Zitting van 12 november 2019
ZITTINGEN CBS. GOEDKEURING NOTULEN VORIGE ZITTING.
Juridische grond
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college keurt de notulen van de zitting van 4 november 2019 goed.
Zitting van 12 november 2019
GRONDGEBIEDZAKEN. HEROPSTART AANLEG WERVINGSRESERVE AFDELINGSHOOFD GRONDGEBIEDZAKEN.
Voorgeschiedenis
Feiten en context
Juridische gronden
Argumentatie
Sinds de pensionering van het vorige afdelingshoofd op 1 december 2019 is de functie van afdelingshoofd grondgebiedzaken niet meer ingevuld.
Om zoals voorzien in het huidige organogram deze functie te kunnen invullen, moet dringend een aanwervingsprocedure voor voltijds statutair afdelingshoofd grondgebiedzaken op niveau A1a-A3a opgestart worden. Hiervoor dient een externe bekendmaking van de vacature met een oproep tot kandidaten gepubliceerd te worden.
Financiële gevolgen
Registratiesleutel | Budgettair krediet | Beschikbaar | Geraamde uitgave |
1419/001/001/001/001 61430000/0110 | € 25 000 | € - 1983,55 | € 2300 |
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Een wervingsreserve wordt aangelegd voor voltijds statutair afdelingshoofd grondgebiedzaken op niveau A1a-A3a, geldig voor één jaar.
Artikel 2:
Het college stelt de volgende aanvullende aanwervingsvoorwaarden vast: minimaal 3 jaar ervaring in een gelijkaardige functie.
Artikel 3:
Een externe bekendmaking wordt gepubliceerd op de VDAB-website, op de gemeentelijke website, in de gemeentelijke e-nieuwsbrief, op de vacaturedatabank van 11.11.11, op de website van Werken bij de overheid, op de website van jobat.be en op de infoborden van de gemeente Bertem.
De externe bekendmaking via sociale media wordt uitbesteed aan Poolstok.
Artikel 4:
De bijgevoegde ontwerptekst voor de externe bekendmaking wordt goedgekeurd.
Artikel 5:
De kandidaturen kunnen ingediend worden tot uiterlijk 28 november 2019.
Artikel 6:
Het examenprogramma wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 7:
De selectieprocedure wordt uitbesteed aan CC Select (via Poolstok) vanaf de aanvaarding van de kandidaturen.
Zitting van 12 november 2019
PARKING BOSSTRAAT. BESPREKING VOORSTEL ACTIES OUDERVERENIGING DE SCHALM.
Motivering
De oudervereniging De Schalm wil graag een zicht krijgen op het gebruik van de openbare parking naast de brandweg aan de gemeenteschool 't Zonneveld (Bosstraat). Ze hebben een flyer ontwikkeld die ze graag onder de ruitenwissers van de auto’s willen steken met de vraag om de auto te parkeren naast de krantenwinkel (zie bijlage). Ze gaan dan kijken of de daaropvolgende dagen er minder wagens geparkeerd staan op de parking Bosstraat. Ook willen ze bekijken of al de wagens met een flyer weg zijn of dat er auto’s zijn die er verschillende dagen blijven staan.
Ze zouden deze actie graag op maandag 18 november doen. Ze gaan dan kijken of de dagen erna de wagens met de flyer weg zijn of dat er auto’s zijn die er verschillende dagen blijven staan.
De reservewagens van het Wit-Gele Kruis staan ook op de parking. Het schoolbestuur heeft hiervoor al een brief gestuurd naar het Wit-Gele Kruis, maar de auto’s blijven staan. De oudervereniging wil graag met enkele leden langsgaan bij het Wit-Gele Kruis om hen de situatie uit te leggen. Zij hopen dat deze benadering werkt.
Deze acties krijgen een gunstig advies van Tine Devriese, directeur GBS Bertem.
Bespreking
Het college gaat akkoord met dit initiatief van oudervereniging De Schalm.
Zitting van 12 november 2019
PERSONEEL ONDERWIJS. VASTSTELLING PRESTATIEDAGEN SCHOOLVAKANTIES ADMINISTRATIEVE MEDEWERKER GBS BERTEM.
Voorgeschiedenis
Juridische gronden
Adviezen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
De deeltijdse administratieve medewerker van de gemeentelijke basisschool Bertem (28/36) presteert de volgende prestatiedagen tijdens de schoolvakanties in 2020:
in totaal 9 dagen te presteren:
Artikel 2:
De schooldirecteur deelt de prestatiedagen voor 15 december 2019 mee aan de administratieve medewerker.
Zitting van 12 november 2019
PERSONEEL ONDERWIJS. VASTSTELLING PRESTATIEDAGEN SCHOOLVAKANTIES ADMINISTRATIEVE MEDEWERKERS GBS LEEFDAAL.
Voorgeschiedenis
Juridische gronden
Adviezen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
De administratieve medewerkers van de gemeentelijke basisschool Leefdaal presteren de volgende prestatiedagen tijdens de schoolvakanties in 2020:
1 dag in de paasvakantie
10 dagen tijdens de zomervakantie
3 dagen tijdens de zomervakantie na 16 augustus
Artikel 2:
De schooldirecteur deelt de prestatiedagen voor 15 december 2019 mee aan de administratieve medewerkers.
Zitting van 12 november 2019
HARDWARE. GUNNING HUUR VAN MULTIFUNCTIONALS EN PRINTERS.
Voorgeschiedenis
Feiten en context
Juridische gronden
Adviezen
Argumentatie
De huur van multifunctionele kopieermachines en printers kan worden gegund via het raamcontract 'multifunctionals en printers met beheersysteem' dat apb VERA afsloot met Canon Belgium N.V, Berkenlaan 3, 1831 Diegem. Daardoor moet de gemeente Bertem zelf geen overheidsopdracht meer voeren.
Financiële gevolgen
Registratiesleutel | Budgettair krediet | Beschikbaar | Geraamde uitgave |
0110/61430200 (administratie) 1419/001/001/001/001 | € 12 000 | € -8,48 | copiers: € 8257,52 / 60 maanden (huur) printers: € 794,24 / 60 maanden (huur) |
De kredieten voor dit jaar zullen voorzien worden via budgetverschuiving. De uitgaven voor de volgende jaren zullen opgenomen worden in de meerjarenplanning.
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
De opdracht voor de huur van 2 copiers type iR Advanced C5535i voor het gemeentebestuur Bertem wordt toegewezen aan Michiels N.V., Stationsstraat 155, 2235 Westmeerbeek, die als verdeler optreedt namens Canon Belgium N.V., voor een maandelijks huurbedrag van resp. 137,63 euro incl. btw.
Artikel 2:
De opdracht voor de huur van en het onderhoudscontract voor 2 printers type i-Sensys LBP664Cx voor het gemeentebestuur Bertem wordt toegewezen aan Michiels N.V., Stationsstraat 155, 2235 Westmeerbeek, die als verdeler optreedt namens Canon Belgium N.V., voor een maandelijks huurbedrag van 13,24 euro incl. btw en een onderhoudskost van 5,45 euro incl. btw / 1000 ZW/W afdrukken en van 54,45 euro incl. btw / kleurafdrukken.
Artikel 3:
Het contract wordt aangegaan voor 60 maanden.
Artikel 4:
De betaling zal gebeuren met het krediet ingeschreven in het exploitatiebudget van 2019 en volgende jaren:
• 0110/61430200 (administratie)
1419/001/001/001/001
Artikel 5:
Het contract met Ricoh met contractnummer 08715454 wordt opgezegd met ingang van 12 november 2019.
Zitting van 12 november 2019
CONTRACTEN. GOEDKEURING BESTELBONS.
Juridische gronden
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Adviezen
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college keurt de volgende bestelbons goed: nr. 2019/00744, nr. 2019/00745 en nr. 2019/00750 voor een totaal bedrag van 7988,29 euro.
Zitting van 12 november 2019
INKOMENDE FACTUREN. GOEDKEURING FACTUREN.
Juridische gronden
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Dit besluit legt de bestelprocedures vast conform de wet op de overheidsopdrachten.
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college keurt de facturen goed van nr. 2019/03581 tot en met nr. 2019/03629 voor een totaal bedrag van 100 871,19 euro.
Zitting van 12 november 2019
INFO BERTEM. KENNISNAME PLANNING 2020.
Mededeling
De timing voor Info Bertem 2020:
deadline om onderwerpen voor te stellen
| Redactieraad | Deadline | Teksten klaar voor Redactieraad | Eindredactie | Bedeling in de week van | Editie |
14 nov. '19 | 18 nov. '19 | 2 dec. '19 | 6 dec. '19 | 9 dec. '19 | 23 dec. '19 | januari februari 2020 |
16 jan. '20 | 20 jan. '20 | 10 feb. '20 | 14 feb. '20 | 17 feb. '20 | 2 maart '20 | maart april |
5 maart '20 | 9 maart '20 | 30 maart '20 | 3 april '20 | 6 april '20 | 27 april '20 | mei juni |
14 mei '20 | 18 mei '20 | 8 juni '20 | 12 juni '20 | 15 juni '20 | 29 juni '20 | juli augustus |
16 juli '20 | 22 juli '20 | 4 aug. '20 | 14 aug. '20 | 17 aug. '20 | 31 aug. '20 | september-oktober |
17 sep. '20 | 21 sep. '20 | 12 okt. '20 | 16 okt. '20 | 19 okt. '20 | 28 okt. '20 | november december |
5 nov. '20 | 9 nov. '20 | 30 nov. '20 | 4 dec. '20 | 7 dec. '20 | 21 dec. '20 | januari februari 2021 |
Deze timing wordt op het intranet geplaatst.
Zitting van 12 november 2019
STRATENPLAN. GOEDKEURING AANMAAK STRATENPLAN.
Voorgeschiedenis
Feiten en context
Juridische gronden
Argumentatie
De opdrachten die door het college in 2013 en in 2016 werden toegewezen aan de firma Gentle NV is feilloos verlopen en heeft een mooi, efficiënt en actueel stratenplan opgeleverd.
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college geeft Gentle NV, Herckenrodestraat 22 in 3550 Heusden-Zolder opdracht om te starten met de voorbereidingen voor de productie en uitgave van het nieuwe stratenplan. Ten laatste half januari 2020 geeft de gemeente de laatste informatie (contactgegevens van de gemeentediensten) door aan Gentle, zodat de gemeente vrij snel over nieuwe stratenplannen kan beschikken.
Artikel 2:
Het college besluit de handelaars en bedrijven in de gemeente in te lichten over het feit dat de medewerking van de gemeente aan het plan zich beperkt tot het nazicht van het plan en dat een potentiële adverteerder vrij is om al dan niet zijn medewerking te verlenen bij de uitgifte van dit stratenplan.
Artikel 3:
Het college besluit te opteren voor het middenformaat (+- L 80 cm x H 60 cm).
Zitting van 12 november 2019
GEMEENTEHUIS EN SOCIAAL HUIS. GOEDKEURING KERSTVERSIERING 2019.
Feiten en context
• Tijdens de kerstperiode worden het gemeentehuis, het sociaal huis en de bib versierd.
• De aankoop van kerstbomen, verlichting en versiering wordt geraamd op 400 euro.
Argumentatie
Jaarlijks tijdens de kerstperiode worden het gemeentehuis, het sociaal huis en de bib versierd. De dienst evenementen probeert er (buiten de traditionele kerstbomen) telkens iets unieks van te maken. Wegens de verbouwing en de verhuizen is de ruimte om iets te creëren beperkter.
Buiten de aankoop van de kerstbomen wordt ieder jaar wat bijgekocht (verlichting, originele versiering enz.).
Financiële gevolgen
Registratiesleutel | Budgettair krediet | Beschikbaar | Geraamde uitgave |
60020300/0710 | € 3000 | € -223,43 | € 400 |
De rest zal gefinancierd worden door budgetverschuiving.
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college geeft toelating aan de dienst evenementen om kerstversiering aan te kopen.
Artikel 2:
Het te besteden bedrag is maximum 400 euro.
Zitting van 12 november 2019
BIODIVERSITEIT. BESPREKING VERDELING BLOEMENZAAD VOOR INSTANDHOUDING BIJENPOPULATIE - INTERESSEPEILING.
Motivering
Op 6 november 2019 heeft de dienst omgeving een e-mail ontvangen van de provincie Vlaams-Brabant, departement leefmilieu, over de samenaankoop van bloemenzaad voor bijen. Met deze e-mail wenst de provincie Vlaams-Brabant te peilen naar de interesse in dit project. De aankoopprijs zal worden bepaald door het aantal geïnteresseerden.
Bespreking
De gemeente toont zijn interesse in dit project.
Zitting van 12 november 2019
OMGEVINGSVERGUNNING. AANVRAAG BREUGELMANS-THIELEMANS VOOR HET VERBOUWEN VAN EEN WONING IN DORPSTRAAT 156 TE 3060 BERTEM, SECTIE C NR 523E2.
VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR
Voorgeschiedenis
• Op 9 april 2019 hebben Annelies Thielemans en Nick Breugelmans een aanvraag ingediend voor het verbouwen van een woning in Dorpstraat 156 te 3060 Bertem.
• Op 8 mei 2019 werd aanvullende informatie gevraagd. Deze werd ingediend op 9 mei 2019.
• Op 8 juni 2019 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.
Feiten en context
• De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
• Het goed is gelegen in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Centrum', definitief goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 mei 2009. De voorschriften van art. 4 zone voor gesloten bebouwing, art. 5 zone voor aanhorige gebouwen, art. 11 zone voor achteruitbouwzone en art. 12 zone voor tuinen zijn van toepassing.
De aanvraag wijkt af van de voorschriften van art. 4 zone voor gesloten bebouwing, met betrekking tot de dakvorm. De nieuwe gelijkvloerse uitbreiding achter het hoofdvolume alsook de dakuitbouw hebben een plat dak. De afwijkende dakvorm is bijgevolg > 25% (ongeveer 40%).
• De bouwplaats is gelegen langsheen een gemeenteweg, de Dorpstraat. De omgeving wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van woningen in open en halfopen bebouwing, met meestal 2 bouwlagen en een zadeldak. De te verbouwen woning betreft een eengezinswoning in halfopen bebouwing met 2 bouwlagen en een zadeldak. Het perceel links is onbebouwd. Het perceel rechts is bebouwd met een woning in gesloten bebouwing. Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.
• Het voorstel omvat de afbraak van de bestaande achterbouw en de realisatie van een nieuwe uitbouw op het gelijkvloers. Deze bevat een leefkeuken en overdekt terras. De uitbouw heeft een diepte van 7,13 m vanaf de achtergevel van het hoofdgebouw; de totale bouwdiepte bedraagt zo 16,46 m. De afstand tot de perceelsgrens varieert van 3,16 m naar 3,49 m. Het bestaande zadeldak van het hoofdgebouw wordt vervangen door een nieuw zadeldak met aan de achterzijde een dakuitbouw met plat dak. De bestaande kroonlijst- en nokhoogte van het hellende dak worden aanhouden.
• Watertoets
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijke effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd het watertoetsinstrument op internet doorlopen. De resultaten worden als bijlage toegevoegd. Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Het ontwerp voorziet in een regenwaterput van 7500 liter en een bijkomende infiltratieinrichting zodat aan de verordening voldaan wordt. Onder deze voorwaarden is het ontwerp verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
• Bestemming volgens de rioleringsinfrastructuur zoneringsplannen
Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in een centraal gebied.
Juridische gronden
• Koninklijk besluit van 28 december 1972
Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.
• Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven
Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.
• De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen.
Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.
• Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003
Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is niet van toepassing op de aanvraag.
• Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.
De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.
• Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004
Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.
• Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009
º Artikel 1.1.4.
De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.
• De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening.
• Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
º artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen
º Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.
• De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014
De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.
• Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst
• Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.
• Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 25 oktober 2016 betreffende het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.
Adviezen
• Openbaar onderzoek
De aanvraag werd van 18 juni 2019 tot 17 juli 2019 openbaar gemaakt. Echter werd de gele affiche niet correct aangeplakt door de aanvrager. Om die reden werd een nieuw openbaar onderzoek georganiseerd en werd de administratieve lus toegepast. De wettelijke termijn om een beslissing te nemen, werd met 60 dagen verlengd. De aanvraag werd van 18 juni 2019 tot 17 juli 2019 openbaar gemaakt volgens de regels vermeld in het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
Er werden geen klachten ingediend.
• Externe adviezen
De aanvraag is gelegen in beschermingszone 3. Op 12 juni 2019 werd advies gevraagd aan De Watergroep. Op 20 juni 2019 werd volgend voorwaardelijk gunstig advies overgemaakt:
"Ter bescherming van de waterwinning geeft De Watergroep een gunstig advies op deze aanvraag indien aan volgende voorwaarden voldaan wordt:
º Alle afbraakmaterialen, afkomstig van bestaande constructies, dienen conform de van toepassing zijnde wetgeving afgevoerd te worden.
º Omdat het betrokken perceel gelegen is binnen beschermingszone III van een waterwinning kunnen er geen afbraakmaterialen gebruikt worden voor het opvullen van de uitgegraven bodem. De vrije ruimte dient opgevuld te worden met niet-verontreinigde grond die volgens de Vlarebo-wetgeving voldoet aan de opgelegde normen vermeld in bijlage V van deze wetgeving.
º Er kunnen, nu of in de toekomst, geen activiteiten toegelaten worden op het betrokken perceel die volgens het Grondwaterdecreet, het Vlarem of andere van toepassing zijnde wetgeving verboden zijn binnen beschermingszone III van een waterwinning.
º De nodige voorzorgsmaatregelen dienen genomen te worden tijdens de werken, teneinde elk risico op verontreiniging van bodem en/of grondwater te voorkomen. Hiertoe zullen eventuele gevaarlijke producten op de werf altijd opgeslagen worden in een waterdichte en lekvrije inkuiping. Bovendien dient het overgieten en/of vullen van recipiënten met de nodige omzichtigheid te gebeuren teneinde het morsen te voorkomen. Machines met enig verlies van olie of brandstof dienen onmiddellijk van de werf verwijderd te worden en boven een opvanglade geplaatst te worden.
º Mochten er zich tijdens de werkzaamheden calamiteiten of verontreinigingen voordoen, dient De Watergroep hiervan onmiddellijk op de hoogte te worden gebracht (02/238 96 99 en op milieu@dewatergroep.be)."
Argumentatie
Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens artikel 4.3.1 van deze codex.
Art. 4.3.1.§2 Vlaamse codex ruimtelijke ordening
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen
3° indien het aangevraagde gelegen is in een gebied dat geordend wordt door een ruimtelijk uitvoeringsplan, een gemeentelijk plan van aanleg of een verkavelingsvergunning waarvan niet op geldige wijze afgeweken wordt, en in zoverre dat plan of die vergunning voorschriften bevat die de aandachtspunten, vermeld in 1°, behandelen en regelen, worden deze voorschriften geacht de criteria van een goede ruimtelijke ordening weer te geven.
De aanvraag wijkt af van de voorschriften van het RUP "Centrum", meer bepaald van art. 4 zone voor gesloten bebouwing, met betrekking tot de dakvorm. De nieuwe gelijkvloerse uitbreiding achter het hoofdvolume alsook de dakuitbouw hebben een plat dak (afwijkende dakvorm > 25% van de bebouwde oppervlakte). De voorgestelde dakvorm is aanvaardbaar binnen de omgeving. De vorm van het bestaande hoofdvolume met zadeldak blijft grotendeels behouden, de dakuitbouw in de achtergevel is beperkt en bevindt zich op voldoende afstand van de perceelsgrenzen. Het gelijkvloerse volume sluit aan op de aangrenzende bebouwing Dorpstraat 154 en vormt samen met het hoofdgebouw een kwalitatief samenhangend geheel.
Verder geeft het voorgestelde project uitvoering aan de opties die voorzien zijn in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Centrum'. De bestemming, inplanting, afmetingen en materiaalgebruik zijn in overeenstemming met de bepalingen van dit gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Conclusie:
Het voorgestelde project is planologisch en stedenbouwkundig-architecturaal verantwoord.
Advies en voorwaarden
De gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om de vergunning te verlenen onder volgende voorwaarden:
• De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.
• De voorwaarden opgelegd in het advies van De Watergroep van 20 juni 2019 moeten strikt worden nageleefd.
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.
Artikel 2:
Het college levert een vergunning af aan Annelies Thielemans en Nick Breugelmans voor het verbouwen van een woning in Dorpstraat 156 te 3060 Bertem onder volgende voorwaarden:
• De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.
• De voorwaarden opgelegd in het advies van De Watergroep van 20 juni 2019 moeten strikt worden nageleefd.
Artikel 3:
Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvragers en De Watergroep.
Zitting van 12 november 2019
OMGEVINGSVERGUNNING KRUISSTRAAT. AANVRAAG FLUVIUS SYSTEM OPERATOR VOOR HET SLOPEN VAN EEN BESTAANDE HS-CABINE IN CREPISTRUCTUUR EN HET PLAATSEN VAN EEN DISTRIBUTIECABINE IN CREPISTRUCTUUR MET KEERWAND IN BETON IN 3061 LEEFDFAAL, TERVUURSESTEENWEG 570 (KRUISSTRAAT), SECTIE A NR 284S.
VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR
Voorgeschiedenis
• Stedenbouwkundige vergunning verleend door het college van 12 mei 2014 aan Eandis System Operator voor het plaatsen van een nieuwe elektriciteitscabine in vervanging van de te slopen cabine.
• Op 12 juli 2019 heeft Fluvius System Operator een aanvraag ingediend voor het slopen van een bestaande HS-cabine in crepistructuur en het plaatsen van een distributiecabine in crepistructuur met keerwand in beton in 3061 Leefdaal, Tervuursesteenweg 570 (Kruisstraat), sectie A nr 284s.
Deze aanvraag omvat:
º stedenbouwkundige handelingen
▪ slopen bestaande cabine
▪ plaatsen nieuwe cabine
▪ plaatsen keerwand
º de exploitatie ven een of meerdere ingedeelde inrichtingen of activiteiten
▪ Rubriek 12.2.1°: transformatoren met een individueel nominaal vermogen van 100kVA tot en met 1000 kVA
• Op 11 augustus 2019 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.
Feiten en context
Stedenbouwkundige aspecten
• Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg van de plaats, gebaseerd op de voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
• Het goed is gelegen in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Meergezinswoningen', definitief goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 juni 2018.
• De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven gelegen in agrarisch gebied.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin; behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven; gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft; de afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven (artikel 11 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het project is niet in overeenstemming met de bestemmingsvoorschriften maar hier kan toepassing gemaakt worden van de volgende afwijkingsbepalingen in de Vlaamse codex ruimtelijke ordening:
Onderafdeling 7 Handelingen van algemeen belang
Artikel 4.4.7.
§ 2. In een vergunning voor handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben, mag worden afgeweken van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften. Handelingen van algemeen belang kunnen een ruimtelijk beperkte impact hebben vanwege hun aard of omvang, of omdat ze slechts een wijziging of uitbreiding van bestaande of geplande infrastructuren of voorzieningen tot gevolg hebben.
De Vlaamse Regering bepaalt welke handelingen van algemeen belang onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen. Ze kan ook de regels bepalen op basis waarvan kan worden beslist dat niet door haar opgesomde handelingen toch onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen.
Besluit van de Vlaamse regering tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, § 2, en artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
HOOFDSTUK III [DE HANDELINGEN VAN ALGEMEEN BELANG DIE EEN RUIMTELIJKE BEPERKTE IMPACT HEBBEN OF ALS DERGELIJKE HANDELINGEN BESCHOUWD KUNNEN WORDEN (verv. BVR 20 juli 2012 , art. 3)]
Artikel 3. (22/11/2018- ...)
§ 1. De volgende handelingen zijn handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben als vermeld in artikel 4.4.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De handelingen hebben betrekking op:
(...)
5° de aanleg, wijziging of uitbreiding van onder- of bovengrondse elektriciteitsleidingen die bedoeld zijn voor het openbaar distributienet, en de aanhorigheden met het oog op de exploitatie;
• De bouwplaats is gelegen langsheen de Tervuursesteenweg (Kruisstraat).
De omgeving wordt gekenmerkt door een vermenging van bestemmingen, woningen en gebouwen en inrichtingen in verschillende verschijningsvormen en afgewerkt in verschillende materialen.
Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.
• Het voorstel omvat het plaatsen van een nieuwe cabine in vervanging van de bestaande. De nieuwe cabine van 3,45 m op 2,70 m met een hoogte van 2,41 m wordt afgewerkt met olijfgroene crepi. Het bestaande talud wordt afgegraven en voorzien van betonnen keermuren waarna de cabine in de ontstane bouwzone wordt ingeschoven.
• Watertoets
Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
• Bestemming volgens de rioleringsinfrastructuur zoneringsplannen
Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in het centraal gebied.
Aspecten inzake milieu
• Inplantingsplaats
Situatieschets
Het betreft hier een melding klasse 3, niet verbonden aan een inrichting klasse 2 of 1. Conform art. 4.1.1.1. van Vlarem II moet de inplantingsplaats verenigbaar zijn met de algemene en aanvullende stedenbouwkundige voorschriften zoals vastgesteld in het goedgekeurde gewestplan of een ruimtelijk uitvoeringsplan of in een ander plan van aanleg.
Wat betreft de gemelde inrichting geeft dit volgende beoordeling:
Inplantingsplaats
º de inrichting is volgens het gewestplan gelegen in agrarisch gebied.
º de inrichting is niet gelegen in een zone met specifieke stedenbouwkundige voorwaarden (binnen BPA of RUP).
Stedenbouwkundige vergunningen:
De aanvraag bevat ook stedenbouwkundige handelingen, zijnde de sloop van de bestaande hoogspanningscabine en de bouw van een hoogspanningscabine.
Groenscherm/afscherming:
Conform de bepalingen in Vlarem II zijn er voor de aangevraagde inrichtingen geen verplichtingen tot aanleg van een groenscherm.
Nabije natuur:
Er is geen speciale beschermingszone in de nabijheid (binnen een straal van 200 m).
Er is geen waardevolle natuur in de onmiddellijke omgeving.
Milieu-impact van de gemelde inrichtingen/activiteiten
• Hemelwaterbeheer
Situatieschets
Er worden bijkomende verhardingen voorzien in het kader van deze melding. De aanwezige afvoerinfrastructuur voor hemelwater zal slechts beperkt gewijzigd worden, aangezien de cabine kleiner zal zijn dan 40 m². Het hemelwater dat op deze nieuwe verharding valt, zal niet worden opgevangen maar kan naast de verharding in de bodem infiltreren.
Er is geen infiltratievoorziening/buffering voorzien.
Omdat in het kader van deze melding aanpassingen aan de afvoerinfrastructuur wordt gerealiseerd en slechts een beperkte (< 40 m²) verharding wordt aangelegd, zijn geen specifieke maatregelen nodig.
• Risico op bodem- en grondwaterverontreiniging
Situatieschets
Op de inrichting worden geen gevaarlijke stoffen (stookolie…) opgeslagen.
De transformator wordt geplaatst op een vloeistofdicht afvloeivlak zodat eventuele lekken van de transformatorolie worden geleid naar een opvangbak.
De inrichting is opgenomen in de Vlarebo-lijst (kolom 8 van indelingslijst).
Er zijn voldoende maatregelen genomen (opvangbak voor lekken) zodat er geen specifieke bijkomende maatregelen nodig zijn.
• Emissies
Niet van toepassing.
• Lawaaihinder
Niet van toepassing vermits er geen specifiek geluid geproduceerd wordt.
• Afvalbeheer
Niet van toepassing.
• Veiligheidsrisico’s
Situatieschets
Er is een mogelijk risico inzake brandveiligheid of explosie. De constructie van de cabine zal dermate zijn dat dit risico kan beperkt worden tot het minimum.
Op basis van de situatieschets hierboven kan worden geoordeeld dat de veiligheidsrisico’s kunnen beperkt blijven tot een aanvaardbaar minimum. Er dienen geen bijkomende specifieke maatregelen opgelegd te worden.
• Transport
Geen (noemenswaardige) impact.
Juridische gronden
• Koninklijk besluit van 28 december 1972
Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.
• Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven
Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.
• Titel IV en V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM).
• Artikel 3.1.1. §1 van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 over de algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem 2).
De bepalingen van de delen 3, 4 en 5 van Vlarem 2 zijn van toepassing op de ingedeelde inrichtingen.
• De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen
Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.
• Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003
Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is van toepassing op de aanvraag.
• Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.
De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.
• Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004
Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.
• Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009
º Artikel 1.1.4.
De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.
• De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.
Deze verordening is niet van toepassing op de aanvraag.
• Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
º artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen
º Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.
• De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014
De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.
• Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst
• Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.
• Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 25 oktober 2016 betreffende het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.
Adviezen
• Openbaar onderzoek
De aanvraag werd van 21 augustus 2019 tot 19 september 2019 openbaar gemaakt volgens de regels vermeld in het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
Er werden geen klachten ingediend.
• Externe adviezen
1°. De aanvraag is gelegen in agrarisch gebied. Op 13 augustus 2019 werd advies gevraagd aan het departement Landbouw en Visserij Vlaams-Brabant. Op 30 augustus 2019 werd volgend gunstig advies overgemaakt:
"Het departement Landbouw en Visserij heeft uw in het onderwerp vermelde adviesaanvraag vanuit landbouwkundig standpunt onderzocht en formuleert er om de volgende redenen een gunstig advies bij.
De aanvraag heeft geen betrekking op professionele agrarische of para-agrarische activiteiten, en is gelegen in agrarisch gebied, langs een verharde weg met verspreide bebouwing. Het betreft het slopen van een bestaande HS-cabine en het plaatsen van een nieuwe HS-cabine op een gewijzigde plaats.
De inplantingsplaats van de geplande cabine tasten geen verdere landbouwbelangen aan. Het Departement Landbouw en Visserij geeft bijgevolg een gunstig advies voor deze aanvraag."
2°. De aanvraag heeft betrekking tot een perceel grenzend aan de gewestweg Tervuursesteenweg. Op 13 augustus 2019 werd advies gevraagd aan het Agentschap Wegen en Verkeer. Op 3 september 2019 werd volgend voorwaardelijk gunstig advies overgemaakt:
"Hierbij stuur ik u het advies van mijn afdeling. Gelieve mij een afschrift van de beslissing toe te sturen.
De vergunning kan verleend worden onder de hiernavolgende bijzondere voorwaarden en de algemene voorwaarden (als bijlage):
BIJZONDERE VOORWAARDEN
1. Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N003000):
- de rooilijn ligt op 13 meter uit de as van de baan, volgens plan K1291 (K.B. 30/08/1962).
- de zone van achteruitbouw bedraagt 8 meter.
- de minimaal te respecteren bouwlijn ligt op 21 meter uit de as van de baan, volgens plan K1291 (K.B.30/08/1962).
2. Geen andere werken dan deze in de aanvraag vervat en op het bijgevoegde plan aangeduid zullen aan dit gebouw worden uitgevoerd. Dit is het slopen van een bestaande HS-cabine en plaatsen van een nieuwe distributiecabine.
De juiste plaatsing van de constructie of de aard van de verbouwing aan de constructie kan het voorwerp uitmaken van aanvullende voorwaarden van de gemachtigde ambtenaar van het Agentschap R-O Vlaanderen.
3. De toegang dient genomen te worden langs de gemeenteweg Kruisstraat.
Besluit
Om deze redenen adviseert het Agentschap Wegen en Verkeer GUNSTIG betreffende voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met de algemene en de bijzondere voorwaarden."
Argumentatie
Stedenbouwkundig luik
Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens artikel 4.3.1 van deze codex.
Functionele inpasbaarheid
Het project is niet in overeenstemming met de bestemmingsvoorschriften gevoegd bij het gewestplan Leuven maar is in overeenstemming met de afwijkingsmogelijkheden die werden voorzien in de Vlaamse codex ruimtelijke ordening.
Een elektriciteitscabine behoort tot de normale uitrusting van een bebouwde omgeving.
Mobiliteitsimpact
Dit project heeft geen invloed op de mobiliteit in de omgeving.
Schaal
De omvang van de nieuwe cabine is vergelijkbaar met de omvang van de bestaande en is bescheiden in verhouding tot de bebouwing in de omgeving.
Ruimtegebruik en bouwdichtheid
Niet van toepassing op de aanvraag.
Visueel-vormelijke elementen
De nieuwe cabine zal door het aangepast materiaalgebruik en voorziene inplanting beter passen in het straatbeeld dan de bestaande te slopen cabine.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing op de aanvraag.
Reliëf
De voorziene reliëfwijzigingen staan in relatie tot het project en de omgeving.
Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Zie milieutechnisch luik.
Conclusie
Het voorgestelde project is planologisch en stedenbouwkundig architecturaal verantwoord.
Milieutechnisch luik
• de melding betreft een nieuwe inrichting klasse 3
Voor klasse 3 inrichtingen gelden de algemene voorwaarden van deel 4 van Vlarem II en de van toepassing zijnde sectorale voorwaarden uit deel 5.
De bevoegde gemeente kan overeenkomstig art. 113 van het Omgevingsvergunningsdecreet bijzondere voorwaarden opleggen om de hinder en de risico’s afkomstig van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, voor de mens en het milieu tot een aanvaardbaar niveau te beperken.
Het opleggen van bijzondere voorwaarden moet wel specifiek gemotiveerd worden.
• de melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.
• er is voldaan aan de verbods- en afstandsregels t.o.v. bepaalde zones of gebieden.
• het project omvat zowel stedenbouwkundige handelingen als de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten en deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden; daarom kan de melding voldoen aan de voorwaarden inzake inplantingsplaats, opgenomen in art. 4.1.1.1. van Vlarem II.
• op basis van een beperkt onderzoek kan volgende milieutechnische beoordeling worden gemaakt:
º De landschappelijke inkleding en afscherming is niet noodzakelijk
º De gemelde inrichting/activiteit kan geëxploiteerd worden met naleving van de voorwaarden inzake hemelwaterbeheer
º De milieu-impact en het risico op hinder, veroorzaakt door exploitatie van de gemelde inrichting/activiteit, is beperkt wat betreft de aspecten bodem- en grondwatervervuiling en veiligheid.
Advies en voorwaarden
De gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om het stedenbouwkundig luik te vergunnen onder volgende voorwaarden:
• de verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.
• de voorwaarden opgelegd in het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer van 3 september 2019 moeten strikt worden nageleefd.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt vast dat het dossier wat betreft het milieuluik volledig en ontvankelijk is en stelt voor akte te nemen voor volgende inrichting:
• Rubriek 12.2.1°: Transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van 100 kVA tot en met 1000 kVA: transformator voor een distributiecabine (630 kVA) (klasse 3).
• De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.
• De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het Vlarem:
º hoofdstukken 4.1, 4.7 en 4.9: Algemene milieuvoorwaarden - algemeen
º hoofdstuk 4.5 met bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6: Algemene milieuvoorwaarden - geluid
º hoofdstukken 4.4 en 4.10 met bijlagen 4.4.1, 4.4.2, 4.4.3, 4.4.4, 4.4.5, 4.4.6, 4.4.7.1 en 4.4.7.2.: Algemene milieuvoorwaarden - lucht
º hoofdstuk 4.6.: Algemene milieuvoorwaarden - licht
º hoofdstuk 4.2 met bijlagen 2.3.1, 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4: Algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater
º Hoofdstuk 5.12: Sectorale milieuvoorwaarden – elektriciteit
De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Deze opsomming is louter indicatief. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/.
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.
Artikel 2:
Het college levert een vergunning af aan Fluvius System Operator voor het slopen van een bestaande HS-cabine in crepistructuur en het plaatsen van een distributiecabine in crepistructuur met keerwand in beton in 3061 Leefdaal, Tervuursesteenweg 570 (Kruisstraat), sectie A nr 284s onder volgende voorwaarden:
• Stedenbouwkundige voorwaarden
º de verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.
º de voorwaarden opgelegd in het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer van 3 september 2019 moeten strikt worden nageleefd.
• Milieuvoorwaarden
º De college van burgemeester en schepenen stelt vast dat het dossier wat betreft het milieuluik volledig en ontvankelijk is en neemt akte voor volgende inrichting:
▪ Rubriek 12.2.1°: Transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van 100 kVA tot en met 1000 kVA: transformator voor een distributiecabine (630 kVA) (klasse 3).
▪ De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.
▪ De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het Vlarem:
• hoofdstukken 4.1, 4.7 en 4.9: Algemene milieuvoorwaarden - algemeen
• hoofdstuk 4.5 met bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6: Algemene milieuvoorwaarden - geluid
• hoofdstukken 4.4 en 4.10 met bijlagen 4.4.1, 4.4.2, 4.4.3, 4.4.4, 4.4.5, 4.4.6, 4.4.7.1 en 4.4.7.2.: Algemene milieuvoorwaarden - lucht
• hoofdstuk 4.6.: Algemene milieuvoorwaarden - licht
• hoofdstuk 4.2 met bijlagen 2.3.1, 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4: Algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater
• Hoofdstuk 5.12: Sectorale milieuvoorwaarden – elektriciteit
De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Deze opsomming is louter indicatief. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/.
Artikel 3:
Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager en de adviesinstanties.
Zitting van 12 november 2019
OMGEVINGSVERGUNNING. AANVRAAG VAN BENNY SCHAUWERS VOOR HET BOUWEN VAN EEN OPEN LOODS VOOR VOEDEROPSLAG IN 3060 BERTEM, OUDE TERVUURSEBAAN 60, SECTIE B NR 227B.
VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR
Voorgeschiedenis
• Op 21 februari 2013 werd een PV van overtreding opgesteld door de politiezone voor de stallen ingeplant in landschappelijk waardevol agrarisch gebied.
• Op 12 augustus 2013 heeft Benny Schauwers een aanvraag ingediend voor de regularisatie van stallingen voor landbouwmateriaal en paarden in 3060 Bertem, Oude Tervuursebaan 60, sectie B nr 227b. De stallingen zijn gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied.
Het college heeft op 21 oktober 2013 hiervoor een weigering afgeleverd. Tegen deze beslissing werd beroep aangetekend bij de deputatie op 22 november 2013.
Op 20 februari 2014 heeft de deputatie beslist om het beroep niet in te willigen.
Op 23 april 2014 werd tegen het weigeringsbesluit van de deputatie beroep aangetekend bij de Raad voor vergunningenbetwistingen.
Op 29 december 2014 werd dit beroep ingetrokken.
• Op 1 juni 2015 heeft Benny Schauwers een aanvraag ingediend voor de verbouwing van een niet-vergunde stalling voor landbouwmateriaal voor paarden in 3060 Bertem, Oude Tervuursebaan 60, sectie B nr 227b.
Het college heeft op 27 augustus 2015 een vergunning afgeleverd met als voorwaarde dat na de beëindiging van het geëigende gebruik van het gebouw het volledig moet gesloopt worden en alle materialen moeten verwijderd worden volgens de geldende reglementering.
Op 7 oktober 2015 werd beroep aangetekend tegen deze beslissing. De deputatie heeft dit beroep niet ingewilligd en een weigering afgeleverd op 14 januari 2016.
• Op 21 februari 2017 heeft Benny Schauwers een nieuwe aanvraag ingediend voor het slopen van de achterliggende loods en het bouwen van een nieuwe loods , aansluitend bij de huiskavel in 3060 Bertem, Oude Tervuursebaan 60, sectie B nr 227b.
Het college heeft hiervoor een vergunning afgeleverd op 6 juni 2017.
• Op 19 augustus 2019 heeft Benny Schauwers een aanvraag ingediend voor het bouwen van een open loods voor voederopslag in 3060 Bertem, Oude Tervuursebaan 60, sectie B nr 227b.
• Op 18 september 2019 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.
Feiten en context
• Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg van de plaats, gebaseerd op de voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
• Het goed is gelegen in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Meergezinswoningen', definitief goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 juni 2018.
• De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven voor de eerste 50 m vanaf de Oude Tervuursebaan gelegen in woongebied met landelijk karakter. Het achterliggende gedeelte is gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. De loods wordt opgericht in landschappelijk waardevol agrarisch gebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De woongebieden met landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven (artikel 6 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin; behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven; gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft; de afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven (artikel 11 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De landschappelijk waardevolle gebieden zijn gebieden waarvoor bepaalde beperkingen gelden met het doel het landschap te beschermen of aan landschapsontwikkeling te doen. In deze gebieden mogen alle handelingen en werken worden uitgevoerd die overeenstemmen met de in grondkleur aangegeven bestemming, voor zover zij de schoonheidswaarde van het landschap niet in gevaar brengen (artikel 15 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
• De bouwplaats is gelegen langsheen een gemeenteweg, de Oude Tervuursebaan. De omgeving wordt gekenmerkt door residentiële woningen die gesitueerd zijn langs de Oude Tervuursebaan. Deze loopt parallel met de Tervuursesteenweg. Het achterliggende kouterlandschap is nog vrij ongeschonden. In de omgeving, rechts van het gebouw van de aanvrager, situeren zich een aantal gebouwen die ver in het agrarisch gebied ingeplant zijn en die deel uitmaken van een professioneel landbouwbedrijf. Op het links aanpalende perceel werd een stal vergund en gebouwd in het agrarische gebied. Op de bouwplaats bevindt zich achter de woning een recent gebouwde en vergunde loods van 6,60 m breed en 40 m diep op 55 m vanaf de Oude Tervuursebaan. Tevens staat achterliggend een bijkomende loods, waarvoor een sloopvergunning werd afgeleverd.
Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.
• De aanvraag omvat het bouwen van een nieuwe loods in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Voor de bestaande loods in landschappelijk waardevol agrarisch gebied werd op 6 juni 2017 een sloopvergunning afgeleverd. De sloopwerken kunnen pas van start gaan wanneer de landbouwgewassen opgeslagen kunnen worden in de nieuwe loods.
De nieuwe loods wordt ingeplant op minimum 3 m van de rechterperceelsgrens. De oppervlakte van de loods bedraagt 200 m². De constructie wordt opgetrokken in geprofileerd staal, twee zijden zijn open. De kroonlijsthoogte bedraagt 5 m en de constructie wordt afgewerkt met een licht hellend dak.
• Watertoets
De aanvraag is gelegen in mogelijk overstromingsgevoelig gebied. Op 17 september 2019 werd advies gevraagd aan de provincie Vlaams-Brabant dienst Waterlopen. Op 9 oktober 2019 werd volgend gunstig advies overgemaakt:
"Het oppervlaktewater van het voorwerp van de aanvraag wordt verzameld in de waterloop van tweede categorie Voer B2022. Volgens de overstromingskaart van Vlaanderen is het voorwerp van de aanvraag deels gelegen in een mogelijk overstromingsgevoelig gebied. Het risico op overstroming is afkomstig van oppervlakkig afstromend hemelwater. De plaats van de loods valt buiten deze zone.
Voor zover de dienst waterlopen kan opmaken uit de documenten die bij de aanvraag gevoegd zijn, kan het voorwerp van de aanvraag een effect hebben op de bescherming tegen wateroverlast en overstromingen en/of op het behoud van de watergebonden natuurwaarden.
De aanvrager voorziet in volgende maatregelen:
Er wordt een hemelwaterput van 10 000 liter en een infiltratievoorziening van 4000 liter (min. 3500 liter) voorzien.
Het voorwerp van de aanvraag kan bijgevolg als verenigbaar met het watersysteem beschouwd worden.
Het voorwerp van de aanvraag is in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen, bepaald in artikel 1.2.2. en 1.2.3. van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018.
Hemelwaterbepalingen:
º Niet-verontreinigd hemelwater van de eventuele vertraagde afvoer of de overloop van hemelwatervoorzieningen wordt aangesloten op de waterloop onder de voorwaarden vermeld in de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013, Belgisch Staatsblad van 8 oktober 2013.)
º Overeenkomstig de provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen (besluit van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 24 juni 2014, goedgekeurd bij Ministerieel Besluit van12 september 2014, Belgisch Staatsblad van 20 oktober 2014), moet het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen."
• Bestemming volgens de rioleringsinfrastructuur zoneringsplannen
Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in centraal gebied.
Juridische gronden
• Koninklijk besluit van 28 december 1972
Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.
• Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven
Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.
• De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen.
Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.
• Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003
Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is niet van toepassing op de aanvraag.
• Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.
De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.
• Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004
Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.
• Artikel 2 §6 van het besluit van de Vlaamse regering van 10 december 2004 over de vaststelling van de categorieën onderworpen aan milieueffectrapportage en latere wijzigingen (MER-besluit). Dit artikel bepaalt de projecten waarvoor een project MER-screeningsnota dient opgesteld te worden.
• Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009
º Artikel 1.1.4.
De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.
• De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening.
• Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
º artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen
º Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.
• De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014
De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.
• Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst
• Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.
• Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 25 oktober 2016 betreffende het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.
Adviezen
• Openbaar onderzoek
De aanvraag diende niet openbaar gemaakt te worden.
• Externe adviezen
• De aanvraag is gelegen in beschermingszone 3 van de waterwingebieden. Op 17 september 2019 werd advies gevraagd aan De Watergroep. Op 26 september 2019 werd volgende voorwaardelijk gunstig advies overgemaakt:
"Ter bescherming van de waterwinning geeft De Watergroep een gunstig advies op deze aanvraag indien aan volgende voorwaarden voldaan wordt:
º Alle afbraakmaterialen, afkomstig van de bestaande constructies, dienen conform de van toepassing zijnde wetgeving afgevoerd te worden.
º Omdat het betrokken perceel gelegen is binnen beschermingszone III van een waterwinning kunnen er geen afbraakmaterialen gebruikt worden voor het opvullen van de uitgegraven bodem. De vrije ruimte dient opgevuld te worden met niet-verontreinigde grond die volgens de Vlarebo-wetgeving voldoet aan de opgelegde normen vermeld in bijlage V van deze wetgeving.
º Er kunnen, nu of in de toekomst, geen activiteiten toegelaten worden op het betrokken perceel die volgens het Grondwaterdecreet, het Vlarem of andere van toepassing zijnde wetgeving verboden zijn binnen beschermingszone III van een waterwinning.
º De nodige voorzorgsmaatregelen dienen genomen te worden tijdens de werken, teneinde elk risico op verontreiniging van bodem en/of grondwater te voorkomen. Hiertoe zullen eventuele gevaarlijke producten op de werf altijd opgeslagen worden in een waterdichte en lekvrije inkuiping. Bovendien dient het overgieten en/of vullen van recipiënten met de nodige omzichtigheid te gebeuren teneinde het morsen te voorkomen.
º Machines met enig verlies van olie of brandstof dienen onmiddellijk van de werf verwijderd te worden en boven een opvanglade geplaatst te worden.
º Mochten er zich tijdens de werkzaamheden calamiteiten of verontreinigingen voordoen, dient De Watergroep hiervan onmiddellijk op de hoogte te worden gebracht (02/238 96 99 en op milieu@dewatergroep.be)."
• De aanvraag is gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Op 17 september 2019 werd advies gevraagd aan het departement Landbouw en Visserij Vlaams-Brabant. Op 4 oktober 2019 werd volgend ongunstig advies overgemaakt:
"Het departement Landbouw en Visserij heeft uw in het onderwerp vermelde adviesaanvraag vanuit landbouwkundig standpunt onderzocht en formuleert er om de volgende redenen een ongunstig advies bij.
Het departement Landbouw en Visserij verwijst naar een voorgaand advies dat integraal behouden blijft. De voorgestelde werken omvatten het bouwen van een landbouwloods in functie van een landbouwactiviteit die in bijberoep wordt uitgebaat. De aanvrager is leerkracht als hoofdberoep. Het gevraagde is gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied, achter woongebied en betreft een open loods met een oppervlakte 200 m², die wordt ingeplant achter een bestaande loods van 6,6m x 40m. De noordwestelijke zijde is open.
De aanvrager is als bijberoep actief als landbouwer met een beperkte akkerbouwactiviteit (0,52ha) een beperkte oppervlakte grasland en een loonwerkactiviteit waaronder het maken van kleine balen stro en hooi. De voorgestelde loods is in functie van voederopslag en wordt voorzien achter woning nr 58. Thans is er nog een bestaande loods aanwezig die volgens vergunning dient te worden gesloopt.
De voorgestelde loods vervangt als het ware een bestaande loods die ongeveer dezelfde oppervlakte heeft en dit op een gewijzigde inplantingsplaats. De open gevel is tevens nog zodanig georiënteerd dat de opgeslagen producten nog steeds geteisterd kunnen worden door slagregen.
Het departement Landbouw en Visserij wenst aan te halen dat in de motivatiegrond van de recent opgetrokken loods, duidelijk vermeld staat dat deze wordt gebouwd met oog op de opslag van landbouwmachines en voor opslag van aardappelen.
Na onderzoek kan het departement Landbouw en Visserij besluiten dat de voorgestelde werken niet in verhouding staan tot de thans ontwikkelde landbouwactiviteiten en wordt er een ongunstig advies verstrekt."
• Op 17 september 2019 werd advies gevraagd aan de Hulpverleningszone Vlaams-Brabant Oost.Op 3 oktober 2019 werd gemeld dat ze geen bezwaar hebben tegen de aanvraag. Aangezien het een open loods betreft, wordt dit niet beschouwd als een gebouw. Er wordt aangeraden om de nodige blustoestellen te voorzien in de loods.
Argumentatie
Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens artikel 4.3.1 van deze codex.
Functionele inpasbaarheid
Uit het advies van het departement Landbouw en Visserij blijkt dat de voorgestelde werken niet in verhouding staan tot de ontwikkelde landbouwactiviteiten. Het oprichten van dit gebouw is functioneel niet inpasbaar in het agrarische gebied.
Mobiliteitsimpact
Het gebouw zal weinig of geen invloed hebben op de mobiliteit in de nabije omgeving. Enkel het verkeer dat specifiek bestemd is voor de exploitatie van dit gebouw zorgt voor een geringe en aanvaardbare toename van het verkeer.
Schaal
De oppervlakte van het gebouw en de totale hoogte zijn eerder beperkt. In deze zone op de aanpalende percelen zijn nog een aantal gebouwen ingeplant van vergelijkbare bouwhoogten en omvang. De gebouwen overstijgen de schaal van de gebouwen in de omgeving niet.
Ruimtegebruik en bouwdichtheid
Het gebouw wordt op voldoende afstand van de perceelsgrenzen ingeplant. De bouwdichtheid en het ruimtegebruik zijn relatief klein en vergelijkbaar met de omliggende toestand.
Visueel-vormelijke elementen
Het gebouw is beperkt zichtbaar vanaf de openbare weg. Het is visueel afgeschermd door het reliëf en de voorliggende woningen.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing.
Reliëf
Niet van toepassing.
Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Op 21 februari 2013 werd een PV van overtreding opgemaakt voor de loods ingeplant in het landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Er werd meermaals een aanvraag ingediend tot regularisatie van de loods. Deze aanvragen werden telkens of in eerste aanleg of in tweede aanleg geweigerd. Op 21 februari 2017 werd een nieuwe aanvraag ingediend voor het slopen van de loods in overtreding en de nieuwbouw van een loods bij de bestaande gebouwenconfiguratie. Er werd hiervoor een vergunning verleend op 6 juni 2017.
De sloping van de bestaande loods waarvan sprake in de vergunning van 6 juni 2017 werd nooit uitgevoerd waardoor de voorwaarden van de vergunning niet werden nageleefd. Strikt juridisch gezien beschikt de aanvrager dus ook niet over een rechtsgeldige vergunning voor de loods die volgens deze vergunning gebouwd werd.
Deze loods - die reeds een paar jaren moest gesloopt zijn - nu gebruiken als verantwoording en/of tegengewicht voor de huidige loods (opslag landbouwgewassen) met afmetingen die niet in verhouding staan tot de omvang van het bedrijf (zie advies departement Landbouw en Visserij Vlaams-Brabant) is niet te verantwoorden.
Conclusie
Het voorgestelde project is planologisch, stedenbouwkundig architecturaal en juridisch niet verantwoord. Bijkomend moet gesteld worden dat een vergunning, waarvan de voorwaarden niet werden nageleefd, van rechtswege vervalt.
Advies en voorwaarden
De gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om de aanvraag te weigeren.
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.
Artikel 2:
Het college levert een weigering af aan Benny Schauwers voor het bouwen van een open loods voor voederopslag in 3060 Bertem, Oude Tervuursebaan 60, sectie B nr 227b.
Artikel 3:
Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager, De Watergroep, het departement Landbouw en de Provincie Vlaams-Brabant dienst Waterlopen.
Zitting van 12 november 2019
RAAMOVEREENKOMST LEVEREN VAN RATTENGIF IN 2019, 2020, 2021 EN 2022 OP AFROEP. GOEDKEURING GUNNING.
Voorgeschiedenis
• In het kader van de opdracht “Leveren van rattenvergif in 2019, 2020, 2021, 2022” werd op 10 oktober 2019 een bestek met nr. TD639.22/441 opgesteld door de dienst openbare werken.
• De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 14 435,70 euro excl. btw of 17 467,20 euro incl. 21% btw.
• Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 14 oktober 2019 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
• Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 14 oktober 2019 om de plaatsingsprocedure te starten en volgende ondernemers uit te nodigen om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure:
º Taymans bvba, Nijvelsebaan 157 te 3090 Overijse;
º Bosmans nv, Tervuursesteenweg 185 te 3060 Bertem;
º PELSIS BELGIUM NV, Rijksweg 28 te 2880 Bornem;
º B.S.I. BVBA, Jagershoek 13 te 8570 Anzegem.
Feiten en context
• De opdracht wordt gegund voor 4 jaar.
• De offertes dienden het bestuur ten laatste op 31 oktober 2019 om 12.00 uur te bereiken.
• De verbintenistermijn van 90 kalenderdagen eindigt op 29 januari 2020.
• Er werden 2 offertes ontvangen:
º Bosmans nv, Tervuursesteenweg 185 te 3060 Bertem (21 364 euro excl. btw of 25 850,44 euro incl. 21% btw);
º PELSIS BELGIUM NV, Rijksweg 28 te 2880 Bornem (14 435,70 euro excl. btw of 17 467,20 euro incl. 21% btw);
• De dienst openbare werken stelde op 31 oktober 2019 het verslag van nazicht van de offertes op.
Juridische gronden
• De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
• Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
• Het besluit van de gemeenteraad van 2 april 2013 houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.
• De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies.
• De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 144 000 euro niet) en artikel 43.
• Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, meer bepaald artikel 90 1°.
• Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, § 3, 5°, waarbij wordt bepaald dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur.
• Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
• Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Adviezen
• De financieel directeur verleende een visum op 31 oktober 2019.
Argumentatie
De huidige opdracht beoogt het sluiten van een raamovereenkomst met één enkele deelnemer waarbij alle voorwaarden in de raamovereenkomst werden bepaald. De opdracht wordt gegund voor 4 jaar.
De dienst openbare werken stelt voor om, rekening houdende met het voorgaande, deze opdracht te gunnen aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van de prijs), zijnde PELSIS BELGIUM NV, Rijksweg 28 te 2880 Bornem, tegen de eenheidsprijzen vermeld in de offerte van deze inschrijver.
Financiële gevolgen
Registratiesleutel | Budgettair krediet | Beschikbaar | Geraamde uitgave |
0984/60090100 1419/001/001/001/001 | € 1500 | € 765,23 | 2019: € 765,23 2020: € 4357,38 2021: € 4357,38 2022: € 7987,21 |
Het geraamde krediet zal voorzien worden in de exploitatiebudgetten van het meerjarenplan 2020-2025.
Bijlagen
• Verslag van nazicht van de offertes
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Goedkeuring wordt verleend aan het verslag van nazicht van de offertes van 31 oktober 2019, opgesteld door de dienst openbare werken.
Artikel 2:
Het verslag van nazicht van de offertes in bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.
Artikel 3:
Deze opdracht wordt gegund aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van de prijs), zijnde PELSIS BELGIUM NV, Rijksweg 28 te 2880 Bornem, tegen de eenheidsprijzen vermeld in de offerte van deze inschrijver.
De leveringstermijn voor de individuele afroepen wordt vastgesteld op 5 werkdagen.
Artikel 4:
De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. TD639.22/441 van 10 oktober 2019.
Artikel 5:
De betaling zal gebeuren met het krediet ingeschreven in het exploitatiebudget van 2019, op budgetcode 0984/60090100.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.