Zitting van 2 maart 2020
ZITTINGEN CBS. GOEDKEURING NOTULEN VORIGE ZITTING.
Juridische grond
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college keurt de notulen van de zitting van 24 februari 2020 goed.
Zitting van 2 maart 2020
CONTRACTEN. GOEDKEURING BESTELBONS.
Juridische gronden
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Adviezen
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college keurt de bestelbons goed van nr. 2020/70 tot en met nr. 2020/85 voor een totaal bedrag van 7808,87 euro.
Zitting van 2 maart 2020
INKOMENDE FACTUREN. GOEDKEURING FACTUREN.
Juridische gronden
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Dit besluit legt de bestelprocedures vast conform de wet op de overheidsopdrachten.
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college keurt de volgende facturen goed: nr. 2019/4469 tot en met nr. 2019/4846 voor een totaal bedrag van 346 171,57 euro en nr. 2020/205 tot en met nr. 2020/334 voor een totaal bedrag van 168 111,48 euro.
Zitting van 2 maart 2020
PATRONALE LASTEN. GOEDKEURING VAN HET CONTRACT MET FIABILIS.
Voorgeschiedenis
• E-mail van Fiabilis van 4 februari 2020 over het recupereren van teveel betaalde patronale lasten
Feiten en context
• Fiabilis is een consultancybureau gespecialiseerd in het analyseren van de payroll en adviesverlening in het kader van de loonadministratie. Het bedrijf gaf aan de diensten financiën en HRM een presentatie over haar werking en meer specifiek over de diensten die zij kunnen leveren inzake de optimalisatie van RSZ-bijdragen.
Juridische gronden
• Titel 2, hoofdstuk IV, Afdeling 3, §3 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens
De verwerking door een verwerker wordt geregeld in een overeenkomst of andere rechtshandeling die de verwerker ten aanzien van de verwerkingsverantwoordelijke bindt, en waarin het onderwerpen de duur van de verwerking, de aard en het doel van de verwerking, het type persoonsgegevens en de categorieën van betrokkenen, en de rechten en verplichtingen van de verwerkingsverantwoordelijke worden omschreven.
• Artikel 56, §3, 4° en 5° van het decreet lokaal bestuur
Het college is bevoegd voor het vaststellen en het voeren van een plaatsingsprocedure van een overheidsopdracht die kadert in het dagelijks bestuur.
• Besluit van de gemeenteraad van 2 april 2013 houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.
Adviezen
• Positief advies van de dienst HRM.
• Op 7 februari 2020 werd advies gevraagd aan de functionaris voor gegevensbescherming over de verwerkingsovereenkomst. Zij verleende op 27 februari 2020 gunstig advies.
Argumentatie
Fiabilis focust zich vooral op de patronale lasten van bedrijven en overheden en in het bijzonder op de kortingen op deze lasten.
Fiabilis stelt vast dat werkgevers en hun HR-diensten niet altijd op de hoogte zijn van alle kortingen die de RSZ toekent op de patronale bijdragen, en op welke manier gebruik kan worden gemaakt van die kortingen. De kortingen waren in het verleden groter dan wat momenteel het geval is. De regelgever heeft immers de laatste jaren vele kortingen geschrapt. Maar aangezien de werkgevers, voor het regulariseren van de RSZ-bijdragen, drie jaar kunnen teruggaan, acht Fiabilis de kans reëel dat gemeente en OCMW, indien tijdig aangevraagd, nog optimalisaties kunnen realiseren.
Fiabilis garandeert dat de gerealiseerde optimalisaties binnen het wetgevend kader gebeuren. Daarnaast hanteert Fiabilis het 'No Cure No Pay'-principe. Na onderzoek en verwerking levert het bedrijf een rapport af met de mogelijke RSZ-optimalisaties. Pas op dat ogenblik beslist het bestuur al dan niet de RSZ-regularisaties aan te vragen. Indien het bestuur beslist geen regularisaties aan te vragen, zal Fiabilis niet factureren.
Indien het bestuur de RSZ-bijdragen wenst te regulariseren, zal Fiabilis dit uitvoeren. Pas vanaf het ogenblik dat de RSZ effectief terugbetaalt of de regularisaties in mindering brengt op de huidige RSZ-bijdragen, zal Fiabilis zijn fee factureren. De fee, gebaseerd op het aantal personeelsleden van gemeente en OCMW-Bertem, bedraagt 40% op de effectief gerealiseerde besparingen.
Het bedrijf bevestigt dat, indien meerdere gemeenten samen in het dienstverleningscontract instappen, de fee kan verlagen naar 35%.
De gemeente Bertem wenst, samen met Tervuren en Huldenberg, in het project in te stappen, waardoor de fee 35% bedraagt.
Fiabilis vraagt enkel een DMFA-toegang, zodat het bedrijf de personeelsgegevens van de betrokken besturen kan raadplegen. De workload voor de interne diensten is dus minimaal.
Financiële gevolgen
Registratiesleutel | Budgettair krediet | Beschikbaar | Geraamde uitgave |
2020/GBB/0119-02/613203/ Gemeente | € 15 000 | € 7927,50 |
|
Dit krediet zal bij verschuiving verhoogd worden door middel van verlagingen van de uitgavenkredieten met betrekking tot de RSZ-bijdragen op basis van de gerealiseerde optimalisaties.
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Onder voorbehoud dat deze opdracht aan Fiabilis in overeenstemming is met de wet over de overheidsopdrachten, keurt het college het dienstverleningscontract met Fiabilis goed voor een periode van drie jaar, waarbij de basishonoraria worden berekend op 35% van de gerealiseerde besparingen en terugbetalingen, voorgesteld in het rapport van of een actie uitgevoerd door Fiabilis.
Artikel 2:
De gemeente Bertem zal dit contract aangaan in samenwerking met de gemeenten Huldenberg en Tervuren.
Artikel 3:
De gemeente Bertem wordt gemandateerd op te treden namens het OCMW van Bertem voor het aangaan van het dienstverleningscontract.
Zitting van 2 maart 2020
TREKTOCHTEN. KENNISNAME KLEINE EN GROTE TREKTOCHT 2020.
Mededeling
GROTE TREKTOCHT:
Bestemming :Italië (Pustertal Dolomieten) afstappen in de buurt van Mulbach
Vervoer: met bus(sen)
Vertrek: vrijdag 3 juli rond 19 uur
Terug in Bertem: zondag 12 juli rond de middag
Infoavond: 5 maart 2020
Prijs: 370 euro (Bertem) – 440 euro (niet Bertem) korting 30 euro vanaf tweede persoon zelfde gezin
KLEINE TREKTOCHT:
Bestemming: Ardennen (Fraiture - La Roche – Houffalize)
Vervoer: met bus(sen)
Vertrek: woensdag 26 augustus om 8.30 uur
Terug in Bertem: zondag 30 augustus in de late namiddag
Infoavond: 18 maart 2020
Prijs: 105 euro (Bertem) – 120 euro (niet Bertem) korting 15 euro vanaf tweede persoon zelfde gezin
Zitting van 2 maart 2020
BUITENSPEELDAG. KENNISNAME PROGRAMMA.
Mededeling
Op woensdag 22 april 2020 neemt de gemeente Bertem voor de tweede maal deel aan de buitenspeeldag. Deze gaat door op de terreinen aan de jeugdlokalen van Korbeek-Dijle en het atletiekpark. De dienst vrije tijd en evenementen wilt dit jaar vooral het accent leggen op bewegen. Buiten de eigen spelmogelijkheden (opblaasbaar voetbalveld, bumball, volksspelen enz.) heeft de dienst bij Sport Vlaanderen een aantal nieuwe dingen aangevraagd (kanjan, panna voetbal, krolf, fijnslang). Deze materialen ontlenen, is gratis. Verder is er 4 x 20 minuten dans voorzien op een springpodium. Prijs is gevraagd voor een aantal springkastelen. Het juiste programma wordt samengesteld op de vergadering van dinsdag 3 maart 2020 met de Chiro's.
De kantine wordt gebruikt om iets te drinken aan te bieden en eventueel iets om te eten (bv. pannenkoeken).
Er is geen apart budget voorzien voor deze activiteit.
Budget: BI 0741-02 Overige jeugdactiviteiten /643700 organisatie recepties&evenementen.
Aankondiging/promotie:
• Info Bertem
• nieuwsbrief
• website
• een folder in de drie scholen.
Zitting van 2 maart 2020
JEUGD. OPRICHTING INFORMELE KINDERGEMEENTERAAD.
Motivering
Naar aanleiding van de opendeurdag waarbij onze jongste inwoners konden kennismaken en poseren met de burgemeester zal binnenkort een kinderburgemeester geloot worden uit de ingediende foto's. Deze eerste kinderburgemeester zal tot en met augustus 2020 samen met de burgemeester een aantal officiële plechtigheden bijwonen om zo de jeugd van onze gemeente te vertegenwoordigen.
Om deze actie bij te treden, wil het gemeentebestuur een informele kindergemeenteraad oprichten. Vanaf september 2020 worden dan een nieuwe kinderburgemeester, schepenen en raadsleden voor een volledig schooljaar verkozen. We werken hiervoor samen met de drie Bertemse scholen. De gemeente wil ook kinderen de kans geven om hun zegje te doen. In de nieuwe kindergemeenteraad zullen thema's zoals jeugd, cultuur, leefmilieu... aan bod komen. Deze onderwerpen zullen de kinderen zelf beoordelen en erover adviseren.
Bespreking
Het schepencollege neemt kennis van de oprichting van een informele kindergemeenteraad.
Er zal een opstartvergadering gehouden worden met de betrokken partijen zoals de dienst vrije tijd, de schepen van jeugd, de schepen van onderwijs, de Bertemse scholen...
Tijdens de opstartvergadering zal een stappenplan opgemaakt worden en een afsprakennota over de werking van de kindergemeenteraad.
Zitting van 2 maart 2020
VERENIGINGEN. AANVRAAG ERKENNING VERENIGING CATTITUDE.
Voorgeschiedenis
Juridische gronden
Argumentatie
Bij hun eerste aanvraag tot erkenning als Bertemse vereniging voldeed Cattitude niet aan alle erkenningsvoorwaarden omdat de meerderheid van de bestuursleden van de vereniging buiten Bertem woonde.
Op dit ogenblik voldoet de vereniging wel aan alle erkenningsvoorwaarden zoals bepaald in hoofdstuk II van het reglement erkenning Bertemse verenigingen:
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college van burgemeester en schepenen erkent Cattitude als nieuwe Bertemse vereniging omdat de vereniging voldoet aan alle erkenningsvoorwaarden.
Zitting van 2 maart 2020
VERHUUR VOERTUIGEN MET BESTUURDER. VERHOGING AANTAL VERHUURVOERTUIGEN MET BESTUURDER BRUSSELS LIMOUSINE SERVICES BVBA.
Voorgeschiedenis
Feiten en context
Juridische gronden
Financiële gevolgen
Registratiesleutel | Budgettair krediet | Geraamde inkomsten |
1419/001/001/001/001 73415000/0020 | 4000 euro | 357,99 euro |
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college beslist dat de exploitant Brussels Limousine Services bvba met:
- maatschappelijke- en exploitatiezetel op de Tervuursesteenweg 545 te 3061 Leefdaal
- ondernemingsnummer BE 0462.938.636
onder de voorwaarden van de hierboven vermelde wettelijke bepalingen en binnen de verleende vergunning (CBS 18/11/2019) wordt gemachtigd om 1 extra voertuig in te zetten bij de exploitatie van een dienst voor het verhuren van voertuigen met bestuurder op het grondgebied van de gemeente Bertem.
Artikel 2:
Het voertuig heeft als herkenningsteken VVB-0051.
Artikel 3:
De exploitant moet jaarlijks een gemeentebelasting betalen voor het verhuren van voertuigen met bestuurder ten belope van 357,99 euro (geïndexeerd, 2020) per voertuig.
Artikel 4:
De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat wordt opgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college.
Artikel 5:
De toepasselijke minimum tarieven zijn:
- basistarief voor de eerste drie uur: 150 euro
- extra tarieven: 1 euro/km.
Zitting van 2 maart 2020
OPTIMALISATIE OS DORPSTRAAT. GOEDKEURING VORDERINGSSTAAT 3 DEEL BERTEM (NIHILSTAAT).
Voorgeschiedenis
Feiten en context
Juridische gronden
Argumentatie
De ontwerper Evolta stelde op 27 januari 2020 een proces-verbaal op van vaststelling van de vordering der werken nr. 3 voor het deel Bertem (nihilstaat). Het pv werd ontvangen op 7 februari 2020.
Financiële gevolgen
Registratiesleutel | Budgettair krediet | Beschikbaar | Geraamde uitgave |
0200-00/224507 | € 16 000 | € 16 000 | € 0 |
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Goedkeuring wordt verleend aan vorderingsstaat 3 (nihilstaat) van DSV nv, Terheidelaan 69 te 3200 Aarschot voor de opdracht 'Bertem - Optimalisatie OS Dorpstraat' voor een bedrag van 0 euro voor de gemeente Bertem.
Zitting van 2 maart 2020
BRANDKRANEN. CONTROLE EN ONDERHOUD VAN BRANDKRANEN EN HUN SIGNALISATIE. GOEDKEURING LASTVOORWAARDEN EN UIT TE NODIGEN FIRMA'S.
Feiten en context
• De gemeente is krachtens het ministerieel rondschrijven van 14 oktober 1975 wettelijk belast met de zorg voor een adequate bluswatervoorziening
• In het kader van de opdracht “Nazicht en onderhoud van brandkranen en hun signalisatie” werd een bestek met nr. TD834/461 opgesteld door de dienst openbare werken.
• De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 11 694,21 euro excl. btw of 14 149,99 euro incl. 21% btw per jaar.
• De opdracht zal worden afgesloten voor een duur van 4 jaar.
• Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
• Als limietdatum voor het indienen van de offertes wordt 19 maart 2020 om 15.00 uur voorgesteld.
Juridische gronden
• Ministerieel rondschrijven van 14 oktober 1975 betreffende de watervoorraden voor het blussen van branden.
• De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
• Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
• De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
• De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 89, § 1, 2° (het geraamde bedrag excl. btw bereikt de drempel van 750 000 euro niet).
• Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
• Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, § 3, 5°, waarbij wordt bepaald dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur.
• Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
• Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Argumentatie
De gemeente is belast met de zorg voor een adequate bluswatervoorziening. Om de continuïteit en de nazorg van de controle van de brandkranen en hun signalisatie te garanderen zal er samengewerkt worden met een externe partner die de gemeentelijke uitvoeringsbevoegdheid op zich neemt.
Financiële gevolgen
Registratiesleutel | Budgettair krediet | Beschikbaar | Geraamde uitgave |
BI 0119-01/614600 | € 5000 | € 4749,77 | € 14 149,99 - 2020 |
De uitgave voor deze opdracht is niet volledig voorzien in het exploitatiebudget van 2020. Er moet worden onderzocht als een kredietverschuiving mogelijk is na de rapportering van het budgetoverzicht van april 2020.
Bijlagen
• Bestek
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het bestek met nr. TD834/461 en de raming voor de opdracht “Nazicht en onderhoud van brandkranen en hun signalisatie”, opgesteld door de dienst openbare werken worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt 11 694,21 euro excl. btw of 14 149,99 euro incl. 21% btw per jaar.
Artikel 2:
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 3:
Volgende ondernemers worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:
• BLM VZW, Nieuwpoortlaan 25, Bus 2 te 3600 Genk;
• IGO DIV, De Vunt 17 te 3220 Holsbeek;
• VMW CVBA, Vooruitgangstraat 189 te 1030 Schaarbeek.
Artikel 4:
De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 19 maart 2020 om 15.00 uur.
Artikel 5:
De uitgave voor deze opdracht is niet volledig voorzien in het exploitatiebudget van 2020, op budgetcode 614600/0119-01 en in het budget van de volgende jaren.
Zitting van 2 maart 2020
RECHT VAN VOORKOOP. VOORKOOPRECHT WONING KRUISSTRAAT 41 TE 3061 BERTEM, AFD.3 SECTIE A NUMMER 78G.
Feiten en context
Juridische gronden
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college van burgemeester en schepenen wenst zijn voorkooprecht voor de woning Kruisstraat 41 te 3061 Bertem, afdeling 3 sectie A nummer 78g, niet uit te oefenen.
Zitting van 2 maart 2020
MILIEUMELDING. AKTENAME MELDING VAN BARGOENS COMM. V VOOR DE EXPLOITATIE VAN DE PROPAANGASTANK IN BERTEM, SECTIE B 193E.
Voorgeschiedenis
Feiten en context
Juridische gronden
Niemand mag zonder voorafgaande meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan meldingsplicht uitvoeren, exploiteren of een meldingsplichtige verandering eraan doen.
De melding gebeurt via het formulier en de in het formulier aangewezen addenda uit het addendabibliotheek.
De melding van een meldingsplichtige exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die onlosmakelijk verbonden is met stedenbouwkundige handelingen van een onroerend goed.
Adviezen
Argumentatie
Het betreft hier een melding klasse 3, niet verbonden aan een inrichting klasse 2 of 1. Conform art. 4.1.1.1. van Vlarem II moet de inplantingsplaats verenigbaar zijn met de algemene en aanvullende stedenbouwkundige voorschriften zoals vastgesteld in het goedgekeurde gewestplan of een ruimtelijk uitvoeringsplan of in een ander plan van aanleg.
De inrichting is gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied volgens het gewestplan Leuven.
Het project omvat enkel de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit en geen meldings- of vergunningsplichtige stedenbouwkundige handelingen.
De aangevraagde rubriek behoort tot klasse 3.
De propaangastank zal geplaatst worden naast biologisch zeer waardevol gebied.
De exploitatie is niet gelegen in overstromingsgevoelig gebied.
Conform de bepalingen in Vlarem II is er voor de aangevraagde inrichting geen verplichting tot aanleg van een groenscherm.
Voor de aangevraagde inrichting zijn er in Vlarem II wel specifieke verbods- en afstandsregels t.o.v. bepaalde zones of gebieden opgenomen maar hieraan wordt voldaan.
De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.
Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
Er worden geen bijkomende verhardingen voorzien in het kader van deze melding. De aanwezige afvoerinfrastructuur voor hemelwater zal niet gewijzigd worden.
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college van burgemeester en schepenen stelt vast dat het aanvraagdossier OMV2020004153 (T874-1-2020.4), volledig en ontvankelijk is en neemt dus akte van de aanvraag van de omgevingsvergunningsmelding voor een ingedeelde inrichting of activiteit milieu, ingediend door Bargoens Comm.V, Koppelstraat 37 te 3060 Bertem, voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit gelegen, Koppelstraat 41 te 3060 Bertem kadastraal gekend als 24009B193E, voor volgende ingedeelde inrichting of activiteit:
Rubriek 17.1.2.2.1°: opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs, uitgezonderd de opslagplaatsen van drukvaten die deel uitmaken van compressoren, en uitgezonderd buffervaten (reserve aan koelmiddel in een opslagtank waarvan de afnameleiding afgesloten is van het koelcircuit, is wel ingedeeld), met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen tot en met 3000 liter: bovengrondse propaangastank met een inhoud van 2700 liter.
Artikel 2:
De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.
Artikel 3:
De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende milieuvoorwaarden:
1. De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
hoofdstukken 4.1, 4.7 en 4.9 | Algemene milieuvoorwaarden - algemeen |
hoofdstuk 4.5 met bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6 | Algemene milieuvoorwaarden - geluid |
hoofdstukken 4.4 en 4.10 met bijlagen 4.4.1, 4.4.2, 4.4.3, 4.4.4, 4.4.5, 4.4.6, 4.4.7.1 en 4.4.7.2. | Algemene milieuvoorwaarden - lucht |
hoofdstuk 4.2 met bijlagen 2.3.1, 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4 | Algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater |
hoofdstuk 4.3 | Algemene milieuvoorwaarden – bodem- en grondwaterverontreiniging |
hoofdstuk 5.17 | Sectorale milieuvoorwaarden – opslag van gevaarlijke stoffen |
De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Deze opsomming is louter indicatief. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be
2. De volgende bijzondere milieuvoorwaarden: /
Zitting van 2 maart 2020
OMGEVINGSVERGUNNING MEZENSTRAAT 94. AANVRAAG INGRID VAN EYCKEN VOOR HET BEPERKT VELLEN VAN BOMEN IN 3061 LEEFDAAL, MEZENSTRAAT 94, SECTIE B NR 272Y4.
VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR
Voorgeschiedenis
• Op 22 januari 2020 heeft Ingrid Van Eycken een aanvraag ingediend voor het vellen van bomen in 3061 Leefdaal, Mezenstraat 94, sectie B nr 272y4.
• Op 3 februari 2020 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.
Feiten en context
• Het goed is gelegen in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Meergezinswoningen', definitief goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 juni 2018.
• Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg van de plaats, gebaseerd op de voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
• De bomen zijn volgens het gewestplan Leuven gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
• Het perceel is gelegen op het kruispunt van de Tervuursesteenweg en de Mezenstraat.
De omgeving wordt gekenmerkt door woningen en gebouwen in verschillende verschijningsvormen. De statige villa "De Keyn" is een begrip in Leefdaal en ligt centraal in een klein park dat goed bewaard en onderhouden is.
De bomen liggen aan de rand van het eigendom tegen de grens met de Tervuursesteenweg.
Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.
• Het voorstel omvat het kappen van 5 bomen.
• Watertoets
Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
Juridische gronden
• Koninklijk besluit van 28 december 1972
Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.
• Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven
Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.
• De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen
Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.
• Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003
Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is van toepassing op de aanvraag.
• Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.
De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.
• Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004
Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.
• Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009
º Artikel 1.1.4.
De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.
• De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.
Deze verordening is niet van toepassing op de aanvraag.
• Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
º artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen
º Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.
• De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014
De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.
• Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst
• Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.
• Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 25 oktober 2016 betreffende het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.
Adviezen
• Openbaar onderzoek
De aanvraag diende niet openbaar gemaakt te worden.
• Externe adviezen
1. Het Agentschap voor Natuur en Bos heeft op 4 februari 2020 een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht.
"BETREFT: Aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting.
Onderwerp
Vellen van bomen
Datum van ontvangst
4 februari 2020
Situering
Kadaster Bertem, afd. 3, sectie B, nr. 272 Y 4
Adres Mezenstraat 94, Leefdaal
Aanvrager
Naam Ingrid Van Eycken
Adres Mezenstraat 94, Leefdaal
Ruimtelijke bestemming
Woongebied en agrarisch gebied volgens het gewestplan. De te kappen bomen staan in het woongebied volgens gewestplan.
Beschermingsstatus
n.v.t.
Rechtsgrond
Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving:
º Artikel 35 § 2 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
º Artikel 38/3 Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Beoordeling
Bij het beoordelen van de vergunningsaanvraag en het nemen van de beslissing over de omgevingsvergunning, moet de vergunningverlenende overheid steeds rekening houden met de zorgplicht en het tegengaan van onvermijdbare schade (artikel 14 en 16 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu).
Om aan de zorgplicht te voldoen, moet men de natuurwaarden die mogelijk aangetast worden bij het uitvoeren van de geplande activiteiten herstellen. Dit kan bijvoorbeeld door vervangen of herstellen van kleine landschapselementen of het heraanplanten van bomen of lijnbeplantingen.
Het Agentschap voor Natuur en Bos maakt voor vergunningen in agrarische gebieden zelf geen inschatting meer van de impact op natuurwaarden.
De vergunningverlener moet zelf verifiëren of minimum aan de zorgplicht wordt voldaan en er geen vermijdbare schade is.
Indien aan de bovenstaande bepalingen wordt voldaan, geeft het Agentschap voor Natuur en Bos gunstig advies.
Om correct af te wegen of de natuurwaarden door de geplande activiteit in het gedrang komen en om na te gaan of aan de zorgplicht wordt voldaan, kan men beroep doen op de online helpdesk van het Agentschap voor Natuur en Bos.
De helpdesk beschrijft mogelijke maatregelen die men in een vergunning kan opnemen.
Thema’s die in de helpdesk aan bod komen zijn:
º Kappen van bomen, dreven en/of houtkanten
º Acuut gevaar
º Hoogstamboomgaarden
º (her)aanleggen van een poel
º Reliëfwijzigingen
º Oprichten van gebouwen en verhardingen
º Begrippen
U kunt de helpdesk terugvinden via deze link: www.natuurenbos.be/helpdesk.
Tot slot willen we nog de aandacht vestigen op een algemene maatregel, die voor elke vergunning van toepassing is:
“Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit).
Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men grondig nagaan - vóór men start met de werken – dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden.
Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen moet men na gaan vóór de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos”.
Het Agentschap voor Natuur en Bos wenst een afschrift van de beslissing over de vergunningsaanvraag te ontvangen."
2. Het Agentschap Wegen en Verkeer heeft op 6 februari 2020 een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht.
"Hierbij stuur ik u het advies van mijn afdeling. Gelieve mij een afschrift van de beslissing toe te sturen.
De vergunning kan verleend worden onder de hiernavolgende bijzondere voorwaarden en de algemene voorwaarden (als bijlage):
BIJZONDERE VOORWAARDEN
1. Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N0030001 van 17.9 +2 tot 17.9 +59):
º de rooilijn ligt op 13 meter uit de as van de baan, volgens plan K1291 (KB 30/08/1962).
º de zone van achteruitbouw bedraagt 8 meter.
º de minimaal te respecteren bouwlijn ligt op 21 m uit de as van de baan, volgens plan K1291 (KB 30/08/1962).
Publiciteit:
- geen
2. Geen andere werken dan deze in de aanvraag vervat en op het bijgevoegde plan aangeduid zullen aan dit gebouw worden uitgevoerd. Dit is het vellen van bomen.
De juiste plaatsing van de constructie of de aard van de verbouwing aan de constructie kan het voorwerp uitmaken van aanvullende voorwaarden van de gemachtigde ambtenaar van het Agentschap R-O Vlaanderen.
3. Voor het vellen van de bomen dient de aanvrager na te gaan bij de gemeente en bij Agentschap Natuur en Bos welke vergunningen er nodig zijn voor het uitvoeren van deze werken.
Besluit
Om deze redenen adviseert het Agentschap Wegen en Verkeer GUNSTIG betreffende voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met de algemene en de bijzondere voorwaarden."
Argumentatie
Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens artikel 4.3.1 van deze codex.
Functionele inpasbaarheid
Het voorstel is in overeenstemming met de bestemmingsvoorschriften gevoegd bij het gewestplan Leuven.
Mobiliteitsimpact
Niet van toepassing op de aanvraag.
Schaal
Niet van toepassing op de aanvraag.
Ruimtegebruik en bouwdichtheid
Niet van toepassing op de aanvraag.
Visueel-vormelijke elementen
Deze bomen staan langsheen de Tervuursesteenweg. Door de achterliggende beplanting zal het straatbeeld niet of nauwelijks wijzigen.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing op de aanvraag.
Reliëf
Niet van toepassing op de aanvraag.
Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Deze bomen zijn aangetast door ziekte en vormen een gevaar voor de bewoners en de weggebruikers. Door het opleggen van een heraanplant kan voldaan worden aan de zorgplicht.
Conclusie
Het voorgestelde project is planologisch en stedenbouwkundig architecturaal verantwoord.
Advies en voorwaarden
De gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om de vergunning te verlenen onder volgende voorwaarden:
• De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.
• De gekapte bomen moeten vervangen worden door streekeigen bomen die aangeplant worden in het eerstvolgende plantseizoen volgend op de kapping. Deze nieuwe aanplant moet gebeuren op minimum 15 m uit de as van de Tervuursesteenweg.
• de voorwaarden opgelegd in het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos van 4 februari 2020 moeten strikt worden nageleefd
• de voorwaarden opgelegd in het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer van 6 februari 2020 moeten strikt worden nageleefd.
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.
Artikel 2:
Het college levert een vergunning af aan Ingrid Van Eycken voor het vellen van 5 bomen in 3061 Leefdaal, Mezenstraat 94, sectie B nr 272y4 onder volgende voorwaarden:
• De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.
• De gekapte bomen moeten vervangen worden door streekeigen bomen die aangeplant worden in het eerstvolgende plantseizoen volgend op de kapping. Deze nieuwe aanplant moet gebeuren op minimum 15 m uit de as van de Tervuursesteenweg.
• de voorwaarden opgelegd in het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos van 4 februari 2020 moeten strikt worden nageleefd
• de voorwaarden opgelegd in het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer van 6 februari 2020 moeten strikt worden nageleefd.
Artikel 3:
Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager, het Agentschap voor Natuur en Bos en het Agentschap Wegen en Verkeer.
Zitting van 2 maart 2020
OMGEVINGSVERGUNNING FR. DOTTERMANSSTRAAT 33. AANVRAAG GOMAC INVEST VOOR HET BOUWEN VAN APPARTEMENTEN NA SLOPEN BESTAANDE GEBOUWEN IN 3060 BERTEM, FR. DOTTERMANSSTRAAT 33, SECTIE C NR 217P EN 217R.
VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR
Voorgeschiedenis
• Op 11 oktober 2019 heeft GOMAC Invest een aanvraag ingediend voor het bouwen van appartementen na slopen bestaande gebouwen in 3060 Bertem, Fr. Dottermansstraat 33, sectie C nr 217p en 217r.
• Op 18 november 2019 werd de gevraagde extra informatie ontvangen.
• Op 3 december 2019 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.
Feiten en context
• De bouwplaats is gelegen in het RUP Centrum, goedgekeurd door de deputatie van Vlaams-Brabant op 9 juli 2009. Na publicatie in het Belgisch Staatsblad heeft een RUP verordenende kracht. Het RUP 'Centrum' is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 2 september 2009.
Het bouwperceel heeft als algemene bestemming: zone voor gesloten en halfopen bebouwing. Meergezinswoningen zijn op die plaats toegelaten.
De aanvraag is hiermee in overeenstemming.
De aanvraag wijkt af van de voorschriften van het RUP voor:
º dakvorm
º kroonlijsthoogte
• De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
• De bouwplaats is gelegen langsheen de Fr. Dottermansstraat.
Het bouwperceel ligt in het centrum van Bertem. De omgeving wordt gekenmerkt door een dichte bebouwing in verschillende verschijningsvormen. Het overgrote deel zijn residentiële een- en meergezinswoningen afgewisseld met enkele handelspanden.
Op het bouwperceel staan een woning en een paar bijgebouwen. Het perceel ligt in helling van links naar rechts.
Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.
• Het voorstel omvat het oprichten van een woongebouw met 9 appartementen met een ondergrondse parkeergarage.
Deze parkeerkelder beschikt over één gemeenschappelijke inrit die zich aan de linkerkant van het gebouw bevindt. Het bovengrondse gebouw bestaat op de gelijkvloerse verdieping uit 4 appartementen. Op de twee hoger gelegen verdiepingen situeren zich in totaal nog 5 appartementen: 3 op de eerste verdieping en 2 op de tweede verdieping.
Het bouwvolume in gesloten bebouwing heeft een totale diepte van 19 m. Aan de linkerzijkant is er een insprong achteraan over 3 m breedte waardoor hier de maximum diepte maar 15 m is. De achtergevel van verdieping 1 en 2 ligt op 12 m. De kroonlijsthoogte zit 6,05 m boven de nieuwe nulpas en de nok op 13,30 m. Het dak is als hellend dak ingericht met een helling van 50°.
De appartementen hebben een oppervlakte van 80 - 128 m² met steeds een privéterras van minimaal 9 m². De circulatie in het gebouw gebeurt via één stijgkern met een lift en een buitentrap.
Ondergronds worden 13 parkeerplaatsen (1 voor mindervaliden) voorzien, alsook de bergingen en voldoende ruimte voor het stallen van 27 fietsen.
• Watertoets
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijke effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd het watertoetsinstrument op internet doorlopen. De resultaten worden als bijlage toegevoegd. Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Het ontwerp voorziet in een regenwaterput van 10 000 liter en een bijkomende infiltratieinrichting van 15 000 liter zodat aan de verordening voldaan wordt. Onder deze voorwaarden is het ontwerp verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
• Bestemming volgens de rioleringsinfrastructuur zoneringsplannen
Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in het centraal gebied.
Juridische gronden
• Koninklijk besluit van 28 december 1972
Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.
• Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven
Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.
• De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen
Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.
• Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003
Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is niet van toepassing op de aanvraag.
• Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.
De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.
• Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004
Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.
• Artikel 2 §6 van het besluit van de Vlaamse regering van 10 december 2004 over de vaststelling van de categorieën onderworpen aan milieueffectrapportage en latere wijzigingen (MER-besluit). Dit artikel bepaalt de projecten waarvoor een project MER-screeningsnota dient opgesteld te worden.
• Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009
º Artikel 1.1.4.
De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.
º Artikel 4.4.1
§1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.
Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:
1° de bestemming;
2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;
3° het aantal bouwlagen.
• De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening.
• Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
º artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen
º Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.
• De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014
De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.
• Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst
• Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.
Adviezen
• Openbaar onderzoek
De aanvraag werd van 13 december 2019 tot 11 januari 2020 openbaar gemaakt volgens de regels vermeld in het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
Er werden 4 klachten ingediend.
Dezelfde opmerkingen uit verschillende bezwaarschriften worden samengevoegd en gelijktijdig behandeld en beoordeeld.
Bespreking van de klachten
º Gebruik losweg
Niet akkoord dat, zoals de plannen aantonen, gebruikt gemaakt zou worden van de uitweg van huisnummer 29 en 31 voor de ontsluiting van de garages voor huisnummer 33. Dit recht van uitweg geldt voor lot 2, niet op het aanpalend perceel van Fr. Dottermansstraat 31.
In onze aankoopakte van 17 november 1995 van de woning lot 1 perceel 218c Fr. Dottermansstraat, 29, onder VI Bijzondere voorwaarden, is duidelijk bepaald dat het recht op de kosteloze uitweg van het lot 2 alleen slaat op het perceel 217l en 218c, zijnde het perceel waarop de woning nr. 29 staat over een lengte van 13,20m (zie plan). Dit recht van uitweg voor het lot 2 geldt niet op het aanpalend perceel van Fr. Dottermansstraat 31.
Bespreking
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid.
Er is ook geen enkel element in het dossier aanwezig dat erop wijst dat de toegangen tot het nieuwe gebouw gerealiseerd zouden worden via de erfdienstbaarheid. De parkeergarage en de verschillende appartementen en buitenzones zijn toegankelijk via de Fr. Dottermansstraat.
Besluit
Deze opmerkingen worden niet aanvaard.
º Uitvoering bouwwerken
Onze grootste bekommernis is dat er bij het uitgraven van de verdieping , waarin zich de garages bevinden, er voldoende rekening is gehouden met de stabiliteit van de bodem. Zodanig dat de betonplaat waarop onze woning is gebouwd niet zal kunnen verschuiven tijdens de werken.
Er worden ook vraagtekens geplaatst bij de bereikbaarheid van het achterliggend perceel tijdens en ook na de bouwwerken.
Bespreking
Het is duidelijk dat alle nodige maatregelen moeten genomen worden ter bescherming van de omliggende eigendommen en de bestaande elementen in de omgeving die een impact hebben op de verantwoorde organisatie van de werf. Deze opmerkingen zijn echter niet van stedenbouwkundige aard en zijn niet tegen het ontwerp gericht maar tegen de uitvoering ervan.
Besluit
Deze opmerkingen worden niet aanvaard.
º Boom in tuin
In de tuin staat een zeer grote spar, die heel veel licht wegneemt en veel vuil oplevert.
De boom staat heel dicht naar de huizen toe en staat ook dicht bij de nieuw te bouwen appartementen. Moest deze boom bij noodweer vallen of getroffen worden door blikseminslag, zou dat wel erge problemen kunnen veroorzaken .
Bespreking
Op het inplantingsplan van het nieuwe gebouw staat deze boom nog steeds vermeld. Dus wordt aangenomen dat het kappen niet voorzien is. Hij staat ook vrij centraal ten opzichten van de links en rechts aanpalende eigendommen.
Na de uitvoering van de bouwwerken is voor het kappen van deze boom echter geen vergunning meer nodig (vrijstellingsbesluit) waardoor de omwonenden zich tot de nieuwe eigenaar kunnen richten voor het eventueel verwijderen van deze spar.
Besluit
Deze opmerkingen worden niet aanvaard.
• Externe adviezen
1. De Watergroep bracht op 5 december 2019 een voorwaardelijk gunstig advies uit.
"Het betrokken perceel is gelegen binnen de beschermingszone III van de waterwinning van Egenhoven (Oost-West). De ligging binnen de beschermingszone van een waterwinning wil zeggen dat het betrokken perceel gelegen is in het voedingsgebied van een grondwaterwinning bestemd voor de openbare drinkwatervoorziening.
Naast de openbare drinkwatervoorziening is De Watergroep als eigenaar/exploitant eveneens belast met de bescherming van de grondwaterwinning tegen mogelijke verontreinigingen.
Ter bescherming van de waterwinning geeft De Watergroep een gunstig advies op deze aanvraag indien aan volgende voorwaarden voldaan wordt:
º Alle afbraakmaterialen, afkomstig van bestaande constructies, dienen conform de van toepassing zijnde wetgeving afgevoerd te worden.
º Omdat het betrokken perceel gelegen is binnen beschermingszone III van een waterwinning kunnen er geen afbraakmaterialen gebruikt worden voor het opvullen van de uitgegraven bodem. De vrije ruimte dient opgevuld te worden met niet-verontreinigde grond die volgens de Vlarebo-wetgeving voldoet aan de opgelegde normen vermeld in bijlage V van deze wetgeving.
º Er kunnen, nu of in de toekomst, geen activiteiten toegelaten worden op het betrokken perceel die volgens het Grondwaterdecreet, het Vlarem of andere van toepassing zijnde wetgeving verboden zijn binnen beschermingszone III van een waterwinning.
º De nodige voorzorgsmaatregelen dienen genomen te worden tijdens de werken, teneinde elk risico op verontreiniging van bodem en/of grondwater te voorkomen. Hiertoe zullen eventuele gevaarlijke producten op de werf altijd opgeslagen worden in een waterdichte en lekvrije inkuiping. Bovendien dient het overgieten en/of vullen van recipiënten met de nodige omzichtigheid te gebeuren teneinde het morsen te voorkomen. Machines met enig verlies van olie of brandstof dienen onmiddellijk van de werf verwijderd te worden en boven een opvanglade geplaatst te worden.
º Mochten er zich tijdens de werkzaamheden calamiteiten of verontreinigingen voordoen, dient De Watergroep hiervan onmiddellijk op de hoogte te worden gebracht (02/238 96 99 en op milieu@dewatergroep.be)."
2. De hulpverleningszone Vlaams-Brabant Oost bracht op 16 december 2019 een voorwaardelijk gunstig advies uit.
"Door de dienst ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Bertem werd op 3 december 2019 aan de zone Vlaams Brabant Oost, post Leuven, via het omgevingsloket het dossier OMV 2019126486 gezonden met de vraag advies inzake brandveiligheid te willen uitbrengen over vermeld project. Een deskundige brandpreventie bestudeerde de plannen:
- nummers: zie plannenlijst
- dossiernummer: 190049
- datum: -
Beschrijving gebouw:
Het project omvat de nieuwbouw van een meergezinswoning met ondergrondse parkeergarage.
Het gebouw omvat:
Kelder: parkeergarage met bijhorende bergingen (± 540m²)
Gelijkvloers: 4 appartementen
Eerste verdieping: 3 appartementen
Tweede verdieping: 2 appartementen
De gevel ter hoogte van de trappenhal en lift bestaat uit een open gevelbekleding.
De centrale verwarming werkt op gas. Elk appartement beschikt over een afzonderlijke verwarmingsinstallatie. Het vermogen van deze ketels is niet gekend.
In het gebouw is eveneens een ventilatiesysteem aanwezig.
Het betreft een laag gebouw, aangezien het hoogste vloerniveau zich op 6,14m bevindt.
Volgende brandpreventiemaatregelen worden voorzien:
- Wanden
o Woonentiteiten REI60
o Parkeergarage REI60 (onvoldoende)
- Brandwerende deuren
o Woonentiteiten EI130
o Bergingen EI130 (onvoldoende)
o Technische ruimtes EI130 (onvoldoende)
- Brandwerende verluchtingsrooster thv de bergingen
- Veiligheidsverlichting (onvolledig)
- Signalisatie
- Niveau-aanduiding in de trappenhal
- rookdetectoren
o Woonentiteiten
o Parkeergarage
- Alarmering (drukknop per bouwlaag)
- Blusmiddelen
o brandblussers
o haspels
- RWA in de parkeergarage conform NBN S21-208-2
In het gebouw is geen personeel tewerkgesteld.
De studie inzake brandvoorkoming en - bestrijding gebeurde op basis van:
1. De toepasselijke artikels van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (A.R.E.I): art. 271 en 104
http://www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=593
2. Het KB van 7 december 2016 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen (bijlagen 1; 2/1; 5/1; 7).
www.besafe.be
3. Decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 1 juni 2012 en latere wijzigingen houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders
www.wonenvlaanderen.be/rookmelders
4. De richtlijnen voor parkeergarages van netwerk brandweer zoals goedgekeurd op de Hoge Raad voor Brandveiligheid eind 2017.
https://oost-vlaams-brabant.hulpverleningszone.be/taken/wettelijke-brandpreventie-580/reglementering-1239
Rekening houdend met hoger vermelde reglementering vragen volgende punten om uw bijzondere aandacht bij de realisatie van het project:
Overeenkomstig basisnormen, Bijlage 2/1: lage gebouwen
1. In de kelder moet de toegang tot de lift afgesloten worden door een sas met wanden EI60 en zelfsluitende deuren EI130 (art.6). Als de oppervlakte van het sas kleiner is dan de oppervlakte van de liftkooi is de toegangsdeur tussen het compartiment en het sas een bij brand zelfsluitende deur EI130 bediend door een branddetectie-installatie die minstens het volgende omvat:
º een rookdetectie in de liftschacht;
º een rookdetectie in het compartiment in de omgeving van de toegangsdeur tot het sas.
2. Het gebouw is voorzien van een algemene en automatische branddetectie-installatie. Deze installatie is van het type totale bewaking die automatisch een aanduiding van de brandmelding en de plaats ervan geeft en waarvan de detectoren aangepast zijn aan de aanwezige risico's. De branddetectieinstallatie voldoet aan de norm NBN S 21-100-1&2 of aan elke andere regel van goede praktijk die een gelijkwaardig veiligheidsniveau garandeert.
Aangezien men gebruikt maakt van bij brand zelfsluitende deuren en de vluchtdeuren voorzien zijn van een elektrisch slot dient het gebouw voorzien te worden van een automatische branddetectie.
Aangezien dit een open traphal betreft en hier dus geen rookdetectoren kunnen voorzien worden, is het sterk aangeraden de detectoren in de appartementen eveneens aan te sluiten op de centrale.
3. In het gebouw moet minstens één snelblustoestel per verdiep van het type ABC-poeder (voorzien van het "BENOR"-label), beantwoordend aan NBN EN 3, met tenminste 6kg inhoud worden aangebracht. Dit toestel moet doelmatig gesignaleerd, gemakkelijk bereikbaar en oordeelkundig geplaatst worden. Het moet steeds in goede staat van werking en onderhoud verkeren en tenminste éénmaal per jaar door een bevoegde firma worden gecontroleerd (art.6.8).
4. Het gebouw moet voorzien worden van veiligheidsverlichting overeenkomstig de norm NBN EN 1838, NBN EN 60598-2-22 en NBN EN 50172. De evacuatiewegen, de lokalen toegankelijk voor het publiek, de keuken en de voornaamste stroomborden moeten voorzien worden van een degelijke veiligheidsverlichting die een voldoende lichtsterkte heeft om een gebouw veilig te ontruimen. De veiligheidsverlichting moet automatisch en onmiddellijk in werking treden bij het uitvallen van de gewone verlichting; zij moet minstens één uur zonder onderbreking kunnen functioneren. De veiligheidsverlichting moet minstens een lichtsterkte hebben van 1 lux ter hoogte van de grond in de as van de vluchtweg en 5 lux op gevaarlijke plaatsen (art.6.5).
De veiligheidsverlichting moet zich minstens op elk niveau van de trappenhal bevinden. Er dient minimaal een lichtsterkte van 1lux behaald worden in de evacuatiewegen.
5. De brandweerstand van de bouwelementen mag niet verminderd worden door allerhande doorvoeringen, zoals leidingen, buizen, kokers, uitzetvoegen van wanden e.d. en door eventuele openingen en constructies. De nodige beschermingsmiddelen dienen aangebracht om de vereiste brandweerstand te behouden (brandwerende kleppen, moffen,…). De bepalingen van bijlage 7 zijn van toepassing (art.3.1).
Bij controle door de brandweer dient men aan te tonen dat alle doorvoeren correct zijn afgewerkt.
6. De aëraulische installatie moet voldoen aan art.6.7.
De brandweerstand van de bouwelementen mag niet verminderd worden door doorvoeringen van luchtkanalen. Er dienen brandwerende kleppen aangebracht te worden om de vereiste brandweerstand te behouden.
Indien de ventilatiesystemen aangesloten worden op gemeenschappelijke aan- of afvoerkanalen dienen de nodige kleppen voorzien te worden.
7. De trappen hebben de volgende kenmerken (art.4.2.3):
º Evenals de overlopen hebben zij R 30 of zijn op dezelfde manier ontworpen als een betonplaat met R 30. Er wordt evenwel geen stabiliteit bij brand vereist voor de trappen en de overlopen die uitsluitend zijn samengesteld uit materialen van klasse A1 met een smelttemperatuur groter dan 727 °C (staal voldoet aan deze voorwaarde, aluminium en glas niet).
º Zij zijn aan beide zijden uitgerust met leuningen. Voor de trappen met een nuttige breedte, kleiner dan 1,20 m, is één leuning voldoende, voor zover er geen gevaar is voor het vallen;
º De aantrede van de treden is in elk punt ten minste 20 cm;
º De optrede van de treden mag niet meer dan 18 cm bedragen;
º Hun helling mag niet meer dan 75% bedragen (maximale hellingshoek 37°), vb. optrede is 18 cm en aantrede is 24 cm;
º Zij zijn van het “rechte” type. Maar, “wenteltrappen” worden toegestaan zo ze verdreven treden hebben en zo hun treden, naast de hiervoor vermelde vereisten met uitzondering van voornoemd punt 3, ten minste 24 cm aantrede hebben op de looplijn.
8. Wanneer verticale kokers door horizontale wanden dringen waarvoor een brandweerstand vereist is, geldt één van de volgende drie maatregelen:
1. de wanden van de verticale kokers hebben een brandweerstand EI 60. De valluiken en deurtjes hebben EI130. Zij hebben aan hun boveneind een degelijke verluchting. De vrije verluchtingsdoorsnede van de koker is ten minste gelijk aan 10% van de totale horizontale doorsnede van de koker met een minimum van 4 dm².
De vrije verluchtingsdoorsnede kan uitgerust worden met gemotoriseerde verluchtingskleppen waarvan de opening als volgt wordt bevolen:
▪ automatisch bij detectie van brand in een koker
▪ automatisch bij de detectie van een brand in het gebouw, indien dit uitgerust is met een algemene branddetectie-installatie;
▪ automatisch bij een defect aan de energiebron, de voeding of de bediening (toestel met positieve veiligheid);
▪ manueel via een bediening op een evacuatieniveau of op een bepaalde plaats in onderling overleg met de brandweer (art.5.1.5.)
Deze kokers mogen in de trappenhuizen gebouwd worden.
2. ter hoogte van de doorvoering bevindt zich een bouwelement met minstens de vereiste brandweerstand van de horizontale wand;
3. de wanden van de verticale kokers hebben EI 30. De valluiken en deurtjes EI130. De verticale kokers worden ter hoogte van elk compartiment onderbroken door horizontale schermen met de volgende kenmerken:
▪ zij bestaan uit een materiaal van klasse A1;
▪ zij beslaan de gehele ruimte tussen de leidingen;
▪ zij hebben EI 30.
In gevallen 2 en 3 moeten de kokers niet verlucht zijn (art. 5.1.5.1).
Een afvoerkanaal voor rookgassen dient steeds in een afgescheiden deel van de technische koker geplaatst worden. Deze afscheiding dient een brandweerstand EI30 te bezitten. (NBN B61-002)
9. De elektrische leidingen die installaties of toestellen voeden die bij brand absoluut in dienst moeten blijven, worden zodanig geplaatst dat de risico's van algehele buitendienststelling gespreid zijn. De bedoelde installaties of toestellen zijn (art.6.5):
º de veiligheidsverlichting en eventueel de vervangingsverlichting;
º de installaties voor melding, waarschuwing en alarm;
º de installaties voor rookafvoer;
º de waterpompen voor de brandbestrijding en eventueel de ledigingspompen;
º de liften bestemd voor de evacuatie van personen met beperkte mobiliteit bedoeld in punt 6.4.
Op hun tracé tot aan het compartiment waar de installatie zich bevindt, hebben de elektrische leidingen de volgende brandweerstand:
º ofwel een intrinsieke brandweerstand die minimaal
▪ PH 60 bedraagt volgens NBN EN 50200 voor leidingen waarvan de buitendiameter kleiner is dan of gelijk aan 20 mm en waarvan de doorsnede van de geleiders kleiner is dan of gelijk aan 2,5 mm²;
▪ Rf 1 h bedraagt volgens add. 3 van NBN 713-020 voor leidingen waarvan de buitendiameter groter is dan 20 mm of waarvan de doorsnede van de geleiders groter is dan 2,5 mm²;
º ofwel Rf 1 h, volgens add. 3 van NBN 713-020, voor leidingen zonder intrinsieke brandweerstand die in kokers zijn geplaatst.
10. De gasinstallatie moet voldoen aan art.6.6.
11. De brandwerende deuren moeten geattesteerd worden door het BENOR-ATG kenmerk of gelijkwaardig en dienen geplaatst te worden door een door ISIB gecertificeerde plaatser.
Een kopie van het plaatsingsattest afgeleverd door de plaatser aan de bouwheer moet worden voorgelegd.
Overeenkomstig basisnormen Bijlage 5/1: reactie bij brand van de materialen
12. De bezetting van het gebouw valt onder type 2: zelfredzame en slapende bezetters. Voor de vereisten inzake de reactie bij brand die van toepassing zijn op de bouwproducten die gebruikt worden voor de bekleding van verticale wanden, plafonds en vloeren dienen de respectievelijke tabellen van bijlage 5/1 gevolgd te worden.
13. De gevelbekledingen van de lage gebouwen hebben klasse D-s3,d1. Een maximum van 5% van de zichtbare oppervlakte van de gevels is niet onderworpen aan deze vereiste (art.6).
Deze eisen zijn van toepassing op de bouwproducten in hun uiteindelijke gebruiksvoorwaarden, men dient dus rekening te houden met de eventuele invloed van de onderliggende materiaallagen en de bevestigingswijze. Deze achterliggende lagen moeten niet in aanmerking genomen worden indien deze beschermd zijn door een plaatmateriaal met een toereikend brandbeschermingsvermogen (=K210)
14. De dakbekledingen hebben klasse Broof (t1) of zijn dakbekledingen die voldoen aan de eisen van het prestatiecriterium van een externe brand zonder test (MB van 21/11/2012) (art.8.1).
Aangezien een houten terras beschouwd wordt als een dakbedekking, moet dit eveneens de eigenschappen van de klasse Broof(t1) vertonen. Dit moet aangetoond worden door een classificatieverslag.
Overeenkomstig de richtlijnen voor parkeergarages
15. In de parkeergebouwen met een totale oppervlakte groter dan 250 m² (*) moeten maatregelen genomen om de verspreiding van rook te voorkomen.
Er wordt geopteerd om een RWA-installatie te voorzien. In de richtlijn “parkeergebouwen” staan de voorwaarden van een vereenvoudigd systeem, dewelke mag toegepast worden op dit gebouw.
16. De structurele elementen van het parkeergebouw hebben R120 en de vloeren van de parkeerbouwlagen en de hellingen hebben REI 120.
17. De wanden tussen het parkeergebouw en der rest vn het gebouw hebben EI60, en de verbinding tussen het parkeerbeouw en de rest van het gebouw wordt verzekerd:
º Ofwel door een sas met wanden EI60 en (bij brand) zelfsluitende deuren EI130
º Ofwel door een (bij brand) zelfsluitende deur EI160
Deze eis is van toepassing op de deur richting de trappenhal.
18. De binnenwanden van de in het compartiment aanwezige lokalen hebben dezelfde brandweerrstand als deze van het parkeercompartiment en de toegang geschiedt door:
º Ofwel een sas met wanden EI60 en (bij brand) zelfsluitende deuren EI130
º Ofwel door een (bij brand) zelfsluitende deur EI160
Deze eis is van toepassing op de deuren van de bergingen en technische lokalen
19. Elke parkeerbouwlaag moet over 2 uitgangen beschikken.
Aangezien de helling 10% overschrijdt kan deze niet aanvaard worden als vluchtweg. Men kan een trap voorzien in deze helling in de poort dient men eveneens een vluchtdeur te voorzien. Deze trap dient aan de voorwaarden van trappen te voldoen (zie punt 7).
Het volledige document ‘Richtlijn Parkeergebouwen’, en de verdere details omtrent praktische uitvoering, kan u raadplegen op de website van de hulpverleningszone Oost, Vlaams-Brabant.
Advies
º Er wordt een gunstig advies, inzake brandveiligheid, tot bouwen verleend indien aan hoger vermelde opmerkingen wordt voldaan.
Er dient extra aandacht besteed te worden aan punt 19.
º Dit advies is niet van beperkende aard op de bestaande voorschriften en bepalingen die van toepassing kunnen zijn. Tevens werd het verslag uitsluitend opgesteld in functie van de vaststellingen gedaan tijdens een controle van de plannen.
º Volgende attesten dienen overgemaakt te worden aan de brandweerdienst voor de ingebruikname van het gebouw:
▪ keuringsattest elektrische installatie (door erkend keuringsorganisme)
▪ keuringsattest gasinstallatie (door erkend keuringsorganisme of cerga-installateur)
• gasdichtheid
• conformiteitsonderzoek conform NBN D51-003 bij ingebruikname
▪ keuringsattest veiligheidsuitrustingen (door erkend keuringsorganisme)
• veiligheidsverlichting
• keuringsattest branddetectie conform NBN S21-100-1&2
• keuringsattest rook-en warmteafvoerinstallatie ondergrondse parking
▪ attesten van de gebruikte materialen voor doorvoeringen door Rf-wanden
▪ attest reactie bij brand van de dakisolatie
▪ attest plaatser brandwerende deuren (ISIB gecertificeerde plaatser)
▪ attest gevelbekledingen
º Van zodra de werken uitgevoerd zijn, dient de brandweer hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht te worden.
º Er kan geen enkele zekerheid van volledige beveiliging tegen brand of totale evacuatie gegeven worden, gezien deze beveiliging en evacuatie steeds en hoofdzakelijk afhankelijk zal blijven van het stipt naleven van de verplichtingen en het opvolgen van de ordemaatregelen, de voorzichtigheid en de waakzaamheid van de aanwezigen.
º Er wordt een retributie geheven voor het afleveren van dit brandweeradvies. De factuur zal rechtstreeks naar de bouwheer gezonden worden."
3. Inter bracht op 2 januari 2020 een voorwaardelijk gunstig toegankelijkheidsadvies uit.
"Advies Toegankelijkheid bij de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning / melding in toepassing van art. 4.3.7., art. 4.3.3. en art. 4.3.4.van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening in toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid
Gunstig
Dit advies bekijkt de wettelijke voorschriften op basis van de op plan afleesbare elementen in de vergunningsfase. Dit advies doet dus geen uitspraak over de integrale toegankelijkheid van het gebouw na volledige afwerking. Niet-planafleesbare afwerkingselementen bepalen immers in grote mate mee de toegankelijkheid van het geheel.
U kan, tijdens het project, bij ons inlichtingen verkrijgen of een integraal begeleidingstraject volgen om de toegankelijkheid van uw project te garanderen.
1 Beschrijvende nota / checklist inzake toegankelijkheid
º Er is een checklist aanwezig
▪ De nota/checklist is conform de plannen.
º Er worden geen afwijkingen aangevraagd
2 Verplichting advies
º Niet verplicht
3 Toepassingsgebied
Dit advies is van toepassing op het (deel van het) gebouw dat gebouwd, herbouwd, verbouwd of uitgebreid wordt.
De aanvraag betreft:
º Art. 5 Meergezinswoningen, waarbij de constructie na de handelingen toegangsdeuren tot wooneenheden bevat op meer dan twee niveaus en minstens zes wooneenheden hebben.
▪ Het besluit is van toepassing op: de nieuw te bouwen, te herbouwen, te verbouwen of uit te breiden gemeenschappelijke delen, met inbegrip van de publieke zijde van de toegangsdeuren tot elke wooneenheid.
▪ Voor die gebouwen, die uit verschillende aansluitende delen bestaan, zijn de bepalingen van de verordening die gelden voor de verdiepingen en voor de trappen naar andere niveaus alleen van toepassing op de onderdelen die toegangsdeuren tot wooneenheden op meer dan twee niveaus hebben.
Indien een aanvraag valt onder de toepassing van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid, dan dienen de normbepalingen van hoofdstuk III te worden nageleefd. De normen, principetekeningen en bijkomende info kan teruggevonden worden op www.toegankelijkgebouw.be."
4. Fluvius bracht op 21 januari 2020 een voorwaardelijk gunstig advies uit.
"Adviesverlening voor uw project te BERTEM, FR. DOTTERMANSSTRAAT 33 - DBA referentie 2019126486
advies: GUNSTIG, mits inachtname van onderstaande voorwaarden
Geachte mevrouw,
Geachte heer,
Wij hebben de plannen van uw project goed ontvangen en bestudeerd. Op basis van de gegevens waarover we vandaag beschikken, hebben wij de impact op onze netten ingeschat. Wij geven u alvast deze informatie mee:
Op basis van het standaardvermogen van 9,2 kVA per wooneenheid en 22,2 kVA voor de algemene delen en eventuele commerciële panden is uw project aansluitbaar op het bestaande elektriciteitsnet.
De tellerruimte voor de elektriciteit is niet conform de regelgeving van Fluvius. Deze dient rechtstreeks aan de buitengevel te worden voorzien. Gelieve de plannen aan te passen voor het definitief ontwerp.
Op basis van het standaardvermogen van 6 m³/h per wooneenheid is uw project aansluitbaar op het bestaande gasnet. Raadpleeg zeker de minimale technische vereisten voor het gasmeterlokaal op www.fluvius.be/nl/media/3021 of www.fluvius.be/nl/media/3016.
De tellerruimte voor de elektriciteit is niet conform de regelgeving van Fluvius. Deze dient rechtstreeks aan de buitengevel te worden voorzien. Gelieve de plannen aan te passen voor het definitief ontwerp.
Op onze website vindt u de gedetailleerde reglementen voor elektriciteit en aardgas in verkavelingen, appartementen en wooncomplexen. U dient hieraan te voldoen.
Om uw dossier verder te kunnen behandelen, hebben we nog enkele gegevens nodig. Gelieve ons tijdig het volgende te bezorgen: Aangepaste plannen voor de tellerruimte
Hou voor de timing van uw project rekening met het feit dat wij – na ontvangst van alle gegevens – 30 werkdagen nodig hebben om onze offerte op te maken. Bovendien loopt er nog een termijn van minimaal 30 werkdagen tussen de ontvangst van uw akkoord op onze offerte en de effectieve uitvoering van de werken - onder voorbehoud van de tijd nodig om eventuele vergunningen, wegenistoelatingen … te verkrijgen.
Bovenstaande informatie geven we mee onder voorbehoud van latere wijzigingen. Mocht later bijvoorbeeld blijken dat de definitieve vermogens toch buiten de standaardnormen vallen, dan kan ons advies nog wijzigen.
Wij raden u aan om ons zo spoedig mogelijk te contacteren. Vermeld daarbij altijd duidelijk het referentienummer van uw project: 46543215. Zo kunnen we uw dossier vlot opvolgen. Samen zullen we uw project verder bespreken. We helpen u graag verder.
U kunt ons contacteren via :
º Telefoon : 078 35 35 34, alle werkdagen tussen 8 uur en 16 uur.
º E-mail : TBOLEUVEN@FLUVIUS.BE
º Post :
Fluvius – Dienst Aansluitingen
Aarschotsesteenweg 58
3012 Wilsele"
5. Fluvius heeft op 5 februari 2020 een voorwaardelijk gunstig rioleringsadvies uitgebracht.
"Naar aanleiding van uw brief/mail van 3-12-2019 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 1, sectie c, nummer(s) 217R, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen:
De bouwpromotor moet voldoen aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen en in dit geval hier in het bijzonder het verkavelingsreglement "Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten". Dit reglement kan u en de bouwpromotor terugvinden op onze website www.fluvius.be.
De bouwheer dient Fluvius alle gegevens te bezorgen met betrekking tot gevraagde vermogens om de tussenkomst die de bouwpromotor dient te betalen, te bepalen.
De bouwheer dient zijn aanvraag te doen op de website www.fluvius.be, via ‘Mijn Fluvius’ nadat de bouwvergunning is verleend. Dit dient tijdig te gebeuren zodat de aanvraag op een efficiënte manier kan afgehandeld worden en de uitvoering tijdig kan gebeuren. Bij de aanvraag engageert de aanvrager zich tot het betalen van de studiekosten.
Het is mogelijk bij grote vermogens dat de bouwheer een ruimte voor een elektriciteitscabine ter beschikking moet stellen. Deze ruimte heeft altijd minimale binnenafmetingen van 5m x 3.70m. De bereikbaarheid en bouwkundige voorwaarden dienen steeds besproken te worden met Fluvius.
Een gedetailleerde aansluitstudie zal dit uitwijzen. Fluvius maakt deze studie na ontvangst van de aansluitingsaanvraag met de benodigde vermogens.
Indien bij de definitieve aanvraag blijkt dat de gevraagde vermogens buiten de standaardnormen vallen kan onze visie nog wijzigen in functie van de gevraagde vermogens. De kosten voor de eventueel te verplaatsen leidingen vallen integraal ten laste van de aanvrager.
Algemene voorschriften:
º Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse)moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
º Vanaf 10 verbruiksplaatsen dient de bouwheer voldoende ruimte voor kabeldistributie te voorzien, met voorkeur in de meterlokalen elektriciteit. In de meterlokalen mogen geen afvoerleidingen, waterleidingen of dergelijke voorzien worden.
º Alle meterlokalen bevinden zich direct aan de straatzijde en zijn voldoende ruim bemeten. Er moet voor de meters steeds een vrije doorgang blijven van 80cm ten opzichte van een muur of ander obstakel.
º Nuttige vrije hoogte van de meterlokalen bedraagt minimaal 2m over de ganse vloeroppervlakte.
º De boven- en onderverluchting van gasmeterlokalen moeten steeds rechtstreeks met de buitenlucht in verbinding staan.
Riolering:
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven. De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.
De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.
Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.
Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
Volgens het besluit van de Vlaamse Regering van 05/07/2013 gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, in voege sinds 01/01/2014, dient het hemelwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt te worden. Een stedenbouwkundige vergunning kan enkel worden afgegeven als op de hemelwaterput een operationele pompinstallatie wordt aangesloten. De aftappunten zijn niet vermeld op de plannen. Het hemelwater van de hemelwaterput moet nuttig gebruikt worden en in voldoende volume. De overloop van de hemelwaterput dient aangesloten te worden op een infiltratievoorziening.
De aansluitputjes voor hemelwaterafvoer en vuilwaterafvoer werden reeds geplaatst. Hierop kan het private afvoerstelsel met respectievelijk hemelwater en vuilwater pas lozen na het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.
Een keldergarage houdt altijd een risico van wateroverlast in de kelder in. Om het terugstuwen van rioolwater uit het openbaar rioolstelsel naar de kelder te vermijden, dient het afvalwater en hemelwater (komende van de toerit naar de keldergarage) opgepompt te worden. Het is dan ook heel belangrijk dat te allen tijde een reservepomp aanwezig is om bij uitval van de pomp deze te kunnen vervangen (beste oplossing is het plaatsen van beide pompen in dezelfde pompput en ze alternerend te laten pompen). Het buffervolume van de pompput en pompdebiet dienen zodanig gedimensioneerd te zijn dat extreme buien kunnen afgevoerd worden. Het buffervolume dient zodanig te zijn dat bij uitval van de pomp minstens de 2-jaarlijkse bui gebufferd kan worden (30l buffer / m² toerit hellend naar de kelder). De helling naar de keldergarage wordt best zo kort mogelijk gehouden (= steile helling) zodat de oppervlakte die naar de kelder garage afwatert beperkt blijft. Andere verhardingen of daken mogen niet aangesloten worden op de hemelwaterafvoer van de kelder garage. De vuilwaterafvoeren (wasmachine, uitgietbak, …) in de kelderverdieping dienen op een aparte vuilwaterpomp aangesloten te worden die het vuilwater oppompt naar de vuilwaterafvoerleiding. Het opgepompte hemelwater van de toerit naar de garage dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput dus naar de infiltratievoorziening en niet rechtstreeks naar de straatriolering.
We raden aan om:
º Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
º Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
º Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
º Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.
3. Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie www.vlario.be).
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34. Gelieve ons advies op te nemen in uw stedenbouwkundig dossier."
6. Op 29 november 2019 heeft de dienst burgerzaken advies verstrekt betreffende de huisnummering.
Argumentatie
Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens artikel 4.3.1 van deze codex.
Art. 4.3.1.§2 Vlaamse codex ruimtelijke ordening
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen :
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook de volgende aspecten in rekening brengen:
a) beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in punt 1° ;
b) de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement voor zover:
1) de rendementsverhoging gebeurt met respect voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving;
2) de rendementsverhoging in de betrokken omgeving verantwoord is;
3° indien het aangevraagde gelegen is in een gebied dat geordend wordt door een ruimtelijk uitvoeringsplan, een gemeentelijk plan van aanleg of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarvan niet op geldige wijze afgeweken wordt, en in zoverre dat plan of die vergunning voorschriften bevat die de aandachtspunten, vermeld in 1°, behandelen en regelen, worden deze voorschriften geacht de criteria van een goede ruimtelijke ordening weer te geven. Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan gemotiveerd beslissen dat bepaalde voorschriften van verkavelingen ouder dan vijftien jaar, zoals bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, c), of voorschriften van bijzondere plannen van aanleg ouder dan vijftien jaar, waarvan op grond van artikel 4.4.9/1 op rechtsgeldige wijze kan worden afgeweken, nog steeds de criteria van goede ruimtelijke ordening weergeven.
De Vlaamse Regering kan, thematisch of gebiedsspecifiek, integrale ruimtelijke voorwaarden bepalen, ter beoordeling van de inpassing van welbepaalde handelingstypes, of van handelingen in specifieke gebieden, in een goede ruimtelijke ordening, onverminderd strengere planologische voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
Artikel 4.4.1 Vlaamse codex ruimtelijke ordening
§1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.
Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:
1° de bestemming;
2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;
3° het aantal bouwlagen.
Het voorgestelde project geeft uitvoering aan de opties die voorzien zijn in het RUP Centrum.
De aanvraag wijkt af van de voorschriften van het RUP voor:
• dakvorm
• kroonlijsthoogte
De afwijkende dakvorm is een gevolg van het toenemende gebruik van platte daken in de huidige gebouwen en het ontwerp van het gebouw.
De onregelmatige kroonlijsthoogte is een gevolg van de helling van het terrein en de centrale stijgkern met een lift en een buitentrap.
Beide afwijkingen zijn verantwoord omdat ze zullen passen in het huidige en toekomstige heterogene straatbeeld.
Conclusie:
Het voorgestelde project is planologisch en stedenbouwkundig-architecturaal verantwoord.
Advies en voorwaarden
De gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om de vergunning te verlenen onder volgende voorwaarden:
• De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.
• de voorwaarden opgelegd in het advies van De Watergroep van 5 december 2019 moeten strikt worden nageleefd
• de voorwaarden opgelegd in het advies van de hulpverleningszone Vlaams-Brabant Oost van 16 december 2019 moeten strikt worden nageleefd
• de voorwaarden opgelegd in het advies van Inter van 2 januari 2020 moeten strikt worden nageleefd
• de voorwaarden opgelegd in de adviezen van Fluvius van 21 januari 2020 en 5 februari 2020 moeten strikt worden nageleefd.
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.
Artikel 2:
Het college levert een vergunning af aan GOMAC Invest voor het bouwen van appartementen na slopen bestaande gebouwen in 3060 Bertem, Fr. Dottermansstraat 33, sectie C nr 217p en 217r onder volgende voorwaarden:
• De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.
• de voorwaarden opgelegd in het advies van De Watergroep van 5 december 2019 moeten strikt worden nageleefd
• de voorwaarden opgelegd in het advies van de hulpverleningszone Vlaams-Brabant Oost van 16 december 2019 moeten strikt worden nageleefd
• de voorwaarden opgelegd in het advies van Inter van 2 januari 2020 moeten strikt worden nageleefd
• de voorwaarden opgelegd in de adviezen van Fluvius van 21 januari 2020 en 5 februari 2020 moeten strikt worden nageleefd.
Artikel 3:
Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager, De Watergroep, de hulpverleningszone Vlaams-Brabant Oost, Inter en Fluvius.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.