BESLUITENLIJST VAN HET COLLEGE BURGEMEESTER EN SCHEPENEN

 

Gemeente Bertem

 

Zitting van 8 juli 2019

Van 14.30 uur tot 15.30 uur

 

Aanwezig:

Burgemeester:

Joël Vander Elst

Schepenen:

Greet Goossens en Joery Verhoeven

Waarnemend algemeen directeur:

Joke Van Gansberghe

 

Verontschuldigd:

Schepenen:

Marc Morris en Tom Philips

Algemeen directeur:

Dirk Stoffelen

 


Overzicht punten

Zitting van 8 juli 2019

 

ZITTINGEN CBS. GOEDKEURING NOTULEN VORIGE ZITTING.

 

Juridische grond

  • Artikel 50 van het decreet lokaal bestuur
    De notulen worden goedgekeurd op de eerstvolgende gewone vergadering van het college van burgemeester en schepenen.

 

 

Bijlagen

  • Notulen van de zitting van 1 juli 2019.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de notulen van de zitting van 1 juli 2019 goed.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 8 juli 2019

 

BESTUURLIJK TOEZICHT KERKFABRIEKEN. KENNISNAME NOTULEN SINT-PIETERS-BANDEN VAN 18 JUNI 2019.

 

Motivering

  • Zitting van de kerkraad van de parochie Sint-Pieters-Banden Bertem op 18 juni 2019.
  • Artikel 57 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten
    Een afschrift van de notulen van de vergaderingen van de kerkraad wordt binnen een termijn van twintig dagen, die ingaat op de dag van de vergadering bezorgd aan het gemeentebestuur.

 

Mededeling

Het college neemt kennis van de notulen van de kerkraad van de parochie Sint-Pieters-Banden Bertem van 18 juni 2019.

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 8 juli 2019

 

PERSONEEL. GOEDKEURING INZET UITZENDKRACHT VOOR TIJDELIJKE VERSTERKING VAN DE DIENST GROEN.

 

Voorgeschiedenis

  • Directeursbesluit van 6 mei 2019 over de opstart van een pilootproject voor de vernieuwde organisatie van de dienst openbare werken.

 

Feiten en context

  • Het gemeentebestuur wenst tijdelijk de dienst openbare werken te versterken voor een periode van max. 3 maanden.
  • IGO kan voor deze periode geen kandidaten aanleveren.
  • Het gemeentebestuur wenst daarom een beroep te doen op een interimkantoor voor de tijdelijke versterking van de dienst openbare werken tijdens de verlof- en piekperioden (tot einde september).
  • De dienst HRM vroeg offertes op bij Tempo-Team, Randstad en Start People.
  • De dienst HRM ontving volgende offertes:
    • Tempo-Team:
      • medewerker groendienst: bruto-uurloon x coëfficiënt 2,02
    • Randstad:
      • voor arbeiders niveau D/E: bruto-uurloon x coëfficiënt 1,89
      • voor studenten: bruto-uurloon x coëfficiënt 1,25
    • Start People:
      • medewerker groendienst: bruto-uurloon x coëfficiënt tussen 1,73 en 1,89 (afhankelijk van de partner)
  • Vervoerskosten, netto voordelen, maaltijdcheques... (variërend per interimkantoor) worden apart doorgerekend.

 

Juridische gronden

  • Artikel 56, §3, 2° van het decreet lokaal bestuur
    Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de aanstelling en het ontslag van personeelsleden.
  • Artikel II.34 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018
    Als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, mag een bestuursdocument niet openbaar worden gemaakt.
  • Decreet van 27 april 2018 betreffende de uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen

 

Adviezen

  • Gunstig advies van Joke Van Gansberghe, afdelingshoofd interne zaken en waarnemend afdelingshoofd grondgebiedzaken.
  • Gunstig advies van de financieel directeur.

 

Argumentatie

Team groen doet momenteel een inhaalbeweging: zaken die jaren snel gedaan zijn, worden nu grondig aangepakt. Bovendien zijn/gaan veel medewerkers met verlof tijdens de maanden juli en augustus.

 

Er bestaat geen wervingsreserve waaruit het bestuur kan putten. Voor de opstart van een selectieprocedure in eigen beheer is het vrij laat. Daarom gaat het gemeentebestuur dringend op zoek naar 1 medewerker voor de groendienst via interim-opdracht voor de duur van max. 3 maanden.

 

Financiële gevolgen

De uitgave wordt geraamd op:

 

Profiel geschoolde arbeider met ervaring: op basis van D1 met 15 jaar anciënniteit:

((brutoloon * coëfficiënt) + kleine kosten) + 21% btw

((2282,98 * 2,02) + 50) + 978,94 = 5640,56 euro / maand

 

Profiel jobstudent: op basis van E1 met 0 jaar anciënniteit:

((brutoloon * coëfficiënt) + kleine kosten) + 21% btw

((1884,70 * 1,40) + 50) + 564,60 = 3253,19 euro / maand

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Om de dienst openbare werken tijdelijk te versterken tijdens de verlof- en piekperioden geeft het college toestemming om een beroep te doen op een tijdelijke voltijdse uitzendkracht in de graad van technisch assistent (D1-D3), voor de duur van max. 3 maanden.

 

Artikel 2:

De opdracht wordt gegund aan het interimkantoor dat het snelst het gewenst profiel kan aanleveren.

 

Artikel 3:

Het college delegeert, binnen het kader van dit besluit, de bevoegdheid tot ondertekening van de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid aan de algemeen directeur.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 8 juli 2019

 

DIENST OMGEVING. GOEDKEURING PRIJSVOORSTEL PROFLOW VOOR TIJDELIJKE ONDERSTEUNING DIENST OMGEVING.

 

Voorgeschiedenis

  • Collegebesluit van 17 december 2018 over de afname van ondersteuning bij Interleuven voor dossiers RO in het kader van een exclusiviteitscontract.
  • E-mail van 10 mei 2019 van Wouter Dernau namens ProFlow met prijsvoorstel voor de tijdelijke vervanging van deskundige ruimtelijke ordening bij ons bestuur.
  • Offerte van Mondea van 4 juli 2019 voor de tijdelijke vervanging van de omgevingsambtenaar

 

Feiten en context

  • Patrick Mommaerts, omgevingsambtenaar, is afwezig wegens ziekte sinds 13 november 2018.
  • Marleen Mesmans, administratief hoofdmedewerker (dossierbehandelaar omgeving), vervangt hem als waarnemend omgevingsambtenaar.
  • Het bestuur overweegt bijkomende inschakeling van een geschikte expert om de dienst omgeving te ondersteunen.

 

Juridische gronden

  • Besluit van de gemeenteraad van 2 april 2013 houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur
  • Artikel 9, §3 van het decreet van 25 april 2013 betreffende de omgevingsvergunning
    Als er geen gemeentelijke omgevingsambtenaar binnen de gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband beschikbaar is, oefent de gemeentesecretaris voor een periode van maximum 12 maanden de taken van de gemeentelijke omgevingsambtenaar uit of wijst hij een waarnemende gemeentelijke omgevingsambtenaar aan die de taken van de gemeentelijke omgevingsambtenaar uitoefent.
  • Artikel 56, §3, 4° en 5° van het decreet lokaal bestuur
    Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het voeren van de plaatsingsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten en voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht die past binnen het begrip 'dagelijks bestuur'.
  • Artikel II.34 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018
    Als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, mag een bestuursdocument niet openbaar gemaakt worden.

 

Adviezen

  • Gunstig advies van Joke Van Gansberghe, afdelingshoofd interne zaken en waarnemend afdelingshoofd grondgebiedzaken.
  • De financieel directeur verleende een visum op 5 juli 2019.

 

Argumentatie

De huidige omgevingsambtenaar, Patrick Mommaerts, is langdurig afwezig wegens ziekte. Momenteel neemt de administratief hoofdmedewerker (dossierbehandelaar omgeving), Marleen Mesmans, deze functie tijdelijk over als waarnemend omgevingsambtenaar. Bijkomend wordt de dienst omgeving 1 dag per week ondersteund door Interleuven.

Ondanks alle inspanningen van onze medewerkers wordt vastgesteld dat sommige deadlines niet gehaald worden of dat verkeerde adviezen worden gegeven.

Dit is enerzijds te wijten aan de aanhoudende onderbezettting van de dienst. Anderzijds legt de alsmaar toenemende complexiteit van de materie te hoge verwachtingen bij het kennisniveau van onze medewerkers.

 

Om deze situatie te remediëren, zijn volgende maatregelen nodig:

1) Uitbreiding van de ondersteuning naar 2 dagen per week door een externe medewerker die zowel dossiers kan voorbereiden/afwerken, als adviezen kan verlenen aan de burgers. De markt voor dergelijk profiel is momenteel bijzonder krap. Momenteel kan alleen ProFlow het gezochte profiel op korte termijn aanleveren (zie bijgevoegde offerte + profiel).

 

Interleuven kan op korte termijn geen ruimere ondersteuning bieden.

 

Mon-dea heeft op dit moment geen gepaste profielen. Enkel volgende zijn beschikbaar:

  • Junior starter in een trainee traject zonder ervaring
  • Ervaren interim manager technische dienst
  • Planoloog.

Mon-dea kan op korte termijn de interim manager aanbieden maar slechts 1,25 dagen per week. De begeleiding van de opdracht door een Mon-dea partner wordt boven de effectieve inzet van een omgevingsambtenaar aangerekend.

 

ProFlow kan vanaf augustus starten. Gezien de verlofperiode is dit zeer aangewezen.

Op voorstel van de dienst HRM zal vanaf september de ondersteuning door Interleuven worden stopgezet.

 

2) Per 1 september 2019 wordt Marleen Mesmans ontlast van de uitoefening van de functie van waarnemend omgevingsambtenaar en zal de algemeen directeur deze functie uitoefenen, tenzij de omgevingsambtenaar zijn werk hervat. Dit komt tevens tegemoet aan de meerkost van externe ondersteuning.

 

3) Vanaf 1 september 2019 wordt de bespreking van dossiers stedenbouw (verkavelingen, bouw...) met burgers en architecten verzorgd door de externe medewerker, de huidige omgevingsambtenaar (bij terugkeer) of het afdelingshoofd (indien laatstgenoemde over de juiste competenties inzake ruimtelijke ordening beschikt en in dienst is).

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde uitgave

61320200/0130

€ 35 000

€ 12 716,16

€ 127,05/uur

 

 

Bijlagen

  • 2019_132_offerte ProFlow
  • Offerte Mon-dea

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt het bijgevoegde prijsvoorstel van ProFlow goed.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 8 juli 2019

 

CONTRACTEN. GOEDKEURING BESTELBONS.

 

Juridische gronden

  • Artikel 56, §3, 3° van het decreet lokaal bestuur

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.

  • Besluit van de gemeentesecretaris van 15 december 2016 over de aankoopprocessen.
    Dit besluit legt de bestelprocedures vast conform de wet op de overheidsopdrachten.

 

Adviezen

  • De overzichtslijst van de bestelbons werd bezorgd aan de leden van het managementteam. Gunstig advies.

 

 

Bijlagen

  • Overzichtslijst van de bestelbons.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de volgende bestelbons goed: nr. 2019/00477 en nr. 2019/00484 voor een totaal bedrag van 10 605,06 euro.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 8 juli 2019

 

INKOMENDE FACTUREN. GOEDKEURING FACTUREN.

 

Juridische gronden

  • Artikel 56, §3, 3° van het decreet lokaal bestuur

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.

  • Besluit van de gemeentesecretaris van 15 december 2016 over de aankoopprocessen.

Dit besluit legt de bestelprocedures vast conform de wet op de overheidsopdrachten.

 

 

Bijlagen

  • Overzichtslijst facturen.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de facturen goed van nr. 2019/01961 tot en met nr. 2019/02072 voor een totaal bedrag van 151 969,45 euro.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 8 juli 2019

 

VERBOUWING ZONE TECHNISCHE DIENST GEMEENTEHUIS NAAR EEN ONTHAALZONE MET KANTOREN EN SPREEKRUIMTES. GOEDKEURING TERMIJNSVERLENGING INDIENING OFFERTES.

 

Voorgeschiedenis

  • Gemeenteraadsbesluit van 25 juni 2019 waarbij de lastvoorwaarden, raming en gunningswijze van de opdracht FA 861.11/437 werden goedgekeurd voor de verbouwing van een deel van het gemeentehuis. De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 167 400 euro excl. btw of 202 554 euro incl. 21% btw. Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
  • Telefonische melding van verschillende potentiële uitvoerders dat ze geen kwalitatieve offerte kunnen indienen binnen de gestelde termijn.

 

Feiten en context

  • In het kader van de opdracht “Verbouwing onthaalzone gemeentehuis” werd op 27 mei 2019 een bestek met nr. FA861.11/437 opgesteld door de dienst facilitair beheer. Het bestek blijft ongewijzigd.
  • Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking. De gunningswijze blijft onveranderd.
  • Er wordt een termijnsverlenging voorgesteld voor het indienen van de offertes tot 12 augustus om 14 uur.

 

Juridische gronden

  • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
  • Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
  • De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies.
  • De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 41, §1, 2° (de geraamde waarde excl. btw overschrijdt de drempel van 750 000 euro niet).
  • Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren.
  • Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad, en artikel 269, betreffende dwingende en onvoorziene omstandigheden.
  • Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
  • Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Argumentatie

De gemeente Bertem wenst het deel waar de administratie van de technische dienst gevestigd is te vernieuwen en te verbouwen naar een onthaalzone met spreek- en kantoorruimtes. De indieningstermijn werd vastgelegd op 22 kalenderdagen en de offertes moeten het bestuur uiterlijk op 19 juli 2019 bereiken. De indieningsdatum valt echter in het bouwverlof, wat het onmogelijk maakt voor indieners om een voldoende onderbouwde offerte in te dienen voor deze datum.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

De termijn voor het indienen van de offertes voor de opdracht “Verbouwing onthaalzone gemeentehuis” wordt verlengd. De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 12 augustus 2019 om 14 uur.

 

Artikel 2:

De aankondiging van de opdracht en de termijnsverlenging worden aangepast en bekendgemaakt op nationaal niveau.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 8 juli 2019

 

EROSIECOÖRDINATOR. VERLENGING CONTRACT VIA EEN IN-HOUSE OPDRACHT.

 

Voorgeschiedenis

  • Collegebesluit van 14 april 2014 waarbij de opdracht van de erosiecoördinator voor Bertem en Huldenberg wordt gegund aan IGO voor 3 jaar.
  • Collegebesluit van 9 oktober 2017 waarbij IGO wordt aangesteld als erosiecoördinator voor 2018 via het principe van in-house-toezicht.

 

Feiten en context

  • Op basis van art. 30 van de wet op de overheidsopdrachten van 17 juni 2016 hoeft geen nieuwe overheidsopdracht uitgeschreven te worden maar kan IGO verder aangesteld worden als erosiecoördinator op basis van het principe van 'in-house-toezicht'.
  • Er werd een overeenkomst met IGO en een afsprakennota met GOP (Afdeling Gebiedsontwikkeling, omgevingsplanning en -projecten Vlaamse Overheid) opgesteld. Doordat de subsidiërende overheid van naam is veranderd en onze erosiecoördinator is gewijzigd, worden de overeenkomst en afsprakennota opnieuw goedgekeurd.
  • De eenheidsprijs voor het jaar 2019-2020 bedraagt 75 euro/uur excl. btw of 90,75 euro/uur incl. 21% btw (wordt geïndexeerd op 1 januari).
  • De tijdsbesteding van 50 uur/kalenderjaar komt overeen met een budget van 4500 euro/jaar.

 

Juridische gronden

  • Artikel 30, §3 van de wet op de overheidsopdrachten van 17 juni 2016.

Een aanbestedende overheid die op een privaat- of publiekrechtelijke rechtspersoon geen controle uitoefent in de zin van paragraaf 1, kan een overheidsopdracht plaatsen bij die rechtspersoon zonder deze wet toe te passen, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

  • de aanbestedende overheid oefent, samen met andere aanbestedende overheden, op die rechtspersoon toezicht uit zoals op hun eigen diensten;
  • meer dan 80 % van de activiteiten van die rechtspersoon behelst de uitvoering van taken die hem zijn toegewezen door de controlerende aanbestedende overheden of door andere, door diezelfde aanbestedende overheden gecontroleerde rechtspersonen; en
  • er is geen directe participatie van privékapitaal in de gecontroleerde rechtspersoon, met uitzondering van geen controle of blokkerende macht opleverende vormen van participatie van privékapitaal, vereist krachtens de nationale wetgeving, in overeenstemming met de verdragen, die geen beslissende invloed uitoefenen op de gecontroleerde rechtspersoon.

IGO voldoet aan al deze voorwaarden.

  • Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
  • Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
  • Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

Adviezen

  • De financieel directeur verleende een visum op 28 juni 2019.

 

Argumentatie

De gemeente wenst voor het jaar 2019-2020 gebruik te maken van de diensten van IGO om een erosiecoördinator aan het werk te stellen om de modderoverlast in de gemeente te beperken.

IGO werkt met een forfaitair bedrag van 75 euro/uur excl. btw of 90,75 euro/uur incl. 21% btw. Om de kostprijs van de opdracht binnen de perken van het voorziene budget te houden, wordt het bestelbedrag beperkt tot 4500 euro/jaar incl. btw.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Beschikbaar

Geraamde uitgave

1419/001/001/001

0200-61320300

€ 2000/jaar

€ 2000/jaar

€ 4500/jaar

 

Het voorziene budget is gebaseerd op de reële uitgaven van de afgelopen jaren. Wanneer de uitgave op jaarbasis hoger blijkt wordt er budget verschoven. De maximale uitgave wordt geraamd op 4500 euro/jaar

 

 

Bijlagen

  • 2019_IGO_afsprakennota_BEM
  • 2019_IGO_overeenkomst erosiecoördinator_BEM

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Op basis van artikel 30 van de wet op de overheidsopdrachten van 17 juni 2016 wordt aan IGO de dienst van erosiecoördinator toegekend voor de periode 2019-2020 aan een uurtarief van 75 euro/uur excl. btw of 90,75 euro/uur incl. 21% btw met een maximum van 4500 euro/jaar incl. 21% btw.

 

Artikel 2:

De bijgevoegde samenwerkingsovereenkomst erosiecoördinator en de afsprakennota erosiecoödinator worden goedgekeurd.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 8 juli 2019

 

VERORDENING CONFORMITEITSATTEST. KENNISNAME GOEDKEURING VERORDENING VERPLICHTING CONFORMITEITSATTEST BIJ MINISTERIEEL BESLUIT.

 

Motivering

De gemeenteraad keurde in zitting van 26 maart 2019 de verordening verplichting conformiteitsattest goed. Deze verordening moest nog worden goedgekeurd door de Vlaamse minister van Wonen.

 

Mededeling

De verordening verplichting conformiteitsattest werd bij ministerieel besluit goedgekeurd op 24 juni 2019. Agentschap Wonen-Vlaanderen brengt de gemeente op de hoogte van de publicatie in het Belgische Staatsblad. In samenspraak met IGO wordt een plan van aanpak opgemaakt voor uitvoering van de verplichting van conformiteitsattesten.

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 8 juli 2019

 

ONROEREND ERFGOED. PRINCIPIËLE GOEDKEURING OPRICHTING INTERGEMEENTELIJKE ONROEREND ERFGOEDDIENST (IOED) VOOR OUD-HEVERLEE, BERTEM EN HULDENBERG.

 

Voorgeschiedenis

  • Burgemeestersoverleg november 2014 en februari 2015 rond onroerend erfgoed.
  • Collegebespreking van 7 april 2015 met akkoord voor een regionale samenwerking.
  • Collegebespreking van 16 januari 2017 met akkoord voor aanwerving van een deskundige voor regionale ondersteuning door Interleuven.
  • Gezamenlijk voorstel van Interleuven en Regionaal Landschap Dijleland van 21 maart 2019 tot oprichting van een nieuwe Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst (IOED).

 

Feiten en context

  • Het onroerend erfgoeddecreet van 12 juli 2013 geeft het lokaal bestuur de kans om een eigen erfgoedbeleid uit te stippelen. De gemeente Bertem gaf hiertoe in 2017 aan Interleuven de toestemming voor aanwerving van een deskundige onroerend erfgoed voor regionale ondersteuning. Dit in afwachting van de mogelijkheid tot oprichting van een intergemeentelijke onroerend erfgoeddienst (IOED).
  • Intussen werden in Vlaanderen al een 30-tal IOED's opgericht, en ontstaat in 2019 de kans om nieuwe IOED's op te richten.
  • Regionaal Landschap Dijleland en Interleuven hebben beide een onroerend-erfgoedwerking en besloten gezamenlijk een voorstel te doen voor de gemeenten Bertem, Oud-Heverlee en Huldenberg om samen een nieuwe IOED "Zuid-Dijleland" op te richten. Dit voorstel werd op 24 juni 2019 voorgesteld aan de betrokken gemeenten.
  • Regionaal Landschap Dijleland en Interleuven vragen aan de gemeenten een beslissing te nemen over de oprichting van IOED "Zuid-Dijleland" en een keuze te maken tussen de oprichting van een nieuwe projectvereniging onder de vleugels van Regionaal Landschap Dijleland (aangevuld met een samenwerkingsovereenkomst met Interleuven) dan wel deze nieuwe IOED onder te brengen onder de bestaande samenwerking met Interleuven.

 

Juridische gronden

  • Decreet lokaal bestuur
    Dit decreet regelt de intergemeentelijke samenwerking tussen twee of meer gemeenten en de mogelijke samenwerkingsvormen.
  • Het onroerend erfgoeddecreet van 12 juli 2013.

 

Argumentatie

In het arrondissement Leuven zijn er momenteel 13 gemeenten die nog geen deel uitmaken van een IOED. Een IOED moet uit minstens drie gemeenten bestaan die kunnen aantonen dat ze over een gemeenschappelijk erfgoedpakket beschikken.

1. Context

  • Regionaal Landschap Dijleland en Interleuven komen met een gezamelijk voorstel dat: Bertem, Oud-Heverlee en Huldenberg -als gemeenten gevormd in de Dijlevallei - samen een IOED zouden vormen.
  • In 2017 werd reeds door Interleuven onderzocht op welke wijze een eigen erfgoedbeleid voor de gemeente ondersteund kon worden. Omdat de opstart van een nieuwe IOED op dat moment niet aan de orde was, werd gekozen voor een deskundige binnen Interleuven. Deels gefinancierd door een jaarlijkse gemeentelijke bijdrage van 500 euro/jaar voor deelname aan het regionaal uitwisselingsplatform, deels door een projectmatige bijdrage o.b.v. de effectieve kostprijs (personeelskost aan Interleuven-uurtarieven o.b.v. het kosten- en expertisedelend principe). Met als uurtarieven 75 euro/uur en 85 euro/uur (indexaanpassing lonen zoals toepasselijk in de openbare sector, 2016). Deze financiële regeling zou worden herbekeken zodra een IOED-erkenning verkregen werd.
  • Een nieuwe IOED oprichten kan enkel om de twee jaar en in 2019 ontstaat opnieuw die mogelijkheid. Het aanvraagdossier voor de erkenning van een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst of IOED moet ingediend worden vóór 15 januari 2020.
  • Een IOED voorziet onder meer in tijds- en efficiëntiewinst bij vergunningsdossiers bouwkundig erfgoed, voor een proactieve kosteninschatting van archeologische opgravingen en voor efficiëntiewinst bij renovatiedossiers van beschermde monumenten.
  • Een erkende IOED maakt gedurende zes jaar aanspraak op een subsidie van 85 000 euro/jaar van het agentschap Onroerend Erfgoed, aangevuld met een variabel bedrag (afhankelijk van schaalgrootte van de gemeente en de werklast).
  • Deze subsidie kan enkel aangewend worden voor personeelskosten. Hiermee kan 1,5 VTE worden tewerkgesteld, verdeeld over de drie gemeenten.
  • Mits de afsluiting van een samenwerkingsovereenkomst bood de provincie Vlaams-Brabant van 2017 tot 2019 een jaarlijkse aanvullende werkingssubsidie aan van 10 000 euro/jaar. Voor 2020 is deze provinciale subsidie nog onzeker. Een eigen werkingsbudget dient dus nog opgebouwd te worden.
  • Daarnaast stellen Regionaal Landschap Dijleland en Interleuven voor dat de gemeenten die deel uitmaken van een IOED samen jaarlijks € 15 000 bijdragen, met als verdeelsleutel €2000 + €0,50/ha + €0,125/inwoner. Voor de gemeente Bertem komt dit neer op 4738 euro/jaar.
  • Om een succesvol subsidiedossier in te dienen, moeten de statuten van de projectvereniging goedgekeurd worden op de eerstvolgende gemeenteraad, alsook de aanstelling van 2 afgevaardigde bestuurders per gemeente. Daarnaast vraagt dit ook de opmaak van een omgevingsanalyse en geïntegreerd erfgoedbeleidsplan.
  • Bij erkenning van de IOED, zal de werking van start gaan in januari 2021.

 

2. Voorstel

Gebaseerd op bovenstaande stellen Regionaal Landschap Dijleland en Interleuven voor:

  • om over te gaan tot de de oprichting van een nieuwe Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst (IOED) voor de gemeenten Bertem, Oud-Heverlee en Huldenberg, genaamd IOED "Zuid-Dijleland"
  • om een beslissing te nemen over de oprichting een nieuwe projectvereniging onder de vleugels van Regionaal Landschap Dijleland (aangevuld met een samenwerkingsovereenkomst met Interleuven) dan wel deze nieuwe IOED onder te brengen onder de bestaande samenwerking met Interleuven.

 

Financiële gevolgen

  • Sinds 2017 een jaarlijkse bijdrage van 500 euro/jaar aangevuld met projectmatige bijdragen o.b.v. de effectieve kostprijs (personeelskost aan Interleuven-uurtarieven o.b.v. het kosten- en expertise-delend principe). Met als uurtarieven 75 euro/uur en 85 euro/uur.
  • Een jaarlijkse bijdrage aan de IOED van 4738 euro/jaar voor Bertem. Budget vrij te maken in het nog goed te keuren meerjarenplan 2020-2025.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord met de oprichting van een Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst (IOED), een intergemeentelijk samenwerkingsverband op initiatief van en ondersteund door het Regionaal Landschap Dijleland en Interleuven.

 

Artikel 2:

Voor deze nieuwe IOED zal een projectvereniging worden opgericht samen met de drie betrokken gemeenten (Oud-Heverlee, Bertem, Huldenberg) onder de vleugels van het Regionaal Landschap Dijleland, aangevuld met een samenwerkingsovereenkomst met Interleuven. En zal ten laatste op 15/01/2020 een erkenningsaanvraag ingediend worden bij het agentschap Onroerend Erfgoed.

 

Artikel 3:

Om een succesvol subsidiedossier in te dienen, moeten de statuten van de projectvereniging worden goedgekeurd op de eerstvolgende gemeenteraad, alsook de aanstelling van 2 afgevaardigde bestuurders per gemeente. Daarenboven zal ook een omgevingsanalyse en geïntegreerd erfgoedbeleidsplan opgemaakt moeten worden. De gemeente geeft bovengenoemde initiatiefnemers de opdracht om ook hiervoor het initiatief te nemen. De gemeente duidt een verantwoordelijke ambtenaar aan die dit proces vanuit de gemeente mee zal opvolgen en ondersteunen.

 

Artikel 4:

Bij erkenning van de IOED zal de werking van start gaan in januari 2021. De gemeente gaat akkoord met een jaarlijkse bijdrage aan de IOED; deze bedraagt €2000 + €0,50/ha + €0,125/inwoner, wat neerkomt op 4738 euro/jaar voor Bertem. Dit budget zal worden voorzien in het ontwerp van meerjarenplan 2020-2025.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 8 juli 2019

 

LEEGSTANDSREGISTER. KENNISNAME ACTUALISATIE 2018.

 

Motivering

         Artikel 2.2.6. van hoofdstuk 3 (monitoring) van het decreet grond- en pandenbeleid van 27 maart 2009

Dit artikel bepaalt dat gemeenten een register van leegstaande gebouwen en woningen kunnen bijhouden ('leegstandsregister'). Een gemeentelijke verordening kan nadere materiële en procedurele regelen bepalen.

Verder bepaalt dit artikel de voorwaarden waaronder een woning of gebouw kan worden geschrapt uit het leegstandsregister.

         Gemeenteraadsbesluit van 27 oktober 2017 voor opname en belasting leegstand.

Dit reglement bepaalt o.m. de procedure voor het beroep tegen de opname in het leegstandsregister en voor de schrapping uit het leegstandsregister.

 

Mededeling

 

         Volgende panden worden na ongegrond beroep, maar door een laattijdige behandeling van het beroep niet opgenomen in het leegstandsregister:

º         Blankaart 54

º         Bosstraat 8

º         Bosstraat 10

º         Heggestraat 10

º         Vossenstraat 20

º         Eikendreef 12

 

         Voor volgende panden werd geen beroep aangetekend. Zij worden aanvullend opgenomen in het leegstandsregister:

º         Blokkenstraat 34

º         Neerijse steenweg 8

º         Bosstraat 194

º         Dorpstraat 109

º         Grensstraat 14

º         Leuvenseweg 4

º         Nijvelsebaan 7

º         Ormendaal 11

º         Tervuursesteenweg 570

 

         Volgende panden worden na beroep niet opgenomen in het leegstandsregister:

º         Dorpstraat 249

º         Vernagelstraat 8

º         Mezenstraat 62

 

         Volgende panden worden geschrapt uit het leegstandsregister

º         Keistraat 4schrapping 20 februari 2017

º         Blankaart 52schrapping 24 oktober 2017

º         Fr. Dottermansstraat 4schrapping 19 maart 2018

º         Molenstraat 11schrapping 30 juli 2018

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 8 juli 2019

 

RECHT VAN VOORKOOP. VOORKOOPRECHT WONING BOSSTRAAT 72 TE 3060 BERTEM.

 

Feiten en context

  • Notariskantoor Coppieters en Goukens heeft een recht van voorkoop aangeboden voor de woning Bosstraat 72 te 3060 Bertem, afdeling 1 sectie A nummer 582s3 met als dossiernummer 106227

 

Juridische gronden

  • Artikel 85, §1, tweede lid van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse wooncode
    Het Vlaams Woningfonds, Vlabinvest apb, de sociale huisvestingsmaatschappijen binnen hun werkgebied, en de gemeenten op hun grondgebied, krijgen een recht van voorkoop op:
    1° een woning die opgenomen is in het leegstandsregister, vermeld in artikel 2.2.6 van het decreet Grond- en Pandenbeleid, in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, vermeld in artikel 25, § 1, van het Heffingsdecreet, of in de inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, vermeld in artikel 26, § 1, van het Heffingsdecreet;
    2° de woning, bedoeld in artikel 19, die niet werd gesloopt binnen de door de Vlaamse regering bepaalde termijn;
    3° een perceel, bestemd voor woningbouw, dat gelegen is in een door de Vlaamse regering te bepalen bijzonder gebied.
  • Artikel 28 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 oktober 1998 over de erkenning van een aantal gebieden als bijzonder gebied.
    De volgende gebieden worden als bijzonder gebied in de zin van artikel 85, §1, tweede lid, 3°, van de Vlaamse Wooncode, beschouwd:
    De woonvernieuwings- en woningbouwgebieden in de volgende 26 gemeenten: (...), Bertem, (...).
  • Decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten
    Dit decreet bepaalt o.m. de werking van het e-voorkooprecht. Tevens bevat het de regels over de Vlaamse voorkooprechten en de procedure die moet gevolgd bij verkoop van een perceel dat in aanmerking komt voor voorkooprecht.

 

 

Bijlagen

  • voorkooprecht Bosstraat 72 INBRTM188161

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college van burgemeester en schepenen wenst zijn voorkooprecht voor de woning Bosstraat 72 te 3060 Bertem, afdeling 1 sectie A nummer 582s3, niet uit te oefenen.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 8 juli 2019

 

RECHT VAN VOORKOOP. VOORKOOPRECHT WONING FR. DOTTERMANSSTRAAT 33 TE 3060 BERTEM.

 

Feiten en context

  • Notariskantoor Wilsens en Cleeren heeft een recht van voorkoop aangeboden voor de woning Fr. Dottermansstraat 33 te 3060 Bertem, afdeling 1 sectie C nummer 217r (woning) en 217p (bergplaats) met als dossiernummer 106359.

 

Juridische gronden

  • Artikel 85, §1, tweede lid van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse wooncode
    Het Vlaams Woningfonds, Vlabinvest apb, de sociale huisvestingsmaatschappijen binnen hun werkgebied, en de gemeenten op hun grondgebied, krijgen een recht van voorkoop op:
    1° een woning die opgenomen is in het leegstandsregister, vermeld in artikel 2.2.6 van het decreet Grond- en Pandenbeleid, in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, vermeld in artikel 25, § 1, van het Heffingsdecreet, of in de inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, vermeld in artikel 26, § 1, van het Heffingsdecreet;
    2° de woning, bedoeld in artikel 19, die niet werd gesloopt binnen de door de Vlaamse regering bepaalde termijn;
    3° een perceel, bestemd voor woningbouw, dat gelegen is in een door de Vlaamse regering te bepalen bijzonder gebied.
  • Artikel 28 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 oktober 1998 over de erkenning van een aantal gebieden als bijzonder gebied.
    De volgende gebieden worden als bijzonder gebied in de zin van artikel 85, §1, tweede lid, 3°, van de Vlaamse Wooncode, beschouwd:
    De woonvernieuwings- en woningbouwgebieden in de volgende 26 gemeenten: (...), Bertem, (...).
  • Decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten
    Dit decreet bepaalt o.m. de werking van het e-voorkooprecht. Tevens bevat het de regels over de Vlaamse voorkooprechten en de procedure die moet gevolgd bij verkoop van een perceel dat in aanmerking komt voor voorkooprecht.

 

 

Bijlagen

  • voorkooprecht Fr. Dottermansstraat 33 INBRTM189714

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college van burgemeester en schepenen wenst zijn voorkooprecht voor Fr. Dottermansstraat 33 te 3060 Bertem, afdeling 1 sectie C nummer 217r (woning) en 217p (bergplaats) niet uit te oefenen.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 8 juli 2019

 

STEDENBOUWKUNDIGE MELDINGEN. AKTENAME MELDING VAN INGRID MACHTENS VOOR HET PLAATSEN VAN EEN VERANDA IN 3061 LEEFDAAL, VELDBLOEMENLAAN 1, SECTIE F NR 180 B13.

 

Voorgeschiedenis

  • Op 26 juni 2019 heeft Ingrid Machtens een melding ingediend voor het plaatsen van een veranda in 3061 Leefdaal, Veldbloemenlaan 1, sectie F nr 180 b13.

 

Feiten en context

  • Het perceel is volgens het gewestplan Leuven gelegen in woonuitbreidingsgebied.
  • Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg van de plaats, gebaseerd op de voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
  • De aanvraag omvat het plaatsen van een veranda van 8 m diep op 2,80 m breed en tussen 2,45 m en 2,68 m hoog (afhellend dak). De veranda vormt de overdekking van het bestaand terras aan de rechterzijgevel. De afstand tot de rechter perceelsgrens bedraagt 3 m.

 

Juridische gronden

  • Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven
    De aanvraag situeert zich in het gewestplan Leuven.
  • Omzendbrief van 8 juli 1977 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen
    Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen. De omzendbrief is van toepassing op de aanvraag.
  • Artikel 4.2.2. Vlaamse codex ruimtelijke ordening van 8 mei 2009
    De Vlaamse regering bepaalt de gevallen waarin de vergunningsplicht vervangen wordt door een verplichte melding van de handelingen aan het college van burgemeester en schepenen.

Een melding wordt verricht per beveiligde zending.

Het college van burgemeester en schepenen gaat na of de gemelde handelingen meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn.

Als de handelingen meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt het college van burgemeester en schepenen akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.

Als de handelingen verboden of niet meldingsplichtig zijn, stelt het college van burgemeester en schepenen de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.

De handelingen mogen worden uitgevoerd de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.

Het college van burgemeester en schepenen kan in de meldingsakte voorwaarden opleggen. De voorwaarden mogen de melding niet onevenredig beperken of verbieden.

  • Artikel 4 van het meldingsbesluit van 16 juli 2010
    Voor de oprichting van bijgebouwen die aangebouwd zijn aan de hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte woning, wordt de vergunningsplicht vervangen door een verplichte melding als aan de volgende voorwaarden voldaan is.

1° er wordt geen vergunningsplichtige functiewijziging doorgevoerd

2° het aantal woongelegenheden blijft ongewijzigd

3° de totale oppervlakte van de bestaande en de op te richten aangebouwde bijgebouwen bedraagt maximaal 40 vierkante meter

4° de gebouwen worden geplaatst in de zijtuin tot op 3 meter van de perceelsgrenzen of in de achtertuin tot op 2 meter van de perceelsgrenzen

5° de hoogte is beperkt tot 4 meter.

 

Argumentatie

  • Toetsing aan de decretale regeling inzake zorgwonen

Niet van toepassing

  • Toetsing aan de verplichte dossiersamenstelling, het meldingsbesluit (BVR 16/07/2010), de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften

De aanvraag is volledig en ontvankelijk. Het voorgestelde project is in overeenstemming met de bestemmingsvoorschriften gevoegd bij het gewestplan Leuven.
De aanvraag is conform met het meldingsbesluit van 16 juli 2010 nl.

1° er wordt geen vergunningsplichtige functiewijziging doorgevoerd

2° het aantal woongelegenheden blijft ongewijzigd

3° de totale oppervlakte van de bestaande en de op te richten aangebouwde bijgebouwen bedraagt 22,96 m²

4° de veranda wordt geplaatst in de zijtuin op 3 meter van de perceelsgrens

5° de veranda wordt afgewerkt met een hellend dak. De hoogte situeert zich tussen 2,45 m en 2,68 m.

  • Toetsing aan de stedenbouwkundige verordening(en) hemelwater

Niet van toepassing

  • Toetsing die aanleiding kan geven tot het opleggen van voorwaarden

Er worden geen voorwaarden opgelegd.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college neemt akte van de melding van Ingrid Machtens voor het plaatsen van een veranda in 3061 Leefdaal, sectie F nr 180 b13.

 

Artikel 2:

De meldingsakte wordt overgemaakt aan Ingrid Machtens.

 

Artikel 3:

Deze melding wordt ingeschreven in het vergunningenregister.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 8 juli 2019

 

AANVRAAG SA. AANVRAAG TOT STEDENBOUWKUNDIG ATTEST VOOR HET BOUWEN VAN EEN WONING IN 3060 BERTEM, WEYGENSTRAAT 5, SECTIE A NR 591F.

 

VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR

 

Voorgeschiedenis

         Op 8 maart 2019 heeft Johan Roekens, Jozef Ginisstraat 9, 3060 Bertem, een aanvraag ingediend voor een stedenbouwkundig attest voor het bouwen van een woning in 3060 Bertem, Weygenstraat 5, sectie A nr 591f.

 

Feiten en context

         Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg van de plaats, gebaseerd op de voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.

Het goed is gelegen in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Meergezinswoningen', definitief goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 juni 2018.

         De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

geval van uitbreiding van bestaande bedrijven (artikel 11 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

         De bouwplaats is gelegen langsheen de Weygenstraat ten noorden van de dorpskern van Bertem. Deze zone van de gemeente wordt gekenmerkt door de ontwikkeling van groepswoningbouw en particuliere woningen in verschillende verschijningsvormen. Dit gebied dat omsloten wordt door de Tervuursesteenweg, Weygenstraat en de John Vanhaerenstraat is in volle ontwikkeling. Op de aangrenzende percelen staan eengezinswoningen in verschillende verschijningsvormen en de vrij omvangrijke gebouwen van een drankencentrale en het gemeentelijke magazijn en opslagplaats.

Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.

         Het voorstel omvat het bouwen van een eengezinswoning in open bebouwing. De bouwlijn ligt op 5 m van de rooilijn van de weg. De woning wordt ingeplant op 3 m van de perceelsgrenzen zoals voorgesteld op het grafisch plan. De maximale bouwdiepte bedraagt 12 m zowel op het gelijkvloers als op de eerste verdieping. De kroonlijsthoogte bedraagt maximum 6 m ter hoogte van de bouwlijn. De woning wordt afgewerkt met een hellend dak eventueel in combinatie met een beperkt gedeelte plat dak met een maximale oversteek van 0,50 m.

         Watertoets

Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.

De watertoets zal worden uitgevoerd bij de omgevingsaanvraag voor het bouwen van de woning.

         Bestemming volgens de rioleringsinfrastructuur zoneringsplannen

Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in hetcentrale gebied.

 

Juridische gronden

         Koninklijk besluit van 28 december 1972

Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.

         Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven

Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.

         De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen

Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is niet van toepassing op de aanvraag.

         Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.

De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.

         Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.

         Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009

º         Artikel 1.1.4.

De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.

º         Artikel 5.3.1.

§ 1. Het stedenbouwkundig attest geeft op basis van een plan aan of een overwogen project voor stedenbouwkundige handelingen of voor het verkavelen van gronden in redelijkheid de toets aan de stedenbouwkundige voorschriften, de eventuele verkavelingsvoorschriften en een goede ruimtelijke ordening zal kunnen doorstaan. Het wordt afgeleverd door de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

Het stedenbouwkundig attest kan niet leiden tot de vrijstelling van een vergunningsaanvraag.

§ 2. De bevindingen van het stedenbouwkundig attest kunnen bij het beslissende onderzoek over een aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of voor het verkavelen van gronden niet worden gewijzigd of tegengesproken, als:

1° in de periode waarin het stedenbouwkundig attest geldt, geen sprake is van substantiële wijzigingen van het betrokken terrein of wijzigingen van de stedenbouwkundige voorschriften of de eventuele verkavelingsvoorschriften;

2° de verplicht in te winnen adviezen of de tijdens het eventuele openbaar onderzoek ingediende standpunten, opmerkingen en bezwaren geen feiten of overwegingen aan het licht brengen waarmee bij de opmaak van het stedenbouwkundig attest geen rekening is gehouden;

3° het stedenbouwkundig attest niet is aangetast door manifeste materiële fouten.

§ 3. Het stedenbouwkundig attest blijft geldig gedurende twee jaar vanaf het ogenblik van de uitreiking ervan.

§ 4. De Vlaamse Regering kan nadere formele en procedurele regels bepalen voor de toepassing van dit artikel.

         De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.

Deze verordening is niet van toepassing op de aanvraag.

         Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

º         artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen

º         Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.

         De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014

De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst

         Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.

         Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 25 oktober 2016 betreffende het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.

 

Adviezen

         De aanvraag diende niet openbaar gemaakt te worden.

 

         Externe adviezen

Op 4 juli 2019 heeft De Watergroep, afdeling waterbronnen en milieu, een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht nl.:

"Het betrokken perceel is gelegen binnen de beschermingszone III van de waterwinning van Egenhoven (Oost-West). De ligging binnen de beschermingszone van een waterwinning wil zeggen dat het betrokken perceel gelegen is in het voedingsgebied van een grondwaterwinning bestemd voor de openbare drinkwatervoorziening.

Naast de openbare drinkwatervoorziening is De Watergroep als eigenaar/ exploitant eveneens belast met de bescherming van de grondwaterwinning tegen mogelijke verontreinigingen.

Ter bescherming van de waterwinning geeft De Watergroep een gunstig advies op deze aanvraag indien aan volgende voorwaarden voldaan wordt:

º         Alle afbraakmaterialen, afkomstig van de bestaande constructies, dienen conform de van toepassing zijnde wetgeving afgevoerd te worden.

º         Omdat het betrokken perceel gelegen is binnen beschermingszone III van een waterwinning kunnen er geen afbraakmaterialen gebruikt worden voor het opvullen van de uitgegraven bodem. De vrije ruimte dient opgevuld te worden met niet-verontreinigde grond die volgens de Vlarebo-wetgeving voldoet aan de opgelegde normen vermeld in bijlage V van deze wetgeving.

º         Er kunnen, nu of in de toekomst, geen activiteiten toegelaten worden op het betrokken perceel die volgens het Grondwaterdecreet, het Vlarem of andere van toepassing zijnde wetgeving verboden zijn binnen beschermingszone III van een waterwinning.

º         Voor de infiltratie van hemelwater dienen de voorwaarden van de hemelwaterverordening te worden gevolgd.

º         De nodige voorzorgsmaatregelen dienen genomen te worden tijdens de werken, teneinde elk risico op verontreiniging van bodem en/of grondwater te voorkomen. Hiertoe zullen eventuele gevaarlijke producten op de werf altijd opgeslagen worden in een waterdichte en lekvrije inkuiping. Bovendien dient het overgieten en/of vullen van recipiënten met de nodige omzichtigheid te gebeuren teneinde het morsen te voorkomen. Machines met enig verlies van olie of brandstof dienen onmiddellijk van de werf verwijderd te worden en boven een opvanglade geplaatst te worden.

º         Mochten er zich tijdens de werkzaamheden calamiteiten of verontreinigingen voordoen, dient De Watergroep hiervan onmiddellijk op de hoogte te worden gebracht (02/238 96 99 en op milieu@dewatergroep.be)."

 

Argumentatie

Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens artikel 4.3.1 van deze codex.

 

Functionele inpasbaarheid

Het project is in overeenstemming met de bestemmingsvoorschriften gevoegd bij het gewestplan Leuven. Het oprichten van een woning in deze overwegend residentiële omgeving is verantwoord. Gelet op de omliggende bebouwing is een vrijstaande woning een stedenbouwkundig verantwoorde invulling van het perceel.

Mobiliteitsimpact

De impact op de mobiliteit is zeer beperkt.

Schaal

De schaal van de woning zal de schaal van de woningen in de omgeving niet overschrijden.

Ruimtegebruik en bouwdichtheid

Een perceel met een oppervlakte van 5,79 are is volgens de huidige normen nog steeds ruim. Het open karakter kan versterkt worden door de zijdelingse bouwvrije stroken vrij te houden van elke bebouwing.

Visueel-vormelijke elementen

Het straatbeeld wordt gekenmerkt door gebouwen in verschillende verschijningsvormen. De woning zal inpassen in het heterogene straatbeeld.

Cultuurhistorische aspecten

Niet van toepassing op de aanvraag.

Reliëf

Geringe reliëfwijzigingen, in relatie tot het ontwerp en de omgeving, zijn toegelaten.

Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Niet van toepassing.

Conclusie

Het voorgestelde project is planologisch en stedenbouwkundig architecturaal verantwoord.

 

Advies en voorwaarden

De waarnemende gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om de vergunning te verlenen onder volgende voorwaarden:

         de voorwaarden opgelegd in het advies van De Watergroep, afdeling waterbronnen en milieu van 4 juli 2019 moeten strikt worden nageleefd

         de woning kan worden afgewerkt met een hellend of plat dak.

         de voorschriften wat betreft dakvlakramen, bijgebouwen en afsluitingen gevoegd bij het dossier worden vervangen door het besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is

         Bij de omgevingsaanvraag voor het bouwen van een woning moet worden voldaan aan de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening voor het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de waarnemende gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.

 

Artikel 2:

Het college levert een gunstig stedenbouwkundig attest af aan Johan Roekens voor het bouwen van een woning in 3060 Bertem, Weygenstraat 5, sectie A nr 591f onder volgende voorwaarden:

         de voorwaarden opgelegd in het advies van De Watergroep, afdeling waterbronnen en milieu van 4 juli 2019 moeten strikt worden nageleefd

         de woning kan worden afgewerkt met een hellend of plat dak.

         de voorschriften wat betreft dakvlakramen, bijgebouwen en afsluitingen gevoegd bij het dossier worden vervangen door het besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is

         Bij de omgevingsaanvraag voor het bouwen van een woning moet worden voldaan aan de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening voor het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.

 

Artikel 3:

Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager en De Watergroep.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 8 juli 2019

 

OMGEVINGSVERGUNNING EGENHOVENSTRAAT 19. AANVRAAG VAN JOKE DOEZIE EN NIKO VERBELEN VOOR HET AFBREKEN VAN 2 BESTAANDE GARAGEBOXEN EN HET BOUWEN VAN EEN NIEUWE GARAGE IN 3060 BERTEM, EGENHOVENSTRAAT 19, SECTIE C NR 473Y.

 

VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR

 

Voorgeschiedenis

         Op 26 april 2019 hebben Joke Doezie en Niko Verbelen een aanvraag ingediend voor het afbreken van 2 bestaande garageboxen en het bouwen van een nieuwe garage in 3060 Bertem, Egenhovenstraat 19, sectie C nr 473y.

         Op 24 mei 2019 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.

 

Feiten en context

         Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg van de plaats, gebaseerd op de voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.

Het goed is gelegen in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Meergezinswoningen', definitief goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 juni 2018.

         De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

         De bouwplaats is gelegen langsheen de Egenhovenstraat.

Deze zone ten zuidoosten van het centrum van Bertem maakt deel uit van het kernweefsel. De omgeving wordt gekenmerkt door een gemengde bestemming zoals school en RVT, kinderopvang, bedrijvigheid vermengd met zuiver residentiële woningen. De woningen en gebouwen in de omgeving verschillen in bouwstijl, inplanting en materiaalgebruik.

Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.

         Het voorstel omvat het vervangen van een bestaande dubbele garagebox van 5,30 m breed en 5,30 m diep. De bestaande garage staat ingeplant op 4,40 m van de achterste perceelsgrens en 2,90 m van de rechterperceelsgrens.

De nieuwe garage heeft een breedte van 8,10 m en is 6,30 m diep. Ze wordt ingeplant op 3,40 m van de achterste perceelsgrens en tegen de rechterperceelsgrens.

         Watertoets

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijke effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd het watertoetsinstrument op internet doorlopen. De resultaten worden als bijlage toegevoegd. Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Het ontwerp voorziet in een regenwaterput van 5000 liter zodat aan de verordening voldaan wordt. Onder deze voorwaarden is het ontwerp verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

         Bestemming volgens de rioleringsinfrastructuur zoneringsplannen

Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in het centrale gebied.

 

Juridische gronden

         Koninklijk besluit van 28 december 1972

Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.

         Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven

Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.

         De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen

Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is niet van toepassing op de aanvraag.

         Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.

De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.

         Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.

         Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009

º         Artikel 1.1.4.

De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.

         De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening.

         Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

º         artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen

º         Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.

         De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014

De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst

         Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.

         Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 25 oktober 2016 betreffende het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.

 

Adviezen

         De aanvraag diende niet openbaar gemaakt te worden.

De nieuwe garage wordt ingeplant op de perceelsgrens. Op 4 juni 2019 werd het standpunt gevraagd aan de aanpalende buur. Hierop kwam geen reactie.

 

         Externe adviezen

Op 19 juni 2019 heeft De Watergroep, afdeling waterbronnen en milieu een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht nl.:

"Het betrokken perceel is gelegen binnen de beschermingszone III van de waterwinning van Egenhoven (Oost-West). De ligging binnen de beschermingszone van een waterwinning wil zeggen dat het betrokken perceel gelegen is in het voedingsgebied van een grondwaterwinning bestemd voor de openbare drinkwatervoorziening.

Naast de openbare drinkwatervoorziening is De Watergroep als eigenaar/exploitant eveneens belast met de bescherming van de grondwaterwinning tegen mogelijke verontreinigingen.

Ter bescherming van de waterwinning geeft De Watergroep een gunstig advies op deze aanvraag indien aan volgende voorwaarden voldaan wordt:

º         Alle afbraakmaterialen, afkomstig van bestaande constructies, dienen conform de van toepassing zijnde wetgeving afgevoerd te worden.

º         Omdat het betrokken perceel gelegen is binnen beschermingszone III van een waterwinning kunnen er geen afbraakmaterialen gebruikt worden voor het opvullen van de uitgegraven bodem. De vrije ruimte dient opgevuld te worden met niet-verontreinigde grond die volgens de Vlarebo-wetgeving voldoet aan de opgelegde normen vermeld in bijlage V van deze wetgeving.

º         Er kunnen, nu of in de toekomst, geen activiteiten toegelaten worden op het betrokken perceel die volgens het Grondwaterdecreet, het Vlarem of andere van toepassing zijnde wetgeving verboden zijn binnen beschermingszone III van een waterwinning.

º         De nodige voorzorgsmaatregelen dienen genomen te worden tijdens de werken, teneinde elk risico op verontreiniging van bodem en/of grondwater te voorkomen. Hiertoe zullen eventuele gevaarlijke producten op de werf altijd opgeslagen worden in een waterdichte en lekvrije inkuiping. Bovendien dient het overgieten en/of vullen van recipiënten met de nodige omzichtigheid te gebeuren teneinde het morsen te voorkomen. Machines met enig verlies van olie of brandstof dienen onmiddellijk van de werf verwijderd te worden en boven een opvanglade geplaatst te worden.

º         Mochten er zich tijdens de werkzaamheden calamiteiten of verontreinigingen voordoen, dient De Watergroep hiervan onmiddellijk op de hoogte te worden gebracht (02/238 96 99 en op milieu@dewatergroep.be)."

 

Argumentatie

Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens artikel 4.3.1 van deze codex.

 

Functionele inpasbaarheid

Het project is in overeenstemming met de bestemmingsvoorschriften gevoegd bij het gewestplan Leuven. Het oprichten van een garage is complementair aan de woning en past in deze overwegend residentiële omgeving.

Mobiliteitsimpact

Het project heeft geen impact op de mobiliteit in de omgeving. De wagens werden reeds opgevangen op eigen terrein. De garageboxen worden vervangen door een grotere garage waardoor ook fietsen beter gestald kunnen worden.

Schaal

De schaal van de gebouwen in de omgeving verschilt nogal sterk. Een garage in de achtertuin heeft geen impact op de schaal van de woning.

Ruimtegebruik en bouwdichtheid

De garage wordt ingeplant achteraan het perceel. Er blijft nog voldoende open ruimte op het perceel aanwezig.

Visueel-vormelijke elementen

De plaatsing van de garage beïnvloedt nauwelijks het straatbeeld.

Cultuurhistorische aspecten

Niet van toepassing op de aanvraag.

Reliëf

Niet van toepassing op de aanvraag.

Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

De garage wordt ingeplant tegen de rechterperceelsgrens. De aanpalende buur heeft niet gereageerd op de vraag naar zijn standpunt.

Conclusie

Het voorgestelde project is planologisch en stedenbouwkundig architecturaal verantwoord.

 

Advies en voorwaarden

De waarnemende gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om de vergunning te verlenen onder volgende voorwaarden:

         De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.

         de voorwaarden opgelegd in het advies van De Watergroep van 19 juni 2019 moeten strikt worden nageleefd

         de verhardingen moeten worden beperkt tot de noodzakelijke toegang van de garage.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de waarnemende gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.

 

Artikel 2:

Het college levert een vergunning af aan Joke Doezie en Niko Verbelen voor het afbreken van 2 bestaande garageboxen en het bouwen van een nieuwe garage in 3060 Bertem, Egenhovenstraat 19, sectie C nr 473y onder volgende voorwaarden:

         De verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.

         de voorwaarden opgelegd in het advies van De Watergroep van 19 juni 2019 moeten strikt worden nageleefd

         de verhardingen moeten worden beperkt tot de noodzakelijke toegang van de garage.

 

Artikel 3:

Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager en De Watergroep.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 8 juli 2019

 

AFVAL. AFSLUITEN AANGEVULD CONTRACT BEDRIJFSAFVAL.

 

Voorgeschiedenis

  • Collegebesluit van 24 juni 2013 over de goedkeuring van het contract over de ingezamelde fracties bedrijfsafval en hun inzamelwijze.
  • E-mail van Ecowerf van 17 juli 2018 met een ontwerp van contract waarin ook de fracties recycleerbare harde kunststoffen, piepschuim en folies zijn opgenomen.

 

Feiten en context

         De bedrijven, inclusief de gemeentelijke diensten, moeten de 18 bedrijfsafvalstoffen die vermeld staan in artikel 4.3.2 van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA) selectief aanbieden aan hun afvalinzamelaar. De andere fracties kunnen aangeboden worden als restafval. In het geval van bedrijven wordt dit het gemengd bedrijfsafval genoemd. Voor dit gemengd bedrijfsafval moeten de bedrijven en dus ook de gemeente een contract afsluiten met hun afvalinzamelaar.

         Vanaf 5 maart 2018, tenzij anders vermeld in het wijzigingsbesluit, is het verplicht voor bedrijven en gemeenten om 3 nieuwe fracties selectief in te zamelen: recycleerbare harde kunststoffen, piepschuim en folies. Zij zijn verplicht om een contract af te sluiten met hun afvalinzamelaar waarin deze fracties en hun inzamelwijze duidelijk vermeld staan.

         Ecowerf sluit met de niet-particuliere klanten die een restafvalcontainer hebben die groter is dan 240 l, een contract af waarin de sorteerregels zijn opgenomen.

 

Juridische gronden

  • Artikel 4.3.2 van het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA)
    Dit artikel geeft een overzicht van de bedrijfsafvalstoffen die moeten gescheiden worden aangeboden door de afvalstoffenproducent.
  • Artikel 6.1.1.4 van het VLAREMA
    De inzamelaar is verplicht om met de afvalstoffenproducent een contract af te sluiten, met daarin duidelijke melding van de fracties vermeld in artikel 4.3.2 en hun vooropgestelde inzamelwijze.

 

 

Bijlagen

  • Afvalcontracten gemeente Bertem

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt het bijgevoegde contract voor de inzameling van gemengd bedrijfsafval met Ecowerf goed voor de bijgevoegde lijst van aansluitpunten. Dit contract en lijst vervangen deze die goedgekeurd zijn door het college op 24 juni 2013.

 

 

 

 

Overzicht punten

Zitting van 8 juli 2019

 

TIJDELIJKE POLITIEVERORDENING OP HET WEGVERKEER. GOEDKEURING MAATREGELEN IN VERBAND MET DE ORGANISATIE VAN EEN WIELERWEDSTRIJD "TIJDRIT VAN DE RONDE VLAAMS-BRABANT" IN LEEFDAAL OP 26 JULI 2019.

 

Voorgeschiedenis

  • Schriftelijke aanvraag op 6 mei 2019 van Dirk Overloop, Th. Wautersstraat 40 te 3061 Leefdaal, handelend als koersdirecteur van wielerclub "The Beginners vzw" om op vrijdag 26 juli 2019 een wielerwedstrijd genaamd "tijdrit Ronde Vlaams-Brabant" te mogen inrichten.

 

Feiten en context

  • Deze wielerwedstrijd (tijdrit), met start en aankomst te Leefdaal en tevens op het grondgebied van de naburige gemeente Tervuren, wordt verreden te Leefdaal op vrijdag 26 juli 2019 tussen 17 uur en 21.30 uur.
  • Het parcours volgt de Blankaart / Th. Wautersstraat / Broekstraat / Mezenstraat / Dorpstraat / Eksterenberg / Nollekensstraat / Raffelberg - Vossem / Dorpstraat richting Leefdaal.
  • Het betreft een tijdrit van 8,6 km die op een gesloten parcours zal worden verreden.

 

Juridische gronden

  • Artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet
    De gemeenteraad maakt de gemeentelijke politieverordeningen, met uitzondering van de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer bedoeld in artikel 130 bis.
  • Artikel 130 bis van de Nieuwe Gemeentewet
    Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer.
  • KB van 21 augustus 1967 tot reglementering van de wielerwedstrijden en van de veldritten.
  • Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd door het KB van 16 maart 1968.
  • KB van 1 december 1975 houde