienden het bestuur ten laatste op 31 maart 2021 om 17.00 uur te bereiken.

         De verbintenistermijn van 120 kalenderdagen eindigt op 29 juli 2021.

         Er werden 3 offertes ontvangen:

º         OTIS NV, Geelseweg9/E te 2200 Herentals (4998,58 euro excl. btw of 6048,28 euro incl. 21% btw);

º         KONE BELGIUM SA, Bretagnestraat 24 te 1200 Brussel (Sint-Lambrechts-Woluwe) (5288 euro excl. btw of 6398,48 euro incl. 21% btw);

º         COOPMAN ORONA NV, Prins Boudewijnlaan 321 te 2610 Wilrijk (Antwerpen) (4346,20 euro excl. btw of 5258,90 euro incl. 21% btw).

         De dienst facilitair beheer stelde op 9 april 2021 het verslag van nazicht van de offertes op.

 

Juridische gronden

         De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.

         Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.

         De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies.

         De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 139 000 euro niet) en artikel 57.

         Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, meer bepaald artikel 90, 1°.

         Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.

         Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

         Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

         Besluit van de gemeenteraad van 28 april 2020 over de vaststelling van het begrip dagelijks bestuur.

 

Adviezen

         De financieel directeur verleende een visum op 13 april 2021.

 

Argumentatie

Het onderhoud van de liftinstallaties van de gemeente Bertem wordt nu uitgevoerd door 4 verschillende firma's met elk hun eigen werkwijze en opvolging. Bij 2 firma's loopt dit goed, bij de andere 2 is de opvolging ondermaats en volgen meermaals dezelfde opmerkingen op de keuringsverslagen. In het kader van administratieve vereenvoudiging en samen met bovengenoemde argumentatie wordt beslist om de lopende onderhoudscontracten op te zeggen en het onderhoud van de liftinstallaties te laten uitvoeren door één en dezelfde firma. Het gaat in totaal over 6 huidige en 1 toekomstige installaties.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde uitgave

0119-00/610302

€ 45 000

€ 3151,70

€ 6048,28

Het nodige krediet voor deze opdracht is voorzien door het reeds vastgelegd krediet voor de verschillende onderhoudscontracten van de liftinstallaties.

 

 

Bijlagen

         Verslag van nazicht

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Goedkeuring wordt verleend aan het verslag van nazicht van de offertes van 9 april 2021, opgesteld door de dienst facilitair beheer.

 

Artikel 2:

Het verslag van nazicht van de offertes in bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.

 

Artikel 3:

De basisopdracht wordt gegund aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde OTIS NV, Geelseweg 9/E te 2200 Herentals, tegen het nagerekende offertebedrag van 4998,58 euro excl. btw of 6048,28 euro incl. 21% btw.

Volgende optie wordt besteld: Sporthal Verona - Elektrisch aangedreven (var. frequentie) lift met 3 stopplaatsen.

De waarborgtermijn wordt vastgesteld op 12 maanden.

 

Artikel 4:

De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. FA861.1/476.

 

Artikel 5:

De verlengingen worden mogelijk gegund tegen dezelfde voorwaarden als de basisopdracht na uitdrukkelijke goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 6:

De betaling zal gebeuren met het krediet ingeschreven in het exploitatiebudget van 2021, op budgetcode 610302/0119-00.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

HERAANLEG CENTRUM LEEFDAAL. BESPREKING KISS AND RIDE EN SCHOOLBUS IN DORPSTRAAT.

 

Besluit

Motivering

In het oorspronkelijk voorontwerp van de heraanleg centrum Leefdaal is ter hoogte van de school, voor de sporthal, een zone kiss and ride en schoolbus voorzien naast de rijweg van de Dorpstraat. Bij het samenvoegen van het wegenisplan Centrum Leefdaal en het plan van de nieuwe schoolsite kwam de kiss and ride en de zone voor de schoolbus naar voren. Deze zouden in het nieuwe voorplein van de school komen voor het polyvalent blok en de toekomstige ingang van de lagere school.

 

Gezien de visie over de Dorpstraat (fietsstraat) en de doorstroming van het in- en uitrijden op de toekomstige parking van de school - in via Dorpstraat en uit via Mezenstraat - lijkt een kiss and ride en halteplaats schoolbus op de Dorpstraat hierin minder te passen. We proberen het verkeer zo veel en zo snel mogelijk weg te halen van de Dorpstraat voor de school om conflicten op het voorplein te vermijden.

Een kiss and ride kan best voorzien worden op de toekomstige parking van de school (ofwel naast de mindervalidenplaatsen ofwel de plaatsen naast de afvalstraat), zoals aangeduid op het plan in bijlage. De vraag kan gesteld worden of een kiss and ride nog wel nodig is met een parking naast de toegang/op het terrein van de school. Er moet geen straat meer worden overgestoken door de kinderen, ze kunnen via een trage verbinding tot de school geraken.

 

Voor de schoolbus is in eerste instantie gedacht aan de laad- en loszone naast polyblok maar er is geen mogelijkheid om te draaien of dergelijke. Dat zou betekenen dat vanuit de Dorpstraat moet ingereden worden en ook terug achteruit moeten gereden worden naar de Dorpstraat met de bus, wat niet wenselijk is. Een mogelijkheid zou zijn om de schoolbus te laten wachten aan de L. Van Buekenhoutstraat, daar waar het voetwegje in het verlengde van de parochieweg uitkomt. De klassen moeten dan te voet, via trage veilige verbinding over het schoolterrein en de voetweg, tot daar gaan. Vanaf de kleuterschool is de afstand tot de L. Van Buekenhoutstraat korter dan naar de Dorpstraat. Een andere mogelijkheid is om toch in het voorplein een zone naast de rijweg te voorzien (voor het polyblok of voor de huidige sporthal) waar de schoolbus kan wachten. Mogelijks komt de vraag dan wel terug of er daar ook geen kiss and ride kan komen.

 

Bespreking

Het college opteert voor een een zone voor de schoolbus in combinatie met laden & lossen naast de rijweg en voor het polyblok. Er worden enkele plaatsen voor kiss and ride voorzien op de parking naast de wadi ter hoogte van het polyblok.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

SPEELPLEIN KATTESTROOF. BESPREKING UITSTAPPEN EN SPECIALE ACTIVITEITEN ZOMER 2021.

 

Besluit

Motivering

De programmatie en de voorbereidingen van de speelpleinwerking tijdens de zomervakantie 2021 gebeuren meestal tijdens de maanden april en mei. Ook het organiseren van uitstappen en speciale activiteiten hoort hierbij.

 

Vermits de dienst vrije tijd nog niet weet welke coronamaatregelen er zullen gelden voor de speelpleinen tijdens de zomer en de regering vaak' last-minute' hierover communiceert, is het onmogelijk om vooraf uitstappen en speciale activiteiten te organiseren.

Er is geen duidelijkheid over het opengaan van speeltuinen en attracties, de bezetting op de bussen, de bubbelgrootte... waardoor ze niet gericht kunnen reserveren en prijzen vragen.

Zelfs wanneer er bubbels van 25 kinderen per bus op uitstap mogen, vallen deze busritten heel duur uit. Waar in niet-coronatijd één bus van 75 personen wordt gereserveerd, moeten er nu drie worden ingezet voor diezelfde uitstap.

 

Om deze redenen stelt de dienst vrije tijd voor om zoals vorig jaar een light-versie van de speelpleinwerking te organiseren zonder uitstappen en speciale activiteiten. Een back-to-basics speelplein waarbij ze vooral in de eigen omgeving spelen zonder busverplaatsingen en met eigen materiaal. Indien de coronamaatregelen het dan toelaten, kan er wel wekelijks een groot spel georganiseerd worden of ons eigen groter materiaal (opblaasbaar voetbalveld, volksspelen, bumball...) ingezet worden.

 

Het nu al doorhakken van deze knoop is belangrijk voor de verdere voorbereiding en uitwerking met de hoofdanimatoren. Mede ook om geen nutteloze zaken te regelen en tijdig te kunnen communiceren naar de ouders.

 

Bespreking

Het college gaat ermee akkoord dat de dienst vrije tijd tijdens de zomervakantie een basis-speelplein organiseert zonder busuitstappen en speciale activiteiten.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

GRAFFITI. BESPREKING AANVRAAG VOOR PLAATSEN GRAFFITI.

 

Besluit

Motivering

E-mail van Daan Bernaards van 4 april 2021 met de vraag om legaal graffiti te mogen aanbrengen op de wanden van de brug over de E40 (Dorpstraat/Blokkenstraat). Hij heeft een paar voorstellen uitgewerkt (zie bijlage).

 

Bespreking

Het college geeft, na overleg met de aanvrager, toelating om legaal graffiti aan te brengen op de witte muur voor het administratieve gebouw van de gemeentelijke loods, met een voorkeur voor het ontwerp met de gemeentelijke huisstijlkleuren en zonder afdruipdruppels.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

CULTUUR. AANSTELLING DORPSDICHTER VOOR DE PERIODE 2021-2023.

 

Voorgeschiedenis

  • Op de gemeenteraad van 28 januari 2020 werd het voorstel van reglement voor het aanstellen van een dorpsdichter goedgekeurd.
  • Op het college van 27 april 2020 werden de 5 kandidaturen goedgekeurd.

 

Feiten en context

         De gemeente maakt bij sommige feestelijkheden en evenementen gebruik van de diensten van een dichter, zoals bijvoorbeeld bij de inschrijving van de 10 000ste inwoner of bij de herdenking van 11 november.

         In de toekomst zou de gemeente voor speciale evenementen vaker een beroep willen doen op een dichter. Daarom werd een reglement goedgekeurd om op een officiële wijze en met een gepaste vergoeding een dorpsdichter te kunnen aanstellen. Er werd een oproep gelanceerd waarbij 5 personen zich kandidaat stelden.

  • Omwille van de Covidmaatregelen had de eerste vergadering van de nieuwe vrijetijdsraad pas plaats in januari van 2021, waardoor de procedure voor de verkiezing van dorpsdichter conform het reglement, pas dan kon plaatsvinden.
  • Conform het reglement gebeurt de aanstelling voor dorpsdichter telkens voor een periode van 3 jaar, in dit geval dus van 2021 tot 2023.

 

Juridische gronden

  • Artikel 13 van de wet van 16 juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt.
    In de sector van de kunst, de letteren en de wetenschappen steunt elke aanmoediging of elke tegemoetkoming van de overheden uitsluitend op esthetische, wetenschappelijke en kunstcriteria. De rechtsgelijkheid tussen de burgers, ongeacht hun overtuiging, moet worden gewaarborgd, wat betreft onder meer de toekenning van prijzen, beurzen, leningen en om het even welke toelagen, de deelneming aan sportwedstrijden en aan culturele activiteiten en de aanmoediging van de navorsing.
  • Artikel 14 van de wet van 16 juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt.
    Iedere overheid die toelagen en aanmoedigingen verleent aan enkelingen, organisaties of instellingen voor hun culturele activiteiten, moet ieder jaar als bijlage bij haar begroting de omstandige lijst van de beneficianten publiceren met opgave van de toegekende sommen en voordelen.
  • Artikel 16 van het reglement aanstelling dorpsdichter van 28 januari 2020
    Het college van burgemeester en schepenen stelt de dorpsdichter officieel aan voor een periode van 3 jaar.

 

Adviezen

  • Positief advies van de Vrijetijdsraad op 10 maart 2021 over de kandidaturen en de aanstelling van de juryleden.

 

Argumentatie

Er waren 5 kandidaturen voor de functie van dorpsdichter binnengekomen.

De jury bestond, conform het reglement, uit 4 beoordelaars: de voorzitter van de vrijetijdsraad (Paul Van Bruystegem), de schepen van cultuur (Yvette Laes), de bibliothecaris (Kathleen Dubois) en een externe woordkunstenaar (Lena De Reymaeker) die werd aangesteld door de leden van de vrijetijdsraad.

De juryleden kregen per kandidaat telkens 2 inzendingen om te beoordelen: 1 algemeen gedicht en 1 gedicht specifiek over het dorp.

De beoordeling gebeurde anoniem, de jury kreeg dus geen namen te zien bij de inzendingen.

 

De uitslag van de jury was als volgt:

- Kandidaat 1: Winke Wieërs, 2de plaats

- Kandidaat 2: Niels Boutsen, 1ste plaats

- Kandidaat 3: Guy Jossart, 3de plaats

- Kandidaat 4: Joery Vanrusselt, 5de plaats

- Kandidaat 5: Bruno Neuville, 4de plaats

 

Dat betekent dat Niels Boutsen de eerste dorpsdichter van Bertem zal zijn.

 

Bij zijn kandidatuur voor de functie van dorpsdichter had Niels Boutsen (Korbeek-Dijle) volgende motivatie meegegeven:

"5 jaar geleden kwam ik in Korbeek-Dijle wonen. Ik kocht een huis en lapte het op. Ondertussen ben ik getrouwd met de liefde van mijn leven en ben ik er zeker van dat mijn toekomstige kinderen in Bertem zullen opgroeien. Ik wil bijdragen aan de warmte van dit dorp en haar inwoners dat mijn vrouw en ik ervoeren vanaf de eerste dag dat wij hier woonden. Ik ben dan wel een inwijkeling, die warmte kan ik doorgeven met taal. Want niets is zo krachtig en verbindend als de taal die we delen."

 

Conform het reglement zal de dorpsdichter in deze periode (3 jaar) minimum 3 gedichten per jaar en maximum 15 gedichten over onze gemeente schrijven, waarvan een aantal in opdracht. De dorpsdichter kan ook gevraagd worden om aanwezig te zijn op feestelijkheden van de gemeente om daar zijn gedicht voor te dragen dat verband houdt met die gelegenheid.

 

Als tegenprestatie ontvangt hij daarvoor jaarlijks 200 euro netto en een oorkonde van aanstelling als dorpsdichter.

 

Financiële gevolgen

 

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde uitgave

643700/0703-00

€ 4500

€ 2778,50

€ 200

 

Besluit

Na geheime stemming:

5 stemmen voor

 

Artikel 1:

Het college van burgemeester en schepenen stelt Niels Boutsen aan als dorpsdichter van Bertem voor een periode van 3 jaar (2021-2023).

 

Artikel 2:

In deze periode (3 jaar) schrijft hij minimum 3 gedichten per jaar en maximum 15 gedichten over onze gemeente, waarvan een aantal in opdracht. De dorpsdichter kan ook gevraagd worden om aanwezig te zijn op feestelijkheden van de gemeente om daar zijn gedicht voor te dragen dat verband houdt met die gelegenheid.

 

Artikel 3:

Aan de dorpsdichter wordt, rekening houdend met de RSZ-bijdrage en personenbelasting, een jaarlijkse netto vergoeding van 200 euro toegekend.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

RECHT VAN VOORKOOP. VOORKOOPRECHT WONING BLANKAART 23, AFD. 3 SECTIE B NUMMER 216F5.

 

Feiten en context

  • Notaris Karen Hauwaerts heeft een recht van voorkoop aangeboden met als dossiernummer 135263 voor de woning Blankaart 23 te 3061 Bertem, afdeling 3 sectie B nummer 216f5.

 

Juridische gronden

  • Artikel 85, §1, tweede lid van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse wooncode
    Het Vlaams Woningfonds, Vlabinvest apb, de sociale huisvestingsmaatschappijen binnen hun werkgebied, en de gemeenten op hun grondgebied, krijgen een recht van voorkoop op:
    1° een woning die opgenomen is in het leegstandsregister, vermeld in artikel 2.2.6 van het decreet Grond- en Pandenbeleid, in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, vermeld in artikel 25, § 1, van het Heffingsdecreet, of in de inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, vermeld in artikel 26, § 1, van het Heffingsdecreet;
    2° de woning, bedoeld in artikel 19, die niet werd gesloopt binnen de door de Vlaamse regering bepaalde termijn;
    3° een perceel, bestemd voor woningbouw, dat gelegen is in een door de Vlaamse regering te bepalen bijzonder gebied.
  • Artikel 28 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 oktober 1998 over de erkenning van een aantal gebieden als bijzonder gebied.
    De volgende gebieden worden als bijzonder gebied in de zin van artikel 85, §1, tweede lid, 3°, van de Vlaamse Wooncode, beschouwd:
    De woonvernieuwings- en woningbouwgebieden in de volgende 26 gemeenten: (...), Bertem, (...).
  • Decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten
    Dit decreet bepaalt o.m. de werking van het e-voorkooprecht. Tevens bevat het de regels over de Vlaamse voorkooprechten en de procedure die moet gevolgd bij verkoop van een perceel dat in aanmerking komt voor voorkooprecht.

 

 

Bijlagen

         voorkooprecht Blankaart 23 INBRTM207428

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college van burgemeester en schepenen wenst zijn voorkooprecht voor de woning Blankaart 23 te 3061 Bertem, afdeling 3, sectie B nummer 216f5, niet uit te oefenen.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

RECHT VAN VOORKOOP. VOORKOOPRECHT WONING KERKSTRAAT 28 TE 3060 BERTEM, AFD. 1 SECTIE C NUMMER 411.

 

Feiten en context

  • Notaris Catherine Croes heeft een recht van voorkoop aangeboden met als dossiernummer 135663 voor de woning Kerkstraat 28 te 3060 Bertem, afd. 1 sectie C nummer 411d.

 

Juridische gronden

  • Artikel 85, §1, tweede lid van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse wooncode
    Het Vlaams Woningfonds, Vlabinvest apb, de sociale huisvestingsmaatschappijen binnen hun werkgebied, en de gemeenten op hun grondgebied, krijgen een recht van voorkoop op:
    1° een woning die opgenomen is in het leegstandsregister, vermeld in artikel 2.2.6 van het decreet Grond- en Pandenbeleid, in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, vermeld in artikel 25, § 1, van het Heffingsdecreet, of in de inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, vermeld in artikel 26, § 1, van het Heffingsdecreet;
    2° de woning, bedoeld in artikel 19, die niet werd gesloopt binnen de door de Vlaamse regering bepaalde termijn;
    3° een perceel, bestemd voor woningbouw, dat gelegen is in een door de Vlaamse regering te bepalen bijzonder gebied.
  • Artikel 28 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 oktober 1998 over de erkenning van een aantal gebieden als bijzonder gebied.
    De volgende gebieden worden als bijzonder gebied in de zin van artikel 85, §1, tweede lid, 3°, van de Vlaamse Wooncode, beschouwd:
    De woonvernieuwings- en woningbouwgebieden in de volgende 26 gemeenten: (...), Bertem, (...).
  • Decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten
    Dit decreet bepaalt o.m. de werking van het e-voorkooprecht. Tevens bevat het de regels over de Vlaamse voorkooprechten en de procedure die moet gevolgd bij verkoop van een perceel dat in aanmerking komt voor voorkooprecht.

 

 

Bijlagen

         voorkooprecht Kerkstraat 28 INBRTM207492

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college van burgemeester en schepenen wenst zijn voorkooprecht voor de woning Kerkstraat 28 te 3060 Bertem, afd. 1 sectie C nummer 411d, niet uit te oefenen.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

RECHT VAN VOORKOOP. VOORKOOPRECHT WONING ST.-MEDARDUSSTRAAT 24 AFD. 1 SECTIE C NUMMER 262V4, GROEVE AFD. 1 SECTIE C NUMMER 262 Z4, GROND AFD. 1 SECTIE C NUMMER 262A5 + BOUWLAND AFD. 1 SECTIE C NUMMER 657A.

 

Feiten en context

  • Notarissen Mariens en De Booseré, geassocieerde notarissen, hebben een recht van voorkoop aangeboden met als dossiernummer 135311 voor volgende percelen:
    • afd. 1 sectie C nummer 262v4: woning Sint-Medardusstraat 24,
    • afd. 1 sectie C nummer 262z4: groeve,
    • afd. 1 sectie C nummer 262a5: grond,
    • afd. 1 sectie C nummer 657a: bouwland (langsheen Blokkenstraat).

 

Juridische gronden

  • Artikel 85, §1, tweede lid van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse wooncode
    Het Vlaams Woningfonds, Vlabinvest apb, de sociale huisvestingsmaatschappijen binnen hun werkgebied, en de gemeenten op hun grondgebied, krijgen een recht van voorkoop op:
    1° een woning die opgenomen is in het leegstandsregister, vermeld in artikel 2.2.6 van het decreet Grond- en Pandenbeleid, in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, vermeld in artikel 25, § 1, van het Heffingsdecreet, of in de inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, vermeld in artikel 26, § 1, van het Heffingsdecreet;
    2° de woning, bedoeld in artikel 19, die niet werd gesloopt binnen de door de Vlaamse regering bepaalde termijn;
    3° een perceel, bestemd voor woningbouw, dat gelegen is in een door de Vlaamse regering te bepalen bijzonder gebied.
  • Artikel 28 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 oktober 1998 over de erkenning van een aantal gebieden als bijzonder gebied.
    De volgende gebieden worden als bijzonder gebied in de zin van artikel 85, §1, tweede lid, 3°, van de Vlaamse Wooncode, beschouwd:
    De woonvernieuwings- en woningbouwgebieden in de volgende 26 gemeenten: (...), Bertem, (...).
  • Decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten
    Dit decreet bepaalt o.m. de werking van het e-voorkooprecht. Tevens bevat het de regels over de Vlaamse voorkooprechten en de procedure die moet gevolgd bij verkoop van een perceel dat in aanmerking komt voor voorkooprecht.

 

 

Bijlagen

         voorkooprecht St.-Medardusstraat 24 INBRTM207427

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college van burgemeester en schepenen wenst zijn voorkooprecht voor volgende percelen niet uit te oefenen:

  • afd. 1 sectie C nummer 262v4: woning Sint-Medardusstraat 24,
  • afd. 1 sectie C nummer 262z4: groeve,
  • afd. 1 sectie C nummer 262a5: grond,

         afd. 1 sectie C nummer 657a: bouwland (langsheen Blokkenstraat).

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

OMGEVINGSVERGUNNING. VERLENING VERKAVELINGSATTEST AAN QUADRANT STUDIE- EN LANDMEETBURO VOOR HET VERKAVELEN VAN GRONDEN IN 3060 KORBEEK-DIJLE, KOSTERSBERG, SECTIE B NR 256E.

 

Voorgeschiedenis

         Op 22 juli 2020 heeft het schepencollege een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden afgeleverd aan Quadrant Studie- en Landmeetburo voor percelen gelegen in 3060 Korbeek-Dijle, Kostersberg, sectie B nr 256e.

         Op 29 maart 2021 heeft notaris Gwen Daniels een attest aangevraagd waaruit blijkt dat de verkavelaar aan alle verkavelingsvoorwaarden voldaan heeft.

 

Feiten en context

         Op 1 april 2020 meldde Telenet dat de nodige infrastructuur aanwezig is en dat er geen uitbreiding van het Telenet netwerk dient te gebeuren.

         Op 1 april 2020 meldde De Watergroep dat er geen uitbreiding van de waterleiding nodig is.

         Op 1 april 2020 heeft Fluvius een offerte opgemaakt voor een totaal bedrag van 4122,11 euro:

º         566,28 euro forfaitaire tussenkomst elektriciteit

º         3555,83 euro forfaitaire tussenkomst riolering

Op 1 april 2021 werden de facturen voor de kosten van elektriciteit en riolering betaald.

         Op 3 april 2020 meldde Proximus dat er geen uitbreiding voor de aansluiting voorzien is.

 

Juridische gronden

         Artikel 4.2.16 Vlaamse Codex ruimtelijke ordening van 8 mei 2009
§1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.

§2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na voorlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen waaruit blijkt dat voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is.

 

Argumentatie

De verkavelaar heeft aan alle voorwaarden opgelegd in de verkavelingsvergunning voldaan.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college levert een attest af aan notaris Gwen Daniels waaruit blijkt dat de verkavelaar van de verkaveling in 3060 Korbeek-Dijle, Kostersberg, sectie B nr 256e, aan alle ten laste gelegde voorwaarden heeft voldaan.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

OMGEVINGSVERGUNNING. VERLENING VERKAVELINGSATTEST AAN QUADRANT STUDIE- EN LANDMEETBURO VOOR HET VERKAVELEN VAN GRONDEN IN 3061 LEEFDAAL, HAANSELBERG, SECTIE B NR 227V2.

 

Voorgeschiedenis

         Op 19 februari 2018 heeft het schepencollege een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden afgeleverd aan Quadrant Studie- en Landmeetburo voor percelen gelegen in 3061 Leefdaal, Haanselberg, sectie B nr 227v2.

         Op 15 december 2020 heeft notaris Vangoetsenhoven een attest aangevraagd waaruit blijkt dat de verkavelaar aan alle verkavelingsvoorwaarden voldaan heeft.

 

Feiten en context

         Op 6 november 2017 meldde Fluvius dat de kostprijs om de percelen van de verkaveling aansluitbaar te maken 13 232,19 euro bedraagt.

Op 12 augustus 2019 deelde Fluvius mee dat de verkavelaar aan alle financiële verplichtingen voldaan heeft.

         Op 7 november 2017 meldde Telenet dat de kosten voor de aanpassingen van de nodige infrastructuur voor de aansluiting van de percelen 2147,21 euro bedragen.

Deze kostprijs vervalt en wordt door Telenet gedragen als een sleuf voorzien wordt die loopt langs alle loten in de verkaveling tot bij het inkoppelpunt op de bestaande infrastructuur.

Op 24 mei 2019 werd een akkoord ondertekend dat de verkavelaar aan bovenstaande voorwaarde voldoet.

         Op 15 november 2017 meldde De Watergroep dat de kosten voor de uitbreiding 6776,92 euro bedragen.

Op 5 juli 2019 deelde De Watergroep mee dat de kosten voor de uitbreiding door de verkavelaar betaald zijn.

         Op 18 juni 2019 meldde Proximus dat er geen kosten zijn voor de aansluiting van dit project.

         Op 7 november 2019 werd de wegenis van de verkaveling voorlopig opgeleverd.

 

Juridische gronden

         Artikel 4.2.16 Vlaamse Codex ruimtelijke ordening van 8 mei 2009
§1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.

§2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na voorlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen waaruit blijkt dat voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is.

 

Argumentatie

De verkavelaar heeft aan alle voorwaarden opgelegd in de verkavelingsvergunning voldaan.

De verkavelaar is gebonden door de verkavelingsreglementen van de onderscheiden nutsmaatschappijen.

Met betrekking tot de rioleringsinstallaties aan te leggen door de verkavelaar, zal deze laatste de genoemde installaties kosteloos overdragen aan de rioleringsbeheerder. Dit moet gebeuren bij authentieke akte en gelijktijdig met de overdracht van de wegenis aan de gemeente en nadat de verkavelaar een attestatie van de rioleringsbeheerder heeft voorgelegd over de conformiteit van de aangelegde rioleringsinstallaties met de geldende voorschriften van de rioleringsbeheerder. De verkavelaar zal bij die overdracht verklaren dat de rioleringsinstallaties in de wegenis gratis worden afgestaan aan en ten voordele van de rioleringsbeheerder onder de gewone rechtswaarborgen voor vrij en onbelast.

Tot aan genoemde overdracht blijft de verkavelaar geheel aansprakelijk voor de goede werking en het onderhoud van de riolering

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college levert een attest af aan notaris Vangoetsenhoven waaruit blijkt dat de verkavelaar van de verkaveling in 3061 Leefdaal, Haanselberg, sectie B nr 227v2 aan alle verkavelingsvoorwaarden heeft voldaan.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

OMGEVINGSVERGUNNING. AANVRAAG VAN PATRICK MOMMAERTS VOOR HET BOUWEN VAN EEN POOLHOUSE IN 3060 BERTEM, DORPSTRAAT 4, SECTIE C NRS. 42K2 EN 42M2.

 

VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR

 

Voorgeschiedenis

         Op 26 februari 2021 heeft Patrick Mommaerts een aanvraag ingediend voor het bouwen van een poolhouse in 3060 Bertem, Dorpstraat 4, sectie C nrs. 42k2 en 42m2.

         Op 3 maart 2021 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.

 

Feiten en context

         Het goed is gelegen in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Meergezinswoningen', definitief goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 juni 2018.

Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg van de plaats, gebaseerd op de voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.

         De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

         Het perceel is gelegen langsheen de Dorpstraat in het gehucht Dalem.

Ten zuidoosten sluit het perceel aan op een holle weg en meer noordelijk op een open kouterlandschap. De bebouwing in de omgeving is zuiver residentieel en de woningen zijn opgericht in verschillende bouwstijlen en in verschillende materialen. Het straatbeeld is zeer heterogeen.

Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.

         Het voorstel omvat het bouwen van een overdekte constructie.

Tussen een bestaande berging en een tuinhuis wordt een poolhouse gebouwd. De nieuwe constructie heeft een breedte van +/- 7 m en een diepte van +/- 3 m.

De dakoverkapping van het poolhouse wordt doorgetrokken over de berging en het tuinhuis. De kroonlijsthoogte bedraagt 2,70 m.

De totale oppervlakte van de bijgebouwen is groter dan 40 m².

         Watertoets

Op 29 maart 2021 heeft de provincie Vlaams-Brabant, dienst waterlopen, een voorwaardelijk gunstig wateradvies uitgebracht nl.:

"Het voorwerp van de aanvraag omvat de uitvoering van volgende handelingen:

Het bouwen van een poolhouse (23,8 m²: volgens de plattegrond is de grootte 3,4 m op 7 m) en het plaatsen van een zwembad (24 m²).

Overeenkomstig artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, wordt volgend wateradvies verstrekt.

Het oppervlaktewater van het voorwerp van de aanvraag wordt verzameld in de waterloop van tweede categorie B2022 Voer. Volgens de overstromingskaart van Vlaanderen is het voorwerp van de aanvraag deels gelegen in een mogelijk overstromingsgevoelig gebied. Het risico op overstroming is afkomstig van oppervlakkig afstromend hemelwater. Deze zone bevindt zich vooraan het perceel.

Voor zover de dienst waterlopen kan opmaken uit de documenten die bij de aanvraag gevoegd zijn, kan het voorwerp van de aanvraag een effect hebben op de bescherming tegen wateroverlast en overstromingen en/of op het behoud van de watergebonden natuurwaarden. Dit effect moet beperkt worden door de hieronder vermelde voorwaarden in de vergunning op te nemen:

º         Voor dit dossier is de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013, Belgisch Staatsblad van 8 oktober 2013) van toepassing.

º         Overeenkomstig de provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen (besluit van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 24 juni 2014, goedgekeurd  bij Ministerieel Besluit van12 september 2014, Belgisch Staatsblad van 20 oktober 2014), moet het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

Het veelvoud aan extra constructies en verharde oppervlakken in de tuinzone hebben een grote impact op het watersysteem in de vorm van verhoogde afvoer en verminderde infiltratie.

Specifieke voorwaarden

º         Concreet wordt er een poolhouse gebouwd en het zwembad is eveneens een verharde oppervlakte. Al het hemelwater dat van deze oppervlaktes wordt opgevangen, ook de overloop van het zwembad, dient geïnfiltreerd te worden op het eigen terrein. Voor de dimensionering van de infiltratievoorziening dient ook het bestaande tuinhuis mee in rekening gebracht te worden. De ruimte tussen de poolhouse en het tuinhuis is te klein om het hemelwater te laten infiltreren naast de gebouwen. In totaal gaat het om 55,3 m² (zwembad, poolhouse en tuinhuis), wat neerkomt op en infiltratievoorziening van minimum 1382,5 liter.

º         Van geen enkel bijgebouw mag het hemelwater rechtstreeks op de straatriolering worden aangesloten. Enkel de overloop van de te voorziene infiltratievoorziening mag erop aangesloten worden.

Mits aan deze voorwaarden voldaan is, kan het voorwerp van de aanvraag als verenigbaar met het watersysteem beschouwd worden.

Aangevuld met bovenvermelde opgelegde voorwaarden en maatregelen is het voorwerp van de aanvraag in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen, bepaald in artikel 1.2.2. en 1.2.3. van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018."

         Bestemming volgens de rioleringsinfrastructuur zoneringsplannen

Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in een centraal gebied.

 

Juridische gronden

         Koninklijk besluit van 28 december 1972

Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.

         Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven

Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.

         De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen

Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is van toepassing op de aanvraag.

         Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.

De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.

         Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.

         Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009

º         Artikel 1.1.4.

De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.

         De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening.

         Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

º         artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen

º         Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.

         De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014

De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst

         Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.

 

Adviezen

         Openbaar onderzoek

De aanvraag diende niet openbaar gemaakt te worden.

 

         Externe adviezen

Op 29 maart 2021 heeft de provincie Vlaams-Brabant, dienst waterlopen, een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht. (zie watertoets)

 

Argumentatie

Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens artikel 4.3.1 van deze codex.

 

Functionele inpasbaarheid

Het project is in overeenstemming met de bestemmingsvoorschriften gevoegd bij het gewestplan Leuven. Het bouwen van een poolhouse behoort tot de normale tuinuitrusting bij een particuliere woning.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag heeft geen impact op de mobiliteit in de omgeving.

Schaal

De nieuwe constructie is eerder bescheiden van schaal.

Ruimtegebruik en bouwdichtheid

Het ruimtegebruik in verhouding tot de oppervlakte van het perceel is verwaarloosbaar.

Visueel-vormelijke elementen

De inplantingsplaats van het nieuwe gebouw zorgt ervoor dat het straatbeeld niet gewijzigd wordt.

Cultuurhistorische aspecten

Niet van toepassing op de aanvraag.

Reliëf

Niet van toepassing op de aanvraag.

Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Niet van toepassing op de aanvraag.

 

Conclusie

Het voorgestelde project is planologisch en stedenbouwkundig architecturaal verantwoord.

 

 

Advies en voorwaarden

De waarnemend gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om de vergunning te verlenen onder volgende voorwaarden:

         de voorwaarden opgelegd in het advies van de provincie, dienst waterlopen, van 29 maart 2021 moeten strikt worden nageleefd.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de waarnemend gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.

 

Artikel 2:

Het college levert een vergunning af aan Patrick Mommaerts, Dorpstraat 4 te 3060 Bertem voor het bouwen van een poolhouse in 3060 Bertem, Dorpstraat 4, sectie C nrs. 42k2 en 42m2 onder volgende voorwaarden:

         de voorwaarden opgelegd in het advies van de provincie Vlaams-Brabant, dienst waterlopen, van 29 maart 2021 moeten strikt worden nageleefd.

 

Artikel 3:

Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager en adviesinstanties.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

OMGEVINGSVERGUNNING. AANVRAAG VAN BRAM BRANKAER VOOR HET VERBOUWEN VAN EEN WONING MET SCHUUR NAAR EEN MEERGEZINSWONING MET 4 WOONENTITEITEN IN 3060 KORBEEK-DIJLE, STATIONSSTRAAT 2, SECTIE B NR 370H.

 

VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR

 

Voorgeschiedenis

         Op 21 januari 2021 heeft Bram Brankaer, Jean Tombeurstraat 5, 3090 Overijse een omgevingsaanvraag ingediend voor het verbouwen van een woning met schuur naar een meergezinswoning met 4 woonentiteiten in 3060 Korbeek-Dijle, sectie B nr 370h.

         Op 1 februari 2021 werd bijkomende informatie gevraagd die werd bekomen op 19 februari 2021.

         Op 1 maart 2021 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.

 

Feiten en context

         Het goed is gelegen in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Meergezinswoningen', definitief goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 juni 2018.

Artikel 1.1: Binnen de zone van het RUP is het verboden om een meergezinswoning op te richten, alsook een eengezinswoning of eender ander gebouw om te vormen naar een meergezinswoning.

Het onder strikte voorwaarden creëren van een meergezinswoning in bestaande markante gebouwen en bestaande vergund(e) (geachte) grote eengezinswoningen wordt echter wel als een uitzonderingsbepaling ingeschreven in de verbodszone van het RUP.

Artikel 1.2.§1: Bij de beoordeling of een gebouw in aanmerking komt voor de uitzonderingsmaatregel inzake opdeling naar meergezinswoning binnen het plangebied van het RUP, wordt een onderscheid gemaakt tussen:

1° gebouwen en constructies, geïsoleerd of deel uitmakend van een geheel, die van belang zijn voor de kwaliteit van de leefomgeving, een volkskundige, historische of esthetische waarde hebben, als referentie dienen voor de bevolking van een buurt of wijk of bijdragen tot het gevoel van een plaatselijke bevolking tot een bepaalde plek te behoren. Deze gebouwen zijn alle opgenomen in een gemeentelijke lijst van markante gebouwen.

2° bestaande vergund(e) (geachte) grote eengezinswoningen.

Artikel 1.2.§4: Volgende voorwaarden gelden voor de gebouwen bedoeld in artikel 1.2.§1,2°.

º         de woning heeft een bouwvolume van minstens 1500 m³ en dit volume is volledig vergund of vergund geacht voor 1 januari 2017.

º         minstens één woonentiteit heeft een netto vloeroppervlakte van minstens 110 m² en ofwel een aansluitende tuin van minstens 125 m² of een terras van minstens 10% van de netto vloeroppervlakte van de woonentiteit.

º         de overige woonentiteiten hebben een netto vloeroppervlakte van minstens 90 m² met ofwel een aansluitende tuin van minstens 125 m² of een terras van minstens 10% van de netto vloeroppervlakte van de woonentiteit.

º         Het terras of tuin is rechtstreeks toegankelijk vanuit de woonentiteit. Indien de woonentiteit gelegen is op een ander niveau dan het maaiveldniveau, moet het terras binnen het bestaand vergunde bouwvolume worden voorzien.

Bespreking:

De aanvraag is hiermee in overeenstemming.

Het volume van het bestaand gebouw bedraagt 2000 m³.

Volgende woonentiteiten worden voorzien:

º         gelijkvloers: 2 woonentiteiten van 116 m² en 102 m².

º         eerste verdieping: 2 woonentiteiten van 90 m² en 100 m².

De terrassen van de 4 woonentiteiten voldoen aan bovenvermelde voorwaarden.

         Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg van de plaats, gebaseerd op de voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.

         De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven gelegen in woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De woongebieden met landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven (artikel 6 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

         De bouwplaats is gelegen langsheen langsheen de Stationsstraat.

De Stationsstraat is de verbinding tussen Korbeek-Dijle en de buurgemeente Oud-Heverlee. De omgeving wordt gekenmerkt door woningen in verschillende verschijningsvormen. In deze zone bevinden zich ook de kerk en het kerkhof met zuidelijk de waardevolle Dijlevallei.

Op het perceel van de aanvraag staat een hoevewoning met aanhorigheden en vrijstaande schuur. De hoeve zelf bevindt zich op de buitenhoek van het perceel grenzend aan de Stationsstraat en de Korbeekse Kerkstraat.

Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.

         Het voorstel omvat de verbouwing van een woning met aanpalende schuur naar een meergezinswoning met 4 wooneenheden. De verbouwing gebeurt integraal binnen het bestaand volume met behoud van de karaktervolle en typerende dorpsgevels op de hoek van de Korbeekse Kerkstraat en de Stationsstraat.

Er is een gemeenschappelijke inkom voorzien in de achtergevel van het pand, die bereikbaar is via de parking/tuinzone.

In de gevel van de schuur worden 2 kleine raamopeningen voorzien en in de zijgevel die uitgeeft op de parking worden grotere raamopeningen voorzien om maximaal daglicht binnen te trekken in de leefruimten van de wooneenheden.

Er worden 8 parkeerplaatsen en fietsenstallingen voorzien langsheen de Stationsstraat.

         Watertoets

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijke effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd het watertoetsinstrument op internet doorlopen. De resultaten worden als bijlage toegevoegd. Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Het ontwerp voorziet in een regenwaterput van 10 000 liter en een bijkomende infiltratieinrichting van 3000 liter zodat aan de verordening voldaan wordt. Onder deze voorwaarden is het ontwerp verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

         Bestemming volgens de rioleringsinfrastructuur zoneringsplannen

Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in het centraal gebied.

 

Juridische gronden

         Koninklijk besluit van 28 december 1972

Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.

         Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven

Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.

         De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen

Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is niet van toepassing op de aanvraag.

         Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.

De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.

         Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.

         Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009

º         Artikel 1.1.4.

De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.

         De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening.

         Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

º         artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen

º         Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.

         De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014

De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst

         Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.

         Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 25 oktober 2016 betreffende het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.

 

Adviezen

         Openbaar onderzoek

De aanvraag diende niet openbaar gemaakt te worden.

Op 1 maart 2021 werd het standpunt van de rechterbuur gevraagd. Er werden geen opmerkingen gemaakt.

         Externe adviezen

1. Op 8 maart 2021 heeft De Watergroep een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht nl.:

"Advies Aftakkingen en Aansluitingen

Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden

Er is geen uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.

Voor de afbraak van het bestaande gebouw dient de eigenaar schriftelijk De Watergroep te verwittigen voor uitbraak van de bestaande aftakking.

Door de beslissing van de Vlaamse regering op 8/04/2011 moet elke wooneenheid over een eigen watermeter beschikken. De plaats van de watermeters moet beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.

Het tellerlokaal moet een gemeenschappelijke ruimte zijn, groot en hoog genoeg voor de plaatsing van alle tellers. Het tellerlokaal moet grenzen aan de voorgevel of een bereikbare zijgevel van het gebouw.

Voor gemeenschappelijke ruimten geldt dat deze ruimte op elk moment voor elk van de gebruikers toegankelijk moet zijn.

De muurdoorgangen moeten bij voorkeur voorzien worden in de hoeken van de tellerruimte. De opening moet minstens 150 mm bedragen. De afdichting van de doorgang is verantwoordelijkheid van de klant.

De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.

Automatische brandblusinstallaties mogen nooit rechtstreeks op het drinkwaternet aangesloten worden, enkel met tussenschakeling van een drukloos voorraadreservoir.

Advies Waterbronnen en Milieu

Volledig gunstig advies met voorwaarden

Dit is een deeladvies van De Watergroep omtrent de bescherming van de drinkwaterwinning.

Het perceel is gelegen binnen de beschermingszone III van de grondwaterwinning die ondiep grondwater onttrekt voor de drinkwatervoorziening. Dit betekent dat het infiltrerend water ondergronds in de richting van de waterwinning stroomt en ooit zal opgepompt worden. Zuiver hemelwater mag in deze zone geïnfiltreerd worden.

De Watergroep geeft een gunstig advies voor wat betreft de bescherming van de waterwinning aangezien het project geen effect heeft op grondwaterkwaliteit of kwantiteit van de waterwinning.

Wel dient er met volgende zaken rekening gehouden te worden tijdens werken op het perceel:

º         koolwaterstoffen waarvan het gezamenlijke volume groter is dan 50 liter worden opgesteld in een opvangbak waarvan de inhoud minstens gelijk is aan de inhoud van de gestockeerde recipiënten

º         het overgieten en/of vullen van recipiënten dient met de nodige omzichtigheid te gebeuren teneinde het morsen te voorkomen

º         machines met enig verlies van olie of mazout dienen van de werf verwijderd te worden en boven een opvanglade geplaatst.

º         iedere verontreiniging dient onmiddellijk gemeld op het nummer 02/238 96 99 of via milieu@dewatergroep.be"

 

2. Op 24 maart 2021 heeft Telenet een advies uitgebracht nl.:

"Wij zijn nagegaan welke aanpassing van de infrastructuur van Telenet nodig is om dit project aansluitbaar te maken. Wij vragen om onderstaande voorwaarden op te nemen in de vergunning:

º         Onze studiedienst stelde vast dat er een netuitbreiding nodig is om dit project aansluitbaar te maken.

De kosten van deze uitbreiding zijn ten laste van de aanvrager. Het technisch ontwerp en de offerte kan de aanvrager verkrijgen bij: Telenet BVBA Coax Build Support Liersesteenweg 4 2800 Mechelen 015/33.20.90 CBS@telenetgroup.be

º         Bij afbraak van gebouwen waarop Telenetkabels zijn bevestigd is het belangrijk om minstens 8 weken voor de start van de werken Telenet via 015/66.66.66 op de hoogte te brengen. Deze vaststelling omvat niet de aftak- en aansluitkosten van de abonnee. Deze worden met de latere abonnee verrekend. Wij blijven steeds tot uw dienst voor verdere informatie."

 

3. Op 29 maart 2021 heeft de Hulpverleningszone Oost Vlaams-Brabant een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht nl.

"Beschrijving gebouw:

Het project omvat de renovatie van een woning met schuur naar een meergezinswoning zonder volumeuitbreiding.

Het gebouw omvat:

º         kelder: nutsvoorzieningen, technische kelder

º         gelijkvloers: 2 appartementen, inkom, trap

º         eerste verdieping: 2 duplexappartementen, trappenhal

º         zolder: duplexverdieping onderliggende appartementen

Er zijn geen gegevens over de centrale verwarming

Er zijn geen brandpreventiemaatregelen voorzien op de plannen of in de beschrijvende nota:

In het gebouw is geen personeel tewerkgesteld

De studie inzake brandvoorkoming en - bestrijding gebeurde op basis van:

º         Koninklijk Besluit van 8 september 2019 tot vaststelling van:

          Boek 1 betreffende de elektrische installaties op laagspanning en op zeer lage spanning

          Boek 2 betreffende de elektrische installaties op hoogspanning

          Boek 3 betreffende de installaties voor transmissie en distributie van elektrische energie

http://www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=593

º         Het KB van 7 december 2016 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen (bijlagen 1; 2/1; 5/1; 7).

www.besafe.be – als leidraad

º         Decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 1 juni 2012 en latere wijzigingen houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders

www.wonenvlaanderen.be/rookmelders

Rekening houdend met hoger vermelde reglementering vragen volgende punten om uw bijzondere aandacht bij de realisatie van het project:

Overeenkomstig basisnormen, Bijlage 2/1: lage gebouwen

1. De brandweerstand van de bouwelementen mag niet verminderd worden door allerhande doorvoeringen, zoals leidingen, buizen, kokers, uitzetvoegen van wanden e.d. en door eventuele openingen en constructies. De nodige beschermingsmiddelen dienen aangebracht om de vereiste brandweerstand te behouden (brandwerende kleppen, moffen,…). De bepalingen van bijlage 7 zijn van toepassing (art.3.1).

2. De structurele elementen die de stabiliteit van het gebouw verzekeren zoals kolommen, dragende wanden, hoofdbalken, afgewerkte vloeren en andere essentiële delen moeten R60 hebben (art. 3.2).

Er dient, bij controle door de brandweer, een attest voorgelegd te worden waaruit blijkt dat er voldaan is aan bovenvermelde eis.

3. De structurele elementen van het dak moeten R 30 hebben of het dak moet aan de binnenkant beschermd worden door een bouwelement (plafond) met EI30 (art.3.3).

Er dient, bij controle door de brandweer, een attest voorgelegd te worden waaruit blijkt dat er voldaan is aan bovenvermelde eis.

4. Elk appartement vormt een compartiment en moet als dusdanig van de rest van het gebouw gescheiden zijn door wanden met EI 60 en deuren met EI1 30 (art.4.1).

5. De keldertrap moet op het gelijkvloers afgesloten worden door wanden met EI 60 en een zelfsluitende deur met EI1 30 (art.4.2.2).

6. De brandwerende deuren moeten geattesteerd worden door het BENOR-ATG kenmerk of gelijkwaardig en dienen geplaatst te worden door een door ISIB gecertificeerde plaatser.

Een kopie van het plaatsingsattest afgeleverd door de plaatser aan de bouwheer moet worden voorgelegd.

7. Bovenaan de trappenhuizen moeten rookluiken van minstens 1 m² aangebracht worden, die uitmonden in de open lucht. De bediening dient te gebeuren van op het evacuatieniveau (art.4.2.2) en dient van een noodvoeding voorzien te zijn (art.4.2.2.6).

Indien het trappenhuis door de aanwezigheid van een duplex bovenaan het gebouw niet alle bouwlagen bedient, wordt de verluchtingsopening met het trappenhuis verbonden aan de hand van een koker waarvan de doorsnede minstens gelijk is aan de oppervlakte vereist voor de verluchtingsopening.

8. Voor alle niveaus moet het volgnummer (-1, 0, 1, 2, ...) aangebracht worden op de overlopen van trappen en liften. De plaats en de richting van de uitgangen en nooduitgangen moeten aangeduid worden met gepaste pictogrammen. De aanduiding van de uitgangen en nooduitgangen dient te voldoen aan de bepalingen betreffende de veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk (art.4.5).

9. Wanneer verticale kokers door horizontale wanden dringen waarvoor een brandweerstand vereist is, geldt één van de volgende drie maatregelen:

º         de wanden van de verticale kokers hebben een brandweerstand EI 60. De valluiken en deurtjes hebben EI1 30. Zij hebben aan hun boveneind een degelijke verluchting. De vrije verluchtingsdoorsnede van de koker is ten minste gelijk aan 10% van de totale horizontale doorsnede van de koker met een minimum van 4 dm².

De vrije verluchtingsdoorsnede kan uitgerust worden met gemotoriseerde verluchtingskleppen waarvan de opening als volgt wordt bevolen:

          automatisch bij detectie van brand in een koker

          automatisch bij de detectie van een brand in het gebouw, indien dit uitgerust is met een algemene branddetectie-installatie

          automatisch bij een defect aan de energiebron, de voeding of de bediening (toestel met positieve veiligheid)

          manueel via een bediening op een evacuatieniveau of op een bepaalde plaats in onderling overleg met de brandweer (art.5.1.5.)

Deze kokers mogen in de trappenhuizen gebouwd worden.

º         ter hoogte van de doorvoering bevindt zich een bouwelement met minstens de vereiste brandweerstand van de horizontale wand

º         de wanden van de verticale kokers hebben EI 30. De valluiken en deurtjes EI1 30. De verticale kokers worden ter hoogte van elk compartiment onderbroken door horizontale schermen met de volgende kenmerken:

          zij bestaan uit een materiaal van klasse A1

          zij beslaan de gehele ruimte tussen de leidingen

          zij hebben EI 30

In gevallen 2 en 3 moeten de kokers niet verlucht zijn (art. 5.1.5.1).

10. De elektrische leidingen die installaties of toestellen voeden die bij brand absoluut in dienst moeten blijven, worden zodanig geplaatst dat de risico's van algehele buitendienststelling gespreid zijn. De bedoelde installaties of toestellen zijn (art.6.5):

º         de veiligheidsverlichting en eventueel de vervangingsverlichting;

º         de installaties voor melding, waarschuwing en alarm;

º         de installaties voor rookafvoer;

º         de waterpompen voor de brandbestrijding en eventueel de ledigingspompen;

º         de liften bestemd voor de evacuatie van personen met beperkte mobiliteit bedoeld in punt 6.4.

Op hun tracé tot aan het compartiment waar de installatie zich bevindt, hebben de elektrische leidingen de volgende brandweerstand:

º         ofwel een intrinsieke brandweerstand die minimaal

          PH 60 bedraagt volgens NBN EN 50200 voor leidingen waarvan de buitendiameter kleiner is dan of gelijk aan 20 mm en waarvan de doorsnede van de geleiders kleiner is dan of gelijk aan 2,5 mm²

          Rf 1 h bedraagt volgens add. 3 van NBN 713-020 voor leidingen waarvan de buitendiameter groter is dan 20 mm of waarvan de doorsnede van de geleiders groter is dan 2,5 mm²;

º         ofwel Rf 1 h, volgens add. 3 van NBN 713-020, voor leidingen zonder intrinsieke brandweerstand die in kokers zijn geplaatst.

11. Het gebouw moet voorzien worden van veiligheidsverlichting overeenkomstig de norm NBN EN 1838, NBN EN 60598-2-22 en NBN EN 50172. De evacuatiewegen, de lokalen toegankelijk voor het publiek, de keuken en de voornaamste stroomborden moeten voorzien worden van een degelijke veiligheidsverlichting die een voldoende lichtsterkte heeft om een gebouw veilig te ontruimen. De veiligheidsverlichting moet automatisch en onmiddellijk in werking treden bij het uitvallen van de gewone verlichting; zij moet minstens één uur zonder onderbreking kunnen functioneren. De veiligheidsverlichting moet minstens een lichtsterkte hebben van 1 lux ter hoogte van de grond in de as van de vluchtweg en 5 lux op gevaarlijke plaatsen (art.6.5).

12. De gasinstallatie moet voldoen aan art.6.6.

13. De aëraulische installatie moet voldoen aan art.6.7.

De brandweerstand van de bouwelementen mag niet verminderd worden door doorvoeringen van luchtkanalen. Er dienen brandwerende kleppen aangebracht te worden om de vereiste brandweerstand te behouden.

Aangezien in het gebouw geen algemene branddetectie-installatie verplicht is, mogen de brandwerende kleppen van het bedieningstype A (thermische klep) zijn. Deze sluiten wanneer de temperatuur van de doorstromende lucht in het kanaal een grenswaarde overschrijdt.

14. De gebruikers van het gebouw dienen in geval van brand op de hoogte gebracht te worden dat ze het gebouw dienen te verlaten. Daartoe is het gebouw uitgerust met een gepaste alarminstallatie.

15. In het gebouw moeten draagbare en/of mobiele snelblustoestellen a rato van één bluseenheid per 150 m² vloeroppervlakte aanwezig zijn (1 bluseenheid komt overeen met 6 kg poeder of 6 liter water/schuim). Deze snelblustoestellen moeten op goed zichtbare en gemakkelijk bereikbare plaatsen worden opgehangen. Ze moeten steeds in goede staat van werking en onderhoud verkeren en tenminste éénmaal per jaar door een bevoegde firma worden gecontroleerd (art.6.8.5.2).

16. De borstweringen aan de overlopen van de trappen en de bordessen moeten minstens een hoogte hebben van 110 cm. Het risico op vallen moet tot een minimum worden herleid (KB 10/10/2012, art.13). Er wordt geadviseerd de borstweringen te construeren overeenkomstig NBN B 03-004 voor openbare gebouwen.

Overeenkomstig basisnormen Bijlage 5/1: reactie bij brand van de materialen

17. De bezetting van het gebouw valt onder type 2: zelfredzame en slapende bezetters. Voor de vereisten inzake de reactie bij brand die van toepassing zijn op de bouwproducten die gebruikt worden voor de bekleding van verticale wanden, plafonds en vloeren dienen de respectievelijke tabellen van bijlage 5/1 gevolgd te worden.

18. De dakbekledingen hebben klasse Broof (t1) of zijn dakbekledingen die voldoen aan de eisen van het prestatiecriterium van een externe brand zonder test (MB van 21/11/2012) (art.8.1).

Overeenkomstig het Decreet optische rookmelders:

De wooneenheden en het trappenhuis moeten worden uitgerust met optische rookmelders. Deze rookmelders moeten voldoen aan de norm NBN EN 14604. De verhuurder is verantwoordelijk voor de plaatsing van de rookmelders. Als de rookmelder uitgerust is met een vervangbare batterij is de huurder verantwoordelijk voor de vervanging ervan na afloop van de levensduur, vermeld door de fabrikant (art. 4).

De verplichting tot het plaatsen van rookmelders geldt niet als de woning beschikt over een branddetectiesysteem dat gekeurd en gecertificeerd is door een daartoe erkend organisme (art. 5/1).

Bijkomende informatie over de plaatsing en het onderhoud van autonome rookmelders kan je terugvinden op:

www.leefbrandveilig.be

www.wonenvlaanderen.be/rookmelders

Advies

º         Er wordt een gunstig advies, inzake brandveiligheid, tot verbouwen verleend indien aan hoger vermelde opmerkingen wordt voldaan.

º         Dit advies is niet van beperkende aard op de bestaande voorschriften en bepalingen die van toepassing kunnen zijn. Tevens werd het verslag uitsluitend opgesteld in functie van de vaststellingen gedaan tijdens een controle van de plannen.

º         Volgende attesten dienen overgemaakt te worden aan de brandweerdienst voor de ingebruikname van het gebouw:

          keuringsattest elektrische installatie

          keuringsattest gasinstallatie (gasdichtheidsproef)

          reinigings- en verbrandingsattest

          keuringsattest veiligheidsuitrustingen (veiligheidsverlichting, alarminstallatie, bediening rookkoepel )

          attesten van de gebruikte materialen voor doorvoeringen door Rf-wanden

          attest reactie bij brand van de dakisolatie

          attest plaatser brandwerende deuren (ISIB-plaatsingsattest)

º         Van zodra de werken uitgevoerd zijn, dient de brandweer hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht te worden.

º         Er kan geen enkele zekerheid van volledige beveiliging tegen brand of totale evacuatie gegeven worden, gezien deze beveiliging en evacuatie steeds en hoofdzakelijk afhankelijk zal blijven van het  stipt naleven van de verplichtingen en het opvolgen van de ordemaatregelen, de voorzichtigheid en de waakzaamheid van de aanwezigen."

 

         Interne adviezen

Op 15 april 2021 heeft de dienst burgerzaken huisnummers toegekend aan de 4 woonentiteiten.

 

Argumentatie

Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens artikel 4.3.1 van deze codex.

 

Functionele inpasbaarheid

Het project is in overeenstemming met de bestemmingsvoorschriften gevoegd bij het gewestplan Leuven.

De aanvraag ligt volgens het RUP Meergezinswoningen in een zone waar geen meergezinswoningen zijn toegelaten. In de voorschriften van dit RUP zijn uitzonderingen opgenomen o.a. de verbouwing van grote eengezinswoningen. De aanvraag is hiermee in overeenstemming.

Het oprichten van een appartementsgebouw in deze omgeving is verantwoord.

Mobiliteitsimpact

De impact op de lokale mobiliteit is beperkt. Het project voorziet in 8 parkeerplaatsen en de nodige fietsenstallingen waardoor het ontwerp in overeenstemming is met de bepalingen van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening betreffende het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstalling buiten de openbare weg.

Om de veiligheid te optimaliseren, werd gekozen voor 1 inrit en afrit.

Schaal

De omvorming van een bestaande eengezinswoning naar een meergezinswoning met 4 woongelegenheden gebeurt volledig binnen het volume van de bestaande woning.

Het ontworpen gebouw overschrijdt de schaal van de gebouwen in de omgeving niet.

Ruimtegebruik en bouwdichtheid

Om parkeerplaatsen, terrassen en tuinzones te voorzien, wordt het vrijstaand bijgebouw gesloopt.

Er wordt voldoende aandacht besteed voor een landelijke inpassing door een maximale groenaanleg op het onbebouwd deel van het perceel.

Visueel-vormelijke elementen

Het straatbeeld wordt gekenmerkt door gebouwen in verschillende verschijningsvormen.

De typische dorpsstijl van het gebouw blijft behouden. De verfraaiing van de gevels en de herwaardering van de woning komen het straatbeeld ten goede.

Cultuurhistorische aspecten

Niet van toepassing.

Reliëf

Niet van toepassing.

Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Niet van toepassing.

 

Conclusie:

Het voorgestelde project is planologisch en stedenbouwkundig-architecturaal verantwoord.

 

 

Advies en voorwaarden

De waarnemend gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om de vergunning te verlenen onder volgende voorwaarden:

         De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de verbouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van De Watergroep van 8 maart 2021 moeten strikt worden nageleefd.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van Telenet van 24 maart 2021 moeten strikt worden nageleefd.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van de Hulpverleningszone Oost Vlaams-Brabant van 29 maart 2021 moeten strikt worden nageleefd.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de waarnemend gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.

 

Artikel 2:

Het college levert een vergunning af aan Bram Brankaer, Jean Tombeurstraat 5, 3090 Overijse voor het verbouwen van een woning met schuur naar een meergezinswoning met 4 woonentiteiten in 3060 Korbeek-Dijle, sectie B nr 370h onder volgende voorwaarden:

         De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de verbouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van De Watergroep van 8 maart 2021 moeten strikt worden nageleefd.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van Telenet van 24 maart 2021 moeten strikt worden nageleefd.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van de Hulpverleningszone Oost Vlaams-Brabant van 29 maart 2021 moeten strikt worden nageleefd.

 

Artikel 3:

Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager en adviesinstanties.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

OMGEVINGSVERGUNNING. AANVRAAG VAN KWADRAAT VOOR HET BOUWEN VAN EEN WONING IN 3061 LEEFDAAL, TH. WAUTERSSTRAAT 5, SECTIE B NR 215Z.

 

VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR

 

Voorgeschiedenis

         Op 8 februari 2021 heeft Kwadraat een aanvraag ingediend voor het bouwen van een nieuwe woning in 3061 Leefdaal, Th. Wautersstraat 5, sectie B nr 215z.

         Op 1 maart 2021 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.

 

Feiten en context

         Het goed is gelegen in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Meergezinswoningen', definitief goedgekeurd door de gemeenteraad op 6 juni 2018.

         De bouwplaats is gelegen in een niet-vervallen verkaveling van 3 maart 2014, nr. T874-2-2013.17 (dossiernummer stedenbouw 5.00/24009/1000067.1).

Het betreft lot 1 van de verkaveling met als algemene bestemming: eengezinswoning.

De aanvraag is hiermee in overeenstemming.

         De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

         De bouwplaats is gelegen langsheen de Th. Wautersstraat.

Deze woonstraat is gesitueerd op de noordelijke valleirand van de Voer en sluit aan bij het centrum van Leefdaal. Ze ligt op een iets hoger niveau dan het aansluitende zuidelijke gebied "Blankaart". De onmiddellijke omgeving bestaat uit zowel laagbouw- als verdiepingswoningen, hoofdzakelijk in open en halfopen vorm en afgewerkt in materialen met grote verscheidenheid zowel in textuur als in kleur.

Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.

         Het voorstel omvat het bouwen van een eengezinswoning in open verband.

De bouwlijn van de woning ligt op 9,42 m uit de as van de voorliggende weg, zoals voorgesteld op het verkavelingsplan.

De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt 11 m en op de verdieping 9 m.

De helling van de dakvlakken is 45° en de kroonlijsthoogte bedraagt 6 m.

Een garage wordt opgenomen in het hoofdgebouw.

Het bestaand reliëf blijft praktisch ongewijzigd, enkel de achteruitbouwstrook wordt aangepast in functie van de toegankelijkheid en bereikbaarheid van de woning. Hetzelfde geldt voor het pad langs de woning.

         Watertoets

Op 25 maart 2021 heeft de provincie Vlaams-Brabant, dienst waterlopen, volgend wateradvies uitgebracht:

"Het voorwerp van de aanvraag omvat de uitvoering van volgende handelingen:

De bouw van een eengezinswoning met terras, pad rond de woning, pad naar de voordeur en oprit.

Overeenkomstig artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, wordt volgend wateradvies verstrekt.

Het oppervlaktewater van het voorwerp van de aanvraag wordt verzameld in de waterloop van tweede categorie B2279 Blankaartgracht. Volgens de overstromingskaart van Vlaanderen is het voorwerp van de aanvraag gelegen in een mogelijk overstromingsgevoelig gebied. Het risico op overstroming is afkomstig van oppervlakkig afstromend hemelwater.

Voor zover de dienst waterlopen kan opmaken uit de documenten die bij de aanvraag gevoegd zijn, kan het voorwerp van de aanvraag een effect hebben op de bescherming tegen wateroverlast en overstromingen en/of op het behoud van de watergebonden natuurwaarden.

Hemelwaterverordeningen:

         Niet-verontreinigd hemelwater van de eventuele vertraagde afvoer of de overloop van hemelwatervoorzieningen wordt aangesloten op de waterloop onder de voorwaarden vermeld in de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013, Belgisch Staatsblad van 8 oktober 2013.

         Overeenkomstig de provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen (besluit van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 24 juni 2014, goedgekeurd bij Ministerieel Besluit van12 september 2014, Belgisch Staatsblad van 20 oktober 2014), moet het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

Specifieke voorwaarden en maatregelen

Er worden 2 hemelwaterputten van 5000 liter voorzien en een infiltratievoorziening van 2000 liter (min. 1652 liter). De oprit wordt aangelegd in dolomiet, de andere verhardingen in waterdoorlatende klinkers.

Gezien de grote oppervlakte aan verhardingen en de mogelijke impact op het watersysteem, moet de volgende voorwaarde in de vergunning worden opgenomen:

         De oprit wordt voorzien in dolomiet, de andere verhardingen in waterdoorlatende klinkers. Er is gekozen voor infiltratie van het hemelwater doorheen de verharding. Indien deze verharding is opgebouwd uit verschillende lagen moet elke laag minstens even doorlatend zijn als de bodem. Een doorlatende eindlaag op een ondoorlatende of slecht waterdoorlatende fundering is immers nutteloos.

Aangevuld met bovenstaande voorwaarde is het voorwerp van de aanvraag in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen, bepaald in artikel 1.2.2. en 1.2.3. van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018."

         Bestemming volgens de rioleringsinfrastructuur zoneringsplannen

Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in een centraal gebied.

 

Juridische gronden

         Koninklijk besluit van 28 december 1972

Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.

         Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven

Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.

         De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen

Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is niet van toepassing op de aanvraag.

         Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.

De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.

         Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.

         Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009

º         Artikel 1.1.4.

De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.

         De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening.

         Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

º         artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen

º         Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.

         De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014

De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst

         Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.

         Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 25 oktober 2016 betreffende het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.

 

Adviezen

         Openbaar onderzoek

De aanvraag diende niet openbaar gemaakt te worden.

 

         Externe adviezen

Op 25 maart 2021 heeft de provincie Vlaams-Brabant, dienst waterlopen, een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht. (zie watertoets)

 

         Interne adviezen

Op 29 maart 2021 heeft de dienst burgerzaken een huisnummer toegekend.

 

Argumentatie

Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens art. 4.3.1.§2 Vlaamse codex ruimtelijke ordening

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen :

1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook de volgende aspecten in rekening brengen:

a) beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in punt 1° ;

b) de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement voor zover:

1) de rendementsverhoging gebeurt met respect voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving;

2) de rendementsverhoging in de betrokken omgeving verantwoord is;

3° indien het aangevraagde gelegen is in een gebied dat geordend wordt door een ruimtelijk uitvoeringsplan, een gemeentelijk plan van aanleg of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarvan niet op geldige wijze afgeweken wordt, en in zoverre dat plan of die vergunning voorschriften bevat die de aandachtspunten, vermeld in 1°, behandelen en regelen, worden deze voorschriften geacht de criteria van een goede ruimtelijke ordening weer te geven. Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan gemotiveerd beslissen dat bepaalde voorschriften van verkavelingen ouder dan vijftien jaar, zoals bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, c), of voorschriften van bijzondere plannen van aanleg ouder dan vijftien jaar, waarvan op grond van artikel 4.4.9/1 op rechtsgeldige wijze kan worden afgeweken, nog steeds de criteria van goede ruimtelijke ordening weergeven.

De Vlaamse Regering kan, thematisch of gebiedsspecifiek, integrale ruimtelijke voorwaarden bepalen, ter beoordeling van de inpassing van welbepaalde handelingstypes, of van handelingen in specifieke gebieden, in een goede ruimtelijke ordening, onverminderd strengere planologische voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

 

Het voorgestelde project geeft uitvoering aan de opties die voorzien zijn in de verkaveling. De bestemming, inplanting, afmetingen en materiaalgebruik zijn in overeenstemming met de bepalingen van deze verkaveling.

 

Conclusie:

Het voorgestelde project is planologisch en stedenbouwkundig-architecturaal verantwoord.

 

 

Advies en voorwaarden

De waarnemend gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om de vergunning te verlenen onder volgende voorwaarden:

         De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van de provincie Vlaams-Brabant, dienst waterlopen, van 25 maart 2021 moeten strikt worden nageleefd.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de waarnemend gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.

 

Artikel 2:

Het college levert een vergunning af aan Kwadraat voor het bouwen van een nieuwe woning in 3060 Leefdaal, Th. Wautersstraat 5, sectie B nr 215z onder volgende voorwaarden:

         De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van de provincie Vlaams-Brabant, dienst waterlopen, van 25 maart 2021 moeten strikt worden nageleefd.

 

Artikel 3:

Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager en adviesinstanties.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

OMGEVINGSVERGUNNING. AANVRAAG VAN TANJA CHAMPAGNE EN HERWIG DEVADDER VOOR HET VERBOUWEN VAN EEN WONING IN 3060 BERTEM, BOSSTRAAT 161, SECTIE A NR 168K.

 

VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR

 

Voorgeschiedenis

         Op 6 januari 2021 hebben Tanja Champagne en Herwig Devadder een aanvraag ingediend voor het verbouwen van een woning in 3060 Bertem, Bosstraat 161, sectie A nr 168k.

         Op 6 januari 2021 werd bijkomende informatie gevraagd die werd bekomen op 12 januari 2021.

         Op 13 januari 2021 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.

 

Feiten en context

         Het goed is gelegen in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Meergezinswoningen', definitief goedgekeurd door de gemeenteraad op 6 juni 2018.

         De bouwplaats is gelegen in een niet-vervallen verkaveling van 30 januari 1963, nr. T874-2-B.007 (dossiernummer stedenbouw 22/FL/7).

Deze verkaveling werd gewijzigd op 16 augustus 2005.

Het betreft lot 1 van de verkaveling met als algemene bestemming: residentiële constructies.

De aanvraag is hiermee niet in overeenstemming.

Volgens de verkavelingsvoorschriften moeten de daken minstens 2 schuine vlakken hebben waarvan de helling ligt tussen 25 en 50°

De aanvraag wijkt hiervan af.

         De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven gelegen in woongebied met landelijk karakter en achterliggend agrarisch gebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De woongebieden met landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven (artikel 6 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin; behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven; gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft; de afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven (artikel 11 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

         De bouwplaats is gelegen langsheen de Bosstraat ten noorden van het centrum van Bertem. De omgeving wordt gekenmerkt door hoofdzakelijk woningen in open en halfopen bebouwing langs de weg, het omliggende open agrarische gebied en een aantal zeer waardevolle boscomplexen.

Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.

         Het voorstel omvat het optoppen van de open bebouwing met een extra verdieping om meer plaats te maken voor een extra slaapkamer. Het bestaande zadeldak wordt afgebroken en vervangen door een plat dak. Op het voorste gedeelte wordt een verdieping geplaatst voorzien van eveneens een plat dak. Verder wordt de woning grondig verbouwd om te voldoen aan de huidige eisen van modern comfort.

De gevelsteen wordt afgebroken, zodat de woning geïsoleerd kan worden. De gevel zal daarna afgewerkt worden in een witte buitenbepleistering.

         Watertoets

Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

         Bestemming volgens de rioleringsinfrastructuur zoneringsplannen

Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in een collectief te optimaliseren buitengebied.

 

Juridische gronden

         Koninklijk besluit van 28 december 1972

Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.

         Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven

Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.

         Artikel 6.2.2.3.1, §2 Vlarem II van 1 juni 1995

In collectief te optimaliseren buitengebied worden lozingsvoorwaarden opgelegd. Het afvalwater moet worden gezuiverd door middel van een individuele voorbehandelingsinstallatie conform de code van goede praktijk.

         De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen

Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is niet van toepassing op de aanvraag.

         Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.

De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.

         Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.

         Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009

º         Artikel 1.1.4.

De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.

         De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.

         Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

º         artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen

º         Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.

         De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014

De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst

         Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.

         Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 25 oktober 2016 betreffende het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.

 

Adviezen

         Openbaar onderzoek

De aanvraag werd van 25 januari 2021 tot 23 februari 2021 openbaar gemaakt volgens de regels vermeld in het uitvoeringsbesluit tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

Er werden geen klachten ingediend.

 

         Externe adviezen

///

 

Argumentatie

Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens artikel 4.3.1 van deze codex.

 

Art. 4.3.1.§2 Vlaamse codex ruimtelijke ordening

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen :

1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook de volgende aspecten in rekening brengen:

a) beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in punt 1° ;

b) de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement voor zover:

1) de rendementsverhoging gebeurt met respect voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving;

2) de rendementsverhoging in de betrokken omgeving verantwoord is;

3° indien het aangevraagde gelegen is in een gebied dat geordend wordt door een ruimtelijk uitvoeringsplan, een gemeentelijk plan van aanleg of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarvan niet op geldige wijze afgeweken wordt, en in zoverre dat plan of die vergunning voorschriften bevat die de aandachtspunten, vermeld in 1°, behandelen en regelen, worden deze voorschriften geacht de criteria van een goede ruimtelijke ordening weer te geven. Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan gemotiveerd beslissen dat bepaalde voorschriften van verkavelingen ouder dan vijftien jaar, zoals bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, c), of voorschriften van bijzondere plannen van aanleg ouder dan vijftien jaar, waarvan op grond van artikel 4.4.9/1 op rechtsgeldige wijze kan worden afgeweken, nog steeds de criteria van goede ruimtelijke ordening weergeven.

De Vlaamse Regering kan, thematisch of gebiedsspecifiek, integrale ruimtelijke voorwaarden bepalen, ter beoordeling van de inpassing van welbepaalde handelingstypes, of van handelingen in specifieke gebieden, in een goede ruimtelijke ordening, onverminderd strengere planologische voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

 

Het voorgestelde project geeft uitvoering aan de opties die voorzien zijn in de verkaveling. De bestemming, inplanting, afmetingen en materiaalgebruik zijn in overeenstemming met de bepalingen van deze verkaveling.

De aanvraag wijkt af van de verkavelingsvoorschriften wat de afwerking van de daken betreft. Volgens de verkavelingsvoorschriften moeten de daken minstens 2 schuine vlakken hebben waarvan de helling ligt tussen de 25 en 50°. De aanvraag voorziet in de afwerking met een plat dak.

Deze afwijking kan op basis van artikel 4.4.1. van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening worden toegestaan.

 

Conclusie:

De aanvraag is planologisch en stedenbouwkundig-architecturaal verantwoord.

 

 

Advies en voorwaarden

De waarnemend gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om de vergunning te verlenen onder volgende voorwaarden:

         De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de verbouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de waarnemend gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.

 

Artikel 2:

Het college levert een vergunning af aan Tanja Champagne en Herwig Devadder voor het verbouwen van een woning 3060 Bertem, Bosstraat 161, sectie A nr 168k onder volgende voorwaarden:

         De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de verbouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.

 

Artikel 3:

Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Overzicht punten

Zitting van 19 april 2021

 

BEBLOEMING BERTEM 2021-2024. GUNNING OPDRACHT TD865.9-482.

 

Voorgeschiedenis

  • Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 22 maart 2021 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming, uit te nodigen kandidaten en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
  • Opening van de offertes door het college van burgemeester en schepenen op 12 april 2021.

 

Feiten en context

  • In het kader van de opdracht “Bebloeming Bertem 2021-2024” werd op 17 maart 2021 een bestek met nr. TD865.9-482 opgesteld door de dienst openbare werken.
  • Deze opdracht is als volgt opgedeeld:
    • Basisopdracht (Bebloeming Bertem 2021-2024), raming: 18 435 euro excl. btw of 20 464,35 euro incl. btw;
    • Verlenging 1 (Bebloeming Bertem 2021-2024), raming: 18 435 euro excl. btw of 20 464,35 euro incl. btw;
    • Verlenging 2 (Bebloeming Bertem 2021-2024), raming: 18 435 euro excl. btw of 20 464,35 euro incl. btw;
    • Verlenging 3 (Bebloeming Bertem 2021-2024), raming: 18 435 euro excl. btw of 20 464,35 euro incl. btw.
  • De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 73 740 euro excl. btw of 81 857,40 euro incl. btw.

         De volgende kandidaten werden uitgenodigd:

  • SIGNCO BVBA, Jozef De Blockstraat 74 te 2830 Willebroek;
  • Monteflores, Merksplassebaan  100 te 2390 Malle;
  • Plantenkwekerij Sint-Jansberg, Sint-Jansberg 62A te 3680 Maaseik;
  • Michiels bvba, Mussepi 19 te 2860 Sint-Katelijne-Waver.
  • De offertes dienden het bestuur ten laatste op 7 april 2021 om 11.00 uur te bereiken.
  • Er werd 1 offerte ontvangen van SIGNCO BVBA, Jozef De Blockstraat 74 te 2830 Willebroek (18 435 euro excl. btw of 20 464,35 euro incl. btw).
  • De verbintenistermijn van 120 kalenderdagen eindigt op 5 augustus 2021.

 

Juridische gronden

  • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
  • Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
  • De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies.
  • De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 139 000 euro niet) en artikel 57 en artikel 43.
  • Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.
  • Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
  • Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
  • Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
  • Besluit van de gemeenteraad van 28 april 2020 over de vaststelling van het begrip dagelijks bestuur.

 

Adviezen

  • De financieel directeur verleende een visum op 15 april 2021.

 

Argumentatie

De dienst openbare werken stelde op 14 april 2021 het verslag van nazicht van de offertes op.

De dienst openbare werken stelt voor om, rekening houdende met het voorgaande, de basisopdracht te gunnen (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding) aan de enige inschrijver, zijnde SIGNCO BVBA, Jozef De Blockstraat 74 te 2830 Willebroek, tegen de eenheidsprijzen vermeld in de offerte van deze inschrijver.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde uitgave

614720/0119-01 (actie 57)

€ 80 000 (4 jaren)

 

€ 80 000 (4 jaren)

€ 20 464,35 (1 jaar)

 

 

Bijlagen

  • 2021_04_14_Verslag van nazicht van de offertes

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Goedkeuring wordt verleend aan het verslag van nazicht van de offertes van 14 april 2021, opgesteld door de dienst openbare werken.

 

Artikel 2:

Het verslag van nazicht van de offertes in bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.

 

Artikel 3:

De basisopdracht wordt gegund aan de firma met de enige offerte (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde SIGNCO BVBA, Jozef De Blockstraat 74 te 2830 Willebroek, tegen de eenheidsprijzen vermeld in de offerte van deze inschrijver. De verlengingen worden mogelijks gegund tegen dezelfde voorwaarden als de basisopdracht.

 

Artikel 4:

De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. TD865.9-482 van 17 maart 2021.

 

Artikel 5:

De betaling zal gebeuren met het krediet ingeschreven in het exploitatiebudget op budgetcode 614720/0119-01 (actie 57).

 

 

 

 

Publicatiedatum: 26/04/2021
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.