Zitting van 19 oktober 2020
ZITTINGEN CBS. GOEDKEURING NOTULEN VORIGE ZITTING.
Juridische grond
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college keurt de notulen van de zitting van 12 oktober 2020 goed.
Zitting van 19 oktober 2020
BESTUURLIJK TOEZICHT KERKFABRIEKEN. KENNISNAME NOTULEN CENTRAAL KERKBESTUUR VAN BERTEM VAN 7 OKTOBER 2020.
Besluit
Motivering
Mededeling
Het college neemt kennis van de notulen van het Centraal Kerkbestuur van Bertem van 7 oktober 2020.
Zitting van 19 oktober 2020
EXTRA-MUROS ACTIVITEITEN GBS LEEFDAAL. GUNNING BUSVERVOER SCHOOLJAAR 2020-2021.
Feiten en context
Juridische gronden
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht die past binnen het begrip `dagelijks bestuur'.
Adviezen
Argumentatie
Er zijn vier regelmatige offertes ingediend. De opdracht kan worden gegund aan de economisch meest voordelige.
Financiële gevolgen
Registratiesleutel | Budgettair krediet | Beschikbaar | Geraamde uitgave |
61500200/0800 (Btm) 61500200/0802 (Lfd) | € 10 000 | € 4868 | € 8920 |
Bijkomende kredieten voor de uitstappen in 2021 zullen voorzien worden via budgetverschuiving.
De uitgaven voor de uitstappen in 2021 worden voorzien op het budget van 2021.
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het vervoer voor de extra-muros activiteiten van de GBS Leefdaal tijdens het schooljaar 2020-2021 wordt gegund aan Veronica Cars, Dorpstraat 379, 3061 Leefdaal, voor een totaal bedrag van 8920 euro incl. btw.
Zitting van 19 oktober 2020
VASTE BENOEMINGEN GEMEENTESCHOLEN. VACANTVERKLARING BETREKKINGEN IN WERVINGSAMBTEN.
Voorgeschiedenis
Feiten en context
Onderwijs- instelling | Ambt | Aantal lestijden of prestatie-eenheden per week |
GBS Leefdaal | kleuteronderwijzer(es) | 14/24 |
GBS Leefdaal | onderwijzer(es) | 30/24 |
GBS Leefdaal | ICT-coördinator (niv. PBA) | 8/36 |
GBS Leefdaal | zorgcoördinator (niv. PBA) | 32/36 |
GBS Bertem | kleuteronderwijzer(es) | 18/24 |
GBS Bertem | kinderverzorgster | 1/32 |
GBS Bertem | ICT-coördinator | 4/36 |
GBS Bertem | zorgcoördinator | 6/36 |
GBS Bertem | leermeester rooms-katholieke godsdienst | 6/24 |
Juridische gronden
In het gesubsidieerd officieel onderwijs ingericht door de gemeenten gelegen in het Vlaamse Gewest is het college van burgemeester en schepenen bevoegd voor de aanstelling, vaste benoeming, ontslag en afzetting van personeelsleden evenals voor het toekennen van een afwezigheid, een verlof, een terbeschikkingstelling, een affectatie, een zorgverlof en een loopbaanonderbreking.
Deze omzendbrief heeft tot doel toe te lichten volgens welke regels de vaste benoeming aan een personeelslid wordt toegekend en hoe de inrichtende macht deze benoeming vervolgens moet meedelen aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming, opdat zij zou uitwerking hebben ten aanzien van de overheid.
Argumentatie
Het schoolbestuur moet vóór 15 november 2020 de vacante betrekkingen (op datum 15 oktober 2020) meedelen aan alle personeelsleden van de scholengemeenschap die voor een vaste benoeming in aanmerking komen op 1 januari 2021.
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Volgende betrekkingen worden vacant verklaard bij het gemeentebestuur Bertem:
Onderwijs- instelling | Ambt | Aantal lestijden of prestatie-eenheden per week |
GBS Leefdaal | kleuteronderwijzer(es) | 14/24 |
GBS Leefdaal | onderwijzer(es) | 30/24 |
GBS Leefdaal | ICT-coördinator (niv. PBA) | 8/36 |
GBS Leefdaal | zorgcoördinator (niv. PBA) | 32/36 |
GBS Bertem | kleuteronderwijzer(es) | 18/24 |
GBS Bertem | kinderverzorgster | 1/32 |
GBS Bertem | ICT-coördinator | 4/36 |
GBS Bertem | zorgcoördinator | 6/36 |
GBS Bertem | leermeester rooms-katholieke godsdienst | 6/24 |
Artikel 2:
De kandidaturen voor een vaste benoeming in één of meer van de hierboven omschreven vacante betrekkingen moeten voor 10 december 2020 via een aangetekend schrijven of tegen ontvangstbewijs worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen van het gemeentebestuur Bertem.
Artikel 3:
De kandidaten vermelden duidelijk in hun schrijven voor welke vacante betrekking(en) ze kandideren. Ze vermelden eventueel de voorrang waarop ze zich beroepen. Iedere kandidatuur is vergezeld van de nodige documenten die aantonen dat de kandidaat aan de voorwaarden voldoet.
Artikel 4:
Alle personeelsleden van de scholengemeenschap worden op de hoogte gebracht van deze vacantverklaring.
Zitting van 19 oktober 2020
GEBOUWEN. GOEDKEURING LASTVOORWAARDEN EN UIT TE NODIGEN FIRMA'S VOOR HET LEVEREN EN PLAATSEN VAN EEN MOBIELE WAND.
Voorgeschiedenis
Feiten en context
Juridische gronden
Argumentatie
Naar aanleiding van de vraag of de gemeente Bertem lokalen ter beschikking heeft waar organisaties op een frequente basis gebruik van kunnen maken om overlegmomenten en vergaderingen te organiseren, is het nodig dat bepaalde lokalen hiervoor infrastructureel worden aangepast. Op de zolder van het Sociaal Huis is het plaatsen van een mobiele wand noodzakelijk om de ruimte te kunnen opdelen in 2 afzonderlijke vergaderzalen wanneer dit nodig is.
De investeringskosten van de infrastructurele werken worden zoveel mogelijk gecompenseerd door de inkomsten die gegenereerd worden uit de verhuur van de lokalen.
Financiële gevolgen
Uitgaven
Registratiesleutel | Budgettair krediet | Beschikbaar | Geraamde uitgave |
BI 0119-00/221500 | € 50 000 | € 44 652,97 | € 14 978 |
Inkomsten
Registratiesleutel | Budgettair krediet | geraamde inkomsten |
BI 0050-00/705001 | € 24 676 | € 9000/jaar |
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het bestek met nr. FA861.11/474 en de raming voor de opdracht “Leveren en plaatsen van mobiele wand”, opgesteld door de dienst facilitair beheer, worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt 12 500 euro excl. btw of 14 978 euro incl. btw.
Artikel 2:
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 3:
Volgende ondernemers worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:
Artikel 4:
De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 6 november 2020 om 16.00 uur.
Artikel 5:
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2020, op budgetcode 221500/0119-00.
Zitting van 19 oktober 2020
RAAMCONTRACT DRUKWERK. GOEDKEURING LASTVOORWAARDEN, GUNNINGSWIJZE EN UIT TE NODIGEN FIRMA'S.
Voorgeschiedenis
Feiten en context
Juridische gronden
Argumentatie
De lopende opdracht voor drukwerk eindigt op het einde van dit jaar.
Financiële gevolgen
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het bestek met nr. COM205.01/473 en de raming voor de opdracht “Raamcontract drukwerk”, opgesteld door de dienst facilitair beheer, worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt 19 120 euro excl. btw of 21 713,20 euro incl. btw.
Artikel 2:
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 3:
Volgende ondernemers worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:
- Drukkerij Antilope De Bie nv, Nijverheidsstraat 6 te 2570 Duffel;
- Drukkerij Van der Poorten, Diestsesteenweg 624 te 3010 Kessel-Lo (Leuven);
- LAMINE meesterdrukkers, Notelarenweg 115 te 3020 Herent;
- Drukkerij Artoos nv, Oudestraat 19 te 1910 Kampenhout;
- Drukkerij Geers OFFSET NV, Eekhoutdriesstraat 67 te 9041 Oostakker.
Artikel 4:
De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 29 oktober 2020 om 11.00 uur.
Artikel 5:
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het exploitatiebudget van 2020, op budgetcode 614806/0119-02 en in het budget van de volgende jaren.
Zitting van 19 oktober 2020
FIETSPADEN MEERBEEKSESTEENWEG. INTENTIE TOT AANKOOP VAN GROND OCMW BRUSSEL VOOR DE AANLEG VAN EEN DUBBELRICHTINGSFIETSPAD LANGSHEEN DE MEERBEEKSESTEENWEG.
Voorgeschiedenis
Feiten en context
o Kadastraal perceel afdeling 1 sectie B nr. 209A: €8,25/m²
o Kadastraal perceel afdeling 1 sectie B nr. 132D: €8,75/m²
o Kadastraal perceel afdeling 1 sectie B nr. 131A: €8,20/m²
Juridische gronden
De gemeenteraad is bevoegd voor daden van beschikking inzake onroerende goederen. Deze bevoegdheid kan niet worden gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen.
Argumentatie
Zowel Kortenberg als Bertem willen deze legislatuur inzetten op de ontwikkeling van fietspaden. Voor de heraanleg van het fietspad Meerbeeksesteenweg is in het meerjarenplan een budget voorzien van 434 000 euro voor deze legislatuur (studiewerk en uitvoering).
Het terrein langsheen de Meerbeeksesteenweg maakt het mogelijk om een dubbelrichtingsfietspad te voorzien, veilig afgescheiden van de rijweg waarbij de bomen kunnen behouden blijven en meer plaats hebben om te groeien. Ter hoogte van de Tervuursesteenweg wordt aangesloten aan de rotonde.
De inname op privé zal ca. 8m zijn langsheen het traject. De exacte oppervlakte wordt nog bepaald door het studiebureau.
Financiële gevolgen
Registratiesleutel | Budgettair krediet | Beschikbaar | Geraamde uitgave |
2.20.72 0200-00/224607 | €434 000 (2020-2025) | €434 000 (2020-2025) | €100 500 |
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college van burgemeester en schepenen heeft de intentie om een deel van de percelen afdeling 1 sectie B nr. 209A, 132D en 131A te verwerven voor algemeen nut tegen de eenheidsprijzen uit het schattingsverslag:
• Kadastraal perceel afdeling 1 sectie B nr. 209A: €8,25/m²
• Kadastraal perceel afdeling 1 sectie B nr. 132D: €8,75/m²
• Kadastraal perceel afdeling 1 sectie B nr. 131A: €8,20/m²
Artikel 2:
De eigenaar, OCMW Brussel, wordt op de hoogte gebracht van de vraag tot aankoop van delen van deze percelen tegen de eenheidsprijzen uit het schattingsverslag.
Artikel 3:
Het studiebureau Quadrant wordt belast met de opmaak van het grondinnemingsplan.
Artikel 4:
Alvorens een overeenkomst of akte wordt getekend, zal de verwerving voor goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad.
Artikel 5:
De uitgaven ten laste van de gemeente worden voorzien in het investeringsbudget van 2020-2025 op budgetcode 2.20.72 0200-00/224607.
Zitting van 19 oktober 2020
ONTWIKKELING DORPSTRAAT 551. GOEDKEURING OVEREENKOMST HAALBAARHEIDSONDERZOEK.
Feiten en context
• De gemeente heeft in het meerjarenplan 2020-2025 de verkoop van de woning Dorpstraat 551 (Huis Louisa) opgenomen met een geschatte opbrengst van €275 000. De gemeente heeft nog niet bepaald onder welke vorm de verkoop zal gebeuren: openbare verkoop, verkoop met voorwaarden...
• De woning Dorpstraat 551 is centraal gelegen in het centrum van Leefdaal en in de onmiddellijk aansluitende omgeving zijn een aantal potenties aanwezig om een meer integrale ontwikkeling te realiseren over meerdere percelen.
• De eigenaars van het aangrenzende perceel Dorpstraat 553 hebben een overeenkomst gesloten met een ontwikkelaar die bereid is de mogelijkheden van een dergelijke ontwikkeling te onderzoeken.
Juridische gronden
• Wet inzake overheidsopdrachten van 17 juni 2016, in het bijzonder artikel 92 m.b.t. opdrachten die kunnen gebeuren d.m.v. aanvaarde factuur (geraamde waarde lager dan €30 000 exclusief btw).
• Artikel 56, §3, 5° van het decreet lokaal bestuur
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht die past binnen het begrip 'dagelijks bestuur'.
• Besluit van de gemeenteraad van 28 april 2020 over de vaststelling van het begrip dagelijks bestuur.
Adviezen
• De financieel directeur verleende een visum op 16 oktober 2020.
Argumentatie
De organisatie van een haalbaarheidsonderzoek m.b.t. de ontwikkelingsmogelijkheden van Dorpstraat 551 in samenhang met aangrenzende percelen zal aan de gemeente informatie verschaffen over de voor- en nadelen van een meer integrale ontwikkeling en zal bovendien, indien zal blijken dat een dergelijke ontwikkeling mogelijk is, een gunstig effect hebben op de uiteindelijke verkoopprijs.
Financiële gevolgen
Registratiesleutel | Budgettair krediet | Beschikbaar | Geraamde uitgave |
613203/0119-02 | € 15 000 | € 10 292,50 | € 10 000 (maximaal) |
Bijlagen
• Overeenkomst m.b.t. de organisatie van een haalbaarheidsonderzoek omtrent de mogelijkheden van een ontwikkeling op perceel Dorpstraat 551.
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college van burgemeester en schepenen keurt de overeenkomst in bijlage goed met Alfa Omega bv, Reigersweide 23, 3390 Tielt-Winge, m.b.t. de organisatie van een haalbaarheidsonderzoek omtrent de ontwikkelingsmogelijkheden van perceel Dorpstraat 551 te Leefdaal en de onmiddellijke omgeving van het perceel.
Zitting van 19 oktober 2020
CONTRACTEN. GOEDKEURING BESTELBONS.
Juridische gronden
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Adviezen
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college keurt de bestelbons goed van nr. 2020/359 tot en met nr. 2020/361 voor een totaal bedrag van 681 euro.
Zitting van 19 oktober 2020
INKOMENDE FACTUREN. GOEDKEURING FACTUREN.
Juridische gronden
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Dit besluit legt de bestelprocedures vast conform de wet op de overheidsopdrachten.
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college keurt de facturen goed van nr. 2020/3910 tot en met nr. 2020/3977 voor een totaal bedrag van 279 497,05 euro.
Zitting van 19 oktober 2020
SPEELPLEIN KATTESTROOF. LOCATIE PAASWERKING 2021 EN ORGANISATIE UITSTAPPEN EN SPECIALE ACTIVITEITEN.
Besluit
Motivering
De dienst vrije tijd organiseert twee weken speelpleinwerking tijdens de paasvakantie en zes weken speelpleinwerking tijdens de zomervakantie. De paaswerking vindt gewoonlijk plaats in de gemeenteschool in Bertem en de zomerwerking in de gemeenteschool in Leefdaal.
Uit de evaluatievergadering met de hoofdanimatoren is gebleken dat naar aanleiding van het coronavirus en de bijhorende veiligheidsmaatregelen voor het jeugdwerk de paaswerking in 2021 beter ook plaatsvindt in de gemeenteschool in Leefdaal in plaats van in Bertem.
Hier zijn verschillende redenen voor:
• De locatie in de gemeenteschool in Leefdaal heeft al tijdens de voorbije zomervakantie bewezen dat er veilig kan gespeeld worden. Er was geen enkele besmetting.
• De locatie is ruimer dan in Bertem. Wanneer er opnieuw moet gespeeld worden in bubbels is deze locatie heel geschikt. Er is telkens een combinatie mogelijk van binnen- en buitenruimte met bijhorend sanitair. De bubbels kunnen goed gescheiden blijven van elkaar.
• Vooral buiten spelen zal aan de orde zijn. Ook hier heeft de gemeenteschool in Leefdaal een streepje voor. Er is meer buitenspeelruimte en de verschillende speeltuintjes zijn een pluspunt. Elke bubbel kan ook over een aparte zandbak beschikken.
• Bij slecht weer kan er uitgeweken worden naar de sportzaal maar ook naar de Vlieg-In. Een extra zaal is nodig om de bubbels gescheiden te houden.
• De hoofdanimatoren beschikken al over een draaiboek met alle veiligheidsmaatregelen afgestemd op de gemeenteschool in Leefdaal.
Een tweede punt is het organiseren van uitstappen en speciale activiteiten. De dienst vrije tijd wil tijdens de paasvakantie opnieuw een basic speelplein organiseren zonder speciale activiteiten en busuitstappen. Zoals het ernaar uit ziet, gaan ook tijdens de paasvakantie 2021 de huidige regels voor jeugdwerk blijven gelden. Het is belangrijk voor de verdere uitwerking van de speelpleinwerking en het planningsweekend met de hoofdanimatoren in het vooruitzicht dat hierover een beslissing wordt genomen.
Bespreking
Het college is het ermee eens dat naar aanleiding van het coronavirus en de geldende veiligheidsmaatregelen de gemeenteschool in Leefdaal beter geschikt is om de speelpleinwerking tijdens de paasvakantie te organiseren dan in de gemeenteschool in Bertem.
Het college is ermee akkoord dat de dienst vrije tijd een afsprakennota voor het gebruik van de lokalen opmaakt in samenspraak met de leerkrachten en directie van de gemeenteschool in Leefdaal.
Het college is ermee akkoord dat de dienst vrije tijd tijdens de paasvakantie een basis speelplein organiseert zonder busuitstappen en speciale activiteiten.
Zitting van 19 oktober 2020
BEVOLKINGSREGISTER. ADRESSERING OUDE VOETBALKANTINE KORBEEK-DIJLE.
Voorgeschiedenis
• Op 1 oktober 2020 vroeg de dienst facilitair beheer een officieel adres voor de oude voetbalkantine in Korbeek-Dijle.
Feiten en context
• De gemeente staat in voor de nummering van gebouwen.
• Bij De Watergroep is het gebouw geadresseerd als Blokkenstraat 100, bij Fluvius Blokkenstraat 6.
Juridische gronden
• Gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2003 over de goedkeuring van het reglement op het nummeren van woningen, meergezinswoningen en gebouwen.
• Decreet van 8 mei 2009 betreffende het Centraal Referentieadressenbestand (CRAB)
Dit decreet richt het Centraal Referentieadressenbestand, afgekort CRAB, op, dat de authentieke geografische gegevensbron wordt voor adressen op het grondgebied van het Vlaamse Gewest.
• Besluit van de Vlaamse regering van 25 maart 2011 over de uitvoering van het decreet van 8 mei 2009 betreffende het Centraal Referentieadressenbestand.
Dit besluit regelt o.m. de wijze waarop de gemeenten in relatie tot het agentschap AGIV (nu: Eigen Vermogen Informatie Vlaanderen) hun opdrachten uitvoeren en de erkenning van het CRAB als authentieke geografische gegevensbron vanaf 1 juni 2011.
• Ministerieel besluit van 25 maart 2011 tot vaststelling van de CRAB-specificaties.
• Algemene onderrichtingen op het houden van het bevolkingsregister van 1 juni 2018.
Argumentatie
De huisnummerreeksen hebben als uitgangspunt een hoofdweg. Zij krijgen, ongeacht hun onderlinge afstand, een regelmatige opeenvolging van huisnummers. Het is noodzakelijk dat het gebouw voor alle instanties hetzelfde adres heeft.
De toegangsweg tot het gebouw bevindt zich vooral in de nieuwe straat Wijngaardberg.
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het adres van het gebouw 'oude voetbalkantine' te Korbeek-Dijle met als kadastrale gegevens afdeling 2 sectie A nr 160 r2 krijgt als officieel adres Wijngaardberg 1.
Artikel 2:
De dienst burgerzaken informeert Bertem Atletiekclub, Fluvius, Ecowerf, Bpost, De Watergroep, Proximus en Telenet.
Zitting van 19 oktober 2020
AFVAL. KENNISNAME OPHAALDATA 2021 ECOWERF.
Besluit
Motivering
Op 14 oktober 2020 heeft de dienst omgeving een e-mail ontvangen van Ecowerf over de ophaaldata van het huishoudelijk afval (zie bijlage).
Mededeling
Het college neemt kennis van de vooropgestelde ophaaldata.
Zitting van 19 oktober 2020
VERDELINGSPLAN. BESPREKING MELDING VAN NOTARIS TOM WILSENS VOOR DE VERDELING VAN HET PERCEEL IN 3061 LEEFDAAL, NOLLEKENSSTRAAT 20, 20A, SECTIE F NR 145E.
Besluit
Motivering
Op 8 oktober 2020 heeft notaris Tom Wilsens een verdelingsplan overgemaakt in toepassing van artikel 5.2.2. van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening voor een perceel gelegen in 3061 Leefdaal, Nollekensstraat 20, 20A, sectie F nr 145e.
Bespreking
Het college heeft geen opmerkingen bij het voorgestelde verdelingsplan.
Zitting van 19 oktober 2020
RECHT VAN VOORKOOP. VOORKOOPRECHT VOSSENSTRAAT 17 TE 3060 BERTEM, AFD. 1 SECTIE C NUMMER 278F.
Feiten en context
Juridische gronden
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college van burgemeester en schepenen wenst zijn voorkooprecht voor de woning Vossenstraat 17 te 3060 Bertem, afdeling 1 sectie C nummer 278f niet uit te oefenen.
Zitting van 19 oktober 2020
RECHT VAN VOORKOOP. VOORKOOPRECHT DORPSTRAAT 159 TE 3060 BERTEM, AFD. 1 SECTIE C NUMMER 493.
Feiten en context
Juridische gronden
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college van burgemeester en schepenen wenst zijn voorkooprecht voor de woning Dorpstraat 159 te 3060 Bertem, afdeling 1 sectie C nummer 493m niet uit te oefenen.
Zitting van 19 oktober 2020
OMGEVINGSVERGUNNING BERTEMBIES. AANVRAAG GEERT HAENTJENS VOOR HET BOUWEN VAN EEN NIEUW APPARTEMENTSGEBOUW MET ONDERGRONDSE PARKING EN VIJF BOVENGRONDSE PARKEERPLAATSEN IN 3060 BERTEM, GEMEENTEPLEIN, SECTIE C NR 190L.
VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR
Voorgeschiedenis
• Op 9 juli 2020 heeft Geert Haentjens een aanvraag ingediend voor het bouwen van een nieuw appartementsgebouw met ondergrondse parking en vijf bovengrondse parkeerplaatsen in 3060 Bertem, Gemeenteplein, sectie C nr 190l.
Deze aanvraag omvat:
º Stedenbouwkundige handelingen
▪ Het bouwen van een complex met een gemengde bestemming wonen/handel
º de exploitatie van een of meerdere ingedeelde inrichtingen of activiteiten (Vlarem)
▪ Rubriek 55.1.2°: andere verticale boringen dan de boringen, vermeld in rubriek 53, 54 en 55.3 dieper dan het dieptecriterium, zoals weergegeven op de kaart in bijlage 2quinquies bij dit besluit, of die gelegen zijn binnen een beschermingszone type III, met een diepte van minder dan 500 meter ten opzichte van het maaiveld: 10 geothermische boringen in een BEO-veld tot op 100 m diepte ten opzichte van het maaiveld voor de installatie van een warmtepomp (klasse 2).
• Op 14 juli 2020 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.
Feiten en context
Het project omvat zowel stedenbouwkundige handelingen als de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten en deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Stedenbouwkundige aspecten
• De bouwplaats is gelegen in het RUP Centrum, goedgekeurd door de deputatie van Vlaams-Brabant op 9 juli 2009. Na publicatie in het Belgisch staatsblad heeft een RUP verordenende kracht. Het RUP 'Centrum' is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 2 september 2009.
Het bouwperceel heeft als algemene bestemming: zone voor commerciële panden en wonen.
De aanvraag is hiermee in overeenstemming.
De aanvraag wijkt af van de voorschriften van het RUP 'Centrum' met betrekking tot de inplanting van het gebouw.
• De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
• De bouwplaats is gelegen in de oksel van het Gemeenteplein, de nieuwe gemeenteweg Het Blok en de doorsteek aan café ’t Blok naar een achterliggende eengezinswoning en de ventweg van de woningen van de sociale bouwmaatschappij Elk Zijn Huis.
Noordelijk ligt een recente ontwikkeling met een mix van eengezinswoningen, meergezinswoningen, sociale woningen en appartementen.
Aan de oostzijde grenst het perceel aan de nieuwe gemeenteweg Het Blok, met aansluitend een parkje met speelplein. Dit ruime binnengebied werd reeds deels gebruikt voor openbare voorzieningen en de realisatie van een groene long, met de Voer als ader, in het centrum van Bertem. De zuidzijde grenst aan het Gemeenteplein.
Het projectgebied is omgeven door bebouwing, voornamelijk woningen en meergezinswoningen. Het Gemeenteplein is volledig verhard en wordt voor een groot deel gebruikt als parking.
Tussen de Voer en de Tervuursesteenweg op de noordelijke valleirand van de Voer is er een vrij groot niveauverschil.
Het perceel is tot op vandaag braakliggend en heeft een stijgend terreinverloop van zuid naar noord en van west naar oost en ligt in een van nature overstroombaar gebied. Enkele niet-kwalitatieve bomen staan op het perceel.
Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.
• Het voorstel omvat het bouwen van een gebouw met 9 appartementen en een gelijkvloerse ruimte die een commerciële of dienstverlenende functie kan krijgen. Deze ruimte heeft een aparte toegang van de toegang tot de appartementen. Beide toegangen bevinden zich aan de zuidzijde van het gebouw, de zijde die grenst aan het Gemeenteplein.
Het gebouw bestaat uit twee bovengrondse bouwlagen en ruimtes onder het dak. De kroonlijsthoogte varieert naargelang de helling van het terrein, met een maximum van 6,50 m tussen het normaal grondpeil en de kroonlijst. De daken zijn hellend (40° en 27° voor het 1e volume en 30° voor het tweede en derde volume).
De ondergrondse bouwlaag is een parking voor auto’s en fietsen en herbergt ook de technische ruimtes en het afvallokaal. De ondergrondse bouwlaag volgt de footprint van het gebouw. De onbebouwde delen van het terrein zijn zodoende volle grond. De ontsluiting gebeurt via de parkinginrit aan de oostzijde en grenst er aan het openbare domein. De helling is gescheiden voor auto’s en fietsen en is afsluitbaar.
In de ondergrondse bouwlaag is plaats voor 10 wagens. Bovengronds, dieper op het perceel, is nog eens plaats voor 5 wagens.
De vier appartementen op het gelijkvloers hebben elk een inpandig terras van 12m² en een aangrenzende tuin die door hagen begrensd wordt. De vijf appartementen op de 1e verdieping (met extra ruimte onder het dak) hebben elk een inpandig terras van 12 m².
De ontsluiting van de appartementen gebeurt door een centrale hal met trap en lift. De schakeling van de appartementen is hierrond georganiseerd.
Om het niveauverschil zo klein mogelijk te maken tussen de appartementen en het aanpalende maaiveld enerzijds (perceel is sterk hellend) en het niveauverschil zo klein mogelijk te houden met de buren van de noordelijk gelegen verkaveling, wordt er gewerkt met verschillende passen voor het gelijkvloers. De appartementen blijven steeds rolstoeltoegankelijk.
Alle verdiepingen (ook ondergronds) worden door de lift bediend. In de ondergrondse parkeergarage wordt een parkeerplaats voor personen met een handicap voorzien.
Het gebouw wordt uitgewerkt met een rode baksteen met twee verschillende metselwerkverbanden. De portieken draagstructuur van de inpandige terrassen wordt uitgewerkt in rood gekleurde beton. Er wordt gebruikgemaakt van twee verschillende raamgroottes. Het materiaal van de borstwering varieert naargelang de positie van het raam in het gebouw. Door te werken met twee verschillende materialen (metselwerk en beton), te variëren met het metselwerkverband en te variëren met het materiaal van de borstweringen wordt een subtiele diversiteit gerealiseerd.
De niet-kwalitatieve bomen die vandaag op het perceel staan, zullen worden gerooid. Ter compensatie zullen nieuwe bomen worden aangeplant.
De buitenverharding wordt zoveel mogelijk beperkt, zodat het water optimaal kan infiltreren.
Watertoets
Gunstig wateradvies van de provinciale dienst waterlopen van 29 september 2020.
"Wij verwijzen naar uw adviesaanvraag van 23 september 2020 op naam van Geert Haentjens ARP bvba voor het bouwen van een appartementsgebouw met ondergrondse parking. De aanvraag heeft betrekking op perceel gelegen Het Blok, Bertem, kadastraal gekend als 1e afdeling, sectie C, nr. 190L.
Het voorwerp van de aanvraag omvat de uitvoering van volgende handelingen:
Nieuwbouw van een appartementsgebouw Bertembies met ondergrondse parking en vijf bovengrondse parkeerplaatsen.
Overeenkomstig artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, wordt volgend wateradvies verstrekt.
Het oppervlaktewater van het voorwerp van de aanvraag wordt verzameld in de waterloop van tweede categorie B2022 Voer. Volgens de overstromingskaart van Vlaanderen is het voorwerp van de aanvraag deels gelegen in een mogelijk overstromingsgevoelig gebied. Het risico op overstroming is afkomstig van oppervlakkig afstromend hemelwater.
Voor zover de dienst waterlopen kan opmaken uit de documenten die bij de aanvraag gevoegd zijn, kan het voorwerp van de aanvraag een effect hebben op de bescherming tegen wateroverlast en overstromingen en/of op het behoud van de watergebonden natuurwaarden.
Hemelwaterverordeningen
º Niet-verontreinigd hemelwater van de eventuele vertraagde afvoer of de overloop van hemelwatervoorzieningen wordt aangesloten op de waterloop onder de voorwaarden vermeld in de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013, Belgisch Staatsblad van 8 oktober 2013).
º Overeenkomstig de provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen (besluit van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 24 juni 2014, goedgekeurd bij Ministerieel Besluit van12 september 2014, Belgisch Staatsblad van 20 oktober 2014), moet het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.
De aanvrager voorziet in volgende maatregelen:
Er worden hemelwaterputten van 12 000 liter voorzien en een infiltratievoorziening van 15,2m² en een wadi.
Er wordt een afwijking gevraagd op het volume van de hemelwaterput. In plaats van een hemelwaterput te voorzien met een volume van 10 000 liter, wordt er voorgesteld een volume toe te passen van 12 000 liter. Het water wordt hergebruikt voor de toiletten en dienstkranen in de gemeenschappelijke delen. Deze afwijking kan ons inziens worden toegestaan.
Specifieke voorwaarden
Er is geen informatie over de plaatsing van de infiltratievoorziening ten opzichte van het maaiveld.
De infiltratievoorziening mag op deze locatie niet dieper dan 1,5 meter onder het maaiveld.
Aangevuld met bovenstaande voorwaarden en maatregelen, is het voorwerp van de aanvraag in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen, bepaald in artikel 1.2.2. en 1.2.3. van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018.
• Bestemming volgens de rioleringsinfrastructuur zoneringsplannen
Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in het centraal gebied.
Aspecten inzake milieu
• Situatieschets
º Deze aanvraag heeft betrekking op nieuwe ingedeelde inrichting of activiteit van klasse 2.
º Het betreft 10 boringen voor de installatie van een warmtepomp voor een appartement.
10 verticale boringen worden uitgevoerd in functie van een BEO-veld (Boorgat Energie Opslag). In de boorgaten wordt een gesloten buizensysteem geplaatst. In dit buizensysteem loopt een mengsel van glycol en water. Het systeem werkt als een bodemwarmtewisselaar en heeft als doel om energie (warmte en koude) in de bodem op te slaan en te onttrekken naargelang de vraag.
º Het betreft een nieuwe inrichting waardoor de afstands- en verbodsbepalingen wel van toepassing zijn.
º Deze aanvraag heeft betrekking op noch een Vlaams project, noch een provinciaal project, noch een onderdeel ervan.
• Wat betreft de aangevraagde inrichting geeft dit volgende beoordeling:
Inplantingsplaats
º Het betreft een nieuwe inrichting gesitueerd in woongebied volgens het gewestplan Leuven.
º De aangevraagde inrichtingen zijn niet zonevreemd gezien deze verenigbaar zijn met de bestemming van het gewestplan.
º Het is gelegen in een gebied waarvoor een RUP is opgemaakt, namelijk RUP ‘Centrum’ art. 9 zone voor commerciële panden en wonen. De aangevraagde activiteiten zijn niet strijdig met de voorschriften van dit RUP.
º Er is voldoende afstand t.o.v. potentieel gehinderden, waardoor het risico op hinder voor de omgeving, veroorzaakt door de aangevraagde inrichtingen, klein is.
º Er is voldaan aan de verbods- en afstandsregels.
• Stedenbouwkundige vergunningen
De aanvraag bevat ook stedenbouwkundige handelingen, zijnde het bouwen van het nieuwe complex.
• Groenscherm/afscherming
Landschappelijke inkleding is niet van toepassing voor het milieuluik van dit project.
Er is geen groenscherm vereist rond de inrichting, en deze afscherming is ook niet aanwezig.
• Natuur
Gezien de ligging van de inrichting t.o.v. waardevolle natuur, de aard en de beperkte omvang van de inrichting/activiteit, voorwerp van deze aanvraag, hebben deze normaal geen betekenisvolle invloed op de nabije natuur.
Uit het gegenereerd rapport van de voortoets door de adviesverlener blijkt dat er geen betekenisvolle aantasting van de actuele en mogelijke toekomstige habitats verwacht wordt, waardoor een passende beoordeling niet nodig is .
Een bijkomend advies van ANB (Agentschap voor Natuur en Bos) en een bijkomende passende beoordeling (klein onderzoek inzake effecten op natuur) zijn dan ook niet nodig.
• Project-MER-screening
Volgens het MER-besluit valt de hoofdactiviteit van de omgevingsvergunningsaanvraag wel onder de categorie 2.C (Diepboringen) van de bijhorende bijlage III zodat de opmaak van een project-MER-screening noodzakelijk is.
Rekening houding met de kenmerken van het project, de omgeving en de bovenstaande analyse blijkt dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Juridische gronden
• Koninklijk besluit van 28 december 1972
Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.
• Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven
Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.
• Titel IV en V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM).
• Artikel 3.1.1. §1 van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 over de algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem 2).
De bepalingen van de delen 3, 4 en 5 van Vlarem 2 zijn van toepassing op de ingedeelde inrichtingen.
• De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen
Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.
• Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003
Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is niet van toepassing op de aanvraag.
• Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.
De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.
• Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004
Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.
• Artikel 2 §6 van het besluit van de Vlaamse regering van 10 december 2004 over de vaststelling van de categorieën onderworpen aan milieueffectrapportage en latere wijzigingen (MER-besluit). Dit artikel bepaalt de projecten waarvoor een project MER-screeningsnota dient opgesteld te worden.
• Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009
º Artikel 1.1.4.
De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.
º Artikel 4.4.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) bepaalt dat na een openbaar onderzoek beperkte afwijkingen worden toegestaan op de stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.
• De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening.
• Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
º artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen
º Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.
• De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014
De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.
• Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst
• Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.
Adviezen
• Openbaar onderzoek
De aanvraag werd van 23 juli 2020 tot 21 augustus 2020 openbaar gemaakt volgens de regels vermeld in het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
Er werd 1 klacht ingediend.
Klacht/opmerking
De onverharde weg die leidt naar de parkeergarages is ongeschikt voor zoveel bewegingen. Tevens maken de voetgangers naar het aansluitende voetpad hogerop gebruik van dezelfde wegbreedte wat zal leiden tot gevaarlijke situaties. Ze kunnen niet naast elkaar op deze breedte. Zeker niet in geval van wandelaars met bv. een kinderkoets. Voornamelijk bij het indraaien naar, maar vooral bij het uitrijden uit de garage zullen er gevaarlijke situaties ontstaan.
Bespreking/beoordeling
Voorafgaand wordt opgemerkt dat de toegang tot de parkeergarage wordt genomen langsheen de oostzijde van het gebouw. De weg geeft enkel toegang tot 5 parkeerplaatsen.
Deze onverharde weg maakt deel uit van het openbaar domein waaruit volgt dat de huidige aanvrager als aanpaler ook rechten heeft op het gebruik van deze weg.
Het pad aan de achterzijde van de noordelijk gelegen woningen (tuinen) van Elk zijn Huis wordt doorgetrokken over het projectgebied tot aan de openbare weg door middel van een erfdienstbaarheid. Dit wil zeggen dat de zichtbaarheid bij het verlaten van de parkeerplaatsen maximaal is. Bij het aansluiten van het openbare weggedeelte heeft men een zicht tot op het Gemeenteplein.
Door de inrichting van het Gemeenteplein, waardoor een ruime draaicirkel ontstaat bij het inrijden van de parking, kan men tevens stellen dat de zichtbaarheid tot de parking/weg voor de voetgangers en fietsers weg/Elk zijn Huis tevens maximaal is.
De uitrusting van deze weg en de engte die zal ontstaan beïnvloedt ook de gedragingen van de gebruikers in positieve zin.
Zodoende moet men stellen dat het gebruik van deze doodlopende openbare weg, mits naleving van de verkeersregels en indien men de gebruikelijke voorzichtigheid aan de dag legt, verantwoord is voor het bereiken van de parking.
Deze opmerking wordt niet aanvaard.
Klacht/opmerking
De beperking van de verharding zal wellicht snel leiden tot een verharding. Dit kan een effect hebben op de watertoets en zou dusdanig meegenomen moeten worden bij de initiële ontwerpen.
Logischer en veiliger zou zijn dat het project voorziet in zijn eigen inrijstrook zodat dit intrinsiek veilig is en opgenomen in de watertoets.
Bespreking/beoordeling
Het verharden van deze openbare weg is niet opgenomen in de aanvraag.
Deze opmerking wordt niet aanvaard.
• Externe adviezen
Op 13 juli 2020 heeft de GECORO een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht.
º om een evenwicht te creëren tussen de privé tuinen en het bestaand achterliggend openbaar domein zijn alleen groene afsluitingen toegelaten.
Op 23 september 2020 heeft De Watergroep een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht.
"Dit is een deeladvies van De Watergroep omtrent de bescherming van de drinkwaterwinning.
Het perceel is gelegen binnen de beschermingszone III van een grondwaterwinning die ondiep grondwater onttrekt voor de drinkwatervoorziening. Dit betekent dat het infiltrerend water ondergronds in de richting van de waterwinning stroomt en ooit zal opgepompt worden. Zuiver hemelwater mag in deze zone geïnfiltreerd worden.
De Watergroep geeft een gunstig advies voor wat betreft de bescherming van de waterwinning aangezien het project geen effect heeft op grondwaterkwaliteit of kwantiteit van de waterwinning.
Wel dient er met volgende zaken rekening gehouden te worden tijdens werken op het perceel:
º koolwaterstoffen waarvan het gezamenlijke volume groter is dan 50 liter worden opgesteld in een opvangbak waarvan de inhoud minstens gelijk is aan de inhoud van de gestockeerde recipiënten;
º het overgieten en/of vullen van recipiënten dient met de nodige omzichtigheid te gebeuren teneinde het morsen te voorkomen;
º machines met enig verlies van olie of mazout dienen van de werf verwijderd te worden en boven een opvanglade geplaatst;
º iedere verontreiniging dient onmiddellijk gemeld op het nummer 02/238 96 99 of via milieu@dewatergroep.be.
• Interne adviezen
Er werd advies gevraagd aan de dienst burgerzaken voor het toekennen van de huisnummers. Een hernummering is in behandeling.
Argumentatie
Stedenbouwkundig luik
Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens artikel 4.3.1 van deze codex.
Art. 4.3.1.§2 Vlaamse codex ruimtelijke ordening
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook de volgende aspecten in rekening brengen:
a) beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in punt 1° ;
b) de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement voor zover:
1) de rendementsverhoging gebeurt met respect voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving;
2) de rendementsverhoging in de betrokken omgeving verantwoord is;
3° indien het aangevraagde gelegen is in een gebied dat geordend wordt door een ruimtelijk uitvoeringsplan, een gemeentelijk plan van aanleg of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarvan niet op geldige wijze afgeweken wordt, en in zoverre dat plan of die vergunning voorschriften bevat die de aandachtspunten, vermeld in 1°, behandelen en regelen, worden deze voorschriften geacht de criteria van een goede ruimtelijke ordening weer te geven. Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan gemotiveerd beslissen dat bepaalde voorschriften van verkavelingen ouder dan vijftien jaar, zoals bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, c), of voorschriften van bijzondere plannen van aanleg ouder dan vijftien jaar, waarvan op grond van artikel 4.4.9/1 op rechtsgeldige wijze kan worden afgeweken, nog steeds de criteria van goede ruimtelijke ordening weergeven.
De Vlaamse Regering kan, thematisch of gebiedsspecifiek, integrale ruimtelijke voorwaarden bepalen, ter beoordeling van de inpassing van welbepaalde handelingstypes, of van handelingen in specifieke gebieden, in een goede ruimtelijke ordening, onverminderd strengere planologische voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
Het voorgestelde project geeft uitvoering aan de opties die voorzien zijn in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Centrum'. De bestemming en het materiaalgebruik zijn in overeenstemming met de bepalingen van dit gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Art. 4.4.1.§1 Vlaamse codex ruimtelijke ordening
In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.
Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft :
1° de bestemming;
2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;
3° het aantal bouwlagen.
De gevraagde beperkte afwijkingen van de stedenbouwkundige voorschriften voor de inplanting is aanvaardbaar omdat:
• het maken van een duidelijke pleinwand langs het Gemeenteplein een zeer zinvolle stedenbouwkundige doelstelling is
• de gevellengte langs het kleine straatje beperkt is tot een lengte van 5,72 meter. Daarna springt de gevel onmiddellijk terug naar de door het RUP gevraagde 5 meter afstand van de perceelsgrens;
• de beperkt afwijkende inplanting verenigbaar is met de goede ruimtelijk ordening. De variërende afstanden, privacyhinder en schaduwhinder vormen geen hinder voor de omliggende bebouwing. Drie ramen op het oosten georiënteerd in de gelagzaal van het café ’t Blok en een aantal ramen en dakvlakvensters op het zuiden georiënteerd in de achterliggende woning hebben mogelijks voor 10 uur in de voormiddag zeer beperkt wat bijkomende schaduw van het project Bertembies te verwachten, maar dit is slechts in beperkte mate het gevolg van de afwijkende inplanting. Om dit aspect te onderbouwen, werd een uitgebreide zonnestudie uitgevoerd die uitwijst dat er geen significante bijkomende schaduw valt op de buren, ten gevolge van de beperkt afwijkende inplanting. Men kan vaststellen dat het project Bertembies gemiddeld – op 21 maart - slechts een kleine bijkomende schaduw werpt op de gevel van de achterliggende woning voor 9 uur in de voormiddag. Het dakvlak - met de drie veluxen - zit altijd in de zon. De drie ramen van de gelagzaal van het café ’t Blok ontvangen tot 10.30 uur schaduw van het project Bertembies.
Conclusie:
Het voorgestelde project is planologisch en stedenbouwkundig-architecturaal verantwoord.
Milieu-impact van de gevraagde inrichting/activiteiten
Rubriek 55.1.2°: andere verticale boringen dan de boringen, vermeld in rubriek 53, 54 en 55.3 dieper dan het dieptecriterium, zoals weergegeven op de kaart in bijlage 2quinquies bij dit besluit, of die gelegen zijn binnen een beschermingszone type III, met een diepte van minder dan 500 meter ten opzichte van het maaiveld: 10 geothermische boringen in een BEO-veld tot op 100 m diepte ten opzichte van het maaiveld voor de installatie van een warmtepomp. (klasse 2).
• Hemelwater/watertoets
De aangevraagde inrichting heeft geen invloed op het hemelwater en er worden geen bijkomende verhardingen aangelegd in het kader van de boringen.
Er is ook geen risico op vervuiling van het hemelwater.
De aanvraag van de boringen zal niet leiden tot wijziging van het opvang- en afvoersysteem en er is dus geen mogelijke impact op het (lokale) watersysteem.
Dit aspect is dus niet relevant bij de beoordeling van deze aanvraag.
• Afvalwater
Er is geen lozing van huishoudelijk afvalwater en dus geen milieu-impact.
Er is geen lozing van bedrijfsafvalwater en dus geen milieu-impact.
• Grondwater
De inrichting is gelegen in een grondwaterbeschermingszone of waterwingebied; hierdoor gelden met betrekking tot deze aanvraag specifieke beperkende maatregelen.
Vermits de aanvraag handelingen betreft in beschermingszone type III die niet verboden zijn, is voorafgaand advies vereist van:
º VMM (afdeling operationeel waterbeheer)
Vermits de inrichting niet in een infiltratiegevoelig gebied is gelegen, is er een risico dat verandering van de infiltratie invloed zal hebben op de grondwatertafel in de omgeving.
Er zal echter wel een uitbreiding van verharding gebeuren in het kader van de nieuwbouw maar niet naar aanleiding van de boringen. Door de exploitatie van de warmtepomp zullen de mogelijkheden tot hemelwaterinfiltratie niet veranderen.
• Afval
Het voorwerp van de aanvraag betreft het exploiteren van een geothermisch gekoppelde warmtepomp aan een appartementsgebouw. Er worden geen grondstoffen verwerkt tot eindproducten. Er wordt geen noemenswaardige hoeveelheid afval geproduceerd en opgeslagen.
• Emissies
Er is geen opslag en/of overslag van droge bulkgoederen waardoor de wettelijke beheermaatregelen voor niet-geleide stofemissie niet van toepassing zijn.
De aangevraagde inrichting/activiteit veroorzaakt slechts zeer beperkte emissies, waardoor de aanvraag niet zal leiden tot hinder wat dit aspect betreft.
• Geluid en trillingen
Gezien de ligging van de exploitatie, namelijk in woongebied, is er een specifiek risico op lawaaihinder voor derden.
De geluidsoverlast is beperkt tot de duur van het boren, wat op maximaal enkele dagen wordt geschat.
• Bodem
Om effecten op de bodem en op het grondwater te beperken, worden volgende maatregelen genomen, tijdens de bouw en de exploitatie van de installatie:
º 10 bodemlussen worden verticaal uitgevoerd tot een diepte 100 m.
º Het buizensysteem is ontworpen als een gesloten systeem. In dit systeem loopt een mengsel van 25% monopropyleen glycol en 75% water. Er is geen contact tussen het buizensysteem en de bodem of het grondwater.
º De vrije ruimte in de boorgaten worden opgevuld met thermisch verbeterde grout.
º Na de uitvoering van het BEO-veld zal het systeem onderworpen worden aan een druktest op 6 bar. Er zal een technisch verslag van deze test worden opgemaakt.
º Tijdens de exploitatie zal de druk in de leidingen voortdurend gemeten worden. Bij drukverlies zal de installatie automatisch stilvallen.
º Alle leidingen zijn aangesloten op een collector. Elk vertrek op deze collector kan afgesloten worden, in het geval van een probleem.
Omdat de aangevraagde inrichting/activiteit niet valt onder een Vlarebo-categorie, dient er geen oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd te worden.
• Energie
Het energieverbruik is beperkt waardoor de inrichting niet onderworpen is aan de specifieke bepalingen inzake energiebeheer.
Er zijn geen energiebesparende maatregelen genomen.
• Veiligheid
Er zijn geen aanzienlijke veiligheidsrisico’s.
• Gezondheid
Er zijn geen gezondheidsrisico’s.
• Stralingen
Er wordt geen lichthinder verwacht.
• Best Beschikbare Technieken (BBT)
Er is geen specifieke Vlaamse BBT-studie beschikbaar voor de aangevraagde activiteit.
• Bijstellen van milieuvoorwaarden
Er wordt geen bijstelling aangevraagd van de bijzondere milieuvoorwaarden.
• Gewenste vergunningstermijn
De omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor onbepaalde duur.
Op basis van bovenvermelde motivatie kan de vergunningsaanvraag als GUNSTIG worden geadviseerd.
Advies en voorwaarden
De gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om de vergunning te verlenen onder volgende voorwaarden:
• Stedenbouwkundig luik:
º De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.
º de voorwaarden opgenomen in het advies van de GECORO van 13 juli 2020 moeten strikt worden nageleefd.
º de voorwaarden opgelegd in het advies van De Watergroep van 23 september 2020 moeten strikt worden nageleefd.
º de voorwaarden opgelegd in het advies van de provinciale dienst waterlopen van 29 september 2020 moeten strikt worden nageleefd.
º vooraleer het gebouw in gebruik genomen wordt, moet een gunstig brandpreventieattest verkregen worden.
• Milieuluik
º De vergunning wordt afgeleverd voor onbepaalde duur.
º Volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM moeten strikt nageleefd worden:
▪ Hoofdstuk 4.1Algemene milieuvoorwaarden - algemeen
▪ hoofdstuk 4.2 met bijhorende bijlagen Algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater
▪ Hoofdstuk 4.3 met bijhorende bijlagenAlgemene milieuvoorwaarden – bodem- en grondwaterverontreiniging
▪ hoofdstukken 4.4 Algemene milieuvoorwaarden - lucht
▪ hoofdstuk 4.5 met bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6 Algemene milieuvoorwaarden - geluid
▪ hoofdstuk 4.6.Algemene milieuvoorwaarden - licht
▪ hoofdstuk 4.7.Algemene milieuvoorwaarden – beheersing van asbest
▪ hoofdstuk 4.9. met bijhorende bijlagenAlgemene milieuvoorwaarden – energieplanning en energieaudits
▪ hoofdstuk 4.10 met bijhorende bijlagenAlgemene milieuvoorwaarden – emissies van broeikasgassen
▪ Hoofdstuk 5.55Sectorale milieuvoorwaarden – Boringen
De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Deze opsomming is louter indicatief. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
º de voorwaarden opgelegd in het advies van de VMM (afdeling operationeel waterbeheer) moeten strikt worden nageleefd.
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, het decreet betreffende de omgevingsvergunning en uitvoeringsbesluiten, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het besluit van de Vlaamse regering over de algemene en sectorale bepalingen inzake milieu en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.
Artikel 2:
Het college levert een vergunning af aan Geert Haentjens voor het bouwen van een nieuw appartementsgebouw met ondergrondse parking en vijf bovengrondse parkeerplaatsen in 3060 Bertem, Gemeenteplein, sectie C nr 190l onder volgende voorwaarden:
• Stedenbouwkundig luik:
º De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.
º de voorwaarden opgenomen in het advies van de GECORO van 13 juli 2020 moeten strikt worden nageleefd.
º de voorwaarden opgelegd in het advies vanDe Watergroep van 23 september 2020 moeten strikt worden nageleefd.
º de voorwaarden opgelegd in het advies van de provinciale dienst waterlopen van 29 september 2020 moeten strikt worden nageleefd.
º vooraleer het gebouw in gebruik genomen wordt, moet een gunstig brandpreventieattest verkregen worden.
• Milieuluik
º De vergunning wordt afgeleverd voor onbepaalde duur.
º Volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM moeten strikt nageleefd worden:
▪ Hoofdstuk 4.1Algemene milieuvoorwaarden - algemeen
▪ hoofdstuk 4.2 met bijhorende bijlagen Algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater
▪ Hoofdstuk 4.3 met bijhorende bijlagenAlgemene milieuvoorwaarden – bodem- en grondwaterverontreiniging
▪ hoofdstukken 4.4 Algemene milieuvoorwaarden - lucht
▪ hoofdstuk 4.5 met bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6 Algemene milieuvoorwaarden - geluid
▪ hoofdstuk 4.6.Algemene milieuvoorwaarden - licht
▪ hoofdstuk 4.7.Algemene milieuvoorwaarden – beheersing van asbest
▪ hoofdstuk 4.9. met bijhorende bijlagenAlgemene milieuvoorwaarden – energieplanning en energieaudits
▪ hoofdstuk 4.10 met bijhorende bijlagenAlgemene milieuvoorwaarden – emissies van broeikasgassen
▪ Hoofdstuk 5.55Sectorale milieuvoorwaarden – Boringen
De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Deze opsomming is louter indicatief. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
º de voorwaarden opgelegd in het advies van de VMM (afdeling operationeel waterbeheer) moeten strikt worden nageleefd.
Artikel 3:
Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager en de adviesinstanties.
Zitting van 19 oktober 2020
OMGEVINGSVERGUNNING DE HERK 6. AANVRAAG LEEN NEYENS EN PETER BERNAARDS VOOR HET VERBOUWEN VAN DE WONING IN 3060 BERTEM, DE HERK 6, SECTIE C NR 189F.
VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR
Voorgeschiedenis
• Op 19 augustus 2020 hebbenLeen Neyens en Peter Bernaards een aanvraag ingediend voor het verbouwen van de woning in 3060 Bertem, De Herk 6, sectie C nr 189f.
• Op 7 september 2020 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.
Feiten en context
• Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een gemeentelijk plan van aanleg, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling.
• Het perceel is gelegen binnen de grenzen van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Centrum Bertem' goedgekeurd door de deputatie van Vlaams-Brabant op 9 juli 2009
• De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
• De bouwplaats is gelegen langsheen De Herk.
De Herk is een gemeenteweg die gerealiseerd werd in het kader van de uitvoering van het RUP in het kernweefsel van Bertem tussen de Dorpstraat en de Voer. De weg en de woningen liggen verheven t.o.v. de aanpalende gebieden die overstroombaar zijn.
Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.
• Het voorstel omvat het uitbreiden van de woning.
Op het gelijkvloers wordt het terras afgebroken en wordt de keuken/eetplaats met de op die manier ontstane oppervlakte uitgebreid met een gelijkvloerse aanbouw van 4,14 m breed en 2,45 m diep. Het bestaande platte dak van de aanbouw wordt voortgezet.
• Watertoets
Voorwaardelijk gunstig wateradvies provinciale dienst waterlopen van 6 oktober 2020.
"Het voorwerp van de aanvraag omvat de uitvoering van volgende handelingen:
De gelijkvloerse verdieping wordt uitgebreid met 8,90 m².
Overeenkomstig artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, wordt volgend wateradvies verstrekt.
Het oppervlaktewater van het voorwerp van de aanvraag wordt verzameld in de waterloop van tweede categorie de B2022 Voer. Volgens de overstromingskaart van Vlaanderen is het voorwerp van de aanvraag deels gelegen in een effectief en deels in een mogelijk overstromingsgevoelig gebied. Het risico op overstroming is afkomstig vanuit de achterliggende waterloop.
Voor zover de dienst waterlopen kan opmaken uit de documenten die bij de aanvraag gevoegd zijn, kan het voorwerp van de aanvraag een relevant effect op de bescherming tegen wateroverlast en overstromingen en/of op het behoud van de watergebonden natuurwaarden.
Specifieke voorwaarden
Om negatieve effecten te vermijden moeten de volgende voorwaarden in de vergunning worden opgenomen:
De uitbreiding is gelegen in effectief overstromingsgevoelig gebied. Om schadelijke effecten te vermijden en geen komberging in te nemen, moet het ingenomen overstroombaar volume gecompenseerd te worden:
º Het geschatte overstromingspeil T100 op de locatie van de uitbreiding van het gebouw is 36,32m TAW, oftewel 15 cm boven het maaiveld;
º De aanvrager dient een volume van 1,34m³ te voorzien in de achtertuin aan extra ruimte voor water. Dit kan bv. door een afgraving van dit volume in de tuinzone.
Algemene maatregelen:
º In toepassing van artikel 1.3. en 12/1.1. van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, zijn het plaatsen van gesloten afsluitingen en/of andere constructies en/of reliëfwijzigingen, met als doel de vermindering van de natuurlijke komberging in mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied zonder compensatiemaatregelen, verboden.
Aangevuld met bovenvermelde opgelegde voorwaarden en maatregelen is het voorwerp van de aanvraag in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen, bepaald in artikel 1.2.2. en 1.2.3. van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018."
• Bestemming volgens de rioleringsinfrastructuur zoneringsplannen
Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in het centrale gebied.
Juridische gronden
• Koninklijk besluit van 28 december 1972
Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.
• Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven
Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.
• De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen
Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.
• Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003
Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is niet van toepassing op de aanvraag.
• Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.
De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.
• Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004
Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.
• Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009
º Artikel 1.1.4.
De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.
• De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.
Deze verordening is niet van toepassing op de aanvraag.
• Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
º artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen
º Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.
• De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014
De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.
• Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst
• Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.
Adviezen
Openbaar onderzoek
• De aanvraag diende niet openbaar gemaakt te worden.
• De aanpalende eigenaar werd verzocht zijn standpunt kenbaar te maken over het project. Er werden geen opmerkingen geuit.
Externe adviezen
• Op 7 september 2020 heeft De Watergroep een voorwaardelijk gunstig advies geuit.
"Dit is een deeladvies van De Watergroep omtrent de bescherming van de drinkwaterwinning.
Het perceel is gelegen binnen de beschermingszone III van een grondwaterwinning die ondiep grondwater onttrekt voor de drinkwatervoorziening. Dit betekent dat het infiltrerend water ondergronds in de richting van de waterwinning stroomt en ooit zal opgepompt worden. Zuiver hemelwater mag in deze zone geïnfiltreerd worden.
De Watergroep geeft een gunstig advies voor wat betreft de bescherming van de waterwinning aangezien het project geen effect heeft op grondwaterkwaliteit of kwantiteit van de waterwinning.
Wel dient er met volgende zaken rekening gehouden te worden tijdens werken op het perceel:
º koolwaterstoffen waarvan het gezamenlijke volume groter is dan 50 liter worden opgesteld in een opvangbak waarvan de inhoud minstens gelijk is aan de inhoud van de gestockeerde recipiënten;
º het overgieten en/of vullen van recipiënten dient met de nodige omzichtigheid te gebeuren teneinde het morsen te voorkomen;
º machines met enig verlies van olie of mazout dienen van de werf verwijderd te worden en boven een opvanglade geplaatst.
º iedere verontreiniging dient onmiddellijk gemeld op het nummer 02/238 96 99 of via milieu@dewatergroep.be."
• Op 6 oktober 2020 heeft de provinciale dienst waterlopen een voorwaardelijk gunstig advies geuit.
"Voorwaarden met betrekking tot de vijfmeterstrook langs de waterloop:
º Ingevolge artikel 17 van de wet op de onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967 en artikel 1.3.2.2. van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, met betrekking tot de toegankelijkheid van de waterloop moet een zone van vijf meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van de waterloop, vrij blijven van elke constructie (inbegrepen terrassen e.a.), ondergrondse constructies zoals brandstoftanks, wateren rioolputten, e.a., houtstapelplaatsen e.a., beplantingen en vaste afsluitingen die de bereikbaarheid van de waterloop belemmeren. Het stapelen van tuinafval en/of het opzetten van composthopen binnen deze zone is verboden.
º Binnen de zone van 1 m van de top van de oever zijn grondbewerkingen en het gebruik van pesticiden steeds verboden.
º Langse open afsluitingen moeten tussen 0,75 m en 1 m van de top van de oever staan en zijn maximaal 1,50 m hoog. Dwarse open afsluitingen dienen vervangen te worden door een poort of moeten eenvoudig kunnen weggenomen worden. Het aanplanten van dwarse en langse hagen is verboden.
º Bomen kunnen aangeplant worden tussen 0,75 m en 1 m van de top van de oever met een tussenafstand van minimaal 8 m. Het aanplanten van hagen gebeurt steeds buiten de vijfmeterzone op een afstand van 0,50 m.
º Binnen deze zone mogen geen grondophogingen worden uitgevoerd.
º Alle handelingen zijn er onderworpen aan het bindende advies van de beheerder van de waterloop, of, voor zover ze vereist is door de wet op de onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967, de voorafgaande machtiging.
º Ingevolge het artikel 1.6. van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, gelden de bepalingen van dit besluit niet voor handelingen gelegen in een vijf meter brede strook, te rekenen vanaf de bovenste rand van het talud van ingedeelde onbevaarbare, alsook in de bedding van deze waterlopen;
º Ingevolge art. 40 van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud is het verboden naaldbomen te planten of te herplanten of hun zaailingen te laten groeien op minder dan zes meter van de oever van de waterloop.
Mits aan deze voorwaarden voldaan is, kan het voorwerp van de aanvraag als verenigbaar met het watersysteem beschouwd worden."
Argumentatie
Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens artikel 4.3.1 van deze codex.
Art. 4.3.1.§2 Vlaamse codex ruimtelijke ordening
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook de volgende aspecten in rekening brengen:
a) beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in punt 1° ;
b) de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement voor zover:
1) de rendementsverhoging gebeurt met respect voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving;
2) de rendementsverhoging in de betrokken omgeving verantwoord is;
3° indien het aangevraagde gelegen is in een gebied dat geordend wordt door een ruimtelijk uitvoeringsplan, een gemeentelijk plan van aanleg of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarvan niet op geldige wijze afgeweken wordt, en in zoverre dat plan of die vergunning voorschriften bevat die de aandachtspunten, vermeld in 1°, behandelen en regelen, worden deze voorschriften geacht de criteria van een goede ruimtelijke ordening weer te geven. Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan gemotiveerd beslissen dat bepaalde voorschriften van verkavelingen ouder dan vijftien jaar, zoals bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, c), of voorschriften van bijzondere plannen van aanleg ouder dan vijftien jaar, waarvan op grond van artikel 4.4.9/1 op rechtsgeldige wijze kan worden afgeweken, nog steeds de criteria van goede ruimtelijke ordening weergeven.
De Vlaamse Regering kan, thematisch of gebiedsspecifiek, integrale ruimtelijke voorwaarden bepalen, ter beoordeling van de inpassing van welbepaalde handelingstypes, of van handelingen in specifieke gebieden, in een goede ruimtelijke ordening, onverminderd strengere planologische voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
Het voorgestelde project geeft uitvoering aan de opties die voorzien zijn in het RUP Centrum. De bestemming, inplanting, afmetingen en materiaalgebruik zijn in overeenstemming met de bepalingen van dit gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Conclusie:
Het voorgestelde project is planologisch en stedenbouwkundig-architecturaal verantwoord.
Advies en voorwaarden
De gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om de vergunning te verlenen onder volgende voorwaarden:
• De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.
• de voorwaarden opgelegd in het advies van De Watergroep van 7 september 2020 moeten strikt worden nageleefd.
• de voorwaarden opgelegd in het advies van de provinciale dienst waterlopen van 6 oktober 2020 moeten strikt worden nageleefd.
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.
Artikel 2:
Het college levert een vergunning af aan Leen Neyens en Peter Bernaards voor het verbouwen van de woning in 3060 Bertem, De Herk 6, sectie C nr 189f onder volgende voorwaarden:
• De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.
• de voorwaarden opgelegd in het advies van De Watergroep van 7 september 2020 moeten strikt worden nageleefd.
• de voorwaarden opgelegd in het advies van de provinciale dienst waterlopen van 6 oktober 2020 moeten strikt worden nageleefd.
Artikel 3:
Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager en de adviesinstanties.
Zitting van 19 oktober 2020
OMGEVINGSVERGUNNING HET BIES 57. AANVRAAG VAN MARJOLEIN PUTSEYS EN PHILIPPE VANDESSEL VOOR HET VERBOUWEN EN UITBREIDEN VAN EEN EENGEZINSWONING IN 3061 LEEFDAAL, HET BIES 57, SECTIE C NR 102K3.
VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR
Voorgeschiedenis
• Op 23 juli 2020 hebben Marjolein Putseys en Philippe Vandessel een aanvraag ingediend voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning in 3061 Leefdaal, Het Bies 57, sectie C nr 102k3.
• Op 19 augustus 2020 werd de gevraagde extra informatie ontvangen.
• Op 31 augustus 2020 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.
Feiten en context
• Het goed is gelegen in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Meergezinswoningen', definitief goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 juni 2018.
• Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg van de plaats, gebaseerd op de voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
• De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven gelegen in woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De woongebieden met landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven (artikel 6 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
• De bouwplaats is gelegen langsheen Het Bies nabij het kruispunt met de Bankblokstraat. Het Bies is een verbindingsweg tussen de gewestweg Tervuursesteenweg en de Dorpstraat. Het Bies ligt in de gebouwencluster die ontstaan is tussen de kernen van Leefdaal en Bertem. Vanaf de Tervuursesteenweg gaan de commerciële bestemmingen over in residentiële.
De gebouwen en woningen in de nabije omgeving hebben verschillende verschijningsvormen.
Op het perceel staat een halfopen bebouwing met twee bouwlagen en een hellend dak.
Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.
• Het voorstel omvat het grondig verbouwen van de woning en bijbouwen.
Het betreft een halfopen woning met een voorgevelbreedte van 5,84 m.
Een deel van de bestaande aanbouw wordt afgebroken waardoor de bouwdiepte op de gelijkvloerse verdieping van 19,63 m naar 16,79 m gaat.
Op de gelijkvloerse verdieping worden vooral ter hoogte van de bestaande achterbouw de ruimtes open gewerkt zodat een open eet- en zitplaats ontstaan. Ter hoogte van het hoofdvolume wordt de bestaande erker aan de linker zijde van de woning afgebroken. Hier wordt een nieuw raam voorzien dat niet langer uitsteekt t.o.v. het gevelvlak. Achteraan de zitplaats wordt een groot schuifraam voorzien dat uitgeeft op een nieuw terras (terras komt er in plaats van een bijgebouw/berging). Hierdoor zal de bestaande keermuur van de tuin wat meer naar achter geschoven worden. Ook de bestaande trappenpartij in de tuinzone zal vernieuwd worden en zal verplaatst worden tegen het bestaande bijgebouw dat zich links op het perceel bevindt.
Op de eerste verdieping worden het volume en de indeling grotendeels behouden. In het achterste volume wordt een ruime familiebadkamer ingericht. Het platte dak van dit volume wordt licht opgehoogd met ca 60 cm, zodat een vrije hoogte van 2,64 m bekomen wordt (de bestaande vrije hoogte bedraagt hier 2,28 m) en het platte dak geïsoleerd kan worden volgens de geldende EPB-normen. De kroonlijsthoogte van dit deel bedraagt 6,11 m t.o.v. de nulpas van de woning.
Het bestaande hellend dak van het hoofdvolume wordt afgebroken en vervangen door een nieuw volume in houtskeletbouw dat plaats biedt aan 2 extra kinderslaapkamers. Ter hoogte van de voorgevel wordt er een strook hellend dak voorzien over een breedte van 1m. Dit hellend dakvlak sluit aan op het gabarit van de aanpalende woning. Het overige deel van het volume wordt voorzien van een plat dak en kan bekeken worden als een grote dakkapel die de hoek omgaat. Ter hoogte van de voorgevel springt dit volume ca. 1,12 m terug ten opzichte van de voorgevellijn. Ook ter hoogte van de linker zijgevel springt dit volume iets terug. Op deze manier komt dit volume minder zwaar over en past het in het straatbeeld. De kroonlijst van dit terugspringend volume is even hoog als de noklijn van de aanpalende woning.
De woning bevindt zich op ca 9,98 m uit de as van de weg.
De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens aan de linker zijde bedraagt na de verbouwingswerken 6,01 m.
De totale grondoppervlakte van het gebouw zal na de werken 96,50 m² bedragen op een perceel van 5a en 36ca. Voor de werken bedroeg dit 106,78 m² (exclusief bestaand bijgebouw, dit blijft nl. ongewijzigd). Na de verbouwing zal de woning een totaal bruto volume van 835,43 m³ hebben, waar dit voor de werken 703,05 m³ bedroeg.
• Watertoets
Advies provinciale dienst waterlopen van 29 september 2020
"Wij verwijzen naar uw adviesaanvraag van 31 augustus 2020 op naam van Philippe Vandessel en Marjolein Putseys voor de verbouwing van een woning. De aanvraag heeft betrekking op perceel gelegen Het Bies 57, 3061 Bertem, kadastraal gekend als 3e afdeling, sectie C, nr. 102k3.
Voor zover de dienst waterlopen kan opmaken uit de documenten die bij de aanvraag gevoegd zijn, heeft het voorwerp van de aanvraag geen relevant effect op de bescherming tegen wateroverlast en overstromingen of op het behoud van de watergebonden natuurwaarden.
Daarom wordt geen uitgebreid advies uitgebracht.
º Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid."
• Bestemming volgens de rioleringsinfrastructuur zoneringsplannen
Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in het collectief te optimaliseren buitengebied.
Juridische gronden
• Koninklijk besluit van 28 december 1972
Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.
• Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven
Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.
• Artikel 6.2.2.3.1, §2 Vlarem II van 1 juni 1995
In collectief te optimaliseren buitengebied worden lozingsvoorwaarden opgelegd. Het afvalwater moet worden gezuiverd door middel van een individuele voorbehandelingsinstallatie conform de code van goede praktijk.
• De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen
Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.
• Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003
Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is niet van toepassing op de aanvraag.
• Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.
De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.
• Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004
Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.
• Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009
º Artikel 1.1.4.
De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.
• De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.
Deze verordening is niet van toepassing op de aanvraag.
• Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
º artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen
º Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.
• De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014
De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.
• Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst
• Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.
• Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 25 oktober 2016 betreffende het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.
Adviezen
• Openbaar onderzoek
De aanvraag diende niet openbaar gemaakt te worden.
Het standpunt van de aanpalende eigenaars werd gevraagd. Zij hebben geen opmerkingen geuit tegen het project.
• Externe adviezen
///
Argumentatie
Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens artikel 4.3.1 van deze codex.
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag is conform de bestemmingsvoorschriften gevoegd bij het gewestplan Leuven.
De functie eengezinswoning wordt behouden. De omgeving wordt ter hoogte van de woning gekenmerkt door de aanwezigheid van eengezinswoningen en bedrijvigheid. Deze functie past dus binnen deze omgeving.
Mobiliteitsimpact
Gezien de functie als eengezinswoning is de mobiliteitsimpact beperkt. Op het terrein zijn voldoende parkeerplaatsen en fietsenstallingen voorzien in overeenstemming met de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.
Schaal
Het bestaande hoofdvolume blijft in vorm behouden. Het nieuwe ingeschoven dakvolume is qua schaal in overeenstemming met de omliggende bebouwing. De woning overstijgt de schaal van de gebouwen in de omgeving niet.
Ruimtegebruik en bouwdichtheid
Het ruimtegebruik neemt af door het slopen van de bijbouw en de bouwdichtheid kan vergeleken worden met de bouwdichtheden in de omgeving.
Visueel-vormelijke elementen
Het project heeft een positieve impact op het straatbeeld. Het voorgestelde ontwerp vormt een hedendaags, architecturaal kwalitatief en samenhangend geheel en zal passen in het heterogene straatbeeld.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing op de aanvraag.
Reliëf
Niet van toepassing op de aanvraag.
Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Het standpunt van de aanpalende buur werd gevraagd. Er werden geen opmerkingen geuit.
Conclusie
Het voorgestelde project is planologisch en stedenbouwkundig architecturaal verantwoord.
Advies en voorwaarden
De gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om de vergunning te verlenen onder volgende voorwaarden:
• De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.
Artikel 2:
Het college levert een vergunning af aan Marjolein Putseys en Philippe Vandessel voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning in 3061 Leefdaal, Het Bies 57, sectie C nr 102k3 onder volgende voorwaarden:
• De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.
Artikel 3:
Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager en adviesinstantie.
Zitting van 19 oktober 2020
STEDENBOUWKUNDIGE MELDINGEN. AKTENAME MELDING VAN HILDE MEES EN ERIC DENO VOOR HET REGULARISEREN VAN EEN VERANDA IN 3060 BERTEM, GRAUWE STEENBERG 27, SECTIE A NR 155D2.
Voorgeschiedenis
Feiten en context
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vastlegging van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Dit gebied is ontwikkeld in het kader van sociale woningbouw (sociale kavels).
Deze verkaveling werd gewijzigd op 18 juli 1994, 12 september 1994, 17 februari 1997, 28 juni 1999, 30 juli 2001, 8 oktober 2001, 9 augustus 2004, 30 augustus 2004 en 14 april 2009.
Het betreft lot 16 van de verkaveling met als algemene bestemming: eengezinswoning.
De melding is hiermee in overeenstemming.
Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg.
De melding omvat het regulariseren van een veranda.
Juridische gronden
Artikel 106.
Een melding kan slechts gedaan worden voor meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen, een meldingsplichtige exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten die het project omvat of een combinatie hiervan.
Artikel 111.
De bevoegde overheid gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens:
Als de handelingen of de exploitatie meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt de bevoegde overheid akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.
Als de handelingen of de exploitatie niet meldingsplichtig of verboden zijn, stelt de overheid de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.
Het artikel 4 bepaalt dat voor de oprichting van bijgebouwen die aangebouwd zijn aan de hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte woning, de vergunningsplicht wordt vervangen door een verplichte melding als aan de volgende voorwaarden voldaan is.
1° er wordt geen vergunningsplichtige functiewijziging doorgevoerd;
2° het aantal woongelegenheden blijft ongewijzigd;
3° de totale oppervlakte van de bestaande en de op te richten aangebouwde bijgebouwen bedraagt maximaal 40 vierkante meter;
4° de gebouwen worden geplaatst in de zijtuin tot op 3 meter van de perceelsgrenzen of in de achtertuin tot op 2 meter van de perceelsgrenzen;
5° de hoogte is beperkt tot 4 meter.
In afwijking van het eerste lid, 4°, mag, als het hoofdgebouw is opgetrokken op of tegen de perceelsgrens, het aangebouwde bijgebouw ook opgetrokken worden op of tegen de perceelsgrens, tegen een bestaand aanpalend gebouw, als de bestaande scheidingsmuur niet gewijzigd wordt. De bouwdiepte van het nieuw op te richten aangebouwde bijgebouw overschrijdt de bouwdiepte van het aanpalende gebouw niet.; Voor de toepassing van dit artikel worden als bijgebouwen beschouwd : de fysiek aansluitende aanhorigheden die in bouwtechnisch opzicht een rechtstreekse aansluiting of steun vinden bij het hoofdgebouw.
Argumentatie
Niet van toepassing
De melding is volledig en ontvankelijk. Het voorgestelde project is in overeenstemming met de bestemmingsvoorschriften gevoegd bij het gewestplan Leuven en de verkavelingsvoorschriften.
De melding is conform met het meldingsbesluit van 16 juli 2010 nl. artikel 4 nl.
Niet van toepassing
Er worden geen voorwaarden opgelegd.
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college neemt akte van de melding van Hilde Mees en Eric Deno voor het regulariseren van een veranda in 3060 Bertem, Grauwe Steenberg 27, sectie A nr 155d2.
Artikel 2:
Deze meldingsakte vervangt de meldingsakte van 5 oktober 2020.
Artikel 3:
Deze meldingsakte wordt overgemaakt aan Hilde Mees en Eric Deno.
Artikel 4:
Deze melding wordt ingeschreven in het vergunningenregister.
Zitting van 19 oktober 2020
STEDENBOUWKUNDIGE MELDINGEN. AKTENAME MELDING VAN DANIEL VAN LANCKER VOOR HET REGULARISEREN VAN EEN VERANDA IN 3061 LEEFDAAL, SLAGBERG 11, SECTIE C NR 220D.
Voorgeschiedenis
Feiten en context
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De woongebieden met landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven (artikel 6 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het betreft lot 4 van de verkaveling met als algemene bestemming: eengezinswoning.
De melding is hiermee in overeenstemming.
Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg.
De melding omvat het regulariseren van een veranda.
Juridische gronden
Artikel 106.
Een melding kan slechts gedaan worden voor meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen, een meldingsplichtige exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten die het project omvat of een combinatie hiervan.
Artikel 111.
De bevoegde overheid gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens:
Als de handelingen of de exploitatie meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt de bevoegde overheid akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.
Als de handelingen of de exploitatie niet meldingsplichtig of verboden zijn, stelt de overheid de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.
Het artikel 4 bepaalt dat voor de oprichting van bijgebouwen die aangebouwd zijn aan de hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte woning, de vergunningsplicht wordt vervangen door een verplichte melding als aan de volgende voorwaarden voldaan is.
1° er wordt geen vergunningsplichtige functiewijziging doorgevoerd;
2° het aantal woongelegenheden blijft ongewijzigd;
3° de totale oppervlakte van de bestaande en de op te richten aangebouwde bijgebouwen bedraagt maximaal 40 vierkante meter;
4° de gebouwen worden geplaatst in de zijtuin tot op 3 meter van de perceelsgrenzen of in de achtertuin tot op 2 meter van de perceelsgrenzen;
5° de hoogte is beperkt tot 4 meter.
In afwijking van het eerste lid, 4°, mag, als het hoofdgebouw is opgetrokken op of tegen de perceelsgrens, het aangebouwde bijgebouw ook opgetrokken worden op of tegen de perceelsgrens, tegen een bestaand aanpalend gebouw, als de bestaande scheidingsmuur niet gewijzigd wordt. De bouwdiepte van het nieuw op te richten aangebouwde bijgebouw overschrijdt de bouwdiepte van het aanpalende gebouw niet.; Voor de toepassing van dit artikel worden als bijgebouwen beschouwd : de fysiek aansluitende aanhorigheden die in bouwtechnisch opzicht een rechtstreekse aansluiting of steun vinden bij het hoofdgebouw.
Argumentatie
Niet van toepassing
De melding is volledig en ontvankelijk. Het voorgestelde project is in overeenstemming met de bestemmingsvoorschriften gevoegd bij het gewestplan Leuven en de verkavelingsvoorschriften.
De melding is conform met het meldingsbesluit van 16 juli 2010 nl. artikel 4 nl.
Niet van toepassing
Er worden geen voorwaarden opgelegd.
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college neemt akte van de melding van Daniel Van Lancker voor het regulariseren van een veranda in 3061 Leefdaal, Slagberg 11, sectie C nr 220d.
Artikel 2:
Deze meldingsakte wordt overgemaakt aan Daniel Van Lancker.
Artikel 3:
Deze melding wordt ingeschreven in het vergunningenregister.
Zitting van 19 oktober 2020
KLIMAATPLAN. HERNIEUWING SAMENWERKINGSOVEREENKOMST "DUURZAAM BOUWADVIES VOOR PARTICULIEREN" TUSSEN DIALOOG EN DE GEMEENTE.
Voorgeschiedenis
Feiten en context
Juridische gronden
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het voeren van de plaatsingsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten en voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht die past binnen het begrip 'dagelijks bestuur'.
Argumentatie
Het stimuleren van duurzaam bouwen kan een bijdrage leveren aan het burgemeestersconvenant en aan het bereiken van de klimaatdoelstellingen.
De gemeenteraad heeft op 28 juni 2016 het college gemachtigd om de samenwerkingsovereenkomst af te sluiten. Deze samenwerkingsovereenkomst eindigde op 21 december 2019.
Financiële gevolgen
Registratiesleutel | Budgettair krediet | Beschikbaar | Geraamde uitgave |
1419/001/001/001/001/64902700/0619 toegestane subsidie bouwadvies Dialoog |
|
| € 1000 |
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college keurt de hernieuwing van de samenwerkingsovereenkomst 'duurzaam bouwadvies voor particulieren' met Dialoog vzw, Remylaan 13, 3018 Wijgmaal, goed.
Artikel 2:
De samenwerkingsovereenkomst wordt overgemaakt aan Dialoog vzw.
Zitting van 19 oktober 2020
BUURTHUIS DEN HAM. BESPREKING RECHT VAN OPSTAL.
Besluit
Motivering
Voorgeschiedenis
• Gemeenteraad 5 mei 1979: aan vriendenkring 'Den Ham' wordt kosteloos het bouwrecht verleend voor de duur van 9 jaar om op perceel sectie A, nr. 361d5 (eigendom van de gemeente) in de wijk Hammeveld een buurthuis te bouwen.
• Gemeenteraad 24 november 1992: Akte van recht van opstal van 18 december 1992: tussen Gemeente Bertem en
- Deputter P.
- Wauters E.
- Nijs J.
- Lemmens G.
Duur van 9 jaar ingaand vanaf 27/10/1992. Bij afloop kan de gemeenteraad het recht van opstal verlengen.
• CBS 6 mei 2002: De huurwaarde voor het heffen van registratierechten werd pro fisco bepaald op 7500 BEF voor de totale duur van de overeenkomst. Op 27/10/2001 heeft het recht van opstal een einde genomen. Bij afloop van de termijn kan de gemeenteraad het recht van opstal verlengen. Het college neemt kennis van bijgaand ontwerp van akte van recht van opstal voor de duur van negen jaar, telkens stilzwijgend verlengbaar met zelfde duurtijd. Het recht van opstal wordt kosteloos verleend om reden van openbaar nut. De huurwaarde voor het heffen van de registratierechten wordt pro fisco bepaald op € 185,00 voor de duur van het contract of op € 20,56/jaar. De onroerende voorheffing is ten laste van de vereniging. Het college besluit het ontwerp van akte ter ondertekening voor te leggen aan de belanghebbende vereniging en na ondertekening, aan de gemeenteraad.
• Gemeenteraad 25 juni 2002: Met het oog op de uitbating van het buurthuis Hammeveld, wordt de overeenkomst m.b.t. het verlenen van recht van opstal voor een duur van 9 jaar, aan vriendenkring 'Den Ham' voor perceel sectie A nr. 361d5, verlengd. Dit recht van opstal wordt verleend onder de voorwaarden van de overeenkomst van gebruik en exploitatie van 18/07/1979 tussen het college van burgemeester en schepenen.
• CBS 6 mei 2002: Goedkeuring gebruikers- en exploitatieovereenkomst tussen de gemeente en
- Nijs Jozef
- Penders Marc
- Spapen Willy
- Vandenbosch Jacques
- Wauters Emile.
Feiten en context
• De oorspronkelijk opstalrechthouders zijn Deputter P., Wauters E., Nijs J. en Lemmens G. Zij hadden een zakelijk recht - overerfbaar - op het perceel sectie A, nr. 361d5. Dit zakelijk recht blijkt uit hun kadastrale gegevens.
• De akte werd verleden voor de burgemeester van Bertem op 18 december 1992.
• De huidige opstalrechthouders zijn:
- Den Tempst Maria Hammeveld 46 3061 Bertem
- Everaert Karel Hammeveld 42 3061 Bertem
- Nijs Patrick Spitsberg 5 3040 Huldenberg
- Nys Greta Sterrebeeksesteenweg 3 3078 Kortenberg
- Nys Marc Bocht 20 1790 Affligem
- Vangilbergen Anna Hammeveld 2 3061 Bertem
- Wauters Emile Hammeveld 57 3061 Bertem
• Sommige van de huidige opstalrechthouders vragen om het opstalrecht te beëindigen. Zij wonen niet meer in de gemeente of hebben het recht geërfd.
Juridische gronden 10 januari 1824. - Wet over het recht van opstal
• Een grondeigenaar kan via een notariële akte aan een andere natuurlijke of rechtspersoon (de opstalhouder) het recht verlenen om tijdelijk gebouwen of beplantingen te vestigen op zijn grond gedurende een bepaalde periode van maximaal 50 jaar.
• Gedurende de duur van het opstalrecht is de opstalhouder de tijdelijke eigenaar van de door hem opgerichte gebouwen of beplantingen (de opstallen). Op het einde van het opstalrecht wordt de grondeigenaar onmiddellijk de volle eigenaar van deze opstallen. Dit noemt men natrekking.
• Buitengewone beëindigingsgronden ex nunc, waaronder overeenkomst tussen eigenaar en opstalhouder, zijn gegrond op een rechtshandeling van de erfpachter zelf en worden dus beperkt tot zijn beschikkingsbevoegdheid.
• Door het einde van het opstalrecht wordt de grondeigenaar van rechtswege (door natrekking) eigenaar van de gebouwen, werken en beplantingen.
Bijlagen
• Den Ham akte recht van opstal 18 december 1992
• Den Ham gebruikers- en exploitatieovereenkomst 25 april 2005
Advies juridisch adviseur
De vraag van sommige opstalhouders is gegrond: zij hebben hoegenaamd geen affiniteit met het buurthuis 'Den Ham'.
Op de gemeenteraad van 25 juni 2002 werd het opstalrecht de laatste keer verlengd voor een duur van 9 jaar. Het recht verviel dus in 2011.
De juridisch adviseur stelt aan het college voor om de opstalhouders aan te schrijven met de vraag of zij bezwaar hebben tegen het voornemen om het einde van het opstalrecht laten registreren.
Er moet later een nieuwe gebruiks- en exploitatieovereenkomst opgemaakt worden: de gemeente is na het einde van het opstalrecht volle eigenaar van de opstallen.
Kloppen de namen van de gebruiks- en exploitatieovereenkomst van 2005 nog?
De juridisch adviseur stelt het college in kennis van regelmatige klachten over burenhinder na activiteiten in het buurthuis. Hij informeert het college dat het steeds om dezelfde kleine groep gebruikers zou gaan die regels en afspraken niet respecteren.
Bespreking
Het college gaat akkoord met het voorstel om de opstalhouders aan te schrijven met de vraag of zij bezwaar hebben tegen het voornemen om het einde van het opstalrecht laten registreren. Door het einde van het opstalrecht zal het buurthuis eigendom worden van de gemeente.
In overleg met de huidige vrijwilligers en gebruikers moet een nieuwe gebruiks- en exploitatieovereenkomst opgemaakt worden.
Zitting van 19 oktober 2020
TIJDELIJKE POLITIEVERORDENING OP HET WEGVERKEER. GOEDKEURING MAATREGELEN I.V.M. ORGANISATIE VAN DE ALTERNATIEVE HEKSENTOCHT VAN 31 OKTOBER 2020 TOT 8 NOVEMBER 2020.
Voorgeschiedenis
Feiten en context
Juridische gronden
Argumentatie
Deze organisatie brengt, behoudens onvoorziene omstandigheden, de openbare veiligheid niet in gevaar.
Bijlagen
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Het college verleent toestemming aan het samenwerkingsverband van Leefdaalse verenigingen voor de organisatie van de alternatieve Heksentocht van zaterdag 31 oktober 2020 tot zondag 8 november 2020.
Artikel 2:
De organisator moet de deelnemers inlichten van het feit dat zij de wegcode en de geldende coronamaatregelen (groepsgrootte...) strikt moeten volgen.
Artikel 3:
Het college geeft toelating voor het aanbrengen van pijlen, bewegwijzering en QR-codes, indien zij geplaatst worden op eigen steun en geen hinder veroorzaken met de bestaande verkeerssignalisatie: de palen die straat/veldweg aanduiden, mogen hiervoor niet gebruikt worden.
De bewegwijzering en pijlen en QR-codes mogen worden aangebracht vanaf 28 oktober 2020 en moeten verwijderd worden voor 11 november 2020.
Artikel 4:
Het college geeft toestemming om op 2 plaatsen gebruik te maken van de gemeentelijke valven voor het ophangen van de QR-codes: aan de Boskee en aan de St.-Verona kapel.
De organisator zal de codes ten laatste op 28 oktober 2020 binnenbrengen op de technische dienst van de gemeente.
Artikel 5:
De organisator is zelf verantwoordelijk voor het opruimen en het meenemen van het overgebleven afval gerelateerd aan de activiteit. Zij zullen hiervoor regelmatig het parcours controleren.
Artikel 6:
De organisator dient er zich van bewust te zijn dat de openbare weg en private percelen tijdens het evenement ook gebruikt kunnen worden door anderen, zoals jagers in het buitengebied.
De gemeentelijke dienst omgeving informeert de verantwoordelijke(n) van de WBE ("de jagers") actief in Leefdaal over dit evenement.
Artikel 7:
Dit besluit wordt van kracht op zaterdag 31 oktober 2020 en het blijft van kracht tot en met zondag 8 november 2020.
Zitting van 19 oktober 2020
INNAME OPENBAAR DOMEIN. TOELATING VOOR HET OPSTELLEN VAN EEN TENT TER HOOGTE VAN RESTAURANT BERTEM BRUG IN DE KERKSTRAAT TE BERTEM.
Voorgeschiedenis
• Schriftelijke aanvraag op 2 oktober 2020 van Jan De Bie, handelend in naam van restaurant Bertem Brug, om voor de duur van de coronamaatregelen een tent te mogen opstellen in de Kerkstraat te Bertem ter hoogte van het restaurant in de Kerkstraat 2 te 3060 Bertem.
Feiten en context
• Aangezien door Corona de nodige afstand behouden moet worden, moeten klanten buiten wachten tot hen een plaats toegewezen wordt.
• Zij willen klanten niet in de kou en regen laten wachten, en plaatsten een tent van 4 op 4 meter.
• De tent staat op gesteld voor de ingang en komt niet op de rijbaan.
Juridische gronden
• Artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet
De gemeenteraad maakt de gemeentelijke politieverordeningen, met uitzondering van de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer bedoeld in artikel 130bis.
• Artikel 130bis van de Nieuwe Gemeentewet
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer.
• Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd door het KB van 16 maart 1968.
• KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
• MB van 11 oktober 1976 betreffende de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens.
• MB van 7 mei 1999 betreffende het signaleren van werken en verkeersbelemmeringen op de openbare weg.
• Algemeen politiereglement van Bertem aangenomen door de gemeenteraad op 20 maart 2018, inzonderheid hoofdstuk 3, afdeling 3 en 5.
Adviezen
• Advies van Bart Grobben, 1ste Hoofdinspecteur Politiezone Voer en Dijle - Wijkverantwoordelijke Bertem op 13 oktober 2020.
Argumentatie
Deze inname van het openbaar domein brengt, behoudens onvoorziene omstandigheden, de openbare veiligheid niet in gevaar maar kan niet worden uitgevoerd zonder het treffen van speciale verkeersmaatregelen.
Besluit
eenparig
Artikel 1:
Aan aanvrager Jan De Bie, handelend voor restaurant Bertem Brug, wordt toelating verleend om voor de duur van de coronamaatregelen gebruik te maken van het trottoir ter hoogte van de Kerkstraat 2 te 3060 Bertem om de opstelling van een tent van 4 meter op 4 meter mogelijk te maken.
Voor de veiligheid in het algemeen zal er een veilige oversteekplaats voor de voetgangers voorzien worden.
Artikel 2:
Voor de duur van deze vergunning zal er ter hoogte van de Kerkstraat nr. 3 parkeerverbod worden ingesteld over een afstand van 8 meter.
Artikel 3:
De weggebruikers zullen van deze regeling op de hoogte worden gebracht door middel van de verkeersborden:
• D1
• E1 xa + xb + onderbord (datum en uur)
• aanwijzingsbord "voetgangers hier oversteken"
• Dagslapers aan beide zijden van de tent,
voorgeschreven bij KB van 1 december 1975, gewijzigd door het KB van 27 april 1976 e.v. inzake het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
Zij zullen door de aanvrager geplaatst en onderhouden worden zoals bepaald in het MB van 7 mei 1999 betreffende het signaleren van werken en verkeersbelemmeringen op de openbare weg. Dit geldt evenzo voor de in dit MB vernoemde verlichtingstoestellen.
Het parkeerverbod moet minstens 48 uur voor aanvang geplaatst worden.
Artikel 4:
Dit besluit wordt van kracht op 20 oktober 2020 en het blijft van kracht voor de duur van de coronamaatregelen.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.