BESLUITENLIJST VAN HET COLLEGE BURGEMEESTER EN SCHEPENEN

 

Gemeente Bertem

 

Zitting van 30 oktober 2019

Van 14.40 uur tot 15.15 uur

 

Aanwezig:

Burgemeester:

Joël Vander Elst

Schepenen:

Marc Morris, Joery Verhoeven en Tom Philips

Algemeen directeur:

Dirk Stoffelen

 

Verontschuldigd:

Schepen:

Greet Goossens

 


Overzicht punten

Zitting van 30 oktober 2019

 

ZITTINGEN CBS. GOEDKEURING NOTULEN VORIGE ZITTING.

 

Juridische grond

  • Artikel 50 van het decreet lokaal bestuur
    De notulen worden goedgekeurd op de eerstvolgende gewone vergadering van het college van burgemeester en schepenen.

 

 

Bijlagen

  • Notulen van de zitting van 21 oktober 2019.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de notulen van de zitting van 21 oktober 2019 goed.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 30 oktober 2019

 

TOEZICHT SCHOLEN. AANLEG WERVINGSRESERVE DEELTIJDS CONTRACTUEEL TECHNISCH ASSISTENT TOEZICHT SCHOLEN.

 

Feiten en context

  • In de GBS Bertem zijn nog steeds niet alle uren voor toezicht ingevuld.
  • De tweede persoon op de wervingsreserve van deeltijds contractueel technisch assistent toezicht heeft meegedeeld dat ze wenst geschrapt te worden uit de wervingsreserve.
  • Hierdoor is de eerder aangelegde wervingsreserve van deeltijds contractueel technisch assistent toezicht scholen uitgeput.

 

Juridische gronden

  • Artikel 56, §3, 2° van het decreet lokaal bestuur

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de aanstelling en het ontslag van personeelsleden.

  • Hoofdstuk II en III van titel 2 van de rechtspositieregeling voor het personeel, goedgekeurd door de gemeenteraad op 28 oktober 2008 en laatst gewijzigd op 27 juni 2017
    Deze hoofdstukken handelen over de aanwervings- en selectieprocedure.

 

Argumentatie

In de GBS Bertem zijn nog steeds 14,25 uren toezicht niet ingevuld. Ook in geval van ziekte of dringende afwezigheden van onze technisch assistenten toezicht scholen zijn er geen personen meer beschikbaar in de wervingsreserve, die zouden kunnen ingeschakeld worden om hen te vervangen.

 

Met het oog op het verzekeren van een vlot en veilig verloop bij het toezicht van de kinderen in onze gemeentescholen is het noodzakelijk om een wervingsreserve aan te leggen voor de functie van deeltijds contractueel technisch assistent toezicht scholen. Hiervoor dient een externe bekendmaking van de vacature met een oproep tot kandidaten gepubliceerd te worden.

 

Financiële gevolgen

De kredieten zullen via budgetwijzigingen voorzien worden op registratiesleutel 1419/1/1/1/1/61430000/0110.

 

 

Bijlagen

  • Ontwerptekst voor de externe bekendmaking.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Een wervingsreserve wordt aangelegd voor deeltijds contractueel technisch assistent toezicht scholen op niveau D1-D3, geldig voor één jaar.

 

Artikel 2:

Een externe bekendmaking wordt gepubliceerd in Rondom Leuven en Rondom Oostrand, op de VDAB-website, op de gemeentelijke website, op de websites van de scholen, in de gemeentelijke e-nieuwsbrief, in de e-nieuwsbrieven van de scholen, op intranet en op de infoborden van de gemeente Bertem.

 

Artikel 3:

De bijgevoegde ontwerptekst voor de externe bekendmaking wordt goedgekeurd.

 

Artikel 4:

De kandidaturen kunnen ingediend worden tot uiterlijk 27 november 2019.

 

Artikel 5:

Het examenprogramma wordt als volgt vastgesteld:

  • competentieproef: 60 punten
  • mondelinge proef: 40 punten.

 

Artikel 6:

De selectieprocedure wordt uitgevoerd in eigen beheer.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 30 oktober 2019

 

HUREN KERSTVERLICHTING 2019-2022. GOEDKEURING GUNNING.

 

Voorgeschiedenis

  • In het kader van de opdracht “Huren (plaatsen, demonteren, opslaan en onderhoud) van kerstverlichting 2019-2022” werd een bestek met nr. T817/446 opgesteld door de dienst openbare werken.
  • Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 16 september 2019 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
  • Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 16 september 2019 om de plaatsingsprocedure te starten en volgende ondernemers uit te nodigen om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure:
    • Balipro, Ed. Bénéslaan 199 - B.5 te 1080 Brussel;
    • Ilvris, Moorsledestraat 100 te 1020 Brussel;
    • LYSEN BVBA, Boudewijnlaan 5C te 2243 Pulle;
    • NIAGARA BVBA, Oeyvaersbosch 20-22 te 2630 Aartselaar;
    • EWAL BVBA, Tortelstraat 20 te 2400 Mol;
    • BLACHERE ILLUMINATION BELGIQUE SA, Rue Du Fond Des Fourches 41 te 4041 Vottem.

 

Feiten en context

  • Deze opdracht is als volgt opgedeeld:
    • Basisopdracht (Huren (plaatsen, demonteren, opslaan en onderhoud) van kerstverlichting 2019-2022), raming: 4620 euro excl. btw of 5590,20 euro incl. 21% btw;
    • Verlenging 1 (Huren (plaatsen, demonteren, opslaan en onderhoud) van kerstverlichting 2019-2022), raming: 4620 euro excl. btw of 5590,20 euro incl. 21% btw;
    • Verlenging 2 (Huren (plaatsen, demonteren, opslaan en onderhoud) van kerstverlichting 2019-2022), raming: 4620 euro excl. btw of 5590,20 euro incl. 21% btw;
    • Verlenging 3 (Huren (plaatsen, demonteren, opslaan en onderhoud) van kerstverlichting 2019-2022), raming: 4620 euro excl. btw of 5590,20 euro incl. 21% btw.
  • De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 18 480 euro excl. btw of 22 360,80 euro incl. 21% btw.
  • De offertes dienden het bestuur ten laatste op 15 oktober 2019 om 11.00 uur te bereiken.
  • Er werden 3 offertes ontvangen:
    • Ilvris, Moorsledestraat 100 te 1020 Brussel (9562,47 euro excl. btw of 11 570,59 euro incl. 21% btw);
    • BLACHERE ILLUMINATION BELGIQUE SA, Rue Du Fond Des Fourches 41 te 4041 Vottem (4731 euro excl. btw of 5724,51 euro incl. 21% btw);
    • NIAGARA BVBA, Oeyvaersbosch 20-22 te 2630 Aartselaar (4995 euro excl. btw of 6043,95 euro incl. 21% btw).
  • De dienst openbare werken stelde op 28 oktober 2019 het verslag van nazicht van de offertes op.

 

Juridische gronden

  • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
  • Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
  • De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies.
  • De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 144 000 euro niet).
  • Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, meer bepaald artikel 90, 1°.
  • Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
  • Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
  • Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Adviezen

  • De financieel directeur verleende een visum op 28 oktober 2019.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Uitgave

601025500/200

1419/001/001/001/001

€ 140 000

€ 31 777,74

€ 6043,95 / jaar

 

 

Bijlagen

  • Verslag van nazicht van de offertes

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Goedkeuring wordt verleend aan het verslag van nazicht van de offertes van 28 oktober 2019, opgesteld door de dienst openbare werken.

 

Artikel 2:

Het verslag van nazicht van de offertes in bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.

 

Artikel 3:

De basisopdracht wordt gegund aan de economisch meest voordelige bieder (rekening houdend met de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde NIAGARA BVBA, Oeyvaersbosch 20-22 te 2630 Aartselaar, tegen het nagerekende inschrijvingsbedrag van 4995 euro excl. btw of 6043,95 euro incl. 21% btw. De verlengingen worden gegund tegen dezelfde voorwaarden als de basisopdracht.

 

Artikel 4:

De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. T817/446.

 

Artikel 5:

De betaling zal gebeuren met het krediet ingeschreven in het exploitatiebudget van 2019, op budgetcode 0200/60102500.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 30 oktober 2019

 

INKOMENDE FACTUREN. GOEDKEURING FACTUREN.

 

Juridische gronden

  • Artikel 56, §3, 3° van het decreet lokaal bestuur

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.

  • Besluit van de gemeentesecretaris van 15 december 2016 over de aankoopprocessen.

Dit besluit legt de bestelprocedures vast conform de wet op de overheidsopdrachten.

 

 

Bijlagen

  • Overzichtslijst facturen.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de facturen goed van nr. 2019/03320 tot en met nr. 2019/03489 voor een totaal bedrag van 380 176,69 euro.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 30 oktober 2019

 

COLLECTEN. GOEDKEURING COLLECTE DAMIAANACTIE 2020.

 

Voorgeschiedenis

  • Brief van Damiaanactie, ontvangen op 24 oktober 2019: aanvraag toelating huis-aan-huiscollecte.

 

Feiten en context

  • Damiaanactie strijdt tegen armoedeziektes zoals lepra en tuberculose. Om deze actie bekend te maken en geld in te zamelen, houdt Damiaanactie jaarlijks een collecte. In het weekend van 24, 25 en 26 januari 2020 zullen zij stiften verkopen.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college beslist om Damiaanactie toelating te geven om een collecte te organiseren in het weekend van 24, 25 en 26 januari 2020.

 

Artikel 2:

Het college geeft toelating om 8 affiches op te hangen om de actie aan te kondigen en er zal een artikel over de campagne van 2020 worden opgenomen in de gemeentelijke nieuwsbrief en op de website.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 30 oktober 2019

 

JEUGD. BESPREKING STUDEERPLEKKEN IN BERTEM.

 

Motivering

Jolien Willockx van Chiro Bertem doet in haar e-mail van 16 oktober 2019 een voorstel om studeerplekken te organiseren voor Bertemse studenten. Op deze locaties zou er een aangename sfeer moeten hangen voor de studenten. Enkele elementen die zouden helpen: een bar (drank+eten), wifi, aangename temperatuur, ruimte om te pauzeren (activiteiten, zetels...). Deze studeermomenten zouden doorgaan tijdens de kerstvakantie, januari, juni en juli. Volgens Jolien Willockx zou de jeugdraad wel willen helpen maar aangezien de meesten zelf examens hebben, is het nogal moeilijk.

 

De dienst vrije tijd heeft het voorstel bekeken en een aantal bedenkingen. Op zich zijn de studeerplekken aan te moedigen wanneer ze echt dienen als studeerplekken. De voorstellen van bar met eten/drank en ontspanningsruimte met zetels en activiteiten geven eerder de indruk van een leuke tijd doorbrengen met elkaar dan het studeren zelf. Drank en eten kan elke student zelf meebrengen en ontspanning kan elk individueel opzoeken na het studeren. Qua locatie zijn gemeentelijke zalen of plaatsen niet zo geschikt omdat er toch voldoende toezicht moet zijn en dit vermoedelijk extra personeelsinzet vraagt.

 

De dienst vrije tijd heeft er weet van dat er nu al af en toe gestudeerd wordt in de Chirolokalen. De dienst stelt voor om dit te behouden en elke Chiro de vrijheid te laten om een studeerplek te organiseren in de eigen lokalen. Elke Chiro beschikt al over een ontspanningsruimte of polyvalente zaal met keuken en kan zelf een drankje of versnapering verkopen. De verwarming kan eventueel geprogrammeerd worden door de facilitaire dienst zodat het er warm is tijdens de studeermomenten.

 

Bespreking

Het college gaat ermee akkoord dat elke Chiro een studeerplek organiseert in de eigen lokalen. Aan de dienst vrije tijd wordt gevraagd om te bekijken op welke wijze een symbolische ondersteuning van deze studenten kan gebeuren ter bevordering van een 'gezonde geest in een gezond lichaam'.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 30 oktober 2019

 

RECHT VAN VOORKOOP. VOORKOOPRECHT WONING WEYGENSTRAAT 10B TE 3060 BERTEM.

 

Feiten en context

  • Notariskantoor Stéphane Van den Bossche & Laurent de Vuyst, geassocieerde notarissen heeft een recht van voorkoop aangeboden voor de woning Weygenstraat 10B te 3060 Bertem, afdeling 1 sectie A nummer 589d2 met als dossiernummer 112189.

 

Juridische gronden

  • Artikel 85, §1, tweede lid van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse wooncode
    Het Vlaams Woningfonds, Vlabinvest apb, de sociale huisvestingsmaatschappijen binnen hun werkgebied, en de gemeenten op hun grondgebied, krijgen een recht van voorkoop op:
    1° een woning die opgenomen is in het leegstandsregister, vermeld in artikel 2.2.6 van het decreet Grond- en Pandenbeleid, in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, vermeld in artikel 25, § 1, van het Heffingsdecreet, of in de inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, vermeld in artikel 26, § 1, van het Heffingsdecreet;
    2° de woning, bedoeld in artikel 19, die niet werd gesloopt binnen de door de Vlaamse regering bepaalde termijn;
    3° een perceel, bestemd voor woningbouw, dat gelegen is in een door de Vlaamse regering te bepalen bijzonder gebied.
  • Artikel 28 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 oktober 1998 over de erkenning van een aantal gebieden als bijzonder gebied.
    De volgende gebieden worden als bijzonder gebied in de zin van artikel 85, §1, tweede lid, 3°, van de Vlaamse Wooncode, beschouwd:
    De woonvernieuwings- en woningbouwgebieden in de volgende 26 gemeenten: (...), Bertem, (...).
  • Decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten
    Dit decreet bepaalt o.m. de werking van het e-voorkooprecht. Tevens bevat het de regels over de Vlaamse voorkooprechten en de procedure die moet gevolgd bij verkoop van een perceel dat in aanmerking komt voor voorkooprecht.

 

 

Bijlagen

  • voorkooprecht Weygenstraat 10B INBRTM191937

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college van burgemeester en schepenen wenst zijn voorkooprecht voor de woning Weygenstraat 10B te 3060 Bertem, afdeling 1 sectie A nummer 589d2, niet uit te oefenen.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 30 oktober 2019

 

OMGEVINGSVERGUNNING NIJVELSEBAAN 23. AANVRAAG ANUSCHKA CABIE VOOR HET BOUWEN VAN EEN TUINBERGING IN NIJVELSEBAAN 23 TE 3060 KORBEEK-DIJLE, SECTIE B NR 69P2.

 

VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR

 

Voorgeschiedenis

         Op 6 juni 2019 heeft Anuschka Cabie een aanvraag ingediend voor het bouwen van een tuinberging in Nijvelsebaan 23 te 3060 Korbeek-Dijle, sectie B nr 69p2.

         Op 3 juli 2019 werd aanvullende informatie gevraagd. Deze werd ingediend op 11 augustus 2019.

         Op 10 september 2019 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.

 

Feiten en context

         Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg van de plaats, gebaseerd op de voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.

         Het goed is gelegen in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Meergezinswoningen', definitief goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 juni 2018.

         De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven gelegen in woongebied met landelijk karakter (eerste 50 m) en natuurgebied (achterste deel perceel).

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De woongebieden met landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven (artikel 6 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

         De bouwplaats is gelegen langsheen een gewestweg (Nijvelsebaan) en een gemeenteweg (Putstraat). De voorgevel van de bestaande woning is gelegen op de rooilijn van de Nijvelsebaan. Aan de zijde van de aanvraag wordt de Nijvelsebaan gekenmerkt door afwisselend open en halfopen bebouwing met meestal 2 bouwlagen en een zadeldak. De overzijde van de straat is onbebouwd agrarisch gebied voorzien van een houtkant tegen de rooilijn. De achtertuin komt uit op de Putstraat. Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.

         Het voorstel omvat de regularisatie van een bestaand bijgebouw op het perceel, met een diepte van 5,10 m en een breedte van 8,00 m, voorzien van een lessenaarsdak waarvan de kroonlijst varieert van 2,50 m tot 3,60 m. Het bijgebouw is gelegen tegen de achterste perceelsgrens van de woning Nijvelsebaan 25 en op 0,80 m van de perceelsgrens van woning Nijvelsebaan 27. Het bijgebouw krijgt de functie berging. De voorzijde van de berging ligt op 9,30 m van de achtergevel van de woning en op 24,70 m vanuit de as van de weg.

         Watertoets

De tuin is gelegen in mogelijk overstromingsgevoelig gebied.

Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

         Bestemming volgens de rioleringsinfrastructuur zoneringsplannen:

Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in het collectief te optimaliseren buitengebied.

 

Juridische gronden

         Koninklijk besluit van 28 december 1972

Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.

         Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven

Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.

         De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen

Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is van toepassing op de aanvraag.

         Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.

De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.

         Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.

         Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009

º         Artikel 1.1.4.

De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.

         De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.

Deze verordening is niet van toepassing op de aanvraag.

         Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

º         artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen

º         Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.

         De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014

De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst

         Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.

         Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 25 oktober 2016 betreffende het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.

 

Adviezen

         Openbaar onderzoek

Gezien de ligging van de aanvraag in de perceelsgrens werd het standpunt van de eigenaar van het aanpalende perceel gevraagd. Er werd geen bezwaar ingediend.

 

         Externe adviezen

         De aanvraag is gelegen langs een gewestweg. Op 11 september 2019 werd het advies van Agentschap Wegen en Verkeer gevraagd. Op 23 september 2019 werd volgend voorwaardelijk gunstig advies afgeleverd:

"De vergunning kan verleend worden onder de hiernavolgende bijzondere voorwaarden en de algemene voorwaarden:

BIJZONDERE VOORWAARDEN

1. Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N2530002 van 3.5 +65 tot 3.5 +75):

º         De rooilijn ligt op 9 meter volgens plan K 1286 053-05/ vigerende wegnormen.

º         De minimum bouwlijn valt samen met de rooilijn volgens plan K 1286 053-05/ vigerende wegnormen.

º         De juiste plaatsing van de constructie of de aard van de verbouwing aan de constructie kan het voorwerp uitmaken van aanvullende voorwaarden van de gemachtigde ambtenaar van het Agentschap R-O Vlaanderen.

º         Geen andere werken dan deze in de aanvraag vervat zullen aan dit gebouw worden uitgevoerd, het bouwen van een garage of carport.

º         Niets zal aan de rooilijn gelegen op 9 meter uit de bestaande as van de baan worden gewijzigd, zoals aangeduid op het rooilijnenplan K 1286 053-05 en aangeduid in rode kleur op bijgevoegde schets.

º         Derhalve mag de constructie geen uitstek maken op de lijn gelegen op 9 meter uit de bestaande as van de baan.

2. Toegang tot de gewestweg:

º         De huidige toegang tot het perceel, langs de gemeenteweg 'Putstraat', blijft behouden.

3. Reliëf van het perceel:

º         Het huidige reliëf van het perceel dient behouden te worden.

Besluit

Om deze redenen adviseert het Agentschap Wegen en Verkeer gunstig betreffende voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met de algemene en de bijzondere voorwaarden.

 

ALGEMENE VOORWAARDEN GEWESTWEG

1. Voorbouwsels, erkers, portalen, trappen en andere uitstekende delen in de zone van achteruitbouw zijn toegelaten op voorwaarde dat:

º         ze ten hoogste slechts met één vierde van de breedte van de zone van achteruitbouw voorbij het vlak van de voorgevel reiken en ze op een afstand van de aangrenzende eigendommen blijven, gelijk aan de grootte van de toegelaten uitsprong;

º         ze geen elementen bevatten die betrekking hebben op de structuur zelf van het gebouw, zoals hoofdleidingen voor gas, elektriciteit, water, trapkasten, enz…

2. Indien de bouwlijn samenvalt met de rooilijn mag op het vlak van de voorgevel geen voorbouw (uitsprong) komen, die de hieronder vermelde grenzen overschrijdt:

º         Verhoogde voetpaden (trottoirs) of bermen

Tot op 2,10 meter hoogte vanaf het trottoirniveau worden geen uitbouwsels geduld die meer dan 0,20 meter voorbij de rooilijn reiken.

Deuren en vensters mogen bij het openen niet buiten het gevelvlak komen. Boven 2,10 meter hoogte mag geen enkel uitbouwsel meer dan 1 meter voorbij de rooilijn en nooit verder dan tot op 0,50 meter van het verticaal vlak door de trottoirband reiken.

º         Niet verhoogde voetpaden en bermen

Tot op 5,50 meter hoogte, gemeten vanaf het voetpadniveau, zijn uitbouwsels enkel toegelaten voor zover ze niet meer dan 0,20 meter voorbij de rooilijn reiken en het gebouw ten minste 1 meter achteruit staat ten opzichte van de rand van de eigenlijke rijbaan. Boven 5,50 meter zijn uitbouwsels toegelaten voor zover ze niet reiken tot op 0,50 meter van het verticale vlak door de rand van de eigenlijke rijbaan.

3. Het eigendom wordt volgens de voorgeschreven rooilijn afgesloten.

Indien de afsluiting uit een lage muur bestaat, heeft deze muur een maximum hoogte van 0,75 meter, waarop al dan niet een hekwerk komt; de totale hoogte mag 2,25 meter niet overschrijden. Boven 1,50 meter moet de afsluiting meer open dan gesloten delen vertonen.

Indien de afsluiting uit een groene haag bestaat, wordt deze geplant op 0,50 meter achter de grens van het openbaar domein. De haag mag niet meer dan 1,50 meter stamhoogte hebben en moet jaarlijks vóór 15 april gesnoeid en tot deze hoogte teruggebracht worden.

De hekken mogen bij het openen niet over het wegdomein draaien.

De afsluitingen aan de wegkruisingen en wegaansluitingen mogen het uitzicht niet benemen boven 0,75 meter hoogte.

4. In de onder 2.o par. 1 en 2 genoemde afsluitingen worden inritten toegelaten die grotere hoogteafmetingen mogen hebben dan de in 2.o par. 1 en 2 vermelde. Deze inritten mogen in geen geval aangebracht worden tegenover de aanwezige bomen van de weg.

5. In de zone zoals die volgt uit de toepassing van de teruggelegde rooilijn en in de zone van achteruitbouw zoals die aangegeven is in de bijzondere voorwaarden, mogen geen ondergrondse constructies (zoals ondergrondse tanks, …) gemaakt worden. Het is verboden er gemene afsluitingen van meer dan 1,50 meter hoogte op te richten.

In de eerste 2 meter van de zone van achteruitbouw vanaf de grens van het gewestdomein of van de eventuele rooilijn zijn beplantingen toegelaten tot maximum 1,50 meter hoogte of 0,75 meter hoogte ter hoogte van de wegaansluitingen.

In het overige deel van de zone van achteruitbouw mogen de beplantingen niet hoger zijn dan bepaald in de gemeentelijke verordeningen.

6. Het peil der dorpels van de deuren, poorten of van het om het even welke toegang ten opzichte van het peil van het voetpad of de uiterste rand van de verharding, wordt aangegeven in de bijzondere voorwaarden. Indien dit peil niet gevolgd wordt, kan de eigenaar bij een eventuele wijziging van het lengteprofiel van de weg, geen aanspraak maken op enige vergoeding voor aanpassing van deuren, poorten en andere toegangen. Het peil van de dorpels dient boven de kruin van de weg gesitueerd te zijn.

7. Er mogen geen inritten voor voertuigen worden aangelegd tegenover bestaande bomen van de weg. De locatie van de toegangen, ramen en deuropeningen is steeds ondergeschikt aan de bestaande weginfrastructuur (incl. straatmeubilair, verhoogde inrichtingen, bushaltes, grachten, openbare verlichting, kasten nutsmaatschappijen, ...)

8. De afdekking van afsluitingsmuren moet zo ontworpen worden dat het daarop vallende water naar het privé-domein afvloeit.

9. De ontworpen werkzaamheden worden zo uitgevoerd dat ze de afwatering van de weg nooit hinderen.

10. Alle ingebruiknames en wijzigingen van het openbaar domein (zowel de tijdelijke als de permanente) vereisen een aparte vergunning van de wegbeheerder cfr. het besluit van de Vlaamse Regering van 29 maart 2002 betreffende het toekennen van vergunningen, het vaststellen en innen van retributies voor de privatieve inname van het openbaar domein van de wegen (en latere wijzigingen).

Onder tijdelijke wordt oa. verstaan werfbezetting zoals stellingen, containers, opslag van materialen, tijdelijke werftoegang, terrassen,…

Onder permanente wordt oa. verstaan inbuizingen, kopmuren, aanvullingen van het openbaar domein, afvoerleidingen voor afvalwater en hemelwater, …

11. De geldigheidsduur van onderhavig advies is beperkt tot twee jaar.

12. De goedgekeurde plannen, alsmede de vergunningen met de bijbehorende adviezen, moeten steeds op de bouwplaats voorhanden zijn en bij iedere vordering van de bevoegde ambtenaren voorgelegd kunnen worden.

13. Dit adviesformulier beperkt zich tot de voorschriften betreffende de rooilijn, de bouwvrije zone en de zone van achteruitbouw. Het ontheft de belanghebbende niet zich te richten naar de overige regelgeving.

14. Indien de publiciteit en uithangborden geen deel uitmaakt van deze aanvraag, dienen zij het voorwerp uit te maken van een afzonderlijke aanvraag.

15. Reliëfwijzigingen

º         De aanvullingen dienen te gebeuren met niet vervuilde aanvulgrond. Uitgezonderd voor toegangen, zijn aanvullingen met steenpuin verboden.

º         Ingeval het buitentalud van de gracht verhoogd wordt, dient dit talud afgedekt te worden met minimum 30 cm teelaarde en ingezaaid te worden.

Na de werken dient de gracht over de volledige breedte van het aangrenzende perceel gezuiverd te worden van aanvullingsgrond.

16. Slopen

º         De afbraakwerken mogen geen aanleiding geven tot schade aan het openbaar domein. De wegaanhorigheden, die beschadigd worden, dienen door de vergunninghouder in hun oorspronkelijke toestand hersteld te worden. De verkrijger dient de wegbeheerder minimum 10 dagen vóór de aanvang der sloopwerken schriftelijk in kennis te stellen van eventuele gebreken aan het gewestdomein. Zo hij dit nalaat, wordt er verondersteld dat het gewestdomein zich in perfecte staat bevindt.

º         Alle ondergrondse constructies voor de rooilijn worden volledig verwijderd. In de zone van achteruitbouw moeten alle constructies worden afgebroken tot op minimum 1 meter onder het peil van het aanpalend openbaar domein. In dat geval zullen in de resterende keldervloeren gaten gemaakt worden van 0,50 meter x 0,50 meter per 4 m2 oppervlakte.

º         De overbodige aansluitingen naar de rioleringen worden gedicht ter hoogte van de grens van het openbaar domein.

º         De sloopwerken moeten uitgevoerd worden zonder belemmering noch onderbreking van het verkeer, tenzij anders bepaald in de bijzondere voorwaarden.

º         De aanvullingen dienen te gebeuren met niet vervuilde aanvulgrond en verdicht te worden bij lagen van 30 cm. Steenpuin als aanvullingsmateriaal is verboden.

º         De aanvulling voor de rooilijn dient afgedekt te worden met teelaarde op een dikte van 30 cm.

17. Publiciteit:

º         Bij het plaatsen van publiciteit reclame en uithangborden op afzonderlijke constructies in de zone van achteruitbouw is het volgende van toepassing: de totale oppervlakte van de constructie, met inbegrip van de borden (éénzijdig), van één vestiging wordt beperkt tot 5 m². De totale hoogte van de constructie (bord inbegrepen) wordt beperkt tot 4 meter. De afstand naar de perceelgrens tussen de private eigendommen moet minstens 1,5 maal de totale hoogte van de constructie bedragen het bord en de dragende constructie mogen geen hinder betekenen voor de zichtbaarheid op het verkeer van de gewestweg t.h.v. de kruispunten en/of private uitritten. Het bord noch de constructie mogen verder reiken dan de rooilijn.

º         Omwille van de verkeersveiligheid is het verboden inrichtingen aan te brengen die de bestuurders verblinden of misleiden, die - geheel of gedeeltelijk - verkeerstekens voorstellen of nabootsen, die van op enige afstand met deze tekens verward kunnen worden of die op enige andere wijze de doelmatigheid van reglementaire tekens aantasten. Inrichtingen die zich op minder dan 7 meter boven de grond bevinden binnen een afstand van 75 meter van verkeerslichten, mogen geen lichtweergevende of reflecterende rode, groene of oranje tint hebben.

º         Lichtgevende en verlichte publiciteit mag om veiligheidsredenen de aandacht van de automobilisten ’s nachts niet te veel afleiden. De cijfers en limietwaarden die in de meeste normen en reglementeringen voor de luminescentie van lichtgevende of verlichte publiciteit worden vermeld zijn dan ook grotendeels ingegeven om de lichtsignalisatie langs verkeerswegen niet te verstoren. VLAREM bepaalt dat, om lichthinder te voorkomen, lichtreclame in intensiteit de openbare verlichting niet mag overtreffen.

º         Vanaf een bepaald nachtelijk uur is het ‘rendement’ van verlichte publiciteit zeer klein gezien het beperkte aantal toeschouwers dat nog langskomt of voorbijrijdt. Een volledig doven van publiciteit na een bepaald uur (b.v. 22 u) is dan ook het aangewezen middel om de lichtvervuiling te beperken.

º         Om lichtvervuiling te bestrijden en uit veiligheidsoogpunt dient de luminescentie van lichtgevende en verlichte publiciteitsborden beperkt te worden tot volgende waarden:Oppervlakte van het lichtgevend vlak:<= 0,5 m² (max. luminescentie 500 cd/m²)> 0,5 m² en < 10m² (max. luminescentie 400 cd/m²)> 10 m² (max. luminescentie 300 cd/m²)

Bovenvermelde waarden gelden voor elke plaats op het voetpad of aan de rand van de weg op een hoogte van 1,60 meter (d.w.z. voetpad aan dezelfde zijde van de weg als het publiciteitsbord of aan de overzijde van de weg) en voor elke plaats in een vensteropening van een woning.

De vermelde luminescentiewaarden hebben betrekking op metingen uitgevoerd met een gekalibreerde luminescentiemeter, die nauwkeurig aan de  ooggevoeligheidskromme is aangepast (norm CIE 698). Voor elke meting moet de openingshoek aangepast worden naargelang het te meten detail van het reclamebord.

º         Indien een publiciteitsbord verlicht wordt met een gerichte lichtbron (projector, spot) dan moet deze lichtbron het publiciteitsbord beschijnen van boven naar onder; de lichtbron mag alleen het oppervlak van het publiciteitsbord verlichten, m.a.w.: er mag geen rechtstreekse opwaartse, zijwaartse, achterwaartse of neerwaartse (onder het publiciteitsbord) uitstraling zijn door de lichtbron.

º         De vergunninghouder is zowel tegenover het Vlaams Gewest als tegenover derden aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van het plaatsen, het gebrek aan onderhoud of het bestaan van de vergunde borden.
 

         De aanvraag is gelegen in beschermingszone 2. Op 11 september 2019 werd het advies van De Watergroep gevraagd. Op 23 september 2019 werd volgend voorwaardelijk gunstig advies afgeleverd:

"Ter bescherming van de waterwinning geeft De Watergroep een gunstig advies op deze aanvraag indien aan volgende voorwaarden voldaan wordt:

º         Boringen, ontgrondingen en graafwerken van 2,5 meter onder het bestaande maaiveld (uitgezonderd peilputten) is verboden.

º         Bronbemaling voor de verwezenlijking van bouwkundige werken is verboden indien het zich dieper bevindt dan 2,5 meter onder het bestaande maaiveld.

º         Infiltratie van hemelwater en/of afvalwater is verboden binnen de beschermingszone II van een waterwinning. Het af te voeren water dient, eventueel vertraagd, afgevoerd te worden naar de openbare riolering.

º         De aanleg van koude-warmtepompen binnen de beschermingszone II van een waterwinning kan eveneens niet toegelaten worden.

º         Er kunnen, nu of in de toekomst, geen activiteiten toegelaten worden die volgens het Grondwaterdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten, het Vlarem of een andere van toepassing zijnde wetgeving verboden zijn binnen de beschermingszone II van een waterwinning.

º         Alle afbraakmaterialen, afkomstig van de bestaande constructies, dienen conform de van toepassing zijnde wetgeving afgevoerd te worden.

º         Indien de voorziene werken grondverzet met zich meebrengen, dient er voldaan te worden aan de van toepassing zijnde voorschriften van het Vlarebo. Meer bepaald dient aangevoerde grond te voldoen aan de bepalingen van Bijlage V van het Vlarebo (grond voor vrij gebruik).

º         De nodige voorzorgsmaatregelen dienen genomen te worden tijdens de werken, teneinde elk risico op verontreiniging van bodem en/of grondwater te voorkomen. Hiertoe zullen eventuele gevaarlijke producten op de werf altijd opgeslagen worden in een waterdichte en lekvrije inkuiping. Bovendien dient het overgieten en/of vullen van recipiënten met de nodige omzichtigheid te gebeuren teneinde het morsen te voorkomen. Machines met enig verlies van olie of brandstof dienen onmiddellijk van de werf verwijderd te worden en boven een opvanglade geplaatst te worden.

º         Mochten er zich tijdens de werkzaamheden calamiteiten of verontreinigingen voordoen, dient De Watergroep hiervan onmiddellijk op de hoogte te worden gebracht (02/238 96 99 en op milieu@dewatergroep.be)."

 

Argumentatie

Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens artikel 4.3.1 van deze codex.

Functionele inpasbaarheid

Het bijgebouw bevindt zich binnen het landelijk woongebied, op voldoende afstand van het achterliggende natuurgebied. De functie berging voor de gevraagde oppervlakte (40,80 m²) past zich in in de woonomgeving.

Mobiliteitsimpact

Het gevraagde heeft geen impact op de mobiliteit.

Schaal

Het gevraagde past zich in in de schaal van de omgeving.

Ruimtegebruik en bouwdichtheid

Door de positie tegen de perceelsgrens blijft de tuinzone verder gevrijwaard voor bebouwing.

Visueel-vormelijke elementen

Het bijgebouw is voorzien van een houten gevelbekleding en is deels begroeid met klimop. 

Cultuurhistorische aspecten

Niet van toepassing op de aanvraag.

Reliëf

Niet van toepassing op de aanvraag.

Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Het gevraagde veroorzaakt geen hinder naar de aangrenzende percelen.

Conclusie

Het voorgestelde project is planologisch en stedenbouwkundig architecturaal verantwoord.

 

Advies en voorwaarden

De gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om de vergunning te verlenen onder volgende voorwaarden:

         De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van De Watergroep van 12 september 2019 moeten strikt worden nageleefd.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer van 23 september 2019 moeten strikt worden nageleefd.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.

 

Artikel 2:

Het college levert een vergunning af aan Anuschka Cabie voor het bouwen van tuinberging in Nijvelsebaan 23 3060 Korbeek-Dijle onder volgende voorwaarden:

         De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van De Watergroep van 12 september 2019 moeten strikt worden nageleefd.

         De voorwaarden opgelegd in het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer van 23 september 2019 moeten strikt worden nageleefd.
 

Artikel 3:

Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager, De Watergroep en het Agentschap Wegen en Verkeer.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 30 oktober 2019

 

TIJDELIJKE POLITIEVERORDENING OP HET WEGVERKEER. GOEDKEURING MAATREGELEN I.V.M. HET PLAATSEN VAN EEN KRAAN OP DE PARKING AAN DE TERVUURSESTEENWEG 113 TE 3060 BERTEM.

 

Voorgeschiedenis

         Schriftelijke aanvraag op 21 oktober 2019 van Marc Kunnen namens Alfa woonprojecten bvba, Luikersteenweg 50 te 3920 Lommel, om met het oog op het plaatsen van prefab keldermuren in de Sint-Franciscusberg te 3060 Bertem het openbaar domein in te nemen op de parking aan de Tervuursesteenweg ter hoogte van huisnummer 113 te 3060 Bertem, en verkeerssignalisatie te plaatsen van 12 november 2019 tot 14 november 2019 en van 22 november 2019 tot 24 november 2019.

 

Feiten en context

         De aannemer vraagt om een telescoopkraan te mogen plaatsen op de parking aan de Tervuursesteenweg 113 te 3060 Bertem, aangezien hij niet kan afstempelen in de Sint-Franciscusberg gezien het bovengronds netwerk.

         De werken duren maximaal 2 x2 dagen.

         De andere werken en leveringen kunnen gedaan worden vanaf de Sint-Franciscusberg.

         De inname op het achterste gedeelte van de parking zou 400 m² bedragen.

 

Juridische gronden

         Artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet.
De gemeenteraad maakt de gemeentelijke politieverordeningen, met uitzondering van de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer bedoeld in artikel 130bis.

         Artikel 130bis van de Nieuwe Gemeentewet.
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer.

         Algemeen politiereglement van Bertem aangenomen door de gemeenteraad op 20 maart 2018, hoofdstuk 3, inzonderheid afdeling 3 en 5.

         Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd door het KB van 16 maart 1968.

         KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

         MB van 11 oktober 1976 betreffende de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens.

         MB van 7 mei 1999 betreffende het signaleren van werken en verkeersbelemmeringen op de openbare weg.

         Raadsbesluit van 29 augustus 2016 over de retributie voor inname van het openbare domein bij werken.

 

Adviezen

         De wijkverantwoordelijke Bertem van de politiezone VODI gaf mondeling advies.

 

Argumentatie

Deze werken brengen, behoudens onvoorziene omstandigheden, de openbare veiligheid niet in gevaar, maar kunnen niet worden uitgevoerd zonder het treffen van speciale verkeersmaatregelen.

 

 

Bijlagen

         Situatieplan.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Aan de aanvrager wordt toelating verleend om met oog op het plaatsen van een telescoopkraan voor kelderwerken op de Sint-Franciscusberg het openbaar domein in te nemen op de parking aan de Tervuursesteenweg 113 te 3060 Bertem, een parkeerverbod in te stellen en verkeerssignalisatie te plaatsen van 12 november 2019 tot 14 november 2019 en van 22 november 2019 tot 24 november 2019.

 

Artikel 2:

Het parkeerverbod dient 24 uur voorafgaand aan de inname aangeduid te worden met verkeersborden E1 a en b met onderbord data en uren.

 

Artikel 3:

Op de parking moet steeds een vrije doorgang met een minimumbreedte van 3 meter gevrijwaard blijven.

 

Artikel 4:

De parking moet in oorspronkelijke staat blijven.

 

Artikel 5:

De aanvrager moet, vooraleer de werken te starten, ter plaatse nagaan of er geen hindernissen of beletsels zijn die de werken eventueel zouden kunnen verhinderen. Indien het geval is, mogen de werken NIET uitgevoerd worden en moeten zijn zo spoedig mogelijk contact opnemen met het gemeentebestuur van Bertem en de Politiezone Voer en Dijle.

 

Artikel 6:

Deze toelating ontslaat de verkrijger geenszins van het naleven van alle wettelijke bepalingen en voorschriften, zoals ondermeer M.B. 07/05/1999.

De uitvoerder van de werken is volledig aansprakelijk voor de door hem aangebrachte signalisatie en de daaruit voortvloeiende risico’s, hij verwijdert de signalisatie van de openbare weg van zodra de werkzaamheden zijn geëindigd.

 

Artikel 7:

Dit besluit wordt van kracht van 12 november 2019 tot 14 november 2019 en van 22 november 2019 tot 24 november 2019.