BESLUITENLIJST VAN HET COLLEGE BURGEMEESTER EN SCHEPENEN

 

Gemeente Bertem

 

Zitting van 13 mei 2019

Van 14.30 uur tot 16.45 uur

 

Aanwezig:

Burgemeester:

Joël Vander Elst

Schepenen:

Marc Morris, Joery Verhoeven en Tom Philips

Algemeen directeur:

Dirk Stoffelen

 

Verontschuldigd:

Schepen:

Greet Goossens

 


Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

ZITTINGEN CBS. GOEDKEURING NOTULEN VORIGE ZITTING.

 

Juridische grond

  • Artikel 50 van het decreet lokaal bestuur
    De notulen worden goedgekeurd op de eerstvolgende gewone vergadering van het college van burgemeester en schepenen.

 

 

Bijlagen

  • Notulen van de zitting van 6 mei 2019.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de notulen van de zitting van 6 mei 2019 goed.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

BESTUURLIJK TOEZICHT KERKFABRIEKEN. KENNISNAME NOTULEN SINT-PIETERS-BANDEN VAN 19 MAART 2019.

 

Motivering

  • Zitting van de kerkraad van de parochie Sint-Pieters-Banden Bertem op 19 maart 2019.
  • Artikel 57 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten
    Een afschrift van de notulen van de vergaderingen van de kerkraad wordt binnen een termijn van twintig dagen, die ingaat op de dag van de vergadering bezorgd aan het gemeentebestuur.

 

Mededeling

Het college neemt kennis van de notulen van de kerkraad van de parochie Sint-Pieters-Banden van 19 maart 2019.

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

ZONAAL VEILIGHEIDSPLAN. BESPREKING GEMEENTELIJKE PRIORITEITEN.

 

Motivering

Dit jaar stelt de politiezone Voer en Dijle het Zonaal Veiligheidsplan 2020-2025 op, het nieuwe beleidsplan. De burgemeesters en de procureurs des Konings zijn voor de inhoud van dit plan de voornaamste opdrachtgevers.

 

De politiezone heeft de burgemeesters op 30 april 2019 verzocht om vanuit de beleidsvisie van de gemeente hun prioriteiten en verwachtingen naar de lokale politie te vertalen. Welke elementen moeten volgens de gemeente meegenomen worden in de komende beleidsperiode van de politie?

 

Op 20 mei 2019 zal de zonale veiligheidsraad na overleg beslissen waaraan de politie Voer en Dijle in de komende jaren prioriteit en capaciteit moet geven.

 

Bespreking

Het college deelt aan de politiezone volgende beleidsprioriteiten mee:

         verkeer: snelheid en parkeren

         eigendomsdelicten: inbraken en diefstallen.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

HUWELIJKSGESCHENKEN. GOEDKEURING GUNNING EN LASTVOORWAARDEN LEVERING HUWELIJKSGESCHENKEN.

 

Feiten en context

         In het kader van de opdracht “Levering huwelijksgeschenken” werd een technische beschrijving met nr. SE642.08/428 opgesteld door het directiesecretariaat.

         De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 4716,98 euro excl. btw of 5000 euro incl. btw.

         Er wordt voorgesteld de opdracht tot stand te brengen bij wijze van de aanvaarde factuur (overheidsopdracht van beperkte waarde).

         Volgende ondernemingen werden uitgenodigd om deel te nemen aan deze opdracht:

º         Kristelines, Tervuursesteenweg 482 te 3061 Leefdaal;

º         Bier- en Wijn Huis, Weygenstraat 10 A te 3060 Bertem;

º         Arteel, Brusselsesteenweg 59 te 3020 Herent.

         De offertes dienden het bestuur ten laatste op 30 april 2019 om 11.00 uur te bereiken.

         Er werd 1 offerte ontvangen van Bier- en Wijn Huis, Weygenstraat 10 A te 3060 Bertem: 37,19 euro excl. btw per huwelijksgeschenk (totaal: 3719 euro excl. btw of 4499,99 euro incl. 21% btw). Zij hebben nog +/- 120 champagneglazen met het logo van de gemeente Bertem en geschenkdozen in voorraad.

 

Juridische gronden

         Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, § 3, 5°, waarbij wordt bepaald dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur.

         Besluit van de gemeenteraad van 2 april 2013 houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.

         Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.

         Bestuursdecreet van 7 december 2018.

         Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

         Wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies.

         Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 92 (de geraamde waarde excl. btw bereikt de drempel van 30 000 euro niet).

         Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.

         Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren.

 

Adviezen

         De financieel directeur verleende een visum op 8 mei 2019.

 

Argumentatie

Het directiesecretariaat stelde op 7 mei 2019 het verslag van nazicht van de offertes op.

Het directiesecretariaat stelt voor om, rekening houdende met het voorgaande, de opdracht “Levering huwelijksgeschenken” te gunnen aan de enige bieder, zijnde Bier- en Wijn Huis, Weygenstraat 10 A te 3060 Bertem, tegen het nagerekende inschrijvingsbedrag van 3719 euro excl. btw of 4499,99 euro incl. 21% btw voor 100 stuks.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde uitgave

64370000/0710

€ 18 000

€ 10 706,45

€ 4499,99

 

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het exploitatiebudget van 2019 en in het budget van de volgende jaren.

 

 

Bijlagen

         Verslag van nazicht van de offertes

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

De technische beschrijving met nr. SE642.08/428 en de raming voor de opdracht “Levering huwelijksgeschenken”, opgesteld door het directiesecretariaat, worden goedgekeurd. De raming bedraagt 4716,98 euro excl. btw of 5000 euro incl. btw.

 

Artikel 2:

Bovengenoemde opdracht komt tot stand bij wijze van de aanvaarde factuur (overheidsopdracht van beperkte waarde).

 

Artikel 3:

Goedkeuring wordt verleend aan het verslag van nazicht van de offertes van 7 mei 2019, opgesteld door het directiesecretariaat.

 

Artikel 4:

Het verslag van nazicht van de offertes in bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.

 

Artikel 5:

Deze opdracht wordt gegund aan de enige bieder, zijnde Bier- en Wijn Huis, Weygenstraat 10 A te 3060 Bertem, tegen het nagerekende inschrijvingsbedrag van 3719 euro excl. btw of 4499,99 euro incl. 21% btw.

 

Artikel 6:

De betaling zal gebeuren overeenkomstig de bepalingen voorzien in de offerte en met het krediet ingeschreven in het exploitatiebudget van 2019, op budgetcode 64370000/0710 en in het budget van de volgende jaren.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

GRONDGEBIEDZAKEN. AANLEG WERVINGSRESERVE AFDELINGSHOOFD GRONDGEBIEDZAKEN.

 

Feiten en context

  • Guy Trappeniers is vanaf 1 december 2018 met pensioen.
  • In het organogram is een functie van voltijds statutair afdelingshoofd grondgebiedzaken op niveau A1a-A2a voorzien en nog niet opnieuw ingevuld.
  • De functiebeschrijving van afdelingshoofd grondgebiedzaken werd inhoudelijk aangepast.
  • De dienst HRM vroeg tarieven op voor publicatie vacature bij:
    • Rondom Media voor publicatie in Rondom Leuven en Rondom Oostrand: 1/4de pagina: 465 euro (1+4 promotie) + milieutaks + 21% btw
    • Werkenbijdeoverheid.be:
      • Online campagne:
        • Werkenbijdeoverheid.be: basis: 200 euro + 21% btw
          • Plaatsing van 30 dagen
          • Een advertentie in de nieuwsbrief (22 000 exemplaren)
          • Plaatsing in sociale media: Facebook
        • Werkenbijdeoverheid.be: plus: 300 euro + 21% btw
          • Idem als basis +
          • Doorplaatsing naar Leuven heeft werk (jobsite)
          • Premiumplaatsing: de vacature staat de ganse periode in de kijker en blijft bovenaan staan
        • VVSG: 350 euro + 21% btw (publicatie op hun website, in hun nieuwsbrief en getweet via @JobLokaal)
        • Stepstone: 995 euro + 21% btw (publicatie op hun website, doorplaatsing via Google advertising)
        • Kortingen bij een aantal combinaties:
          • werkenbijdeoverheid.be + VVSG: 495 euro + 21% btw
          • werkenbijdeoverheid.be (plus) + VVSG: 575 euro + 21% btw
          • Stepstone + werkenbijdeoverheid.be: 1195 euro + 21% btw
      • Print: gratis opmaak via werkenbijdeoverheid.be
        • Vacature:
          • Vacature is telkens met twee provincies voor Het Laatste Nieuws als De Morgen
          • 1/4 pagina: 2800 euro + milieubijdrage + 21% btw
          • 1/6 pagina: 1990 euro + milieubijdrage + 21% btw
          • Tweede plaatsing: + 50%
          • Dit houdt zowel de krant in, als online.
        • Jobat/Het Nieuwsblad regionaal Vlaams-Brabant
          • Vacature is telkens met twee provincies voor HLN en DM volledig
          • 1/4 pagina: 1460 euro + milieubijdrage + 21% btw
          • 1/6 pagina: 965 euro + milieubijdrage + 21% btw
          • Tweede plaatsing: + 50%
          • Dit houdt zowel de krant in, als online.
      • Reclamebladen:
        • De Zondag/Deze Week:
          • 1/4 pagina: 2930 euro + milieutaks + 21% btw
          • 3/16 pagina: 2195 euro + milieutaks + 21% btw
          • 1/8 pagina: 1470 euro + milieutaks + 21% btw
          • Tweede plaatsing gratis: we kunnen hier gebruik maken van actie 'knelpuntenberoepen' + milieutaks + 21% btw
        • Rondom: zie tarieven Rondom media
      • Voorbeeldcombinatie:
        • Jobat/werkenbijdeoverheid+/VVSG: 2035 euro + 21% btw
      • Indien totaalbudget méér dan 3000 euro bedraagt: extra actie op Facebook, die werkenbijdeoverheid.be gratis op zich neemt door plaatsing van onze vacature op een 5-tal vacaturepagina's/groepen of Facebook.

 

Juridische gronden

  • Artikel 56, §3, 2° van het decreet lokaal bestuur
    Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de aanstelling en het ontslag van personeelsleden.
  • Hoofdstuk II en III van titel 2 van de rechtspositieregeling voor het personeel, goedgekeurd door de gemeenteraad op 28 oktober 2008 en laatst gewijzigd op 27 juni 2017
    Deze hoofdstukken handelen over de aanwervings- en selectieprocedure.
  • Artikel 7, §1 van de rechtspositieregeling voor het personeel, goedgekeurd door de gemeenteraad op 28 oktober 2008 en laatst gewijzigd op 27 juni 2017
    Indien nodig of gewenst kan de aanstellende overheid, na syndicaal overleg, op een objectieve en gemotiveerde basis volgende aanvullende aanwervingsvoorwaarden vaststellen:
    (...) een aantal jaren relevante beroepservaring, al dan niet in een bepaalde functie.
  • Collegebesluit van 13 februari 2017 over de aanduiding van CC Select als extern selectiebureau voor de begeleiding permanente organisatieontwikkeling.

 

Adviezen

  • Gunstig advies van ACV Openbare diensten van 10 mei 2019
  • Gunstig advies van ACOD LRB van 10 mei 2019

 

Argumentatie

Sinds de pensionering van Guy Trappeniers op 1 december 2019 is de functie van afdelingshoofd grondgebiedzaken niet meer ingevuld.
Om zoals voorzien in het huidige organogram deze functie te kunnen invullen, moet dringend een aanwervingsprocedure voor voltijds statutair afdelingshoofd grondgebiedzaken op niveau A1a-A2a opgestart worden. Hiervoor dient een externe bekendmaking van de vacature met een oproep tot kandidaten gepubliceerd te worden.

 

Het college stelt als aanvullende aanwervingsvoorwaarde vast: beschikken over minimaal 5 jaar ervaring in een gelijkaardige functie. De motivering hiervoor is als volgt; de afdeling grondgebiedzaken kent bijzonder grote uitdagingen op vlak van de verhoging van de effectiviteit en de efficiëntie van de dienstverlening, op vlak van de interne en externe communicatie, op vlak van de motivatie en betrokkenheid van de medewerkers, op vlak van planning - organisatie - rapportering en op vlak van strategische visievorming. De afdeling is voorwerp van een grondige reorganisatie die aan deze doelstellingen tegemoet moet komen.

Gezien het belang van de leidinggevende capaciteiten bij de hogere leidinggevenden, zal het college deze aanvullende aanwervingsvoorwaarde voortaan opleggen bij elke aanwerving van een lid van het managementteam.

 

Daarom is het aangewezen dat enkel kandidaten met 5 jaar ervaring in een gelijkaardige functie in aanmerking komen.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde uitgave

1419/001/001/001/001

61430000/0110

€ 23 500

€ 15 516

€ 5753,55

 

 

Bijlagen

  • Ontwerptekst voor de externe bekendmaking.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Een wervingsreserve wordt aangelegd voor voltijds statutair afdelingshoofd grondgebiedzaken op niveau A1a-A2a, geldig voor één jaar.

 

Artikel 2:

Het college stelt de volgende aanvullende aanwervingsvoorwaarden vast: minimaal 5 jaar ervaring in een gelijkaardige functie.

 

Artikel 3:

Een externe bekendmaking wordt gepubliceerd in Nieuwsblad Vlaams-Brabant (Jobat.be online inbegrepen), in Vacature Regionaal Brabant-Brussel (Vacature.com online inbegrepen), op de VDAB-website, op de gemeentelijke website, in de gemeentelijke e-nieuwsbrief, op de vacaturedatabank van 11.11.11, op de website van Werken bij de overheid, op de VVSG-website en -nieuwsbrief en op de infoborden van de gemeente Bertem.

 

Artikel 4:

De bijgevoegde ontwerptekst voor de externe bekendmaking wordt goedgekeurd.

 

Artikel 5:

De kandidaturen kunnen ingediend worden tot uiterlijk 12 juni 2019.

 

Artikel 6:

Het examenprogramma wordt als volgt vastgesteld:

  • competentieproef: 25 punten
  • gevalstudie: 25 punten
  • mondelinge proef: 50 punten
  • psychotechnische screening.

 

Artikel 7:

De selectieprocedure wordt uitbesteed aan CC Select vanaf de aanvaarding van de kandidaturen.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

PERSONEEL ONDERWIJS. GOEDKEURING VERLOFSTELSELS GBS BERTEM SCHOOLJAAR 2019-2020.

 

Voorgeschiedenis

  • E-mail van Tine Devriese van 5 april 2019 naar alle personeelsleden van GBS Bertem voor de aanvraag van de verlofstelsels voor het schooljaar 2019-2020.

 

Feiten en context

  • Aanvraag van Griet Vandendries, kleuteronderwijzeres, voor loopbaanonderbreking in het kader van ouderschapsverlof 1/5 van 1 september 2019 tot 30 april 2021.
  • Aanvraag van Veerle Bruggemans, kleuteronderwijzeres, voor 1/5 zorgkrediet voor een kind tot en met 12 jaar van 1 september 2019 tot en met 30 juni 2020.
  • Aanvraag van Valérie Claes, onderwijzeres lager onderwijs, voor halftijds zorgkrediet voor een kind tot en met 12 jaar van 1 september 2019 tot en met 30 april 2020.
  • Aanvraag van Lies Van Rossen, onderwijzeres lager onderwijs, voor 1/5 loopbaanonderbreking in het kader van ouderschapsverlof van 1 september 2019 tot en met 30 april 2021.
  • Aanvraag van Hilde Brutsaert, onderwijzeres lager onderwijs en zorgcoördinator, voor halftijdse loopbaanonderbreking in het kader van medische bijstand van 1 september 2019 tot en met 30 juni 2020.
  • Aanvraag van Nancy Vander Elst, onderwijzeres lager onderwijs, voor halftijdse loopbaanonderbreking in het kader van medische bijstand van 1 september 2019 tot en met 30 juni 2020.
  • Aanvraag van Els Vandenbosch, onderwijzeres lager onderwijs, voor halftijdse loopbaanonderbreking in het kader van medische bijstand van 1 september 2019 tot en met 30 juni 2020.

 

Juridische gronden

  • Artikel 4, §5 van het decreet betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding van 27 maart 1991.

In het gesubsidieerd officieel onderwijs ingericht door de gemeenten gelegen in het Vlaamse Gewest is het college van burgemeester en schepenen bevoegd voor de aanstelling, vaste benoeming, ontslag en afzetting van personeelsleden evenals voor het toekennen van een afwezigheid, een verlof, een terbeschikkingstelling, een affectatie, een zorgkrediet en een loopbaanonderbreking.

  • Artikelen 22-25 van het besluit van de Vlaamse regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.
    Het personeelslid heeft recht op voltijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof gedurende een aaneengesloten periode van maximum 4 maanden.
  • Artikelen 26-28 van het besluit van de Vlaamse regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding
    Deze artikelen regelen de loopbaanonderbreking voor medische bijstand. De personeelsleden hebben recht op loopbaanonderbreking om bijstand of verzorging te verlenen aan een familielid tot de tweede graad of aan een gezinslid dat lijdt aan een zware ziekte. Ze kunnen o.a. hun loopbaan gedeeltelijk onderbreken tot een halftijdse betrekking. Deze loopbaanonderbreking kan alleen opgenomen worden in periodes van minimaal één en maximaal drie maanden, al dan niet aaneensluitend, tot een maximumperiode van 24 maanden per patiënt voor een gedeeltelijke loopbaanonderbreking.
  • Omzendbrief PERS/2011/05 van 15 juni 2011 'Personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap - Loopbaanonderbreking'

Deze omzendbrief bevat de bepalingen, toelichtingen en procedures over de loopbaanonderbreking in het onderwijs.

  • Omzendbrief PERS/2017/04 van 19 mei 2017 "Loopbaanonderbreking voor medische bijstand"
    Personeelsleden kunnen hun loopbaan volledig of gedeeltelijk onderbreken om medische bijstand te verlenen aan een zwaar ziek persoon. Deze omzendbrief bundelt alle info met betrekking tot de loopbaanonderbreking voor medische bijstand.
  • Omzendbrief PERS/2016/01 van 30 juni 2016 'Zorgkrediet voor de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding'

Deze omzendbrief bevat de bepalingen, toelichtingen en procedures over het zorgkrediet het onderwijs.

  • Besluit van de Vlaamse regering van 26 juli 2016 betreffende toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet

Aan een personeelslid wordt een onderbrekingsuitkering toegekend als het zijn arbeidsprestaties onderbreekt om voor een kind te zorgen tot en met de leeftijd van twaalf jaar, als het zijn arbeidsprestaties onderbreekt om bijstand of verzorging te verlenen aan een zwaar ziek gezins- of familielid, als het zijn arbeidsprestaties onderbreekt om palliatieve verzorging te verlenen, als het zijn arbeidsprestaties onderbreekt om zorg te dragen voor een kind met handicap en als het zijn arbeidsprestaties onderbreekt om een opleiding te volgen.

  • Besluit van de Vlaamse regering van 30 augustus 2016 betreffende het zorgkrediet voor de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding

Dit besluit bepaalt de voorwaarden, het volume, de duur, de administratieve stand en de procedure voor de opname van zorgkrediet door onderwijspersoneel.

  • Artikel II.34 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018

Als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, mag een bestuursdocument niet openbaar worden gemaakt.

 

Adviezen

  • Gunstig advies van Tine Devriese, directeur GBS Bertem.

 

Besluit

Na geheime stemming:

4 stemmen voor

 

Artikel 1:

De aanvraag van Griet Vandendries, vastbenoemde kleuteronderwijzeres, voor ouderschapsverlof 1/5 van 1 september 2019 tot 30 april 2021 wordt goedgekeurd.

 

Artikel 2:

De aanvraag van Veerle Bruggemans, vastbenoemde kleuteronderwijzeres, voor 1/5 zorgkrediet voor een kind tot en met 12 jaar van 1 september 2019 tot en met 30 juni 2020 wordt goedgekeurd.

 

Artikel 3:

De aanvraag van Valérie Claes, vastbenoemde onderwijzeres lager onderwijs, voor halftijds zorgkrediet voor een kind tot en met 12 jaar van 1 september 2019 tot en met 30 april 2020 wordt goedgekeurd.

 

Artikel 4:

De aanvraag van Lies Van Rossen, onderwijzeres lager onderwijs, voor ouderschapsverlof 1/5 van 1 september 2019 tot en met 30 april 2021 wordt goedgekeurd.

 

Artikel 5:

De aanvragen voor loopbaanonderbreking in het kader van medische bijstand voor Hilde Brutsaert, Nancy Vander Elst en Els Vandenbosch zullen worden behandeld in het aanstellingsbesluit van augustus 2019.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

PERSONEEL ONDERWIJS. GOEDKEURING VERLOFSTELSELS GBS LEEFDAAL SCHOOLJAAR 2019-2020.

 

Voorgeschiedenis

  • E-mail van Lieve Morris van 5 april 2019 naar alle personeelsleden van GBS Leefdaal voor de aanvraag van de verlofstelsels voor het schooljaar 2019-2020.

 

Feiten en context

  • Aanvraag van Kris Goossens, onderwijzeres lager onderwijs, voor halftijds verlof voor verminderde prestaties van 1 september 2019 tot en met 31 augustus 2020.
  • Aanvraag van Katleen De Muylder, onderwijzeres lager onderwijs, voor halftijdse loopbaanonderbreking medische bijstand van 1 september 2019 tot 30 juni 2020.

 

Juridische gronden

  • Besluit van de Vlaamse regering van 26 april 1990 betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties
  • Artikel 4, §5 van het decreet betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding van 27 maart 1991.

In het gesubsidieerd officieel onderwijs ingericht door de gemeenten gelegen in het Vlaamse Gewest is het college van burgemeester en schepenen bevoegd voor de aanstelling, vaste benoeming, ontslag en afzetting van personeelsleden evenals voor het toekennen van een afwezigheid, een verlof, een terbeschikkingstelling, een affectatie, een zorgkrediet en een loopbaanonderbreking.

  • Omzendbrief 13AC/CR/JVM/hj 'Verlof voor verminderde prestaties gewettigd door sociale of familiale redenen en afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid ten gunste van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding' van 14 november 2000

Deze omzendbrief bevat de bepalingen, toelichtingen en procedures over de verloven en afwezigheden voor verminderde prestaties.

  • Artikelen 26-28 van het besluit van de Vlaamse regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding
    Deze artikelen regelen de loopbaanonderbreking voor medische bijstand. De personeelsleden hebben recht op loopbaanonderbreking om bijstand of verzorging te verlenen aan een familielid tot de tweede graad of aan een gezinslid dat lijdt aan een zware ziekte. Ze kunnen o.a. hun loopbaan gedeeltelijk onderbreken tot een halftijdse betrekking. Deze loopbaanonderbreking kan alleen opgenomen worden in periodes van minimaal één en maximaal drie maanden, al dan niet aaneensluitend, tot een maximumperiode van 24 maanden per patiënt voor een gedeeltelijke loopbaanonderbreking.
  • Omzendbrief PERS/2011/05 van 15 juni 2011 'Personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap - Loopbaanonderbreking'
    Deze omzendbrief bevat de bepalingen, toelichtingen en procedures over de loopbaanonderbreking in het onderwijs.
  • Omzendbrief PERS/2017/02 'Verlof voor verminderde prestaties' van 8 maart 2017
  • Omzendbrief PERS/2017/04 van 19 mei 2017 "Loopbaanonderbreking voor medische bijstand"
    Personeelsleden kunnen hun loopbaan volledig of gedeeltelijk onderbreken om medische bijstand te verlenen aan een zwaar ziek persoon. Deze omzendbrief bundelt alle info met betrekking tot de loopbaanonderbreking voor medische bijstand.

 

Adviezen

  • Gunstig advies van Lieve Morris, directeur GBS Leefdaal.

 

Besluit

Na geheime stemming:

4 stemmen voor

 

Artikel 1:

De aanvraag van Kris Goossens, vastbenoemde onderwijzeres lager onderwijs, voor halftijds verlof verminderde prestaties van 1 september 2019 tot en met 31 augustus 2020 wordt goedgekeurd.

 

Artikel 2:

De aanvraag van Katleen De Muylder, vastbenoemde onderwijzeres lager onderwijs, voor halftijdse loopbaanonderbreking in het kader van medische bijstand zal worden behandeld in het aanstellingsbesluit van augustus 2019.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN VOETBALTERREINEN VC BERTEM-LEEFDAAL. OPENING OFFERTE.

 

Motivering

Het college keurde op 23 april 2019 het bestek, de raming, de gunningswijze en de uit te nodigen firma's voor de opdracht "onderhoudswerkenzaamheden voetbalterreinen VC Bertem-Leefdaal" goed. De raming bedraagt 10 743 euro excl. btw of 13 000 euro incl. 21% btw. De opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

 

Mededeling

Het college neemt kennis van de ontvangen offerte voor de onderhoudswerkzaamheden voetbalterreinen VC Bertem-Leefdaal.

 

Volgende offerte werd ontvangen:

         Fluyt bvba, Halensebaan 108, 3390 Tielt-Winge.

 

Het college geeft opdracht aan de facilitaire dienst om de offerte verder te onderzoeken.

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

SPORTAANBOD. GOEDKEURING ORGANISATIE WUSHU - KUNGFU LESSEN EN OVEREENKOMST LESGEVER.

 

Feiten en context

  • De dienst vrije tijd en communicatie organiseerde in 2017-2018 een lessenreeks wushu-kungfu voor beginners. Er waren 23 betalende deelnemers.
  • De dienst vrije tijd en communicatie organiseerde in 2018-2019 een lessenreeks wushu-kungfu voor beginners. Er waren 12 betalende deelnemers.
  • De dienst vrije tijd stelt voor om ook in 2019-2020 een lessenreeks wushu-kungfu te organiseren:
    • de lessen gaan door in de sportzaal Bertem op woensdagen van 13 tot 14 uur.
    • de deelnemers kunnen gratis verzekerd worden door de verzekering afgesloten bij ISB.
    • instappen in een beginners wushu-kungfu groep is altijd mogelijk.
    • de inschrijvingen gebeuren bij de dienst vrije tijd.
  • Voor het geven van de kungfu lessen is een lesgever nodig.
  • Jurgen Vanhorenbeek, Louisastraat 34, 3120 Tremelo, is als gediplomeerd lesgever kungfu erkend door Sport Vlaanderen.
  • De lesgever vraagt een vergoeding per les (duur: 1 uur) van 100 euro incl. btw, alle kosten inbegrepen.

 

Juridische gronden

  • Artikel II.34 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018
    Als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, mag een bestuursdocument niet openbaar worden gemaakt.
  • Artikel 56, §3, 5° van het decreet lokaal bestuur
    Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht die past binnen het begrip 'dagelijks bestuur'.
  • Decreet van 6 juli 2012 houdende het stimuleren en subsidiëren van een lokaal sportbeleid
  • Besluit van de Vlaamse regering van 16 november 2012 betreffende de uitvoering van het decreet van 6 juli 2012
  • Besluit van de gemeenteraad van 2 april 2013 houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur
  • Artikel 42 van de wet inzake overheidsopdrachten van 17 juni 2016
    Dit artikel handelt over het gebruik van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
  • Gemeenteraadsbesluit van 30 april 2019:
    • over de goedkeuring van het retributiereglement op de deelname aan kung fu activiteiten ingericht door het gemeentebestuur;
    • over de goedkeuring van de hoogte en de wijze van innen van de retributie voor de deelname aan kung fu lessen.

 

Adviezen

  • De financieel directeur verleende een visum op 9 mei 2019.

 

Argumentatie

Door de grote opkomst vraagt de dienst vrije tijd om de lessen wushu-kungfu opnieuw te mogen organiseren van september 2019 tot augustus 2020.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde uitgave

1419/001/001/001/001

61320400/0740

€ 4000

€ 3600

€ 3700

 

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Geraamde inkomsten

1419/001/001/001/001

70250000/0740

€ 2500

€ 2978,50

 

 

Bijlagen

  • Freelance overeenkomst wushu kungfu.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college beslist om in 2019-2020 opnieuw een lessenreeks wushu-kungfu van 37 lessen te organiseren in de sportzaal Bertem op woensdagen van 13 tot 14 uur.

 

Artikel 2:

Het college trekt Jurgen Vanhorenbeek aan als lesgever voor 100 euro incl. btw per les.

 

Artikel 3:

Het college keurt de bijgevoegde freelance overeenkomst met Jurgen Vanhorenbeek, Louisastraat 34, 3120 Tremelo, goed.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

INFORMATICA. GUNNING BOEKHOUDSOFTWARE GEMEENTE, OCMW EN AGB.

 

Voorgeschiedenis

 

Feiten en context

         Met ingang van 2020 start in het kader van de BBC een nieuwe cyclus over de periode 2020-2025. Op vlak van regelgeving zijn er op vlak van BBC een aantal wijzigingen met gevolgen voor de BBC-software. Zo zullen gemeente en OCMW nog een aparte boekhouding voeren, maar is er een consolidatie inzake de wettelijke schema's van de beleidsrapporten. Momenteel hebben beide instellingen elk hun eigen leverancier voor de BBC-software, respectievelijk Remmicom (gemeente) en Cipal (OCMW). Met het oog op de integratie van gemeente en OCMW enerzijds en de consolidatie van de beleidsrapporten anderzijds is het aangewezen om over te stappen naar één gezamenlijke leverancier voor de BBC-software (inclusief aanverwante modules zoals boekhouding en kassa).

         Naar aanleiding van de bouw van een nieuwe sporthal is het de bedoeling om vanaf 2020 van start te gaan met een autonoom gemeentebedrijf (AGB). Een AGB is eveneens onderworpen aan de BBC-regelgeving en bijgevolg wordt voor het AGB ook best geopteerd voor dezelfde leverancier als voor gemeente en OCMW.

         De concurrentie op de markt van financiële software voor lokale besturen verminderde de laatste jaren fors door een aantal fusies van bedrijven: CEVI met Logins en Cipal met Schaubroeck. Op de koop toe maakte Remmicom in de loop van de maand maart 2019 bekend dat het bedrijf een verregaande samenwerking op poten gaat zetten met Cipal Schaubroeck, in die zin dat Remmicom een aantal softwaretoepassingen niet meer zelf zal verder ontwikkelen (waaronder de BBC-software) maar een beroep zal doen op de pakketten van Cipal Schaubroeck. Dat bedrijf heeft momenteel twee pakketten beschikbaar zijnde Foxtrot (voorheen Schaubroeck) en Mercurius (voorheen Cipal). Remmicom heeft wel verzekerd dat de ondersteunende helpdesk behouden blijft bij Remmicom.

         Abstractie gemaakt van de specifieke software van een aantal echt grote steden blijft de keuze voor de lokale besturen voortaan beperkt tot de pakketten van CEVI/Logins of Cipal Schaubroeck. Op vlak van degelijkheid, flexibiliteit en gebruiksgemak ervaart de financiële dienst de pakketten van Logins en Foxtrot als gelijkwaardig, Logins valt normalerwijze wel iets duurder uit. Het pakket Mercurius is meer op maat van grotere besturen en valt eveneens duurder uit.

         Remmicom bezorgde een offerte voor de Foxtrot-suite voor gemeente en OCMW die uitmondt in een status quo in vergelijking met onze huidige tarieven. Momenteel beraden een aantal klanten zich over de organisatie van een gezamenlijke overheidsopdracht, maar deelname aan een dergelijke procedure houdt een aantal risico's in: bijkomend tijdverlies (opleiding en conversie later), gedwongen keuze op vlak van pakket, eventuele grootschalige conversie van vele besturen die vertraging en moeilijkheden kan opleveren, geen garantie op betere voorwaarden gelet op gangbare tarieven en ervaringen van besturen die reeds overheidsopdracht organiseerden.

 

Juridische gronden

         Artikel 56 § 3, 4° en 5° van het decreet lokaal bestuur

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het voeren van de plaatsingsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten en voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht die past binnen het begrip "dagelijks bestuur".

         Besluit van de gemeenteraad van 2 april 2013 houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.

 

Argumentatie

Remmicom biedt uiterst gunstige tarieven aan voor de Foxtrot-toepassing van Cipal Schaubroeck. Bovendien garandeert Remmicom ondersteuning door de eigen helpdesk en een behoud van de voorgestelde tarieven, behoudens indexering, voor de volledige periode van de nieuwe BBC-cyclus 2020-2025. De organisatie van of de deelname aan een overheidsopdracht biedt geen perspectieven om betere voorwaarden te bekomen.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde uitgave

61431000/0119

€ Geen, MJP nog in opmaak

€ 0

€ 16 212,36

 

 

Bijlagen

         Offerte Foxtrot - toepassing Gemeente en OCMW

         Offerte Foxtrot - toepassing AGB

         Mail Remmicom met bevestiging handhaving tarieven

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college beslist om in het kader van de BBC-cyclus 2020-2025 gebruik te maken van de Foxtrot-toepassing voor gemeente, OCMW en op te richten AGB en hiervoor een beroep te doen op de diensten van Remmicom nv, Sationsstraat 147, 2235 Westmeerbeek. Deze beslissing zal, wat betreft het gedeelte met betrekking tot het AGB, ter bekrachtiging worden voorgelegd aan het directiecomité van het op te richten AGB.

 

Artikel 2:

De uitvoering van de opdracht dient te gebeuren volgens de voorwaarden opgenomen in de offertes van 17 april 2019 (gemeente en OCMW) en 7 mei 2019 (AGB) van Remmicom nv en met behoud van de voorgestelde tarieven, behoudens eventuele jaarlijkse indexering, over de volledige periode van de nieuwe BBC-cyclus 2020-2025, zoals bevestigd door Remmicom nv per mail van 7 mei 2019.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

CONTRACTEN. GOEDKEURING BESTELBONS.

 

Juridische gronden

  • Artikel 56, §3, 3° van het decreet lokaal bestuur

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.

  • Besluit van de gemeentesecretaris van 15 december 2016 over de aankoopprocessen.
    Dit besluit legt de bestelprocedures vast conform de wet op de overheidsopdrachten.

 

Adviezen

  • De overzichtslijst van de bestelbons werd bezorgd aan de leden van het managementteam. Gunstig advies.

 

 

Bijlagen

  • Overzichtslijst van de bestelbons.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de volgende bestelbons goed: nr. 2019/00312, nr. 2019/00316 en nr. 2019/00321 voor een totaal bedrag van 9719,21 euro.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

INKOMENDE FACTUREN. GOEDKEURING FACTUREN.

 

Juridische gronden

  • Artikel 56, §3, 3° van het decreet lokaal bestuur

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.

  • Besluit van de gemeentesecretaris van 15 december 2016 over de aankoopprocessen.

Dit besluit legt de bestelprocedures vast conform de wet op de overheidsopdrachten.

 

 

Bijlagen

  • Overzichtslijst facturen.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de facturen goed van nr. 2019/01316 tot en met nr. 2019/01450 voor een totaal bedrag van 296 435,17 euro.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

GEZONDHEIDSENQUÊTE. GOEDKEURING AANVRAAG GEGEVENS UIT BEVOLKINGS- EN VREEMDELINGENREGISTER.

 

Voorgeschiedenis

         Collegebesluit van 29 april 2019 over de samenwerkingsovereenkomst gezondheidsenquête.

         Brief van Sciensano van 24 april 2019 waarin zij toestemming vragen tot gebruik van persoonsgegevens uit de bevolkingsregisters.

 

Feiten en context

         De uitrol van de gezondheidsenquête gebeurt in verschillende stappen. In eerste instantie diende er een samenwerkingsovereenkomst afgesloten te worden met Logo Oost-Brabant. Vervolgens dient er toegang verschaft te worden tot gegevens uit de bevolkingsregisters aan Sciensano. Volgende gegevens worden ter beschikking gesteld: geslacht, leeftijd, statistische sector, straatnaam.

         Sciensano neemt de steekproef af en heeft hiervoor een lijst nodig van de inwoners in de gemeente. Deze lijst wordt opgemaakt op basis van een extract uit het bevolkingsregister. Daarvoor moet Sciensano een aanvraag indienen aan het college van burgemeester en schepenen, die op zijn beurt de toegang moet goedkeuren.

Aangezien Sciensano de steekproef neemt en de gegevens analyseert, mogen zij om privacyredenen geen zicht hebben op persoonlijke gegevens (naam, adres…).

 

Juridische gronden

         Wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.

         Wet van 30 juli 2018 over de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.

         Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende het verkrijgen van informatie uit de bevolkingsregisters en uit het vreemdelingen register.

         Omzendbrief van 7 oktober 1992 betreffende het houden van de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister.

 

Adviezen

         De functionaris voor gegevensbescherming stelt voor om enkel gebruik te maken van de verwerkingsovereenkomst die de VVSG ter beschikking stelt.

 

Argumentatie

De verwerkingsovereenkomst van de VVSG is veel uitgebreider dan het voorstel van Sciensano.

Sciensano heeft de gegevens uit de bevolkingsregister nodig om de gezondheidsenquête te kunnen voltooien.

 

 

Bijlagen

         Verwerkingsovereenkomst VVSG

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college beslist om Sciensano de personenlijst ter beschikking te stellen.

 

Artikel 2:

Het gebruik van deze gegevens is beperkt tot de uitvoering van het opgegeven doel. Het oneigenlijk gebruik van de verkregen gegevens, in welke vorm ook, is verboden.

 

Artikel 3:

Het college kan deze gegevens enkel ter beschikking stellen aan Sciensano op voorwaarde dat zij de verwerkingsovereenkomst, zoals opgesteld door de VVSG, ondertekenen.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

PREVENTIEVE GEZONDHEIDSZORG. GOEDKEURING INTENTIEVERKLARING LOKALE PREVENTIEWERKING.

 

Feiten en context

         Veel lokale besturen ondernemen acties en projecten om hun inwoners te stimuleren tot een gezonde leefstijl en hen te beschermen tegen gezonheidsrisico's. Maar vooral in kleinere lokale besturen ontbreekt het vaak aan personeel en middelen om deze preventiewerking structureel te voeren in het lokale beleid. Daarom heeft de Vlaamse regering beslist om lokale besturen te ondersteunen met een subsidie voor lokale preventiewerking.

         De gemeente kan een forfaitaire subsidie (€3000) krijgen en een subsidie per inwoner (€0,08). Voor inwoners met een verhoogde tegemoetkoming in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering ontvangt de gemeente nog een bijkomende subsidie. Dat biedt de mogelijkheid om extra in te zetten op deze specifieke doelgroepen en om de lokale preventiewerking uit te bouwen. In ruil voor die subsidie zijn gemeenten verplicht om samen te werken met minstens één andere, aanpalende gemeente in hun eerstelijnszone en om extra personeel in te zetten voor preventiewerk. De gemeenten moeten ook zelf bijdragen om het lokale preventiewerk uit te bouwen.

         Hoeveel subsidies in totaal worden toegekend, zal afhankelijk zijn van het aantal deelnemende gemeenten, maar wordt geraamd op 1,5 miljoen euro.

De reden om hiermee vooral aan de kleinere gemeenten een boost te geven, is dat zij vaak te kampen hebben met capaciteitsproblemen voor het voeren van een lokaal preventief gezondheidsbeleid. Alle gemeenten kunnen voor hun preventieve werking vrijblijvend een beroep blijven doen op ondersteuning door Logo’s (Lokaal gezondheidsoverleg) en het aanbod van andere organisaties binnen het preventieve gezondheidsbeleid.

         Dit systeem is gebaseerd op vrijwilligheid.

         De voorwaarden zijn:

º         intergemeentelijke samenwerking van twee of meer gemeenten binnen een eerstelijnszone;

º         gemeenten cofinancieren voor minstens hetzelfde bedrag als de Vlaamse financiering;

º         er wordt een 'beheerder' aangesteld voor de lokale preventiewerking; de gemeenten in het samenwerkingsverband bepalen autonoom waar de preventiewerker tewerkgesteld wordt. De gemeenten kunnen zelf het werkgeverschap opnemen, of ze kunnen dit toewijzen aan een andere organisatie. Ook de standplaats van de preventiewerker wordt binnen de samenwerkingsverband overeengekomen. Gemeenten bepalen ook zelf welk profiel ze gebruiken in termen van opleiding en anciënniteit, zolang het gaat om personen met de nodige competenties op het gebied van preventie.

º         er wordt gewerkt rond preventiethema's die aansluiten bij het Vlaamse preventieve gezondheidsbeleid en de Vlaamse gezondheidsdoelstellingen en de bestaande Vlaamse preventiemethodieken worden toegepast: de gemeente kan zich hiervoor laten bijstaan door het Logo uit onze regio;

º         jaarlijks, na begeleiding en ondersteuning van het Logo, summier rapporteren over de werking.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Besluit van de Vlaamse regering van 5 april 2019 houdende de wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 30 januari 2009 betreffende de Logo’s
Het besluit over de Logo's is uitgebreid met nieuwe bepalingen om lokale preventiewerkingen mogelijk te maken en te ondersteunen. Om de begeleidende en ondersteunende rol van de Logo’s bij het uitwerken en opvolgen van het lokale preventieve gezondheidsbeleid van de gemeenten te versterken, worden via een subsidie aan de Logo’s extra financiële middelen voorzien voor de gemeenten die, samen met ten minste een aanpalende gemeente en binnen een eerstelijnszone, vrijwillig een lokale preventiewerking willen uitbouwen

 

Argumentatie

Onze gemeente streeft naar een preventief gezondheidsbeleid om gezondheidswinst op bevolkingsniveau te realiseren door mensen langer te laten leven en de levenskwaliteit te verhogen. Het bestuur streeft naar het bevorderen, beschermen en behouden van de gezondheid van de bevolking.

 

 

Bijlagen

         Intentieverklaring deelname lokale preventiewerkingen.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college beslist om de bijgevoegde intentieverklaring tot deelname aan de lokale preventiewerking in te dienen.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

CHIRO LEEFDAAL. TOELATING INLEEFWEEK.

 

Voorgeschiedenis

         E-mail van Marthe Vantyghem van 9 mei 2019 over een aanvraag voor een inleefweek voor Chiro Leefdaal met overnachting in de Chirolokalen van 1 tot en met 6 juli 2019.

 

Feiten en context

         Chiro Leefdaal zou graag een inleefweek organiseren in hun Chirolokalen. Het gaat om een week samen leven en slapen in hun lokalen als teambuilding en om de sfeer in de groep te versterken. Eveneens dient deze week om het kamp voor te bereiden.

 

Juridische gronden

         Artikel 56, §3, 1° van het decreet lokaal bestuur

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de daden van beheer over de gemeentelijke inrichtingen en eigendommen, in voorkomend geval binnen de door de gemeenteraad vastgestelde algemene regels.

         Artikel 3 gebruiksmodaliteiten van de gebruiksovereenkomst Chirolokalen Bertem:

"Het is verboden te kamperen en te overnachten in de lokalen, tenzij met voorafgaandelijke goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen."

 

Argumentatie

Chiro Leefdaal vraagt om een uitzondering toe te staan op de algemene regel uit de gebruiksovereenkomst. Bij de inleefweek zullen geen externen betrokken zijn.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college geeft voorwaardelijk toelating aan Chiro Leefdaal om een inleefweek te houden van 1 tot 6 juli 2019 in hun Chirolokalen. Het college staat een afwijking op de gebruiksovereenkomst toe en geeft de toelating aan de leidingskring om tijdens de inleefweek te overnachten in de lokalen op volgende voorwaarden:

         indien er lokalen worden verduisterd en afgeplakt met tape, moeten deze achteraf zorgvuldig verwijderd worden zonder de muren en ramen te beschadigen;

         tijdens de inleefweek moet rekening worden gehouden met de omwonenden. Er mag geen lawaaihinder zijn voor de omwonenden;

         er is een geluidsbeperking vanaf 22 uur. De inleefweek mag niet uitmonden in fuiven. Bij klachten wordt de inleefweek stopgezet en volgende keer niet meer goedgekeurd door het college;

         onmiddellijk na de inleefweek moeten de lokalen en keuken schoongemaakt en ordelijk gemaakt worden en moet de vuile vaat afgewassen worden;

         bij de inleefweek mogen geen externen betrokken zijn.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

RISICOGRONDEN. SCHRAPPEN VAN RISICOGROND HEGGESTRAAT ZN.

 

Voorgeschiedenis

         E-mail van 21 maart 2019 van OVAM in het kader van de Gemeentelijke Inventaris (GI) risicogronden en drinkwaterwingebieden.

 

Feiten en context

         Locatie: Heggestraat zn te 3060 Bertem

         Kadastraal gekend als 24061F0053/00A00, 24061F0055/00F00, 24061F005/00K00, 24061F0056/00A00, 24061F0056/00B00 en 24061F0056/00C00

         Eigenaars van de percelen: niet gekend

         In het kader van de verbetering van de kwaliteit van de gemeentelijke inventaris en het GrondenInformatieRegister (GIR) heeft de OVAM de bodemsaneringsdeskundige ABO nv de opdracht gegeven voor het project van de drinkwaterwingebieden.

         Doel van deze opdracht was om voor een aantal percelen, gelegen in drinkwaterwingebied, uit te zoeken of deze percelen al dan niet risicopercelen zijn. De resultaten van het historisch en administratief onderzoek is gebundeld in een gemotiveerde verklaring.

 

Juridische gronden

         Bodemdecreet: artikel 2,13°, 2,14° en 6

         VLAREBO: artikel 21 en bijlage I (lijst van risico-inrichtingen waarvan de exploitatie is aangevat voor 1 juni 2015)

         VLAREM II: bijlage 1 (indelingslijst)

 

Adviezen

         Er zijn geen externe adviezen vereist.

 

Argumentatie

Voormalige en/of huidige risicovolle ingedeelde inrichting of activiteit:

Rubriek 2.3.6.b) 3°: stortplaats voor anorganische niet-gevaarlijke afvalstoffen met laag organisch/ bioafbreekbaar gehalte (Vlarebo B).

Deze rubriek is afkomstig uit een milieuvergunning van 1967 voor de uitbating van een vuilnisbelt op perceel 55L door de gemeente Vossem.

 

Uitspraak over 24061 F 53A, 56A, 56B en 56C:

Motivatie:

Op basis van huidige en voormalige luchtfoto’s kan gesteld worden dat de percelen 53A, 56A, 56B en 56C steeds braakliggend (landbouwgrond/bos) waren. Op basis van de luchtfoto uit 1971 valt niet uit te sluiten dat de percelen 55K en 55F mee deel uitmaakten van de zandgroeve op perceel 55H maar op de percelen 53A, 56A, 56B en 56C zijn geen omwoelingen in de aarde waar te nemen waardoor dan ook gesteld kan worden dat deze percelen nooit deel uitmaakten van de stortplaats.

Ook op basis van de voorgaande milieuvergunning en waarnemingen in het voorgaand oriënterend bodemonderzoek uit 2016 wijst niets erop dat de voormalige zandgroeve met latere stortplaats tot op de percelen 53A, 56A, 56B en 56C reikte.

Conclusie:

In voorliggende gemotiveerde verklaring wordt aangetoond dat percelen 53A, 56A, 56B en 56C geen risicogrond betreft. Bijgevolg kunnen de betrokken percelen geschrapt worden uit de Gemeentelijke inventaris en het Grondeninformatieregister als risicogrond.

 

Uitspraak over 24061 F 55F, 55K:

Motivatie:

Op basis van de luchtfoto uit 1971 valt niet uit te sluiten dat de percelen 55K en 55F deel uitmaakten van de zandgroeve op perceel 55H. Gezien het gebruik van een zandgroeve inherent verbonden is aan de latere opvulling hiervan, valt niet uit te sluiten dat voor de opvulling van deze percelen hetzelfde materiaal gebruikt werd als voor perceel 55H.

Op het plan bij het oriënterend onderzoek van 2016 wordt de stortplaats enkel gelokaliseerd op perceel 55H. Echter is dit enkele gebaseerd op een aanduiding van de gemeente van 2016 en werd door het gebrek aan stortmateriaal in de ondergrond geen afperking van dit stort gemaakt waardoor niet uit te sluiten valt dat het stort ook op percelen 55K en 55F aanwezig was.

Conclusie:

In voorliggende gemotiveerde verklaring kon niet worden aangetoond dat percelen 55K en 55F geen risicogrond betreft. Bijgevolg kunnen deze betrokken percelen niet geschrapt worden uit de Gemeentelijke inventaris en het Grondeninformatieregister als risicogrond.

 

Aangezien de gemeente de inventarisplicht heeft en verantwoordelijk is voor de volledigheid en de kwaliteit van de gemeentelijke inventaris, dient het schepencollege te beslissen om akkoord te gaan met de conclusie(s) van deze gemotiveerde verklaringen.

 

 

Bijlagen

         gemotiveerde verklaring door ABO nv van de locatie Heggestraat zn.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het schepencollege neemt kennis van de huidige situatie van de betreffende risicogrond namelijk Heggestraat zn, 3060 Bertem (kadastraal gekend als 24061F0053/00A00, 24061F0055/00F00, 24061F005/00K00, 24061F0056/00A00, 24061F0056/00B00 en 24061F0056/00C00) via de gemotiveerde verklaring van de erkende bodemsaneringsdeskundige ABO nv.

 

Artikel 2:

Het schepencollege beslist over te gaan tot de schrapping van de betreffende risicogrond namelijk Heggestraat zn, 3060 Bertem (kadastraal gekend als 24061F0053/00A00, 24061F0056/00A00, 24061F0056/00B00 en 24061F0056/00C00) in de Gemeentelijke Inventaris en in het webloket bodem van OVAM.

 

Artikel 3:

Het schepencollege beslist niet over te gaan tot de schrapping van de betreffende risicogrond namelijk Heggestraat zn, 3060 Bertem (kadastraal gekend als 24061F0055/00F00 en 24061F005/00K00) in de Gemeentelijke Inventaris en in het webloket bodem van OVAM.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

RISICOGRONDEN. SCHRAPPEN RISICOGROND EGENHOVENSTRAAT 23.

 

Voorgeschiedenis

         E-mail van 21 maart 2019 van OVAM in het kader van de Gemeentelijke Inventaris (GI) risicogronden en drinkwaterwingebieden.

 

Feiten en context

         Locatie: Egenhovenstraat 23 te 3060 Bertem

         Kadastraal gekend als 24009C0473/00Z00 en 24009C0474/00C00

         Eigenaars van de percelen: niet gekend

         In het kader van de verbetering van de kwaliteit van de gemeentelijke inventaris en het GrondenInformatieRegister (GIR) heeft de OVAM de bodemsaneringsdeskundige ABO nv de opdracht gegeven voor het project van de drinkwaterwingebieden.

         Doel van deze opdracht was om voor een aantal percelen, gelegen in drinkwaterwingebied, uit te zoeken of deze percelen al dan niet risicopercelen zijn. De resultaten van het historisch en administratief onderzoek is gebundeld in een gemotiveerde verklaring.

 

Juridische gronden

         Bodemdecreet: artikel 2,13°, 2,14° en 6 

         VLAREBO: artikel 21 en bijlage I (lijst van risico-inrichtingen waarvan de exploitatie is aangevat voor 1 juni 2015)

         VLAREM II: bijlage 1 (indelingslijst)

 

Adviezen

         Er zijn geen externe adviezen vereist.

 

Argumentatie

Voormalige en/of huidige risicovolle ingedeelde inrichting of activiteit:

Rubriek 23.2.2.b): kunststofvervaardiging (Vlarebo O)

Rubriek 29.5.2.2.b): metaalbewerking (Vlarebo A)

Deze rubrieken zijn afkomstig uit een milieuvergunning uit 1999 voor het veranderen van een inrichting voor het exploiteren van een inrichting voor het produceren van ramen uit kunststof (PVC) en aluminium (eerst DVES Constructies bvba en later Moeys nv).

 

Uitspraak over 24009C 473Z en 474C:

Motivatie:

Percelen 473Z en 474C werden opgenomen in de Gemeentelijke Inventaris op basis van een milieuvergunning uit 1999 waarbij de rubriek 23.2.2.b) en 29.5.2.2.b) gekoppeld werden aan deze percelen. Deze activiteiten vonden echter plaats op buurperceel 476N.

Dit wordt bevestigd door:

         Het plan bij deze milieuvergunning;

         Op basis van huidige en voormalige luchtfoto’s en Google Streetview kan gesteld worden dat op onderzoeksperceel 474C enkel een gebouw/woning waar te nemen is met tuin en tuinhuis. Op perceel 473Z is er geen bebouwing. Wel loopt er een toegangsweg naar het gebouw op perceel 476N. Deze loopt deels op de percelen 473Z en 474C;

         In de bodemonderzoeken op buurperceel 476N werd nooit melding gemaakt van voormalige risicoactiviteiten op de percelen 473Z en 474C in de periode voor 1999.

Conclusie:

In voorliggende gemotiveerde verklaring wordt aangetoond dat percelen 473Z en 474C geen risicogrond betreft. Bijgevolg kunnen de betrokken percelen geschrapt worden uit de Gemeentelijke Inventaris en het Grondeninformatieregister als risicogrond.

 

Aangezien de gemeente de inventarisplicht heeft en verantwoordelijk is voor de volledigheid en de kwaliteit van de gemeentelijke inventaris, dient het schepencollege te beslissing om akkoord te gaan met de conclusie(s) van deze gemotiveerde verklaringen.

 

 

Bijlagen

         gemotiveerde verklaring door ABO nv van de locatie Egenhovenstraat 23

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het schepencollege neemt kennis van de huidige situatie van de betreffende risicogrond namelijk Egenhovenstraat 23, 3060 Bertem (kadastraal gekend als 24009C0473/00Z00 en 24009C0474/00C00) via de gemotiveerde verklaring van de erkende bodemsaneringsdeskundige ABO nv.

 

Artikel 2:

Het schepencollege beslist over te gaan tot de schrapping van de betreffende risicogrond namelijk Egenhovenstraat 23, 3060 Bertem (kadastraal gekend als 24009C0473/00Z00 en 24009C0474/00C00) in de Gemeentelijke Inventaris en in het webloket bodem van OVAM.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

RISICOGRONDEN. SCHRAPPEN RISICOGROND TERVUURSESTEENWEG 461.

 

Voorgeschiedenis

         E-mail van 21 maart 2019 van OVAM in het kader van de Gemeentelijke Inventaris (GI) risicogronden en drinkwaterwingebieden.

 

Feiten en context

         Locatie: Tervuursesteenweg 461 te 3061 Bertem

         Kadastraal gekend als 24061B0404/00L003

         Eigenaars van de percelen: Michel Rene Steeno en Paulette Maria Deno

         In het kader van de verbetering van de kwaliteit van de gemeentelijke inventaris en het GrondenInformatieRegister (GIR) heeft de OVAM de bodemsaneringsdeskundige ABO nv de opdracht gegeven voor het project van de drinkwaterwingebieden.

         Doel van deze opdracht was om voor een aantal percelen, gelegen in drinkwaterwingebied, uit te zoeken of deze percelen al dan niet risicopercelen zijn. De resultaten van het historisch en administratief onderzoek is gebundeld in een gemotiveerde verklaring.

 

Juridische gronden

         Bodemdecreet: artikel 2,13°, 2,14° en 6 

         VLAREBO: artikel 21 en bijlage I (lijst van risico-inrichtingen waarvan de exploitatie is aangevat voor 1 juni 2015)

         VLAREM II: bijlage 1 (indelingslijst)

 

Adviezen

         Er zijn geen externe adviezen vereist.

 

Argumentatie

Voormalige en/of huidige risicovolle ingedeelde inrichting of activiteit:

Rubriek 17.3.4.2 a) 2°: benzinestation (Vlarebo A)

Rubriek 15.5: garagewerkplaats (Vlarebo A)

Rubriek 17.3.9.3°: brandstofverdeelinstallatie (Vlarebo B)

Rubriek 29.5.7.1.b) 2°: metaalontvetting (Vlarebo B)

Rubriek 29.5.7.1.a) 2°: metaalontvetting (Vlarebo O)

Deze rubrieken zijn afkomstig uit verschillende milieuvergunningen: in eerste instantie voor een tankstation met garage dat in de periode 1945 tot 1981 geëxploiteerd werd door achtereenvolgens Verwinnen, Shell en De Cubber en hierna voor de firma CMS voor het onderhoud en verhuur van caravans in de periode van 1987 tot 2016.

 

Uitspraak over 24061B 404L3:

Motivatie:

Perceel 404L3 werd opgenomen in de Gemeentelijke Inventaris op basis van verschillende milieuvergunningen in de periode 1994 waarbij de rubrieken 17.3.4.2.a) 2° (Vlarebo A), 15.5 (Vlarebo A), 17.3.9.3 (Vlarebo B), 29.5.7.1.b) 2° (Vlarebo B) en 29.5.7.1.a) 2° (Vlarebo O) gekoppeld werden aan dit perceel. Deze activiteiten vonden echter steeds plaats op buurpercelen 404K5, 404H5 en 404G5, zoals bevestigd werd door middel van het plan bij het OBO uit 2006 en BBO uit 2012 waarbij de risicoactiviteiten uit de milieuvergunningen alle werden gelokaliseerd op buurpercelen 404K5, 404H5 en 404G5 en geen risicoactiviteiten werden beschreven op onderzoeksperceel 404L3 en dit eveneens als woning werd beschreven;

Op basis van huidige en voormalige luchtfoto’s en Google Streetview kan gesteld worden dat het onderzoeksperceel 404L3 braakliggend was tot ca. 2011 waarna hier een gebouw werd gebouwd dat volledig los staat van het gebouw op buurpercelen 404K5, 404H5 en 404G5 waarop de werkplaats gesitueerd kon worden.

Conclusie:

In voorliggende gemotiveerde verklaring wordt aangetoond dat perceel 404L3 geen risicogrond betreft. Bijgevolg kan het betrokken perceel geschrapt worden uit de Gemeentelijke inventaris en het Grondeninformatieregister als risicogrond.

 

Aangezien de gemeente de inventarisplicht heeft en verantwoordelijk is voor de volledigheid en de kwaliteit van de gemeentelijke inventaris, dient het schepencollege te beslissing om akkoord te gaan met de conclusie(s) van deze gemotiveerde verklaringen.

 

 

Bijlagen

         gemotiveerde verklaring door ABO nv van de locatie Tervuursesteenweg 461

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het schepencollege neemt kennis van de huidige situatie van de betreffende risicogrond namelijk Tervuursesteenweg 461, 3061 Bertem (kadastraal gekend als 24061B0404/00L003) via de gemotiveerde verklaring van de erkende bodemsaneringsdeskundige ABO nv.

 

Artikel 2:

Het schepencollege beslist over te gaan tot de schrapping van de betreffende risicogrond namelijk Tervuursesteenweg 461, 3061 Bertem (kadastraal gekend als 24061B0404/00L003) in de Gemeentelijke Inventaris en in het webloket bodem van OVAM.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

RISICOGRONDEN. SCHRAPPEN RISICOGROND NIJVELSEBAAN 226.

 

Voorgeschiedenis

         E-mail van 21 maart 2019 van OVAM in het kader van de Gemeentelijke Inventaris (GI) risicogronden en drinkwaterwingebieden.

 

Feiten en context

         Locatie: Nijvelsebaan 226 te 3060 Bertem

         Kadastraal gekend als 24052B0314/00S00

         Eigenaars van de percelen: niet gekend

         In het kader van de verbetering van de kwaliteit van de Gemeentelijke Inventaris en het GrondenInformatieRegister (GIR) heeft de OVAM de bodemsaneringsdeskundige ABO nv de opdracht gegeven voor het project van de drinkwaterwingebieden.

         Doel van deze opdracht was om voor een aantal percelen, gelegen in drinkwaterwingebied, uit te zoeken of deze percelen al dan niet risicopercelen zijn. De resultaten van het historisch en administratief onderzoek is gebundeld in een gemotiveerde verklaring.

 

Juridische gronden

         Bodemdecreet: artikel 2,13°, 2,14° en 6 

         VLAREBO: artikel 21 en bijlage I (lijst van risico-inrichtingen waarvan de exploitatie is aangevat voor 1 juni 2015)

         VLAREM II: bijlage 1 (indelingslijst)

 

Adviezen

         Er zijn geen externe adviezen vereist.

 

Argumentatie

Voormalige en/of huidige risicovolle ingedeelde inrichting of activiteit:

Rubriek 15.3.2: garagewerkplaats met max. 4 schouwputten of hefbruggen (Vlarebo A)

Rubriek 15.3.1: garagewerkplaats met max. 10 schouwputten of hefbruggen (Vlarebo A)

Deze rubrieken zijn afkomstig uit een milieuvergunning uit 1994 voor het uitbaten van een garage op naam van Letellier . Er werden geen kadastrale percelen opgenomen, enkel een plan. Op dit plan is te zien dat er ter hoogte van huidig perceel 314S een gebouw aanwezig is dat omschreven is als ‘bestaande woning’. De effectieve werkplaats bevond zich in een tweede, te bouwen gebouw achter de woning, en staat hier volledig los van. In latere meldingen en vergunningen voor de garage werd enkel buurperceel 314T opgenomen waardoor deze rubrieken ook niet meer gekoppeld werden aan het onderzoeksperceel 314S in het webloket. Bij de hernieuwing van de milieuvergunning in 2004 werd er ook een plan opgemaakt waarbij perceel 314S werd opgenomen. Op dat plan werd het perceel beschreven als woning.

 

Uitspraak over 24052B314 S:

Motivatie:

Perceel 314S werd opgenomen in de Gemeentelijke Inventaris op basis van een milieuvergunning uit 1994 waarbij de rubrieken 15.3.2 (Vlarebo A) en 15.3.1 (Vlarebo A) gekoppeld werden aan dit perceel. Deze activiteiten vonden echter steeds plaats op het buurperceel, zoals bevestigd werd door middel van het plan bij de milieuvergunningen uit 1994 en 2004 waarbij perceel 314S enkel als woning werd opgenomen, evenals op het plan bij het OBO uit 2017 waarbij geen risicoactiviteiten werden gelokaliseerd op onderzoeksperceel 314S en dit als woning werd beschreven.

Op basis van huidige en voormalige luchtfoto’s en Google Streetview kan gesteld worden dat onderzoeksperceel 314S volledig los staat van de gebouwen op perceel 314T, waarop de werkplaats gesitueerd kan worden. Het onderzoeksperceel 314S bestaat ook uitsluitend uit het gebouw/woning en heeft geen stukje oprit waar eventueel geaccidenteerde voertuigen zouden gestald kunnen zijn.

Conclusie:

In voorliggende gemotiveerde verklaring wordt aangetoond dat perceel 314S geen risicogrond betreft. Bijgevolg kan het betrokken perceel geschrapt worden uit de Gemeentelijke Inventaris en het Grondeninformatieregister als risicogrond.

 

Aangezien de gemeente de inventarisplicht heeft en verantwoordelijk is voor de volledigheid en de kwaliteit van de gemeentelijke inventaris, dient het schepencollege te beslissing om akkoord te gaan met de conclusie(s) van deze gemotiveerde verklaringen.

 

 

Bijlagen

         gemotiveerde verklaring door ABO nv van de locatie Nijvelsebaan 226

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het schepencollege neemt kennis van de huidige situatie van de betreffende risicogrond namelijk Nijvelsebaan 226, 3060 Bertem (kadastraal gekend als 24052B0314/00S00) via de gemotiveerde verklaring van de erkende bodemsaneringsdeskundige ABO nv.

 

Artikel 2:

Het schepencollege beslist over te gaan tot de schrapping van de betreffende risicogrond namelijk Nijvelsebaan 226, 3060 Bertem (kadastraal gekend als 24052B0314/00S00) in de Gemeentelijke Inventaris en in het webloket bodem van OVAM.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

RISICOGRONDEN. SCHRAPPEN RISICOGROND VOSSENSTRAAT ZN.

 

Voorgeschiedenis

         E-mail van 21 maart 2019 van OVAM in het kader van de Gemeentelijke Inventaris (GI) risicogronden en drinkwaterwingebieden.

 

Feiten en context

         Locatie: Vossenstraat zn te 3060 Bertem

         Kadastraal gekend als 24009C0323/00K002, 24009C0323/00M002, 24009C0323/00N002 en 24009C0323/00R002

         Eigenaars van de percelen: niet gekend

         In het kader van de verbetering van de kwaliteit van de gemeentelijke inventaris en het GrondenInformatieRegister (GIR) heeft de OVAM de bodemsaneringsdeskundige ABO nv de opdracht gegeven voor het project van de drinkwaterwingebieden.

         Doel van deze opdracht was om voor een aantal percelen, gelegen in drinkwaterwingebied, uit te zoeken of deze percelen al dan niet risicopercelen zijn. De resultaten van het historisch en administratief onderzoek is gebundeld in een gemotiveerde verklaring.

 

Juridische gronden

         Bodemdecreet: artikel 2,13°, 2,14° en 6 

         VLAREBO: artikel 21 en bijlage I (lijst van risico-inrichtingen waarvan de exploitatie is aangevat voor 1 juni 2015)

         VLAREM II: bijlage 1 (indelingslijst)

 

Adviezen

         Er zijn geen externe adviezen vereist.

 

Argumentatie

Voormalige en/of huidige risicovolle ingedeelde inrichting of activiteit:

Rubriek 2.2.1.a): opslag en sorteren van inerte afvalstoffen (Vlarebo A)

Rubriek 2.2.1.c) 1°: opslag en sorteren van niet gevaarlijke afvalstoffen met een opslagcapaciteit van max. 100 ton (Vlarebo A)

Rubriek 2.2.2.a) 1°: opslag en mechanische behandeling van inerte afvalstoffen met een opslagcapaciteit van max. 1000 m³ (Vlarebo A)

Deze rubrieken zijn afkomstig uit verschillende vergunningen voor een schrootopslagplaats (later opslagplaats voor bouw- en sloopafval) op naam van Eduard Haine (bvba Haine van 2006). Deze vergunningen waren in eerste instantie alle van toepassing op voormalig perceel 323H waar de onderzoekspercelen 323K2, 323M2, 323N2 en 323R2 deel van uitmaakten. Echter werd op het plan bij de milieuvergunning duidelijk dat de werkelijke opslag vooral op het westelijk deel van dit perceel (huidig perceel 323Z) plaatsvond. Aan de straatkant (oosten) waren op basis van het plan uit de milieuvergunning uit 1988 enkel weiden en een oprit aanwezig.

Na de kadastrale wijziging werd bij de hernieuwing en voortzetting van de activiteiten steeds huidig buurperceel 323Z opgenomen, op de milieuvergunning van 2005 na, waar ook de voormalige percelen 323A2, 323B2, 323C en 323D2 werden opgenomen. Hierbij werd over deze percelen wel gemeld dat deze ‘bijna niet gebruikt worden door het bedrijf, enkel een bestaande toegangsweg loopt op deze percelen’. De effectieve opslag van bouw en sloopafval werd weer op buurperceel 323Z gelokaliseerd.

In het kader van het OBO in 2011 werden eveneens activiteiten van bouw- en sloopafval gelokaliseerd en op een plan gezet. Deze werden allen gelokaliseerd op perceel 323Z net zoals de aanwezige tank.

De huidige onderzoekspercelen 323K2, 323M2, 323N2 en 323R2 maakten dan ook geen deel uit van dit onderzoek.

 

Uitspraak over 24009C323 K2, 24009C323 M2, 24009C323 N2 en 24009C323 R2:

Motivatie:

De percelen 323K2, 323M2, 323N2 en 323R2 werden opgenomen in de Gemeentelijke Inventaris op basis van verschillende milieuvergunningen waarbij de rubrieken 2.2.1.a) (Vlarebo A), 2.2.1.c) 1° (Vlarebo A) en 2.2.2.a) (Vlarebo A) gekoppeld werden aan deze percelen. Deze activiteiten vonden echter steeds plaats op het buurperceel 323Z, zoals bevestigd werd door middel van meerdere plannen bij de milieuvergunningen en het OBO uit 2011 waarbij de opslagplaats voor bouw- en sloopafval steeds op perceel 323Z werd gelokaliseerd. Voor het OBO werd dit bovendien nog extra gestaafd door middel van een terreinbezoek.

Op basis van huidige en voormalige luchtfoto’s en Google Streetview kan gesteld worden dat de percelen 323K2, 323M2, 323N2 en 323R2 steeds braakliggend waren/zijn. Er was enkel een weg naar de opslagplaats op perceel 323Z aanwezig.

Conclusie:

In voorliggende gemotiveerde verklaring wordt aangetoond dat percelen 323K2, 323M2, 323N2 en 323R2 geen risicogrond betreft. Bijgevolg kunnen de betrokken percelen geschrapt worden uit de Gemeentelijke Inventaris en het Grondeninformatieregister als risicogrond.

 

Aangezien de gemeente de inventarisplicht heeft en verantwoordelijk is voor de volledigheid en de kwaliteit van de gemeentelijke inventaris, dient het schepencollege te beslissing om akkoord te gaan met de conclusie(s) van deze gemotiveerde verklaringen.

 

 

Bijlagen

         gemotiveerde verklaring door ABO nv van de locatie Vossenstraat zn

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het schepencollege neemt kennis van de huidige situatie van de betreffende risicogrond namelijk Vossenstraat zn, 3060 Bertem (kadastraal gekend als 24009C0323/00K002, 24009C0323/00M002, 24009C0323/00N002 en 24009C0323/00R002) via de gemotiveerde verklaring van de erkende bodemsaneringsdeskundige ABO nv.

 

Artikel 2:

Het schepencollege beslist over te gaan tot de schrapping van de betreffende risicogrond namelijk Vossenstraat zn, 3060 Bertem (kadastraal gekend als 24009C0323/00K002, 24009C0323/00M002, 24009C0323/00N002 en 24009C0323/00R002) in de Gemeentelijke Inventaris en in het webloket bodem van OVAM.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

RISICOGRONDEN. SCHRAPPEN RISICOGROND TERVUURSESTEENWEG 200.

 

Voorgeschiedenis

         E-mail van 21 maart 2019 van OVAM in het kader van de Gemeentelijke Inventaris (GI) risicogronden en drinkwaterwingebieden.

 

Feiten en context

         Locatie: Tervuursesteenweg 200 te 3060 Bertem

         Kadastraal gekend als 24009B0342/00V002 en 24009B0342/00W002

         Eigenaars van de percelen: niet gekend

         Exploitant perceel 342W2: SGS Belgium

         In het kader van de verbetering van de kwaliteit van de Gemeentelijke Inventaris en het GrondenInformatieRegister (GIR) heeft de OVAM de bodemsaneringsdeskundige ABO nv de opdracht gegeven voor het project van de drinkwaterwingebieden.

         Doel van deze opdracht was om voor een aantal percelen, gelegen in drinkwaterwingebied, uit te zoeken of deze percelen al dan niet risicopercelen zijn. De resultaten van het historisch en administratief onderzoek is gebundeld in een gemotiveerde verklaring.

 

Juridische gronden

         Bodemdecreet: artikel 2,13°, 2,14° en 6 

         VLAREBO: artikel 21 en bijlage I (lijst van risico-inrichtingen waarvan de exploitatie is aangevat voor 1 juni 2015)

         VLAREM II: bijlage 1 (indelingslijst)

 

Adviezen

         Er zijn geen externe adviezen vereist.

 

Argumentatie

Voormalige en/of huidige risicovolle ingedeelde inrichting of activiteit:

Perceel 342V2: Rubriek 17.3.4.2.a) 2°: benzine-opslag van meer dan 500 l tot en met 30 000 l (Vlarebo A)

Perceel 342W2: Rubriek 17.3.4.2.a)2°: benzine-opslag van meer dan 500 l tot en met 30 000 l (Vlarebo A)

Deze rubrieken zijn op basis van het webloket afkomstig uit een milieuvergunning uit 2006. Echter werd deze rubriek niet opgenomen in de verkregen milieuvergunning bij de gemeentelijke milieudienst waar enkel de rubriek 17.3.6.1°b) (voor een mazouttank) en rubriek 17.3.9.1 (verdeelslang) opgenomen staan, gekoppeld aan perceel 342W2. Geen van beide Vlarem-rubrieken zijn Vlarebo-plichtig. In deze milieuvergunning is wel opgenomen dat de oorspronkelijk melding werd gecorrigeerd naar deze toestand.

 

Uitspraak over 24009B342 V2 en 24009B342 W2:

Motivatie:

De percelen 342V2 en 342W2 werden opgenomen in de Gemeentelijke Inventaris op basis van de milieuvergunning van 2006 waarbij de rubriek 17.3.4.2.a) 2° (Vlarebo A) gekoppeld werd aan deze percelen. Deze activiteiten vonden echter nooit plaats op de onderzoekspercelen. In de verkregen milieuvergunning bij de gemeente zijn enkel rubrieken 17.3.6.1°b) en 17.3.9.1° opgenomen. Er is wel sprake van een aanpassing van een vergunning in het verleden waardoor gesteld kan worden dat verkeerdelijk een benzinetank gekoppeld werd. Later werd deze fout rechtgezet op perceel 342W2 namelijk geen exploitatie van een benzinetank, wel van een mazouttank.

Op basis van huidige en voormalige luchtfoto’s en Google Streetview kan gesteld worden dat ook geen andere risicoactiviteiten plaatsvonden op percelen 342V2 en 342W2.

Conclusie:

In voorliggende gemotiveerde verklaring wordt aangetoond dat percelen 342V2 en 342W2 geen risicogrond betreft. Bijgevolg kunnen de betrokken percelen geschrapt worden uit de Gemeentelijke Inventaris en het Grondeninformatieregister als risicogrond.

 

Aangezien de gemeente de inventarisplicht heeft en verantwoordelijk is voor de volledigheid en de kwaliteit van de gemeentelijke inventaris, dient het schepencollege te beslissing om akkoord te gaan met de conclusie(s) van deze gemotiveerde verklaringen.

 

 

Bijlagen

         gemotiveerde verklaring door ABO nv van de locatie Tervuursesteenweg 200

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het schepencollege neemt kennis van de huidige situatie van de betreffende risicogrond namelijk Tervuursesteenweg 200, 3060 Bertem (kadastraal gekend als 24009B0342/00V002 en 24009B0342/00W002) via de gemotiveerde verklaring van de erkende bodemsaneringsdeskundige ABO nv.

 

Artikel 2:

Het schepencollege beslist over te gaan tot de schrapping van de betreffende risicogrond namelijk Tervuursesteenweg 200, 3060 Bertem (kadastraal gekend als 24009B0342/00V002 en 24009B0342/00W002) in de Gemeentelijke Inventaris en in het webloket bodem van OVAM.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

RISICOGRONDEN. SCHRAPPEN RISICOGROND DORPSTRAAT 598.

 

Voorgeschiedenis

         E-mail van 21 maart 2019 van OVAM in het kader van de Gemeentelijke Inventaris (GI) risicogronden en drinkwaterwingebieden.

 

Feiten en context

         Locatie 1: Dorpstraat 598 te 3061 Bertem - kadastraal gekend als 24061B0078/00D00, 24061B0079/00B00, 24061B0082/00_00, 24061B0083/00C00, 24061B0086/00_00, 24061B0090/00_00 en 24061B0091/00_00

         Locatie 2: Dorpstraat 570 te 3060 Bertem - kadastraal gekend als 24061B0182/00Z00

         Eigenaars van de percelen: niet gekend

         In het kader van de verbetering van de kwaliteit van de Gemeentelijke Inventaris en het GrondenInformatieRegister (GIR) heeft de OVAM de bodemsaneringsdeskundige ABO nv de opdracht gegeven voor het project van de drinkwaterwingebieden.

         Doel van deze opdracht was om voor een aantal percelen, gelegen in drinkwaterwingebied, uit te zoeken of deze percelen al dan niet risicopercelen zijn. De resultaten van het historisch en administratief onderzoek is gebundeld in een gemotiveerde verklaring.

 

Juridische gronden

         Bodemdecreet: artikel 2,13°, 2,14° en 6 

         VLAREBO: artikel 21 en bijlage I (lijst van risico-inrichtingen waarvan de exploitatie is aangevat voor 1 juni 2015)

         VLAREM II: bijlage 1 (indelingslijst)

 

Adviezen

         Er zijn geen externe adviezen vereist.

 

Argumentatie

Onderzoekslocatie 7a: Dorpstraat 598

 

Voormalige en/of huidige risicovolle ingedeelde inrichting of activiteit:

Rubriek 3.6.3.2°: afvalwaterzuiveringsinstallatie voor het lozen van bedrijfsafvalwater met een effluent van meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u (Vlarebo A)

Deze rubriek is afkomstig uit de milieuvergunning uit 2014 voor de drinkwatermaatschappij uitgebaat door de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening (De Watergroep). Er werden al eerder vergunningen verkregen voor de installatie in 1993 en 2013 maar op basis van deze vergunningen werden blijkbaar geen rubrieken gekoppeld aan de onderzoekspercelen. Bij nader onderzoek blijkt dat de percelen 78D, 79B,82, 83C, 86, 90 en 91 deel uitmaakten als milieutechnische eenheid van de waterzuivering maar het zuiveren en lozen op oppervlaktewater bevond zich op buurperceel 80E.

Op de percelen 78D, 79B,82, 83C, 86, 90 en 91 bevinden zich enkel de grondwaterwinningsputten (20 in totaal) om grondwater op te pompen dat in de zuiveringsinstallatie op perceel 80E werd gezuiverd om te worden verdeeld als drinkwater. Deze grondwaterwinningen vallen evenwel onder Vlarem-rubriek 52.7 en zijn niet onderzoeksplichtig. Ook bevindt zich een gebouwtje met enkele pompen (laagdruk paviljoen batterij) op perceel 83C voor transport van het grondwater naar perceel 80E.

 

Uitspraak over 24061B78D, 24061B79B, 24061B82, 24061B83C, 24061B86, 24061B90 en 24061B91:

Motivatie:

De percelen 78D, 79B,82, 83C, 86, 90 en 91 werden opgenomen in de Gemeentelijke Inventaris op basis van de milieuvergunning uit 2014 waarbij de rubriek 3.6.3.2° (Vlarebo A) gekoppeld werd aan deze percelen. Deze activiteit vond echter nooit plaats op het buurperceel, zoals bevestigd werd door middel van het plan bij het OBO van 2013 en de plannen uit de milieuvergunningen van 1993, 2013 en 2014 waarbij de waterzuivering en de bijhorende lozing werd gelokaliseerd op buurperceel 80E en enkel grondwaterwinningsputten (Vlarem-rubriek 52.7) aanwezig zijn/waren op onderzoekspercelen 78D, 79B,82, 83C, 86, 90 en 91.

Op basis van huidige en voormalige luchtfoto’s en Google Streetview kan gesteld worden dat de onderzoekspercelen 78D, 79B,82, 83C, 86, 90 en 91 steeds braakliggend/bos geweest zijn. Enkel op perceel 83C kan vanaf 2011 een klein gebouwtje worden waargenomen. Hier zijn enkele pompen aanwezig.

Conclusie:

In voorliggende gemotiveerde verklaring wordt aangetoond dat percelen 78D, 79B,82, 83C, 86, 90 en 91 geen risicogrond betreft. Bijgevolg kunnen de betrokken percelen geschrapt worden uit de Gemeentelijke Inventaris en het Grondeninformatieregister als risicogrond.

 

Onderzoekslocatie 7b: Dorpstraat 570

 

Voormalige en/of huidige risicovolle ingedeelde inrichting of activiteit:

Rubriek 17.3.4.2.a) 2°: opslagplaatsen voor zeer licht ontvlambare en licht ontvlambare vloeistoffen met een totaal inhoudsvermogen van meer dan 500 l tot en met 30 000 l bij een combinatie van ondergrondse en bovengrondse opslag (Vlarebo A)

Rubriek 15.2: garagewerkplaats

Rubriek 23.2.2.b): inrichting voor het behandelen van kunststoffen en het vervaardigen van voorwerpen uit kunststoffen met een geïnstalleerd totale drijfkracht van meer dan 10 kW (Vlarebo O)

Deze rubrieken zijn afkomstig uit 2 milieuvergunningen uit 1973 en 1993 waarbij enkel de milieuvergunning in 1993 verkregen werd bij de gemeente. Er is geen weet of de vergunde benzinetank ooit aanwezig is geweest op de onderzoekslocatie gezien deze niet meer werd opgenomen in een latere vergunning.

De overige rubrieken werden opgenomen in een milieuvergunning uit 1993 op naam van nv Satraca waarin bovenstaande rubrieken zonder verdere uitleg werden opgenomen. Bij de milieuvergunning is een plan waarop ‘werkplaats’ staat genoteerd zonder verdere uitleg of vermogens.

 

Uitspraak over 24061B182Z:

Motivatie:

Perceel 182Z werd opgenomen in de Gemeentelijke Inventaris op basis van de milieuvergunningen uit 1973 en 1993 waarbij de rubrieken 17.3.4.2.a) 2° (Vlarebo A), 15.2 (Vlarebo A) en 23.2.2.b (Vlarebo O) gekoppeld werden aan dit perceel. Er valt niet uit te sluiten dat deze activiteiten effectief plaatsvonden op perceel 182Z. Er werd geen info over de mogelijke benzinetank verkregen, deze was mogelijk deels ondergronds aanwezig en deze valt dus ook niet te lokaliseren op basis van een luchtfoto waardoor de 'worst case' dient gesteld te worden dat deze aanwezig was.

Op basis van huidige en voormalige luchtfoto’s en Google Streetview kan gesteld worden dat er wel degelijk een loods aanwezig is op perceel 182Z waarbij zeker op basis van het plan uit de milieuvergunning van 1993 niet uit te sluiten valt dat dit ook als werkplaats gebruikt werd en mogelijk nog steeds wordt door de huidige exploitant, ook al is de voormalige milieuvergunning niet meer geldig.

Conclusie:

In voorliggende gemotiveerde verklaring kon niet worden aangetoond dat perceel 182Z geen risicogrond betreft. Bijgevolg kan dit betrokken perceel niet geschrapt worden uit de Gemeentelijke Inventaris en het Grondeninformatieregister als risicogrond.

 

Aangezien de gemeente de inventarisplicht heeft en verantwoordelijk is voor de volledigheid en de kwaliteit van de gemeentelijke inventaris, dient het schepencollege te beslissing om akkoord te gaan met de conclusie(s) van deze gemotiveerde verklaringen.

 

 

Bijlagen

         gemotiveerde verklaring door ABO nv van de locatie Dorpstraat 598 en Dorpstraat 570

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het schepencollege neemt kennis van de huidige situatie van de betreffende risicogronden namelijk Dorpstraat 598 en 570, 3061 Bertem (kadastraal gekend als 24061B0078/00D00, 24061B0079/00B00, 24061B0082/00_00, 24061B0083/00C00, 24061B0086/00_00, 24061B0090/00_00, 24061B0091/00_00 en 24061B0182/00Z00) via de gemotiveerde verklaring van de erkende bodemsaneringsdeskundige ABO nv.

 

Artikel 2:

Het schepencollege beslist over te gaan tot de schrapping van de betreffende risicogrond namelijk Dorpstraat 598, 3061 Bertem (kadastraal gekend als 24061B0078/00D00, 24061B0079/00B00, 24061B0082/00_00, 24061B0083/00C00, 24061B0086/00_00, 24061B0090/00_00 en 24061B0091/00_00) in de Gemeentelijke Inventaris en in het webloket bodem van OVAM.

 

Artikel 3:

Het schepencollege beslist niet over te gaan tot de schrapping van de betreffende risicogrond namelijk Dorpstraat 570, 3061 Bertem (kadastraal gekend als 24061B0182/00Z00) in de Gemeentelijke Inventaris en in het webloket bodem van OVAM.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

RISICOGRONDEN. SCHRAPPEN RISICOGROND PAARDENSTRAAT 13.

 

Voorgeschiedenis

         E-mail van 21 maart 2019 van OVAM in het kader van de Gemeentelijke Inventaris (GI) risicogronden en drinkwaterwingebieden.

 

Feiten en context

         Locatie: Paardenstraat 13 te 3060 Bertem

         Kadastraal gekend als 24009C0508/00E00

         Eigenaars van perceel: Vennootschap Moeys Beheer, Bosstraat 33 te 3060 Bertem

         In het kader van de verbetering van de kwaliteit van de Gemeentelijke Inventaris en het GrondenInformatieRegister (GIR) heeft de OVAM de bodemsaneringsdeskundige ABO nv de opdracht gegeven voor het project van de drinkwaterwingebieden.

         Doel van deze opdracht was om voor een aantal percelen, gelegen in drinkwaterwingebied, uit te zoeken of deze percelen al dan niet risicopercelen zijn. De resultaten van het historisch en administratief onderzoek is gebundeld in een gemotiveerde verklaring.

 

Juridische gronden

         Bodemdecreet: artikel 2,13°, 2,14° en 6 

         VLAREBO: artikel 21 en bijlage I (lijst van risico-inrichtingen waarvan de exploitatie is aangevat voor 1 juni 2015)

         VLAREM II: bijlage 1 (indelingslijst)

 

Adviezen

         Er zijn geen externe adviezen vereist.

 

Argumentatie

Voormalige en/of huidige risicovolle ingedeelde inrichting of activiteit:

Rubriek 29.5.2.1.a): metaalbewerking (Vlarebo O)

Rubriek 23.2.2.b): kunststofvervaardiging (Vlarebo O)

Rubriek 29.5.2.2.b): metaalbewerking (Vlarebo A)

Deze rubrieken zijn afkomstig uit de milieuvergunning van 1974 voor het uitbaten van een inrichting voor het vervaardigen van kunststoffen en het verlengen van deze uitbating met een milieuvergunning in 2004.

In de milieuvergunning van 1974 zijn geen kadastrale percelen opgenomen maar wel een plan. Hierop is te zien dat de effectieve werkplaats op ongeveer 23,20 m verwijderd is van de Paardenstraat en hiervoor een woning en bureel aanwezig was. Gezien huidig kadastraal perceel 508E slechts tot op een afstand van 11 m van de Paardenstraat loopt, kan dus gesteld worden dat de effectieve werkplaats niet op perceel 508E aanwezig was. Dit wordt bevestigd in de milieuvergunning van 2004.

 

Uitspraak over 24009C508E:

Motivatie:

Perceel 508E werd opgenomen in de Gemeentelijke Inventaris op basis van de milieuvergunningen van 1974 en 2004 waarbij de rubrieken 23.2.2.b (Vlarebo O), 29.5.2.1.a) (Vlarebo O) en 29.5.2.2.b) (Vlarebo A) gekoppeld werden aan deze percelen. Deze activiteiten vonden echter steeds plaats op het buurpercelen 508F en 508G, zoals bevestigd werd door middel van het plan bij de milieuvergunningen van 1974 en 2004 waarbij perceel 508E enkel als woning werd opgenomen, evenals op het plan bij het OBO uit 2017 waarbij geen risicoactiviteiten werden gelokaliseerd op perceel 508E.

Op basis van huidige en voormalige luchtfoto’s en Google Streetview kan gesteld worden dat op onderzoeksperceel 508E enkel een gebouw/woning waar te nemen valt met andere dakbedekking dan het gebouw en lijkt deel uit te maken van de tuin die zich ten noorden van dit perceel bevindt.

Conclusie:

In voorliggende gemotiveerde verklaring wordt aangetoond dat perceel 508E geen risicogrond betreft. Bijgevolg kan het betrokken perceel geschrapt worden uit de Gemeentelijke Inventaris en het Grondeninformatieregister als risicogrond.

 

Aangezien de gemeente de inventarisplicht heeft en verantwoordelijk is voor de volledigheid en de kwaliteit van de gemeentelijke inventaris, dient het schepencollege te beslissing om akkoord te gaan met de conclusie(s) van deze gemotiveerde verklaringen.

 

 

Bijlagen

         gemotiveerde verklaring door ABO nv van de locatie Paardenstraat 13

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het schepencollege neemt kennis van de huidige situatie van de betreffende risicogrond namelijk Paardenstraat 13, 3060 Bertem (kadastraal gekend als 24009C0508/00E00) via de gemotiveerde verklaring van de erkende bodemsaneringsdeskundige ABO nv.

 

Artikel 2:

Het schepencollege beslist over te gaan tot de schrapping van de betreffende risicogrond namelijk Paardenstraat 13, 3060 Bertem (kadastraal gekend als 24009C0508/00E00) in de Gemeentelijke Inventaris en in het webloket bodem van OVAM.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

RISICOGRONDEN. SCHRAPPEN RISICOGROND DORPSTRAAT ZN, 167 EN 169.

 

Voorgeschiedenis

         E-mail van 21 maart 2019 van OVAM in het kader van de Gemeentelijke Inventaris (GI) risicogronden en drinkwaterwingebieden.

 

Feiten en context

         Locatie: Dorpstraat zn, 167 en 169 te 3060 Bertem

         Kadastraal gekend als 24009C0477/00K00, 24009C0477/00L00, 24009C0459/00C00, 24009C0460/00L00 en 24009C0470/00D00

         Eigenaars van de percelen 459C en 460L: Jules Sterckx en Rosalie Sterckx

         In het kader van de verbetering van de kwaliteit van de Gemeentelijke Inventaris en het GrondenInformatieRegister (GIR) heeft de OVAM de bodemsaneringsdeskundige ABO nv de opdracht gegeven voor het project van de drinkwaterwingebieden.

         Doel van deze opdracht was om voor een aantal percelen, gelegen in drinkwaterwingebied, uit te zoeken of deze percelen al dan niet risicopercelen zijn. De resultaten van het historisch en administratief onderzoek is gebundeld in een gemotiveerde verklaring.

 

Juridische gronden

         Bodemdecreet: artikel 2,13°, 2,14° en 6 

         VLAREBO: artikel 21 en bijlage I (lijst van risico-inrichtingen waarvan de exploitatie is aangevat voor 1 juni 2015)

         VLAREM II: bijlage 1 (indelingslijst)

 

Adviezen

         Er zijn geen externe adviezen vereist.

 

Argumentatie

Voormalige en/of huidige risicovolle ingedeelde inrichting of activiteit:

Perceel 477L:

- Rubriek 15.2°: garagewerkplaats (Vlarebo A)

- Rubriek 29.5.2.2°b): metaalbewerkingsplaats (Vlarebo A)

Perceel 477K:

- Rubriek 15.2°: garagewerkplaats (Vlarebo A)

- Rubriek 29.5.2.2°b): metaalbewerkingsplaats (Vlarebo A)

Perceel 470D:

- Rubriek 15.2°: garagewerkplaats (Vlarebo A)

- Rubriek 29.5.2.2°b): metaalbewerkingsplaats (Vlarebo A)

- Rubriek 3.6.3.2°: afvalwaterzuiveringsinstallatie voor het lozen van bedrijfsafvalwater met een effluent van meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u (Vlarebo A)

Perceel 460L:

- Rubriek 15.2°: garagewerkplaats (Vlarebo A)

- Rubriek 29.5.2.1°b): metaalbewerkingsplaats (Vlarebo A)

- Rubriek 29.5.2.2°b): metaalbewerkingsplaats (Vlarebo A)

Perceel 459C:

- Rubriek 3.6.3.2°: afvalwaterzuiveringsinstallatie voor het lozen van bedrijfsafvalwater met een effluent van meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u (Vlarebo A)

- Rubriek 15.2°: garagewerkplaats (Vlarebo A)

- Rubriek 29.5.2.2°b): metaalbewerkingsplaats (Vlarebo A)

Deze rubrieken zijn vermoedelijk enerzijds afkomstig van een milieuvergunning voor een herstelplaats van motorfietsen en bromfietsen uit 1993 en anderzijds voor verschillende milieuvergunningen voor een metaalbewerkingsplaats (productie van ramen in PVC – firma Moeys nv/DVES). Hierbij werd een eerste vergunning verkregen in 1994. Er werden geen vergunningen van rond 1965 gevonden (aanvangsdatum van sommige van de gekoppelde rubrieken) maar in het OBO in 1998 dat op deze metaalbewerkingsplaats werd uitgevoerd, is opgenomen dat deze reeds rond 1965 werd aangevat. In de latere vergunningen voor de metaalbewerkingsplaats is ook een waterzuiveringsinstallatie opgenomen (rubriek 3.6.3.2°).

Uit het plan van de herstelplaats voor motorfietsen is een aanduiding van de huisnummers af te leiden. De activiteiten werden uitgeoefend op huisnummer 169 (huidige percelen 460L en 459C). De effectieve activiteiten van de werkplaats beperken zich tot perceel 460L en ter hoogte van perceel 459C was er alleen een toonzaal, bureau en leefruimte (geen Vlarebo-activiteiten).

De metaalbewerkingsplaats is moeilijker te lokaliseren omdat op de plannen enkel het gebouw werd opgenomen, behalve bij de milieuvergunning van 1999. De metaalbewerkingsplaats lijkt zich te beperken tot het zuidelijk buurperceel 476N. Dit wordt bevestigd uit de plannen van het OBO van 1998 waarbij deze activiteiten op de voormalige percelen 457F en 476K werden gelokaliseerd.

Deze percelen werden ook weergegeven t.o.v. het huidig perceel 476N.

 

Uitspraak over 24009C477K, 24009C477L, 24009C459C en 24009C470D:

Motivatie:

Percelen 459C, 470D, 477K en 477L werden opgenomen in de Gemeentelijke Inventaris op basis van verschillende milieuvergunningen waarbij de rubrieken 3.6.3.2° (Vlarebo A), 15.2 (Vlarebo A), 29.5.2.1. (Vlarebo A) en 29.5.2.2. (Vlarebo A) gekoppeld werden aan deze percelen. Deze activiteiten vonden echter steeds plaats op het buurpercelen 476N en 460L. Bij het plan uit de milieuvergunning van 1993 lijken de activiteiten van de werkplaats voor motorvoertuigen zich beperkt te hebben tot perceel 460L waarbij op perceel 459C enkel een bureau, toonzaal en woonruimte aanwezig waren. Dit wordt bevestigd op basis van de luchtfoto waarbij een loods aanwezig is op perceel 460L die niet tot op perceel 459C kwam.

Bij het plan uit het OBO van 1998 en het BBO van 2012 waarbij de metaalbewerkingsplaats uit de milieuvergunningen werd gelokaliseerd op buurperceel 476N en geen risicoactiviteiten werden beschreven op de onderzoekspercelen 459C, 470D, 477K en 477L.

Op basis van huidige en voormalige luchtfoto’s en Google Streetview kan gesteld worden dat op de onderzoekspercelen 459C, 470D, 477K en 477L de gebouwen vermoedelijke woningen waren/zijn op basis van de dakbedekking en de ligging van de gebouwen. Deze stonden bovendien volledig los van de loods op perceel 460L en de metaalbewerkingsplaats op perceel 476N.

Conclusie:

In voorliggende gemotiveerde verklaring wordt aangetoond dat percelen 459C, 470D, 477K en 477L geen risicogrond betreft. Bijgevolg kunnen de betrokken percelen geschrapt worden uit de Gemeentelijke Inventaris en het Grondeninformatieregister als risicogrond.

 

Uitspraak over 24009C460L:

Motivatie:

Perceel 460L werd opgenomen in de Gemeentelijke Inventaris op basis van verschillende milieuvergunningen waarbij de rubrieken 15.2 (Vlarebo A), 29.5.2.1.b) (Vlarebo A) en 29.5.2.2.b) (Vlarebo A) gekoppeld werden aan deze percelen. Deze activiteiten vonden echter steeds plaats op de buurpercelen 476N en 460L. Bij het plan uit de milieuvergunning van 1993 lijken de activiteiten van de werkplaats voor motorvoertuigen te hebben plaatsgevonden op perceel 460L.

Op basis van luchtfoto’s kan gesteld worden dat er wel een loods aanwezig is/was op het onderzoeksperceel 460L die mogelijk als werkplaats kan gebruikt worden. Bovendien bevond deze loods zich in eerste instantie op perceel 476N waar de metaalbewerkingsactiviteiten effectief plaatsvinden/plaatsvonden waardoor niet uitgesloten kan worden dat de metaalbewerkingsactiviteiten ook in deze loods plaatsvonden.

Conclusie:

In voorliggende gemotiveerde verklaring kon niet worden aangetoond dat perceel 460L geen risicogrond betreft. Bijgevolg kan dit betrokken perceel niet geschrapt worden uit de Gemeentelijke Inventaris en het Grondeninformatieregister als risicogrond.

 

Aangezien de gemeente de inventarisplicht heeft en verantwoordelijk is voor de volledigheid en de kwaliteit van de gemeentelijke inventaris, dient het schepencollege te beslissing om akkoord te gaan met de conclusie(s) van deze gemotiveerde verklaringen.

 

 

Bijlagen

         gemotiveerde verklaring door ABO nv van de locatie Dorpstraat zn, 167 en 169

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het schepencollege neemt kennis van de huidige situatie van de betreffende risicogrond namelijk Dorpstraat zn, 165, 167, 169 en 169c 3060 Bertem (kadastraal gekend als 24009C0477/00K00, 24009C0477/00L00, 24009C0459/00C00, 24009C0460/00L00 en 24009C0470/00D00) via de gemotiveerde verklaring van de erkende bodemsaneringsdeskundige ABO nv.

 

Artikel 2:

Het schepencollege beslist over te gaan tot de schrapping van de betreffende risicogrond namelijk Dorpstraat zn, 165, 167 en 169, 3060 Bertem (kadastraal gekend als 24009C0477/00K00, 24009C0477/00L00, 24009C0459/00C00 en 24009C0470/00D00) in de Gemeentelijke Inventaris en in het webloket bodem van OVAM.

 

Artikel 3:

Het schepencollege beslist niet over te gaan tot de schrapping van de betreffende risicogrond namelijk Dorpstraat 169c, 3060 Bertem (kadastraal gekend als 24009C0460/00L00) in de Gemeentelijke Inventaris en in het webloket bodem van OVAM.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

OV KRUISKOUTER 23. AANVRAAG VAN LELLIS FRANCIS BRAGANZA VOOR EEN FUNCTIEWIJZIGING VAN WONEN IN WONEN EN/OF RECREATIE (TWEEDE VERBLIJF) IN 3061 LEEFDAAL, KRUISKOUTER 23, SECTIE B NR 276M2.

 

VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR

 

Voorgeschiedenis

         Op 8 januari 2019 heeft Lellis Francis Braganza een aanvraag ingediend voor een functiewijziging van wonen in wonen en/of recreatie (tweede verblijf) in 3061 Leefdaal, Kruiskouter 23, sectie B nr 276m2.

         Op 7 februari 2019 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.

 

Feiten en context

         Het goed is gelegen in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Meergezinswoningen', definitief goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 juni 2018.

De bouwplaats is gelegen in een niet-vervallen verkaveling van 29 mei 1973, nr. T874-2-L.068.

Het betreft lot 4 van de verkaveling met als algemene bestemming: eengezinswoning.

Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

         De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

         De bouwplaats is gelegen langsheen de Kruiskouter.

Deze verkaveling werd begin jaren zeventig gerealiseerd ten noorden van het centrum Leefdaal tussen de Dorpstraat en Voer enerzijds en de Tervuursesteenweg anderzijds. Door de ligging op de noordelijke valleirand van de Voer wordt deze verkaveling gekenmerkt door de grote niveauverschillen van zuid naar noord. De bebouwing is overwegend vrijstaand, met een zuiver residentieel karakter en met een zeer grote verscheidenheid in bouwstijlen.

Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.

         Het voorstel omvat een wijziging van de functie wonen in wonen en/of recreatie (tweede verblijf).

         Watertoets

Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

         Bestemming volgens de rioleringsinfrastructuur zoneringsplannen

Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in het centrale gebied.

 

Juridische gronden

         Koninklijk besluit van 28 december 1972

Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.

         Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven

Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.

         De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen

Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen

         Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is van toepassing op de aanvraag.

         Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.

De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.

         Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.

         Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009

º         Artikel 1.1.4.

De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.

         De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.

Deze verordening is niet van toepassing op de aanvraag.

         Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

º         artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen

º         Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.

         De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014

De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst

         Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.

         Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 25 oktober 2016 betreffende het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.

 

Adviezen

         Openbaar onderzoek

De aanvraag werd van 20 februari 2019 tot 21 maart 2019 openbaar gemaakt volgens de regels vermeld in het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

Er werden geen klachten ingediend.

 

         Externe adviezen

///

 

Argumentatie

Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens artikel 4.3.1 van deze codex.

 

Art. 4.3.1.§2 Vlaamse codex ruimtelijke ordening

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4

2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen

3° indien het aangevraagde gelegen is in een gebied dat geordend wordt door een ruimtelijk uitvoeringsplan, een gemeentelijk plan van aanleg of een verkavelingsvergunning waarvan niet op geldige wijze afgeweken wordt, en in zoverre dat plan of die vergunning voorschriften bevat die de aandachtspunten, vermeld in 1°, behandelen en regelen, worden deze voorschriften geacht de criteria van een goede ruimtelijke ordening weer te geven.

 

De aanvraag is niet in overeenstemming met de bestemmingsvoorschriften van de verkaveling wat de bestemming betreft nl.:

bestemming: de verkaveling is voorbehouden aan alleenstaande residentiële eengezinswoningen.

De functie van de woning wordt gewijzigd in wonenen/ofrecreatie (verblijven).

De verkaveling is ouder dan 15 jaar waardoor deze voorschriften geen weigeringsgrond meer kunnen vormen.

 

Conclusie:

Het voorgestelde project is planologisch en stedenbouwkundig-architecturaal verantwoord.

 

Advies en voorwaarden

De waarnemend gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om de vergunning te verlenen onder volgende voorwaarden:

º         binnen de functie recreatie is alleen tweede verblijf toegestaan

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de waarnemend gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.

 

Artikel 2:

Het college levert een vergunning af aan Lellis Francis Braganza voor een functiewijziging van wonen in wonen en/of recreatie (tweede verblijf) in 3061 Leefdaal, Kruiskouter 23, sectie B nr 276m2 onder volgende voorwaarden:

º         binnen de functie recreatie is alleen tweede verblijf toegestaan

 

Artikel 3:

Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

OV NIJVELSEBAAN 187. WEIGERING AANVRAAG VAN BART TERRIE VOOR DE UITBREIDING VAN EEN EENGEZINSWONING TOT TWEE WONINGEN IN 3060 BERTEM, NIJVELSEBAAN 187, SECTIE B NRS 276F EN 277T.

 

VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR

 

Voorgeschiedenis

         Op 19 december 2016 heeft de provincie een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan het Agentschap voor Wegen en Verkeer voor het slopen van een woning in 3060 Korbeek-Dijle, Nijvelsebaan 189.

         Op 30 december 2018 heeft Bart Terrie een omgevingsaanvraag ingediend voor de uitbreiding van een eengezinswoning tot twee woningen in 3060 Bertem, Nijvelsebaan 187, sectie B nrs 276f en 277t.

         Op 13 februari 2019 is bijkomende informatie gevraagd, die werd ontvangen op 20 februari 2019.

         Op 21 maart 2019 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.

 

Feiten en context

         Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg van de plaats, gebaseerd op de voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.

Het goed is gelegen in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Meergezinswoningen', definitief goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 juni 2018.

         De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven gelegen in woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De woongebieden met landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven (artikel 6 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

         De bouwplaats is gelegen langsheen de Nijvelsebaan in Korbeek-Dijle die loopt van oost naar west op de noordelijke valleirand van de Dijle vanaf de grens met Leuven tot de grens met Huldenberg. Achter de bebouwing ligt in het zuiden de waardevolle Dijlevallei en in het noorden het kouterlandschap van de ankerplaats Plateau van Duisburg. Het reliëf is uitgesproken grillig.

Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.

         Het voorstel omvat het verbouwen van de bestaande woning op het perceel Nijvelsebaan 187 en een aanbouw op het perceel Nijvelsebaan 189 om 2 volwaardige grondgebonden eengezinswoningen te creëren.

De eerste woning maakt gebruik van het bestaand volume. Achteraan de bestaande woning wordt de veranda afgebroken en vervangen door een nieuwe, iets grotere aanbouw. Rechts van de woning worden de berging en zolder volledig afgebroken. De voorgevel blijft volledig bestaan, geïsoleerd en afgewerkt met wit pleisterwerk.

Aan de bestaande woning wordt, na afbraak van de berging en zolder, een nieuw volume aangebouwd, als nieuwe woning. De gevel van de nieuwe woning wordt afgewerkt met licht grijs pleisterwerk.

Het nieuw volume wordt ingeplant op 1,5 m achter de rooilijn.

De bestaande woning heeft een bouwdiepte van 13 m. De bouwdiepte van de nieuwe woning bedraagt 11,23 m. Beide woningen bestaan uit 2 bouwlagen. De woning links behoudt zijn zadeldak, de woning rechts wordt afgewerkt met een plat dak. Er wordt een gemeenschappelijke parking voor 4 wagens aangelegd rechts van de nieuwe woning.

         Watertoets

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijke effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd het watertoetsinstrument op internet doorlopen. De resultaten worden als bijlage toegevoegd. Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Het ontwerp voorziet in een regenwaterput van 7500 liter en een bijkomende infiltratieinrichting zodat aan de verordening voldaan wordt. Onder deze voorwaarden is het ontwerp verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

         Bestemming volgens de rioleringsinfrastructuur zoneringsplannen

Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in een collectief te optimaliseren gebied.

 

Juridische gronden

         Koninklijk besluit van 28 december 1972

Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.

         Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven

Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.

         Artikel 6.2.2.3.1, §2 Vlarem II van 1 juni 1995

In collectief te optimaliseren buitengebied worden lozingsvoorwaarden opgelegd. Het afvalwater moet worden gezuiverd door middel van een individuele De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen

Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is niet van toepassing op de aanvraag.

         Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.

De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.

         Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.

         Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009

º         Artikel 1.1.4.

De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.

         De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening.

         Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

º         artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen

º         Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.

         De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014

De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst

         Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.

         Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 25 oktober 2016 betreffende het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.

 

Adviezen

         Openbaar onderzoek

De aanvraag diende niet openbaar gemaakt te worden.

 

         Externe adviezen

1.Op 2 april 2019 heeft De Watergroep, Directie Distributie en Toevoer, een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht nl.:

"Elke wooneenheid dient voorzien te worden van een individuele bemetering van zijn aansluiting op het drinkwaternet."

 

2. Op 10 april 2019 heeft De Watergroep, Waterbronnen en Milieu, een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht nl.:

"Het betrokken perceel is gelegen binnen de beschermingszone III van de waterwinning van Korbeek-Dijle (Bertem). De ligging binnen de beschermingszone van een waterwinning wil zeggen dat het betrokken perceel gelegen is in het voedingsgebied van een grondwaterwinning bestemd voor de openbare drinkwatervoorziening.

Naast de openbare drinkwatervoorziening is De Watergroep als eigenaar/ exploitant eveneens belast met de bescherming van de grondwaterwinning tegen mogelijke verontreinigingen.

Ter bescherming van de waterwinning geeft De Watergroep een gunstig advies op deze aanvraag indien aan volgende voorwaarden voldaan wordt:

º         Alle afbraakmaterialen, afkomstig van de bestaande constructies, dienen conform de van toepassing zijnde wetgeving afgevoerd te worden.

º         Omdat het betrokken perceel gelegen is binnen beschermingszone III van een waterwinning kunnen er geen afbraakmaterialen gebruikt worden voor het opvullen van de uitgegraven bodem. De vrije ruimte dient opgevuld te worden met niet-verontreinigde grond die volgens de Vlarebo-wetgeving voldoet aan de opgelegde normen vermeld in bijlage V van deze wetgeving.

º         De nodige voorzorgsmaatregelen dienen genomen te worden tijdens de werken, teneinde elk risico op verontreiniging van bodem en/of grondwater te voorkomen. Hiertoe zullen eventuele gevaarlijke producten op de werf altijd opgeslagen worden in een waterdichte en lekvrije inkuiping. Bovendien dient het overgieten en/of vullen van recipiënten met de nodige omzichtigheid te gebeuren teneinde het morsen te voorkomen. Machines met enig verlies van olie of brandstof dienen onmiddellijk van de werf verwijderd te worden en boven een opvanglade geplaatst te worden.

º         Er kunnen, nu of in de toekomst, geen activiteiten toegelaten worden op het betrokken perceel die volgens het Grondwaterdecreet, het Vlarem of andere van toepassing zijnde wetgeving verboden zijn binnen beschermingszone III van een waterwinning.

º         Mochten er zich tijdens de werkzaamheden calamiteiten of verontreinigingen voordoen, dient De Watergroep hiervan onmiddellijk op de hoogte te worden gebracht (02/238 96 99 en op milieu@dewatergroep.be)."

 

3. Op 15 april 2019 heeft het Agentschap voor Wegen en Verkeer een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht nl.:

"De vergunning kan verleend worden onder de hiernavolgende bijzondere voorwaarden en de algemene voorwaarden:

BIJZONDERE VOORWAARDEN

1. Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N2530002 van 4.8 +14 tot 4.8 +48):

º         de rooilijn ligt op 9 meter volgens plan K 1286 / vigerende wegnormen.

º         de zone van achteruitbouw bedraagt 6 meter.

º         de bouwlijn ligt op 15 meter.

º         Septische putten en regenwaterputten moeten achter de bouwlijn ingeplant worden.

º         De juiste plaatsing van de constructie of de aard van de verbouwing aan de constructie kan het voorwerp uitmaken van aanvullende voorwaarden van de gemachtigde ambtenaar van het Agentschap R-O Vlaanderen.

º         Geen andere werken dan deze in de aanvraag vervat zullen aan dit gebouw worden uitgevoerd, het uitbreiden van een ééngezinswoning tot twee woningen

º         Niets zal aan de rooilijn gelegen op 9 meter uit de as van de baan worden gewijzigd, zoals aangeduid op het rooilijnplan K 1286 en aangeduid in rode kleur op bijgevoegde schets.

º         Derhalve mag de constructie geen uitstek maken op de lijn gelegen op 9 + 6 = 15 meter uit de as van de baan.

Onwenselijkheid omwille van de goede ruimtelijke ordening en toekomstvisie inzake wegbeheer en verkeersveiligheid (bouwlijn).

Conform artikel 4.3.4. VCRO kan de vergunning worden geweigerd of moeten er voorwaarden opgelegd worden in de vergunning indien uit het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer blijkt dat het aangevraagde onwenselijk is in het licht van de doelstellingen en zorgplichten van het Agentschap.

“Een vergunning kan worden geweigerd indien uit een verplicht in te winnen advies blijkt dat het aangevraagde onwenselijk is in het licht van doelstellingen of zorgplichten die gehanteerd worden binnen andere beleidsvelden dan de ruimtelijke ordening.”

In casu is de vergunningsaanvraag onwenselijk omwille van volgende doelstellingen en zorgplichten:

º         De vergunningsaanvraag heeft betrekking op een perceel dat getroffen wordt door de bouwlijn.

º         De bouwlijn in casu bevindt zich op 15 m uit de as van de weg en wordt bepaald in een niet bij KB bekrachtigd rooilijnplan K 1286 (15/11/1962).

º         Deze bouwlijn werd in de omgeving reeds decennialang toegepast zodat er een feitelijke bouwlijn is ontstaan. Het is van groot belang om deze bouwlijn te blijven hanteren omdat het beleidsmatig een gewenste doelstelling van AWV is om de N253 totaal te herinrichten. Daarvoor moet de ruimte van 9 + 6 m bouwvrij blijven om een gewenst wegprofiel te kunnen inpassen.

Onwenselijkheid omwille van verkeersveiligheid (dienstorder MOW/AWV/2012/16 d.d. 16 oktober 2012 betreffende de Reglementering van de toegangen tot het gewestdomein).

Het Agentschap Wegen en Verkeer hanteert langs alle gewestwegen in Vlaanderen het dienstorder MOW/AWV/2012/16 d.d. 16 oktober 2012 betreffende de Reglementering van de toegangen tot het gewestdomein.

De aangevraagde handelingen moeten getoetst worden aan de verkeersveiligheid. Zo moeten ook toegangen op zodanige wijze ingeplant worden zodat de verkeersveiligheid gegarandeerd wordt. Derhalve moeten toegangen voldoen aan de voorwaarden om mogelijke conflictpunten met de weggebruiker te verminderen overeenkomstig het dienstorder MOW/AWV/2012/16 d.d. 16 oktober 2012. Deze voorwaarden bepalen het volgende:

º         Er wordt slechts 1 toegang van max 4,5 meter breedte toegelaten.

º         Ter hoogte van de perceelsgrens dient, behoudens de toegang, een structurele niet-overrijdbare scheiding aangebracht te worden door de aangelande.

º         De vergunningsaanvraag is onwenselijk om volgende redenen: de toegang bedraagt meer dan de toegestane 4,5 m.

Besluit:

Bovenstaande in overweging genomen wordt er een GUNSTIG advies gegeven, in overeenstemming met de algemene en bijzondere voorwaarden."

 

Argumentatie

Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens artikel 4.3.1 van deze codex.

 

Artikel 4.3.3. Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009 bevat volgende bepalingen:

         Indien uit de verplicht in te winnen adviezen blijkt dat het aangevraagde strijdig is met direct werkende normen binnen andere beleidsvelden dan de ruimtelijke ordening, of indien dergelijke strijdigheid manifest reeds uit het aanvraagdossier blijkt, wordt de vergunning geweigerd of worden in de aan de vergunning verbonden voorwaarden waarborgen opgenomen met betrekking tot de naleving van de sectorale regelgeving.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder “direct werkende normen” verstaan: supranationale, wetskrachtige, reglementaire of beschikkende bepalingen die op zichzelf volstaan om toepasbaar te zijn, zonder dat verdere reglementering met het oog op precisering of vervollediging noodzakelijk is.

 

Volgens het voorwaardelijk gunstig advies van het Agentschap voor Wegen en Verkeer van 15 april 2019 ligt de rooilijn op 9 meter uit de as van de baan en bedraagt de achteruitbouwzone 6 m. De bouwlijn ligt dus op 15 m. De constructie mag geen uitstek maken op de lijn gelegen op 15 m uit de as van de baan.

Het is van groot belang om deze bouwlijn te blijven hanteren omdat het beleidsmatig een gewenste doelstelling van het Agentschap voor Wegen en Verkeer is om de N253 totaal herin te richten. Daarvoor moet de ruimte van 9 + 6 m bouwvrij blijven om een gewenst wegprofiel te kunnen inpassen.

De aanvraag is deels een verbouwing van een bestaand volume (Nijvelsebaan 187).

Een uitbreiding aan de bestaande woning vormt een tweede woning.

De rooilijn ligt ter hoogte van de gevel van de woning Nijvelsebaan 187. De uitbreiding moet ingeplant worden op 6 m van de rooilijn.

Op de plannen van de aanvraag begint de uitbreiding op 1,5 m na de rooilijn, wat niet in overeenstemming is met de voorwaarden opgelegd in het advies van het Agentschap voor Wegen en verkeer .

Bij uitvoering van deze voorwaarde blijft er weinig over van de initiële plannen van de aanvraag.

 

Conclusie:

Het voorgestelde project is planologisch en stedenbouwkundig-architecturaal niet verantwoord.

 

Advies en voorwaarden

De waarnemend gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om een weigering af te leveren.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de waarnemend gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.

 

Artikel 2:

Het college levert een weigering af aan Bart Terrie voor de uitbreiding van een eengezinswoning tot twee woningen in 3060 Bertem, Nijvelsebaan 187, sectie B nrs 276f en 277t.

 

Artikel 3:

Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager, De Watergroep en het Agentschap voor Wegen en Verkeer.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

STEDENBOUWKUNDIGE MELDINGEN. AKTENAME MELDING VAN MONIQUE DEN DULK VOOR HET PLAATSEN VAN EEN ZONNEWERING (LAMELLENDAK) IN 3061 LEEFDAAL, DORPSTRAAT 269A, SECTIE D NR 158H.

 

Voorgeschiedenis

  • Op 25 april 2019 heeft Monique den Dulk een melding voor stedenbouwkundige handelingen ingediend voor het plaatsen van een zonnewering (lamellendak) in 3061 Leefdaal, Dorpstraat 269a, sectie D nr 158h.

 

Feiten en context

  • Het perceel is volgens het gewestplan Leuven gelegen in woongebied met landelijk karakter.
  • Het goed is gelegen in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Meergezinswoningen', definitief goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 juni 2018.

Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg van de plaats, gebaseerd op de voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.

  • De aanvraag omvat het plaatsen van een zonnewering (lamellendak).

 

Juridische gronden

  • Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven
    De aanvraag situeert zich in het gewestplan Leuven.
  • Omzendbrief van 8 juli 1977 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen
    Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen. De omzendbrief is van toepassing op de aanvraag.
  • Artikel 4.2.2. Vlaamse codex ruimtelijke ordening van 8 mei 2009
    De Vlaamse regering bepaalt de gevallen waarin de vergunningsplicht vervangen wordt door een verplichte melding van de handelingen aan het college van burgemeester en schepenen.

Een melding wordt verricht per beveiligde zending.

Het college van burgemeester en schepenen gaat na of de gemelde handelingen meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn.

Als de handelingen meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt het college van burgemeester en schepenen akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.

Als de handelingen verboden of niet meldingsplichtig zijn, stelt het college van burgemeester en schepenen de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.

De handelingen mogen worden uitgevoerd de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.

Het college van burgemeester en schepenen kan in de meldingsakte voorwaarden opleggen. De voorwaarden mogen de melding niet onevenredig beperken of verbieden.

  • Artikel 4 van het meldingsbesluit van 16 juli 2010
    Voor de oprichting van bijgebouwen die aangebouwd zijn aan de hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte woning wordt de vergunningsplicht vervangen door een verplichte melding als aan de volgende voorwaarden voldaan is:

1. er wordt geen vergunningsplichtige functiewijziging doorgevoerd

2. het aantal woongelegenheden blijft ongewijzigd

3. de totale oppervlakte van de bestaande en de op te richten aangebouwde bijgebouwen bedraagt maximaal 40 m²

4. de gebouwen worden geplaatst in de zijtuin tot op 3 m van de perceelsgrenzen of in de achtertuin tot op 2 m van de perceelsgrens

5. de hoogte is beperkt tot 4 m

 

Argumentatie

  • Toetsing aan de decretale regeling inzake zorgwonen

Niet van toepassing

  • Toetsing aan de verplichte dossiersamenstelling, het meldingsbesluit (BVR 16/07/2010), de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften

De aanvraag is volledig en ontvankelijk. Het voorgestelde project is in overeenstemming met de bestemmingsvoorschriften gevoegd bij het gewestplan Leuven.
De aanvraag is conform met artikel 4 van het meldingsbesluit van 16 juli 2010 nl.

1. er wordt geen vergunningsplichtige functiewijziging doorgevoerd

2. het aantal woongelegenheden blijft ongewijzigd

3. de totale oppervlakte van de bestaande en de op te richten aangebouwde bijgebouwen bedraagt maximaal 32,4 m²

4. de constructie wordt in de achtertuin geplaatst op min 2 m van de perceelsgrenzen.

5. de hoogte bedraagt 2,80 m

  • Toetsing aan de stedenbouwkundige verordening(en) hemelwater

Niet van toepassing

  • Toetsing die aanleiding kan geven tot het opleggen van voorwaarden

Er worden geen voorwaarden opgelegd.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college neemt akte van de melding van Monique den Dulk voor het plaatsen van een zonnewering (lamellendak) in 3061 Leefdaal, Dorpstraat 269a, sectie D nr 158h.

 

Artikel 2:

De meldingsakte wordt overgemaakt aan Monique den Dulk, Dorpstraat 269a, 3061 Leefdaal.

 

Artikel 3:

Deze melding wordt ingeschreven in het vergunningenregister.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

EXCLUSIVITEITSCONTRACT INTERLEUVEN. OPDRACHT AAN INTERLEUVEN VOOR DE VEILIGHEIDSCOÖRDINATIE ONTWERP VOOR DE OPDRACHT 'HERAANLEG VOETPADEN IN DE KORBEEKSE KERKSTRAAT'.

 

Voorgeschiedenis

  • Gemeenteraadsbesluit van 25 juni 2013 over de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst met Interleuven m.b.t. exclusieve dienstverlening veiligheidscoördinatie en projectbegeleiding.

 

Feiten en context

  • De gemeente zal de voetpaden en de boordstenen in de Korbeekse Kerkstraat vernieuwen. Ook zal een wegversmalling aangelegd worden ter hoogte van Korbeekse Kerkstraat 10.
  • Er wordt in 2 fases gewerkt:
    • Aanleg voetpad in de Korbeekse Kerkstraat van nr. 1 tot 16a
    • Aanleg voetpad in de Korbeekse Kerkstraat van nr. 18 tot 40

 

Juridische gronden

  • Afdeling III "De coördinatie op de bouwplaats", onderafdeling I "coördinatie ontwerp" artikel 5 van het koninklijk besluit van 25 januari 2001 over de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen.
    Behalve indien met zekerheid vaststaat dat de werken op de tijdelijke en mobiele bouwplaats door één enkele aannemer zullen worden uitgevoerd, stelt de opdrachtgever tijdens de studiefase van het ontwerp één coördinator ontwerp aan. Een coördinator verwezenlijking is dan niet nodig.
  • Het decreet lokaal bestuur van van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
  • Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
  • Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Argumentatie

Voor de opdracht 'Heraanleg voetpaden in de Korbeekse Kerkstraat' is het noodzakelijk een veiligheidscoördinator ontwerp aan te stellen. Een veiligheidscoördinator verwezenlijking wordt aangesteld na gunning van de aannemer indien dit noodzakelijk is.

 

Omdat de noodzakelijke expertise niet aanwezig is op de dienst investeringsprojecten, wordt deze studieopdracht overgedragen aan Interleuven. Deze opdracht past in het exclusiviteitscontract met Interleuven.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde uitgave

0200/61320200

1419/001/001/001/001

€ 20 000

€ 13 528,51

regie-uren overeenkomst

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

De veiligheidscoördinatie ontwerp voor de opdracht 'Heraanleg voetpaden in de Korbeekse Kerkstraat' wordt toegewezen aan Interleuven.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 13 mei 2019

 

NUTSMAATSCHAPPIJEN. AANVRAAG TELENET VOOR HET VERVANGEN VAN EEN TELECOMLEIDING MET BIJHORENDE GRONDWERKEN LANGS BERKELAREVELD TE BERTEM.

 

Voorgeschiedenis

  • E-mail van Telenet van 8 april 2019: vergunningsaanvraag 25033517 voor het vervangen van een telecomleiding langs Berkelareveld te Bertem volgens het traject op het plan van 14 januari 2019.

 

Feiten en context

  • In het verharde voetpad van Berkelareveld, vanaf huisnummer 9 tot en met huisnummer 11, wordt een telecomleiding vervangen. Er zal een sleuf gemaakt worden met een lengte van 14 meter.

 

Juridische gronden

  • Artikel 98, §1 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
    Voor het aanleggen van leidingen onder de openbare weg dient elke operator een vergunning te krijgen van de bevoegde overheid.
  • Artikel 56, §3, 1° van het decreet lokaal bestuur.
    Het college van burgemeester en schepenen is belast met het beheer van de eigendommen van de gemeente en de vrijwaring van haar rechten.
  • Raadsbesluit van 28 maart 2017 over de goedkeuring van de nieuwe code voor infrastructuur- en nutswerken langs gemeentewegen.
    Deze code legt eenvormige duidelijke afspraken vast bij werken op het openbaar domein met een nutsbedrij