BESLUITENLIJST VAN HET COLLEGE BURGEMEESTER EN SCHEPENEN

 

Gemeente Bertem

 

Zitting van 14 oktober 2019

Van 14.45 uur tot 17 uur

 

Aanwezig:

Burgemeester:

Joël Vander Elst

Schepenen:

Marc Morris, Greet Goossens, Joery Verhoeven en Tom Philips

Algemeen directeur:

Dirk Stoffelen

 


Overzicht punten

Zitting van 14 oktober 2019

 

ZITTINGEN CBS. GOEDKEURING NOTULEN VORIGE ZITTING.

 

Juridische grond

  • Artikel 50 van het decreet lokaal bestuur
    De notulen worden goedgekeurd op de eerstvolgende gewone vergadering van het college van burgemeester en schepenen.

 

 

Bijlagen

  • Notulen van de zitting van 7 oktober 2019.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de notulen van de zitting van 7 oktober 2019 goed.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 14 oktober 2019

 

UITBREIDING SPORT- EN RECREATIEVELDEN. BESPREKING AANLEG VAN 3 EXTRA PETANQUEBANEN TE KORBEEK-DIJLE.

 

Motivering

Op aangeven van gebruikers van de petanquevelden werd gevraagd om een beschutting te voorzien aan het petanqueveld op het atletiekterrein te Korbeek-Dijle en om de aanleg van bijkomende petanquebanen op de site te onderzoeken.

 

Bespreking

Het bestuur neemt kennis van het voorstel opgesteld door de facilitaire dienst om een beschuttingsplaats te voorzien in de omgeving van het petanqueveld en het aantal petanquebanen uit te breiden met 3 stuks. In totaal zullen er 4 petanquebanen voorzien zijn.

 

De schuilplek wordt uitgevoerd in stevige houten tuinpanelen voorzien van openingen en een dakconstructie en zal volgende afmetingen hebben: 2,5 x 6 meter.

De petanquebanen worden aangelegd volgens de richtlijnen van toepassing op recreatievelden van Petanque Federatie Vlaanderen met afmetingen 17 x 3 meter.

 

Het college neemt kennis van het inplantingsplan in bijlage met de intekening van de beschuttingsconstructie en de 3 aan te leggen petanquebanen.

De uitvoering zal gebeuren in eigen beheer en wordt gestart na ingeplande werken op de kerkhoven en de heraanleg van een voetpad in de Gebrs. Jourandstraat. De vermoedelijke startdatum is 28 oktober 2019.

 

Het college gaat akkoord met het voorstel en verzoekt de facilitaire dienst om een concrete kostenraming voor te leggen voor het voorstel. Tevens wordt aan de facilitaire dienst gevraagd om een voorstel met kostenraming voor een schuilmogelijkheid (zon) aan het parochiaal centrum Leefdaal voor te leggen.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 14 oktober 2019

 

CONTRACTEN. GOEDKEURING BESTELBONS.

 

Juridische gronden

  • Artikel 56, §3, 3° van het decreet lokaal bestuur

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.

  • Besluit van de gemeentesecretaris van 15 december 2016 over de aankoopprocessen.
    Dit besluit legt de bestelprocedures vast conform de wet op de overheidsopdrachten.

 

Adviezen

  • De overzichtslijst van de bestelbons werd bezorgd aan de leden van het managementteam. Gunstig advies.

 

 

Bijlagen

  • Overzichtslijst van de bestelbons.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt bestelbonnummer 2019/00684 goed voor een totaal bedrag van 5935,05 euro.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 14 oktober 2019

 

INKOMENDE FACTUREN. GOEDKEURING FACTUREN.

 

Juridische gronden

  • Artikel 56, §3, 3° van het decreet lokaal bestuur

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.

  • Besluit van de gemeentesecretaris van 15 december 2016 over de aankoopprocessen.

Dit besluit legt de bestelprocedures vast conform de wet op de overheidsopdrachten.

 

 

Bijlagen

  • Overzichtslijst facturen.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de facturen goed van nr. 2019/03147 tot en met nr. 2019/03233 voor een totaal bedrag van 125 862,51 euro.

 

Artikel 2:

Conform artikel 39 van het arbeidsreglement dient de snelheidsboete terugbetaald te worden door het betrokken personeelslid.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 14 oktober 2019

 

CHIROLOKALEN BERTEM. BESPREKING BUURTOVERLEG VAN 7 OKTOBER 2019.

 

Bespreking

Het college bespreekt het bijgevoegde verslag van het overleg met Chiro Bertem en de buurtbewoners van 7 oktober 2019.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 14 oktober 2019

 

HUUR ZALEN. GOEDKEURING HUURCONTRACT SPORTZAAL VRIJE BASISSCHOOL DE WAAIER BERTEM.

 

Voorgeschiedenis

         Vraag van de verenigingen VC Voervallei en Dynamo Bertem om opnieuw de sportzaal in de VBS De Waaier te mogen gebruiken voor het organiseren van trainingen.

 

Feiten en context

         Voor de periode van 27 augustus 2019 tot 30 juni 2020 hebben de sportclubs een zaal nodig op volgende dagen en uren:

Dynamo Bertem

         dinsdag van 17.30 uur tot 19 uur

         zaterdag van 9 uur tot 10.30 uur

VC Voervallei

         woensdag van 20 uur tot 22 uur

         In totaal worden 5 uren per week trainingsuren aangevraagd voor het werkingsjaar 2019-2020.

 

Argumentatie

De beschikbare trainingsuren in de gemeentelijke sportzalen zijn onvoldoende om aan de vraag van de verenigingen te voldoen.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde uitgave

1419/001/001/001/001

61000200/0740 (2019)

€ 5000

€ 2300

€ 1020

1419/001/001/001/001

61000200/0740 (2020)

de kredieten worden voorzien in budget 2020

 

 

 

 

Bijlagen

         Contract huur sportzaal gemeente Bertem

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college beslist een huurcontract af te sluiten voor de huur van de sportzaal van VBS De Waaier voor 5 uren per week in de periode van 27 augustus 2019 tot 30 juni 2020. Het tarief bedraagt 12 euro per uur.

 

Artikel 2:

Voor het gebruik van de sportzaal De Waaier wordt aan de sportclubs dezelfde retributie aangerekend als voor de huur van de gemeentelijke sportzalen.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 14 oktober 2019

 

OMV BRONBEMALING DORPSTRAAT. AKTENAME MELDING BRONBEMALING DOOR DSV NV.

 

Voorgeschiedenis

  • De aanvraag van een omgevingsvergunningsmelding voor een ingedeelde inrichting of activiteit (OMV_2019125333), digitaal ingediend door Magali Vander Velpe namens DSV NV, Terheidelaan 69 te 3200 Aarschot, werd per beveiligde zending verzonden op 7 oktober 2019.

 

Feiten en context

  • De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Dorpstraat in Bertem, kadastraal gekend als 24009, sectie C, perceelnrs. 28G, 63W, 26V, 58G, 57D02, 57B02 en 26S.
  • De melding omvat de volgende exploitatie van ingedeelde inrichting of activiteit: lijnvormige bronbemaling voor de aanleg van riolering.
    • Vlarem II rubriek 53.2.2°b)1°: bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor ofwel de verwezenlijking van bouwkundige werken, ofwel de aanleg van openbare nutsvoorzieningen: gelegen in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1 met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil wordt beperkt tot maximaal vier meter onder het maaiveld: max. opgepompt debiet van 960 m³/dag en 60 000 m³/jaar en dit gedurende 2 maanden (klasse 3).
  • De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.
  • Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
  • De locatie is gelegen in effectief overstromingsgevoelig gebied.
  • De locatie is gelegen in grondwaterbeschermingszone type III.

 

Juridische gronden

  • Artikel 6 van het Omgevingsdecreet

Niemand mag zonder voorafgaande meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan meldingsplicht uitvoeren, exploiteren of een meldingsplichtige verandering eraan doen.

  • Artikel 136 van het Omgevingsbesluit

De melding gebeurt via het formulier en de in het formulier aangewezen addenda uit het addendabibliotheek.

  • Artikel 137 van het Omgevingsbesluit

De melding van een meldingsplichtige exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die onlosmakelijk verbonden is met stedenbouwkundige handelingen van een onroerend goed.

 

Adviezen

  • Er zijn geen externe adviezen vereist.

 

Argumentatie

Inplantingsplaats:

Het betreft hier een melding klasse 3, niet verbonden aan een inrichting klasse 2 of 1. Conform art. 4.1.1.1. van Vlarem II moet de inplantingsplaats verenigbaar zijn met de algemene en aanvullende stedenbouwkundige voorschriften zoals vastgesteld in het goedgekeurde gewestplan of een ruimtelijk uitvoeringsplan of in een ander plan van aanleg.

De inrichting is gelegen in woongebied volgens het gewestplan Leuven.

Conform de bepalingen in Vlarem II zijn er voor de aangevraagde inrichtingen geen verplichtingen tot aanleg van een groenscherm.

Voor de aangevraagde activiteit/inrichting zijn er in Vlarem-II specifieke verbods- en afstandsregels t.o.v. bepaalde zones of gebieden opgenomen, maar hieraan is voldaan.

 

Onlosmakelijke verbondenheid:

Het project omvat enkel de exploitatie van ingedeelde inrichting of activiteit en geen meldings- of vergunningsplichtige stedenbouwkundige handelingen.

 

Ingedeelde inrichtingen of activiteiten (iioa):

De aangevraagde iioa namelijk bronbemaling voor de plaatsing van openbare riolering, behoort tot klasse 3 namelijk rubriek 53.2.2°b)1°: bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor ofwel de verwezenlijking van bouwkundige werken, ofwel de aanleg van openbare nutsvoorzieningen: gelegen in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1 met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil wordt beperkt tot maximaal vier meter onder het maaiveld: max. opgepompt debiet van 960 m³/dag en 60.000 m³/jaar en dit gedurende 2 maanden.

De bemaling zal gebeuren via ontrekkken in (in totaal) 90 filterputten. De maximale diepte waarop de filters worden geplaatst, bedraagt 11 m. De maximale verlaging van het grondwaterpeil bedraagt 3,50m. De bemalingsfilters worden om de 4 m geplaatst vanaf de Parijsstraat tot aan de Dorpstraat 3D aan de onpare zijde en van Dorpstraat 28 tot 18. De hoeveelheid opgepompt grondwater wordt integraal geloosd in de Voer (categorie 2).

De ondergrond is opgebouwd uit een pakket zand. Daaronder bevindt zich een slap pakket dat bestaat uit klei en veen. De dikte van deze laag is afhankelijk van de locatie. Onder betreffende laag bevindt zich een grove zandlaag die onder spanning van het grondwater staat.

Er werden meerdere sonderingen op locatie uitgevoerd en de absolute en differentiële zettingen werden berekend.

De zettingen zijn de verticale vervormingen/verplaatsingen van de grond te wijten aan wijzigingen in de verticale effectieve spanningen. De uiteindelijke zetting en de zettingsduur hangen af van de drainage van de grond. Zand zal snel zetten, klei zal traag zetten.

Zettingen kunnen ook ontstaan door krimp van drogende klei, oxidatie van veen en inwendige erosie. Het zijn meestal differentiële zettingen die zorgen voor de belangrijkste schade.

De resultaten van de zettingen varieerden van de locatie van de sondering en zijn sterk afhankelijk van de aangetroffen grondlagen en -dikten.

Omdat het besluit van de bemalingsnota niet eenduidig is over de zettingen, zal de sectorale milieuvoorwaarde artikel 5.53.1.3. omgezet worden als bijzondere voorwaarde namelijk:

 

De exploitant neemt alle voorzorgen teneinde schade aan onroerende goederen binnen de invloedsstraal van een grondwaterwinning te vermijden. Indien door het onttrekken van het grondwater zettingsgevoelige gronden, inzonderheid veen en turf, ontwaterd kunnen worden, laat hij op zijn kosten voor de ingebruikname van de grondwaterwinning een plaatsbeschrijving uitvoeren van al de constructies gelegen in zettingsgevoelige gronden die door ontwatering een gevaar zijn voor de stabiliteit van deze constructies binnen de invloedszone. Op deze constructies worden zettingsbakens aangebracht en genivelleerd ten opzichte van een referentiepunt buiten de invloedszone.

De exploitant neemt voor de start van de werken contact op met de dienst omgeving met een plan van aanpak inclusief de constructies waarop een plaatsbeschrijving zal worden uitgevoerd.

 

 

Bijlagen

  • inplanting bemaling
  • bemalingsnota Dorpstraat

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van het aanvraagdossier OMV2019125333 ingediend door Magali Vander Velpen voor DSG NV, Terheidelaan 69 te 3200 Aarschot voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit gelegen, Dorpsstraat te 3060 Bertem kadastraal gekend als 24009, sectie C, perceelnrs. 28G, 63W, 26V, 58G, 57D02, 57B02 en 26S namelijk

rubriek 53.2.2°b)1°: bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor ofwel de verwezenlijking van bouwkundige werken, ofwel de aanleg van openbare nutsvoorzieningen: gelegen in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1 met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil wordt beperkt tot maximaal vier meter onder het maaiveld: max. opgepompt debiet van 960 m³/dag en 60 000 m³/jaar en dit gedurende 2 maanden (klasse 3).

 

Artikel 2:

De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.

 

Artikel 3:

De aktename zal overgemaakt worden via beveiligde zending aan nv Aquafin omdat de aanvraag betrekking heeft op indelingsrubriek 53.2.

 

Artikel 4:

Het bevoegde bestuur bezorgt de meldingsakte aan de afdeling van de VMM bevoegd voor grondwater omdat de aanvraag betrekking heeft op indelingsrubriek 53.2.

 

Artikel 5:

De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende milieuvoorwaarden:

§1. Algemene milieuvergunningsvoorwaarden:

hoofdstukken 4.1 Algemene milieuvoorwaarden - algemeen

hoofdstukken 4.2 en 4.3 Algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater-, bodem- en grondwaterverontreiniging

§2. Sectorale milieuvergunningsvoorwaarden:

hoofdstuk 5.53 Sectorale milieuvoorwaarden – winning van grondwater

§3. Bijzondere milieuvergunningsvoorwaarden:

Conform artikel 113 van het Omgevingsvergunningsdecreet kan de bevoegde overheid bijzondere milieuvergunningsvoorwaarden opleggen die de melding niet onevenredig beperken of verbieden.

 

a) Schade aan onroerende goederen

De exploitant neemt alle voorzorgen teneinde schade aan onroerende goederen binnen de invloedsstraal van een grondwaterwinning te vermijden. Indien door het onttrekken van het grondwater zettingsgevoelige gronden, inzonderheid veen en turf, ontwaterd kunnen worden, laat hij op zijn kosten voor de ingebruikname van de grondwaterwinning een plaatsbeschrijving uitvoeren van al de constructies gelegen in zettingsgevoelige gronden die door ontwatering een gevaar zijn voor de stabiliteit van deze constructies binnen de invloedszone. Op deze constructies worden zettingsbakens aangebracht en genivelleerd ten opzichte van een referentiepunt buiten de invloedszone.

De exploitant neemt voor de start van de werken contact op met de dienst omgeving met een plan van aanpak inclusief de constructies waarop een plaatsbeschrijving zal worden uitgevoerd.

 

b) Debietmeter

Conform art. 5.53.3 van Vlarem II moeten de grondwaterstanden en de debieten op een eenduidige manier kunnen worden gemeten in elke grondwaterwinning.

Debietmeters dienen te worden geplaatst bij alle vergunnings- of meldingsplichtige grondwaterwinningen (voor het eerste aftappunt van het grondwater) en te voldoen aan specifieke voorschriften.

1. Op elke in gebruik zijnde grondwaterwinningspomp/bronbemalingspomp moet een debietmeter aanwezig zijn;

2. De exploitant geeft de meterstand van elke debietmeter bij de start van de bronbemaling door aan de bevoegde overheid, namelijk de gemeente Bertem.

3. De exploitant zal op eigen initiatief de meterstand van elke debietmeter bij het einde van de bronbemaling doorgeven aan de bevoegde overheid, namelijk de gemeente Bertem.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 14 oktober 2019

 

VERKAVELING VAN HOOFSTRAAT. VERLENING VERKAVELINGSATTEST AAN NICK VAN HOOF EN MARLEEN DU PONT VOOR DE PERCELEN GELEGEN IN 3061 LEEFDAAL, VAN HOOFSTRAAT, SECTIE D NRS. 160R, 160M, 160L EN 160S.

 

Voorgeschiedenis

         Op 20 mei 2019 heeft het schepencollege een verkavelingsvergunning afgeleverd aan Nick Van Hoof en Marleen Du Pont voor het verkavelen van een perceel in 4 loten in 3061 Leefdaal, Van Hoofstraat sectie D nrs 160r, 160m, 160l en 160s.

         Op 12 augustus 2019 heeft notaris Vangoetsenhoven een attest aangevraagd waaruit blijkt dat de verkavelaar aan alle verkavelingsvoorwaarden voldaan heeft.

 

Feiten en context

         Op 22 februari 2019 heeft Proximus bevestigd dat er voldoende telecominfrastructuur aanwezig is om de percelen aan te sluiten.

         Op 7 juni 2019 werd de factuur van De Watergroep ten bedrage van 8217,32 euro betaald door notaris Vangoetsenhoven.

         Op 2 augustus 2019 werden de facturen van Fluvius ten bedrage van 6447,90 euro (riolering) en 5408,08 euro (aardgas, elektriciteit en openbare verlichting) betaald door notaris Vangoetsenhoven.

         Op 2 oktober 2019 meldde Telenet dat de verkavelaar zijn akkoord heeft verleend voor de nodige aanleg van de Telenet-infrastructuur. De factuur van 1617,07 euro werd betaald.

 

Juridische gronden

         Artikel 4.2.16 Vlaamse Codex ruimtelijke ordening van 8 mei 2009
Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na voorlegging van een attest van het college waaruit blijkt dat voor de volledige verkaveling het geheel van de lasten is uitgevoerd of gewaarborgd is.

 

Argumentatie

De verkavelaar heeft aan alle voorwaarden opgelegd in de verkavelingsvergunning voldaan.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college levert een attest af aan notaris Vangoetsenhoven waaruit blijkt dat de verkavelaar van de verkaveling in 3061 Leefdaal, Van Hoofstraat, sectie D nrs. 160r, 160m, 160l en 160s aan alle ten laste gelegde voorwaarden heeft voldaan.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 14 oktober 2019

 

OMGEVINGSVERGUNNING. AANVRAAG AXEL VAN BERWAER VOOR HET BOUWEN VAN 2 APPARTEMENTEN IN DORPSTRAAT 156A TE 3060 BERTEM.

 

VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR

 

Voorgeschiedenis

         Op 23 mei 2019 heeft Axel Van Berwaer in naam van Feyaerts drankencentrale een aanvraag ingediend voor het bouwen van 2 appartementen in Dorpstraat 156a te 3060 Bertem.

         Op 25 juni 2019 werd bijkomende informatie gevraagd. Deze werd ingediend op 3 juli 2019.

         Op 12 juli 2019 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.

 

Feiten en context

         De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

         Het goed is gelegen in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Centrum', definitief aanvaard door de gemeenteraad op 26 mei 2009. De voorschriften van art. 4 zone voor gesloten bebouwing, art. 5 zone voor aanhorige gebouwen, art. 11 zone voor achteruitbouwzone en art. 12 zone voor tuinen zijn van toepassing. Binnen art. 4 zijn op dit perceel meergezinswoningen toegestaan.

De aanvraag is hiermee niet volledig in overeenstemming. De aanvraag wijkt af van art. 4 (zone voor gesloten en halfopen bebouwing) op volgende punten:

º         Hoogte tussen voetpad en kroonlijst volgens het RUP: 6 meter +/- 0,50 meter. De voorgestelde kroonlijst bedraagt +6,80 ten opzichte van het maaiveld en 7,05 m ten opzichte van het voetpad.

º         De aanleg van terrassen op de verdieping verder dan de maximale bouwdiepte is niet toegelaten volgens het RUP. Op verdieping +1 wordt het dak van de gelijkvloerse verdieping tussen 12 en 15 m bouwdiepte ingericht als terras.

         De bouwplaats is gelegen langsheen een gemeenteweg, de Dorpstraat. De omgeving wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van woningen in open en halfopen bebouwing, met meestal 2 bouwlagen en een zadeldak. De bebouwing op het aangrenzende perceel links is voorzien van een blinde muur. De woning rechts bevindt zich op ca. 3 meter van de perceelsgrens.

Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.

         Het voorstel omvat de bouw van 2 appartementen, één appartement op het gelijkvloers, een duplexappartement op de eerste verdieping en onder het dak. De bouwdiepte op het gelijkvloers is 15 m, op de verdieping 12 m. Op het dak van de uitbouw achteraan is een dakterras voorzien over de breedte van het gebouw (7,20 m). In de tuinzone worden 3 parkeerplaatsen aangelegd, waarvan 1 voldoet aan de voorwaarden van toegankelijkheid (breedte 3,50 m). De inrit daartoe gebeurt langsheen de woning. De verharding is voorzien in dolomiet. Achter de parkeerplaatsen wordt een tuinhuis / fietsenstalling geplaatst van 20 m². Het achterste deel van het perceel is ingetekend als gemeenschappelijke tuin.

         Watertoets

De aanvraag is deels gelegen in mogelijk overstromingsgevoelig gebied. Op 10 juli 2019 werd advies gevraagd aan de Provincie Vlaams-Brabant dienst Waterlopen. Op 2 augustus 2019 werd volgend voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht:

"Het oppervlaktewater van het voorwerp van de aanvraag wordt verzameld in de waterloop van tweede categorie de Voer. Volgens de overstromingskaart van Vlaanderen is het voorwerp van de aanvraag gelegen in een effectief en/of mogelijk overstromingsgevoelig gebied. Het risico op overstroming is afkomstig vanuit de waterloop.

Voor zover de dienst waterlopen kan opmaken uit de documenten die bij de aanvraag gevoegd zijn, kan het voorwerp van de aanvraag een effect hebben op de bescherming tegen wateroverlast en overstromingen en/of op het behoud van de watergebonden natuurwaarden.

De aanvrager voorziet in volgende maatregelen:

Er wordt een hemelwaterput voorzien van 6000 liter voor hergebruik en een infiltratievoorziening van 1200 liter.

Hemelwaterverordeningen:

º         Niet-verontreinigd hemelwater van de eventuele vertraagde afvoer of de overloop van hemelwatervoorzieningen wordt aangesloten op de waterloop onder de voorwaarden vermeld in de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013, Belgisch Staatsblad van 8 oktober 2013).

º         Overeenkomstig de provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen (besluit van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 24 juni 2014, goedgekeurd bij Ministerieel Besluit van12 september 2014, Belgisch Staatsblad van 20 oktober 2014), moet het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

Voor zover de dienst waterlopen kan opmaken uit de documenten die bij de aanvraag gevoegd zijn, kan het voorwerp van de aanvraag een effect hebben op de bescherming tegen wateroverlast en overstromingen en/of op het behoud van de watergebonden natuurwaarden. Dit effect moet beperkt worden door de hieronder vermelde voorwaarden in de vergunning op te nemen:

Voorwaarde:

De autostaanplaatsen en oprit worden voorzien in dolomiet. Er is gekozen voor infiltratie van het hemelwater doorheen de verharding. Indien deze verharding is opgebouwd uit verschillende lagen moet elke laag minstens even doorlatend zijn als de bodem. Een doorlatende eindlaag op een ondoorlatende of slecht waterdoorlatende fundering is immers nutteloos.

Voorwaarden met betrekking tot de vijfmeterstrook langs de waterloop:

º         Ingevolge artikel 17 van de wet op de onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967 en artikel 1.3.2.2. van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, met betrekking tot de toegankelijkheid van de waterloop moet een zone van vijf meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van de waterloop, vrij blijven van elke constructie (inbegrepen terrassen e.a.), ondergrondse constructies zoals brandstoftanks, water- en rioolputten, e.a., houtstapelplaatsen e.a., beplantingen en vaste afsluitingen die de bereikbaarheid van de waterloop belemmeren. Het stapelen van tuinafval en/of het opzetten van composthopen binnen deze zone is verboden.

º         Binnen de zone van 1 m van de top van de oever zijn grondbewerkingen en het gebruik van pesticiden steeds verboden.

º         Langse open afsluitingen moeten tussen 0,75 m en 1 m van de top van de oever staan en zijn maximaal 1,50 m hoog. Dwarse open afsluitingen dienen vervangen te worden door een poort of moeten eenvoudig kunnen weggenomen worden. Het aanplanten van dwarse en langse hagen is verboden.

º         Bomen kunnen aangeplant worden tussen 0,75 m en 1 m van de top van de oever met een tussenafstand van minimaal 8 m. Het aanplanten van hagen gebeurt steeds buiten de vijfmeterzone op een afstand van 0,50 m.

º         Binnen deze zone mogen geen grondophogingen worden uitgevoerd.

º         Alle handelingen zijn er onderworpen aan het bindende advies van de beheerder van de waterloop, of, voor zover ze vereist is door de wet op de onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967, de voorafgaande machtiging.

º         Ingevolge het artikel 1.6. van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, gelden de bepalingen van dit besluit niet voor handelingen gelegen in een vijf meter brede strook, te rekenen vanaf de bovenste rand van het talud van ingedeelde onbevaarbare, alsook in de bedding van deze waterlopen;

º         Ingevolge art. 40 van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud is het verboden naaldbomen te planten of te herplanten of hun zaailingen te laten groeien op minder dan zes meter van de oever van de waterloop.

Algemene maatregelen:

º         In toepassing van artikel 1.3. en 12/1.1. van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, zijn het plaatsen van gesloten afsluitingen en/of andere constructies en/of reliëfwijzigingen, met als doel de vermindering van de natuurlijke komberging in mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied zonder compensatiemaatregelen, verboden.

º         De nodige maatregelen moeten worden getroffen opdat de op te richten bouwwerken geen schade berokkenen aan de nabijgelegen waterloop. Tevens kan schade aan deze bouwwerken ingevolge gebrek aan stabiliteit van de bedding van de waterloop of van het bouwwerk zelf evenals de daaraan verbonden lasten zoals onderhouds- en herstellingswerken, niet a priori op de provincie Vlaams-Brabant verhaald worden.

Mits aan deze voorwaarden voldaan is, kan het voorwerp van de aanvraag als verenigbaar met het watersysteem beschouwd worden.

Aangevuld met bovenvermelde opgelegde voorwaarden en maatregelen is het voorwerp van de aanvraag in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen, bepaald in artikel 1.2.2. en 1.2.3. van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018."

         Bestemming volgens de rioleringsinfrastructuur zoneringsplannen:

Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in een centraal gebied.

 

Juridische gronden

         Koninklijk besluit van 28 december 1972

Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.

         Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven

Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.

         De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen.

Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is niet van toepassing op de aanvraag.

         Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.

De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.

         Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.

         Artikel 2 §6 van het besluit van de Vlaamse regering van 10 december 2004 over de vaststelling van de categorieën onderworpen aan milieueffectrapportage en latere wijzigingen (MER-besluit). Dit artikel bepaalt de projecten waarvoor een project MER-screeningsnota dient opgesteld te worden.

         Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009

º         Artikel 1.1.4.

De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.

         De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening.

         Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

º         artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen

º         Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.

         De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014

De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst

         Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.

         Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 25 oktober 2016 betreffende het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.

 

Adviezen

         Openbaar onderzoek

De aanvraag werd van 22 juli 2019 tot 20 augustus 2019 openbaar gemaakt volgens de regels vermeld in het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.

Er werden geen klachten ingediend.

 

         Externe adviezen

         De aanvraag is gelegen in beschermingszone 3. Op 10 juli 2019 werd advies gevraagd aan De Watergroep. Op 17 juli 2019 werd volgend voorwaardelijk gunstig advies overgemaakt:

"Ter bescherming van de waterwinning geeft De Watergroep een gunstig advies op deze aanvraag indien aan volgende voorwaarden voldaan wordt:

º         Alle afbraakmaterialen, afkomstig van bestaande constructies, dienen conform de van toepassing zijnde wetgeving afgevoerd te worden.

º         Omdat het betrokken perceel gelegen is binnen beschermingszone III van een waterwinning kunnen er geen afbraakmaterialen gebruikt worden voor het opvullen van de uitgegraven bodem. De vrije ruimte dient opgevuld te worden met niet-verontreinigde grond die volgens de Vlarebo-wetgeving voldoet aan de opgelegde normen vermeld in bijlage V van deze wetgeving.

º         Er kunnen, nu of in de toekomst, geen activiteiten toegelaten worden op het betrokken perceel die volgens het Grondwaterdecreet, het Vlarem of andere van toepassing zijnde wetgeving verboden zijn binnen beschermingszone III van een waterwinning.

º         De nodige voorzorgsmaatregelen dienen genomen te worden tijdens de werken, teneinde elk risico op verontreiniging van bodem en/of grondwater te voorkomen. Hiertoe zullen eventuele gevaarlijke producten op de werf altijd opgeslagen worden in een waterdichte en lekvrije inkuiping. Bovendien dient het overgieten en/of vullen van recipiënten met de nodige omzichtigheid te gebeuren teneinde het morsen te voorkomen. Machines met enig verlies van olie of brandstof dienen onmiddellijk van de werf verwijderd te worden en boven een opvanglade geplaatst te worden.

º         Mochten er zich tijdens de werkzaamheden calamiteiten of verontreinigingen voordoen, dient De Watergroep hiervan onmiddellijk op de hoogte te worden gebracht (02/238 96 99 en op milieu@dewatergroep.be)."
 

         Op 10 juli 2019 werd advies gevraagd aan Fluvius. Op 16 juli 2019 werd volgend voorwaardelijk gunstig advies overgemaakt:

"Voor meer specifieke informatie betreffende elektriciteit – gas – kabeltelevisie, verwijzen wij u graag door naar de standaardvoorwaarden die u op de website ‘www.fluvius.be’ kan terugvinden.

In uw gemeente is Fluvius ook actief voor volgende discipline:

Riolering

1) Algemene voorwaarden

Aansluitplicht op het openbare afwateringsstelsel.

Enkel als je voor je rioolaansluiting over het terrein van derden moet en hiervoor geen toelating krijgt of als je woning op meer dan 250 meter afstand van de riolering gelegen is, is een uitzondering op de aansluitplicht op het openbare rioleringsstelsel voorzien. In dat geval moet het afvalwater dan wel ter plaatse gezuiverd worden met een IBA. (Individuele Behandeling van Afvalwater)

Scheiding tussen afval- en hemelwater.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 05/07/2013 betreffende de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, in voege sinds 01/01/2014, is van toepassing op de verharde oppervlakte. De scheiding tussen afval- en hemelwater dient volledig doorgevoerd te worden tot aan de perceelsgrens. Regenwater komende van daken en verhardingen dient volledig gescheiden van het afvalwater te worden afgevoerd.

Gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor hemelwaterputten, Infiltratie- en buffervoorzieningen.

Sinds 01/01/2014 moet elk op te richten gebouw, constructie of aan te leggen verharding groter van 40 m² aan de normen van de verordening voldoen, ook als deze vrijgesteld is van stedenbouwkundige vergunningsplicht. De plaatsing van een infiltratievoorziening is dan verplicht als het goed (perceel) groter is dan 250 m².

Het algemeen uitgangsprincipe hierbij is dat regenwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt wordt. In tweede instantie moet het resterende gedeelte van het hemelwater worden geïnfiltreerd of gebufferd, zodat in laatste instantie slechts een beperkte hoeveelheid water met een vertraging wordt afgevoerd. De plaatsing van de overloop van de hemelwaterput en de infiltratievoorziening dient aan dit principe te beantwoorden. Aangevuld met de voorwaarden uit het AV en TV van Fluvius.

Let op: Deze verordening is geldig in het hele Vlaamse gewest. Provincies en gemeenten kunnen strengere regels afvaardigen voor hun grondgebied. Contacteer dus uw gemeente en provincie.

De afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

2) Uw aansluitingsaanvraag

U dient altijd een aanvraag via de website van Fluvius op te starten.

A) Voor reeds ontsloten percelen (er was reeds historische bebouwing, met een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel).

De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.

Er zullen geen lozingsrechten aangerekend worden.

Indien de putjes niet op het privédomein geplaatst kunnen worden, wegens geen voortuin of mogelijkheid om dit in het gebouw te voorzien, zal de aannemer van Fluvius de putjes voorzien op het openbaar domein. De bouwheer dient door de gevel naar buiten te komen met zijn afvoerbuizen voor zowel RWA als DWA.

Lozingsrechten (ingebruikname) zullen aangerekend worden.

B) Voor nog niet ontsloten percelen:

Perceel dat voor de eerste keer bebouwd gaat worden of waar nog geen aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aanwezig was.

Gelieve zo spoedig mogelijk (“vandaag”) uw aanvraag via de website van Fluvius op te starten. Op dat ogenblik zal de aansluitbaarheidsstudie opgestart worden. Pas bij effectieve uitvoering van de aansluiting kan er uitsluitsel gegeven worden over plaats en diepte van de aansluiting. Fluvius streeft naar een aansluitdiepte van +/- 80 cm, maar dit kan omwille van terrein gebonden oorzaken niet altijd gegarandeerd worden.

Lozingsrechten zullen aangerekend worden. Dit is ook het geval indien er aan het perceel reeds een wachtaansluiting aanwezig is in het kader van een verkavelingsproject.

3) Het zoneringsplan en de verplichtingen hieraan verbonden

Aan de hand van het zoneringsplan is elke woning in een bepaalde cluster ondergebracht. U kan eenvoudig nagaan in welke cluster uw gebouw ligt.

https://www.vmm.be/data/zonering-en-uitvoeringsplan

Het zoneringsplan geeft tot op huisniveau weer welke maatregelen burger en gemeente dienen te treffen. Jouw gebouw kan gelegen zijn in één de van volgende vier zones:

1. Centraal gebied: er is reeds geruime tijd riolering aanwezig en die is aangesloten op een waterzuivering.

2. Collectief geoptimaliseerd buitengebied: er is recent riolering aangelegd en die is aangesloten op een waterzuivering.

3. Collectief te optimaliseren buitengebied: er is riolering gepland of er is riolering aanwezig maar die is nog niet aangesloten op een waterzuivering.

4. Individueel te optimaliseren buitengebied: er is geen riolering voorzien. Het afvalwater moet individueel gezuiverd worden met een IBA. (Individuele Behandeling van Afvalwater)

Stel je echter vast dat je gebouw niet ingekleurd werd op het zoneringsplan? Dat kan, bijvoorbeeld als je woont in een nieuwe verkaveling. Voor gebouwen die nog niet werden opgenomen in het zoneringsplan gelden dezelfde voorwaarden als voor de gebouwen die gelegen zijn in het individueel te optimaliseren buitengebied, tenzij rechtstreekse aansluiting op bestaande riolering mogelijk is.

In iedere zone gelden bepaalde voorwaarden om je afvalwater te lozen.

 

centraal gebied

collectief te optimaliseren buitengebied

individueel te optimaliseren buitengebied

aansluiting op riool

Verplicht

Verplicht van zodra er riolering ligt

Niet mogelijk

septische put

Bij voorkeur niet, tenzij gemeente of rioolbeheerder dit wel nodig acht.

In dat geval ben je verplicht om een septische put te plaatsen die enkel zwart/fecaal afvalwater opvangt (minimaal 2000 liter).

Verplicht in afwachting van een aansluiting op riool.

In dat geval ben je verplicht om een septische put alle afvalwater te plaatsen die zowel zwart als grijs afvalwater opvangt (minimaal 3000 liter).

Verplicht in afwachting van een IBA. nadien eventueel behouden als voorbehandeling.

In dit geval ben je verplicht om een septische put alle afvalwater te plaatsen die zowel zwart als grijs afvalwater opvangt (minimaal 3000 liter).

IBA

Niet toegelaten

Toegelaten in afwachting van een aansluiting op riool.

Verplicht

Deze voorwaarden zijn minimumvoorwaarden, de vergunningverlenende instantie kan strengere voorwaarden opleggen indien noodzakelijk.

4) De keuring van uw aansluiting

Bij nieuwbouw of bij grote werken aan uw leidingnet voor de afvoer van afval- en/of regenwater, moet u de privéwaterafvoer laten keuren. Met 'privéwaterafvoer' wordt bedoeld: uw leidingen voor waterafvoer (van afvalwater en/of regenwater) tot aan de aansluiting op de openbare riolering.

Tijdens de keuring wordt gecontroleerd:

º         of het afvalwater (correct) aangesloten is

          op de openbare riolering (als de openbare weg een openbare riolering heeft)

          in bepaalde gevallen: op de septische put of de individuele zuiveringsinstallatie

º         of regenwater en afvalwater goed gescheiden worden op het private terrein.

Deze keuring is verplicht bij alle aanvragen tot aansluiting of heraansluiting op de openbare riolering (sinds 1 juli 2011).

Voor deze keuring heeft u een EAN-nummer riolering nodig, deze ontvangt u na uw aanvraag.

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34. Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning."
 

         Op 10 juli 2019 werd advies gevraagd aan hulpverleningszone Vlaams-Brabant Oost. Op 25 juli 2019 werd volgend voorwaardelijk gunstig advies overgemaakt:

"Het project omvat de nieuwbouw van een meergezinswoning met 2 appartementen.

Laag gebouw: 5,7 m

Het gebouw omvat:

º         gelijkvloers: appartement 0.1

º         eerste verdieping: duplex appartement 1.1

º         tweede verdieping: verdieping duplex appartement 1.1

Aard en plaats van centrale verwarming is niet weergegeven op de plannen

Volgende brandpreventiemaatregelen worden voorzien:

º         brandwerende deuren aan de appartementen

º         signalisatie

º         plaatsing rookkoepel met bediening op het evacuatieniveau

º         alarmering

º         autonome rookdetectoren in de kamers

º         blusmiddelen

In het gebouw is geen personeel tewerkgesteld.

De studie inzake brandvoorkoming en - bestrijding gebeurde op basis van:

1. De toepasselijke artikels van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (A.R.E.I): art. 271 en 104

http://www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=593

2. Het KB van 7 december 2016 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen (bijlagen 1; 2/1; 5/1; 7).

www.besafe.be

3. Decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders

http://codex.vlaanderen.be/Portals/Codex/documenten/1021927.html

Rekening houdend met hoger vermelde reglementering vragen volgende punten om uw bijzondere aandacht bij de realisatie van het project:

Overeenkomstig basisnormen, Bijlage 2/1: lage gebouwen

1. Voor alle niveaus moet het volgnummer (-1, 0, 1, 2, ...) aangebracht worden op de overlopen van trappen en liften. De plaats en de richting van de uitgangen en nooduitgangen moeten aangeduid worden met gepaste pictogrammen. De aanduiding van de uitgangen en nooduitgangen dient te voldoen aan de bepalingen betreffende de veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk (art.4.5).

2. Het gebouw moet voorzien worden van veiligheidsverlichting overeenkomstig de norm NBN EN 1838, NBN EN 60598-2-22 en NBN EN 50172. De evacuatieweg moet voorzien worden van een degelijke veiligheidsverlichting die een voldoende lichtsterkte heeft om een gebouw veilig te ontruimen. De veiligheidsverlichting moet automatisch en onmiddellijk in werking treden bij het uitvallen van de gewone verlichting; zij moet minstens één uur zonder onderbreking kunnen functioneren. De veiligheidsverlichting moet minstens een lichtsterkte hebben van 1 lux ter hoogte van de grond in de as van de vluchtweg en 5 lux op gevaarlijke plaatsen (art.6.5).

3. De gebruikers van het gebouw dienen in geval van brand op de hoogte gebracht te worden dat ze het gebouw dienen te verlaten. Daartoe is het gebouw uitgerust met een gepaste alarminstallatie.

Volgens het plan is er enkel een drukknop voorzien op het gelijkvloers, op de eerste verdieping dient een bijkomende drukknop geplaatst te worden.

4. De gasinstallatie moet voldoen aan art.6.6.

Overeenkomstig basisnormen Bijlage 5/1: reactie bij brand van de materialen

5. De materialen in de trappenhuizen moeten voldoen aan volgende tabel:

Trappenhuizen

Vloerbekleding

Bekleding van verticale wanden

Plafonds en valse plafonds

Zonder branddetectie

Bfl – s1

B – s1, d2

C – s1, d0

Met branddetectie

Cfl – s1

C – s1, d2

C – s1, d0

Overeenkomstig het Decreet optische rookmelders:

De wooneenheden en het trappenhuis moeten worden uitgerust met optische rookmelders. Deze rookmelders moeten voldoen aan de norm NBN EN 14604. De verhuurder is verantwoordelijk voor de plaatsing van de rookmelders. Als de rookmelder uitgerust is met een vervangbare batterij is de huurder verantwoordelijk voor de vervanging ervan na afloop van de levensduur, vermeld door de fabrikant (art. 4).

De verplichting tot het plaatsen van rookmelders geldt niet als de woning beschikt over een branddetectiesysteem dat gekeurd en gecertificeerd is door een daartoe erkend organisme (art. 5/1).

Bijkomende informatie over de plaatsing en het onderhoud van autonome rookmelders kan je terugvinden op:

www.leefbrandveilig.be

www.wonenvlaanderen.be/rookmelders

In de trappenhal dienen er op elk niveau autonome rookmelders geplaatst te worden.

Advies

º         Er wordt een gunstig advies, inzake brandveiligheid, tot bouwen verleend indien aan hoger vermelde opmerkingen wordt voldaan.

º         Dit advies is niet van beperkende aard op de bestaande voorschriften en bepalingen die van toepassing kunnen zijn. Tevens werd het verslag uitsluitend opgesteld in functie van de vaststellingen gedaan tijdens een controle van de plannen.

º         Volgende attesten dienen overgemaakt te worden aan de brandweerdienst voor de ingebruikname van het gebouw:

          keuringsattest elektrische installatie

          keuringsattest gasinstallatie

          keuringsattest veiligheidsuitrustingen (veiligheidsverlichting, alarminstallatie, bediening rookkoepels )

          attest plaatser brandwerende deuren

º         Van zodra de werken uitgevoerd zijn dient de brandweer hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht te worden.

º         Er kan geen enkele zekerheid van volledige beveiliging tegen brand of totale evacuatie gegeven worden, gezien deze beveiliging en evacuatie steeds en hoofdzakelijk afhankelijk zal blijven van het stipt naleven van de verplichtingen en het opvolgen van de ordemaatregelen, de voorzichtigheid en de waakzaamheid van de aanwezigen.

º         Er wordt een retributie geheven voor het afleveren van dit brandweeradvies. De factuur zal rechtstreeks naar de bouwheer gezonden worden."
 

         Op 10 juli 2019 werd advies gevraagd aan Inter. Op 29 juli 2019 werd een gunstig advies uitgebracht.

"1. Beschrijvende nota / checklist inzake toegankelijkheid

º         Er is een checklist aanwezig. De nota / checklist is conform de plannen.

º         Er worden geen afwijkingen aangevraagd.

2. Verplichting advies: niet verplicht

3. Toepassingsgebied: Dit advies is van toepassing op het (deel van het) gebouw dat gebouwd, herbouwd, verbouwd of uitgebreid wordt. De aanvraag betreft:

º         Art 2 §1, 2°: Het betreft handelingen waarvoor in dit besluit geen normen worden opgelegd."

 

Argumentatie

Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens artikel 4.3.1 van deze codex.

 

Art. 4.3.1.§2 Vlaamse codex ruimtelijke ordening.

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4

2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen

3° indien het aangevraagde gelegen is in een gebied dat geordend wordt door een ruimtelijk uitvoeringsplan, een gemeentelijk plan van aanleg of een verkavelingsvergunning waarvan niet op geldige wijze afgeweken wordt, en in zoverre dat plan of die vergunning voorschriften bevat die de aandachtspunten, vermeld in 1°, behandelen en regelen, worden deze voorschriften geacht de criteria van een goede ruimtelijke ordening weer te geven.

 

Het voorgestelde project geeft uitvoering aan de opties die voorzien zijn in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Centrum' en is hiermee grotendeels in overeenstemming. De aanvraag wijkt af van de voorschriften van art. 4 aone voor gesloten en halfopen bebouwing: 

         Hoogte tussen voetpad en kroonlijst volgens het RUP: 6 meter +/- 0,50 meter. De voorgestelde kroonlijst bedraagt +6,80 ten opzichte van het maaiveld en 7,05 m ten opzichte van het voetpad.

         De aanleg van terrassen op de verdieping verder dan de maximale bouwdiepte is niet toegelaten volgens het RUP. Op verdieping +1 wordt het dak van de gelijkvloerse verdieping tussen 12 en 15 m bouwdiepte ingericht als terras.

De afwijking op de kroonlijst wordt gevraagd om te kunnen aansluiten op het gabarit van de linkerbuur. Hierdoor wordt een betere aansluiting bekomen met de bestaande bebouwing. Deze afwijking is bijgevolg aanvaardbaar.

Ter hoogte van het terras op de verdieping achteraan wordt een scherm voorzien om de inkijk naar het naastliggende perceel te vermijden. De hoogte van het scherm en het materiaalgebruik worden niet gespecifieerd in de aanvraag. Dit scherm dient ondoorzichtig te zijn en moet een hoogte hebben van 1,80 tot 2,00 m.

De keuze om de parkeerplaatsen bovengronds in de tuin te voorzien, met een inrit langsheen het gebouw, is verantwoordbaar op dit perceel gezien de ligging vlakbij de Voer. Gezien de ligging in mogelijk overstromingsgevoelig gebied dient de verharding (oprit en parking) te worden aangelegd in grasdallen in plaats van in dolomiet.

Conclusie:

Rekening houdende met de geformuleerde voorwaarden is het voorgestelde project planologisch en stedenbouwkundig-architecturaal verantwoord.

 

Advies en voorwaarden

De gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om de vergunning te verlenen onder volgende voorwaarden:

         De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van De Watergroep van 17 juli 2019 moeten strikt worden nageleefd.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van Fluvius van 16 juli 2019 moeten strikt worden nageleefd.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van Hulpverleningszone Vlaams-Brabant Oost van 25 juli 2019 moeten strikt worden nageleefd.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van de Provincie Vlaams-Brabant dienst waterlopen van 2 augustus 2019 moeten strikt worden nageleefd.

         De verharding (oprit en parking) dient te worden aangelegd in grasdallen in plaats van in dolomiet.

         Op het dakterras op de eerste verdieping dient ter hoogte van de zijdelingse perceelsgrens een ondoorzichtig scherm met een hoogte van 1,80 tot 2,00 meter te worden aangebracht, teneinde inkijk naar het naastliggende perceel te vermijden.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.

 

Artikel 2:

Het college levert een vergunning af aan Axel Van Berwaer voor het bouwen van 2 appartementen in Dorpstraat 156a te 3060 Bertem onder volgende voorwaarden:

         De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van De Watergroep van 17 juli 2019 moeten strikt worden nageleefd.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van Fluvius van 16 juli 2019 moeten strikt worden nageleefd.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van Hulpverleningszone Vlaams-Brabant Oost van 25 juli 2019 moeten strikt worden nageleefd.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van de Provincie Vlaams-Brabant dienst waterlopen van 2 augustus 2019 moeten strikt worden nageleefd.

         De verharding (oprit en parking) dient te worden aangelegd in grasdallen in plaats van in dolomiet.

         Op het dakterras op de eerste verdieping dient ter hoogte van de zijdelingse perceelsgrens een ondoorzichtig scherm met een hoogte van 1,80 tot 2,00 meter te worden aangebracht, teneinde inkijk naar het naastliggende perceel te vermijden.

 

Artikel 3:

Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager, De Watergroep, Fluvius, Hulpverleningszone Vlaams-Brabant Oost, Provincie Vlaams-Brabant dienst Waterlopen en Inter.