BESLUITENLIJST VAN HET COLLEGE BURGEMEESTER EN SCHEPENEN

 

Gemeente Bertem

 

Zitting van 11 april 2022

Van 14 uur tot 15 uur

 

Aanwezig:

Burgemeester:

Joël Vander Elst

Schepenen:

Marc Morris, Yvette Laes en Joery Verhoeven

Waarnemend algemeen directeur:

Kris Philips

 

Verontschuldigd:

Schepen:

Tom Philips

 

 

 


Overzicht punten

Zitting van 11 april 2022

 

ZITTINGEN CBS. GOEDKEURING NOTULEN VORIGE ZITTING.

 

Juridische grond

        Artikel 50 van het decreet lokaal bestuur
De notulen worden goedgekeurd op de eerstvolgende gewone vergadering van het college van burgemeester en schepenen.

 

 

Bijlagen

        Notulen van de zitting van 4 april 2022.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de notulen van de zitting van 4 april 2022 goed.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 19/04/2022
Overzicht punten

Zitting van 11 april 2022

 

INFO BERTEM MEI JUNI 2022

 

Motivering

De Info Bertem verschijnt 6 keer per jaar met alle informatie die relevant zou kunnen zijn voor de burgers. De dienst communicatie bereidt het infoblad voor op basis van een maandelijks communicatieoverleg waarin alle diensten vertegenwoordigd zijn en de planning invullen. In combinatie met de input van burgemeester, schepenen en onze verenigingen krijgt de Info Bertem vorm.

 

Mededeling

De dienst communicatie hoort graag de feedback van het college. Kan collega Kirsten Cox mee aansluiten op het CBS van maandag 11 april om 14 uur om de feedback rechtstreeks te verwerken?

 

 

 

Publicatiedatum: 19/04/2022
Overzicht punten

Zitting van 11 april 2022

 

CONTRACTEN. GOEDKEURING BESTELBONS.

 

Juridische gronden

  • Artikel 56, §3, 3° van het decreet lokaal bestuur

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.

  • Besluit van de gemeentesecretaris van 15 december 2016 over de aankoopprocessen.
    Dit besluit legt de bestelprocedures vast conform de wet op de overheidsopdrachten.

 

 

Bijlagen

  • Overzichtslijst van de bestelbons.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de bestelbons goed van nr. 2022/193 tot en met nr. 2022/200 voor een totaal bedrag van 18 591,14 euro.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 19/04/2022
Overzicht punten

Zitting van 11 april 2022

 

INKOMENDE FACTUREN. GOEDKEURING FACTUREN.

 

Juridische gronden

  • Artikel 56, §3, 3° van het decreet lokaal bestuur

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.

  • Besluit van de gemeentesecretaris van 15 december 2016 over de aankoopprocessen.

Dit besluit legt de bestelprocedures vast conform de wet op de overheidsopdrachten.

 

 

Bijlagen

  • Overzichtslijst facturen.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college keurt de facturen goed van nr. 2022/971 tot en met nr. 2022/1045 voor een totaal bedrag van 120 722,11 euro.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 19/04/2022
Overzicht punten

Zitting van 11 april 2022

 

KOHIERBELASTINGEN. INNING EN UITVOERBAARVERKLARING CONTANTBELASTING DIFTAR.

 

Voorgeschiedenis

         Raadsbesluit van 25 november 2003 over de oprichting van een opdrachthoudende vereniging 'Ecowerf'.

 

Feiten en context

         Het aanbieden van huisvuil en gft huis-aan-huis geschiedt volgens het DifTar-principe van "de vervuiler betaalt". Het aanbieden van grofvuil en snoeihout huis-aan-huis geschiedt op afroep en de aangeboden hoeveelheid en een eventuele voorrijkost worden aangerekend via een factuur aan de aanbieder. De betaling van de daaraan verbonden contantbelasting gebeurt volgens volgend schema:

º         de inwoner betaalt op een rekening van de gemeente;

º         EcoWerf registreert en rapporteert naar de gemeente;

º         de gemeente betaalt maandelijks een werkingsbijdrage aan EcoWerf.

         De opvolging van wanbetalers is thans de verantwoordelijkheid van de gemeente.

         Het Materialendecreet laat toe dat gemeenten het innen van retributies en belastingen toevertrouwen aan een intergemeentelijk samenwerkingsverband.

         De betaling van de contantbelasting gebeurt na de machtiging volgens volgend schema:

º         de inwoner betaalt rechtstreeks aan EcoWerf;

º         EcoWerf factureert de werkingsbijdrage voor haar dienstverlening aan de gemeente maar maakt tegelijk een creditnota over aan de gemeente voor de ontvangen inkomsten;

º         het eventueel saldo zal dan worden overgemaakt hetzij door EcoWerf hetzij door de gemeente.

 

Juridische gronden

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

         Raadsbesluit van 20 december 2016 over de goedkeuring van het mandaat voor EcoWerf voor het innen van belastingen op het recyclagepark.

         Raadsbesluit van 19 december 2017 over de goedkeuring aanvulling mandaat innen belastingen door Ecowerf.

         Raadsbesluit van 18 februari 2020 over de aanpassing van het contantbelastingreglement voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval voor de huis-aan-huisinzameling, inzameling op afroep, via sorteerstraten en de inzameling op het recyclagepark.

         Raadsbesluit van 15 december 2020 over de aanpassing van het contantbelastingreglement voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval voor de huis-aan-huis inzameling, inzameling op afroep, via sorteerstraten en de inzameling op het recyclagepark.

 

Argumentatie

Ecowerf bezorgde een lijst van openstaande vorderingen in het kader van de huis-aan-huisophaling van afval (DifTar). Aangezien het gaat om een contantbelasting dient het college eerst deze vorderingen in te kohieren alvorens EcoWerf tot gedwongen invordering kan overgaan.

 

Financiële gevolgen

Registratiesleutel

Budgettair krediet

Geraamde inkomsten

733220/0020-00

€ 456 810

€ 1102,27

 

 

Bijlagen

         Kohier belasting op huis-aan-huis ophaling van afval DifTar.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college stelt het kohier betreffende de belasting op huis-aan-huisophaling van afval diftar in bijlage van dit besluit vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 1102,27 euro.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 19/04/2022
Overzicht punten

Zitting van 11 april 2022

 

VRIJETIJDSRAAD. KENNISNAME WIJZIGINGEN SAMENSTELLING.

 

Motivering

Volgens artikelen 7 en 8 van de statuten van de vrijetijdsraad wordt het mandaat van de stemgerechtigde leden beëindigd door o.a. het ontslag van de betrokkenen.

Lid Jo Verhenneman heeft zijn ontslag per mail ingediend op 16 augustus 2021. Dat werd geagendeerd op het college van 4 oktober 2021, maar hij was nog steeds niet vervangen doordat er zich geen kandidaten hadden gemeld. Nu heeft Theo Vranckx van OKRA Korbeek-Dijle zich kandidaat gesteld.

 

Mededeling

Het college neemt kennis van de kandidatuur van Theo Vranckx voor de vrijetijdsraad.

Zoals in de statuten omschreven wordt, zullen de vervangingen eenmaal per jaar op de gemeenteraad geagendeerd worden.

 

 

 

Publicatiedatum: 19/04/2022
Overzicht punten

Zitting van 11 april 2022

 

SPORT. OPSTART JUDOWERKING BINNEN IGS.

 

Besluit

Motivering

In 2019 is de vorige judoclub opgehouden te bestaan, vooral om organisatorische redenen. In 2020 kwam de vraag of er geen nieuwe judoclub in Bertem kon opgericht worden. Deze vraag is uiteindelijk bij de IGS Druivenstreek beland en er kwam reactie van 'Judoclub Tervuren vzw' die een opstart met een jeugdafdeling in Bertem wel wilde proberen.

Vorig jaar werd het dossier even on hold gezet omdat het nog niet duidelijk was hoe het met de bouw van de nieuwe sporthal Verona zou lopen.

In maart 2022 heeft Jan Camelbeek van Judoclub Tervuren opnieuw contact gezocht met het diensthoofd vrije tijd om te zien wat de mogelijkheden zijn voor het seizoen 2022-2023.

 

Deze club wil binnen de Druivenstreek een regionale werking opzetten en Bertem zou daarmee in het plaatje passen. Daarnaast is men ook binnen de IGS bezig aan een reglement rond bovenlokale samenwerking voor sport. De coördinator van de IGS hoopt hiermee te kunnen landen voor het seizoen 2023-2024.

 

Aangezien de uitkomst van de lokale werking van de judoclub onzeker is en de judoclub voorzichtig wil zijn met het nemen van (financiële) engagementen, werd er gesproken over wat de mogelijkheden zouden kunnen zijn en wat de gemeente Bertem kan doen om  mee het risico te dragen. Het diensthoofd heeft, in samenspraak met de schepen voor sport en de sportfunctionaris, de mogelijkheden bekeken en stelt de volgende piste voor:

 

Judoclub Tervuren vzw, zou - voor de periode van 1 jaar - onder dezelfde voorwaarden kunnen werken als de Tai Chi en de Aikido.

Dat betekent dat de gemeente voor 1 jaar zich als organisator opstelt, de inschrijvingen regelt maar ook de inkomsten hieruit voor zich neemt. De bijdrage van de deelnemers zal niet de volledige kost dekken, maar evenredig zijn met wat nu aan inkomsten/verliezen bestaat als de Tai Chi en Aikido.

 

In ruil daarvoor zal Judoclub Tervuren vzw volgende diensten leveren:

- richten op jeugdwerking

- aanleveren trainer (+ backup bij afwezigheid)

- 2x 2u training per week gedurende 40 weken

 

Een ruwe berekening stelt dat ze uitkomen op een kost van ongeveer 6000 euro/jaar.

 

Het proefjaar laat hen toe om naar de lokale interesse te polsen, zonder al te veel financiële risico's te nemen.

Nadien word geëvalueerd of een judoclub in Bertem levensvatbaar is. Bovendien hopen we dat het seizoen erna een regionaal reglement bestaat waarop ze dan kunnen terugvallen.

 

Bespreking

Het college verklaart zich principieel akkoord met de voorgestelde aanpak en geeft de dienst Vrije Tijd toestemming om de gesprekken met Judoclub Tervuren op basis van deze aanpak verder te zetten.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 19/04/2022
Overzicht punten

Zitting van 11 april 2022

 

GOEDKEURING VAN DE SAMENWERKINGSOVEREENKOMST INZAKE DE KLIMAATALLIANTIE DRUIVENSTREEK

 

Voorgeschiedenis

Voorbesprekingen met de gemeenten Huldenberg, Bertem, Overijse, Hoeilaart en Tervuren om door samenwerkingsverbanden winsten te boeken bij het behalen van de klimaatdoelstellingen tot reductie van de CO2-uitstoot met 40 procent tegen 2030.

 

Feiten, context en argumentatie

ln het kader van de klimaatalliantie zal intergemeentelijk worden samengewerkt rond het project renovatie (ontzorging door renovatiebegeleiding) en het project hernieuwbare energie (zonnepanelen op grote schaal installeren). IGO div en 3Wplus Energie vzw werkten hiervoor een projectvoorstel en samenwerkingsovereenkomst 'klimaatalliantie Druivenstreek' uit.

De afdeling Grondgebiezaken stelt voor om deze samenwerkingsovereenkomst goed te keuren.

 

Juridische gronden

        Artikel 56 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 over de bevoegdheden van het college.

        Het collegebesluit van 18 oktober 2021 over de principiële deelname aan de klimaatalliantie Druivenstreek

 

Financiële gevolgen

De jaarlijks te betalen bijdrage van € 19.025 zal voorzien worden bij kredietverschuiving.

 

 

Bijlagen

        samenwerkingsovereenkomst Klimaatalliantie Druivenstreek

 

Besluit

eenparig

 

Enig artikel

Het college neemt kennis van het projectvoorstel en de samenwerkingsovereenkomst tussen IGO div, 3Wplus Energie vzw en de gemeenten Huldenberg, Bertem, Tervuren, Overijse en Hoeilaart inzake de klimaatalliantie en legt deze ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 19/04/2022
Overzicht punten

Zitting van 11 april 2022

 

OMV_2022032287 (2022 36) OVERDRACHT GARAGE-ACTIVITEITEN VAN JOHAN CRABBÉ NAAR GARAGE CRABBÉ BVBA - KORBEEKSE KERKSTRAAT 34

 

Voorgeschiedenis

         Omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2022032287 (2022 36), ingediend via het omgevingsloket d.d. 25 maart 2022 voor overdracht van de ingedeelde inrichting of activiteit gelegen Korbeekse Kerkstraat 34 te 3060 Bertem.

         Historiek:

º         Omgevingsvergunning:

          Dossier OMV_2020084036: Het schepencollege heeft een vergunning afgeleverd voor het herinrichten van een binnenkoer, het bouwen van een loods met kelder, gelijkvloers en groendak en het inrichten van een kantoor in een bestaande garage.

º         Milieuvergunning:

          Dossier 200263: Het schepencollege heeft een Vlarem-vergunning klasse 2 afgeleverd op 21 april 2003 aan garage Crabbé voor de exploitatie van een garage.

          Dossier 19901: Het schepencollege heeft een ARAB-vergunning afgeleverd op 1 oktober 1990 aan Jean Crabbé voor opslag van dierlijk mest.

º         Stedenbouwkundige vergunning:

          Dossier 201659: Het schepencollege heeft een vergunning afgeleverd op 5 december 2016 aan Johan Crabbé voor gevelrenovatie.

          Dossier 201066: Het schepencollege heeft een vergunning afgeleverd op 18 oktober 2010 aan Johan Crabbé BVBA voor het verharden van een parkeerterrein en verbouwingen van een schuur voor autowerkplaatsen.

          Dossier 200969: Het schepencollege weigert de vergunning op 31 augustus 2009 aan Johan Crabbé namens garage J. Crabbé voor het afgraven en verharden van een parkeerterrein.

 

Feiten en context

         Locatie: Korbeekse Kerkstraat 34 te 3060 Bertem, kadastraal gekend als afd. 2, sectie B, nr. 269H

         De locatie is gelegen in woongebied volgens het gewestplan Leuven.

         Het voorwerp van het omgevingsproject is de overdracht van de garage-activiteiten van Johan Crabbbé naar Garage Crabbé BVBA. De milieuvergunning van 21 april 2003 wordt in het geheel overgedragen.

         De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project. Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.

 

Juridische gronden

         Artikel 79 Omgevingsdecreet

Als de omgevingsvergunning betrekking heeft op een vergunningsplichtige exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit moet de overdracht vooraf worden gemeld aan de overheid die bevoegd is voor het project voor de overdracht. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van het formulier voor overdracht, de termijn waarbinnen en de wijze waarop de overdracht moet worden gemeld.

         Artikel 97 Omgevingsbesluit

De overdracht van een omgevingsvergunning wat betreft de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit wordt door de exploitant aan wie de omgevingsvergunning wordt overgedragen, voorafgaand aan de overdracht, met

een beveiligde zending gemeld aan de overheid die bevoegd is voor het project vóór de overdracht.

De overdracht gebeurt via het formulier en de in het formulier aangewezen addenda uit het addendabibliotheek.

         Decreet algemene bepalingen milieubeleid en bijlagen.

         Vlaams Reglement betreffende de Milieuvergunning.

 

Adviezen

         Er zijn geen externe adviezen vereist.

 

Argumentatie

De lopende milieuvergunning klasse 2 van 21 april 2003 loopt nog tot 21 april 2023. Echter is er een declassering doorgevoerd door wijziging van de indelingslijst waardoor de inrichting overgaat van klasse 2 naar klasse 3 inrichting.

Concreet is de activiteit 'werkplaatsen voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen' herleid van klasse 2 naar klasse 3 activiteit waardoor de gehele inrichting declasseert.

De milieuvergunning werd afgeleverd op naam aan Johan Crabbé. De exploitant wenst de gehele inrichting over te zetten van de exploitatie door een natuurlijk persoon naar de exploitatie door een rechtspersoon namelijk het vennootschap Garage Crabbé BVBA.

 

Financiële gevolgen: /

 

 

Bijlagen

         Milieuvergunning van 21 april 2003

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college van burgemeester en schepenen verklaart de aanvraag van de omgevingsvergunningsmelding OMV_2022032287 (2022 36) volledig en ontvankelijk en neemt akte van de overdracht van de gehele inrichting, gelegen Korbeekse Kerkstraat 34 te Bertem, van Johan Crabbé naar Garage Crabbé BVBA.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 19/04/2022
Overzicht punten

Zitting van 11 april 2022

 

OMV2022035479 (2022 37) VERANDERING GARAGE CRABBÉ BVBA - KORBEEKSE KERKSTRAAT 34

 

Voorgeschiedenis

         Omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2022035479 (2022 37), ingediend via het omgevingsloket d.d. 25 maart 2022 door garage Crabbé BVBA, Korbeekse Kerkstraat 34 te Bertem voor de ingedeelde inrichting of activiteit gelegen Korbeekse Kerkstraat 34 te 3060 Bertem.

         Historiek:

º         Omgevingsvergunning:

          Dossier OMV_2020084036: Het schepencollege heeft een vergunning afgeleverd voor het herinrichten van een binnenkoer, het bouwen van een loods met kelder, gelijkvloers en groendak en het inrichten van een kantoor in een bestaande garage.

          Dossier OMV_2022032287: Het schepencollege heeft akte genomen van de overdracht van de milieuvergunning van 21 april 2003 van Johan Crabbé door Garage Crabbé BVBA.

º         Milieuvergunning:

          Dossier 200263: Het schepencollege heeft een Vlarem-vergunning klasse 2 afgeleverd op 21 april 2003 aan garage Crabbé voor de exploitatie van een garage.

          Dossier 19901: Het schepencollege heeft een ARAB-vergunning afgeleverd op 1 oktober 1990 aan Jean Crabbé voor opslag van dierlijk mest.

º         Stedenbouwkundige vergunning:

          Dossier 201659: Het schepencollege heeft een vergunning afgeleverd op 5 december 2016 aan Johan Crabbé voor gevelrenovatie.

          Dossier 201066: Het schepencollege heeft een vergunning afgeleverd op 18 oktober 2010 aan Johan Crabbé BVBA voor het verharden van een parkeerterrein en verbouwingen van een schuur voor autowerkplaatsen.

          Dossier 200969: Het schepencollege weigert de vergunning op 31 augustus 2009 aan Johan Crabbé namens garage J. Crabbé voor het afgraven en verharden van een parkeerterrein.

 

Feiten en context

         Locatie: Korbeekse Kerkstraat 34 te 3060 Bertem, kadastraal gekend als afd. 2, sectie B, nr. 269H

         De locatie is gelegen in woongebied volgens het gewestplan Leuven.

         Het voorwerp van het omgevingsproject is de verandering van een bestaande omgevingsmelding.

         De aanvraag omvat volgende ingedeelde inrichting of activiteit:

º         Rubriek 3.4.1°a): ongewijzigd: het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van dit besluit, met een debiet tot en met 2 m3/h: als het bedrijfsafvalwater geen hogere concentratie van gevaarlijke stoffen dan de voormelde concentraties bevat: lozen van bedrijfsafvalwater met een debiet van 0,0017 m³/uur - 0,041 m³/dag - 15 m³/jaar (klasse 3);

º         Rubriek 6.4.1.: veranderen: opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l: Opslag van in totaal 4.040 liter olie waarvan 2.332 liter motorolie (1 x 1.500 liter en 4 x 208 liter), 1.500 liter afvalolie (1 x 1.500 liter) en 208 liter ruitensproeierantivries (1 x 208 liter) (klasse 3);

º         Rubriek 15.2.: veranderen: andere werkplaatsen voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen (met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden) dan de werkplaatsen, vermeld in rubriek 15.3: van 2 naar 4 bruggen (klasse 3 – Vlarebo A);

º         Rubriek 16.3.2°a): nieuw: Koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioninginstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen, met uitzondering van inrichtingen die ingedeeld zijn in rubriek 16.9, c), met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW: Compressor en airconditioningsinstallatie en een geïnstalleerde totale drijfkracht van 6,48 kW met respectievelijk 3,85 kW en 2,63 kW (klasse 3);

º         Rubriek 17.3.2.1.1.1.b): veranderen: opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 17.1, 17.4 en rubriek 48: brandgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen: opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering, gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS02: ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton voor andere inrichtingen dan de inrichtingen, vermeld in punt a: Opslag van 1,275 ton mazout in een bovengrondse dubbelwandige houder van               1.500 liter (klasse 3);

º         Rubriek 17.3.6.1°b): nieuw: schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen: opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering, gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 2 ton, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied: Opslag van 585 kg schadelijke vloeistoffen waarvan 216 kg ruitensproeierantivries (1 x 208 liter) en 369 kg koelvloeistof (1 x 208 liter en 2 x 60 liter) (klasse 3);

º         Rubriek 17.3.7.1°b): nieuw: vloeistoffen en vaste stoffen die op lange termijn gevaarlijk zijn voor de gezondheid: opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering, gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 2 ton, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied: Opslag van 369 kg vloeistoffen die op lange termijn gevaarlijk zijn voor de gezondheid waarvan 369 kg koelvloeistof (1 x 208 liter en 2 x 60 liter) (klasse 3);

º         Rubriek 17.4: nieuw: opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l: Opslag van max. 300 kg/l gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen in verpakkingen van max. 30 kg/l (klasse 3);

         Er wordt geen bijstelling aangevraagd.

         De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project. Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.

 

Juridische gronden

         Artikel 6 Omgevingsdecreet

Niemand mag zonder voorafgaande meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan meldingsplicht uitvoeren, exploiteren of een meldingsplichtige verandering eraan doen.

         Artikel 136 Omgevingsbesluit

De melding gebeurt via het formulier en de in het formulier aangewezen addenda uit het addendabibliotheek.

         Artikel 137 Omgevingsbesluit

De melding van een meldingsplichtige exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die onlosmakelijk verbonden is met stedenbouwkundige handelingen van een onroerend goed.

         Decreet algemene bepalingen milieubeleid en bijlagen.

         Vlaams Reglement betreffende de Milieuvergunning.

 

Adviezen

         Er zijn geen externe adviezen vereist.

 

Argumentatie

1. MER-besluit en Project MER-screening

De ingedeelde inrichting of activiteit namelijk de verandering van de exploitatie van een garage komt niet voor op de lijsten gevoegd als bijlage I en bijlage II van het MER besluit.

In navolging van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 (BS 29 april 2013) dient er voor de aanvraag geen project-m.e.r.-screening te gebeuren (bijlage III bij het project-m.e.r.-besluit).

 

2. Natuurtoets

De aanvraag heeft door de beperkte grootte geen invloed op de meest nabije speciale beschermingszones namelijk

 Het GEN-gebied ‘De Dijlevallei’ op 70 m.

 Habitatrichtlijngebied ‘Valleien van de Dijle, Laan en IJse met aangrenzende bos- en moerasgebieden’ op 247 m.

 

3. Milieuaspecten

                     Verbodsbepalingen van de gemelde activiteit

Voor de aangevraagde activiteiten/inrichtingen zijn er in Vlarem-II geen specifieke verbods- en afstandsregels t.o.v. bepaalde zones of gebieden opgenomen.

                     Bodem- en grondwaterverontreiniging

De gevaarlijke stoffen zijn opgeslagen in dubbelwandige houders of boven lekbakken.

De opslag van mazout gebeurt in een bovengrondse houder. De bovengrondse houder is conform Vlarem II als dubbelwandige tank uitgevoerd. Een waarschuwingssysteem is op de houder geïnstalleerd. Het waarschuwingssysteem zal in werking treden bij een vullingsgraad van 95% of vroeger. De verplicht gestelde attesten zullen worden verzameld en ter beschikking worden gehouden van de toezichthoudende overheid. Een periodiek onderzoek zal om de 3 jaar uitgevoerd worden. Een algemeen onderzoek zal om de 20 jaar uitgevoerd worden.

                     Geluid en trillingen

Omwille van de opstelling van de garage in een gebouw en omwille van het werken met gesloten deuren, zijn er geen aanzienlijke effecten van geluid naar de omgeving te verwachten. Bovendien worden er geen rustverstorende werkzaamheden uitgevoerd op werkdagen tussen 19 uur en 7 uur en op zon- en feestdagen.

                     Hemelwaterbeheer

Er is een hemelwaterput van 10 m³ aanwezig.

                     Groenscherm

Conform de bepalingen in Vlarem II zijn er voor de aangevraagde inrichtingen geen verplichtingen tot aanleg van een groenscherm.

 

Financiële gevolgen: /

 

 

Bijlagen

         liggings- en uitvoeringsplan

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college van burgemeester en schepenen stelt vast dat het aanvraagdossier OMV2022035479 (T874-1-2022.37), volledig en ontvankelijk is en neemt dus akte van de aanvraag van de omgevingsvergunningsmelding voor een verandering van de ingedeelde inrichting of activiteit milieu, ingediend door Garage Crabbé BVBA, Korbeekse Kerkstraat 34 te 3060 Bertem, voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit gelegen,  Korbeekse Kerkstraat 34 te 3060 Bertem kadastraal gekend als 24052B269H, voor volgende ingedeelde inrichtingen of activiteiten:

         Rubriek 3.4.1°a): het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van dit besluit, met een debiet tot en met 2 m3/h: als het bedrijfsafvalwater geen hogere concentratie van gevaarlijke stoffen dan de voormelde concentraties bevat: lozen van bedrijfsafvalwater met een debiet van 0,0017 m³/uur - 0,041 m³/dag - 15 m³/jaar;

         Rubriek 6.4.1.: opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l: Opslag van in totaal 4.040 liter olie waarvan 2.332 liter motorolie (1 x 1.500 liter en 4 x 208 liter), 1.500 liter afvalolie (1 x 1.500 liter) en 208 liter ruitensproeierantivries (1 x 208 liter);

         Rubriek 15.2.: andere werkplaatsen voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen (met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden) dan de werkplaatsen, vermeld in rubriek 15.3: van 2 naar 4 bruggen;

         Rubriek 16.3.2°a): nieuw: Koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioninginstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen, met uitzondering van inrichtingen die ingedeeld zijn in rubriek 16.9, c), met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW: Compressor en airconditioningsinstallatie en een geïnstalleerde totale drijfkracht van 6,48 kW met respectievelijk 3,85 kW en 2,63 kW;

         Rubriek 17.3.2.1.1.1.b): veranderen: opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 17.1, 17.4 en rubriek 48: brandgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen: opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering, gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS02: ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton voor andere inrichtingen dan de inrichtingen, vermeld in punt a: Opslag van 1,275 ton mazout in een bovengrondse dubbelwandige houder van 1.500 liter;

         Rubriek 17.3.6.1°b): nieuw: schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen: opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering, gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 2 ton, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied: Opslag van 585 kg schadelijke vloeistoffen waarvan 216 kg ruitensproeierantivries (1 x 208 liter) en 369 kg koelvloeistof (1 x 208 liter en 2 x 60 liter);

         Rubriek 17.3.7.1°b): nieuw: vloeistoffen en vaste stoffen die op lange termijn gevaarlijk zijn voor de gezondheid: opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering, gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 2 ton, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied: Opslag van 369 kg vloeistoffen die op lange termijn gevaarlijk zijn voor de gezondheid waarvan 369 kg koelvloeistof (1 x 208 liter en 2 x 60 liter);

         Rubriek 17.4: nieuw: opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l: Opslag van max. 300 kg/l gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen in verpakkingen van max. 30 kg/l.

 

Artikel 2:

De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.

 

Artikel 3:

De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende milieuvoorwaarden:

 

1. De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

 

Hoofdstuk 4.1 met bijhorende bijlagen

Algemene milieuvoorwaarden - algemeen

Hoofdstuk 4.2 met bijhorende bijlagen

Alg. milieuvoorwaarden - oppervlaktewater

Hoofdstuk 4.3 met bijhorende bijlagen

Alg. milieuvoorwaarden – bodem- en grondwater-verontreiniging

Hoofdstukken 4.4 met bijhorende bijlagen

Alg. milieuvoorwaarden - lucht

hoofdstuk 4.5 met bijhorende bijlagen

Alg. milieuvoorwaarden - geluid

hoofdstuk 4.6 met bijhorende bijlagen

Alg. milieuvoorwaarden - licht

hoofdstuk 4.7 met bijhorende bijlagen

Alg. milieuvoorwaarden – beheersing asbest

Hoofdstuk 4.8 met bijhorende bijlagen

Algemene milieuvoorwaarden – verwijdering van PCB’s en PCT’s

hoofdstuk 4.9. met bijhorende bijlagen

Alg. milieuvoorwaarden – energieplanning en -audits

hoofdstuk 4.10 met bijhorende bijlagen

Alg. milieuvoorwaarden – emissies broeikasgassen

Hoofdstuk 5.3

Sectorale milieuvoorwaarden – het lozen van afvalwater

Hoofdstuk 5.6

Sectorale milieuvoorwaarden – brandstoffen en brandbare vloeistoffen

Hoofdstuk 5.15

Sectorale milieuvoorwaarden – garages

Hoofdstuk 5.16

Sectorale milieuvoorwaarden - behandelen van gassen

 

Hoofdstuk 5.17

Sectorale milieuvoorwaarden - opslag van gevaarlijke producten

 

De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Deze opsomming is louter indicatief. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be

 

2. De volgende bijzondere milieuvoorwaarde: /

 

 

 

 

Publicatiedatum: 19/04/2022
Overzicht punten

Zitting van 11 april 2022

 

OMGEVINGSVERGUNNING. AANVRAAG VAN JEAN RAMMANT VOOR HET RENOVEREN VAN DE GEVEL EN HET DAK IN 3060 KORBEEK-DIJLE, BLOKKENSTRAAT 297.

 

VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR

 

Voorgeschiedenis

         Voor het perceel uit voorliggende aanvraag zijn de volgende relevante voorgaande vergunningen gekend.

º         op 6 juni 1959 heeft het college van burgemeester en schepenen een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het bouwen van een nieuwe woning (1959.20).

         Op 8 maart 2022 heeft Jean Rammant wonende op de Blokkenstraat 297, te 3060 Korbeek-Dijle, een aanvraag ingediend voor het renoveren van de gevels en het dak in 3060 Korbeek-Dijle, sectie A, nr 120G.

         Op 9 maart 2022 is er bijkomende informatie gevraagd. Er werd een nieuwe projectversie goedgekeurd op 15 maart 2022.

         Op 15 maart 2022 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.

 

Feiten en context

         Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg van de plaats, gebaseerd op de voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.

         De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven gelegen in Woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De woongebieden met landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven (artikel 6 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vastlegging van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

         De bouwplaats is gelegen langsheen de Blokkenstraat. De Blokkenstraat loopt van Korbeek-Dijle richting het centrum van Bertem. De bebouwing situeert zich vooral nabij de kernen. De bouwplaats ligt ten noorden van het centrum van Korbeek-Dijle.

         Het voorstel omvat het renoveren de voorgevel, de linker zijgevel en de achtergevel door middel van PIR isolatie platen van 12,5 cm dik gevolgd door een afwerking met panelen in de kleur rood-bruin. Bovendien zal ook het dak opnieuw worden geïsoleerd waardoor de kroonlijst met 20 cm verhoogd wordt.

         Watertoets

Het voorliggende project heeft een minimale invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

         Bestemming volgens de rioleringsinfrastructuur zoneringsplannen

Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in eencollectief te optimaliseren gebied.

 

Juridische gronden

         Koninklijk besluit van 28 december 1972

Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.

         Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven

Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.

         Artikel 6.2.2.3.1, §2 Vlarem II van 1 juni 1995

In collectief te optimaliseren buitengebied worden lozingsvoorwaarden opgelegd. Het afvalwater moet worden gezuiverd door middel van een individuele voorbehandelingsinstallatie conform de code van goede praktijk.

         De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen

Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is van toepassing op de aanvraag.

         Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.

De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.

         Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.

         Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009

º         Artikel 1.1.4.

De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.

         De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.

Deze verordening is niet van toepassing op de aanvraag.

         Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

º         artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen

º         Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.

         De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014

De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst

         Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.

         Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 25 oktober 2016 betreffende het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.

De aanvraag is hiermee in overeenstemming.

 

Adviezen

         Openbaar onderzoek

De aanvraag diende niet openbaar gemaakt te worden.

 

         Externe adviezen

Er diende geen externe adviezen gevraagd te worden.

 

Argumentatie

Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens artikel 4.3.1 van deze codex.

 

Functionele inpasbaarheid

Het project is in overeenstemming met de bestemmingsvoorschriften gevoegd bij het gewestplan Leuven.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag heeft geen impact op de mobiliteit in de omgeving.

Schaal

Het volume van het goed zal iets toenemen, doordat de woning aan 3 van de 4 gevels geïsoleerd zal worden met een 12,5 cm dikke isolatielaag. Ook de kroonlijst zal met 20 cm toenemen tot maximaal 6,87 m. De aanpassingen zorgen ervoor dat de woning voldoet aan de huidige energetische standaarden, waardoor deze toename van het volume verantwoord is.

Ruimtegebruik en bouwdichtheid

Niet van toepassing.

Visueel-vormelijke elementen

De rood-bruine houten look past in de omgeving. Deze aangepaste afwerking heeft een positieve impact op het straatbeeld en de omgeving. Door de rood-bruine panelen krijgt de woning een hedendaagse uitstraling waardoor ze zal inpassen in het heterogene straatbeeld.

Cultuurhistorische aspecten

Het goed is niet gelegen in een beschermd dorpsgezicht of ligt niet in de nabijheid van een beschermd monument.

Reliëf

Niet van toepassing.

Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Het project vormt geen bijkomende hinder t.o.v. de omgeving.

Geluids- en trillingshinder zal zich enkel manifesteren tijdens de werken. Deze vorm van hinder is beperkt in de tijd.

Conclusie

Het voorgestelde project, het renoveren van het dak en de gevels, voldoet aan de algemene stedenbouwkundige voorschriften en de vigerende normen. Bijgevolg is het project verenigbaar met de omgeving en brengt het de goede ordening van de plaats niet in het gedrang.

 

Advies en voorwaarden

De waarnemend gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om de vergunning te verlenen onder volgende voorwaarden:

         de verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de waarnemend gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.

 

Artikel 2:

Het college levert een vergunning af aan Jean Rammant wonende op de Blokkenstraat 297, te 3060 Korbeek-Dijle, voor het renoveren van de gevels en het dak in 3060 Korbeek-Dijle, sectie A, nr 120G onder volgende voorwaarden:

         de verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken.

 

Artikel 3:

Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 19/04/2022
Overzicht punten

Zitting van 11 april 2022

 

OMGEVINGSVERGUNNING. AANVRAAG VAN WENDY DEWALS EN FLAMEE PANAGIOTIS VOOR HET VERBOUWEN EN UITBREIDEN VAN EENGEZINSWONING EN HET BOUWEN VAN EEN ZWEMBAD IN 3061 LEEFDAAL, KRUISSTRAAT 4, SECTIE A NR 287Y.

 

VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR

 

Voorgeschiedenis

         Voor het perceel uit voorliggende aanvraag is de volgende relevante voorgaande vergunning gekend.

º         Op 9 oktober 1970 werd er door de provincie Vlaams-Brabant een weigering afgeleverd voor het bouwen van een nieuwe woning. De vergunning werd alsnog verleend door de Vlaamse Regering op 8 juni 1972 (kenmerk: 1970.53).

         Op 27 januari 2022 hebben Wendy Dewals en Flamee Panagiotis,wonende teKruisstraat 4, 3061 Leefdaal,een aanvraag ingediend voor verbouwen en uitbreiden van de woning en het plaatsen van een zwembad in 3061 Leefdaal, Kruisstraat 4, sectie A, nr 287y.

         Op 14 februari 2022 is er bijkomende informatie gevraagd. Er werd een nieuwe projectversie goedgekeurd op 17 februari 2022.

         Op 17 februari 2022 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.

 

Feiten en context

         Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg van de plaats, gebaseerd op de voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.

         De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin; behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven; gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft; de afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven (artikel 11 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

         De bouwplaats is gelegen langsheen de Kruisstraat.

De Kruisstraat takt aan op de Tervuursesteenweg en vormt noordelijk de verbinding met het gehucht Coige en verder met de buurgemeenten Tervuren en Kortenberg.

Het perceel van de aanvraag is sterk afhellend richting de weg.

De omgeving wordt gekenmerkt door een vermenging van bestemmingen, woningen en gebouwen in verschillende verschijningsvormen en afgewerkt in verschillende materialen. Het desbetreffende goed is gelegen in agrarisch gebied en is hierdoor zonevreemd.

Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.

         Het voorstel omvat het verbouwen en uitbreiden van een ééngezinswoning en het bouwen van een zwembad. Het zadeldak van de bestaande woning zal worden weggenomen en vervangen worden door een nieuwe extra verdieping met plat dak. In deze extra verdieping zullen drie slaapkamers, een badkamer en een bureau voorzien worden. De bestaande kroonlijst gemeten vanaf de nulpas is 2,92 m hoog en de bestaande nokhoogte is 4,89 m hoog. Na verbouwing is de nieuwe kroonlijst 6,05 m hoog. Door de verbouwing zal de bouw van het goed worden uitgebreid van 815,47 m3 naar 987,84 m3. Ter hoogte van de linker zijgevel zal een trapkoker voorzien worden. Deze trapkoker krijgt een kroonlijst van 5,55 m hoog, 2,13 m breed en 2,6 m diep. Door deze uitbreiding aan de linker zijde blijft de woning op 9,75 m afstand van de linker perceelsgrens. Het geheel zal worden afgewerkt met een lichtkleurige gevelsteen. Buitenschrijnwerk van donker kleurig aluminium.

Het zwembad heeft een breedte van 12 m en lengte van 4 m. 

         De Watertoets

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijke effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd het watertoetsinstrument op internet doorlopen. De resultaten worden als bijlage toegevoegd. Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Het ontwerp voorziet in een regenwaterput van 5.000 liter en een bijkomende infiltratieinrichting van 2.500 liter, zodat aan de verordening voldaan wordt. Onder deze voorwaarden is het ontwerp verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

         Bestemming volgens de rioleringsinfrastructuur zoneringsplannen

Het perceel ligt volgens het zoneringsplan van de Vlaamse Milieumaatschappij in eencollectief te optimaliserengebied.

 

Juridische gronden

         Koninklijk besluit van 28 december 1972

Dit besluit bepaalt voor het Vlaamse gewest de algemene regelen voor de opmaak en tenuitvoerlegging van de door de minister voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplannen en van de door de Koning vastgestelde gewestplannen.

         Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven

Het project situeert zich in het gewestplan 'Leuven'.

         Artikel 6.2.2.3.1, §2 Vlarem II van 1 juni 1995

In collectief te optimaliseren buitengebied worden lozingsvoorwaarden opgelegd. Het afvalwater moet worden gezuiverd door middel van een individuele voorbehandelingsinstallatie conform de code van goede praktijk.

         De omzendbrief van 8 juli 1997 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen

Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 23 mei 2003

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect. Dit besluit is niet van toepassing op de aanvraag.

         Artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integrale waterbeleid.

De vergunningverlenende overheid moet steeds de resultaten van de watertoets vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde handelingen geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben. De vergunningverlenende overheid moet steeds hiermee rekening houden in haar uiteindelijke beslissing.

         Besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004

Dit uitvoeringsbesluit bepaalt de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.

         Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 8 mei 2009

º         Artikel 1.1.4.

De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.

         De gewestelijke verordening van 5 juli 2013 inzake de afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken en verharde oppervlakten.

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening.

         Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

º         artikel 6: Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning of meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht of meldingsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunnings- of meldingsplichtige verandering eraan te doen

º         Artikel 13 bepaalt waarop een vereenvoudigde vergunningsprocedure van toepassing is.

         De provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot verhardingen van 12 september 2014

De verordening bepaalt dat het hemelwater dat op een verharding terechtkomt, op natuurlijke wijze doorheen of naast die verharding op het eigen terrein in de bodem moet infiltreren. Het mag niet van het eigen terrein afgevoerd worden door middel van afvoergoten of vergelijkbare voorzieningen.

         Besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst

         Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Dit besluit bevat de verdere uitwerking van de procedure en de nodige bijlagen.

         Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 25 oktober 2016 betreffende het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg.

De aanvraag is hiermee in overeenstemming.

 

Adviezen

         Openbaar onderzoek

De aanvraag diende niet openbaar gemaakt te worden.

 

         Externe adviezen

De adviesinstantie Agentschap Landbouw en Visserij heeft op 7 maart 2022 een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht.

'Het Departement Landbouw en Visserij heeft uw in het onderwerp vermelde adviesaanvraag vanuit landbouwkundig standpunt onderzocht en formuleert er om de volgende redenen een voorwaardelijk gunstig advies bij.

De aanvraag heeft geen betrekking op professionele agrarische of para-agrarische activiteiten, en is gelegen in agrarisch gebied, langs een verharde weg. Het gevraagde betreft het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning en het bouwen van een zwembad.

Gelet op de bestaande toestand en de lokale ruimtelijke situatie en indien de normen van de wetgeving m.b.t. zonevreemde woningen en gebouwen worden gerespecteerd, veroorzaken de werken in principe geen bijkomende schade aan de landbouwstructuren of de agrarische dynamiek en is de aanvraag voor het Departement Landbouw en Visserij aanvaardbaar'.

 

Argumentatie

Deze beoordeling, als uitvoering van artikel 1.1.4 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, houdt rekening met de volgende criteria volgens artikel 4.3.1 van deze codex.

 

Functionele inpasbaarheid

Het project is niet in overeenstemming met de bestemmingsvoorschriften gevoegd bij het gewestplan Leuven. De aanvraag voorziet in het verbouwen van een vrijstaande ééngezinswoning en het bouwen van een zwembad in agrarisch gebied. De aanvraag voldoet wel aan de voorwaarden gesteld in artikel 4.4.15 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De functie van het gebouw en de aantal woongelegenheden blijven ongewijzigd. Hierdoor mag het volume van het goed worden uitgebreid tot maximaal 1000 m3. Gelet op de bestaande toestand en de lokale ruimtelijke situatie en indien de normen van de wetgeving m.b.t. zonevreemde woningen en gebouwen worden gerespecteerd zijn de gevraagde handelingen m.b.t. het verbouwen en het uitbreiden van de woning aanvaardbaar.

De aanleg van een zwembad is principieel in strijd met de bestemming agrarisch gebied.

Bovendien voorzien de basisrechten inzake zonevreemde constructies (artikelen 4.4.10 – 4.4.20 VCRO) geen mogelijkheden inzake de aanleg hiervan.

Dit wordt ook bevestigd in de rechtspraak. Zo oordeelde de RvVb reeds (arrest A/2014/0034 van 14 januari 2014):

In dat verband stelt de Raad vast dat de verwerende partij terecht tot het besluit is gekomen dat de aanvraag planologisch onverenigbaar is met de voorschriften die gelden voor het landschappelijk waardevol agrarisch gebied, nu de “zwemvijver” niet in functie staat van enige landbouwactiviteit, noch hoort bij een bedrijfswoning van een landbouwbedrijf.

Volgens artikel 4.3.1, §1, 1°, a) VCRO moet de stedenbouwkundige vergunning worden geweigerd indien het aangevraagde onverenigbaar is met de stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften, “voor zover daarvan niet op geldige wijze is afgeweken”.

Nu een vergunning niet mogelijk is, rest enkel nog de mogelijkheid inzake niet-overdekte constructies die is opgenomen in het vrijstellingsbesluit.

Om toepassing te kunnen maken van de vrijstelling van artikel 2.1, 8° mag de gezamenlijke oppervlakte van de niet-overdekte constructies in de zij- en achtertuin, inclusief alle reeds bestaande, de 80 vierkante meter niet overschrijden. Onder alle bestaande constructies moeten ook de vergunde niet-overdekte constructies worden meegeteld.

Bovendien moet het zwembad volledig binnen een straal van 30 meter van de hoofdzakelijk vergunde woning worden aangelegd.

Indien dus reeds sprake is van 80 vierkante meter aan niet-overdekte constructies, wat het geval lijkt o.b.v de aangeleverde gegevens, kan geen gebruik gemaakt worden van de vrijstelling.

De aanvrager zal dus, zo hij een zwembad wenst aan te leggen, het aandeel bestaande niet-overdekte constructies (zoals verhardingen, terrassen,…) in de zij- en achtertuin moeten terugbrengen tot (ruim) onder de 80 vierkante meter om gebruik te kunnen maken van de vrijstellingsregeling om het zwembad te kunnen aanleggen.

Mobiliteitsimpact

De stedenbouwkundige verordening betreffende het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg goedgekeurd door de gemeenteraad op datum van 26 oktober 2016 is van toepassing op deze aanvraag. De aanvraag is conform met de voorschriften van deze verordening, namelijk er worden 3 parkeerplaatsen en 4 fietsenstallingen voorzien. 

Schaal

Het voorstel omvat het verbouwen en uitbreiden van een ééngezinswoning en het bouwen van een zwembad. Het zadeldak van de bestaande woning zal worden weggenomen en vervangen worden door een nieuwe extra verdieping met een plat dak. In deze extra verdieping zullen drie slaapkamers, een badkamer en een bureau voorzien worden. De bestaande kroonlijst gemeten vanaf de nulpas is 2,92 m hoog en de bestaande nokhoogte is 4,89 m hoog. De nulpas ligt tevens 3,28 m lager dan de as van de voorliggende weg. Na verbouwing is de nieuwe kroonlijst 6,05 m hoog. Door de verbouwing zal de bouw van het goed worden uitgebreid van 815,47 m3 naar 987,84 m3. Ter hoogte van de linker zijgevel zal een trapkoker voorzien worden. Deze trapkoker krijgt een kroonlijst van 5,55 m hoog, 2,13 m breed en 2,6 m diep. Door deze uitbreiding aan de linker zijde blijft de woning op 9,75 m afstand van de linker perceelsgrens. Het zwembad krijgt een breedte van 12 m en lengte van 4 m. Rekening houdend met het reliëf rijke terrein en de aanwezige bebouwing in de omgeving sluit het gebouw qua schaal aan op de bebouwingsvorm in de omgeving. De voorgestelde werken zullen de schaal van de gebouwen in de omgeving niet overschrijden. Het project past zich voldoende qua schaal aan in de omgeving.

Ruimtegebruik en bouwdichtheid

De trapkoker zal tegen de linker zijgevel worden geplaatst. Hierdoor wordt de afstand tot de linker perceelsgrens 9,75 m. Het perceel is 12 a en 65 ca groot. Het zwembad zal aansluitend aan het terras worden ingeplant. Op het perceel zal de footprint van het goed toenemen met 18.84 m2 (gelijkvloers en trapkoker), daarnaast zal de verharding met ca. 48 m2 (zwembad) worden uitgebreid. Dit zorgt ervoor dat de totale verhardings-/bebouwingsgraad op het perceel toeneemt van ca. 23 % naar ca. 28,5 %. De verhardings-/bebouwingsgraad blijft aanvaardbaar. Echter behoort een zwembad niet thuis tot de mogelijkheden die qua ruimtegebruik voorzien mogen worden binnen het agrarisch gebied.

Visueel-vormelijke elementen

Het geheel zal worden afgewerkt met een lichtkleurige gevelsteen, buitenschrijnwerk van donker kleurig aluminium, regengoten van zink en donker kleurige aluminium dorpels. De materiaalkeuze zal visueel-vormelijk integreren in de omgeving.

Cultuurhistorische aspecten

Het goed is niet gelegen in een beschermd dorpsgezicht of ligt niet in de nabijheid van een beschermd monument.

Reliëf

De bouwplaats is gelegen op een reeds aangesneden reliëfrijk perceel. Het reliëf van het perceel blijft nagenoeg onaangetast. Alleen ter hoogte van het zwembad zal het reliëf gewijzigd worden en ter hoogte van de nieuwe trapkoker.

Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Het is verboden het hemelwater af te leiden naar naastliggende terreinen/percelen. Afvloeiend hemelwater van de achterliggende percelen kan tot wateroverlast leiden bij piekneerslag.

Het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders is van toepassing.

Het project vormt geen bijkomende hinder t.o.v. de omgeving. Geluids- en trillingshinder zal zich enkel manifesteren tijdens de verbouwingswerken. Deze vorm van hinder is beperkt in de tijd.

Conclusie

Het voorgestelde project is deels planologisch en stedenbouwkundig architecturaal verantwoord, mits aan de opgelegde voorwaarden voldaan wordt. Het voorliggende deelproject (uitbreiden en verbouwen) is bijgevolg in overeenstemming met de omgeving en daarmee de goede ruimtelijke ordening. Het plaatsen van het zwembad is niet in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van het gewestplan.

 

Advies en voorwaarden

De waarnemend gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om de vergunning te verlenen voor het verbouwen en het uitbreiden van de woning onder volgende voorwaarden:

        de verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken,

        het aandeel bestaande niet-overdekte constructies (zoals verhardingen, terrassen,…) in de zij- en achtertuin moeten teruggebracht worden tot onder de 80 vierkante meter om te voldoen aan de geldende wetgeving.

 

De waarnemend gemeentelijke omgevingsambtenaar stelt voor om een weigering voor het plaatsen van het zwembad af te leveren.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met de Vlaamse codex ruimtelijke ordening en het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hun uitvoeringsbesluiten en sluit zich integraal aan bij het advies van de waarnemend gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot haar eigen motivatie.

 

Artikel 2:

Het college levert een vergunning af aan Wendy Dewals en Flamee Panagiotis voor het verbouwen en uitbreiden van de woning in 3061 Leefdaal, Kruisstraat 4, sectie A, nr 287y onder volgende voorwaarden:

  de verkrijger van de huidige vergunning moet de beschadigingen aan het openbaar domein, als gevolg van de uitvoering van de vergunde bouwwerken, herstellen binnen de 30 dagen na het beëindigen van de (ver)bouwwerken. Er wordt aangeraden om een voorafgaande plaatsbeschrijving op te maken. Bij het ontbreken van een plaatsbeschrijving wordt aangenomen dat het openbaar domein geen gebreken vertoonde voor aanvang van de werken,

  het aandeel bestaande niet-overdekte constructies (zoals verhardingen, terrassen,…) in de zij- en achtertuin moeten teruggebracht worden tot onder de 80 vierkante meter om te voldoen aan de geldende wetgeving.

 

Artikel 3:

Het college levert een weigering af aan Wendy Dewals en Flamee Panagiotis voor het plaatsen van een zwembad in 3061 Leefdaal, Kruisstraat 4, sectie A, nr 287y.

 

Artikel 4:

Deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager en adviesinstantie.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 19/04/2022
Overzicht punten

Zitting van 11 april 2022

 

STEDENBOUWKUNDIGE MELDING. ONVOLLEDIGHEID EN ONONTVANKELIJKHEID VAN DE MELDING VAN JESSICA CEULEMANS VOOR PLAATSEN VAN EEN TERRASOVERKAPPING IN 3060 BERTEM, OUDE BAAN 141, AFDELING 1, SECTIE A, NR 484A.

 

VERSLAG OMGEVINGSAMBTENAAR

 

Voorgeschiedenis

         Voor het perceel uit voorliggende aanvraag zijn de volgende relevante voorgaande vergunningen gekend:

º         op 10 september 2014 heeft het college van burgemeester en schepenen een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.

º         op 13 juli 2020 heeft het college van burgemeester en schepenen een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een woning afgeleverd.

         Op 23 maart 2022 heeft Jessica Ceulemans wonende te Oude Baan 141, 3060 Bertem, een melding ingediend voor het plaatsen van een terrasoverkapping op het dakterras in 3060 Bertem, Oude Baan 141, afdeling 1, sectie A nr. 484a.

 

Feiten en context

         Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg van de plaats, gebaseerd op de voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.

         De aanvraag is volgens het gewestplan Leuven deels gelegen in woongebied en deels gelegen in natuurgebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten,Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk plan van aanleg, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg van de plaats, gebaseerd op de voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De natuurgebieden ressorteren onder de groengebieden, welke bestemd zijn voor het behoud, de bescherming en het herstel van het natuurlijk milieu. De natuurgebieden omvatten de bossen, wouden, venen, heiden, moerassen, duinen, rotsen, aanslibbingen, stranden en andere dergelijke gebieden.

In deze gebieden mogen jagers- en vissershutten worden gebouwd voor zover deze niet kunnen gebruikt worden als woonverblijf, al ware het maar tijdelijk (artikel 13 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

         De bouwplaats is gelegen langsheen de Oude Baan en situeert zich ten noorden van het centrum van Bertem in de omgeving van de grens met Leuven. Deze rustige woonstraat wordt gekenmerkt door bebouwing in verschillende verschijningsvormen met in de omgeving van het bouwlot een zeer grillig reliëf en het natuurgebied Koeheide als beeldbepalende elementen. Het perceel van de aanvraag ligt in de bouwzone lager dan de recent aangelegde wegenis van de Oude Baan. Tussen de Oude Baan en de Tervuursesteenweg ten noordoosten is er een groot niveauverschil. Op het perceel staat een woning in open bebouwing. Door de aanwezige bebouwing en de aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied bekend.

         De aanvraag omvat plaatsen van een terrasoverkapping op het reeds vergunde dakterras. De terrasoverkapping zal maximaal 3,17 m hoog worden en is 9,12 m breed en 3,59 m diep. De overkapping zal gemaakt worden van zwart aluminium.

 

Juridische gronden

         Koninklijk besluit van 7 april 1977 - Gewestplan Leuven

De aanvraag situeert zich in het gewestplan Leuven.

         Omzendbrief van 8 juli 1977 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen

Deze omzendbrief bevat nadere richtlijnen over de bestemmingen in de gewestplannen. De omzendbrief is van toepassing op de aanvraag.

         Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 106.

Een melding kan slechts gedaan worden voor meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen, een meldingsplichtige exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten die het project omvat of een combinatie hiervan.

Artikel 111.

De bevoegde overheid gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens:

º         1° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM;

º         2° artikel 4.2.2, § 1, en artikel 4.2.4 van de VCRO.

Als de handelingen of de exploitatie meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt de bevoegde overheid akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.

Als de handelingen of de exploitatie niet meldingsplichtig of verboden zijn, stelt de  overheid de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.

         Het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Artikel 4 bepaalt dat voor de oprichting van bijgebouwen die aangebouwd zijn aan de hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte woning, de vergunningsplicht wordt vervangen door een verplichte melding als aan de volgende voorwaarden voldaan is.

1° er wordt geen vergunningsplichtige functiewijziging doorgevoerd;

2° het aantal woongelegenheden blijft ongewijzigd;

3° de totale oppervlakte van de bestaande en de op te richten aangebouwde bijgebouwen bedraagt maximaal 40 vierkante meter;

4° de gebouwen worden geplaatst in de zijtuin tot op 3 meter van de perceelsgrenzen of in de achtertuin tot op 2 meter van de perceelsgrenzen;

5° de hoogte is beperkt tot 4 meter.

In afwijking van het eerste lid, 4°, mag, als het hoofdgebouw is opgetrokken op of tegen de perceelsgrens, het aangebouwde bijgebouw ook opgetrokken worden op of tegen de perceelsgrens, tegen een bestaand aanpalend gebouw, als de bestaande scheidingsmuur niet gewijzigd wordt. De bouwdiepte van het nieuw op te richten aangebouwde bijgebouw overschrijdt de bouwdiepte van het aanpalende gebouw niet.; Voor de toepassing van dit artikel worden als bijgebouwen beschouwd : de fysiek aansluitende aanhorigheden die in bouwtechnisch opzicht een rechtstreekse aansluiting of steun vinden bij het hoofdgebouw.

De voorgestelde werkzaamheden overschrijden de maximale hoogte van 4 meter (2,58 m + 3,17 m = 5,75 m) waardoor het meldingsbesluit niet van toepassing is en de handelingen onderhevig zijn aan een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen. Bijgevolg kan er geen akte van deze melding worden genomen.

 

Argumentatie

         Toetsing aan de decretale regeling inzake zorgwonen

Niet van toepassing.

         Toetsing aan de verplichte dossiersamenstelling, het meldingsbesluit (BVR 16/07/2010), de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften

De aanvraag is onvolledig en onontvankelijk. Het voorgestelde project is in overeenstemming met de bestemmingsvoorschriften gevoegd bij het gewestplan Leuven.

De aangevraagde handeling is echter niet in overeenstemming met het meldingsbesluit van 16 juli 2010. De maximale hoogte (gemeten vanaf de grond) wordt immers overschreden. Bijgevolg kan er geen akte van deze melding worden genomen. Voor de geplande werken moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Gelieve ook een nota en een inplantingsplan waarop de overkapping staat ingetekend toe te voegen.

         Toetsing aan de stedenbouwkundige verordening(en) hemelwater

Niet van toepassing.

         Toetsing die aanleiding kan geven tot het opleggen van voorwaarden

Er worden geen voorwaarden opgelegd.

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college beslist om Jessica Ceulemans wonende te Oude Baan 141, 3060 Bertem op de hoogte te brengen van de onvolledigheid en onontvankelijkheid van de melding van 23 maart 2022 voor het plaatsen van een terrasoverkapping op het dakterras in 3060 Bertem, Oude Baan 141, afdeling 1, sectie A nr. 484a.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 19/04/2022
Overzicht punten

Zitting van 11 april 2022

 

RECHT VAN VOORKOOP. VOORKOOPRECHT OUDE BERTEMBOSSTRAAT 11 TE 3060 BERTEM AFD. 1 SECTIE A NUMMER 190C.

 

Voorgeschiedenis

 

Feiten en context

        Notaris Stefan Vangoetsenhoven heeft een recht van voorkoop aangeboden met als dossiernummer 152214 voor de woning Oude Bertembosstraat 11 te 3060 Bertem, afd. 1 sectie A nummer 190c.

 

Juridische gronden

        Artikel 85, §1, tweede lid van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse wooncode
Het Vlaams Woningfonds, Vlabinvest apb, de sociale huisvestingsmaatschappijen binnen hun werkgebied, en de gemeenten op hun grondgebied, krijgen een recht van voorkoop op:
1° een woning die opgenomen is in het leegstandsregister, vermeld in artikel 2.2.6 van het decreet Grond- en Pandenbeleid, in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, vermeld in artikel 25, § 1, van het Heffingsdecreet, of in de inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, vermeld in artikel 26, § 1, van het Heffingsdecreet;
2° de woning, bedoeld in artikel 19, die niet werd gesloopt binnen de door de Vlaamse regering bepaalde termijn;
3° een perceel, bestemd voor woningbouw, dat gelegen is in een door de Vlaamse regering te bepalen bijzonder gebied.

        Artikel 28 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 oktober 1998 over de erkenning van een aantal gebieden als bijzonder gebied.
De volgende gebieden worden als bijzonder gebied in de zin van artikel 85, §1, tweede lid, 3°, van de Vlaamse Wooncode, beschouwd:
De woonvernieuwings- en woningbouwgebieden in de volgende 26 gemeenten: (...), Bertem, (...).

        Decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten
Dit decreet bepaalt o.m. de werking van het e-voorkooprecht. Tevens bevat het de regels over de Vlaamse voorkooprechten en de procedure die moet gevolgd bij verkoop van een perceel dat in aanmerking komt voor voorkooprecht.

 

 

Bijlagen

        voorkooprecht Oude Bertembosstraat 11 [INBRTM215825]

        liggingsplan Oude Bertembosstraat 11

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Het college van burgemeester en schepenen wenst zijn voorkooprecht voor de woning Oude Bertembosstraat 11 te 3060 Bertem afdeling 1 sectie A nummers 190c niet uit te oefenen.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 19/04/2022
Overzicht punten

Zitting van 11 april 2022

 

BEVOEGDHEDEN BURGEMEESTER. KENNISNAME BESLISSINGEN.

 

Besluit

Motivering

        Artikel 134 van de Nieuwe Gemeentewet

In geval van oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen, waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners, kan de burgemeester politieverordeningen maken, onder verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven, met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden. Die verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd.

        Artikel 63 van het decreet lokaal bestuur

Naast zijn bevoegdheden voor de uitvoering van de politiewetten, politiedecreten, politieverordeningen, politiereglementen en politiebesluiten, voor de bestuurlijke politie op het grondgebied van de gemeente en voor dringende politieverordeningen is de burgemeester bevoegd voor de uitvoering van de wetten, de decreten en de uitvoeringsbesluiten van de federale overheid, het gewest of de gemeenschap tenzij die bevoegdheid uitdrukkelijk aan een ander orgaan van de gemeente is opgedragen.

        Algemeen politiereglement van Bertem aangenomen door de gemeenteraad op 20 maart 2018, hoofdstuk 3, inzonderheid afdeling 3 en 5.

        Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd door het KB van 16 maart 1968.

 

Mededeling

         220406-220410 Bosstraat 74: de rijbaan en de berm. Riobra herstellingswerken.  

         220516-220520 Schoolberg 5: de berm en een gedeelte van de rijweg. Kabel- en sleufwerken.             

         220419-220610 Nijvelsebaan: het trottoir en de rijbaan Wegenwerken, inname voor Quickwins: driekleurige lichten.

         220504-220603 Nijvelsebaan: het trottoir en de rijbaan. Wegenwerken, inname voor Quickwins: driekleurige lichten.

         220405-220405 Weygenstraat 30 A: de rijbaan. afvalcontainer. 

         220425-220505 Oude Baan 1: de rijbaan. container. 

         220407-220407 Nijvelsebaan 258: de berm en een deel van de rijbaan. herstellen van een waterlek: driekleurige lichten.

         220411-220412 Korbeekse Kerkstraat 3: de rijbaan. straatherstel iov de Watergroep.             

         220414-220415 Neerijse Steenweg 3: de rijbaan. sleufwerken in opdracht van Proximus: driekleurige lichten.

         220417-220417 Vlieguit 6: parkeerstrook. Plaatsen van een reisbus / massa volk. 

         220417-220622 Dorpstraat 519 – 523: parkeerstrook. plaatsnemen met een grote massa volk.             

         220423-220423 Dorpstraat 158a 202: rijbaan. verhuiswagen. 

         220520-220520 Egenhovenstraat 15A+17: parkeerstrook en de rijbaan. vrachtwagen + kleine graafmachine : maken sleuf in rijweg.             

 

 

 

Publicatiedatum: 19/04/2022
Overzicht punten

Zitting van 11 april 2022

 

TIJDELIJKE POLITIEVERORDENING OP HET WEGVERKEER. GOEDKEURING MAATREGELEN M.B.T. DE WIELERWEDSTRIJD 28STE MEMORIAL ‘’PH. VAN CONINGSLOO‘’OP 5 JUNI 2022.

 

Voorgeschiedenis

         Schriftelijke aanvraag op 10 februari 2022van Kris Wuyts, Donkerstraat 5 te 2820 Rijmenam, handelend als secretaris-parcoursbouwer van De Rijmenamse Wielervrienden vzw, om op zondag 5 juni 2022 met hun wielerwedstrijd 28ste Memorial ‘’Ph. Van Coningsloo‘’ de gemeente Bertem te mogen doorkruisen.

 

Feiten en context

         Deze interclubwedstrijd in lijn voor internationale renners ‘’Elite en Beloften’’ Klasse ME 1.2 U.C.I. met ploegen gaat door op 5 juni 2022.

         Het parcours over een afstand van 181,3 km volgt omstreeks 14.00 uur op het grondgebied van de gemeente Bertem vanuit Tervuren de Tervuursesteenweg N3 - Kruisstraat - Diepestraat naar Kortenberg.

         Op de Tervuursesteenweg wordt over een lengte van 500 m een bevoorradings - en wegwerpzone voorzien.

         De organisatie voorziet bepijling vanaf woensdag 1 juni 2022, deze pijlen zullen uiterlijk op woensdag 8 juni 2022 verwijderd worden.

         De koersdirecteur wil voor 60 voertuigen volgbewijzen afleveren.

         De organisator stelde een koersdirecteur en een veiligheidscoördinator aan voor deze wedstrijd.

 

Juridische gronden

         Artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet

De gemeenteraad maakt de gemeentelijke politieverordeningen, met uitzondering van de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer bedoeld in artikel 130bis.

         Artikel 130bis van de Nieuwe Gemeentewet

Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer.

         Wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening.

         Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer.

         Koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende het algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto’s, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.

         Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

         Ministerieel besluit van 11 oktober 1976 houdende de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van verkeerstekens.

         Ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende het signaleren van werken en verkeersbelemmeringen op de openbare weg.

         Wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen

         Koninklijk besluit van 28 juni 2019 houdende de reglementering van de wielerwedstrijden en van alle-terreinwedstrijden.

         Omzendbrief OOP45 van 4 november 2019 ter begeleiding van het koninklijk besluit van 28 juni 2019 tot reglementering van de wielerwedstrijden.

         Ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken

 

Adviezen

         Gunstig advies van Stroobants Bart, 1HINP Verkeersdienst van de politiezone Voer en Dijle van 6 april 2022 mits het nemen van verkeersmaatregelen.

º         De instelling van het eenrichtingsverkeer in de Diepestraat tussen de Kruisstraat en de Grensstraat (Kortenberg) d.m.v. de verkeersborden C1 + F1 op 5 juni 2022 van 11 uur tot 14 uur

º         Omleiding wordt voorzien, ingevolge verkeersborden de instelling van de éénrichtingstraten: Vanuit de Coigesteenweg en de Tervuursesteenweg (Kortenberg) via de Kruisstraat.

º         Parkeer- en/of stilstand verboden op 5 juni 2022 van 10 uur tot 14 uur in de Kruisstraat tussen de N3 en de Diepestraat en in de Diepestraat.

º         De inzet van signaalgevers en politieambtenaren, tenminste 30 minuten voor de aanvang van de wedstrijd, op volgende kruispunten:

          Leuvensesteenweg - Coigesteenweg

          Leuvensesteenweg - Groeneweg ( Morrenweg)

          Tervuursesteenweg - Hammeveld

          Tervuursesteenweg - Berkendreef

          Tervuursesteenweg - Mezenstraat - Kruisstraat

          Kruisstraat - Diepestraat

          Diepestraat - Diepestraat

          Diepestraat - Hoekstraat

          Groenlaan - Coigesteenweg

º         De briefing van de signaalgevers door de organisatie maakt duidelijk dat vanaf de advance-car van de federale politie het verkeer niet in de tegenrichting van de wedstrijd wordt toegelaten.

º         De wegneembare obstakels op de rijbaan en op het parcours worden weggenomen door de gemeentelijke diensten.

º         De vaste hindernissen op de rijbaan worden beveiligd door mobiele signaalgevers.

 

Argumentatie

Deze organisatie brengt, behoudens onvoorziene omstandigheden de openbare veiligheid niet in gevaar, maar kan niet worden uitgevoerd zonder het treffen van speciale verkeersmaatregelen.

 

 

Bijlagen

         Bertem - aanvraag form.KB Memorial 2022

         Advies Mem Van Coningslo BER 22

 

Besluit

eenparig

 

Artikel 1:

Onder voorbehoud van de strikte naleving van de hieronder vermelde voorschriften wordt de toestemming verleend aan De Rijmenamse Wielervrienden vzw tot de doortocht van de wielerwedstrijd 28ste Memorial ‘’Ph. Van Coningsloo‘’ voor internationale renners ‘’Elite en Beloften’’ Klasse ME 1.2 U.C.I. met ploegen op 5 juni 2022 over het grondgebied van de gemeente Bertem.

 

Parcours:

Passage op het grondgebied omstreeks 14.00 uur, komende vanuit de richting Tervuren

Straatnamen

- Tervuursesteenweg N3

- Kruisstraat

- Diepestraat naar Kortenberg

 

Volgens het traagste tijdschema zal de wedstrijd het grondgebied van de gemeente Bertem verlaten omstreeks 14.07 uur in de richting van Everberg.

 

Artikel 2: Verkeersmaatregelen en signalisatie

Op 5 juni 2022 zullen n.a.v. de wielerwedstrijd 28ste Memorial ‘’Ph. Van Coningsloo‘’ de volgende verkeersmaatregelen van toepassing zijn:

 

         instelling van eenrichtingsverkeer in de Diepestraat tussen de Kruisstraat en de Grensstraat (Kortenberg), aangeduid d.m.v. de verkeersborden C1 en F19 vanaf 11.00 uur tot 14.15 uur :

Het is enkel toegelaten te rijden in de richting van de wielerwedstrijd.

Weggebruikers zullen aan elk kruispunt verwittigd worden door middel van verkeersborden C1 en C31.

Ingevolge de instelling van de éénrichtingstraten wordt een omleiding voorzien: Vanuit de Coigesteenweg en de Tervuursesteenweg (Kortenberg) via de Kruisstraat.

         instelling van een parkeer- en stilstandverbod op het volledige parcours, in de Kruisstraat tussen de N3 en de Diepestraat en in de Diepestraat, aangeduid door middel van verkeersborden E3, met onderborden van het type X vanaf 10.00 uur tot 14.15 uur. Het verbod dient 48 uur vooraf aangeduid te worden.

 

Artikel 3: Veiligheid op de kruispunten

Naar aanleiding van deze wielerwedstrijd zullen, tenminste 30 minuten voor de aanvang van de wedstrijd, seingevers, signalisatie en politie geplaatst worden op de volgende (kruis)punten:

         Leuvensesteenweg - Coigesteenweg   1 seingever

         Leuvensesteenweg - Groeneweg ( Morrenweg) 1 seingever

         Tervuursesteenweg - Hammeveld   1 seingever

         Tervuursesteenweg - Berkendreef   1 seingever

         Tervuursesteenweg - Mezenstraat    2 politieambtenaren

         Kruisstraat - Diepestraat    1 seingever

         Diepestraat - Diepestraat    2 C3+nadar 2 veldwegen

         Diepestraat - Hoekstraat    1 seingever

         Groenlaan - Coigesteenweg    2 seingevers

De briefing van de seingevers door de organisatie maakt duidelijk dat vanaf de advance-car van de federale politie het verkeer niet in de tegenrichting van de wedstrijd wordt toegelaten.

 

Artikel 4:

De gemeente is verantwoordelijk tijdig alle signalisatie te plaatsen en deze na de doortocht terug te verwijderen.

De wegneembare obstakels op de rijbaan en op het parcours worden weggenomen door de gemeentelijke diensten.

De vaste hindernissen op de rijbaan worden beveiligd door mobiele signaalgevers.

 

Artikel 5:

De organisatie krijgt de toestemming om op de Tervuursesteenweg over een lengte van 500 meter een bevoorradings - en wegwerpzone te voorzien. De organisatie is verantwoordelijk voor het opruimen van alle achtergebleven afval na de doortocht.

 

Artikel 6:

De organisatie krijgt de toestemming om bepijling te voorzien vanaf woensdag  1 juni 2022, deze pijlen moeten uiterlijk op woensdag 8 juni 2022 verwijderd worden.

 

Artikel 7:

Deze vergunning is slechts geldig voor zover de organisator een vergunning van Agentschap Wegen en Verkeer, District Leuven bekomt. De algemene en bijzondere voorwaarden, opgelegd in de vergunning van het Agentschap Wegen en Verkeer district Leuven moeten strikt worden nageleefd.

 

Artikel 8:

Omwonenden moeten minstens één week voor de wedstrijd ingelicht worden door middel van een bewonersbrief.

 

Artikel 9: Voorwaarden betreffende de algemene organisatie

1° koersdirecteur

De inrichters zullen een koersdirecteur aanduiden. De koersdirecteur moet meerderjarig zijn en zal handelen in naam van de organisator. Hij zorgt voor het goede verloop van de wielerwedstrijd.

Hij ziet erop toe dat de wedstrijdkaravaan en de publiciteitskaravaan de hen opgelegde voorwaarden naleven.

 

2° Veiligheidscoördinator

De inzet van de veiligheidscoördinator naast een koersdirecteur is verplicht voor wedstrijden in lijn. In andere wedstrijden kan de functie van koersdirecteur en veiligheidscoördinator door éénzelfde persoon uitgeoefend worden.

De veiligheidscoördinator moet meerderjarig zijn.

Hij staat in voor de risicoanalyse van het parcours, de mogelijke interactie tussen publiek en de karavaan, en de daaraan gekoppelde maatregelen teneinde de risico’s te beperken. Hij is verantwoordelijk voor de briefing van de signaalgevers (alsook de mobiele signaalgevers). Hij zorgt ervoor dat de interactie tussen de voertuigen, deelnemers en toeschouwers op een veilige manier verloopt.

De veiligheidscoördinator zal tijdens de wedstrijd in het bezit zijn van een nominatieve lijst van de ingezette signaalgevers.

 

3° Deelnemende renners

De deelnemende renners aan de wielerwedstrijd dienen de rijbaan of het gemarkeerd fietspad, zoals bedoeld in artikel 74 van de wegcode, te volgen. De motorvoertuigen van de wedstrijdkaravaan (en publiciteitsvoertuigen) mogen alleen de rijbaan volgen voorzien voor motorvoertuigen.

 

4° Seingevers

De organisatoren moeten zich laten bijstaan door de seingevers die de burgemeester onmisbaar acht voor het verzekeren van de veiligheid op de kruispunten of andere belangrijke of gevaarlijke punten die hij aanwijst op het parcours van de wedstrijd in zijn gemeente.

De burgemeester, in samenspraak met de korpschef, bepaalt hoeveel seingevers er nodig zijn.

 

5° Verzekering

De organisatoren moeten ten laatste acht weken voor de wedstrijd het bewijs leveren dat een verzekering afgesloten is om, bij ongeval naar aanleiding van of gedurende de wedstrijd, de geldelijke gevolgen van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid te waarborgen van de organisatoren zelf, de signaalgevers, de deelnemende renners en eenieder die gemachtigd is om de wedstrijd te volgen.

Een nominatieve lijst met de seingevers dient ter machtiging aan het gemeentebestuur overgemaakt te worden.

 

6° Parcours

Wanneer de wedstrijd dezelfde weg volgt als een andere wedstrijd of opnieuw op een reeds eerder gevolgde weg uitkomt, moet door de veiligheidscoördinator bijzondere voorzorgsmaatregelen genomen worden om mogelijke ongevallen te vermijden.

 

7° Openingsvoertuig / Sluitingsvoertuig.

Openingsvoertuig

Bij een wielerwedstrijd op een open omloop moet een openingsvoertuig op een voldoende veilige afstand voor de eerste renner uitrijden. 

Op het dak van dit voertuig moet, op een voor tegenliggers goed zichtbare wijze, het gevaarbord A51 met onderbord "wielerwedstrijd" aangebracht zijn.

Het openingsvoertuig is tevens voorzien van een rode vlag, alsook een oranjegeel knipperlicht. De rode vlag (afmeting 50 cm breedte / 60 cm lang) wordt vooraan op de linkerzijde van het voertuig aangebracht. Het oranjegeel knipperlicht wordt zodanig geplaatst dat het vanuit alle richting zichtbaar is.

 

Sluitingsvoertuig

Bij een wielerwedstrijd op open omloop wordt de wedstrijdkaravaan gesloten door een sluitingsvoertuig. Dit voertuig is als volgt uitgerust.

Op het dak van dit voertuig moet, op een voor het achteropkomend verkeer goed zichtbare wijze, het gevaarsbord A51 met onderbord "Einde wielerwedstrijd" aangebracht zijn.

Het sluitingsvoertuig is tevens voorzien van een groene vlag, alsook een oranjegeel knipperlicht. De groene vlag (afmeting 50 cm breedte / 60 cm lang) wordt vooraan op de linkerzijde van het voertuig aangebracht. Het oranjegeel knipperlicht wordt zodanig geplaatst dat het vanuit alle richtingen zichtbaar is.

 

Opmerkingen:

         Indien het omwille van de plaatsgesteldheid of de aard van het terrein niet mogelijk is aan de verplichting te voldoen, kan het voertuig tijdelijk vervangen worden door een aan het terrein aangepast motorvoertuig dat enkel voorzien is met een rode vlag (voor het openingsvoertuig) of een groene vlag (voor het sluitingsvoertuig).

         Bij een wielerwedstrijd op een gesloten omloop volstaat het openingsvoertuig.

         In geval er een publiciteitskaravaan aanwezig is in de wedstrijd, zal deze eveneens voorafgegaan worden van een openingsvoertuig en achteraan afgesloten worden door middel van een sluitingsvoertuig. Beide voertuigen voldoen aan de hiervoor vermelde beschrijving (bord A51 op het dak, groene/rode vlag, oranjegeel knipperlicht), met uitzondering van de vermelding op het bord. Het openingsvoertuig vermeldt “PUBLICITEIT”. en het sluitingsvoertuig  “EINDE PUBLICITEIT”.

 

8° Volgbewijs / Doorgangsbewijs

Elk motorvoertuig waarvan de bestuurder zich op het parcours van de wielerwedstrijd dient te begeven, op een tijdstip dat het parcours gereserveerd is voor de wedstrijd, dient hetzij over een volgbewijs, hetzij over een doorgangsbewijs te beschikken. Beide bewijzen worden ondertekend door de organisator.

Het volgbewijs laat de bestuurder toe te bewegen tussen het openings- en het sluitingsvoertuig. Het volgbewijs is van witte kleur en wordt duidelijk zichtbaar aan de voorzijde van het voertuig aangebracht. Het volgbewijs draagt de stempel van de gemeente van de referentieburgemeester.

Het doorgangsbewijs laat de bestuurder toe te bewegen in vooraf bepaalde afgesloten zones. Deze voertuigen mogen zich NIET bewegen tussen het openings- en sluitingsvoertuig. Het doorgangsbewijs is van gele kleur en wordt duidelijk zichtbaar aangebracht aan de voorzijde van het voertuig. Dit is NIET van toepassing op de voertuigen van politie- en hulpdiensten.

De grootte is een A4-formaat, behalve voor motorfietsen waar het een A5-formaat mag zijn.

 

9° Hulppost /Ziekenwagen

Tijdens alle wielerwedstrijden dient er in de aankomstzone minstens een adequaat uitgeruste hulppost ingericht te worden, met minimaal twee hulpverleners die minstens beschikken over een EHBO-certificaat.

 

Tijdens wielerwedstrijden verreden op open omlopen met minder dan 8 km, dient langs het parcours een ziekenwagen voorzien te worden.

Wanneer de ziekenwagen de wedstrijd NIET volgt, dient minstens één hulpverlener in een voertuig van de wedstrijdkaravaan de wedstrijd te volgen. Hij zal in rechtstreeks contact staan met de ziekenwagen langs het parcours en met de noodcentrale 112.

 

Tijdens wielerwedstrijden verreden op open omlopen met meer dan 8 km, dient één ziekenwagen de wedstrijd te volgen.

Tijdens wedstrijden in lijn volgen minimum twee ziekenwagens de wedstrijd.

 

10° Neutralisatie wedstrijd

De start van de wedstrijd moet uitgesteld worden of de wedstrijd moet zo snel mogelijk stilgelegd of geneutraliseerd worden wanneer er zich een noodsituatie voordoet of wanneer het veilig verloop niet meer gegarandeerd kan worden.

De koersdirecteur, de bevoegde overheden of de persoon die volgens de wet de hoedanigheid van OBP bezit, zijn gerechtigd tot het nemen van de beslissing om de start van een wedstrijd uit te stellen, de wedstrijd stil te leggen of te neutraliseren.

De wedstrijd kan slechts starten of hernomen worden wanneer het veilige verloop opnieuw gegarandeerd kan worden.

 

11° Wegwerpzones

Enkel in deze zone mag door de deelnemende renners afval weggeworpen worden. In deze zone is de organisator verantwoordelijke voor het inzamelen van het afval.

 

12° Naleving wegcode

Bij een wielerwedstrijd dienen alle leden van de wedstrijdkaravaan en de publiciteitskaravaan zich te houden aan de bepalingen van de wegcode met uitzondering van de verkeersregels die onverenigbaar zijn met gedragingen die eigen zijn aan wielerwedstrijden.

Alle leden van de wedstrijdkaravaan moeten te allen tijde de regels naleven met betrekking tot het verkeer op de spoorwegen alsook met betrekking tot bewaakte en onbewaakte overwegen zoals bepaald in de wegcode.

In de wedstrijdkaravaan mogen de motorvoertuigen niets slepen.

 

13° Naleving COVID-19 maatregelen

De organisatoren dienen alle veiligheidsmaatregelen te treffen die worden opgelegd in bovenvermeld ministerieel besluit van 28 oktober 2020 en in alle wijzigende besluiten hiervan.

 

Artikel 10: Inbreuken

De inbreuken op de beschikkingen van dit politiereglement zullen gestraft worden met politiestraffen.

 

Artikel 11:

Dit besluit wordt van kracht op 5 juni 2022 vanaf 10.00 uur en het blijft van kracht tot 5 juni 2022 om 14.15 uur.

 

 

 

 

Publicatiedatum: 19/04/2022
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.