BESLUITENLIJST VAN HET COLLEGE BURGEMEESTER EN SCHEPENEN

 

Gemeente Bertem

 

Zitting van 20 december 2021

Van 11 uur tot 12 uur

 

Aanwezig:

Waarnemend burgemeester:

Tom Philips

Schepenen:

Marc Morris, Yvette Laes en Joery Verhoeven

Algemeen directeur:

Dirk Stoffelen

 

Verontschuldigd:

Burgemeester:

Joël Vander Elst

 

 

 


Overzicht punten

Zitting van 20 december 2021

 

ZITTINGEN CBS. GOEDKEURING NOTULEN VORIGE ZITTING.

 

Juridische grond

  • Artikel 50 van het decreet lokaal bestuur
    De notulen worden goedgekeurd op de eerstvolgende gewone vergadering van het college van burgemeester en schepenen.

 

 

Bijlagen

  • Notulen van de zitting van 13 december 2021.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de notulen van de zitting van 13 december 2021 goed.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 28/12/2021
Overzicht punten

Zitting van 20 december 2021

 

INFORMATIEVEILIGHEID. VERLENGING OPDRACHT FUNCTIONARIS VOOR GEGEVENSBESCHERMING VOOR DE GEMEENTE BERTEM AAN IT-PUNT.

 

Voorgeschiedenis

  • Collegebesluit van 26 augustus 2019 over de goedkeuring van de verwerkingsovereenkomst met IT-punt.
  • Collegebesluit van 4 januari 2021 over de verlenging van de opdracht van de functionaris voor gegevensbescherming voor de gemeente Bertem aan IT-punt.

 

Feiten en context

  • Op 25 mei 2018 werd de Europese GDPR-wetgeving (in Nederlands: AVG) van kracht.
  • In overheidsorganisaties moet verplicht een 'Data Protection Officer' of 'functionaris voor gegevensbescherming' (FVG) worden aangesteld.
  • De FVG moet erop toekijken dat het bestuur de data bewaart en verwerkt volgens de regels van de GDPR. Hij kan onderzoeken hoe de data wordt verwerkt, met welke systemen dat gebeurt en kan op basis daarvan adviseren om bepaalde dingen aan te passen. Zelf draagt hij geen verantwoordelijkheid: indien de GDPR niet wordt nageleefd is niet hij, maar het bestuur volledig aansprakelijk. De FVG fungeert met andere woorden louter als adviseur en toezichthouder.

 

Juridische gronden

  • Artikel 4, §5 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid
    Iedere openbare overheid, natuurlijke persoon en openbare of private instelling die toegang heeft tot de identificatiegegevens van de Kruispuntbankregisters of er mededeling van bekomt, wijst, al dan niet onder het personeel, een functionaris voor gegevensbescherming aan, voor zover deze nog niet is aangewezen met toepassing van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG of het artikel 24.
  • Artikel 9 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer
    Conform artikel 37 van de algemene verordening gegevensbescherming wijst iedere instantie die persoonsgegevens verwerkt, een functionaris voor gegevensbescherming aan.
  • Artikelen 63-65 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens
    Deze artikelen handelen over de verplichte aanwijzing en de opdrachten van een functionaris voor gegevensbescherming.
  • Besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2018 betreffende de functionarissen voor gegevensbescherming, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische gegevensverkeer
  • Artikelen 37-39 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG ("Algemene Verordening Gegevensbescherming")
    Deze artikelen handelen over de aanwijzing, de positie en de taken van de functionaris voor gegevensbescherming ('Data Protection Officer').
  • Richtlijnen voor functionarissen voor gegevensbescherming (Data Protection Officer, DPO), laatst herzien en goedgekeurd op 5 april 2017, van de werkgroep voor de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens (WP 243 rev.01)

 

Adviezen

         visum van de financieel directeur van 16 december 2021

 

Argumentatie

De Europese richtlijnen voor de functionarissen voor gegevensbescherming laten toe dat de functie van functionaris voor gegevensbescherming door een externe dienstverlener wordt bekleed. In dat geval kan een team van personen die voor die entiteit werken feitelijk alle taken van de functionaris voor gegevensbescherming als team uitvoeren, onder de verantwoordelijkheid van een voor de klant aangestelde hoofdcontactpersoon en "verantwoordelijke". In dit geval is het van essentieel belang dat alle leden van de externe organisatie die de taken van de functionaris voor gegevensbescherming op zich nemen, aan alle geldende eisen van de algemene verordening gegevensbescherming voldoen.

Met het oog op juridische transparantie en goede organisatie en om belangenconflicten bij de leden van het team te vermijden, wordt in de Richtlijnen aangeraden om de taken binnen het team van de externe functionaris voor gegevensbescherming duidelijk in een dienstverleningsovereenkomst vast te leggen, alsook voor de klant één enkele persoon als hoofdcontactpersoon en "verantwoordelijke" aan te stellen.

 

De huidige samenwerking met IT-punt voor de diensten van de FVG loopt af. De ICT-dienst wenst de afname van deze dienstverlening bij IT-punt opnieuw te verlengen tot einde 2022.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde uitgave

BI 0119-03 613521

€ 10 000

€ 10 000

€ 13 728

 

 

Bijlagen

         offerte DPO

         visum

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de aanstelling van de interlokale vereniging IT-punt als functionaris voor gegevensbescherming voor de gemeente Bertem (gemeentelijke diensten, diensten OCMW en gemeentescholen) goed, voor het kalenderjaar 2022.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 28/12/2021
Overzicht punten

Zitting van 20 december 2021

 

IT-PUNT. VERLENGING ONDERSTEUNING IT-BEHEERDERS JANUARI-MEI 2022.

 

Voorgeschiedenis

  • Gemeenteraadsbesluit van 27 juni 2017 over de toetreding tot it-punt.
  • Offerte van IT-punt van 22 november 2021 voor de inzet van IT-beheer

 

Feiten en context

         VERA stelt sinds het najaar van 2020 vier dagen per week een IT-beheerder (B4-B5) ter beschikking van de gemeente. Bijkomend wordt een minimale ondersteuning van servicedesk afgenomen.

         IT-punt maakte volgende offerte op voor beheer voor 2022:

1)     Voor ondersteuning IT-beheer 4 dagen per week: 46 992 euro voor de periode januari-mei.

2)     voor ondersteuning service desk: 4620 euro voor de periode januari-mei

3)     Voor de ondersteuning met pakket groei en innovatie: 69 300 euro voor de periode juni-december

 

Juridische gronden

  • Artikel 30 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten
    Dit artikel handelt over de 'in-house' opdrachten. Dit soort opdrachten vallen niet onder de toepassing van de bepalingen van de wet overheidsopdrachten, als de aanbestedende overheid de opdracht toevertrouwt aan een dochter (met een afzonderlijke rechtspersoonlijkheid) die zij controleert, alsof het haar eigen diensten zijn.
  • Artikel 56 § 3, 4° en 5° van het decreet lokaal bestuur
    Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het voeren van de plaatsingsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten en voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht die past binnen het begrip 'dagelijks bestuur'.
  • Besluit van de gemeenteraad van 28 april 2020 over de vaststelling van het begrip dagelijks bestuur.

 

Adviezen

         Visum van de financieel directeur van 16 december 2021

         Positief advies van het afdelingshoofd interne zaken

 

Argumentatie

Sinds september 2020 is de ondersteuning door VERA IT-beheer verhoogt naar 4 dagen per week. De praktijk leert dat deze ondersteuning geen overbodige luxe is en zelfs 5 dagen ondersteuning welkom zou zijn.

 

Gezien de kostprijs van VERA is een nog intensievere ondersteuning weinig realistisch.

De diensten willen daarom graag de mogelijkheid onderzoeken om iemand aan te trekken die de eerstelijnsondersteuning van de organisatie op zich kan nemen.

 

Daarom wordt aan het college voorgesteld om een vierdaagse ondersteuning voorlopig toe te zeggen voor de periode januari-mei. Dit geeft de administratie de tijd om de piste van een interne IT'er te onderzoeken.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

budgettair krediet

beschikbaar

geraamde uitgave

BI 0119-03/ 613520

123 300 euro

123 300 euro

51 612 euro

 

 

Bijlagen

         offerte Vera ondersteuning IT-beheer en Service Desk 2022

         visum

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college beslist om in 2022 van januari tot en met mei verder een beroep te doen op IT-punt interlokale vereniging, Vaartdijk 3 bus 1, 3018 Wijgmaal:

         voor IT-beheer: 46 992 euro

         voor Service Desk: 4620 euro

Het luik ITB 1.0 en het luik Service Desk van de bijgevoegde offerte worden goedgekeurd.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 28/12/2021
Overzicht punten

Zitting van 20 december 2021

 

CONTRACT VOOR KREDIETOPENING. GOEDKEURING GUNNING.

 

Voorgeschiedenis

         In het kader van de opdracht “Contract voor kredietopening” werd een bestek met nr. FA487/492 opgesteld door de dienst financiën.

         Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 25 oktober 2021 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking te starten en volgende ondernemers uit te nodigen om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure:

          Belfius Bank nv, Karel Rogierplein 11 te 1210 Brussel;

          BNP Paribas Fortis NV, Warandeberg 3 te 1000 Brussel;

          ING België NV, Marmitlaan 24 te 1000 Brussel;

          KBC Bank en Verzekeringen NV, Havenlaan 2 te 1080 Brussel.

 

Feiten en context

         Er werd één offerte ontvangen van volgende financiële instelling:

          BNP Paribas Fortis NV, Warandeberg 3 te 1000 Brussel

         De dienst financiën stelde op 9 december 2021 het verslag van nazicht van de offerte op.

 

Juridische gronden

         Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.

         Wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies.

         Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 139 000 euro niet).

         Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, § 3, 5°, waarbij wordt bepaald dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur.

         Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

         Bestuursdecreet van 7 december 2018.

         Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.

         Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, meer bepaald artikel 90, 1°.

         Besluit van de gemeenteraad van 28 april 2020 houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.

 

Advies

         Op 10 december 2021 heeft de financieel directeur een visum verleend.

 

Argumentatie

Er werd 1 offerte ontvangen van BNP Paribas Fortis NV, Warandeberg 3 te 1000 Brussel aan goede voorwaarden.

 

De dienst financiën stelt voor om, rekening houdende met het voorgaande, de opdracht “Contract voor kredietopening - Perceel 1 en Perceel 2 (Langetermijnkredieten op basis van rentevoeten van 2 jaar en meer)” te gunnen aan de firma met de enige offerte (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde BNP Paribas Fortis NV, Warandeberg 3 te 1000 Brussel, tegen het nagerekende offertebedrag van 61 779,35 euro incl. btw (Perceel 1) en 10 213,75 euro incl. btw (Perceel 2).

 

Financiële gevolgen

De aflossingen en intresten zijn voorzien in het meerjarenplan. De kredieten voor de intresten worden ingeschreven in het krediet 650000/0040-00.

 

 

Bijlagen

         Offerte BNP Paribas Fortis

         Aflossingstabel 10 jaar

         Aflossingstabel 20 jaar

         Additionele dienstverlening lokale besturen

         Afschrift Belgisch staatsblad

         Verslag van nazicht

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Goedkeuring wordt verleend aan het gunningsvoorstel, opgesteld door de dienst financiën.

 

Artikel 2:

Het verslag van nazicht van de offerte in bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.

 

Artikel 3:

De opdracht “Contract voor kredietopening - Perceel 1 en Perceel 2 (Langetermijnkredieten op basis van rentevoeten van 2 jaar en meer)” wordt gegund aan de firma met de enige offerte (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde BNP Paribas Fortis NV, Warandeberg 3 te 1000 Brussel, tegen het nagerekende offertebedrag van 61 779,35 euro incl. btw (Perceel 1) en 10 213,75 euro incl. btw (Perceel 2).

 

Artikel 4:

De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. FA487/492.

 

Artikel 5:

De betaling van de intresten zal gebeuren met het krediet ingeschreven in 650000/0040-00.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 28/12/2021
Overzicht punten

Zitting van 20 december 2021

 

BELASTINGEN. UITVOERBAARVERKLARING BELASTINGKOHIER OP DE DIENSTEN VERHUUR VOERTUIGEN MET BESTUURDER 2021.

 

Juridische gronden

         Artikel 49 van het decreet betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en tot oprichting van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen
De afgegeven vergunningen mogen aanleiding geven tot een jaarlijkse en ondeelbare belasting ten laste van de natuurlijke of rechtspersoon, die houder is van de vergunning. Deze belastingen worden door de gemeenten geïnd. Het bedrag van de belasting voor vergunningen bedraagt 250 euro per jaar en per in de akte van de vergunning vermeld voertuig.
De in dit artikel bedoelde belastingen zijn verschuldigd voor het hele jaar, onafhankelijk van het moment waarop de vergunning afgegeven werd. Ze zijn jaarlijks verschuldigd en ondeelbaar ten laste van de houder van de vergunning vermeld op 1 januari van het kalenderjaar of op het moment van de afgifte van de vergunning.
De vermindering van het aantal voertuigen of de opschorting van de exploitatie met een of meer voertuigen geeft geen aanleiding tot een belastingteruggave. Dit geldt eveneens voor de opschorting of de intrekking van een vergunning of het buiten werking stellen van een of meer voertuigen voor welke reden dan ook.
Het indienen van een klacht heft de invorderbaarheid van de belasting niet op.
De bedragen vermeld in dit artikel worden aangepast volgens de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen.

 

Argumentatie

Alle jaren dient een belastingkohier opgemaakt te worden ten laatste zes maanden na het einde van het aanslagjaar.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Geraamde inkomsten

2021/734150/0020

€ 4000

€ 1795,60

 

 

Bijlagen

  • Belastingkohier op verhuur voertuigen met bestuurder 2021.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college stelt het belastingkohier op de diensten verhuur voertuigen met bestuurder aanslagjaar 2021 vast en verklaart het uitvoerbaar voor een totaal bedrag van 1795,60 euro.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 28/12/2021
Overzicht punten

Zitting van 20 december 2021

 

BELASTINGEN. UITVOERBAARVERKLARING INSTANDHOUDEN BEWEGWIJZERING VAN DERDEN AANSLAGJAAR 2021.

 

Feiten en context

         Jaarlijks wordt een kohier opgemaakt om de belasting op instandhouden bewegwijzering van derden in te vorderen.

 

Juridische gronden

         Belastingreglement van 17 december 2019 waarin de belasting op instandhouden bewegwijzering van derden werd goedgekeurd.

 

Argumentatie

Alle jaren dient een belastingkohier opgemaakt te worden ten laatste zes maanden na het einde van het aanslagjaar.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Geraamde inkomsten

2021/734260/0020

€ 110

€ 330

 

 

Bijlagen

         Belastingkohier op instandhouden bewegwijzering van derden aanslagjaar 2021.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college stelt het belastingkohier op instandhouden bewegwijzering van derden aanslagjaar 2021 vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 330 euro.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 28/12/2021
Overzicht punten

Zitting van 20 december 2021

 

CONTRACTEN. GOEDKEURING BESTELBONS.

 

Juridische gronden

  • Artikel 56, §3, 3° van het decreet lokaal bestuur

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.

  • Besluit van de gemeentesecretaris van 15 december 2016 over de aankoopprocessen.
    Dit besluit legt de bestelprocedures vast conform de wet op de overheidsopdrachten.

 

 

Bijlagen

  • Overzichtslijst van de bestelbons.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de bestelbons goed van nr. 2021/549 tot en met nr. 2021/566 voor een totaal bedrag van 12 781,47 euro.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 28/12/2021
Overzicht punten

Zitting van 20 december 2021

 

INKOMENDE FACTUREN. GOEDKEURING FACTUREN.

 

Juridische gronden

  • Artikel 56, §3, 3° van het decreet lokaal bestuur

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.

  • Besluit van de gemeentesecretaris van 15 december 2016 over de aankoopprocessen.

Dit besluit legt de bestelprocedures vast conform de wet op de overheidsopdrachten.

 

 

Bijlagen

  • Overzichtslijst facturen.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de facturen goed van nr. 2021/5400 tot en met nr. 2021/5470 voor een totaal bedrag van 210 150,41 euro.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 28/12/2021
Overzicht punten

Zitting van 20 december 2021

 

WACHTBEKKEN A.E. VERBISTSTRAAT. GOEDKEURING VORDERINGSSTAAT 3

DEEL BERTEM.

 

Voorgeschiedenis

         Gemeenteraadsbesluit van 24 november 2020 waarbij het ontwerp, raming, lastvoorwaarden en de gunningswijze aandeel Bertem worden goedgekeurd.

         Collegebesluit van 1 maart 2021 waarbij de gemeente Bertem akkoord gaat om de opdracht met projectnummer R/003526 “Aanleg bufferbekken en grachten in de A.E. Verbiststraat” te gunnen aan Liema. 

         Vorderingsstaat 3 voor de periode van 1 oktober 2021 tot 31 oktober 2021, opgemaakt door aannemer Liema en ontvangen op 15 november 2021.

         Proces-verbaal van vooruitgang der werken van vorderingsstaat 3 van studiebureau Sweco, opgemaakt en ontvangen op 13 december 2021.

 

Feiten en context

  • De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met projectnr. Fluvius R/003526.
  • De werken vingen aan op 3 augustus 2021.
  • De uitvoeringstermijn bedraagt 50 werkdagen. 
  • De werken aandeel Bertem bereikten een bedrag van:

 

Bestelbedrag inclusief goedgekeurde verrekening 1 incl. 21% btw

=

€ 120 550,82

Bedrag vorige vorderingsstaten incl. 21% btw

=

€ 60 588,04

Huidige vorderingsstaat

 

€ 23 745,34

Prijsherzieningen

+

 € 847,23

Totaal excl. btw

=

€ 24 592,57

Btw

+

€ 5164,44

Totaal incl. 21% btw huidige vorderingsstaat

=

€ 29 757,01

Totaal uitgevoerde werken incl. 21% btw

=

€ 90 345,05

 

Juridische gronden

  • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
  • Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken, meer bepaald artikel 5, § 2.
  • De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten.
  • Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren.
  • Het decreet lokaal bestuur van van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
  • Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
  • Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Argumentatie

De werken werden correct uitgevoerd.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde uitgave

2.15.55

0341-00/228007

€ 125 000

€ 58 962,46

€ 29 757,01

 

 

Bijlagen

         PV van vaststelling vordering der werken

         Vorderingsstaat 3

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Goedkeuring wordt verleend aan vorderingsstaat 3 van Liema, Ambachtenlaan 42 te 3300 Tienen voor de opdracht 'Aanleg bufferbekken en grachten in de A.E. Verbiststraat' voor een bedrag van 24 592,57 euro excl. btw of 29 757,01 euro incl. 21% btw voor de gemeente Bertem.

 

Artikel 2:

De betaling zal gebeuren met het krediet ingeschreven in het investeringsbudget van 2021, op actie 2.15.55 0341-00/228007.

 

Artikel 3:

De factuur en de vorderingsstaat 3 worden voor betaling overgemaakt aan de financiële dienst.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 28/12/2021
Overzicht punten

Zitting van 20 december 2021

 

WACHTBEKKEN A.E. VERBISTSTRAAT. GOEDKEURING VOORLOPIGE OPLEVERING.

 

Voorgeschiedenis

         Gemeenteraadsbesluit van 24 november 2020 waarbij het ontwerp, raming, lastvoorwaarden en de gunningswijze aandeel Bertem worden goedgekeurd.

         Collegebesluit van 1 maart 2021 waarbij de gemeente Bertem akkoord gaat om de opdracht met projectnummer R/003526 “Aanleg bufferbekken en grachten in de A.E. Verbiststraat” te gunnen aan Liema. Het deel voor de gemeente Bertem bedraagt 81 154,91 euro excl. btw of 98 197,44 euro incl. 21% btw.

         Brief van Liema van 2 december 2021 waarbij de voorlopige oplevering wordt aangevraagd.

 

 Feiten en context

         De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met projectnr. Fluvius R/003526.

         De werken vingen aan op 3 augustus 2021.

         De aannemer Liema, Ambachtenlaan 42 te 3300 Tienen heeft aan zijn verplichtingen voldaan.

         De ontwerper, Sweco Belgium NV, Arenbergstraat 13 bus 1 te 1000 Brussel stelde een proces-verbaal op van voorlopige oplevering, die plaatsvond op 14 december 2021.

         In het bijgevoegde proces-verbaal van voorlopige oplevering worden volgende opmerkingen vermeld:

º         Afleveren van een bodembeheerrapport. (tegen 31/01/2022)

º         Plaatsen van de KWS-verharding aan de bestaande inspectieput (tegen 24/12/2021)

º         Afwerking gracht ter hoogte van de kopmuren (in betere weersomstandigheden)

º         Afwerking van de gracht aan de schanskorven (in betere weersomstandigheden)

º         Inzaaien (in betere weersomstandigheden)

º         Opkuis werf (tegen 24/12/2021)

 

Juridische gronden

         De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.

         Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.

         De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies.

         Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren.

         Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.

         Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

         Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Argumentatie

De aannemer Liema, Ambachtenlaan 42 te 3300 Tienen heeft aan zijn verplichtingen voldaan. De opmerkingen op de voorlopige oplevering dienen verwerkt te worden tegen de deadlines.

 

 

Bijlagen

         PV van voorlopige oplevering

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

De opdracht met projectnummer R/003526 “Aanleg bufferbekken en grachten in de A.E. Verbiststraat” wordt voorlopig opgeleverd. Het PV van voorlopige oplevering wordt aanvaard.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 28/12/2021
Overzicht punten

Zitting van 20 december 2021

 

LEEFMILIEU. BESPREKING VERDELING BLOEMENZAAD VOOR INSTANDHOUDING BIJENPOPULATIE.

 

Besluit

Motivering

         Op 9 december 2021 heeft de dienst omgeving een e-mail ontvangen van de provincie Vlaams-Brabant, departement leefmilieu, met de vraag of er interesse is om in 2022 opnieuw in te stappen in een samenaankoop van bloemenzaad voor bloemenakkers voor bijen.

         In het verleden heeft de provincie voor het behoud van de bijen een zaadverdeelactie met de gemeenten op touw gezet. Hierbij organiseerde de provincie een samenaankoop van een vast bloemenmengsel in zakjes van 20 gram. De gemeenten beslisten hoeveel zakjes zij wensten en konden deze onder hun inwoners verdelen in het voorjaar.

         Op basis van de binnengekomen reacties zal men beslissen of er voldoende interesse is bij de gemeenten om een samenaankoopactie op te starten.

 

Bespreking

Het college bespreekt dit voorstel van de provincie Vlaams-Brabant en heeft interesse om in te stappen in dit project. De gemeente Bertem zal 100 zakjes afnemen.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 28/12/2021
Overzicht punten

Zitting van 20 december 2021

 

RECHT VAN VOORKOOP. VOORKOOPRECHT PERCEEL AFD. 1 SECTIE C NUMMER 126B4.

 

Feiten en context

        Notaris Stefan Vangoetsenhoven heeft een recht van voorkoop aangeboden met als dossiernummer 146758 voor de perceel bouwgrond te 3060 Bertem, afd. 1 sectie C nummer 126b4.

 

Juridische gronden

        Artikel 85, §1, tweede lid van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse wooncode
Het Vlaams Woningfonds, Vlabinvest apb, de sociale huisvestingsmaatschappijen binnen hun werkgebied, en de gemeenten op hun grondgebied, krijgen een recht van voorkoop op:
1° een woning die opgenomen is in het leegstandsregister, vermeld in artikel 2.2.6 van het decreet Grond- en Pandenbeleid, in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, vermeld in artikel 25, § 1, van het Heffingsdecreet, of in de inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, vermeld in artikel 26, § 1, van het Heffingsdecreet;
2° de woning, bedoeld in artikel 19, die niet werd gesloopt binnen de door de Vlaamse regering bepaalde termijn;
3° een perceel, bestemd voor woningbouw, dat gelegen is in een door de Vlaamse regering te bepalen bijzonder gebied.

        Artikel 28 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 oktober 1998 over de erkenning van een aantal gebieden als bijzonder gebied.
De volgende gebieden worden als bijzonder gebied in de zin van artikel 85, §1, tweede lid, 3°, van de Vlaamse Wooncode, beschouwd:
De woonvernieuwings- en woningbouwgebieden in de volgende 26 gemeenten: (...), Bertem, (...).

        Decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten
Dit decreet bepaalt o.m. de werking van het e-voorkooprecht. Tevens bevat het de regels over de Vlaamse voorkooprechten en de procedure die moet gevolgd bij verkoop van een perceel dat in aanmerking komt voor voorkooprecht.

 

 

Bijlagen

        voorkooprecht 24009C0126-00B004 [INBRTM214581]

        liggingsplan perceel

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college van burgemeester en schepenen wenst zijn voorkooprecht voor het perceel bouwgrond te 3060 Bertem, afdeling 1 sectie C nummer 126b4, niet uit te oefenen.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 28/12/2021
Overzicht punten

Zitting van 20 december 2021

 

OMGEVINGSVERGUNNING. AANVRAAG VAN VP CONSTRUCT VOOR HET BOUWEN VAN TWEE HALFOPEN EENGEZINSWONINGEN IN 3061 LEEFDAAL, DORPSTRAAT 265A EN 267, SECTIE D, NRS. 161F, 61G EN 162H.

 

VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR

 

Voorgeschiedenis

         Op 9 oktober 2021 heeft VP Construct, Ellestraat 21 C te 3020 Herenteen omgevingsvergunningsaanvraag ingediend voor het bouwen van twee halfopen eengezinswoningen in 3061 Leefdaal, Dorpstraat 265a en 267, sectie D, nrs. 161f, 161g en 162h.

         Op 13 oktober 2021 werd bijkomende informatie gevraagd. De bijkomende informatie werd verkregen op 27 oktober 2021, maar bleek niet in overeenstemming met de eerder verkregen verkavelingsvergunning te zijn.

         Op 8 november 2021 werd een nieuwe versie overgemaakt.

         Op 12 november 2021 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.

 

Feiten en context

         De bouwplaats is gelegen in een niet-vervallen verkaveling van 30 augustus 2021, nr. T874-2-2021.5 (OMV_2021103104).

Het betreft lot 1 en 2 van de verkaveling met als algemene bestemming: 'halfopen eengezinswoningen'. Enkel functies, complementair aan het wonen, zoals kantoorfunctie, vrij beroep, dienstverlening zijn toegelaten, mits de woonfunctie blijft behouden als hoofdfunctie en de complementaire functie een geringere oppervlakte beslaat dan de woonfunctie met een totale maximale vloeroppervlakte van 100m².

De aanvraag is hiermee in overeenstemming.

         Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg.

         De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven gelegen in woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De woongebieden met landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven (artikel 6 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

         De bouwplaats is gelegen langsheen de Dorpstraat nabij het gehucht Sint-Verona. Dit gehucht ligt tussen de centra van Bertem en Leefdaal en is ontstaan rondom de kapel Sint-Verona, de Dorpstraat en de Voer. De omgeving van de bouwpercelen wordt gekenmerkt door hoofdzakelijk eengezinswoningen in zowel open, halfopen als gesloten verband.

De twee percelen zelf liggen vooraan op hetzelfde niveau als de Dorpstraat en aan de overzijde is de Voer gelegen.

Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.

         Het voorstel omvat het bouwen van twee halfopen eengezinswoningen langsheen de Dorpstraat in de deelgemeente Leefdaal conform de afgeleverde vergunning met het kenmerk OMV_20211103104 van 30 augustus 2021. De bouwlijn van de woningen ligt op minimaal 5,62 m vanaf de rooilijn, zoals voorgesteld op het verkavelingsplan. De bouwdiepte van het gelijkvloers en de verdieping bedraagt 12,00 m. Het gelijkvloers is 74 cm hoger gelegen dan het straatniveau. De helling van de dakvlakken is 45°, de kroonlijsthoogte bedraagt 5,69 m en de nokhoogte van de woning bedraagt 11,82 m. Het voorstel houdt rekening met het bestaande reliëf, enkel binnen de bouwzone wordt het reliëf aangepast. Tenslotte houdt het voorstel rekening met de beschermingszone van het drinkwaterwingebied. 

         Watertoets

Op 8 december 2021 heeft de Provincie Vlaams-Brabant een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht nl.:

"Overeenkomstig artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, wordt volgend wateradvies verstrekt.

Het oppervlaktewater van het voorwerp van de aanvraag wordt verzameld in de waterloop van tweede categorie B2022 Voer. Volgens de overstromingskaart van Vlaanderen is het voorwerp van de aanvraag deels gelegen in een mogelijk overstromingsgevoelig gebied. Het risico op overstroming is afkomstig vanuit de waterloop. Het betreft een smalle strook aan de straatkant.

Hemelwaterverordeningen:

- Niet-verontreinigd hemelwater van de eventuele vertraagde afvoer of de overloop van hemelwatervoorzieningen wordt aangesloten op de waterloop of het RWA-stelsel onder de voorwaarden vermeld in de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratie-voorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013, Belgisch Staatsblad van 8 oktober 2013);

- Overeenkomstig de provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot

verhardingen (besluit van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 24 juni 2014, goedgekeurd bij Ministerieel Besluit van 12 september 2014, Belgisch Staatsblad van 20 oktober 2014), moet het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

De aanvrager voorziet in volgende maatregelen:

Er wordt bij beide woningen een hemelwaterput van 5000 liter voorzien en een infiltratievoorziening van 900 liter. De oprit wordt aangelegd in waterdoorlatende klinkers, de voortuin in grasrooster. Het terras watert af naar de tuin rondom de verharding.

Voor zover de dienst waterlopen kan opmaken uit de documenten die bij de aanvraag gevoegd zijn, kan het voorwerp van de aanvraag een effect hebben op de bescherming tegen wateroverlast en overstromingen en/of op het behoud van de watergebonden natuurwaarden.

Dit effect moet beperkt worden door de hieronder vermelde voorwaarden in de vergunning op te nemen:

Specifieke voorwaarden en/of maatregelen:

- Bij de aanleg van een waterdoorlatende verharding dient zowel de toplaag als de

(onder)fundering voldoende waterdoorlatend te zijn. Zo dient elke laag van de verharding minstens even doorlatend te zijn als de bestaande ondergrond.

- Infiltreren naast de verharding is slechts toegelaten indien de verhouding van de vrije omtrek van de verharding (grenzend aan een onverhard deel) ten opzichte van de verharde oppervlakte groter is dan 0,30.

Mits aan deze voorwaarden voldaan is, kan het voorwerp van de aanvraag als verenigbaar met het watersysteem beschouwd worden.

Aangevuld met bovenvermelde opgelegde voorwaarden en maatregelen is het voorwerp van de aanvraag in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen, bepaald in artikel 1.2.2. en 1.2.3. van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018."

         Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in een centraal gebied.

 

Juridische gronden

         Koninklijk besluit van 28 december 1972

Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.

         Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven

Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.

         De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen

Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is niet van toepassing op de aanvraag.

         Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.

De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.

         Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.

         Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009

º         Artikel 1.1.4.

De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.

         De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening.

         Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

º         artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen

º         Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.

         De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014

De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst

         Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.

         Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 25 oktober 2016 betreffende het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.

 

Adviezen

         Openbaar onderzoek

De aanvraag diende niet openbaar gemaakt te worden.

 

         Externe adviezen

1. Op 6 december 2021 leverde De Watergroep een voorwaardelijk gunstig advies af onder de volgende voorwaarden:

"Advies Aftakkingen en Aansluitingen

Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden

Voor hogervermeld perceel is geen uitbreiding van het waterleidingnet nodig.

Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.

De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.

Bij het plaatsen van de energiebocht dient rekening gehouden te worden met de afmetingen van de drinkwateraftakking.

Elke aftakking moet in rechte lijn, haaks op de rijweg kunnen uitgevoerd worden.

De kosten van de nieuwe aftakking(en) zijn ten laste van de aanvrager(s).

Advies Waterbronnen en Milieu

Volledig gunstig advies met voorwaarden

Dit is een deeladvies van De Watergroep omtrent de bescherming van de drinkwaterwinning (afdeling Waterbronnen en Milieu).

Het perceel waarop het project wordt uitgevoerd is gelegen binnen de beschermingszone II van een drinkwaterwinning. Beschermingszone II is de zone rondom de waterwinning waarbinnen het grondwater de waterwinning kan bereiken binnen de 60 dagen en waar extra beschermingsmaatregelen gelden om voornamelijk bacteriologische contaminatie te vermijden.

Volgens de hemelwaterverordening (art. 10 §2) zijn infiltratievoorzieningen niet toegestaan binnen beschermingszone I en II. Infiltratie van verzameld hemelwater via een ondergrondse infiltratieconstructie is niet toegelaten zo dicht bij een drinkwaterwinning. Dit water kan wel via bovengrondse afstroming naar wadi's of grachten geleid worden waar het via een bodempassage kan infiltreren zoals onder natuurlijke omstandigheden.

Aangezien dit project verenigbaar is met de bescherming van de drinkwaterbronnen geeft De Watergroep een gunstig advies.

Ook dient er met volgende zaken rekening gehouden te worden tijdens werken op het perceel:

º         Binnen de beschermingszone II zijn boringen, graafwerken, ontgrondingen en bemalingen dieper dan 2.5 m onder het maaiveld niet toegestaan.

º         Bij het eventueel aanvoeren van grond moet dit gaan om zuivere niet gecontamineerde grond en dient dit bewezen te worden met een attest (grond voor vrij gebruik volgens het Vlarebo).

º         Het gebruik van pesticiden of herbiciden is strikt verboden binnen deze zone.

º         koolwaterstoffen waarvan het gezamenlijke volume groter is dan 50 liter worden opgesteld in een opvangbak waarvan de inhoud minstens gelijk is aan de inhoud van de gestockeerde recipiënten;

º         het overgieten en/of vullen van recipiënten dient met de nodige omzichtigheid te gebeuren teneinde het morsen te voorkomen;

º         machines met enig verlies van olie of mazout dienen van de werf verwijderd te worden en boven een opvanglade geplaatst.

º         iedere verontreiniging dient onmiddellijk gemeld op het nummer 02/238 96 99 of via milieu@dewatergroep.be zodat maatregelen ter bescherming van het drinkwater kunnen worden genomen."

 

2. Op 8 december 2021 leverde de dienst waterlopen van de provincie Vlaams-Brabant een voorwaardelijk gunstig advies af (zie watertoets).

 

Argumentatie

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen

1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook de volgende aspecten in rekening brengen:

a) beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in punt 1°;

b) de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement voor zover:

1) de rendementsverhoging gebeurt met respect voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving;

2) de rendementsverhoging in de betrokken omgeving verantwoord is;

3° indien het aangevraagde gelegen is in een gebied dat geordend wordt door een ruimtelijk uitvoeringsplan, een gemeentelijk plan van aanleg of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarvan niet op geldige wijze afgeweken wordt, en in zoverre dat plan of die vergunning voorschriften bevat die de aandachtspunten, vermeld in 1°, behandelen en regelen, worden deze voorschriften geacht de criteria van een goede ruimtelijke ordening weer te geven. Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan gemotiveerd beslissen dat bepaalde voorschriften van verkavelingen ouder dan vijftien jaar, zoals bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, c), of voorschriften van bijzondere plannen van aanleg ouder dan vijftien jaar, waarvan op grond van artikel 4.4.9/1 op rechtsgeldige wijze kan worden afgeweken, nog steeds de criteria van goede ruimtelijke ordening weergeven.

 

De Vlaamse Regering kan, thematisch of gebiedsspecifiek, integrale ruimtelijke voorwaarden bepalen, ter beoordeling van de inpassing van welbepaalde handelingstypes, of van handelingen in specifieke gebieden, in een goede ruimtelijke ordening, onverminderd strengere planologische voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

 

Het voorgestelde project geeft uitvoering aan de opties die voorzien zijn in de verkaveling. De bestemming, inplanting, afmetingen en materiaalgebruik zijn in overeenstemming met de bepalingen van dit verkavelingsplan.

 

Conclusie:

Het voorgestelde project is planologisch en stedenbouwkundig-architecturaal verantwoord.

 

Advies en voorwaarden

De waarnemend gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om de vergunning te verlenen onder volgende voorwaarden:

         De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken

         de voorwaarden opgelegd in het advies van De Watergroep van 6 december 2021 moeten strikt worden nageleefd

         de voorwaarden opgelegd in het advies van de provincie Vlaams-Brabant, dienst waterlopen, 8 december 2021 moeten strikt worden nageleefd

         de voortuinzone dient uitgevoerd te worden conform het inplantingsplan met de aangepaste kunststof grasroosters

         er mogen standaard maar twee voertuigen per woonentiteit in de voortuinzone geparkeerd worden.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de waarnemend gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.

 

Artikel 2:

Het college levert een vergunning af aan VP Construct, Ellestraat 21 C te 3020 Herenteen omgevingsvergunning voor het bouwen van twee halfopen eengezinswoningen in 3061 Leefdaal, Dorpstraat 265a en 267, sectie D, nrs. 161f, 161g en 162h onder volgende voorwaarden:

         de verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken

         de voorwaarden opgelegd in het advies van De Watergroep van 6 december 2021 moeten strikt worden nageleefd

         de voorwaarden opgelegd in het advies van de provincie Vlaams-Brabant, dienst waterlopen, 8 december 2021 moeten strikt worden nageleefd

         de voortuinzone dient uitgevoerd te worden conform het inplantingsplan met de aangepaste kunststof grasroosters

         er mogen standaard maar twee voertuigen per woonentiteit in de voortuinzone geparkeerd worden.

 

Artikel 3:

Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager en adviesinstantie.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 28/12/2021
Overzicht punten

Zitting van 20 december 2021

 

OMV2021156572 (2021 119) GEOTHERMISCHE BORINGEN. AANVRAAG GOYENS-GILLE OMGEVINGSVERGUNNING WARMTEPOMP MEZENSTRAAT 57.

 

Voorgeschiedenis

         De aanvraag, ingediend door Laurens Goyens en Sofie Gille, werd per beveiligde zending verzonden en ontvangen op 12 oktober 2021.

         De aanvraag werd ontvankelijk en volledig verklaard op 27 oktober 2021.

 

Feiten en context

         De aanvraag heeft betrekking op een terrein gelegen in 3061 Leefdaal, Mezenstraat 57, kadastraal gekend als afdeling 3, sectie B, nrs. 277R en 277T.

         Het betreft een nieuwe inrichting waardoor de afstands- en verbodsbepalingen van toepassing zijn.

         Het betreft diepteboringen voor de installatie van een warmtepomp voor een eengezinswoning.

         Deze aanvraag heeft betrekking op een nieuwe ingedeelde inrichting of activiteit van klasse 2. Volgende rubriek is vermeld in de huidige aanvraag:

º         Rubriek 55.1.2° (Vlarem II): andere verticale boringen dan de boringen, vermeld in rubriek 53, 54 en 55.3: dieper dan het dieptecriterium, zoals weergegeven op de kaart in bijlage 2quinquies bij dit besluit, of die gelegen zijn binnen een beschermingszone type III, met een diepte van minder dan 500 meter ten opzichte van het maaiveld: 4 geothermische boringen van elk 45 m diepte.

         Op betreffende locatie bedraagt het dieptecriterium 150 m. De plaats is wel gelegen in grondwaterbeschermingszone type III.

         Deze aanvraag heeft betrekking op noch een Vlaams project, noch een provinciaal project, noch een onderdeel ervan.

         De bevoegde overheid voor de behandeling van de aanvraag is het college van burgemeester en schepenen.

 

Juridische gronden

         Besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II)

         Artikel 6 Omgevingsvergunningsdecreet

Niemand mag zonder voorafgaande uitdrukkelijke of stilzwijgende aktename een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan meldingsplicht uitvoeren, exploiteren of een meldingsplichtige verandering eraan doen.

         Artikel 7 Omgevingsvergunningsdecreet

Als het project elementen bevat die onderworpen zijn aan meerdere vergunnings- of meldingsplichten, bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, en die aspecten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, omvat de vergunningsaanvraag de betrokken aspecten op straffe van onontvankelijkheid als minstens één element van de aanvraag vergunningsplichtig is.

 

Adviezen

         Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 6 november 2021 tot 5 december 2021. Er zijn geen bezwaren ingediend.

         Op 26 november 2021 is advies gevraagd aan VMM, afdeling grondwater, omwille van rubriek 55.1.2°. Er werd geen advies uitgebracht binnen de termijn van het openbaar onderzoek.

         Op 26 november 2021 is advies gevraagd aan De Watergroep. Op 6 december 2021 heeft De Watergroep, afdeling Waterbronnen en Milieu, een gunstig advies uitgebracht:

Binnen de beschermingszone III kan De Watergroep akkoord gaan met het aanleggen van boringen voor geothermische doeleinden, voor zover er geen diepere afsluitende kleilagen doorboord worden. Dit ter bescherming van diepere watervoerende lagen waar zich een strategische zoetwatervoorraad in bevindt. De onderkant van de afschermende kleilaag (Formatie van Kortrijk) bevindt zich op de opgegeven locatie op een diepte van 71 m onder maaiveld (dov.vlaanderen.be). Omdat er op deze diepte enige onzekerheid zit, wordt er een buffer van 5 m in acht genomen boven deze diepte.

De aangevraagde boringen hebben een diepte van 45 m onder het oppervlak en gaan niet dieper dan de onderkant van de afsluitende kleilaag min de bufferdiepte. Bijgevolg geeft De Watergroep een gunstig advies.

 

Er kan enkel toestemming gegeven worden voor de aanleg van een warmtepomp op deze locatie indien:

º         De boringen uitgevoerd worden door een erkende boorfirma volgens de regels van goed vakmanschap, zoals opgenomen in de code van goede praktijk voor boren, exploiteren en afsluiten van boorputten voor grondwaterwinning, vastgesteld in bijlage 5.53.1 van het Vlarem II.

º         Naast milieu-inspectie (zoals voorgeschreven door Vlarem, artikel 5.55.1.3.§3) dient eveneens De Watergroep minstens twee dagen voor de aanvang van de boorwerken verwittigd te worden via een mail op het mailadres milieu@dewatergroep.be, zodat een toezichter eventueel aanwezig kan zijn bij de uit te voeren werken.

º         Tijdens de werkzaamheden dienen steeds de nodige voorzorgsmaatregelen genomen te worden teneinde elk risico op verontreiniging van bodem en/of grondwater te voorkomen en dienen de voorwaarden van het Vlarem strikt gevolgd te worden.

º         Na het boren en het inbouwen van de leidingen dienen de boorgaten opgevuld te worden. Ofwel worden er ter hoogte van de afdichtende lagen kleistoppen geplaatst of wordt de ruimte ter hoogte van de scheidende lagen gecementeerd, ofwel wordt het boorgat opgevuld met grout (klei-cementmengsel) zoals reeds vermeld in de aanvraag. In ieder geval dient ook de eerste twee meter van het boorgat met klei of grout te zijn afgedicht om snelle infiltratie van regenwater te vermijden.

º         De leidingen die worden ingebouwd, bestaan uit materialen die niet reageren met de ondergrond en het grondwater waarin ze worden ingebracht en die een voldoende levensduur hebben in het geïnstalleerde milieu.

º         Er worden minimaal drie druktesten uitgevoerd (één voor de inbouw, één na het opvullen van het boorgat en één na het aankoppelen van de leidingen) om de leidingen op lekken te controleren. Alleen als alle testen het bestaan van lekken uitsluit, kan er aan het water een antivriesmiddel toegevoegd worden.

º         Als antivriesmiddel mag enkel monopropyleenglycol of een bietenderivaat gebruikt te worden (reeds vermeld in aanvraag).

Zowel tijdens de aanleg als tijdens de exploitatie de nodige voorzorgsmaatregelen genomen te worden teneinde elk risico op verontreiniging van bodem en/of grondwater te voorkomen:

º         Opslag van oliën of mazout dient te gebeuren in een opvangbak waarvan het volume minstens even groot is als de inhoud van de erin opgeslagen recipiënten.

º         Het overgieten of vullen van machines dient met de nodige voorzichtigheid te gebeuren om morsen te voorkomen.

º         Machines met enig verlies van olie of mazout dienen onmiddellijk van de werf verwijderd te worden en boven een opvangbak geplaatst te worden.

º         Mochten er zich tijdens de werkzaamheden calamiteiten of verontreinigingen voordoen, dient De Watergroep hiervan onmiddellijk op de hoogte te worden gebracht (02/238 96 99 en op milieu@dewatergroep.be).

         Op 26 november 2021 is advies gevraagd aan provincie Vlaams-Brabant, dienst Waterlopen. Er werd geen advies uitgebracht binnen de termijn van het openbaar onderzoek.

 

Argumentatie

Stedenbouwkundige en landschappelijke aspecten

Het betreft een nieuwe inrichting gesitueerd in woongebied volgens het gewestplan Leuven.

De aangevraagde inrichting is niet zonevreemd gezien deze verenigbaar is met de bestemming van het gewestplan.

Er is voldoende afstand t.o.v. potentieel gehinderden, waardoor het risico op hinder voor de omgeving, veroorzaakt door de aangevraagde inrichting, klein is.

Er is voldaan aan de verbods- en afstandsregels.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar beoordeelt of de inrichting beschikt over alle vereiste stedenbouwkundige vergunningen voor de gebouwen, constructies en verhardingen of dat deze in deze aanvraag zijn opgenomen.

De inrichting is voldoende landschappelijk geïntegreerd omdat zij zich deels ondergronds en deels in de nieuwe woning bevindt.

Er is geen groenscherm vereist rond de inrichting en deze afscherming is ook niet aanwezig.

Project-MER-screening

Volgens het MER-besluit valt de hoofdactiviteit van de omgevingsvergunningsaanvraag onder de categorie 2c) diepteboringen van de bijhorende bijlage III zodat de opmaak van een project-MER-screening noodzakelijk is.

Rekening houdend met de kenmerken van het project, de omgeving en de bovenstaande analyse blijkt dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn. Er dienen geen bijkomende specifieke maatregelen opgelegd te worden.

Natuur

Gezien de ligging van de inrichting t.o.v. waardevolle natuur, de aard en de beperkte omvang van de inrichting/activiteit, voorwerp van deze aanvraag, heeft deze normaal geen betekenisvolle invloed op de nabije natuur.

Uit het gegenereerd rapport van de voortoets door de adviesverlener blijkt dat er geen betekenisvolle aantasting van de actuele en mogelijke toekomstige habitats verwacht wordt, waardoor een passende beoordeling niet nodig is.

Hemelwater/watertoets

De aangevraagde inrichting heeft geen invloed op het hemelwater en er worden geen bijkomende verhardingen aangelegd in het kader van de boringen.

Er is dan ook geen risico op vervuiling van het hemelwater.

Omdat de aanvraag (de boringen) niet zal leiden tot wijziging van het opvang- en afvoersysteem en er dus geen mogelijke impact is op het (lokale) watersysteem, dient een omgevingsvergunningsaanvraag niet onderworpen te worden aan een watertoets.

Afvalwater

Er is geen lozing van huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater en dus geen milieu-impact.

Grondwater

De inrichting is gelegen in een grondwaterbeschermingszone of waterwingebied; hierdoor gelden met betrekking tot deze aanvraag specifieke beperkende maatregelen.

Vermits de aanvraag handelingen betreft in beschermingszone type III die niet verboden zijn, is voorafgaand advies vereist van:

         Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), Operationeel Waterbeheer, afd. bevoegd voor grondwater, omwille van rubriek 55.1.2°.

         De exploitant van de grondwaterwinning (De Watergroep) waarrond de beschermingszone is afgebakend, omwille van rubriek 55.1.2°.

De ligging binnen beschermingszone betekent dat de site gelegen is binnen het voedingsgebied naar de waterwinning.

Vermits de inrichting niet gelegen is in een infiltratiegevoelig gebied, is er geen risico dat de verandering van de infiltratie invloed zal hebben op de (ondiepe) grondwatertafel in de omgeving.

De gemeente treedt het advies van De Watergroep bij. Het aanleggen van boringen voor geothermische doeleinden zijn mogelijk binnen beschermingszone type III voor zover er geen diepere afsluitende kleilagen doorboord worden. Dit ter bescherming van diepere watervoerende lagen waar zich een strategische zoetwatervoorraad in bevindt.

Afval

Er wordt geen afval van derden opgeslagen.

Er wordt geen noemenswaardige hoeveelheid afval geproduceerd, een groot deel van de uitgeboorde grond wordt hergebruikt.

Emissies

Er is geen opslag en/of overslag van droge bulkgoederen waardoor de wettelijke beheermaatregelen voor niet-geleide stofemissie niet van toepassing zijn.

De aangevraagde inrichting/activiteit veroorzaakt slechts zeer beperkte emissies, waardoor de aanvraag niet zal leiden tot hinder wat dit aspect betreft.

Geluid en trillingen

Gezien de ligging van de exploitatie, namelijk in woongebied is er een specifiek risico op lawaaihinder voor derden.

Omdat de aangevraagde inrichting/activiteit lawaai veroorzaakt, kan de aanvraag leiden tot hinder wat dit aspect betreft.

De geluidsoverlast is echter beperkt tot de duur van het boren, wat normaliter 1 tot enkele dagen in beslag neemt.

Er zijn beperkende maatregelen genomen, namelijk de machines zijn geluidsgedempt en de trillingen zijn zeer beperkt.

Bodem

Omdat de aangevraagde inrichting/activiteit niet valt onder een Vlarebo-categorie, moet er geen oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd worden.

Energie

Het energieverbruik is beperkt waardoor de inrichting niet onderworpen is aan de specifieke bepalingen inzake energiebeheer.

Er zijn geen energiebesparende maatregelen genomen. Echter zijn de boringen wel in functie van geothermische energie wat een voorbeeld is van duurzame energie met een zeer beperkte CO2-uitstoot.

Mobiliteit

Het transport is beperkt, meer bepaald werfverkeer in functie van de boringen.

Veiligheid

Er zijn geen aanzienlijke veiligheidsrisico’s.

Gezondheid

Er zijn geen gezondheidsrisico’s.

Stralingen

Er wordt geen lichthinder of andere straling veroorzaakt.

Best Beschikbare Technieken (BBT)

Er is geen specifieke Vlaamse BBT-studie beschikbaar voor de aangevraagde activiteit.

Bijstellen van milieuvoorwaarden

Er wordt geen bijstelling aangevraagd van de bijzondere milieuvoorwaarden.

Gewenste vergunningstermijn

De omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor onbepaalde duur.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

De omgevingsaanvraag (OMV_2021156572), ingediend door Laurens Goyens en Sofie Gille, per beveiligde zending verzonden op 12 oktober 2021 inzake de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit namelijk de exploitatie van verticale boringen voor de warmtepomp, gelegen te Mezenstraat 57 te 3061 Bertem, kadastraal bekend: afdeling 3 sectie B nrs. 277R en 277T wordt voorwaardelijk vergund voor

Rubriek 55.1.2° (Vlarem II): andere verticale boringen dan de boringen, vermeld in rubriek 53, 54 en 55.3: dieper dan het dieptecriterium, zoals weergegeven op de kaart in bijlage 2quinquies bij dit besluit, of die gelegen zijn binnen een beschermingszone type III, met een diepte van minder dan 500 meter ten opzichte van het maaiveld: 4 geothermische boringen van elk 45 m diepte (klasse 2).

 

Artikel 2:

De plannen en het aanvraagdossier waarop deze beslissing gebaseerd is, maken integraal deel uit van het besluit van college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 3:

1. De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

 

Hoofdstuk 4.1.

Algemene milieuvoorwaarden - algemeen

Hoofdstuk 4.2 met bijhorende bijlagen

Algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater

Hoofdstuk 4.3 met bijhorende bijlagen

Algemene milieuvoorwaarden – bodem- en grondwaterverontreiniging

Hoofdstukken 4.4.

Algemene milieuvoorwaarden - lucht

 

Hoofdstuk 4.5 met bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6

Algemene milieuvoorwaarden - geluid

Hoofdstuk 4.6.

Algemene milieuvoorwaarden - licht

Hoofdstuk 4.10 met bijhorende bijlagen

Algemene milieuvoorwaarden – emissies van broeikasgassen

 

Hoofdstuk 5.55

Sectorale milieuvoorwaarden - boringen

 

2. De volgende bijzondere milieuvoorwaarden voor milieu:

§2.1

De boringen uitgevoerd worden door een erkende boorfirma volgens de regels van goed vakmanschap, zoals opgenomen in de code van goede praktijk voor boren, exploiteren en afsluiten van boorputten voor grondwaterwinning, vastgesteld in bijlage 5.53.1 van het Vlarem II.

§2.2.

Naast milieu-inspectie (zoals voorgeschreven door Vlarem, zie artikel 5.55.1.3.§3) dient eveneens De Watergroep minstens twee dagen voor de aanvang van de boorwerken verwittigd te worden via een mail op het mailadres milieu@dewatergroep.be, zodat een toezichthouder eventueel aanwezig kan zijn bij de uit te voeren werken.

§2.3.

         Tijdens de werkzaamheden dienen steeds de nodige voorzorgsmaatregelen genomen te worden teneinde elk risico op verontreiniging van bodem en/of grondwater te voorkomen en dienen de voorwaarden van het Vlarem strikt gevolgd te worden.

         Na het boren en het inbouwen van de leidingen dienen de boorgaten opgevuld te worden. Ofwel worden er ter hoogte van de afdichtende lagen kleistoppen geplaatst of wordt de ruimte ter hoogte van de scheidende lagen gecementeerd, ofwel wordt het boorgat opgevuld met grout (klei-cementmengsel) zoals reeds vermeld in de aanvraag. In ieder geval dient ook de eerste twee meter van het boorgat met klei of grout te zijn afgedicht om snelle infiltratie van regenwater te vermijden.

         De leidingen die worden ingebouwd, bestaan uit materialen die niet reageren met de ondergrond en het grondwater waarin ze worden ingebracht en die een voldoende levensduur hebben in het geïnstalleerde milieu.

         Er worden minimaal drie druktesten uitgevoerd (één voor de inbouw, één na het opvullen van het boorgat en één na het aankoppelen van de leidingen) om de leidingen op lekken te controleren. Alleen als alle testen het bestaan van lekken uitsluit, kan er aan het water een antivriesmiddel toegevoegd worden.

         Als antivriesmiddel mag enkel monopropyleenglycol of een bietenderivaat gebruikt worden.

§2.4.

Zowel tijdens de aanleg als tijdens de exploitatie worden de nodige voorzorgsmaatregelen genomen teneinde elk risico op verontreiniging van bodem en/of grondwater te voorkomen.

         Opslag van oliën of mazout dient te gebeuren in een opvangbak waarvan het volume minstens even groot is als de inhoud van de erin opgeslagen recipiënten.

         Het overgieten of vullen van machines dient met de nodige voorzichtigheid te gebeuren om morsen te voorkomen.

         Machines met enig verlies van olie of mazout dienen onmiddellijk van de werf verwijderd te worden en boven een opvangbak geplaatst te worden.

         Mochten er zich tijdens de werkzaamheden calamiteiten of verontreinigingen voordoen, dient De Watergroep hiervan onmiddellijk op de hoogte te worden gebracht (02/238 96 99 en op milieu@dewatergroep.be).

 

 

 

 

Publicatiedatum: 28/12/2021
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.